Alfa Romeo Giulia (2015) Handleiding

Alfa Romeo Auto Giulia (2015)

Bekijk gratis de handleiding van Alfa Romeo Giulia (2015) (207 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 81 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Alfa Romeo Giulia (2015) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/207
GEBRUIK EN ONDERHOUD

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Alfa Romeo
Categorie: Auto
Model: Giulia (2015)

Handleiding Alfa Romeo Giulia (2015) – volledige tekst

Beste klant,Wij feliciteren u en bedanken u dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen. Wij hebben dit boekje opgesteld om u te helpen alle kenmerken vande auto te leren kennen en hem op de beste manier te gebruiken. Wij raden aan het aandachtig door te lezen voordat u voor de eerste keergaat rijden. Dit boek bevat informatie, tips en belangrijke waarschuwingen die u zullen helpen de technische eigenschappen van uw Alfa Romeo volledig tebenutten. Het geeft tevens een beschrijving van de speciale kenmerken, essentiële informatie over het correcte onderhoud van uw Alfa Romeo,alsmede tips voor veilig rijden. Wij vragen u de waarschuwingen een aanwijzingen die in de tekst met de volgende symbolen gemarkeerd zijn zorgvuldig door te lezen:veiligheid van de inzittenden;veiligheid van de auto;milieubescherming.

OPMERKING Deze symbolen zijn, indien nodig, aan het einde van elke paragraaf weergegeven en gevolgd door een getal. Dat getal heeftbetrekking op de overeenkomstige waarschuwing aan het einde van het betreffende deel. In het bijgevoegde Garantieboekje vindt u ook een beschrijving van de Diensten die Alfa Romeo haar klanten biedt, het Garantiecertificaat ende termen en voorwaarden om de geldigheid ervan te behouden. Wij zijn ervan overtuigd dat u met behulp van deze middelen spoedig vertrouwd zult raken met uw nieuwe auto en de service van de mensenbij Alfa Romeo zult waarderen. De Alfa Romeo 4C is een werkelijk unieke auto in termen van inhoud en technologie; daarom en om het hoogste niveau van dienstverlening tegaranderen, heeft Alfa Romeo gezorgd voor een speciaal Servicenetwerk voor de 4C.

Actuele information over servicepunten is beschikbaarop gratis telefoonnummer 00 800 2532 4200 (mocht dit nummer niet bereikbaar zijn, gebruik dan het internationale nummer +39 02 44412987, of zie de aanwijzingen in het Garantieboekje). Veel leesplezier en een goede reis gewenst.

In dit instructieboek zijn alle versies van de Alfa Romeo 4C beschreven; neem alstublieft uitsluitend de informatie inbeschouwing die betrekking heeft op het uitrustingsniveau, de motor en de versie van uw auto. De gegevens in dezepublicatie zijn slechts indicatief. Fiat Group Automobiles kan op elk moment de in deze publicatie beschrevenspecificaties van het automodel om technische of commerciële redenen wijzigen. Neem voor meer informatie contact opmet een speciaal Alfa Romeo Servicepunt.

BELANGRIJKE INFORMATIE. TANKENTank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die aan de Europese specificatie EN228 voldoet. De motor vande 4C is met name ontworpen om te voldoen aan alle emissielimieten terwijl tegelijkertijd minimaal brandstofverbruik en maximale prestatiesgegarandeerd worden, wanneer loodvrije benzine van een premium kwaliteit met een octaangetal van 98 RON of hoger gebruikt wordt. Het gebruik van benzine die niet voldoet aan bovengenoemde specificatie kan leiden tot het gaan ontsteken van het lampje en eenonregelmatige werking van de motor. MOTOR STARTENControleer of de handrem is aangetrokken. Trap het rempedaal in en draai, zonder het gaspedaal in te trappen, de contactsleutel naar AVV;laat de sleutel los zodra de motor gestart is. PARKEREN BOVEN BRANDBAAR MATERIAALDe katalysator ontwikkelt tijdens zijn werking zeer hoge temperaturen.

Parkeer de auto dus niet boven gras, dennennaalden of anderontvlambaar materiaal: brandgevaar. MILIEUBESCHERMINGHet voertuig is uitgerust met een diagnosesysteem dat continu controles uitvoert op de componenten die verband houden met deuitlaatgasemissie, om het milieu te beschermen. ELEKTRISCHE ACCESSOIRESAls, na aanschaf van de auto, besloten wordt om accessoires te installeren die elektrische voeding vereisen (met het risico dat de acculangzaam ontlaadt), neem dan contact op met een speciaal Alfa Romeo Servicepunt, hier kan het totale stroomverbruik berekend worden enkan gecontroleerd worden of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik.

SYMBOLENSommige onderdelen van de auto zijnvoorzien van gekleurde plaatjes metdaarop symbolen die dievoorzorgsmaatregelen aangeven die inacht genomen moeten wordenwanneer het betreffende onderdeelwordt gebruikt. Onder de motorkap istevens een plaatje aangebracht,waarop de betekenis van dezesymbolen wordt toegelicht.ALFA ROMEO CODESYSTEEMIN HET KORTDit is een elektronischestartblokkering die de beveiligingtegen diefstalpogingen verbetert. Hetsysteem wordt automatischingeschakeld wanneer decontactsleutel wordt verwijderd.In elke sleutel zit een elektronischapparaatje dat het uitgezondensignaal, afkomstig van een antennedie in het contactslot is ingebouwd,kan identificeren wanneer de motorgestart wordt.

Het signaal, dat elkekeer dat de auto wordt gestart wijzigt,is het "wachtwoord" waarmee deregeleenheid de sleutel herkenten het starten van de motor vrijgeeft.1)WerkingElke keer dat de motor wordt gestartdoor de sleutel naar de stand MARte draaien, stuurt de regeleenheid vanhet Alfa Romeo CODE systeem eenherkenningscode naar demotorregeleenheid om destartblokkering uit te schakelen.Deze code wordt alleen verzonden alsde regeleenheid van het Alfa RomeoCODE systeem de door de sleutelverstuurde code herkent.Elke keer dat de contactsleutel naarSTOP wordt gedraaid, schakelt het AlfaRomeo CODE-systeem de functiesvan de elektronische motorregeleenheiduit.Onregelmatige werkingAls de code tijdens het starten nietcorrect wordt herkend, gaat hetdigitale waarschuwingslampje ophet display branden.Draai in dit geval de sleutel naar STOPen vervolgens naar MAR; als de motorgeblokkeerd blijft, probeer dannogmaals met een van de anderegeleverde sleutels.

Neem contact opmet een speciaal Alfa RomeoServicepunt als de motor nog steedsniet gestart kan worden.Inschakeling vanwaarschuwingslampjetijdens het rijden❒Als het digitalewaarschuwingslampje gaat branden,betekent dit dat het systeem eenzelfdiagnose uitvoert (bijv. bij eenspanningsval).10WEGWIJS IN UW AUTO

1)PortierontgrendelingDruk kort op knop : ontgrendelingvan de portieren, tijdgestuurdeinschakeling binnenverlichting endubbel knipperen van derichtingaanwijzers (voor bepaaldeversies/markten).De portieren worden automatischontgrendeld wanneer de afsluiter vande brandstoftoevoer in werking treedt.Als een van de portieren niet goedgesloten is wanneer de portierenvergrendeld worden, knippert de ledsnel samen met de richtingaanwijzers.5A0L00056A0L000611

PortiervergrendelingDruk kort op knop : vergrendelingvan de portieren, tijdgestuurdeuitschakeling binnenverlichting eneenmaal knipperen van derichtingaanwijzers (voor bepaaldeversies/markten).Als een of meer portieren open zijn,worden ze niet vergrendeld. Dit wordtaangegeven door het snel knipperenvan de richtingaanwijzers (voorbepaalde versies/markten). De portierenworden vergrendeld ook als deachterklep open staat.Wanneer een snelheid van meer dan 20km/h wordt bereikt, worden deportieren automatisch vergrendeld alsdeze specifieke functie is ingesteld.Wanneer de portieren van buiten deauto worden vergrendeld (met deafstandsbediening), gaat led A fig.

7enkele seconden branden en daarnaknipperen (bewakingsfunctie).Wanneer de portieren van binnen deauto worden vergrendeld (door tedrukken op de knop op hetdashboard), blijft de led continubranden.EXTRAAFSTANDSBEDIENINGENAANVRAGENHet systeem kan maximaal 8afstandsbedieningen herkennen. Alseen nieuwe afstandsbediening nodig is,ga dan naar een speciaal Alfa RomeoServicepunt en neem eenidentiteitsbewijs en deeigendomsdocumenten van de automee.BATTERIJ VAN DESLEUTEL METAFSTANDSBEDIENINGVERVANGENProcedure❒druk op knop A fig. 8 en klap demetalen baard B uit; draai de schroefC naar met een kleineschroevendraaier;❒trek de batterijhouder D naar buitenen vervang de batterij E metinachtneming van de juiste polariteit;plaats de batterijhouder D weer inde sleutel en draai schroef C naar .1)7A0L00078A0L000812WEGWIJS IN UW AUTO

BELANGRIJK1) Druk knop B fig. 6 alleen inwanneer de sleutel ver genoegvan het lichaam (vooral de ogen)en van voorwerpen die snelbeschadigen (bijvoorbeeldkleding) is verwijderd. Laat desleutel niet onbeheerd achter, omte voorkomen dat mensen, metname kinderen, per ongeluk op deknop drukken. BELANGRIJK1) Gebruikte batterijen kunnenschadelijk zijn voor het milieu alsze niet op de juiste wijze als afvalverwerkt worden. Ze moetenovereenkomstig de wet in specialebakken gedeponeerd worden. Zekunnen ook ingeleverd wordenbij een speciaal Alfa RomeoServicepunt dat voor hunverwerking zal zorgen.

DIEFSTALALARM(voor bepaalde versies/markten)WerkingHet alarm gaat onder de volgendeomstandigheden af:❒ongeoorloofde opening van een vande portieren of de achterklep(omtrekbeveiliging);❒ongeoorloofde bediening van hetcontactslot (contactsleutel in destand MAR gedraaid);❒bij het loskoppelen van deaccukabels;❒beweging in de inzittendenruimte(volumetrische beveiliging);❒abnormale opheffing/kanteling vanhet voertuig. De inschakeling van het alarm wordtaangegeven door een akoestischen een visueel signaal (het knipperenvan de richtingaanwijzers gedurendeenkele seconden). De inschakelwijzenvan het alarm kunnen variërennaargelang de markt. Er is eenmaximum aantal cycli voorzien voor degeluidssignalen en dealarmknipperlichten. Na verloop van ditaantal cycli, zal het bewakingssysteemweer normaal functioneren.

BELANGRIJK De startblokkering wordtgegarandeerd door de Alfa RomeoCODE die deze functie automatischinschakelt wanneer de sleutel uit hetcontactslot wordt genomen. BELANGRIJK De werking van hetdiefstalalarm kan per land verschillen. InschakelenRicht, bij gesloten portieren enachterklep en met de sleutel in destand STOP of verwijderd, de sleutelmet afstandsbediening op het voertuigdruk op de toets en laat de toets los. Bij bepaalde versies/markten laat hetsysteem een geluidssignaal horenen wordt de portiervergrendelingingeschakeld.

De inschakeling van het alarm wordtvoorafgegaan door een zelfdiagnosedie ongeveer 30 seconden duurt:gedurende deze tijd knippert de led ophet dashboard met een frequentievan ongeveer een keer per seconde. Na de zelfdiagnose gaat de led op eenlagere frequentie knipperen (een keerper ongeveer 3 seconden). 13.

Als na inschakeling van het alarm eentweede geluidssignaal weerklinkt en/ofde led op het dashboard gaat branden,wacht dan ongeveer 4 seconden enzet het alarm uit door te drukken op detoets , controleer of de portieren ende achterklep goed gesloten zijn enschakel het systeem weer in door opde toets te drukken. Als het alarm, ook als de portieren enachterklep goed gesloten zijn, eengeluidssignaal laat horen, dan is er in ditgeval sprake van een systeemstoring,neem contact op met een speciaal AlfaRomeo Servicepunt. UitschakelenDruk op toets. De volgende dingen gebeuren (bijbepaalde versies/markten):❒de richtingaanwijzers knipperen tweekeer kort;❒de portieren worden ontgrendeld. BELANGRIJK Als het centraleportiersvergrendelingssysteemuitgeschakeld wordt met de metalenbaard van de sleutel, wordt het alarmniet uitgeschakeld.

BELANGRIJK Indien het alarmonbedoeld wordt ingeschakeld, of omin ieder geval de akoestische en visuelecyclus te onderbreken wanneer dezegeactiveerd is, is het mogelijk om op detoets te drukken of de contactsleutelgedurende minstens 5 seconden naarMAR te draaien, daarna wordt hetsysteem uitgeschakeld. UitschakelenOm het diefstalalarm volledig buitenwerking te stellen (bijv. als het voertuiglang niet wordt gebruikt), het voertuigafsluiten door de metalen baard van desleutel in het slot om te draaien. BELANGRIJK Wanneer de batterijenvan de sleutel met afstandsbedieningleeg zijn, of als er een storing in hetalarmsysteem is vastgesteld, dan kanhet systeem buiten werking wordengesteld door de sleutel in hetcontactslot te steken en hem in destand MAR te draaien. Volumetrischebeveiliging/hellingshoekdetectieOm de juiste werking van de beveiligingte garanderen, de zijruiten volledigsluiten.

Wanneer de functie isuitgeschakeld, wordt dit aangegevendoor het, gedurende enkele seconden,knipperen van de led op hetdashboard. Om de volumetrische beveiliging uit teschakelen, de contactsleutel tweekeer achter elkaar van STOP naar MARdraaien, schakel daarna het alarmbinnen 15 seconden in, door op detoets op de afstandsbediening tedrukken. Wanneer de functie is uitgeschakeld,wordt dit aangegeven door het,gedurende enkele seconden, knipperenvan de led op het dashboard. Elke uitschakeling van de volumetrischebeveiliging/hellingshoekdetectie moetworden herhaald elke keer als hetinstrumentenpaneel wordtuitgeschakeld. 14WEGWIJS IN UW AUTO.

CONTACTSLOTWerkingDe sleutel kan naar 3 standen wordengedraaid fig. 9:❒STOP: motor uit, sleutel kanverwijderd worden; stuurkolom isvergrendeld. Sommige elektrischeapparaten (bijv. autoradio, centraleportiervergrendeling, alarm enz.)kunnen blijven werken❒MAR: rijstand. Alle elektrischeapparaten/systemen kunnen werken;❒AVV: motor starten.Het contactslot is voorzien van eenbeveiliging: als de motor bij de eerstepoging niet aanslaat, moet de sleutelteruggedraaid worden naar de standSTOP om opnieuw te kunnen starten.2) 3)STUURSLOTInschakelenWanneer de sleutel op STOP staat, desleutel verwijderen en het stuurwielverdraaien tot het vergrendelt.UitschakelenDraai het stuur enigszins en draai decontactsleutel naar de stand MAR. 4)5)BELANGRIJK2) Als er geknoeid is aan hetcontactslot (bijv.

een poging totdiefstal), dan moet men het latencontroleren bij een speciaal AlfaRomeo Servicepunt alvorenste gaan rijden.3) Verwijder altijd de sleutel uit hetcontactslot als de auto wordtverlaten, om te voorkomen datiemand per ongeluk debedieningselementen gebruikt.Vergeet niet de handrem aante trekken. Laat kinderen nooitzonder toezicht in de auto achter.4) Demontage-/montagewerkzaamheden,waarvoor wijzigingen in destuurinrichting of de stuurkolomvereist zijn (bv. bij montage vaneen diefstalbeveiliging) zijn tenstrengste verboden. Zulkewerkzaamheden kunnen deprestaties van het systeem, degarantie en de veiligheid in gevaarbrengen waardoor de auto nietmeer aan de typegoedkeuringvoldoet.5) Verwijder de sleutel nooit terwijlde auto rijdt. Het stuurwiel zalautomatisch vergrendeld wordenzodra eraan gedraaid wordt. Ditgeldt ook voor voertuigen diegesleept worden.9A0L001015

STOELENINSTELLINGENVerstellen inlengterichting(voor bepaalde versies/markten)Trek hendel A fig. 10 omhoog en schuifde stoel naar voren of naar achteren:in de rijstand moeten de armen opde rand van het stuurwiel rusten. 6) 7)Advies van Alfa Romeo: de stoel moetzodanig worden ingesteld dat devolledige voetzool op het rempedaalrust wanneer dit volledig is ingetrapt;tegelijkertijd moet uw rechterbeenenigszins gebogen zijn. Op die manierkan de bestuurder, in een noodgeval,voldoende kracht leveren om geschiktedruk op het rempedaal uit te oefenen. Bovendien beperkt dit het risico opbeenletsel in geval van een aanrijding. Verstelling rugleuning(voor bepaalde versies/markten)Trek hendel B fig. 11 omhoog en steltegelijkertijd de hoek van de rugleuningin. Vanwege de speciale sportconfiguratievan de auto, kan de rugleuning in 3standen worden gezet.

6) 8) 2)Advies van Alfa Romeo: de rugleuningmoet de bestuurder geschikte steun enzijwaartse inperking in bochten bieden. Om de juiste steun te garanderen,moet de rugleuning zodanig wordenafgesteld dat hij bijna verticaal staat enhet volledige bovenlichaamondersteunt. Verstelling in de hoogte(voor bepaalde versies/markten)Om de ideale rijstand te verkrijgen, kanook de hoogte van de stoelen wordenversteld. Voor deze verstelling is gebruikvan werkplaatsapparatuur nodig: neemcontact op met een speciaal AlfaRomeo Servicepunt. Advies van Alfa Romeo: de stoel moetin de laagst mogelijke stand wordenafgesteld, om optimale waarneming enbewustzijn van de beweging van hetvoertuig tijdens het rijden te verkrijgen.

Voor de hoogte van de stoel moetaltijd rekening worden gehouden methet postuur van de bestuurder: hetoptimale bewustzijn dat verkregen kanworden door een lage rijstand maghet zicht naar buiten vanuit het voertuignooit in gevaar brengen.

BELANGRIJK6) Alle verstellingen mogen alleen bijstilstaande auto uitgevoerdworden.7) Controleer na het loslaten van dehendel of de stoel goedgeblokkeerd is door te proberenhem naar voren en naar achterente schuiven. Als de stoel nietgoed op zijn plaats is vergrendeldzou dat kunnen leiden totplotselinge verplaatsing van destoel waardoor de bestuurder decontrole over het voertuig verliest.8) Voor optimale bescherming moetde rugleuning rechtop gezetworden, moet men goed tegen derugleuning aanzitten en moet degordel goed aansluiten op deborst en het bekken.BELANGRIJK2) De bekleding van de stoelen isontworpen om bestand te zijntegen slijtage bij normaal gebruikvan het voertuig. Desalnietteminzijn enkele voorzorgsmaatregelennodig.

Vermijd langdurig en/ofexcessief schuren tegenkledingaccessoires zoals metalengespen en klittenband die, alsze veel druk uitoefenen in eenklein gebied, zouden kunnenafbreken, met beschadiging vande bekleding als gevolg.STUURWIELVerstellenHet stuurwiel kan in axiale en verticalerichting versteld worden.Laat voor het verstellen hendel A fig. 12los, door deze naar voren te duwen(stand 1). Trek, nadat de instellinggemaakt is, hendel A naar het stuur(stand 2) om hem te vergrendelen. 9)10)12 A0L001217

Advies van Alfa Romeo: het stuurwielkan het best na instelling in de lengtevan de stoel en instelling van de hoekvan de rugleuning ingesteld worden.Om te controleren of de stand van hetstuurwiel correct is, moet de linkerarmvolledig gestrekt worden, zodat hethoogste punt van de rand van hetstuurwiel met de pols aangeraakt kanworden (zonder het stuurwiel vast tepakken). Tegelijkertijd moeten deschouders van de bestuurder stevigtegen de rugleuning zijn gedrukt. Indeze stand moet er, wanneer u de randvan het stuurwiel vastpakt in de stand"9:15" (d.w.z. met de handen als dewijzers van de klok om 15 minuten over9, alsof het stuurwiel de voorzijde vaneen klok is) een hoek van 90 graden zijntussen uw boven- en onderarm. Ditmaakt maximale controle over hetstuurwiel mogelijk en zorgt ervoor dathet gebruikt wordt als een precisie-instrument en niet als een handgreeptijdens het nemen van bochten.

Ditis ook de meest ergonomisch correcterijstand, die minimale vermoeidheidtijdens het rijden mogelijk maakt.BELANGRIJK9) Instellingen mogen uitsluitendgemaakt worden als het voertuigstilstaat en de motor isuitgeschakeld.10) Demontage-/montagewerkzaamheden,waarvoor wijzigingen in destuurinrichting of de stuurkolomvereist zijn (bijv. installatie vaneen diefstalbeveiliging) zijn tenstrengste verboden. Zulkewerkzaamheden kunnen deprestaties van het systeem, degarantie en de veiligheid in gevaarbrengen waardoor de auto nietmeer aan de typegoedkeuringvoldoet.ACHTERUITKIJKBINNENSPIEGELVerstellenGebruik de hendel A fig. 13 om despiegel in twee standen te zetten:normaal of anti-verblindingsstand.BUITENSPIEGELSElektrische verstellingDe spiegels kunnen alleen wordenversteld met de contactsleutel in standMAR.Kies de gewenste spiegel met knop Afig.

Hierna kan de gekozen spiegel wordenversteld door knop B in de richtingvan de pijlen te bewegen. 11)BELANGRIJK Draai na het afstellenknop A in stand 0 om onbedoeldebewegingen te voorkomen.Advies van Alfa Romeo: stel debuitenspiegel zodanig af dat dodehoeken tot een minimum wordenbeperkt.Handmatig inklappenvan de spiegelsKlap indien nodig de buitenspiegels indoor ze van stand 1 in stand 2 tezettenfig. 15.BELANGRIJK Rijd alleen met debuitenspiegels in stand 1.Ontwasemingbuitenspiegel(voor bepaalde versies/markten)Druk op de knop fig. 16 om dezefunctie in te schakelen.Inschakeling wordt aangegeven met hetdigitale lampje op het display.Druk nogmaals op de knop om defunctie uit te schakelen.BELANGRIJK11) De buitenspiegel is bolvormig;hierdoor wordt deafstandswaarneming enigszinsvertekend.14 A0L0014 15 A0L001516 A0L002519

Ainstellingsknop luchttemperatuur(mengsel warme/koude lucht);Baan/uit-schuif interneluchtrecirculatie;Cknop voor inschakeling/regelingventilator;Ddraaiknop luchtverdeling:lucht uit uitstroomopeningen in hetmidden en de zijkanten;lucht uit uitstroomopeningen in hetmidden, de zijkanten en debeenruimten;lucht uit uitstroomopeningen naarbeenruimten;lucht uit uitstroomopeningen naarbeenruimten en zijkanten en naarvoorruit;lucht uit uitstroomopening naarvoorruit en aan zijkanten;VERWARMINGGa als volgt te werk om het interieur teverwarmen:❒draai knop A naar het rode gebied;❒zet knop C op de gewensteventilatorsnelheid;❒draai knop D opDeze luchtverdeling zorgt voor eensnelle verwarming van het interieur.Bedien vervolgens de knoppen om degewenste comfortsituatie tehandhaven.BELANGRIJK Bij koude motor duurthet enkele minuten om een optimaleverwarming van het interieur teverkrijgen.SNEL ONTWASEMEN /ONTDOOIEN VANVOORRUIT EN ZIJRUITENGa als volgt te werk:❒draai knop A naar het rode gebied;❒draai knop C naar 4 (maximumventilatorsnelheid).❒draai knop D naar❒zet schuif B naar .Nadat de ruiten ontwasemd/ontdooidzijn, de bedieningsknoppen weer op denormale stand zetten om de gewenstecomfortsituatie te verkrijgen.Ruiten ontwasemenWanneer het buiten uiterst vochtig isen/of bij regen en/of bij grote verschillentussen de binnen- enbuitentemperatuur, de volgendeprocedure uitvoeren om te voorkomendat de ruiten beslaan:❒zet schuif B naar .❒draai knop A naar het rode gebied;❒draai knop C naar 2 (gemiddeldeventilatorsnelheid).❒draai knop D naar met demogelijkheid om hem op stand tezetten als de ruiten niet beslaan.VENTILATIEGa als volgt te werk om het interieurgoed te ventileren:❒open de uitstroomopening volledig enricht ze op de juiste wijze;❒draai knop A naar het blauwe gebied;❒zet schuif B naar .❒zet knop C op de gewensteventilatorsnelheid;❒draai knop D naar23

BELANGRIJK Met hetrecirculatiesysteem van de interne luchtkunnen de gewenste verwarmings- ofventilatieomstandigheden snellerverkregen worden. Het wordt echterafgeraden de interne luchtrecirculatie inte schakelen op regenachtige of koudedagen om te voorkomen dat de ruitenbeslaan.24WEGWIJS IN UW AUTOINSCHAKELING VAN DEINTERNELUCHTRECIRCULATIEZet schuif B naar .Geadviseerd wordt de interneluchtrecirculatie in te schakelen in de fileof in tunnels, om te voorkomen datvervuilde lucht in het interieur komt.Gebruik de functie niet langdurig, vooralals er meer dan twee passagiers aanboord zijn, om te voorkomen dat deruiten beslaan.

Aregelknop luchttemperatuur (mengselwarme/koude lucht);Baan/uit schuif interne luchtrecirculatie;Cknop voor inschakeling/regelingventilator;Ddraaiknop luchtverdeling;Eaan/uit knop compressorklimaatregeling;Ftoets voor ontwasemenbuitenspiegel. Met knop D kan de in het voertuiggevoerde lucht via vijf verdeelopties allezones van het interieur bereiken:lucht uit uitstroomopeningen in hetmidden en de zijkanten;lucht uit uitstroomopeningen in hetmidden, de zijkanten en debeenruimten;lucht uit uitstroomopeningen naarbeenruimten;lucht uit uitstroomopeningen naarbeenruimten en zijkanten en naarvoorruit;lucht uit uitstroomopeningen naarvoorruit en aan zijkanten;VERWARMINGGa als volgt te werk om het interieur teverwarmen:❒draai knop A naar het rode gebied;❒zet knop C op de gewensteventilatorsnelheid;❒draai knop D naarDeze luchtverdeling zorgt voor eensnelle verwarming van het interieur.

Bedien vervolgens de knoppen om degewenste comfortsituatie tehandhaven. BELANGRIJK Bij koude motor duurthet enkele minuten om een optimaleverwarming van het interieur teverkrijgen. SNEL ONTWASEMEN /ONTDOOIEN VANVOORRUIT EN ZIJRUITENGa als volgt te werk:❒draai knop A naar het rode gebied;❒draai knop C naar 4 (maximumventilatorsnelheid). ❒draai knop D naar❒zet schuif B naar. Nadat de ruiten ontwasemd/ontdooidzijn, de bedieningsknoppen weer inde normale stand zetten om degewenste comfortsituatie te verkrijgen. BELANGRIJK Het klimaatregelsysteemis zeer nuttig om het ontwasemen teversnellen en te handhaven, aangeziende lucht wordt ontvochtigd. Zet debedieningsknoppen in de standen zoalshiervoor beschreven en zet deklimaatregeling aan door op de knop Ete drukken.

VENTILATIEGa als volgt te werk om het interieurgoed te ventileren:❒zet de luchtuitstroomopeningen enluchtroosters helemaal open;❒draai knop A naar het blauwe gebied;❒zet schuif B naar .❒draai knop C naar de gewensteventilatorsnelheid;❒draai knop D naarINSCHAKELING VAN DEINTERNELUCHTRECIRCULATIEzet schuif B naar .Geadviseerd wordt de interneluchtrecirculatie in te schakelen in de fileof in tunnels, om te voorkomen datvervuilde lucht in het interieur komt.Gebruik de functie niet langdurig, vooralals er meer dan twee passagiers aanboord zijn, om te voorkomen dat deruiten beslaan.BELANGRIJK Met hetrecirculatiesysteem van de interne luchtkunnen de gewenste verwarmings- ofventilatieomstandigheden snellerverkregen worden.

Het wordt echterafgeraden de interne luchtrecirculatie inte schakelen op regenachtige of koudedagen om te voorkomen dat de ruitenbeslaan.KLIMAATREGELING(koeling)Ga als volgt te werk:❒draai knop A naar het blauwe gebied;❒draai knop C naar 1 (1steventilatorsnelheid). Draai, voor snellekoeling, knop C naar 4 (maximumventilatorsnelheid).❒zet schuif B naar .❒draai knop D naar❒druk op knop E.Regeling koelingGa als volgt te werk:❒zet schuif B naar .❒draai knop A naar het rode gebiedom de temperatuur te verhogen;❒draai knop C linksom om deventilatorsnelheid te verlagen.ONTWASEMINGBUITENSPIEGELSDruk op knop F fig. 21 om dezefunctie in te schakelen.Inschakeling wordt aangegeven met hetdigitale lampje op het display.Druk nogmaals op de knop om defunctie uit te schakelen.ONDERHOUD VAN HETSYSTEEMSchakel in de winter de klimaatregelingminstens eens per maand ongeveer10 minuten in.

BELANGRIJK3) Het systeem gebruikt koelmiddelR1234yf dat het milieu nietverontreinigt als het per ongelukweglekt. Gebruik onder geenbeding koelmiddel R134a, eenvloeistof die niet alleen nietcompatibel met desysteemcomponenten is, maar inbelangrijke mate bijdraagt aan hetbroeikaseffect.BUITENVERLICHTINGIN HET KORTMet de linkerhendel fig. 22 kunnen demeeste soorten buitenverlichtingbediend worden. De buitenverlichtingkan alleen worden ingeschakeldmet de contactsleutel in de standMAR.Het instrumentenpaneel en debedieningselementen op hetdashboard en de middelste tunnelgaan tegelijk branden met debuitenverlichting.DAGRIJLICHTEN (DRL)"Daytime Running Lights"Met de contactsleutel op MAR endraaischakelaar A fig. 22 naargedraaid, gaan de dagrijlichtenautomatisch aan.

De andere lampen ende binnenverlichting blijven uit.BELANGRIJK De dagrijlichten zijn eenalternatief voor het dimlicht in landenwaarin het verplicht is om de lichtenoverdag in te schakelen, waar dit nietverplicht is, is het gebruik van dedagrijlichten toegestaan.BELANGRIJK De dagrijlichten mogenniet gebruikt worden ter vervanging vanhet dimlicht tijdens het rijden in hetdonker en in tunnels. Het gebruik vande dagrijlichten wordt geregeld door dewegenverkeerswetgeving van hetland waar u rijdt. Neem de wettelijkevoorschriften in acht.STADSLICHT/DIMLICHTDraai, met de contactsleutel in de standMAR, de draaischakelaar A fig. 22naar .De dagrijlichten worden uitgeschakelden het stadslicht en het dimlicht wordeningeschakeld. Het controlelampjeop het instrumentenpaneel gaatbranden.22 A0L002028WEGWIJS IN UW AUTO

PARKEERLICHTENDeze lichten kunnen alleen wordeningeschakeld met de contactsleutel inde stand STOP of verwijderd, doordraaischakelaar A fig. 22 eerst naarstand en vervolgens naar standte draaien. Het controlelampje op hetinstrumentenpaneel gaat branden. GROOTLICHTOm het grootlicht in te schakelen, moetde draaischakelaar A op staan, ende hendel naar het stuurwiel tot voorbijde aanslag worden getrokken. Hetcontrolelampje op hetinstrumentenpaneel gaat branden. Wanneer de hendel weer naar hetstuurwiel tot voorbij de aanslag wordtgetrokken, wordt het grootlichtuitgeschakeld, gaat het dimlicht weerbranden en dooft hetwaarschuwingslampje. GROOTLICHTSIGNAALTrek hiervoor de hendel naar hetstuurwiel (instabiele stand), ongeachtde stand van de draaischakelaar A. Hetcontrolelampje op hetinstrumentenpaneel gaat branden.

MISTACHTERLICHTENZie voor het in- en uitschakelen van demistachterlichten het hoofdstuk"Bedieningselementen". RICHTINGAANWIJZERSZet de hendel in de (stabiele) stand:❒omhoog: schakelt derichtingaanwijzer rechts in;❒omlaag: schakelt de richtingaanwijzerlinks in. Controlelampje of knippert op hetinstrumentenpaneel. De richtingaanwijzers wordenautomatisch uitgeschakeld als hetstuurwiel weer wordt rechtgezet. "Rijbaanwissel"-functieZet, als u het verwisselen van rijbaanwilt aangeven, de linkerhendel korterdan een halve seconde naar deinstabiele stand. De richtingaanwijzeraan de gekozen kant knippert vijf maalen wordt vervolgens automatischuitgeschakeld. "FOLLOW ME HOME"SYSTEEMMet dit systeem kan de ruimte vóór deauto gedurende bepaalde tijd verlichtworden.

InschakelingTrek, met de contactsleutel in de standSTOP of verwijderd, hendel A binnen2 minuten na het uitzetten van demotor naar het stuurwiel. Elke keer als de hendel wordt bediend,blijft de verlichting 30 seconden langerbranden, tot een maximum van 210seconden; hierna wordt de verlichtingautomatisch uitgeschakeld.

Bovendien gaat, elke keer als de hendelwordt bediend, het controlelampjeop het instrumentenpaneelbranden. Op het display worden devoor de functie ingestelde tijdsduur ende bijbehorende symbolenweergegeven. Het waarschuwingslampje gaatbranden wanneer de hendel bediendwordt en blijft branden tot de functieautomatisch wordt uitgeschakeld. Telkens als de hendel wordt bediend,wordt uitsluitend de inschakeltijd van deverlichting verlengd. 29.

UitschakelingHoud de hendel langer dan 2 secondennaar het stuurwiel getrokken.RUITEN REINIGENIN HET KORTMet de rechterhendel wordt deruitenwisser/-sproeier voor bediend.Deze werkt alleen met decontactsleutel in de stand MAR.RUITENWISSER/-SPROEIERWerking 12) 13)Draaischakelaar A fig. 23 kan in devolgende standen gezet worden:Oruitenwisser uit;wissen met interval;langzaam continu wissen;snel continu wissen.Zet de hendel omhoog (onstabielestand) om het wissen te beperken totde tijd dat de hendel in deze standwordt gehouden. Bij het loslaten keertde hendel terug naar de beginstanden wordt de werking van deruitenwissers automatisch afgebroken.Met de draaischakelaar A fig. 23 instand , wordt de wissnelheidautomatisch aan de voertuigsnelheidaangepast."Intelligente" wis-/wasfunctieTrek de hendel naar het stuur(onstabiele stand) om de ruitensproeierin te schakelen.

Als de hendel langerdan een halve seconde wordtaangetrokken, dan worden in éénbeweging de ruitenwisser en -sproeiertegelijk ingeschakeld.Als de hendel wordt losgelaten, maaktde ruitenwisser nog drie slagen. Naongeveer 6 seconden volgt nog eenextra slag.23 A0L002130WEGWIJS IN UW AUTO

BELANGRIJK12) Gebruik de ruitenwisser niet omopgehoopte sneeuw of ijs van devoorruit te verwijderen. Indergelijke omstandigheden wordtbij overbelasting van deruitenwisser de beveiligingingeschakeld, waardoor deruitenwisser enkele secondenwordt uitgeschakeld. Als hiernade ruitenwisser niet meer werkt(ook niet na de motor opnieuw tehebben gestart), neem dancontact op met een speciaal AlfaRomeo Servicepunt.13) Schakel de ruitenwisser niet metvan de ruit opgetilde wisserbladenin.CRUISE-CONTROL(voor bepaalde versies/markten)IN HET KORTDit is een elektronisch geregeldhulpsysteem waarmee de gewensterijsnelheid gehandhaafd kan worden,zonder het gaspedaal in te hoeventrappen. Het systeem kan gebruiktworden bij een snelheid van meerdan 30 km/h op lange, droge enrechte wegen met weinigveranderingen in derijomstandigheden (bijv.

snelwegen).Het gebruik van de cruise-controlwordt dus niet aanbevolen opbuitenwegen met druk verkeer.Gebruik het systeem niet in de stad.InschakelenZet de draaischakelaar A fig. 24 op .Het systeem kan niet wordeningeschakeld als het voertuig in de 1eversnelling of in de achteruit staat.Het is raadzaam om het systeem in teschakelen vanaf de 5e versnelling ofhoger.Op afdalingen kan de snelheid bijingeschakelde cruise-control iets hogerliggen dan de opgeslagen snelheid.Wanneer het systeem is ingeschakeld,gaat het digitale lampje brandenen verschijnt een bijbehorend berichtop het display.Snelheid opslaanGa als volgt te werk:❒zet de draaischakelaar A fig.

24 open trap het gaspedaal in om degewenste snelheid te bereiken;❒beweeg de hendel ten minste éénseconde omhoog (+) en laat dezevervolgens los: de snelheid wordtopgeslagen en het gaspedaal kanlosgelaten worden.Indien nodig (bijvoorbeeld bij inhalen)kan de snelheid gewoon verhoogdworden door het gaspedaal in tetrappen: als het gaspedaal vervolgenswordt losgelaten, keert de auto terugnaar de eerder opgeslagen snelheid.24 A0L002231

Snelheid oproepenAls het systeem is uitgeschakeld doorbijvoorbeeld het intrappen van hetrempedaal, kan de ingestelde snelheidals volgt worden opgeroepen:❒geef geleidelijk gas totdat eensnelheid in de buurt van deopgeslagen snelheid wordt bereikt;❒schakel de versnelling in dieingeschakeld was op het momentdat de snelheid werd opgeslagen;❒druk op de CANCEL/RESUME-knop(B fig. 24). Snelheid verhogenDit kan op twee manieren:❒door het gaspedaal in te trappen ende nieuwe snelheid op te slaanof❒door de hendel omhoog (+) te zettentot de nieuwe snelheid is bereikt, dieautomatisch wordt opgeslagen. Elke beweging van de hendel komtovereen met een verhoging van desnelheid van ongeveer 1 km/h; als dehendel omhoog wordt gehouden,dan neemt de snelheid traploos toe.

Snelheid verlagenDit kan op twee manieren:❒door het systeem uit te schakelen ende nieuwe snelheid op te slaanof❒door de hendel omlaag (–) tebewegen tot de nieuwe snelheid isbereikt, die automatisch wordtopgeslagen. Elke beweging van de hendel komtovereen met een kleine verlaging vande snelheid van ongeveer 1 km/h;als de hendel omlaag wordt gehouden,dan neemt de snelheid traploos af. UitschakelenDe bestuurder kan het systeem op devolgende manieren uitschakelen:❒door de draaischakelaar A fig. 24 opO te zetten;❒door de motor uit te schakelen;❒door op de CANCEL/RESUME-knopte drukken;❒door het rem- of gaspedaal in tetrappen; in het laatste geval wordthet systeem niet vollediguitgeschakeld, maar wordt voorrangaan het acceleratieverzoek gegeven. Het systeem blijft actief, zonder denoodzaak om de CANCEL/RESUME-knop te bedienen om nahet accelereren naar de vorigetoestand terug te keren.

14) 15)AutomatischeuitschakelingIn de volgende gevallen wordt hetsysteem automatisch uitgeschakeld:❒als het ABS- of het ESC-systeemingrijpt;❒bij een voertuigsnelheid onder deingestelde limiet;❒in geval van een systeemstoring.

25 kan in drie standen wordengezet:❒rechts ingedrukt: lampje altijd aan❒links ingedrukt: lampje altijd uit❒middelste stand (neutraal): het lampjegaat aan/uit bij het openen/sluitenvan de portieren.TIJDSCHAKELINGPLAFONDVERLICHTINGOm het in-/uitstappen in het donker enop slecht verlichte plaatsen tevergemakkelijken zijn er tweetijdregelingen voorzien.Tijdschakeling bij hetinstappenDe plafondverlichting gaat als volgtbranden:❒ongeveer 10 seconden wanneer deportieren worden ontgrendeld;❒ongeveer 3 minuten wanneer een vande portieren wordt geopend;❒ongeveer 10 seconden wanneer eenvan de portieren wordt gesloten.De tijdregeling wordt onderbrokenwanneer de sleutel in de stand MARwordt gedraaid.Tijdschakeling bij hetuitstappenAls de sleutel uit het contactslot wordtverwijderd, gaat de plafondverlichtingop de volgende manieren branden:❒ongeveer 10 seconden, als de sleutelbinnen 2 minuten na het uitschakelenvan de motor wordt verwijderd;❒ongeveer 3 minuten wanneer een vande portieren wordt geopend;❒ongeveer 10 seconden wanneer eenvan de portieren wordt gesloten.De tijdschakeling stopt automatischwanneer de portieren vergrendeldworden.25 A0L006033-CHTING

BEDIENINGSELEALARMKNIPPERLICHTENWerkingDruk op schakelaar A fig. 26 om delichten in/uit te schakelen.Controlelampjes en op het paneelbranden als de alarmknipperlichtenaan zijn.16)MISTACHTERLICHTWerkingDruk op fig. 27 om het licht in- of uitte schakelen.De led op de knop gaat branden omaan te geven dat het mistachterlicht isingeschakeld. Het mistachterlicht gaatalleen branden als het dimlicht isingeschakeld.CENTRALEPORTIERVERGRENDELINGWerkingDruk op de knop fig. 28 om alleportieren tegelijk te vergrendelen.

Als deportieren vergrendeld zijn, gaat de ledop de knop branden.De vergrendeling vindt onafhankelijkvan de stand van de contactsleutelplaats.AFSLUITER VAN DEBRANDSTOFTOEVOERWerkingDeze treedt in werking bij een botsingen leidt tot:❒afsluiting van de brandstoftoevoerwaardoor de motor afslaat;❒automatische ontgrendeling van deportieren❒automatische inschakeling van deinterieurverlichting;❒inschakeling van dealarmknipperlichten.Het digitale waarschuwingslampjeen het speciale bericht op het displaygeven de inwerkingtreding van hetsysteem aan.26 A0L002327 A0L0024 28 A0L002634WEGWIJS IN UW AUTO-MENTEN

17)Draai na een botsing de contactsleutelnaar STOP om te voorkomen dat deaccu leegloopt.Ga als volgt te werk om de correctewerking van de auto te herstellen:❒zet de bedieningshendel van de linkerrichtingaanwijzer in de middelstestand (neutraal);❒draai de contactsleutel in de standMAR;❒schakel de richtingaanwijzer rechtsin;❒schakel de richtingaanwijzer rechtsuit;❒schakel de richtingaanwijzer links in;❒schakel de richtingaanwijzer links uit;❒schakel de richtingaanwijzer rechtsin;❒schakel de richtingaanwijzer rechtsuit;❒schakel de richtingaanwijzer links in;❒schakel de richtingaanwijzer links uit;❒draai de contactsleutel naar destand STOP;❒draai de contactsleutel naar de standMAR.BELANGRIJK16) Het gebruik vanalarmknipperlichten wordtgeregeld door dewegenverkeerswetgeving van hetland waar u rijdt: neem dewettelijke voorschriften in acht.17) Als na een botsing eenbrandstoflucht wordt geroken ofbrandstoflekkage wordtgeconstateerd, het systeem nietopnieuw inschakelen om hetrisico op brand te voorkomen.INTERIEURUIOPBERGVAKKENVoorBij bepaalde versies/markten, bezit deauto een opbergvak A fig.

29 op hetdashboard.AchterDit opbergvak bevindt zich in hetmidden van de scheidingswand en isgemakkelijk toegankelijk vanaf de 2stoelen. Druk om het te openen opknop A fig. 30 en maak klem B los. Erzit een slot in knop A, zodat hetopbergvak kan worden afgesloten meteen speciale sleutel.Bij sommige versies is het opbergvakvervangen door een tas van gaasfig. 31.29 A0L015935-TRUSTING

OPBERGVAK(voor bepaalde versies/markten)Dit bevindt zich onder het dashboardvoor de passagiersstoel, op het puntaangegeven in fig. 32.STOPCONTACTDit bevindt zich op de middelste tunnelfig. 33.BELANGRIJK Sluit geen apparaten meteen hoger vermogen dan 180 W ophet stopcontact aan. Beschadig hetstopcontact niet door ongeschiktestekkers te gebruiken.AANSTEKER(voor bepaalde versies/markten)WerkingDeze bevindt zich op de middelstetunnel . Druk knop A fig. 34 in om deaansteker in te schakelen.Na enkele seconden keert de knopterug naar de beginstand en is deaansteker gebruiksklaar. 18)BELANGRIJK Controleer na gebruikaltijd of de aansteker is uitgeschakeld.BELANGRIJK Sluit geen apparaten meteen hoger vermogen dan 180 W ophet stopcontact aan. Beschadig hetstopcontact niet door ongeschiktestekkers te gebruiken.30 A0L015631 A0L015732 A0L016633 A0L003034 A0L003136WEGWIJS IN UW AUTO

ASBAK(voor bepaalde versies/markten)Dit is een uitneembare kunststof houdermet een veersluiting B fig. 35 die zichop de middelste tunnel bevindt. 19)BEKERHOUDER(voor bepaalde versies/markten)Bekerhouder C fig. 35 bevindt zich opde middelste tunnel op het in deafbeelding aangegeven punt.TAS OP RUGLEUNINGDeze bevindt zich op de achterkant vande rugleuning van de bestuurdersstoelfig. 36.ZONNEKLEPPENDeze bevinden zich aan beide kantenvan de achteruitkijkspiegel. Ze kunnennaar voren geklapt worden.BRANDBLUSSER(voor bepaalde versies/markten)Deze bevindt zich onder het dashboardvoor de passagiersstoel, op het puntaangegeven in fig. 37.BELANGRIJK18) De aansteker kan bijzonder heetworden.

Wees voorzichtig en zorgdat hij niet wordt gebruikt doorkinderen: brandgevaar en/ofgevaar voor brandwonden.19) Gebruik de asbak niet alsprullenbak: de inhoud kan doorsigarettenpeuken in brand raken.35 A0L003236 A0L013937 A0L003437

PORTIERENCENTRALEPORTIERVERGRENDELING/Portieren vergrendelenvan buitenafDruk bij gesloten portieren op de knopvan de afstandsbediening of steek endraai de metalen baard (van de sleutel)in het slot van het portier.De led A fig. 38 op de knop op hetdashboard gaat branden om aan tegeven dat de portieren vergrendeld zijn.De portiervergrendeling vindt plaatsals alle portieren gesloten zijn,onafhankelijk van het feit of deachterklep geopend of gesloten is.Portieren ontgrendelenvan buitenafDruk op de knop van deafstandsbediening of steek en draai demetalen baard (van de sleutel) in hetslot van het bestuurdersportier.Portieren vergrendelen/ontgrendelen vanbinnenuitDruk op knop . De knop is voorzienvan een led-lampje dat aangeeftwanneer de portieren wordenver-/ontgrendeld.Led aan: portieren vergrendeld.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Alfa Romeo Giulia (2015) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden