Alfa Romeo Brera (2009) Handleiding

Alfa Romeo Auto Brera (2009)

Bekijk gratis de handleiding van Alfa Romeo Brera (2009) (270 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Alfa Romeo Brera (2009) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/270
INSTRUCTIEBOEK
ALFA
530.05.007 NL

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Alfa Romeo
Categorie: Auto
Model: Brera (2009)

Handleiding Alfa Romeo Brera (2009) – volledige tekst

Hoewel alle uitvoeringen van de Alfa Brera in dit instructieboek worden beschreven, moetu zich aan de informatie houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en hetmodel van de auto die u hebt gekocht.Geachte klant,Wij bedanken u dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen.Uw Alfa Brera is ontworpen voor een veilige, comfortabele en rustige rit, zoals u van Alfa Romeo verwacht.Dit instructieboek helpt u om de specificaties en werking van uw auto snel en grondig te leren kennen.De volgende pagina’s bevatten de volledige aanwijzingen, zodat u de maximale prestaties uit uw Alfa Brerakunt halen en alle benodigde instructies voor het op peil houden van de prestaties, de kwaliteit, de veiligheid en dezorg voor het milieu.In de Service- en garantiehandleiding vindt u het garantiecertificaat en een gids over de door Alfa Romeo aange-boden diensten.Belangrijke en waardevolle diensten.

Als u een Alfa Romeo aanschaft, schaft u niet alleen een auto aan, maar ookde rust van een complete ondersteuning en een efficiënte, snelle en zorgvuldige organisatie.Veel leesplezier en een goede reis.

ABSOLUUT LEZEN!TANKENBenzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een octaangetal van minimaal 95 RON.Dieselmotoren: tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590.Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en ervoor zorgen datde garantie vervalt.KMOTOR STARTENBenzinemotoren: trek de handrem aan, trap het koppelingspedaal volledig in zonder het gaspedaal in tetrappen, zet de versnellingspook in vrij, steek de elektronische sleutel volledig tot aan de aanslag in het contact endruk kort op de knop START/STOP.Dieselmotor: trek de handrem aan, trap het koppelingspedaal geheel in zonder het gaspedaal in te trappen, zetde versnellingspook in vrij, steek de elektronische sleutel tot aan de aanslag volledig in het contact.

Op hetinstrumentenpaneel gaat het lampje mbranden; wacht totdat het lampje muitgaat – dit gaat sneller als demotor warm is. Druk meteen nadat het lampje uit gaat kort op de knop START/STOP.PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALENAls de motor draait, bereikt de katalysator hoge temperaturen. Parkeer de auto dus niet op gras of bovendroge bladeren, dennennaalden of ander ontvlambaar materiaal: er is dan kans op brand.BESCHERMING VAN HET MILIEUDe auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die van in-vloed zijn op de uitlaatgasemissie; hierdoor wordt overmatige vervuiling van het milieu voorkomen.

ELEKTRISCHE APPARATUURAls u na aanschaf van uw auto accessoires wilt installeren die stroom verbruiken (met het risico van geleidelijkeontlading van de accu), moet u zich wenden tot een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk; de dealer kanhet totale opgenomen vermogen meten en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voorde extra belasting.쇵CODE-CARD (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto.GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDGoed onderhoud van de auto is de beste manier om de prestaties en de veiligheid van de auto gedurende lan-gere tijd te garanderen. Ook wordt hierdoor het milieu ontzien en blijven de exploitatiekosten laag.IN HET INSTRUCTIEBOEK...…vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onder-houd van uw auto.

Service- en garantiehandleidingElke klant die een nieuwe auto in ontvangst neemt, krijgt de Service- en garantiehandleiding overhandigd; hierinstaan de normen voor de dienstverlening van de Alfa Romeo-dealer en de manier waarop garantieclaims kunnenworden ingediend.De juiste uitvoering van het geprogrammeerd onderhoud, zoals voorgeschreven door de fabrikant, is de beste ma-nier om gedurende de levensduur de prestaties, de veiligheid en de lage bedrijfskosten van de auto ongewijzigd telaten en bovendien is het uitvoeren van het geprogrammeerd onderhoud nodig voor het behouden van de garantie.OnderhoudsboekHierin worden de diensten van Alfa Romeo beschreven.

De diensten zijn herkenbaar door de symbolen en merkte-kens van de fabrikant.De organisatie van Alfa Romeo in Italië kan in het telefoonboek ook onder de „A” van Alfa Romeo worden gevonden.Niet alle in dit boek beschreven modellen worden in alle landen verkocht. Slechts enkele in dit boek beschreven delen van de uitrusting zijn standaard in de auto gemonteerd. U kunt de lijst met beschikbare accessoires bij dedealer raadplegen.

DE SYMBOLEN IN DIT BOEKDe symbolen op deze pagina staan bij de onderdelen in dit boek waar we extra aandacht voor vragen.Let op. Het niet of niet geheelopvolgen van deze instructies kangevaar opleveren voor personenin de auto.Aanwijzing voor het juiste gedrag, zodat het gebruik van de auto zo min mogelijk schade aan het milieu oplevert.Let op. Door het niet of onvolledig in achtnemen van deze voorschriften kunnen erernstige beschadigingen aan het voertuigontstaan en is het mogelijk dat degarantie vervalt.De teksten, afbeeldingen en technische gegevens in dit boek zijn gebaseerdop de stand van zaken bij het ter perse gaan. Alfa Romeo streeft continu naar verbetering in de kwaliteit van haar producten en daarom behoudenwij ons het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande kennisgeving, wijzigingen in de technische specificatie en de uitrusting door te voeren.

9VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENALFA ROMEO CODEVoor een nog betere bescherming te-gen diefstal is de auto uitgerust met eenelektronische startblokkering. Het wordtautomatisch ingeschakeld door de elek-tronische sleutel uit het contact te ver-wijderen.In elke elektronische sleutel bevindt zicheen elektronisch mechanisme; dit mechanisme moduleert het signaal dattijdens het starten door een in het con-tact geïntegreerde antenne wordt ver-zonden.

Het signaal wordt bij het star-ten omgezet in een gecodeerd signaalen vervolgens aan de regeleenheid ge-zonden; als de code wordt herkend, kande motor worden gestart.SYMBOLENOp of in de nabijheid van enkele on-derdelen van uw voertuig zijn gekleur-de stickers aangebracht met daaropsymbolen die uw aandacht vragen endie voorzorgsmaatregelen aangeven diein acht moet worden genomen als u metdit onderdeel te maken krijgt.Bovendien is er een plaatje met hetoverzicht van de symbolen Afb. 3onder de motorkap aangebracht.A0F0138mAfb. 3

10VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENWeergave bericht + symboolYtijdens het rijdenAls het bericht met symbool Yop hetdisplay wordt weergegeven, betekentdit dat het systeem een zelfcontrole uit-voert (bijvoorbeeld bij een verlaging vande spanning). Als het bericht met het symbool Yophet display blijft staan, moet u zich toteen dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk wenden. WAARSCHUWING Elke elektroni-sche sleutel heeft een eigen code, diein de regeleenheid van het systeemmoet worden opgeslagen. Als u nieuwesleutels (maximaal acht) in het geheugenwilt opslaan, moet u zich tot een dealervan het Alfa Romeo Servicenetwerkwenden. Neem dan alle sleutels in uwbezit, de CODE-card, een identiteits-bewijs en de autopapieren mee.

Als deopgeslagen sleutelcodes niet opnieuwworden ingevoerd als er een nieuwesleutelcode wordt opgeslagen, wordenze uit het geheugen gewist; eventueelverloren of gestolen sleutels kunnen danniet meer voor het starten van de motor worden gebruikt. WERKINGTelkens als de elektronische contact-sleutel in het contact wordt geplaatsten bij elke startpoging stuurt het AlfaCODE-systeem een code naar de regel-eenheid van de motor die, als de codewordt herkend, de blokkering van defuncties opheft. De herkenningscode wordt alleen doorde regeleenheid van de Alfa CODE ver-zonden als de door de elektronischesleutel verzonden code is herkend. Als de elektronische sleutel in het con-tact is geplaatst of als de motor wordtgestart en de code wordt niet herkend,wordt er een bericht samen met een sym-bool op het display weergegeven (ziehet hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

Verwijder in dat geval de elektronischesleutel uit het contact en plaats vervol-gens de sleutel opnieuw; als de blok-kering nog niet wordt opgeheven,probeer dan de andere sleutels. Als demotor dan nog niet start, moet u contactopnemen met een dealer van het AlfaRomeo Servicenetwerk.

Bij krachtige stoten raaktde elektronische sleutelbeschadigd. Als er ongeveer 2 secon-den zijn verstreken na-dat de elektronischesleutel in het contact is gestokenen het bericht en het symboolworden nog steeds op het displayweergegeven, dan is de codevan de sleutels niet opgeslagenen wordt de auto niet door AlfaCODE tegen diefstal beschermd. Neem in dat geval contact opmet een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk; die kande sleutelcodes voor u opslaan.

Met de elektronische sleutel wordt hetstartmechanisme van de auto bediend.De knop Ázorgt dat de portieren, deachterklep en het tankluikje centraalworden vergrendeld en dat het alarmwordt ingeschakeld (voor bepaalde uit-voeringen/markten, waar voorzien).Als de sloten zijn vergrendeld, wordende buitenspiegels ingeklapt (voor be-paalde uitvoeringen/markten, waarvoorzien); als de sleutel weer in het contact wordt geplaatst, worden de spiegels automatisch weer uitgeklapt.Deze functie kan worden uitgeschakeld(zie het deel „Buitenspiegels”).De knop Ëzorgt dat de portieren enhet tankluikje centraal worden geopendterwijl het alarm wordt uitgeschakeld(voor bepaalde uitvoeringen/markten,waar voorzien).Met de knop `wordt de bagage-ruimte ontgrendeld.Als de portieren met de knop Ëwordenontgrendeld en er niet binnen 2,5 mi-nuten een portier of de achterklep wordtgeopend, vergrendelt het systeem automatisch alle portieren en de achterklep van de auto.Als de portieren worden ontgrendeld,gaat de ruit aan de bestuurderszijde ietsomlaag zodat het portier gemakkelij-ker kan worden geopend.

Als het por-tier niet wordt geopend, sluit de ruit naongeveer 3 minuten automatisch. Alshet portier wel wordt geopend en daar-na weer gesloten, gaat de ruit weer om-hoog.ELEKTRONISCHESLEUTEL CODE CARD (voor bepaalde uitvoeringen/markten,waar voorzien)De klant krijgt samen met de sleutels vande auto een CODE CARD Afb. 4 over-handigd; hierop staat een mechanischecode Aen een elektronische code B.De codes moeten op een veilige plaatsworden bewaard, maar niet in de auto.A0F0023mAfb. 4A0F0021mAfb. 5Als de auto wordt ver-kocht, moeten alle elek-tronische sleutels en deCODE-card aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd.

De metalen baard heeft de volgendefuncties:❒het centraal ver-/ontgrendelen vande portieren via het slot op het be-stuurdersportier (als de accu leeg is,wordt alleen het bestuurdersportierontgrendeld);❒de ruiten openen/sluiten;❒de schakelaar (voor bepaalde uit-voeringen/markten, waar voorzien)voor het uitschakelen van de airbagsvoor en voor de knieën (voor be-paalde uitvoeringen/markten, waarvoorzien) aan de passagierszijde;Batterij van de elektronischesleutel vervangen Als er op één van de knoppen Ë, Áof`wordt gedrukt en het commandwordt geweigerd of niet uitgevoerd,het nodig zijn de batterij door een nwe gelijkwaardige, in de normale hdel verkrijgbare, batterij te vervangAls u zeker wilt weten dat de battmoet worden vervangen, drukt u opknoppen Ë, Áof `van een andere elektronische sleutel.Als de bagageruimte wordt vergrendworden de controlefuncties weer uivoerd en knipperen de richtingawijzers 1 keer.A0F0022mAfb.

13VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLEN❒verwijder de batterij D-Afb. 8 uithet vakje; onthoud de polariteit (inde afgebeelde stand bevindt de pluspool zich aan de onderzijde);❒plaats de nieuwe batterij in het vak-je – houd daarbij rekening met depolariteit;❒plaats het vakje geheel in de zittingen klap de metalen baard in.Vervang van de batterij Afb. 8 alsvolgt:❒klap de metalen baard A uit doorop de knop Bte drukken;❒maak het geklemd gemonteerde rode vakje B-Afb. 9 met behulpvan de metalen baard van deAelektronische sleutel op het aange-geven punt open;A0F0035mAfb. 8A0F0242mAfb. 9Lege batterijen zijnschadelijk voor het mi-lieu en moeten in daar-voor bestemde containers wor-den weggegooid.

14VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENSAFE LOCK-SYSTEEM(voor bepaalde uitvoeringen/markten,waar voorzienDit is een veiligheidssysteem dat ervoorzorgt dat de binnenhandgrepen van deauto niet werken.Het safe lock-systeem biedt de best mo-gelijke bescherming tegen pogingen totdiefstal. Daarom raden wij u aan omhet systeem altijd in te schakelen als ude auto verlaat.Als het safe lock-sys-teem wordt ingescha-keld, is het niet meer mogelijkde portieren vanuit de auto teopenen.

Controleer voordat uuit de auto stapt of er geen personen in de auto achterblij-ven.OPGELETAls de batterij van deelektronische sleutelleeg is, kan het systeem alleenworden uitgeschakeld door demetalen baard in het bestuur-dersportierslot te draaien ofde elektronische sleutel in hetcontact te steken.OPGELETAls de accu leeg is, kanhet systeem alleenworden uitgeschakeld door demetalen baard van de elektro-nische sleutel in het bestuur-dersportierslot te draaien: defunctie op het portier aan depassagierszijde blijft inge-schakeld.OPGELET

15VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENHet systeem uitschakelenHet systeem wordt in de volgende gevallen automatisch op alle portieren/ deuren uitgeschakeld:❒als de portieren worden ontgrendeld;❒als alleen het bestuurdersportierwordt ontgrendeld (waar voorzien);❒als de elektronische sleutel in hetcontact wordt geplaatst.Als het systeem wordt ingeschakeld,gaat het lampje op het bestuurders-portierpaneel drie keer knipperen en,alleen als het systeem is ingeschakeldmet de knop Ávan de elektronischesleutel, de richtingaanwijzers.Het systeem schakelt niet in als een of meerdere portieren niet goed zijn gesloten: zo wordt er voorkomen dateen persoon via het geopende portierin de auto kan stappen en de auto nietmeer kan verlaten als het portier ver-volgens wordt gesloten.A0F0021mAfb.

10Het systeem inschakelenDe functie wordt in de volgende geval-len automatisch bij alle portieren inge-schakeld:❒als de metalen baard van de elek-tronische sleutel twee maal in hetbestuurdersportier naar de vergren-delstand wordt gedraaid;❒als de knop Áop de elektronischesleutel twee maal wordt ingedrukt.

16VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDEN(*) de functie „Bestuurdersportier onafhankelijk ontgrendelen” kan met behulp van het „Setup-menu” van de auto worbaar multifunctioneel display” in dit hoofdstuk). Als er in dat geval op de knop Áwordt gedrukt of de metalen baard van de elektronische sleuwordt gedraaid, wordt alleen het bestuurdersportier ontgrendeld. Als u alle portieren wilt ontgrendelen, moet u twee Ëdrukken of moet u de metalen baard van de elektronische sleutel twee keer linksom draaien.WAARSCHUWING De ruiten gaan open als de portieren worden ontgrendeld.

17VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENAfhankelijk van de marktuitvoering vande auto gaan bij inschakeling van hetalarm de richtingaanwijzers ongeveer26 seconden knipperen. De manierwaarop het systeem werkt en het aan-tal cycli kunnen per land verschillen. Er is een maximum aantal hoorbare/zichtbare cycli. Als de alarmcyclus is afgelopen, gaat het systeem weer normaal werken. WAARSCHUWING Als de portierenin een noodgeval centraal met de elek-tronische sleutel worden ontgrendeld,wordt het alarm niet uitgeschakeld; alsvervolgens een van de portieren of debagageruimte wordt geopend, wordt desirene ingeschakeld. Zie voor het uit-schakelen van de sirene de paragraaf„Alarm uitschakelen”.

WAARSCHUWING De blokkeringvan de motor door de Alfa CODE wordt automatisch ingeschakeld als deelektronische sleutel uit het contactwordt verwijderd. ALARM INSCHAKELENAls de portieren, de bagageruimte enhet tankluikje zijn gesloten en de elektronische sleutel uit het contact is verwijderd, richt de elektronische sleutedan op de auto, druk op de knop Áenlaat de knop weer los. U hoort een geluidssignaal („BIEP”)(behalve bij uitvoeringen voor bepaalde markten) en de portieren worden vergrendeld. Als het alarm wordt ingeschakeld, worer eerst een zelfdiagnose uitgevoerd,waarbij het lampje op hetA-Afb. 11portier aan de bestuurderszijde met verschillende frequenties knippert: bij eestoring klinkt er nog een geluidssignaavan het systeem.

ALARM(voor bepaalde uitvoeringen/markten,waar voorzienINWERKINGTREDING VAN HET ALARMHet diefstalalarm wordt in de volgendegevallen geactiveerd:❒onbevoegd openen van portieren,motorkap en bagageruimte (om-trekbeveiliging);❒inschakeling van het contact met eenniet-geschikte elektronische sleutel;❒onderbreking van de kabels van deaccu;❒bewegende voorwerpen in de auto(volumetrische beveiliging);❒verkeerd omhoog komen/kantelenvan de auto (voor bepaalde uitvoe-ringen/markten, waar voorzien);De volumetrische beveiliging en de hellingshoekdetectie kunnen worden uitgeschakeld met de bediening op hetplafondlampje voor (zie „Volumetrischebeveiliging/hellingshoekdetectie” op devolgende pagina’s). A0F0034mAfb. 11.

18VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENDIEFSTALALARMUITSCHAKELENDruk op de knop Ë. Het volgende gebeurt (met uitzondering van bepaaldemarkten):❒de richtingaanwijzers knipperentwee keer kort;❒u hoort twee korte geluidssignalen(„BIEP”);❒de portieren worden ontgrendeld. Bovendien kan het alarm worden uit-geschakeld als de elektronische sleutelin het contact wordt geplaatst. WAARSCHUWING Als er tijdens debewakingsfase een diefstalpoging wordtgesignaleerd, wordt er bij bepaalde uit-voeringen, als de elektronische sleutelin het contact wordt geplaatst, een bericht op het display van het instru-mentenpaneel weergegeven. VOLUMETRISCHE/KANTELBEVEILIGING Voor een correcte werking van deveiliging moeten de ruiten vollediggesloten.

Deze functie kan zo nodig wordengeschakeld (als er bijvoorbeeld diein de auto worden gelaten) door opknop A-Afb. 12 op het plafondlampvóór te drukken, binnen 1 minuut dat het instrumentenpaneel is uitgschakeld en voordat het antidiefstsysteem wordt ingeschakeld. Het lampje op de knop gaat brandals deze functie wordt ingeschakeld. uitschakelen van de volumetrischeveiliging/kantelsensor moet telkeworden herhaald als het instrumentpaneel uitgeschakeld is geweest. BewakingNa het inschakelen knippert het lampjeA-Afb. 11 om aan te geven dat hetsysteem de auto bewaakt. Het lampjeknippert de hele tijd dat het systeemde auto bewaakt. WAARSCHUWING Het alarm wordtal in de fabriek aan de normen van dediverse landen aangepast.

Zelfdiagnose en controleportieren/motorkap/bagageruimteAls er na het inschakelen van het alarmeen tweede geluidssignaal klinkt, scha-kel het systeem dan uit door op de knopËte drukken; controleer of de portieren,de motorkap en de bagageruimte goedzijn gesloten en schakel het systeemopnieuw in door nogmaals op de knopÁte drukken. Een slecht gesloten portier of motorkapwordt niet door het antidiefstalsysteembeveiligd.

13 van de elektro-nische sleutel (naast het stuur);❒knop START/STOP (onder de lezer van de elektronische sleutel).WAARSCHUWING Laat de elektro-nische sleutel niet in het contact bij eenuitgeschakelde auto, om te voorkomendat de accu ontlaadt.ALARM BUITEN GEBRUIKSTELLENAls u het alarm volledig buiten werkingwilt stellen (bijvoorbeeld als de autolangdurig wordt gestald), moet de au-to worden afgesloten door de metalenbaard (in de elektronische sleutel) inhet bestuurdersportierslot te draaien.OFFICIEEL GOEDGEKEURDAfhankelijk van de wetgeving in de afzonderlijke landen wat betreft radio-frequenties heeft de fabrikant van dezender voor de markten waarvoor datnodig is het nummer van de typegoed-keuring aangebracht op het onderdeel.Bij bepaalde uitvoeringen/marktenmoet de code ook op de zender en/ofontvanger worden aangebracht.A0F0219mAfb.

13Als het contact ver-keerd wordt gebruikt(bijvoorbeeld tijdens een dief-stalpoging), moet de werkingervan door het Alfa RomeoServicenetwerk worden ge-controleerd, voordat er weermet de auto wordt gereden.OPGELETVerwijder bij het ver-laten van de auto altijdde elektronische sleutel, zodatbepaalde functies niet per ongeluk kunnen worden inge-schakeld. Vergeet niet dehandrem aan te trekken. Scha-kel de eerste versnelling in alsde auto op een helling omhoogstaat en de achteruit bij eenhelling omlaag (gezien vanuitde rijrichting). Laat kinderennooit alleen achter in de auto.OPGELET

20VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENWAARSCHUWING Als de elektro-nische sleutel in het contact worgeplaatst en het lampje Yop het instrumentenpaneel gaat branden (bepaalde uitvoeringen wordt er ebericht op het display weergegevecontroleer dan of u de juiste elektrsche sleutel hebt en probeer de sleunog een keer in het contact te plaasen.

Ga naar een dealer van het ARomeo Servicenetwerk als het problblijft bestaan.HET INSTRUMENTENPANEEL UITSCHAKELENDruk bij uitgeschakelde motor en gelaten koppelings- en rempedaalde START/STOP-knop of verwijdde elektronische sleutel uit het contNa enkele seconden gaat het instrmentenpaneel geleidelijk uit.WAARSCHUWING Ga naar eendealer van van het Alfa RomeServicenetwerk als het instrumentpaneel niet wordt uitgeschakeld.INSTRUMENTENPANEELINSCHAKELENGa als volgt te werk:❒steek de elektronische sleutel in hetcontact;❒als de elektronische sleutel is geplaatst, druk dan op de knopSTART STOP/ zonder het koppe-lings- of rempedaal in te trappen.Als de auto wordt verlaten, maar hetinstrumentenpaneel blijft per ongelukingeschakeld, worden de elektrische systemen na ongeveer 1 uur uitgescha-keld om te voorkomen dat de accu ont-laadt.WAARSCHUWING Als de elektroni-sche sleutel helemaal in het contact wordtgeplaatst, moet deze vergrendelen.WAARSCHUWING Als het instru-mentenpaneel niet wordt ingeschakeld,moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.A0F0028mAfb.

14DE MOTOR STARTENZie hiervoor de paragraaf „Starten vande motor” in het hoofdstuk „Starten enrijden”.START/STOP-KNOP Afb. 14Met de START/STOP-knop op hetdashboard kunnen de elektrische systemen van de auto worden inge-schakeld en de motor worden gestarten uitgeschakeld.De START/STOP-knop is voorzienvan een verlichte rand. Deze brandt, samen met het instrumentenpaneel, alsde motor kan worden gestart.

21VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENHet is streng verbodenom demontage-/mon-tagewerkzaamheden uit tevoeren waarbij wijzigingen inde stuurinrichting of de stuur-kolom moeten worden aange-bracht (bijvoorbeeld bij mon-tage van een diefstalbeveili-ging). Hierdoor kunnen deprestaties van het systeem, degarantie en de veiligheid in ge-vaar worden gebracht en vol-doet de auto niet meer aan detypegoedkeuring.OPGELETUitschakelenHet stuurslot wordt uitgeschakeld alsde elektronische sleutel in het contactwordt geplaatst.WAARSCHUWING Als de motor tijdens de rit wordt uitgeschakeld, wordthet stuurslot pas weer ingeschakeld alsde motor de volgende keer bij stil-staande auto wordt uitgeschakeld.

Erwordt dan een bericht op het displayweergegeven.WAARSCHUWING Bij een storingaan het stuurslot worden er een sym-bool en een bericht op het display weer-gegeven. Neem in dat geval contact opmet een dealer van Alfa Romeo.STUURSLOTInschakelenHet stuurslot wordt na ongeveer 5 seconden na het verwijderen van deelektronische sleutel uit het contact enna de controle door het systeem vande volgende omstandigheden inge-schakeld:❒motor uitgeschakeld;❒instrumentenpaneel uitgeschakeldbij stilstaande auto;❒elektronische sleutel verwijderd uithet contact.WAARSCHUWING Als u probeerthet instrumentenpaneel in te schake-len en/of probeert de motor te startenen het bericht „Beschermingssysteemniet aanwezig” wordt weergegeven,herhaal de handeling met het stuur danzodat het stuur wordt vergrendeld. Deweergave van het bericht op het displayheeft geen invloed op de werking vanhet stuurslot.

22VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENBRANDSTOFMETER Afb. 15De wijzer geeft de hoeveelheid brastof in de tank aan.0 – tank leeg.1 – volle tank (zie de paragraaf „Tanken met de auto” in dit hoofdstuHet lampje gaat branden als er noongeveer 10 liter brandstof in de brastoftank aanwezig is. Als de actradius minder dan ongeveer 50 km 31 mijl) bedraagt, wordt er bij bepaauitvoeringen een waarschuwingsbeop het display weergegeven.Als het lampje Ktijdenshet rijden gaat knippe-ren, moet u contact op-nemen met een dealer van hetAlfa Romeo Servicenetwerk.A0F00177mAfb. 15INSTRUMENTENTOERENTELLERDe toerenteller levert informatie over hettoerental van de motor.

Als de wijzer vande toerenteller zich in het rode gebied be-vindt bij het einde van het bereik, draaitde motor met een te hoog toerental,waardoor de mechanische onderdelen be-schadigd kunnen raken: als de toerentel-ler zich in dit gebied bevindt, moet hettoerental door de bestuurder worden aan-gepast.WAARSCHUWING Het regel-systeem voor de elektronische inspui-ting onderbreekt geleidelijk de brand-stoftoevoer als de motor met een tehoog toerental draait (de wijzer van detoerenteller staat in het rode gebied),waardoor het vermogen van de motorafneemt en het toerental weer binnende veilige marges valt.De toerenteller kan, afhankelijk van desituatie, bij stationair toerental een kleine of herhaaldelijk voorkomende stijging van het toerental aangeven. Ditis een normaal verschijnsel dat kan op-treden als bijvoorbeeld de klimaat-regeling of de elektroventilateur wordtingeschakeld.

23VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENWAARSCHUWING Onder bepaaldeomstandigheden (bijvoorbeeld op eensteile helling) kan de meter een anderewaarde aangeven dan de werkelijke hoe-veelheid in de tank en de wijzigingen kun-nen met een vertraging worden weerge-geven. Dit hoort bij de normale werkingvan de meter.Als het waarschuwingslampje ugaatbranden (bij bepaalde uitvoeringenwordt er ook een bericht op het displayweergegeven), is de koelvloeistof-temperatuur te hoog; zet in dat gevalde motor uit en neem contact op meteen dealer van Alfa Romeo.WAARSCHUWING Als de wijzer hetrode gebied nadert, kan dit te makenhebben met een bijzondere situatie, zo-als het rijden met lage snelheid, op eenhelling, volledig beladen of met een aanhanger of bij een hoge omgevings-temperatuur.A0F0178mAfb.

16KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETER Afb. 16De wijzer geeft de koelvloeistoftempe-ratuur weer; de aanduiding start als detemperatuur van de vloeistof hogerwordt dan ongeveer 50 °C.Onder normale omstandigheden staat dewijzer in het midden van de meter. Alsde wijzer in de buurt van het rode ge-bied komt, moet de bestuurder mindergrote prestaties van de auto verlangen.

24VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENMOTOROLIE-TEMPERATUURMETER(benzine-uitvoeringen,behalve 1750 TURBOBENZINE) Afb. 17De wijzer geeft de motorolietempera-tuur weer; de aanduiding start als detemperatuur van de olie hoger wordtdan ongeveer 70 °C.Als de wijzer in het rode gebied komt,moeten de prestaties worden beperkt.A0F0179mAfb. 17Als het lampje `tijdens het rijden gaat branden (samen met een berichtop het display) is de motorolietempe-ratuur te hoog; schakel in dat geval demotor uit en neem contact op met eendealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.WAARSCHUWING Als de wijzer hetrode gebied nadert, kan dit te makenhebben met een bijzondere situatie, zo-als het rijden met lage snelheid, op eenhelling, volledig beladen of met een aan-hanger of bij een hoge omgevings-temperatuur.A0F0180mAfb.

25VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENAUTOMATISCHE REGELINGVAN DE LICHTINTENSITEITVoor maximale zichtbaarheid en maxmaal comfort onder alle rijomstandigheden (bijvoorbeeld als er overdag wordgereden met ingeschakeld licht of als ein tunnels wordt gereden) heeft de snelheidsmeter een sensor; als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaaten de knop START/STOP wordt ingedrukt, dan wordt de lichtintensiteivan de symbolen/het instrumenten-paneel, het autoradiodisplay, het displavan de klimaatregeling, het display vanhet radio-/navigatiesysteem (voor be-paalde uitvoeringen/markten, waarvoorzien) en de instrumenten (brand-stofmeter, motorolietemperatuurmeter(benzine-uitvoeringen) of turbodrukmeter (dieseluitvoeringen) en de koel-vloeistoftemperatuurmeter) ingesteldKNOP VOOR OP NULZETTEN VAN DE DAGTELLERAfb.

19Druk voor het op nul zetten van dedagtellerstand enkele seconden op deknop A.DE LICHTINTENSITEIT VANHET INSTRUMENTENPANEELHANDMATIG INSTELLENMet deze functie kan de lichtintensiteitvan de symbolen/het instrumenten-paneel, het autoradiodisplay, het displayvan de klimaatregeling, het display vanhet radio-/navigatiesysteem (voor be-paalde uitvoeringen/markten, waarvoorzien) en de instrumenten (brand-stofmeter, olietemperatuurmeter (ben-zine-uitvoeringen) of turbodrukmeter(dieseluitvoeringen) en de koelvloei-stoftemperatuurmeter) worden ingesteldop 8 niveaus. Druk voor het instellen van de licht-intensiteit kort op de knop op de +linkerhendel voor het verhogen of op de knop voor het verlagen van de–intensiteit: op het display worden eenbericht en een getal dat de op dit moment geselecteerde lichtintensiteitaangeeft weergegeven.

26VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENHet middelste deel van het display metde datum blijft altijd ingeschakeld,C totdat er een functie wordt ingescha-keld die op het display moet wordenweergegeven (bijvoorbeeld „Regelenlichtintensiteit”) of andere informatieover de status van de auto.Als de sleutel is verwijderd (en er tenminste één voorportier wordt geopend),dan worden de tijd, de kilometerstand(of mijlenstand) en de buitentempera-tuur een paar seconden op het displayweergegeven.INFORMATIE OVER DE AUTO (per gebeurtenis)❒Afstand tot volgende servicebeu❒Informatie Tripcomputer;❒Instelling van de lichtintensiteit;❒Weergave motorolieniveau.WAARSCHUWING Als er een vooportier wordt geopend, geeft het dplay enkele seconden de tijd, de kmeterstand en de buitentemperatuweer.INSTELBAARMULTIFUNCTIONEELDISPLAY Op het instelbare multifunctionele display kan tijdens de rit nuttige en belangrijke informatie worden weerge-geven, zoals:INFORMATIE OP HETBEGINSCHERM❒Tijd A-Afb.

27VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENA0F0074mAfb. 21„SETUP”-MENUBovendien is er een setup-menu aan-wezig, waarmee door het indrukken vande knop MENU en + −/ (zie Afb.21) de op de volgende pagina’s be-schreven instellingen kunnen wordenuitgevoerd. Het setup-menu kan wor-den geopend door de knop MENU kortin te drukken.Het menu bestaat uit een aantal optiesdie doorlopend na elkaar worden weer-gegeven Afb.

26.Een menuoptie selecteren in hethoofdmenu zonder submenu:❒als de knop kort wordt in-MENU gedrukt, kunt u een onderdeel in hethoofdmenu kiezen dat moet wordengewijzigd;❒met de knop (door de knop+ of −telkens in te drukken) kan de nieu-we instelling worden geselecteerd;❒als de knop kort wordt in-MENU gedrukt, wordt de instelling opge-slagen en gaat u terug naar de vorige menuoptie in het hoofd-menu.BEDIENINGSKNOPPENMENUKnop kort indrukken: bevestigenvan de gewenste optie en/of doorgaannaar het volgende scherm;Knop lang indrukken: u keert te-rug naar het vorige scherm zonder datde gekozen optie is opgeslagen;+/− voor het doorlopen naar boven/be-neden van de opties in het setup-menuof het verhogen/verlagen van de op hetscherm weergegeven waarde.Als het beginscherm op het displaywordt weergegeven, wordt de intensi-teit van de instrumentenpaneelverlich-ting met de knoppen + −/ geregeld.

28VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDEN„Datum” en „Klokje” selecteren:❒als u de knop MENU kort indrukt,kunt u de instelling selecteren die uwilt wijzigen (bijvoorbeeld uren/minuten of jaar/maand/dag);❒met de knop (door de knop+ of −telkens in te drukken) kan de nieuweinstelling worden geselecteerd;❒als u de knop MENU kort indrukt,kunt u de instelling opslaan en gaatu verder naar de volgende menu-optie. Als deze menuoptie de laatsteis, gaat u terug naar de eerder ge-selecteerde menuoptie. WEERGAVE MOTOROLIENIVEAUAls de elektronische sleutel in het tact wordt geplaatst, wordt het motolieniveau enige seconden op het play weergegeven. Druk tijdens dfase op de knop om de weeMENU gave te wissen en door te gaan nahet volgende scherm.

Bij een te laagte hoog motorolieniveau wordt er waarschuwing op het display weergeven. WAARSCHUWING Controleer holieniveau altijd met de peilstok (ziparagraaf „Niveaus controleren” inhoofdstuk „Onderhoud van de autoWAARSCHUWING Voer deze cotrole nog een keer uit als de auto een vlakke ondergrond staat, zodazeker weet dat de waarde juist is. WAARSCHUWING Wacht na heplaatsen van de sleutel ongeveer seconden met het starten van dmotor zodat het olieniveau op de jte manier wordt gemeten. WAARSCHUWING Het motoroliniveau kan hoger worden als de aulangere tijd niet wordt gebruikt.

Selectie van een optie in hethoofdmenu met een submenu:❒als de knop kort wordt MENUingedrukt, wordt de eerste optie inhet submenu weergegeven;❒met de knop + −of (door de knoptelkens in te drukken) kunt u de menuopties van het submenu door-lopen;❒als u de knop MENU kort indrukt,kunt u de menuoptie van het sub-menu selecteren en wordt het be-treffende instellingenmenu geopend;❒met de knoppen (door de+ of −knop telkens in te drukken) kan denieuwe instelling voor deze optie vanhet submenu worden geselecteerd;❒als u de knop kort indrukt,MENUkunt u de instelling opslaan en gaatu terug naar de eerder geselecteerdemenuoptie.

29VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER DASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENNOODGEVALLENDruk kort op de knop om het navigatiesysteem vanuit het beginscherm te openen. Druk op de knop om door hetMENU + of −menu te navigeren. Als de auto rijdt, wordt er om veiligheidsredenen alleen een beperkt menu weergegeinstellen”). Als de auto stilstaat, is het uitgebreide menu toegankelijk. Als er een radio-/navigatiesysteemalleen de volgende functies worden ingesteld: „Snelheidslimiet”, „Gevoeligheid schemersensor” (voor bepaawaar voorzien) en „Waarschuwingszoemer niet omgelegde veiligheidsgordel opnieuw inschakelen”. De weergegeven op het display van het radio-/navigatiesysteem en kunnen daar worden ingesteld.Afb. 22VOL. ZOEMERSERVICEMENU VERLATEN AUTOMAT.MISTLICHT RESET TRIP BKLOKMODUS 12/24DATUMHERHAAL. RADIO BAGAGERUIMTEONAFH.BEST.PORT.ONTGR.VERGR.

30VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENAfstelling gevoeligheidSchemersensor(Automat. dimlicht) (voor bepaalde uitvoeringen/marktewaar voorzienMet deze functie kan de gevoelighvan de schemersensor (op 3 niveauworden ingesteld. Ga voor het instellen als volgt te w❒druk kort op de knop MENU: op hdisplay wordt de eerder ingestelgevoeligheid weergegeven;❒druk op de knop + of − om in testellen;❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuscherof houd de knop even ingedrukt oterug te keren naar het beginscherOp nul zetten Trip B (Reset Trip B)Met deze functie kan de manier waop Trip B op nul wordt gezet worgekozen (automatisch of handmatiZie voor meer informatie de parag„Tripcomputer”.

Snelheidslimiet (drempel)Met deze functie kan de snelheidslimietvan de auto (km/h of mijl/h) wordeningesteld; als de snelheid wordt over-schreden, klinkt er een geluidssignaalen wordt er een bericht op het displayweergegeven (zie het hoofdstuk „Lamp-jes en berichten”). Ga voor het instellen van de snelheids-limiet als volgt te werk:❒druk kort op de knop : opMENUhet display wordt OFF weergege-ven;❒druk op de knop : op het display+wordt weergegeven;ON❒druk kort op de knop en stelMENUvervolgens met de knoppen + −/de gewenste snelheid in (tijdens hetinstellen knippert de waarde). ❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuschermof druk lang om terug te keren naarhet beginscherm. WAARSCHUWING Er kan eenwaarde tussen 30 en 250 km/u of tus-sen 20 en 150 mijl/u worden inge-steld, afhankelijk van de ingesteldeeenheid (zie de paragraaf „Eenheid”hierna).

Telkens als u op de knop +/−drukt, wordt de waarde 5 eenheden ver-hoogd of verlaagd. Als u de knop + −/ingedrukt houdt, wordt de verhoging/verlaging automatisch snel uitgevoerd. Als de gewenste waarde bijna bereiktis, moet de instelling worden voltooiddoor steeds opnieuw op de knop te druk-ken.

Voer voor het wissen van de instellingde volgende handelingen uit:❒druk kort op de knop : opMENUhet display wordt ON weergegeven;❒druk op de knop : op het display−wordt weergegeven;OFF❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginscherm.

Als de gewenstewaarde bijna bereikt is, moet de instel-ling worden voltooid door steeds op-nieuw op de knop te drukken.❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginscherm.Instellen tijd (klokje)Met deze functie kan het klokje wor-den ingesteld.Ga voor het instellen van de tijd als volgtte werk:❒druk kort op de knop : opMENUhet display worden de „uren” weer-gegeven;❒druk op de knop om in te+ of − stellen;❒druk kort op de knop : opMENUhet display worden de „minuten”weergegeven;❒druk op de knop om in te+ of − stellen;Weergave tijd (12/24)Met deze functie kan de tijd wordenweergegeven in 12h of 24h.Ga voor het instellen als volgt te werk❒druk kort op de knop MENU: hetdisplay geeft 12h of 24h aan (af-hankelijk van de eerdere instelling);❒druk op de knop om de + of −keuze uit te voeren;❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginscherm.

32VEILIGHEIDLAMPJESEN BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUDEN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARDENBEDIENINGSTARTENEN RIJDENInstellen datumMet deze functie kan de datum wordeningesteld (jaar – maand – dag).Ga als volgt te werk om de gewensteinstelling uit te voeren:❒druk kort op de knop : opMENUhet display gaat het „jaar” knippe-ren;❒druk op de knop + of − om in testellen;❒druk kort op de knop : opMENUhet display gaat de „maand” knip-peren;❒druk op de knop + of − om in testellen;❒druk kort op de knop : op hetMENUdisplay gaat de „dag” knipperen;❒druk op de knop + of − om in testellen;WAARSCHUWING Telkens als u deknop + − / indrukt, wordt de waardemet 1 eenheid verhoogd of verlaagd.Als u de knop ingedrukt houdt,+ − /wordt de snelheid snel hoger/lager.

Alsde gewenste waarde bijna bereikt is,moet de instelling worden voltooid doorsteeds opnieuw op de knop te drukken.❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuschermof houd de knop even ingedrukt omterug te keren naar het beginscherm.Herhaling audio-informatie(Herh.

Radio) (waar voorzien)Met deze functie kan op het display deinformatie over de autoradio wordenweergegeven.❒Radio: frequentie of RDS-bericht vanhet geselecteerde radiostation, automatisch zoeken of AutoSTore inschakelen;❒Audio-cd, mp3-cd: nummer gekozenliedje;❒Cd-wisselaar: nummer van de cd ennummer van het liedje;Ga voor het in- of uitschakelen (ON/OFF) van de weergave van de infor-matie als volgt te werk:❒druk kort op de knop : oMENUhet display wordt ON of OFF weegegeven (afhankelijk van de eerdeinstelling);❒druk op de knop om de+ of −keuze uit te voeren;❒druk kort op de knop MENU omterug te keren naar het menuscherof houd de knop even ingedrukt oterug te keren naar het beginscherAfhankelijk van de gekozen audiobwordt op het display onder de tijdsaduiding een symbool weergegevende actieve bron aangeeft.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Alfa Romeo Brera (2009) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden