Al-ko C50 Li Bo Flex Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Al-ko C50 Li Bo Flex (340 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Al-ko C50 Li Bo Flex of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Al-ko |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | C50 Li Bo Flex |
Handleiding Al-ko C50 Li Bo Flex – volledige tekst
■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over de machi-ne nodig heeft. ■Draag de machine alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover. ■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1.
443121_a 33Productomschrijving1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoorden GEVAAR. Wijst op een direct gevaarlijke si-tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieelgevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme-den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kanleiden. VOORZICHTIG. Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei-den. LET OP. Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële schade kanleiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING2. 1 Beoogd gebruikDit apparaat voor particulier gebruik is bedoeldvoor het maaien van gazons en mag uitsluitendbij droog gras worden gebruikt.
Elke andere of verder strekkende toepassingwordt beschouwd als niet overeenkomstig het ge-bruiksdoel. Er mag alleen met het apparaat ge-werkt worden als het volledig gemonteerd is. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particuliergebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege-stane verbouwingen of uitbreidingen worden voormisbruik aangezien en hebben de uitsluiting vande garantie en het verlies van de conformiteit ende weigering van iedere verantwoordelijkheidvoor schade van de gebruiker of van derden vande fabrikant tot gevolg. 2. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruikHet apparaat is noch bedoeld voor de commerci-ele toepassing in openbare parken en sportfacili-teiten, noch voor de toepassing in land- en bos-bouw. ■Het apparaat niet gebruiken bij regen of opnat gazon. ■Veiligheidsvoorzieningen mogen niet wordengedemonteerd of overbrugd. 2.
Uit de aard en de bouwwijzevan het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge-bruik, de volgende potentiële gevaren worden af-geleid:■Wegslingeren van snijafval, grond en kleinestenen. ■Inademen van deeltjes van afgesneden ge-wasdeeltjes als er geen adembeschermingwordt gedragen. ■Snijwonden als gevolg van het reiken naarhet draaiende maaimes. 2. 4 Veiligheids- enbeveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids-en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letselveroorzaken. ■Laat defecte veiligheids- en beschermingsap-paratuur repareren. ■De veiligheids- en beschermingsuitrustingnooit buiten werking stellen. VeiligheidssleutelOm het onbedoeld inschakelen te voorkomen ishet apparaat van een veiligheidssleutel voorzien. Schakel vóór alle werkzaamheden het apparaatuit en verwijder altijd de veiligheidssleutel.
Veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugelHet apparaat is uitgerust met een veiligheids-handgreep / veiligheidsbeugel. In geval van ge-vaar de veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugelgewoon loslaten. De motor en het maaimecha-nisme vallen stil. Start-knopOm de motor door middel van de veiligheids-handgreep / veiligheidsbeugel te kunnen inscha-kelen, moet eerst op de Start-knop worden ge-drukt. KlepDe klep beschermt bijv. tegen maaigoed-deeltjesen stenen die eruit kunnen worden geslingerd.
NL34 32. 1 Li | 38. 1 LiVeiligheidsinstructies2. 5 Symbolen op het apparaatSymbool BetekenisVereist extra voorzichtigheid tijdensgebruik. Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing. Risico op wegslingeren van voor-werpen. Houd anderen uit de buurt van degevarenzone. Handen en voeten uit de buurt vanhet maaimechanisme houden. Verwijder vóór alle werkzaamhedenaan het apparaat altijd de veilig-heidssleutel. Snijmes blijft draaien, nadat het ap-paraat is uitgeschakeld. Maaimespas aanraken als alle delen van hetapparaat stilstaan. Apparaat niet gebruiken als het re-gent en niet opslaan in de buiten-lucht. 2. 6 Productoverzicht (01)Nr. Onderdeel1 Start-knop2 Veiligheidshandgreep* / Veiligheidsbeu-gel**3 Duwboom4 Grasvanger5 Maaiwerk6 Accuvak7 SleutelschakelaarNr. Onderdeel8 Maaihoogteverstelling*/**9 Veiligheidssleutel voor sleutelschakelaar10 Accu***11 Oplader**** Alleen 32.
1 Li** Alleen 38. 1 Li*** Niet bijgeleverd, echter inbegrepen in de com-plete set (art. nr. 32. 1 Li: Art. nr. 113885; 38. 1 Li:Art. nr. 113886)3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES GEVAAR. Levensgevaar en gevaar voorzeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig-heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij-zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolghebben. ■Volg alle veiligheidsinstructies en bedienings-instructies in deze gebruiksaanwijzing opevenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaarwordt verwezen, voordat u het apparaat ge-bruikt. ■Bewaar alle bijgeleverde documenten voortoekomstig gebruik. 3. 1 Veiligheidsinstructies voor grasmaaier3. 1. 1 Training■Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningsele-menten en het juiste gebruik van het appa-raat. ■Laat kinderen of andere personen die de ge-bruiksaanwijzing niet kennen, de grasmaaiernooit gebruiken.
■Kinderen dienen onder toezicht te staanzodat zij niet met het apparaat kunnenspelen. ■Reiniging en onderhoud mogen niet doorkinderen worden uitgevoerd.
■De lokale voorschriften kunnen de mini-mumleeftijd van de bediener vastleggen. ■Dit apparaat mag worden gebruikt door per-sonen met beperkte fysieke, sensorische ofmentale vermogens of met een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezichtstaan of instructies hebben gekregen vooreen veilig gebruik van het apparaat en inzichthebben in de daaruit voortvloeiende gevaren.
443121_a 35Veiligheidsinstructies■Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen,met name kinderen, in de nabijheid zijn. ■Vergeet niet dat de gebruiker verantwoorde-lijk is voor ongelukken met andere personenof hun eigendommen. ■Bedien het apparaat niet als u onder invloedbent van alcohol, drugs of geneesmiddelen. 3. 1. 2 Voorbereidende maatregelen■Draag altijd stevige schoenen en een langebroek wanneer u het apparaat bedient. Ge-bruik het apparaat niet met blote voeten of inlichte sandalen. Vermijd het dragen van lossekleding of kleding met hangende veters ofriemen. ■Controleer het gebied waar het apparaatwordt gebruikt en verwijder alle voorwerpendie door het apparaat kunnen worden gegre-pen en weggeslingerd. ■Controleer voor het gebruik van het apparaataltijd of de maaimessen, de bevestigingsbou-ten en het gehele maaimechanisme versletenof beschadigd zijn.
Versleten of beschadigdemessen en bevestigingsbouten mogen alleenin sets worden vervangen om onbalans tevoorkomen. Versleten of beschadigde tekensmoeten worden vervangen. 3. 1. 3 Gebruik■Maai alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht. ■Vermijd – indien mogelijk – het gebruik vanhet apparaat op nat gras. ■Zorg altijd voor een goede ligging op hellin-gen. ■Verplaats het apparaat alleen op loopsnel-heid. ■Maai dwars op de helling, nooit omhoog ofomlaag. ■Wees vooral voorzichtig wanneer u van rij-richting verandert op een helling. ■Maai niet op te steile hellingen. ■Wees vooral voorzichtig als u de grasmaaierdraait of naar u toe trekt. ■Stop het maaimes (de maaimessen) als degrasmaaier moet worden gekanteld voortransport over andere terreinen dan gras enals de grasmaaier van en naar het te maaiengebied wordt verplaatst.
Beschadigde be-schermingsvoorzieningen en -afdekkingenmoeten worden vervangen, ontbrekende be-schermingsvoorzieningen en -afdekkingenmoeten goed worden aangebracht. ■Start de motor voorzichtig en volgens de in-structies van de fabrikant. Zorg voor voldoen-de afstand tussen de voeten en het maaimes(de maaimessen). ■Bij het starten van de motor mag de gras-maaier niet worden gekanteld, behalve als degrasmaaier tijdens het proces moet wordenopgetild. Kantel hem in dit geval alleen voorzover dit absoluut noodzakelijk is en til alleende van de gebruiker af gerichte kant op. ■Start de motor niet wanneer u voor de uit-werpschacht staat. ■Plaats nooit handen of voeten op of onderdraaiende delen. Blijf altijd uit de buurt vande uitwerpopening. ■Til het apparaat nooit op met een draaiendemotor. ■Zet de motor af en verwijder de veiligheids-sleutel.
Overtuig uzelf ervan dat alle bewe-gende delen volledig tot stilstand zijn geko-men:■wanneer u de grasmaaier verlaat,■voordat u blokkades verwijdert of ver-stoppingen uit de uitwerpschacht verwij-dert,■voordat u de grasmaaier controleert,schoonmaakt of eraan werkt,■als een vreemd voorwerp is geraakt. Zoek naar schade aan de grasmaaier envoer de vereiste reparaties uit voordat ude grasmaaier opnieuw in gebruik neemten ermee werkt. ■Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen,is een onmiddellijke controle vereist:■Zoek naar schade. ■Voer de vereiste reparaties aan bescha-digde onderdelen uit. ■Zorg ervoor dat alle moeren, bouten enschroeven stevig zijn aangedraaid. ■Werk niet met het apparaat in slechte weers-omstandigheden, vooral niet bij regen of drei-gend onweer. 3. 1.
NL36 32. 1 Li | 38. 1 LiVeiligheidsinstructies■Controleer de grasvanger regelmatig op slij-tage of verlies van functionaliteit. ■Vervang om veiligheidsredenen versleten ofbeschadigde onderdelen. ■Houd er rekening mee dat bij apparaten metmeerdere maaimessen de draaiing van éénmaaimes tot draaiing van de andere maai-messen kan leiden. ■Let er bij het afstellen van het apparaat opdat er geen vingers klem komen te zitten tus-sen bewegende maaimessen en vaste delenvan het apparaat. ■Laat de motor afkoelen voordat u het appa-raat opbergt. ■Let er bij het onderhoud van de maaimessenop dat de maaimessen zelfs wanneer destroom is uitgeschakeld kunnen worden be-wogen. ■Vervang om veiligheidsredenen versleten ofbeschadigde onderdelen. Gebruik alleen ori-ginele reserveonderdelen en accessoires. 3.
2 Belasting door trillingen■Gevaar door trillingenDe werkelijke trillingsemissiewaarde tijdenshet gebruik van het apparaat kan afwijkenvan de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:■Wordt het apparaat gebruikt voor het be-oogde gebruik. ■Wordt het materiaal op de juiste wijze ge-sneden of verwerkt. ■Bevindt het apparaat zich in een goedestaat van gebruik. ■Is het snijblad goed scherp en is het juis-te snijblad ingebouwd. ■Zijn de handgrepen en, indien nodig, op-tionele trillingsdempende handgrepen ge-monteerd en zijn deze vast verbondenmet het apparaat. ■Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voerenwerkzaamheden. Gebruik het maximale toe-rental zo min mogelijk om geluid en trillingente beperken.
■Als gevolg van verkeerd gebruik en onder-houd kunnen de trillingen en het lawaai vanhet apparaat toenemen. Dit leidt tot schadeaan de gezondheid. Schakel in dit geval hetapparaat onmiddellijk uit en laat het repare-ren door een geautoriseerde servicewerk-plaats.
■De mate van belasting als gevolg van trillin-gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-zaamheden of van de toepassing van het ap-paraat. Schat hem in en las voldoende pau-zes in. Daardoor wordt de belasting door tril-lingen gedurende de volledige werktijd in be-langrijke mate verminderd. ■Door een langer gebruik van het apparaatwordt de bediener blootgesteld aan trillingen,waardoor problemen kunnen ontstaan met debloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risicote verminderen, handschoenen dragen en dehanden warmhouden. Wanneer een symp-toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen,onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de-ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver-lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn,vermindering van de kracht, verandering vankleur of van de conditie van de huid. Meestalworden deze symptomen waargenomen aanvingers, handen of polsen.
Bij lage tempera-turen neemt het gevaar toe. ■Las langere pauzes in tijdens uw werkdag,zodat u kunt herstellen van het geluid en vande trillingen. Plan uw werk zodanig dat hetgebruik van apparaten die sterke trillingenveroorzaken, wordt verspreid over meerderedagen. ■Wanneer u een onaangenaam gevoel of eenverkleuring van de huid tijdens het gebruikvan het apparaat waarneemt aan uw handen,onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol-doende pauzes in. Zonder voldoende pauzeskan een trillingensyndroom ontstaan aanhanden en armen. ■Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo-gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorghet apparaat volgens de aanwijzingen in degebruiksaanwijzing. ■Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemtu contact op met uw dealer om trillingsdem-pende accessoires (bijv. handgrepen) aan teschaffen. ■Gebruik het apparaat niet bij temperaturenonder 10°C.
443121_a 37Montageden. Respecteer rusttijden en beperk de duur vanhet werk tot het minimum. Voor uw persoonlijkebescherming en ter bescherming van personendie zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge-hoorbescherming worden gedragen. 3. 4 Veiligheidsinstructies voor accu enopladerNeem de veiligheidsinstructies voor de accu ende oplader in de afzonderlijke handleiding in acht. Zie:■Gebruikshandleiding 443130: accu´s■Gebruikshandleiding 443131: opladers4 MONTAGEMontage: Zie de montagehandleiding WAARSCHUWING. Gevaren door onvol-ledige montage. De werking van een onvolledigapparaat kan ernstig letsel veroorzaken. ■Gebruik het apparaat alleen als het vollediggemonteerd is. ■Plaats de accu pas in het apparaat als hetvolledig gemonteerd is. 5 INGEBRUIKNAME5. 1 Accu's opladen (01)De accu en de oplader zijn niet bij iedere pro-ductvariant inbegrepen.
De volgende Li-Ion ac-cu's en opladers van AL-KO kunnen worden ge-bruikt:Product Aanduiding Art. -nr. Li-ion accu B50 Li 113893Li-ion accu B75 Li 113894Li-ion accu B100 Li 113895Li-ion accu B125 Li 113896Oplader C50 Li 113897Oplader FC100 Li 113899De meegeleverde accu is gedeeltelijk opgeladen. De accu moet voor het eerste gebruik compleetworden opgeladen. De accu kan in elke wille-keurige laadtoestand worden opgeladen. Het isniet slecht voor de accu als het opladen wordtonderbroken. OPMERKING Neem de gedetailleerde ge-gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzingvan de accu en de oplader in acht. VOORZICHTIG. Brandgevaar bij het opla-den. Er bestaat brandgevaar wanneer de laderop een makkelijk brandbare ondergrond is ge-plaatst en niet voldoende wordt geventileerd. ■Gebruik de lader altijd op een niet-brandbareondergrond of in een niet-brandbare omge-ving.
■Indien beschikbaar: Houd de ventilatieope-ningen vrij. 1. Schuif de accu´s (01/1) in de oplader (01/2)en steek dan de stekker (01/3) in het stop-contact. Het opladen begint en de weergavevan de oplader knippert groen. 2. Het opladen duurt ca.
60 min (2,5 Ah) en 95min (4,0 Ah) bij algehele oplading per accu. Het proces stopt automatisch wanneer de ac-cu volledig opgeladen is. 3. Trek de stekker uit het stopcontact (01/3)wanneer de weergave van de oplader (02/1)continu groen brandt. 4. Druk op de vergrendelknop aan de onderkantvan de accu het houd hem vast. 5. Trek de accu (01/1) uit de oplader (01/2). Weergave aan de oplader (02)Twee weergaven (02/1) op de oplader geven delaadconditie van de accu en de bedrijfstoestandvan de lader aan. De symbolen (02/2) op de op-lader verduidelijken deze condities:Sym-boolLaadconditie accu en toestandKnipperlicht (snel) groene weergave:Accu laadt in de snelle modus op. Knipperlicht (langzaam) groeneweergave: Laadconditie van de accubij ca. 80%. Accu kan voor gebruikverwijderd worden. Continu groen licht van de weerga-ve: Accu is volledig opgeladen.
NL38 32. 1 Li | 38. 1 LiBedieningSym-boolLaadconditie accu en toestandKnipperend rood licht van de weer-gave: Storing van het oplaadproces(zie gebruiksaanwijzing opladers443131). 5. 2 Accu´s plaatsen en uittrekken (04)LET OP. Beschadigingsgevaar van de accu. Als de accu na gebruik in het apparaat blijft zittenkan dit een beschadiging van de accu veroorza-ken. ■Trek de accu direct na gebruik uit het appa-raat en bewaar hem beschermd tegen vorst. ■Plaats de accu pas weer voor het begin vande werking. Accu´s plaatsen1. Afdekking (04/1) van de accuschacht openen(04/a). 2. Accu´s (04/2) van bovenaf in de accuschachtschuiven totdat ze vastklikken (04/b). 3. Afdekking van de accuschacht sluiten. Accu´s uittrekken1. Ontgrendelingsknop op de accu indrukken envasthouden. 2. Accu´s (04/2) uittrekken. 5.
3 Voeding in- en uitschakelen (05)Met de sleutelschakelaar aan de accuschachtkan de voeding van het hele apparaat in- en uit-geschakeld worden. De sleutelschakelaar wordtbediend met de veiligheidssleutel. WAARSCHUWING. Risico op letsel. On-bedoeld inschakelen kan leiden tot ernstig letsel. ■Altijd voor pauzes en onderhoudswerkzaam-heden: Om de stroom uit te schakelen, zet ude veiligheidssleutel in de stand Off en ver-wijdert u de veiligheidssleutel. Voeding inschakelen1. Afdekking (04/1) van de accuschacht openen(04/a). 2. Veiligheidssleutel (05/1) in de sleutelschake-laar (05/2) plaatsen (05/a). 3. Veiligheidssleutel in de stand On (pos. I)draaien. Daardoor wordt het apparaat vanbedrijfsspanning voorzien, begint echter nogniet te werken. 4. Afdekking van de accuschacht (04/1) sluiten. 5. Apparaat inschakelen: zie Hoofdstuk 6. 3"Motor starten en stoppen (09 of 10)", pagi-na39.
Voeding uitschakelen1. Veiligheidssleutel (05/1) in de stand Off(pos. 0) draaien en verwijderen (05/b). 2. Onmiddellijk na het gebruik de accu´s verwij-deren uit het apparaat, opladen en vorstvrijopbergen. Plaats de accu´s pas weer voorhet volgende gebruik in het apparaat.
6 BEDIENING WAARSCHUWING. Gevaren door onvol-ledige montage. De werking van een onvolledigapparaat kan ernstig letsel veroorzaken. ■Gebruik het apparaat alleen als het vollediggemonteerd is. ■Plaats de accu pas in het apparaat als hetvolledig gemonteerd is. 6. 1Maaihoogte instellen 32. 1 Li (06) VOORZICHTIG. Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai-ende maaimechanisme. ■Pas de maaihoogte alleen aan wanneer demotor is uitgeschakeld en het maaimechanis-me stilstaat. 1. Hendel (06/1) om te ontgrendelen iets naarbuiten drukken (06/a) en vasthouden. ■Voor laag gras de hendel in de richtingvan het voorwiel duwen (06/b), minimalestand 1: ca. 2,5cm■Voor hoger gras de hendel in de richtingvan het achterwiel duwen (06/c), maxi-male stand 5: ca. 6,5cm2. Hendel loslaten totdat hij in de gewenstestand wordt vergrendeld. 6. 2Maaihoogte instellen 38.
1 Li (07) VOORZICHTIG. Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai-ende maaimechanisme. ■Pas de maaihoogte alleen aan wanneer demotor is uitgeschakeld en het maaimechanis-me stilstaat. 1. Voor laag gras de hendel in de richting vanhet voorwiel duwen (07/b), minimale stand 1:ca. 2,5cm.
443121_a 39Werkinstructies2. Voor hoger gras de hendel in de richting vanhet achterwiel duwen (07/b), maximale stand6: ca. 7,5cm6. 3 Motor starten en stoppen (09 of 10)LET OP. Gevaar voor beschadiging van hetapparaat. Door kort na elkaar in- en uit te scha-kelen worden motor en snijmechanisme bescha-digd. ■Schakel de motor alleen in als het maaime-chanisme stilstaat. Start de motor1. Start-knop (09/1 of 10/1) indrukken en inge-drukt houden (09/a of 10/a). 2. Veiligheidshandgreep (09/2) of veiligheids-beugel (10/2) naar de duwboom (09/3 of10/3) trekken (09/b of 10/b). Motor en maai-mechanisme starten. 3. Start-knop (09/1 of 10/1) loslaten en hierbijde veiligheidshandgreep (09/2) of veiligheids-beugel (10/2) vasthouden. OPMERKING De veiligheidsbeugel / veilig-heidshandgreep wordt niet vergrendeld. Houdhem gedurende het hele werk aan de duwboomvast. Motor stoppen1.
Veiligheidshandgreep (09/2) of veiligheids-beugel (10/2) loslaten. Deze gaat automa-tisch naar de nulstand. De motor stopt onmiddellijk. Het maaimechanis-me blijft draaien totdat het stilstaat. VOORZICHTIG. Gevaar voor snijletsel. Wanneer u in het nalopende maaimechanismereikt, bestaat gevaar voor snijletsel. ■Wacht totdat het maaimechanisme stilstaat. 6. 4 Maaien met grasvanger (08)De machine kan met en zonder grasvanger ge-bruikt worden. Grasvanger vasthaken1. Motor stoppen (zie Hoofdstuk 6. 3 "Motor star-ten en stoppen (09 of 10)", pagina39). 2. Klep (08/1) optillen (08/a). 3. Grasvanger (08/2) in de houders plaatsen(08/b). 4. Klep loslaten. Vulpeil controleren (alleen 38. 1 Li)De niveau-indicator (11/1) wordt door de lucht-stroom tijdens het maaien naar boven geduwd(11/a). Als de grasvanger vol is, geeft de niveau-indicator op de grasvanger dit weer.
De grasvan-ger moet geleegd worden. Grasvanger loshaken en leegmaken VOORZICHTIG. Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai-ende maaimechanisme. ■Verwijder de grasopvangbak alleen als hetsnijmechanisme stilstaat.
OPMERKING Reinig bij het ledigen van degrasopvangbak ook de uitblaasopeningen van devulniveau-indicator, zodat deze correct blijft wer-ken. 1. Motor stoppen (zie Hoofdstuk 6. 3 "Motor star-ten en stoppen (09 of 10)", pagina39). 2. Klep (08/1) optillen. 3. Grasvanger (08/2) uit de houders tillen ennaar achteren toe wegnemen. 4. Grasvanger leegmaken. 5. Uitblaasopeningen van de niveau-indicator(11/2) reinigen. 6. Grasvanger vasthaken (zie boven). 7 WERKINSTRUCTIESVolg de veiligheidsinstructies op. OPMERKING Neem de lokale voorschriftenmet betrekking tot het gebruik van een grasmaai-er in acht. ■Let op voorwerpen op het gras en verwijderze uit het werkgedeelte. ■Alleen bij goed zicht maaien. ■Uitsluitend met scherp mes maaien. ■Manoeuvreer het apparaat uitsluitend metbehulp van de duwboom. ■Beweeg het apparaat alleen stapvoets. ■Beweeg het apparaat altijd dwars tegen eenhelling.
Niet naar boven en naar beneden opde helling werken en evenmin op hellingenmet een inclinatie van meer dan 10°. Grotezorgvuldigheid is geboden bij het veranderenvan de rijrichting. Maaiprestaties en gebruiksduur van de accu■De maaiprestaties, d. w. z. het oppervlak datkan worden gemaaid, hangt af van de eigen-schappen van het gazon. Factoren zoals delengte van het gras, de dichtheid, de gekozenmaaihoogte en een vochtig gazon beïnvloe-den de maaiwerking.
NL40 32. 1 Li | 38. 1 LiOnderhoud en verzorging■Vaak maaien en een kort gehouden gazonvergroot de autonomie van de accu. ■Vaak in- en uitschakelen van de grasmaaiertijdens het maaien vermindert de maaipresta-ties evenzeer als een niet volledig geladenaccu. ■Het inschakelen van de wielaandrijving ver-mindert de maaiprestaties of de levensduurvan de batterij. ■Voor een optimale maaiprestaties wordt aan-bevolen het gazon vaak te maaien, een hogemaaihoogte in te stellen het gras stapvoets temaaien. OPMERKING Om de autonomie te vergro-ten kan een bijkomende accu worden aange-schaft. Tips bij het maaien■Houd een gelijkmatige maaihoogte aan tot3–-5 cm, maai niet meer af dan de helft vande grashoogte. ■Grasmaaier niet overbelasten. Als het motor-toerental in dichtbegroeid, hoog gras merk-baar daalt, vergroot dan de maaihoogte enmaai vaker.
■Wind en zon kunnen het gazon na het maai-en uitdrogen, daarom laat in de namiddagmaaien. 8 ONDERHOUD EN VERZORGING WAARSCHUWING. Gevaar voor snijlet-sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contactmet scherpe en bewegende delen van het appa-raat, zoals het snijblad. ■Schakel voorafgaand aan onderhouds-, ver-zorgings- en reinigingswerkzaamheden altijdhet apparaat uit. Verwijder de accu. ■Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini-gingswerkzaamheden altijd beschermendehandschoenen. 8. 1 Regelmatigeonderhoudswerkzaamheden■Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten enschroeven vast aangehaald zijn en dat hetapparaat zich in een veilige werkpositie be-vindt. ■Grasvanger regelmatig controleren op wer-king en slijtage. 8. 2 Apparaat en maaiwerk reinigenLET OP. Gevaar door water. Water in het ap-paraat leidt tot kortsluitingen en vernieling van deelektrische onderdelen.
■Spuit het apparaat niet met water af. ■Gebruik voor het reinigen uitsluitend eenhandveger of en borstel. 1. Motor stoppen (Motor stoppen). 2. Accu's verwijderen. 3. Grasvanger loshaken. 4.
Kantel het apparaat opzij en reinig het maaime-chanisme met een handveger of een borstel. 8. 3 Messen controleren en vernieuwen WAARSCHUWING. Ernstig letsel doorwegslingerende mesdelen. Een versleten, ge-broken of beschadigd snijmes kan breken en de-len ervan kunnen veranderen in gevaarlijke pro-jectielen. ■Controleer het snijmes regelmatig op bescha-digingen. ■Gebruik de grasmaaier niet als het snijmesversleten of beschadigd is. ■Laat botte of beschadigde snijmessen alleendoor een AL-KO service centre of door eengeautoriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpenof vernieuwen. ■Om trillingen te voorkomen, moeten het snij-mes en de messchroef altijd samen wordenvervangen. ■Opnieuw geslepen messen moeten uitgeba-lanceerd worden. Niet uitgebalanceerde mes-sen veroorzaken hevige trillingen en bescha-digen de grasmaaier. 8. 4 Reparatiewerkzaamheden WAARSCHUWING.
Gevaar voor letsel bijreparatiewerkzaamheden. Ondeskundige repa-raties kunnen ernstig letsel en schade aan hetapparaat veroorzaken. ■Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoerendoor servicepunten van de fabrikant of door ge-autoriseerde gespecialiseerde bedrijven. In de volgende gevallen moet u een servicepuntvan AL-KO opzoeken:■Motor start niet meer. ■Apparaat is tegen een obstakel aan gereden. ■Mes en/of motoras zijn verbogen. ■Apparaat trilt en loopt onrustig. ■Accu lekt of is beschadigd.
443121_a 41Hulp bij storingen9 HULP BIJ STORINGEN VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On-derdelen met scherpe randen en draaiende on-derdelen kunnen letsel veroorzaken.■Draag bij onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden altijd beschermende handschoe-nen! OPMERKING Neem contact op met onzeklantenservice bij storingen die niet in deze tabelstaan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.Storing Oorzaak OplossingMotor draait niet. Voeding aan de sleutelschake-laar is uitgeschakeld.Voeding aan de sleutelschakelaar inschake-len.Accu ontbreekt of is niet goedaangebracht.Accu correct plaatsen.Accu is leeg. Accu opladen.Maaimes is geblokkeerd.■Mes vrijmaken.■Zet de grasmaaier op een gazon metlaag gras in werking.Kabels of schakelaars zijn de-fect.Apparaat niet gebruiken! Bezoek een AL-KOservice centre.Motorvermogen isonvoldoende.Accu is leeg. Accu opladen.Mes is bot.
NL42 32. 1 Li | 38. 1 LiTransportStoring Oorzaak OplossingMaaisnelheid is te hoog. ■Maaisnelheid verminderen■Uitwerpschacht / behuizing reinigen, hetmaaimes moet vrij draaibaar zijn. Maaien met volle grasvanger Grasvanger ledigen en de uitwerpschachtreinigen. Levensduur van de accu is af-gelopen. Accu vervangen. Gebruik alleen origineletoebehoren van de fabrikant. Accu kan niet wor-den opgeladen. Accucontacten zijn vuil. Accucontacten met een niet-metalen voor-werp reinigen en met contactspray inspui-ten. Let op: De accucontacten niet met een me-talen voorwerp kortsluiten. Accu of oplader defect. Reserveonderdelen bij AL-KO bestellen. Accu is te warm. Laat de accu afkoelen. 10 TRANSPORT OPMERKING De nominale energie van deaccu bedraagt meer dan 100 Wh. Neem daaromde hierna vermelde aanwijzingen voor het trans-port in acht.
De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aande wet inzake gevaarlijke goederen, maar kaneenvoudig worden getransporteerd:■Door de privégebruiker kan de accu zonderbijkomende voorwaarden openbaar wordengetransporteerd, voor zover ze individueelverpakt is en voor privé transportdoeleindendient. ■Commerciële gebruikers, die het transport inhet kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren(bijv. leveringen van en naar werven of de-monstraties), kunnen ook van deze vereen-voudigde maatregel gebruik maken. In beide hierboven vermelde gevallen moeten ab-soluut voorzorgsmaatregelen worden genomenom te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften vande bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluutin acht worden genomen. Bij het niet in acht ne-men kunnen de afzender en eventueel ook devervoerder boetes opgelegd krijgen.
■Gebruik voor het vervoer van de accu uitslui-tend de originele doos of een geschikte doosvoor gevaarlijke materialen (niet vereist bijaccu’s met minder dan 100 Wh nominaleenergie). ■Plak open contacten af om kortsluiting tevoorkomen. ■Zet de accu in de verpakking goed vast tegenwegglijden, om beschadigingen aan de accute voorkomen. ■Zorg voor een correcte aanduiding en docu-mentatie bij de zending tijdens het transportof verzending (bijv. door de koerierdienst ofhet transportbedrijf). ■Informeer vooraf of een transport met de ge-kozen dienstverlener mogelijk is en of de ver-zending wordt weergegeven. Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijkegoederen bij de voorbereiding van de verzendingte betrekken. Neem ook eventuele verdere natio-nale voorschriften in acht. 11 OPSLAGNa elk gebruik het apparaat grondig reinigen en –indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingenaanbrengen.
443121_a 43Verwijderen11. 1 Accugrasmaaier opslaan VOORZICHTIG. Risico op letsel. Als kin-deren en onbevoegden tijdens de opslag toegangtot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel. ■Bewaar het apparaat op een plek die ontoe-gankelijk is voor kinderen en onbevoegdepersonen. ■Berg het apparaat alleen op nadat de accu'sverwijderd zijn. 1. Apparaat uitschakelen: Beveiligingssleutelverwijderen. 2. Accu's verwijderen. 3. De motor laten afkoelen. 4. Apparaat grondig reinigen. 5. Smeer alle metalen onderdelen ter bescher-ming tegen corrosie dun met olie of siliconein. 6. Geleidestang inklappen. 7. Bewaar het apparaat op een droge, schoneen tegen vorst beschermde plek. Dek het ap-paraat met een luchtdoorlatend zeil af om hettegen stof te beschermen. Gebruik geenkunststof folie om opstuwing van vocht tevoorkomen. 11. 2 Accu en oplader opslaan GEVAAR. Gevaar voor explosie enbrand.
Mensen worden gedood of ernstig ge-wond als de accu's exploderen omdat ze in denabijheid van open vuur of warmtebronnen zijnopgeslagen. ■Berg de accu's koel en droog op, echter nietin de nabijheid van open vuur of warmtebron-nen. OPMERKING De accu's zijn door een auto-matische herkenning van de laadtoestand be-schermd tegen te ver opladen en mogen daaromenige tijd, maar niet permanent in de oplader blij-ven zitten. OPMERKING Neem de meegeleverde ge-bruiksaanwijzingen van de accu en de oplader inacht. ■Bewaar de accu op een droge, vorstvrije plekbij een opslagtemperatuur van 0°C - 25°Cen met een lading van ong. 40 – 60%. ■Bewaar de accu vanwege kans op kortslui-ting niet in de buurt van metalen of zuurhou-dende voorwerpen.
12 VERWIJDERENAdvies over de wetgeving inzake elektrischeen elektronische apparaten (ElektroG)■Oude elektrische en elektronische ap-paraten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten geschei-den worden aangeboden of verwijderd.
■Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast inhet apparaat ingebouwd zijn, moeten voor deverwijdering worden gedemonteerd. De recy-cling ervan wordt door de batterijwetgevingbeheerst. ■Bezitters of gebruikers van elektrische enelektronische apparatuur zijn wettelijk tot te-ruggave na gebruik verplicht. ■De eindgebruiker is verantwoordelijk voor hetwissen van zijn persoonlijke gegevens op hette verwijderen gebruikte apparaat. Het symbool van de afvalemmer met de schuinestreep erdoor betekent, dat elektrische en elek-tronische gebruikte apparaten niet via het ge-woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnenop de volgende verzamelpunten gratis worden af-gegeven:■Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv.
milieuparken)■Verkooppunten van elektrische apparatuur(vast en online), voor zover handelaren tot te-rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan-bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing opapparaten die in landen van de Europese Uniegeïnstalleerd en verkocht werden en die beant-woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij-kende voorschriften gelden voor het verwijderenvan afgedankte elektrische en elektronische ap-paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland:BattG)■Gebruikte batterijen en accu’s horenniet bij het gewone afval, maar moetenafzonderlijk worden weggedaan. ■Zie de gebruikershandleiding om tot een veili-ge verwijdering van batterijen of accu’s uithet elektrische apparaat over te kunnen gaanen voor informatie over het type of het che-misch systeem.
NL44 32. 1 Li | 38. 1 LiKlantenservice/service centre■Bezitters of gebruikers van batterijen en ac-cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruikverplicht. De teruggave is beperkt tot de nor-male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen ofzware metalen bevatten, die het milieu en de ge-zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge-bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuwgebruiken van de grondstoffen draagt bij tot hetbehoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuinestreep erdoor betekent, dat gebruikte batterijenen accu’s niet via het gewoon afval mogen wor-den verwijderd.
In landenbuiten de Europese Unie kunnen afwijkende be-palingen voor de recycling van accu’s en batterij-en gelden. 13 KLANTENSERVICE/SERVICECENTREVoor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met hetdichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindtu op internet op het volgende adres: www. al-ko.
com/service-contacts14 GARANTIEEventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou-ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le-vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval afvan de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:■naleving van deze gebruikershandleiding■Deskundig gebruik■Gebruik van originele reserveonderdelenDe garantie vervalt bij:■Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen■Eigenhandig aangebrachte technische wijzi-gingen■Gebruik voor andere doeleinden dan het ge-bruiksdoelVan de garantie zijn uitgesloten:■lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik■Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduidDe garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da-tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naarde dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens deverkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Al-ko C50 Li Bo Flex stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Al-ko
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier