Al-ko 32.2 E comfort Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Al-ko 32.2 E comfort (284 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Al-ko 32.2 E comfort of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Al-ko |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | 32.2 E comfort |
Handleiding Al-ko 32.2 E comfort – volledige tekst
443223_b 37Vertaling van de originele gebruikershandleidingVERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDINGInhoudsopgave1 Over deze gebruiksaanwijzing. 371. 1 Symbolen op de titelpagina. 381. 2 Verklaring van pictogrammen en sig-naalwoorden. 382 Productomschrijving. 382. 1 Beoogd gebruik. 382. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik. 382. 3 Overige risico's. 382. 4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen. 382. 5 Symbolen op het apparaat. 392. 5. 1 Veiligheidstekens. 392. 5. 2 Bedieningstekens. 392. 6 Productoverzichten. 392. 6. 1 Productoverzicht (01) – easy. 392. 6. 2 Productoverzicht (02) – comfort. 402. 7 Leveringsomvang. 403 Veiligheidsinstructies. 403. 1 Gebruiker. 403. 2 Veiligheid op de werkplek. 403. 3 Elektrische veiligheid. 403. 4 Gebruik en behandeling van het elek-trische gereedschap. 413. 5 Service. 413. 6 Veiligheidsinstructies voor grasmaai-er. 413. 6. 1 Training. 413. 6.
4913 Garantie. 491 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING■De Duitse versie is de originele gebruiksaan-wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing. ■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over de machi-ne nodig heeft.
NL38 443223_bProductomschrijving■Draag de machine alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover. ■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1. 1 Symbolen op de titelpaginaSymbool BetekenisLees voor de ingebruikname dezegebruiksaanwijzing absoluut zorg-vuldig door. Dit is de voorwaardevoor veilig werken en een storings-vrij gebruik. GebruiksaanwijzingVoedingskabel ter voorkoming vaneen elektrische schok niet bescha-digen of doorknippen. 1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoorden GEVAAR. Wijst op een direct gevaarlijke si-tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieelgevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme-den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kanleiden. VOORZICHTIG.
Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei-den. LET OP. Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële schade kanleiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVINGDeze gebruikshandleiding beschrijft verschillendemodellen van met de hand geleide elektrischegrasmaaiers met verschillende uitvoeringen. Deuitvoeringen van de afzonderlijke modellen staanin de technische gegevens. Sommige modellen zijn uitgevoerd met een ga-zonwals. Door bij het maaien gelijkmatig op-en-neer te lopen maakt u hiermee een elegant stre-penpatroon op uw gazon. 2. 1 Beoogd gebruikDit apparaat is bedoeld voor het maaien van ga-zons en mag alleen op gedroogde gazons wor-den gebruikt. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particuliergebruik.
Ieder ander gebruik alsmede niet-toege-stane verbouwingen of uitbreidingen worden voormisbruik aangezien en hebben de uitsluiting vande garantie en het verlies van de conformiteit ende weigering van iedere verantwoordelijkheidvoor schade van de gebruiker of van derden vande fabrikant tot gevolg. 2. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruikHet apparaat is noch bedoeld voor de commerci-ele toepassing in openbare parken en sportfacili-teiten, noch voor de toepassing in land- en bos-bouw. ■Het apparaat niet gebruiken bij regen of opnat gazon. ■Veiligheidsvoorzieningen mogen niet wordengedemonteerd of overbrugd. 2. 3 Overige risico'sOok bij doelmatig gebruik van het gereedschapblijft sprake van een zeker restrisico dat niet kanworden uitgesloten.
Uit de aard en de bouwwijzevan het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge-bruik, de volgende potentiële gevaren worden af-geleid:■Wegslingeren van snijafval, grond en kleinestenen. ■Inademen van deeltjes van afgesneden ge-wasdeeltjes als er geen adembeschermingwordt gedragen. ■Snijwonden als gevolg van het reiken naarhet draaiende maaimes. 2. 4 Veiligheids- enbeveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids-en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letselveroorzaken. ■Laat defecte veiligheids- en beschermingsap-paratuur repareren. ■De veiligheids- en beschermingsuitrustingnooit buiten werking stellen.
443223_b 39ProductomschrijvingVeiligheidshandgreep / veiligheidsbeugelHet apparaat is uitgerust met een veiligheids-handgreep / veiligheidsbeugel. In geval van ge-vaar de veiligheidshandgreep / veiligheidsbeugelgewoon loslaten. De motor en het maaimecha-nisme vallen stil.Start-knopOm de motor door middel van de veiligheids-handgreep / veiligheidsbeugel te kunnen inscha-kelen, moet eerst op de Start-knop worden ge-drukt.KlepDe klep beschermt bijv. tegen maaigoed-deeltjesen stenen die eruit kunnen worden geslingerd.2.5 Symbolen op het apparaat2.5.1 VeiligheidstekensSymbool BetekenisWees bijzonder voorzichtig bij dehantering!Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing!Gevaar voor letsel!
Handen en voe-ten uit de buurt van het maaimecha-nisme houden!Schakel het apparaat voor onder-houds- en reparatiewerkzaamhedenuit en haal de stekker uit het stop-contact!Gevaar door uitslingerende voor-werpen!Houd derden uit de buurt van degevarenzone!Symbool BetekenisBij een beschadigde stroomkabelbestaat gevaar voor elektrischeschokken!Houd het netkabel uit de buurt vanhet snijwerk en rijd er niet over-heen!Snijmes blijft draaien, nadat het ap-paraat is uitgeschakeld. Maaimespas aanraken als alle delen van hetapparaat stilstaan!Apparaat niet gebruiken als het re-gent en niet opslaan in de buiten-lucht!2.5.2 BedieningstekensSymbool BetekenisAanpak voor het starten van de mo-tor (zie Hoofdstuk 6.9 "Maaiwerkstarten en stoppen (13, 14)*", pagi-na46)2.6 Productoverzichten2.6.1 Productoverzicht (01) – easyNr.
Onderdeel1 gazonmaaier2 Grasopvangbak (niet gemonteerd/ge-deeltelijk gemonteerd)*3 Duwboom (niet gemonteerd/gedeeltelijkgemonteerd)*4 Mulchinzetstuk** afhankelijk van het model, zie technische gege-vens. 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES3. 1 Gebruiker■Personen van jonger dan 16 jaar en perso-nen die de gebruikershandleiding niet heb-ben gelezen, mogen het apparaat niet ge-bruiken. Eventuele landspecifieke veiligheids-voorschriften voor de minimumleeftijd van degebruiker naleven. ■Een onervaren bediener moet worden geïn-strueerd en opgeleid in de bediening van hetapparaat. ■Bedien het apparaat niet als u onder invloedbent van alcohol, drugs of geneesmiddelen. 3. 2 Veiligheid op de werkplek■Zorg voor een schoon en goed verlichtwerkbereik. Wanorde of een gebrek aangoede verlichting kunnen ongevallen veroor-zaken.
■Werk met het elektrische gereedschapniet in een explosiegevaarlijke omgevingmet brandbare vloeistoffen, gassen ofstoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaaktvonken, die de stof of dampen kunnen latenontvlammen. ■Houd kinderen en andere personen tij-dens het gebruik van het elektrische ge-reedschap uit de buurt.
443223_b 41Veiligheidsinstructiesin combinatie met elektrisch gereedschapmet randaarding. Ongemodificeerde stek-kers en passende contactdozen verminderenhet risico van elektrische schokken. ■Vermijd lichaamscontact met geaarde op-pervlakken zoals bij buizen, verwarmin-gen, fornuizen en koelkasten. Er bestaateen verhoogd risico op een elektrische schokwanneer uw lichaam is geaard. ■Stel elektrisch gereedschap niet bloot aanregen of vocht. Wanneer er water in hetelektrische gereedschap binnendringt, ver-hoogt dit de kans op een elektrische schok. ■Gebruik de kabel niet voor doeleindenwaarvoor deze niet is bedoeld. De kabelmag niet worden gebruikt om het elektri-sche gereedschap te dragen, op te han-gen of om de stekker uit de contactdooste trekken. Houd de kabel uit de buurt vanhitte, olie, scherpe randen of zich bewe-gende onderdelen van het apparaat.
Bijbeschadigde of in de knoop geraakte kabelsis er een hoger risico op een elektrischeschok. ■Wanneer u met een elektrisch gereed-schap buiten werkt, dient u uitsluitendeen verlengkabel te gebruiken die ookvoor buiten geschikt is. Door het gebruikvan een dergelijke verlengkabel neemt het ri-sico op een elektrische schok af. ■Wanneer het gebruik van elektrisch ge-reedschap in een vochtige omgeving nietkan worden voorkomen, maakt u gebruikvan een aardlekschakelaar. Het gebruikhiervan vermindert het risico op een elektri-sche schok. 3. 4 Gebruik en behandeling van hetelektrische gereedschap■Voorkom overbelasting van het elektri-sche gereedschap. Gebruik voor uw werk-zaamheden het juiste elektrische gereed-schap. Met het passende gereedschap werktu beter en veiliger in het beschreven toepas-singsgebied. ■Gebruik het elektrische gereedschap nietwanneer de schakelaar kapot is.
■Trek de stekker uit de contactdoos en/ofverwijder de uitneembare accu voordat uinstellingen aan het apparaat uitvoert, ge-reedschapsdelen verwisselt of het elektri-sche gereedschap opruimt. Deze veilig-heidsmaatregel voorkomt het onbedoeld star-ten van het elektrische gereedschap. ■Bewaar ongebruikt elektrisch gereed-schap buiten het bereik van kinderen. Hetelektrische gereedschap mag niet wordengebruikt door personen die er niet meevertrouwd zijn of die de instructies niethebben gelezen. Elektrische gereedschap-pen zijn gevaarlijk als ze worden gebruiktdoor onervaren mensen. ■Onderhoud elektrisch gereedschap en in-zetgereedschap zorgvuldig. Controleer ofbewegende delen goed werken en nietklemmen, of er delen gebroken zijn of zo-danig beschadigd dat de werking van hetelektrische gereedschap wordt belem-merd.
Laat beschadigde onderdelen repa-reren voordat u het elektrische gereed-schap gebruikt. Veel ongevallen wordenveroorzaakt door slecht onderhouden elektri-sche gereedschappen. ■Houd het snijgereedschap scherp enschoon. Goed onderhouden snijgereed-schap met scherpe snijkanten blijft mindersnel haken en is gemakkelijker in het gebruik. ■Gebruik het elektrische gereedschap, hettoebehoren, inzetgereedschap enz. con-form deze instructies. Neem hierbij dewerkomstandigheden en de uit te voerenwerkzaamheden in acht. Het gebruik vanelektrisch gereedschap voor andere dandoelmatige toepassingen kan tot gevaarlijkesituaties leiden. ■Zorg dat de handgrepen en oppervlakkenervan droog, schoon en vrij van olie of vetblijven. Gladde handgrepen en oppervlakkenervan maken geen veilige bediening van hetelektrische gereedschap in onverwachte situ-aties mogelijk. 3.
NL42 443223_bVeiligheidsinstructies■Laat kinderen of andere personen die de ge-bruiksaanwijzing niet kennen, de grasmaaiernooit gebruiken. ■Kinderen dienen onder toezicht te staanzodat zij niet met het apparaat kunnenspelen. ■Reiniging en onderhoud mogen niet doorkinderen worden uitgevoerd. ■De lokale voorschriften kunnen de mini-mumleeftijd van de bediener vastleggen. ■Dit apparaat mag worden gebruikt door per-sonen met beperkte fysieke, sensorische ofmentale vermogens of met een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezichtstaan of instructies hebben gekregen vooreen veilig gebruik van het apparaat en inzichthebben in de daaruit voortvloeiende gevaren. ■Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen,met name kinderen, in de nabijheid zijn. ■Vergeet niet dat de gebruiker verantwoorde-lijk is voor ongelukken met andere personenof hun eigendommen.
■Bedien het apparaat niet als u onder invloedbent van alcohol, drugs of geneesmiddelen. 3. 6. 2 Voorbereidende maatregelen■Draag bij de werking van het apparaat altijdstevig schoeisel en een lange broek. Gebruikhet apparaat niet met blote voeten of in lichtesandalen. Vermijd het dragen van losse kle-ding of kleding met hangende veters of rie-men. ■Controleer het gebied waar het apparaatwordt gebruikt en verwijder alle voorwerpendie door het apparaat kunnen worden gegre-pen en weggeslingerd. ■Voor gebruik moet er altijd met een visuelecontrole worden gecontroleerd of de maai-messen, bevestigingsbouten en de gehelemaaieenheid versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde messen en beves-tigingsbouten mogen alleen in sets wordenvervangen om onbalans te voorkomen. Ver-sleten of beschadigde tekens moeten wordenvervangen.
■Voor gebruik moeten altijd de aansluitkabelen verlengkabel op tekens van beschadigingof slijtage worden gecontroleerd. Als de kabeltijdens het gebruik wordt beschadigd, moethij onmiddellijk van het verzorgingsnet wor-den gescheiden.
RAAK DE KABEL NIETAAN VOORDAT HIJ GESCHEIDEN IS. Ge-bruik het apparaat niet als de kabel versletenof beschadigd is. 3. 6. 3 Gebruik■Maai alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht. ■Vermijd – indien mogelijk – het gebruik vanhet apparaat op nat gras. ■Zorg altijd voor een goede ligging op hellin-gen. ■Verplaats het apparaat alleen op loopsnel-heid. ■Maai dwars op de helling, nooit omhoog ofomlaag. ■Wees vooral voorzichtig wanneer u van rij-richting verandert op een helling. ■Maai niet op te steile hellingen. ■Wees vooral voorzichtig als u de grasmaaierdraait of naar u toe trekt. ■Stop het maaimes (de maaimessen) als degrasmaaier moet worden gekanteld voortransport over andere terreinen dan gras enals de grasmaaier van en naar het te maaiengebied wordt verplaatst. ■Gebruik het apparaat nooit met beschadigdeafschermingen of beschermroosters of zon-der gemonteerde afschermingen, bijv.
keer-schotten en/of grasvangers. Beschadigde be-schermingsvoorzieningen en -afdekkingenmoeten worden vervangen, ontbrekende be-schermingsvoorzieningen en -afdekkingenmoeten goed worden aangebracht. ■Start de motor voorzichtig en volgens de in-structies van de fabrikant. Zorg voor voldoen-de afstand tussen de voeten en het maaimes(de maaimessen). ■Bij het starten van de motor mag de gras-maaier niet worden gekanteld, behalve als degrasmaaier tijdens het proces moet wordenopgetild. Kantel hem in dit geval alleen voorzover dit absoluut noodzakelijk is en til alleende van de gebruiker af gerichte kant op. ■Start de motor niet wanneer u voor de uit-werpschacht staat. ■Plaats nooit handen of voeten op of onderdraaiende delen. Blijf altijd uit de buurt vande uitwerpopening. ■Til de machine nooit op met een draaiendemotor. ■Zet de motor af en trek de stekker uit de con-tactdoos.
443223_b 43Veiligheidsinstructies■voordat u blokkades verwijdert of ver-stoppingen uit de uitwerpschacht verwij-dert,■voordat u de grasmaaier controleert,schoonmaakt of eraan werkt,■als een vreemd voorwerp is geraakt. Zoek naar schade aan de grasmaaier envoer de vereiste reparaties uit voordat ude grasmaaier opnieuw in gebruik neemten ermee werkt. ■Als de grasmaaier abnormaal begint te trillen,is een onmiddellijke controle vereist:■Zoek naar schade. ■Voer de vereiste reparaties aan bescha-digde onderdelen uit. ■Zorg ervoor dat alle moeren, bouten enschroeven stevig zijn aangedraaid. ■Werk niet met het apparaat in slechte weers-omstandigheden, vooral niet bij regen of drei-gend onweer. 3. 6. 4 Onderhoud en opslag■Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten enschroeven vast aangehaald zijn en dat hetapparaat zich in een veilige werkpositie be-vindt.
■Controleer de grasvanger regelmatig op slij-tage of verlies van functionaliteit. ■Vervang om veiligheidsredenen versleten ofbeschadigde onderdelen. ■Houd er rekening mee dat bij apparaten metmeerdere maaimessen de draaiing van éénmaaimes tot draaiing van de andere maai-messen kan leiden. ■Let er bij het afstellen van het apparaat opdat er geen vingers klem komen te zitten tus-sen bewegende maaimessen en vaste delenvan het apparaat. ■Laat de motor afkoelen voordat u het appa-raat opbergt. ■Let er bij het onderhoud van de maaimessenop dat de maaimessen zelfs wanneer destroom is uitgeschakeld kunnen worden be-wogen. ■Vervang om veiligheidsredenen versleten ofbeschadigde onderdelen. Gebruik alleen ori-ginele reserveonderdelen en accessoires. 3.
7 Belasting door trillingen■Gevaar door trillingenDe werkelijke trillingsemissiewaarde tijdenshet gebruik van het apparaat kan afwijkenvan de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:■Wordt het apparaat gebruikt voor het be-oogde gebruik.
■Wordt het materiaal op de juiste wijze ge-sneden of verwerkt. ■Bevindt het apparaat zich in een goedestaat van gebruik. ■Is het snijblad goed scherp en is het juis-te snijblad ingebouwd. ■Zijn de handgrepen en, indien nodig, op-tionele trillingsdempende handgrepen ge-monteerd en zijn deze vast verbondenmet het apparaat. ■Gebruik het apparaat alleen met het motor-toerental dat nodig is voor de uit te voerenwerkzaamheden. Gebruik het maximale toe-rental zo min mogelijk om geluid en trillingente beperken. ■Als gevolg van verkeerd gebruik en onder-houd kunnen de trillingen en het lawaai vanhet apparaat toenemen. Dit leidt tot schadeaan de gezondheid. Schakel in dit geval hetapparaat onmiddellijk uit en laat het repare-ren door een geautoriseerde servicewerk-plaats.
■De mate van belasting als gevolg van trillin-gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-zaamheden of van de toepassing van het ap-paraat. Schat hem in en las voldoende pau-zes in. Daardoor wordt de belasting door tril-lingen gedurende de volledige werktijd in be-langrijke mate verminderd. ■Door een langer gebruik van het apparaatwordt de bediener blootgesteld aan trillingen,waardoor problemen kunnen ontstaan met debloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risicote verminderen, handschoenen dragen en dehanden warmhouden. Wanneer een symp-toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen,onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de-ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver-lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn,vermindering van de kracht, verandering vankleur of van de conditie van de huid. Meestalworden deze symptomen waargenomen aanvingers, handen of polsen.
Bij lage tempera-turen neemt het gevaar toe. ■Las langere pauzes in tijdens uw werkdag,zodat u kunt herstellen van het geluid en vande trillingen. Plan uw werk zodanig dat hetgebruik van apparaten die sterke trillingen.
NL44 443223_bMontageveroorzaken, wordt verspreid over meerderedagen. ■Wanneer u een onaangenaam gevoel of eenverkleuring van de huid tijdens het gebruikvan het apparaat waarneemt aan uw handen,onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol-doende pauzes in. Zonder voldoende pauzeskan een trillingensyndroom ontstaan aanhanden en armen. ■Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo-gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorghet apparaat volgens de aanwijzingen in degebruiksaanwijzing. ■Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemtu contact op met uw dealer om trillingsdem-pende accessoires (bijv. handgrepen) aan teschaffen. ■Gebruik het apparaat niet bij temperaturenonder 10°C. Leg in een werkschema vasthoe de belasting door trillingen kan wordenbegrensd. 3. 8 GeluidsbelastingEen zekere geluidsbelasting door dit apparaat isonvermijdelijk.
Plan luidruchtige werkzaamhedengedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij-den. Respecteer rusttijden en beperk de duur vanhet werk tot het minimum. Voor uw persoonlijkebescherming en ter bescherming van personendie zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge-hoorbescherming worden gedragen. 4 MONTAGE3. 22 E easy, 3. 82 E easyMontage: Zie de foto´s „easy“ (00) t/m (06). 32. 2 E comfort, 38. 2 E comfortMontage: Zie de foto´s „comfort“ (00) t/m (05). WAARSCHUWING. Gevaren door onvol-ledige montage. De werking van een onvolledigapparaat kan ernstig letsel veroorzaken. ■Gebruik het apparaat alleen als het volledigis gemonteerd. ■Controleer voor het inschakelen alle veilig-heids- en beschermingsvoorzieningen opaanwezigheid en functionaliteit. 5 INGEBRUIKNAME5.
met randaarde)■maximaal 40 m lengte■spatwaterbeveiligd (beschermingsklasseIP44)■geschikt voor gebruik buiten (kwaliteitH05RN-F, d. w. z. rubber slang)Eisen aan de stroomaansluitingControleer of de stroomaansluiting aan de vol-gende eisen voldoet:■min. 10 A zekering■aardlekschakelaar met max. 30 mA active-ringsstroom6 BEDIENING WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids-en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letselveroorzaken. ■Controleer voor het inschakelen alle veilig-heids- en beschermingsvoorzieningen opaanwezigheid en functionaliteit. WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Onbedoeld inschakelen kan leiden tot ernstig let-sel. ■Altijd voor pauzes en onderhoudswerkzaam-heden: Schakel het apparaat uit en neem destekker los van het elektriciteitsnet. 6. 1 Stroomverbinding maken (03)** afhankelijk van het model, zie technische gege-vens. 1.
Stekkerbus van de voedingskabel stevig inde stekker aan de duwboom steken (03/a). 2. Voedingskabel in de kabeltrekontlasting(03/1) klemmen dat hij niet losgetrokken kanworden van de stekker. 6. 2 Maaihoogte instellen (04) VOORZICHTIG. Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai-ende maaimechanisme. ■Pas de maaihoogte alleen aan wanneer demotor is uitgeschakeld en het maaimechanis-me stilstaat. 1. Hendel (04/1) om te ontgrendelen naar bui-ten trekken (04/a) en vasthouden.
443223_b 45Bediening■Duw voor laag gras de hendel in de rich-ting van het voorwiel (04/b). ■Duw voor hoger gras de hendel in derichting van de grasopvangbak (04/b). 2. Hendel loslaten totdat hij in de gewenstestand wordt vergrendeld. De ingestelde maaihoogte wordt aan het linker-voorwiel aangegeven. 6. 3 Maaien met de grasopvangbak (05, 06)Het apparaat kan worden gebruikt met of zondergrasopvangbak. Grasopvangbak vasthaken1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld isen het maaiwerk stilstaat. 2. Klep (05/1) optillen (05/a). 3. Grasopvangbak (05/2) in de houders hangen(05/b). 4. Klep loslaten. Vulniveau controlerenDe niveau-indicator (06/1) wordt door de lucht-stroom tijdens het maaien naar boven geduwd(06/a). Als de grasopvangbak (06/2) vol is, ligt devulpeilweergave tegen de grasopvangbak aan(06/b). De grasopvangbak moet worden geleegd. De grasopvangbak loshaken en legen VOORZICHTIG.
Gevaar voor snijletsel. Gevaar voor snijletsel bij het grijpen in het draai-ende maaimechanisme. ■Verwijder de grasopvangbak alleen als hetmaaiwerk stilstaat. 1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld isen het maaiwerk stilstaat. 2. Klep (05/1) optillen. 3. Grasopvangbak (05/2) uit de houders tillenen naar achteren toe wegnemen. 4. Leeg de grasopvangbak. 5. Uitblaasopeningen (05/3) van de vulpeilweer-gave reinigen. 6. Grasopvangbak ophangen (zie boven). 6. 4 Maaien zonder grasopvangbak (16)Het apparaat kan zonder grasopvangbak wordengebruikt. Om te voorkomen dat de uitwerpscha-cht niet verstopt raakt, moet de stootklep iets ge-kanteld worden. 1. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld isen het maaiwerk stilstaat. 2. Klep (16/1) optillen (16/a). 3. Kleppensteun (16/2) omhoogzetten (16/b) tothij vastklikt. 4. Klep loslaten. 6.
5 Maaien met gazonwals (07)** afhankelijk van het model, zie technische gege-vens. Met de gazonwals maakt u bij het maaien eenelegant strepenpatroon in uw gazon. 1. Loop bij het maaien met de grasmaaier in ge-lijkmatige stroken op-en-neer. 6.
6Mulchen met het mulchinzetstuk (08, 09)** afhankelijk van het model, zie montagehandlei-ding. Bij het mulchen wordt het maaigoed niet verza-meld maar blijft op het gazon achter. De mulchbeschermt de grond tegen uitdrogen en voorziethem van voedingsstoffen. De beste resultatenworden met het regelmatige terugsnijden van ca. 2 cm bereikt. Alleen jong gras met zacht blad-weefsel verrot snel. ■Grashoogte voor het mulchen: max. 8cm■Grashoogte na het mulchen: min. 4cm OPMERKING De snelheid aan het mulchenaanpassen, niet te snel stappen. Mulchwig plaatsen (08) OPMERKING De snelheid aan het mulchenaanpassen, niet te snel stappen. 1. Apparaat uitschakelen en de stekker van hetelektriciteitsnet scheiden. 2. Grasopvangbak loshaken. 3. Til de stootklep (08/1) op en plaats het mul-chinzetstuk (08/2) in het uitwerpkanaal (08/3)(08/a). De vergrendeling moet vastklikken.
OPMERKING De snelheid aan het mulchenaanpassen, niet te snel stappen. Mulchwig verwijderen (09)1. Apparaat uitschakelen en de stekker van hetstroomnet scheiden. 2. Stootklep optillen. 3. Maak de vergrendeling (09/1) van het mul-chinzetstuk (09/a) los. 4. Trek het mulchinzetstuk (09/2) uit het appa-raat (09/b). 6. 7 Duwboom op lichaamlengte aanpassen** afhankelijk van het model, zie technische gege-vens.
NL46 443223_bWerkinstructies6. 7. 1 Duwboom aanpassen – easy (10)1. Aan beide kanten van de duwboom:■Hoogteverstelbout (10/1) losdraaien. ■Bout (10/2) uittrekken. 2. Bovenste duwboom (10/3) naar het volgendegat aan de onderste duwboom (10/4) ver-schuiven (10/a). 3. Bovenste duwboom in omgekeerde volgordeweer vastdraaien. 6. 7. 2 Duwboom aanpassen – comfort (11,15)1. De snelpanners (11/1) openklappen (11/a). 2. Duwboom (11/2) rond de draai-/vastklik-scharnieren (11/3) tot de gewenste hoogtedraaien (11/b). 3. Op de markeringspijlen (15/1) letten. 4. Kunststof plaatjes (15/2) uitlijnen en de snel-spanners dichtklappen. 6. 8 Duwboom in- en uitklappen** afhankelijk van het model, zie technische gege-vens. Na het inklappen van de duwboom kunt u het ap-paraat op de achterkant kantelen en daardoor hetmaaiwerk iets reinigen. In deze stand kan het ap-paraat ook plaatsbesparend opgeborgen worden.
VOORZICHTIG. Risico op beknelling. Vin-gers en andere lichaamsdelen kunnen tussen delosse delen van de geleiderail ingekneld raken. ■Houd de losse delen van de geleiderail goedvast. ■Houd geen vingers of andere lichaamsdelentussen de losse delen. 6. 8. 1 Duwboom in- en uitklappen – comfort(12, 15)Duwboom inklappen1. De bovenste snelspanners (12/1) loszettenen de bovenste duwboom omlaagklappen. 2. Onderste snelspanners (12/2) zover loszet-ten dat de hele duwboom naar voren toe inde horizontale stand geklapt kan worden. 3. Kunststof plaatjes (15/2) uitlijnen en alle snel-spanners dichtklappen. Duwboom uitklappenGa in de omgekeerde volgorde te werk. 6. 9 Maaiwerk starten en stoppen (13, 14)** afhankelijk van het model, zie technische gege-vens. Het maaiwerk alleen op effen ondergrond, niet inhet hoge gras starten. De ondergrond moet vrijzijn van vreemde voorwerpen zoals bijv. stenen.
Veiligheidsbeugel (13/2, 14/2) naar de duw-boom (13/3, 14/3) toe trekken (13/a, 14/a). De motor en het maaimechanisme gaandraaien. 3. Start-toets loslaten en daarbij de veiligheids-beugel verder vasthouden. OPMERKING De veiligheidsbeugel wordtniet vastgezet. Houd hem gedurende het helewerk aan de duwboom vast. Maaiwerk stoppen1. Veiligheidsbeugel loslaten. Deze gaat auto-matisch naar de beginstand. 2. Wacht totdat het maaiwerk stilstaat. VOORZICHTIG. Gevaar voor snijwonden. Gevaar voor snijwonden bij het grijpen in hetdraaiende maaiwerk. ■Wacht totdat het maaiwerk stilstaat. ■Voor alle onderhouds- en verzorgingswerk-zaamheden: schakel het apparaat uit enwacht totdat het maaimechanisme stilstaat. Neem de stekker los van het elektriciteitsnet. 7 WERKINSTRUCTIESVolg de veiligheidsinstructies op. OPMERKING Neem de plaatselijke voor-schriften in acht, wanneer de grasmaaier gebruiktmag worden.
■Let op voorwerpen in het gras en verwijderze uit het werkgedeelte. ■Maai alleen bij goede zicht. ■Maai alleen met scherpe maaimessen. ■Manoeuvreer het apparaat uitsluitend metbehulp van de duwboom. ■Beweeg het apparaat alleen stapvoets. ■Beweeg het apparaat altijd dwars t. o. v. dehelling. Gebruik de grasmaaier niet de hellingop of af en niet aan hellingen van meer dan10°. Wees bijzonder voorzichtig bij het wijzi-gen van de werkrichting.
443223_b 47Onderhoud en verzorgingMaaiprestatie■De maaiprestaties, d. w. z. het oppervlak datkan worden gemaaid, hangt af van de eigen-schappen van het gazon. Factoren als delengte van het gras, de dichtheid van hetgras, de gewenste maaihoogte en een voch-tig gazon hebben invloed op de maaipresta-tie. ■Voor een optimale maaiprestaties wordt aan-bevolen het gazon vaak te maaien, een hogemaaihoogte in te stellen het gras stapvoets temaaien. Suggesties voor het maaien■Maaihoogte altijd 3–5 cm, niet meer dan dehelft van de grashoogte maaien. ■Grasmaaier niet overbelasten. Als het motor-toerental door lang, zwaar gras merkbaar la-ger wordt, de maaihoogte opvoeren en vakermaaien. ■Wind en zon kunnen het gazon na het maai-en uitdrogen; maai daarom op de late mid-dag. 8 ONDERHOUD EN VERZORGING WAARSCHUWING. Gevaar voor persoon-lijk letsel tijdens onderhoudswerkzaamheden.
Verkeerd onderhoud kan ernstig letsel en schadeaan het apparaat veroorzaken. ■Voordat wordt begonnen met onderhouds-werkzaamheden, het apparaat scheiden vande stroomvoorziening. ■Reparaties aan het apparaat alleen laten uit-voeren door gespecialiseerde bedrijven. 8. 1 Regelmatigeonderhoudswerkzaamheden■Zorg ervoor, dat alle moeren, bouten enschroeven vast aangehaald zijn en dat hetapparaat zich in een veilige werkpositie be-vindt. ■Grasvanger regelmatig controleren op wer-king en slijtage. 8. 2 Apparaat en maaiwerk reinigenLET OP. Gevaar door water. Water in het ap-paraat leidt tot kortsluitingen en vernieling van deelektrische onderdelen. ■Spuit het apparaat niet met water af. ■Gebruik voor het reinigen uitsluitend eenhandveger of en borstel. 1. Stop de motor. 2. Stekker scheiden van het elektriciteitsnet. 3. Grasopvangbak loshaken. 4. Duwboom inklappen (Duwboom in- en uit-klappen*). 5.
Een versleten, ge-broken of beschadigd snijmes kan breken en de-len ervan kunnen veranderen in gevaarlijke pro-jectielen. ■Controleer het snijmes regelmatig op bescha-digingen. ■Gebruik de grasmaaier niet als het snijmesversleten of beschadigd is. ■Laat botte of beschadigde snijmessen alleendoor een AL-KO service centre of door eengeautoriseerd gespecialiseerd bedrijf slijpenof vernieuwen. ■Om trillingen te voorkomen, moeten het snij-mes en de messchroef altijd samen wordenvervangen. ■Opnieuw geslepen messen moeten uitgeba-lanceerd worden. Niet-uitgebalanceerdemessen leiden tot hevige trillingen en be-schadigen het apparaat. 8. 4 Reparatiewerkzaamheden* afhankelijk van het model, zie technische gege-vens. WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel bijreparatiewerkzaamheden. Ondeskundige repa-raties kunnen ernstig letsel en schade aan hetapparaat veroorzaken.
■Laat reparatiewerkzaamheden alleen uitvoe-ren door servicepunten van de fabrikant ofdoor geautoriseerde gespecialiseerde bedrij-ven. Ga in de volgende gevallen naar een servicepuntvan de fabrikant:■Motor start niet meer. ■Apparaat is tegen een obstakel aan gereden. ■Maaimessen en/of motoras zijn/is verbogen. ■Apparaat trilt en draait onrustig. ■Voedingskabel of stekker beschadigd. *.
NL48 443223_bHulp bij storingen9 HULP BIJ STORINGEN VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. On-derdelen met scherpe randen en draaiende on-derdelen kunnen letsel veroorzaken. ■Draag bij onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden altijd beschermende handschoe-nen. OPMERKING Neem contact op met onzeklantenservice bij storingen die niet in deze tabelstaan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak MaatregelMotor draait niet. Maaimes is geblokkeerd. ■Mes vrijmaken. ■Grasmaaier op laag gras starten. Kabels of schakelaars zijn de-fect. Apparaat niet gebruiken. Ga naar een servi-cepunt van de fabrikant. Motorvermogenwordt minder. Mes is bot. Snijmessen op een servicepunt van de fa-brikant laten slijpen. Te veel gras is in de uitworp. ■Gras verwijderen. Stootklep reinigen. Mes is bot. ■Snijmessen op een servicepunt van defabrikant laten slijpen. Motor stopt tijdenshet maaien.
Motor is overbelast. Grasmaaier uitschakelen, op een vlakke on-dergrond of op laag gras neerzetten en op-nieuw starten. Gazon is vochtig. Gazon laten drogen. Grasopvangbak vultniet voldoendeDe grasopvangbak is verstopt. Reinig het rooster van de grasopvangbak. Er zit te veel gras in de uit-werpschacht of in de behui-zing. ■Uitwerpkanaal / huis reinigen. Maaihoogte corrigeren. Mes is bot. ■Snijmessen op een servicepunt van defabrikant laten slijpen. Maaihoogte is te laag. Maaihoogte hoger instellen. Voedingskabel Kabelisolatie gebroken. Apparaat niet gebruiken. Ga naar een servi-cepunt van de fabrikant. 10 OPSLAGNa elk gebruik het apparaat grondig reinigen en –indien beschikbaar – alle veiligheidsafdekkingenaanbrengen. Apparaat op een droge, afsluitbareplaats en buiten het bereik van kinderen bewa-ren. 10. 1 Elektrische grasmaaier opbergen1.
Alle metalen delen ter bescherming tegencorrosie dun met olie of silicone insmeren. 7. Duwboom inklappen. 8. Apparaat op een droge, schone en tegenvorst beschermde plek opbergen. Dek demachine met een luchtdoorlatend zeil af omhet tegen stof te beschermen. Gebruik geenplasticfolie om vochtophoping te voorkomen.
443223_b 49Verwijderen VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. Als kin-deren en onbevoegden tijdens de opslag toegangtot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel. ■Bewaar het apparaat op een plek die ontoe-gankelijk is voor kinderen en onbevoegdepersonen. 11 VERWIJDERENAdvies over de wetgeving inzake elektrischeen elektronische apparaten (ElektroG)■Oude elektrische en elektronische ap-paraten horen niet thuis bij het huis-houdelijke afval, maar moeten geschei-den worden aangeboden of verwijderd. ■Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast inhet apparaat ingebouwd zijn, moeten voor deverwijdering worden gedemonteerd. De recy-cling ervan wordt door de batterijwetgevingbeheerst. ■Bezitters of gebruikers van elektrische enelektronische apparatuur zijn wettelijk tot te-ruggave na gebruik verplicht.
■De eindgebruiker is verantwoordelijk voor hetwissen van zijn persoonlijke gegevens op hette verwijderen gebruikte apparaat. Het symbool van de afvalemmer met de schuinestreep erdoor betekent, dat elektrische en elek-tronische gebruikte apparaten niet via het ge-woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnenop de volgende verzamelpunten gratis worden af-gegeven:■Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)■Verkooppunten van elektrische apparatuur(vast en online), voor zover handelaren tot te-rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan-bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing opapparaten die in landen van de Europese Uniegeïnstalleerd en verkocht werden en die beant-woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU.
In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij-kende voorschriften gelden voor het verwijderenvan afgedankte elektrische en elektronische ap-paraten. 12 KLANTENSERVICE/SERVICECENTREVoor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met hetdichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindtu op internet op het volgende adres: www. al-ko.
com/service-contacts13 GARANTIEEventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou-ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le-vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval afvan de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:■naleving van deze gebruikershandleiding■Deskundig gebruik■Gebruik van originele reserveonderdelenDe garantie vervalt bij:■Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen■Eigenhandig aangebrachte technische wijzi-gingen■Gebruik voor andere doeleinden dan het ge-bruiksdoelVan de garantie zijn uitgesloten:■lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik■Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduidDe garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da-tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naarde dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens deverkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Al-ko 32.2 E comfort stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Al-ko
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier