AGPO Ultima 4 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van AGPO Ultima 4 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over AGPO Ultima 4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Ultima 3 2027C
Ultima 4 2035C
Ultima 5 2038C
Gebruikershandleiding
Montagehandleiding
hoogrendement combiketel
cod. 3544284/2

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: AGPO
Categorie: Verwarmingsketel
Model: Ultima 4

Handleiding AGPO Ultima 4 – volledige tekst

Wij behouden ons het recht voor om wijzigingen / verbeteringen aan het product en bijgevoegde informatie aan te brengen zondervoorafgaande kennisgeving. Op www. agpoferroli. nl staat de meest actuele versie van de handleiding, die alle eerdere versies vervangt. StoringenRaadpleeg hoofdstuk 2 (bladzijde 7) of de storingeenvoudig te verhelpen is. Als u de storing niet zelf kunt oplossen:Bel uw installateur of onderhoudsbedrijf. Schrijf toestelgegevens op:(vermeld op de witte sticker in de klep, onder de instructie)Toesteltype: ULTIMA 3ULTIMA 4ULTIMA 5Serienummer:. L. Dit nummer altijd doorgeven. Belangrijk voor garantie. Telefoonnummer installateur of onderhoudsbedrijf:Documentnummer: DRS8012 versie: 4 datum: februari 2006AGPO Ferroli b. v. Postbus 3364, 4800 DJ BredaKonijnenberg 24, 4825 BD BredaInternet: www. agpoferroli. nle-mail: info@agpoferroli.

nlConsumenten-informatielijn076 - 5 725 740(storingen melden bij uw installateur)ULTIMA 3 2027CULTIMA 4 2035CULTIMA 5 2038CGeachte gebruiker,Gefeliciteerd met uw nieuwe cv-toestel. Dit toestel geeft unaast een hoog comfort een laag energieverbruik: gunstigvoor u en voor het milieu. Deze gebruikershandleidinggeeft u diverse adviezen om goed met uw toestel en decv-installatie om te gaan. Wij raden u daarom aan, dezezorgvuldig te lezen en te bewaren. Garantie en registratieVia onze website op internet kunt u heel eenvoudig uwtoestel registreren t. b. v. de garantie. Zie onze websitewww. agpoferroli. nl bij garantiebewijs. Natuurlijk kunt u ook de garantiekaart, die aan het eind vandeze handleiding is afgedrukt, naar ons retour sturen.

Weverzoeken u, binnen 30 dagen na de installatiedatum, degarantie te registreren via internet of middels het retour-neren van de volledig ingevulde garantiekaart. InstallatieHet toestel dient door een erkende installateur geïnstal-leerd, in bedrijf gesteld en onderhouden te worden. OnderhoudDit toestel heeft minimaal een keer per twee jaar eenonderhoudsbeurt nodig.

Neem hiervoor contact op metuw installateur of onderhoudsbedrijf. De onderhoudsbeurten en eventuele reparatie mogenalleen door deskundige installatie- of onderhouds-bedrijven worden uitgevoerd. Geachte installateur,Het tweede deel van deze handleiding is een montage-handleiding, die tevens een storingsanalyse en uitleg overde werking van het toestel bevat. De montagehandleiding biedt u een handzame hulp bijhet installeren van het toestel. Werking en technische gegevensIn dit hoofdstuk wordt in het kort uitleg gegeven over dewerking van het toestel. Tevens vindt u hier de technische gegevens en hetelektrisch aansluitschema. Aandachtspunten vóór montageU wordt in dit hoofdstuk geattendeerd op belangrijkezaken, die u voorafgaand aan de montage moet weten. Montage-instructieIn deze instructie wordt aangegeven hoe het toestelgemonteerd en in bedrijf gesteld wordt.

3Inhoud gebruikershandleiding1. Algemeen. 4Voor uw veiligheid: let op. 42. Bediening, storingen en instellingen. 53. Het in en uit bedrijf nemen van het toestel. 84. Gebruikersadviezen. 85. Onderhoud en reiniging. 96. Het bijvullen en ontluchten van de cv-installatie. 10Inhoud montagehandleidingAandachtspunten vóór montage7. Voorschriften. 118. Aandachtspunten vóór montage. 118. 1 Leveringsomvang. 118. 2 Toestelaccessoires. 128. 3 Montagemogelijkheden. 128. 4 Benodigde vrije ruimte. 128. 5 Rookgasafvoer en luchttoevoer: opstellingsmogelijkhedenen weerstandsberekening. 128. 6 Extra aandachtspunten voor de complete installatie. 15Montage-instructie9. Montage-instructie. 169. 1 Veiligheid. 169. 2 Ophangen van het toestel. 169. 3 Afmetingen en aansluitingen. 179. 4 Aansluiten van de cv- en tapwaterleidingen. 189. 5 Aansluiten van een zonneboiler. 199. 6 Aansluiten gaszijdig. 209.

7 Aansluiten condensafvoer. 209. 8 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer. 219. 9 Ingebouwde bypass voor cv. 229. 10 Aansluiten van de kamerthermostaat en evt. buitenvoeler ofexterne cv-installatiepomp. 2310. Eerste ingebruikstelling van het toestel. 2410. 1 Voorbereidingen. 2410. 2 In bedrijf nemen. 2510. 3 Het toestel afstemmen op de installatie d. m. v. een aantal parameters. 2610. 4 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke regelingen. 2710. 5 Extra informatie over de weersafhankelijke regeling van de ULTIMA. 28Onderhoud, storingen en service11. Onderhoud. 2911. 1 Algemene informatie. 2911. 2 Onderhoudsbeurt. 2911. 3 Onderhoudset en pakkingset. 3112. Storingen en serviceonderdelen. 3212. 1 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen. 3212. 2 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen. 3312. 3 Uitlezen van de historie: opslag van opgetreden storingen.

41. automatische ontluchter2. rookgasafvoerpijp3. luchttoevoerpijp(ook linkse aansluiting mogelijk)4. cv-aanvoerleiding5. display en bedieningstoetsen6. warm waterleiding7. condensafvoerslang8. gasleiding9. koud waterleiding10. cv-retourleiding11. drukmeter cv-installatie12. klep met korte bedieningsinstructie(opengeklapt weergegeven)13. AAN/UIT-knopGaskeurlabelsDe gaskeurlabels geven aan dat het toestel voldoet aande kwaliteitseisen van Gastec, het gastechnisch keurings-instituut in Nederland. De AGPO Ferroli HR ULTIMA heeft:Basis GaskeurStrenge basis kwaliteitseisen. HR: Hoog RendementMeer dan 107% op onderwaarde. HRww: Hoog Rendement warm waterCW: Comfort Warm waterDit label geeft het comfort van detapwatervoorziening. * ULTIMA 3: CW-klasse 3** ULTIMA 4: CW-klasse 4*** ULTIMA 5: CW-klasse 5Zie bladzijde 9 voor meer informatie over de CW-klassen.

SV: Schonere VerbrandingDoor de geavanceerde brander zeer weinig uitstoot vanmilieu vervuilende stoffen. NZ: Naverwarming ZonneboilerHet toestel is geschikt om als naverwarmer voor eenzonneboiler aangesloten te worden. IntroductieDe ULTIMA is een modern hoogrendement combitoestel,dat zowel warm tapwater levert als warmte voor de cv-installatie. Het toestel is voorzien van de meest moderne technieken,die ervoor zorgen dat zowel het gasverbruik als hetelektriciteitsverbruik onder alle omstandigheden zo laagmogelijk blijven. Tevens zorgen de nieuwe techniekenervoor dat er een minimum aan onderhoud behoeft teworden uitgevoerd en dat de levensduur van het toestelwordt verlengd. Door de computergestuurde regelingwordt de meest optimale energie-toevoer bepaald,rekening houdend met het type woning en soort installatie.

Bij een warmtevraag ontsteekt het toestel automatisch en,afhankelijk van de benodigde hoeveelheid warmte, voerthet toestel zijn vermogen op of verlaagt het juist. Bij eengelijktijdige warmtevraag van de cv-installatie en hettapwater heeft de levering van warm tapwater voorrang. 1.

ALGEMEEN Voor uw veiligheid: let op. Dit toestel voldoet aan de strengeEuropese veiligheidsnormen. Het CE-keurmerk geeft dit aan. Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaaktvan aardgas en 230V-voedingsspanning, willen wij uop een aantal zaken attenderen:230V elektrische spanningComponenten in dit toestel staan onder een spanningvan 230V. U mag de mantel van het toestel absoluutniet verwijderen. Let op bij gasluchtAls u een gaslucht ruikt: de gaskraan dichtdraaien(zie blz. 8) en de installateur bellen. Roken en vuur verboden. Zet ramen en deuren open. Warm tapwaterDe tapwatertemperatuur is ongeveer 60oC en kansoms hoger zijn. Warme leidingen en pijpenDe leidingen en radiatoren kunnen 90oC worden. Deverbrandingsgasafvoerpijp kan tijdens bedrijf ca. 90oCworden. Zorg dat de verbindingen van de pijp altijdgoed gemonteerd blijven.

OpstellingsruimteDe luchttoe- en afvoeropeningen mogen niet kleinergemaakt worden of afgesloten worden. Ontvlambarematerialen of vloeistoffen mogen niet in de buurt vanhet toestel worden opgeslagen of gebruikt. Om schadeaan het toestel te voorkomen, dient verontreiniging vande verbrandingslucht door halogeenkoolwaterstoffen ofsterke stofvorming te worden voorkomen. OnderhoudDit toestel heeft minimaal een keer per twee jaar eenonderhoudsbeurt nodig. Neem hiervoor contact op metuw installateur of onderhoudsbedrijf. Figuur 1. 1 ToesteloverzichtGebruikershandleiding.

52. BEDIENING, STORINGEN EN INSTELLINGENTapwaterbedrijf, weergegeven met een temperatuur. Ruststand, weergegeven met de cv-aanvoertemperatuur. Cv-bedrijf, weergegeven met de cv-aanvoertemperatuur. Het kan even duren voordat het toestel in bedrijf komt. Wachttijd voor cv, na cv-bedrijf (anti-pendelcyclus)Wachttijd voor cv, na tapwatervraag. De weergegeven temperatuur is cv-zijdig. De uit-stromende tapwatertemperatuur is bij een instelling van58 en de nominale volumestroom ca. 60-65oC. Vergrendelende storingscodes: druk op. bij A1: Is de gaskraan geopend. Druk op. bij A4: Reinig toestelsifon en druk op. Zie blz. 9. Signaleringcodes. Dit zijn geen storingen, maarindicaties voor de bedrijfstoestand van hettoestel. Blokkerende storingscodes. bij F5: Vul de installatie bij (tot ca. 1. 6 bar). Zie blz. 10. Het display geeft niets weer. Is de AAN/UIT-knop ingedrukt.

Zit de stekker in het stopcontact. 1 Modetoets2Functiedisplay3Temperatuur-en codedisplay4 Toets5 Entertoets6 Resettoets7Eco-indicator:licht op als dewarmhoudstanduitgeschakeld is. 8Vlamindicator: lichtop als de brander inbedrijf is. 9Comfort-indicator:licht op als dewarmhoudstandingeschakeld is. 10 Toets11 AAN/UIT-schakelaarGebruikersmenuDruk op de resettoets bij A-storingscode. Met het indrukken van de resettoets wordt de elektronicaontgrendeld en kan het toestel opnieuw worden opgestart. Dit kan ca. 10 seconden duren. Dit resetten geldt uitsluitendbij een A-foutcode en heeft geen effect bij een F-foutcode. Indien A of F-storingen zich regelmatig voordoen: waarschuwde installlateur. (0 met punt) Instelling zomer- / winterstand (zie blz. 6). 11 = winterstand: cv-bedrijf èn tapwaterverwarming mogelijk. 00 = zomerstand: geen cv-bedrijf mogelijk, wel tapwaterverwarming.

2Huidige tapwater-temperatuur (indirect) / ingesteldtapwater-setpoint (zichtbaar na kort op of drukken) (zie blz. 6). 3Cv-temperatuur bij de retoursensor. 4Buitentemperatuur (indien sensor is aangesloten). 5Rookgastemperatuur. 6Waterdruk van de cv-installatie (in bar, +/- 10%). 7Indicatie tapwaterhoeveelheid (in liters/min, +/- 10%). 8Toerental van de ventilator (in % van het maximum). 9Instelling stooklijn weersafhankelijke regeling (zie blz. 7). 9. Modulatiepercentage cv-pomp (in % van het maximum). U kunt de waarden achter de nummers 0. , 0, 1, 2 en 9 wijzigendoor kort op of te drukken. Hierna de wijziging bevestigen met. Als u niet op de toets drukt, wijzigt er niets. Zie blz. 6 en 7 voor uitgebreide informatie over de betekenis van deinstellingen. Terugkeer naar normale bedrijfsstatus:Druk nogmaals op of;Druk 4 minuten geen toets meer in.

Wijzigingen instellen en bevestigenStoringen herstellenInformatie op het displayHiernaast wordt de betekenis van de mogelijkeaanduidingen op het functiedisplay (2) weergegeven. STORINGEN Voor meer informatie: zie blz. 7Door herhaald drukken op doorloopt u het gebruikersmenu.

6- U ziet de huidige cv-aanvoertemperatuur. - Na drukken op of : u ziet het ingesteld cv-setpoint (80 = 80oC). Dit cv-setpoint is de maximum cv-temperatuur. Het linker display gaat nu knipperen. Aanpassen van deingestelde waarde kan door of in te drukken. Hierna de keuze bevestigen door in te drukken. Hetdisplay geeft hierna de huidige cv-temperatuur aan. (bijsommige combinaties van cv-toestellen en OpenTherm-thermostaat is het instellen op deze manier niet mogelijk). Advies over deze instellingVoor bijna alle woningen is hierbij een setpoint-waardevan 80oC een goede instelling. Bij een instelling van 80 kan de cv-aanvoertemperatuur85oC worden.  Bij extreem lage buitentemperaturen of zeer onguurweer kunt u de instelling verhogen naar 85oC.  Bij laagtemperatuurverwarming kunt u deze tempera-tuur verlagen, bijvoorbeeld naar 55oC. Wat zijn de comfort- en economystand.

Standaard wordt het toestel op temperatuur gehouden,waardoor u snel warm water krijgt als u de kraan open-draait. Het is echter mogelijk om het op temperatuur houden(= comfortstand) uit te schakelen. Het toestel komt in ditgeval alleen in bedrijf als er daadwerkelijk warm waterwordt getapt. Bij deze stand daalt het energiegebruik, maarde wachttijd bij het tappen van warm water neemt toe. Deze stand is de economy-stand. Hoe schakelt u het toestel op economy stand of opcomfortstand. Als het goed is heeft uw installateur de instelling van dezemenu-optie ingesteld. De juiste instelling is namelijkafhankelijk van het soort kamerthermostaat die u heeft. U kunt in de handleiding van de thermostaat lezen welkethermostaat u heeft, een AAN/UIT-schakelende of eenOpenTherm-kamerthermostaat.

OpenTherm heeft het volgende logo:Op het display kunt u zien of het lichtje bij de comfortstandof economystand brandt en dus op welke stand het toestelstaat. Menu-optie 0 (0 zonder punt):instelling t. b. v. comfortstandMenu-optie 1: instellingmaximum cv-temperatuurHet veranderen van de instelling kan door of in tedrukken.

Het linker display gaat nu knipperen. Aanpas-sen van de ingestelde waarde kan door of in tedrukken. Bevestig de keuze door in te drukken. EconomystandWarmhoudstand van het toestel staat uit. Comfortstand (standaard instelling):Warmhoudstand van het toestel staat aan. (voorwaarde voor CW- / HRww labels)Menu-instelling t. b. v. de comfort- of economystandWaarde: Instelling:- U ziet de temperatuur bij de tapwatersensor. De weergegeven temperatuur is cv-zijdig. - Na drukken op of : U ziet het ingesteld tapwatersetpoint. Het linker display gaat nu knipperen (instelling: 58 = voor-waarde voor CW-/HRww). Bij deze instelling is de uit-stromende tapwatertemperatuur +/- 60-65oC. Druk op of om de ingestelde waarde aan te passen. Deze keuzebevestigen door in te drukken.

Het display geeft nu detemperatuur bij de tapwater-sensor aan (bij sommigecombinaties van cv-toestellen en OpenTherm-thermostaat ishet instellen op deze manier niet mogelijk). Circulatielei-dingen voor tapwater zijn op combitoestellen niet toepasbaar. Waarschuwing. Het bouwbesluit schrijft voor dat er aan de warmtap-waterpunten een minimale temperatuur van 55°Cgeleverd moet kunnen worden. Stel de warmtapwater-temperatuur daarom niet lager in dan 58°C. Schakeldaarom bij toepassing van bijv. een zonne- of warmte-pompboiler het toestel nooit uit. Menu-optie 2: instellingregeling tapwater-temperatuurMenu-optie 0. (0 met punt):instelling zomer-/winterstandZomerstand: geen cv-bedrijf maarwel warm waterbedrijf mogelijk. Het veranderen van de instelling kan door of in tedrukken. Het linker display gaat nu knipperen. Aanpas-sen van de ingestelde waarde kan door of in tedrukken.

Bevestig de keuze door in te drukken. Advies over deze instellingU hoeft deze instelling niet te veranderen, omdat hettoestel in de zomer ook niet meer voor cv-bedrijf in werkingkomt als u de kamerthermostaat op ca. 16oC of lager zet. Winterstand (standaard instelling):cv-bedrijf èn warm waterbedrijf mogelijk.

Veranderen van de zomer-/winterstandWaarde: Instelling:Let op. Speciale situatie bij zonneboilers. Als u een zonneboiler heeft, schakelt deze boiler zelf decomfortstand in- en uit. Handmatig aanpassen is inverband met een door de overheid ingestelde minimumtapwatertemperatuur bij installaties met een zonneboilerniet toegestaan. Als u een kamerthermostaat met comfortschakelaar heeft,kunt u hier gebruik van maken. Er zijn ook thermostatendie bij nachtverlaging overschakelen op de economy-stand. Meestal gebeurt dit pas als de kamerthermostaatlager dan 15oC ingesteld wordt. U kunt in de handleidingvan de thermostaat lezen of dit mogelijk is. 1. Indien u het toestel altijd op economy-standwilt zetten, dient u de instelling van dezemenu-optie van 1 naar 0 te zetten. 2. Bij een een OpenTherm-kamerthermostaatmet een comfort/economy instelmogelijkheidmoet deze menu-optie instelling 1 hebben.

Lees voordat u de instelling verandert eerst deze uitleg. Het is meestal niet nodig deze instelling aan te passen. Er zijn meerdere mogelijkheden om het toestel op decomfort- of economystand voor warm water te zetten.

7Storingen die u zelf niet kunt oplossenIndien de A-storingen zich regelmatig voordoen: waar-schuw uw installateur. Ook als er andere storingen zijn ofals u geen warm water of cv-verwarming heeft. Ook bij storing A3, als de rookgastemperatuur te hoog isgeworden: waarschuw uw installateur. Als er met de levering van warmte problemen zijn, kunt uop het display achter de grijze klep kijken naar de weerge-geven informatie. Bij storing knippert een foutcode. Storingent/mt/mt/mGeen oplichtend display. Mogelijke oorzaken + oplossing: AAN/UIT knop ingedrukt. (lampje moet branden) De stekker zit niet in het stopcontact.  Er staat geen spanning op het stopcontact. Dit is te controleren door een ander apparaat,bijv. een looplamp, hierop aan te sluiten. Foutcode 5. Mogelijke oorzaak + oplossing: De waterdruk van de cv-installatie is te laag. Vul de installatie bij. Zie blz. 10.

Resetten is niet nodig; Na het vullen komt hettoestel automatisch in bedrijf. Alarmcode 1. Mogelijke oorzaak + oplossing: De gaskraan staat dicht. Controleer dit. Druk op om het toestel weer op te starten.  Mogelijk is de condensafvoer verstopt. Zie blz. 9. Druk op. Alarmcode 4. Mogelijke oorzaak + oplossing: Controleer of de condensafvoer niet verstopt zit. Zie blz. 9. Druk op. Geen cv-verwarming, wel tapwaterverwarmingHet toestel moet in de winterstand staan. Zie menu-optie 0. (met punt) op blz. 6. Borrelend geluid in het toestelAls u tijdens het warm watergebruik een borrelend geluidhoort, controleer dan of de druk ± 1,5 bar is. Traag op temperatuur komende cv-installatieControleer in dit geval het volgende: Staan alle radiatorkranen open.  Staat de kamerthermostaat op de gewenste tempera-tuur (of hoger).

Stel even-tueel een hogere stooklijn in. Voor de meeste cv-installaties is 9 een goede instelling. Zie menu-optie 9 op blz 7. Storingen die u mogelijk zelf kunt oplossenLinker display: soort storingRechter display: storingsnummerVergrendelend(reset noodzakelijk)BlokkerendenInstelling van de kamerthermostaatAls u naast de thermostatische radiatorkranen eenkamerthermostaat heeft, kunt u deze gebruiken om de cv-installatie s nachts uit te schakelen of een nachtverlagingtoe te passen. Er zijn twee mogelijkheden:1. De WA-regeling van de kamerthermostaat is geacti-veerd (in dit geval is menu-optie 9 van de regeling op0 ingesteld). Meer uitleg over WA-regelingen zieblz. 27. Stel een gewenste kamertemperatuur vanongeveer 20oC. 2. De WA-regeling van de ULTIMA is geactiveerd.

Stel in dit geval overdag de kamerthermostaat eenpaar graden hoger in dan de instelling van dethermostatische radiatorkranen en s nachts, of bijafwezigheid, een aantal graden lager. Buitentemperatuur in oCcv-aanvoertemperatuur in oCFiguur 2. 1 De stooklijnen (1 -10) van de WA-regeling van het toestelAls een nummer van 1 tot 10 is ingesteld, isde WA-regeling ingeschakeld. De waarde vanhet nummer bepaald de stooklijn. De WA-regeling is uitgeschakeld. Als uw installateur deze waarde heeft inge-steld, mag u deze niet aanpassen. Veranderen van de stooklijnwaarde: instelling:Veranderen van de ingestelde waarde kan door of in te drukken. Het linker display gaat nu knipperen. Aanpassen van de ingestelde waarde kan door of in te drukken. Bevestig de keuze door in te drukken.

Menu-optie 9: instelling stooklijnweersafhankelijke regelingAlléén als uw cv-installatie geschikt is voor het gebruik vaneen WA-regeling, kunt u deze menu-optie gebruiken omde ingestelde stooklijn aan te passen. Als deze regeling niet is ingeschakeld, de waarde = 0,laat de instelling dan op 0 staan.

8In dit hoofdstuk worden een aantal adviezen gegeven metbetrekking tot het gebruik van het toestel en de installatie. 4. GEBRUIKERSADVIEZEN3. HET IN EN UIT BEDRIJFNEMEN VAN HET TOESTELIn bedrijf nemen1. Zorg dat het toestel niet in bedrijf is:zet de kamerthermostaat op een lage stand engebruik geen warm water. 2. Zet het toestel uit met de AAN-UIT-knop. 3. Neem de stekker uit het stopcontact. 4. Sluit de gaskraan. Als u het toestel uit bedrijf wilt nemen als u op vakantiegaat, lees dan het advies dat hiernaast staat. 1. Open de gaskraan;2. Steek de stekker in het stopcontact en zet toestel aanmet de AAN-UIT knop. Het toestel begint met zijnopstartprogramma, dat ca. 2 minuten in beslag neemt. OPEN DICHTFiguur 3. 1 Meest voorkomende situatie. Type gaskraan enafstand ten opzichte van toestel kan verschillen.

Als het toestel in de comfortstand voor tapwaterstaat, wordt het toestel eerst op temperatuurgebracht. Als er warmtevraag is voor de cv-installatie gaathet toestel de cv-installatie verwarmen. Als er geen warmtevraag is, schakelt het toestelhierna op de stand-by stand. Er is iets mis: kijk op het displayOp de vorige bladzijde kunt u lezen wat de betekenis is vande weergave op het display. Mogelijk kunt u het probleemzelf oplossen. Alles gaat goed, het display geeft aan:Het toestel gebruikt in de stand-by stand geen gas enzeer weinig elektriciteit. Schakel het toestel tijdens langdu-rige afwezigheid, bijvoorbeeld bij vakantie, daarom niet uit. U kunt het toestel dan wel op de economy-stand zetten. Zie menu-optie 0 op blz 6. In de winter dient de woningvorstvrij te blijven om bevriezing van leidingen te voorko-men.

Stel tevens bij langere afwezigheid in de winter dekamerthermostaat niet lager dan ca. 12oC in. Bij vorst-gevoelige cv-installaties dient dit zelfs iets hoger zijn. Zie blz. 9 over bevriezingsgevaar. Waarschuwing. Het bouwbesluit schrijft voor dat er aan de warmtap-waterpunten een minimale temperatuur van 55°Cgeleverd moet kunnen worden.

Stel de warmtap-watertemperatuur daarom niet lager in dan 58°C. Schakel daarom bij toepassing van bijv. een zonne-boiler of warmtepompboiler het toestel nooit uit. Op vakantie. Zet het toestel niet uitRadiatoren in de ruimte met dekamerthermostaat altijd open houdenBij het gebruik van een kamerthermostaat is hetnoodzakelijk dat alle radiatoren in de ruimte waar dezehangt volledig open staan. Door in dit vertrek één ofmeer radiatoren te sluiten, neemt de temperatuur in deandere vertrekken toe, terwijl de temperatuur in deruimte met de kamerthermostaat niet hoger wordt. Temperatuurregeling met eenkamerthermostaatDe kamerthermostaat is een regelaar, die de temperatuurop de ingestelde waarde houdt. Verhoog of verlaag bij hette warm of te koud aanvoelen van de temperatuur, deinstelling met maximaal 1oC (behalve s ochtends of alsde verwarming langere tijd uit is geweest).

Hiermeevoorkomt u dat de temperatuur te veel schommelt en dethermostaat i. p. v. een automatische regelaar als eenaan/uit-schakelaar wordt gebruikt. Gebruik van dekamerthermostaatWeersafhankelijke regeling metkamerthermostaatZie op bladzijde 7 bij instelling van de kamerthermostaathoe u in dit geval de kamerthermostaat instelt. Instelling van de kamerthermostaat in de zomerStel de kamerthermostaat in de zomer in op ca. 16oC. Ditis voldoende om het toestel niet in werking te laten treden. Bijstelling van het cv-setpoint op het toestel is niet nodig. Uit bedrijf nemen.

9Comfort- en economystandOp bladzijde 6 wordt uitgelegd wat het verschil is tussende comfort- en economystand. Tevens wordt uitleg gege-ven hoe u het toestel tussen deze twee standen kunt latenschakelen. Zie bladzijde 6. SpaardouchesOp de ULTIMA kunt u alle spaardouchekoppen van eengoede kwaliteit toepassen. Raadpleeg uw installateur vooreen goede spaardouchekop. Als u een spaardouchekopgebruikt, zorg dan dat deze regelmatig wordt ontkalkt omvoldoende doorstroming te houden. Gebruik van een zonneboilerAls de ULTIMA is gekoppeld aan een zonneboiler, verwarmthet toestel het tapwater verder als het water uit dezonneboiler nog niet op voldoende temperatuur is. Omgaan met warm waterOm te voorkomen dat onderdelen van uw cv-installatie ofwaterleidingen bevriezen, dient u de kamerthermostaatbij voorkeur niet lager dan ongeveer 12oC in te stellen.

 Sluit de gastoevoer niet af en laat het toestel aan staan.  Draai alle radiatorkranen open, vooral van ruimtes metbevriezingsgevaar: zet eventueel tussendeuren open.  In het toestel zit een automatische vorstbeveiliging, dieechter alleen voorkomt dat het toestel zelf bevriest.  Als de installatie wordt afgetapt (i. v. m. vorst), dient ookhet toestel volledig te worden afgetapt. BevriezingsgevaarLet op bij het gebruik van een zonneboiler: Juiste instelling setpointwaarde = 58. Controleer dit.  Geen wijzigingen van de instelling van een eventueeltoegepast mengventiel toegestaan. Bij een verkeerdeinstelling kan de watertemperatuur te hoog worden.  Het cv-toestel mag elektrisch niet uitgeschakeld worden.

Betekenis Gaskeur CW-klassenComfortklasse CW3 betekent (ULTIMA 3): Een tapdebiet van tenminste 6 l/min van 60oC Douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 6 l/min van 60oC(dit komt overeen met 6 tot 10 l/min bij 40oC) Het vullen van een bad met 100 liter water van 40oCgemiddeld, binnen 12 minuten.

Comfortklasse CW4 betekent (ULTIMA 4) : Een tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60oC Douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min van 60oC(dit komt overeen met 6 tot 12,5 l/min bij 40oC) Het vullen van een bad met 120 liter water van 40oCgemiddeld, binnen 11 minuten. Comfortklasse CW5 betekent (ULTIMA 5) : Een tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60oC Douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min van 60oC(dit komt overeen met 6 tot 12,5 l/min bij 40oC) Het vullen van een bad met 150 liter water van 40oCgemiddeld, binnen 10 minuten. Draai de dop los. Let op. Er komt water uit de sifon. 5. ONDERHOUD EN REINIGINGFiguur 5. 1. De vuil-opvangbeker onder de toestel sifon. Draai de dop weer op het sifon enschakel daarna met de AAN/UIT-knop het toestel weer aan. - Zet de kamerthermostaat op een lage stand en gebruik geen warm water. - Schakel met de AAN/UIT-knop het toestel uit.

OnderhoudVoor een goede en veilige werking adviseert AGPO Ferroliom minimaal eenmaal per twee jaar een onderhouds-beurt aan het toestel uit te laten voeren. Afhankelijk van deomstandigheden kan ook de frequentie van deonderhoudsbeurten aangepast worden. Dezeonderhoudsbeurten moet worden uitgevoerd door eenerkend installateur of onderhoudsbedrijf. Schoonmaken van de toestelsifonOm te voorkomen dat de condensafvoer van het toestelverstopt raakt, kunt u zelf jaarlijks de toestelsifon schoon-maken.

Ontlucht tot er geenlucht meer uit komt.Sluit de vulslang aan op dewaterkraan.Verwijder het dopje van decv-vulkraan.Draai de kraan langzaam openen vul de slang met water.Sluit de kraan als de slang vol is.Sluit de volle slang aan op de cv-vulkraan.Open de cv-vulkraan.Sluit de cv-vulkraan.Vul tot de manometer 1,6 baraangeeft (bij koude cv-installatie).Koppel de slang los van dekranen.Bevestig het dopje weer op decv-vulkraan.Schakel met de AAN/UIT-knop het toestel weer aan.Schakel met deAAN/UIT-knophet toestel uit.Het ontluchten van de cv-installatieHet vullen van de cv-installatie (voer eerst punt 1 en 2 uit)Water in de cv-installatie: let op!Gebruik uitsluitend schoon leidingwater.Geen gedemineraliseerd water.Voeg geen chemische middelen aan hetwater toe.Bij het toevoegen hiervan vervalt degarantie op het toestel.Vóór u met vullen begint: let op!Er kan een vulprocedure bij de vulkraanhangen: volg deze instructie.

 Voor alle voorschriften geldt dat aanvullingen opnormen of voorschriften of latere voorschriften op hetmoment van installeren van toepassing zijn.  Het gaswandtoestel is uitsluitend te gebruiken voorgesloten verwarmingssystemen tot een maximaletemperatuur van 90oC.  De installatie van het toestel mag alleen geschiedendoor daartoe erkende personen. Erkenningen wordenafgegeven door de energiebedrijven en water-distributie-organisaties. 7. VOORSCHRIFTEN 8. AANDACHTSPUNTENVÓÓR MONTAGE8. 1 LeveringsomvangStandaard aanwezig in of bij het toestel: Overstort voor de cv-installatie (3 bar).  Drukmeter voor de cv-installatie (analoog).  Waterdruksensor (digitaal).  Automatische ontluchter.  3 pijpjes ø15 mm (ca. 30 cm lang), incl. pakkingen.  Handleiding + A3 met aandachtspunten voor installatie.  Ingebouwd toestelsifon met vuilopvangbeker.  Condensafvoerslang.  Snoer: ca.

externecv-installatiepomp (in de elektrakast) Afsluiters voor cv-aanvoer en cv-retour Zeef in de cv-retouraansluiting 2 pijpen ø22 (ca. 30 cm lang) incl. twee aansluit-mogelijkheden voor een vul-/aftapkraan en eenexpansievat.  Ingebouwde bypass voor cv (instelbaar)Benodigde onderdelen voor de installatie: Vul-/aftapmogelijkheid t. b. v. de cv-installatie.  Drukvat (grootte afhankelijk van de installatie).  Gasafsluiter.  Inlaatcombinatie (KIWA; 8 bar).  Rioolafsluitend sifon of stankafsluiter en een kunststofafvoerpijp naar de riolering (buitenmaat ø32 mm).  Stopcontact 230V met randaarde(deze dient goed bereikbaar te zijn).  Kamerthermostaat. Zie blz. 27.  Bij gebruik van RVS of kunststof rookgasafvoerpijp: pasdirect boven het toestel een condensafscheider toe.  Eventueel een open verdeler en een extra cv-installatie-pomp.

Vuistregel:Plaats een open verdeler en een extra cv-installatiepompals het opgestelde cv-vermogen meer dan 25 kW is. Zie bladzijde 38 en 39 voor meer informatie. Benodigde onderdelen bij een weersafhankelijke regeling: Buitenvoeler ULTIMA (NTC 10kOhm).  Thermostaatkranen op radiatoren.  Eventueel een Romeo klokthermostaat. Benodigde onderdelen bij een combinatie met eenzonneboiler: Mengventiel zonneboiler (verplicht, gaskeur NZ 2003). Montagehandleiding.

1580054 Condens op buitenzijde luchttoevoerpijpAls de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtesloopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condens-vorming optreden. Om dit te voorkomen dient in ditgeval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.  Regelgeving rookgasafvoersysteemHoud rekening met de plaatselijke eisen van bijv. brandweer, hinderwet en gasbedrijf.  Mogelijke ijspegelvormingIndien er ijspegelvorming kan optreden bij deafvoeren, de uitmonding niet situeren op plaatsenwaaronder zich personen kunnen begeven of waarbijschade kan ontstaan door loslatende ijspegels.  Twee aansluitmogelijkhedenEr kan gebruik worden gemaakt van één van de tweeluchttoevoeraansluitingen. Hinderlijk kruisenvan pijpen wordt hiermee voorkomen. De middelsteaansluiting is voor de verbrandingsgasafvoer. Tevens is een concentrische aansluiting mogelijk.

 Extra condensafscheider in hetrookgasafvoersysteemBij toepassing van een kunststof of RVS-rookgas-afvoersysteem dient een extra condensafscheiderdirect op het toestel op de rookgasafvoeraansluitingte worden geplaatst (advies: zelfde materiaal als RGA-systeem).  Geluidsproductie bij een werkend toestel.

Het toestel produceert een bepaald geluidsniveau. Houd met de keuze van de opstelling rekening meteen geringe geluidsproductie. Het is bijv. af te radenom het toestel in een vrije opstelling op eenslaapkamer te plaatsen.  Witte condenspluim op de rookgasafvoerpijpOmdat de ULTIMA een HR-toestel is, zal er zoveelenergie uit de verbrandingsgassen worden gehaalddat deze condenseren. Hierdoor kan er op derookgasafvoerpijp een condenspluim ontstaan. Houd hier rekening mee. Als het mogelijk is, verdienthet hierom echter de voorkeur om een bovendakseuitmonding te maken. 8. 5 Rookgasafvoer en luchttoevoer:opstellingsmogelijkheden enweerstandsberekeningVoor alle opstellingssituaties geldt het volgende: WeerstandDe toegestane weerstand van het luchttoevoer- enrookgasafvoersysteem is aan een maximumgebonden. Controleer dit aan de hand van eenweerstandsberekening.

 Condens of regenwater in de rookgasafvoerpijpHorizontale verbrandingsgasafvoerpijpminimaal 50 mm/m op afschot leggen. Het condenswater en eventueelregenwater loopt nu naar het toestel terug. 8. 3 MontagemogelijkhedenHet toestel is ontworpen als een hangend toestel en kantegen praktisch elke wand worden bevestigd. Deze dientvlak en stevig genoeg te zijn voor het gewicht van hettoestel. 8. 4 Benodigde vrije ruimteHoud in verband met het installeren en mogelijke service-werkzaamheden rekening met een minimale vrije ruimte. Advies: Minimaal: Zijkant 15 cm 4 cm Onderkant 100 cm 25 cm Bovenkant afhankelijk van 27 cm (bij concentrischerookgasafvoer geveldoorvoer) Voorkant >50 cm 50 cm(1,5 cm bij gesloten deur)Let op. Bij afwijking van de geadviseerde vrije ruimtewordt de bereikbaarheid van het toestel voor service-doeleinden beperkt.

13Opstellingssituatie 1 (klasse-C33)Door het dak met een dakdoorvoer (individueel). Bij deze opstellingssituatie worden de luchttoevoer enrookgasafvoer individueel naar de dakdoorvoergebracht, waarbij deze concentrisch door het dak gaan. Voor de verticale dakdoorvoeren adviseert AGPO Ferroligebruik te maken van een ijspegelvrije AGPO Ferroli HRdrukbalansdakdoorvoer. Bij de HR drukbalansdakdoorvoeris er slechts een minime kans op ijspegel-vorming. Opstellingssituatie 2 (klasse-C53)Luchtoevoer uit de gevel en rookgasafvoer door het dak(individueel of collectief). Pas op de luchttoevoerpijpuitsluitend het AGPO Ferroli gevel-inlaatkruisstuk toe. Hier-mee wordt de invloed van wind sterk gereduceerd. Alsuitmonding kan o. a. een HR prefabsschoorsteen wordengebruikt. Zorg dat er zich geen lichtpunt in de buurt van deluchtinlaatopening bevind (i. v. m. insecten).

Situeer dezeopening uit de buurt van opstakels en zijmuren. Opstellingssituatie 3 (klasse-C13)Geveldoorvoer. Houdt rekening met een minimale inbouw-hoogte boven de ULTIMA van 27 cm. Bepaalde geveldoorvoeren zijn niet trekkend, wat welnoodzakelijk is. Monteer altijd een zogenaamdetrekkende geveldoorvoer (Zie blz. 12: toestelaccessoires). Raadpleeg NPR3378 voor de juiste plaatsing. Opstellingssituatie 4 (klasse-C33)Luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak met behulpvan een HR-prefabschoorsteen (individueel of collectief). Zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoer worden metdeze HR prefabschoorsteen door het dak gevoerd. Opstellingssituatie 5 (klasse-C83)Half CLV-systeem: luchttoevoer uit de gevel en rookgas-afvoer door het dak (collectief). Bij deze situatie geschiedtde luchttoevoer door de gevel en gaan de rookgassencollectief door het dak.

Zorg dat er zich geen lichtpunt in de buurt van de lucht-inlaatopening bevind (i. v. m. insecten). Situeer dezeopening uit de buurt van opstakels en zijmuren. Opstellingssituatie 6 (klasse-C33)Concentrische luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak(individueel). Bij deze situatie worden de luchttoevoer enrookgasafvoer concentrisch naar het dak gebracht. Opstellingssituatie 7 (klasse-C43)CLV-systeem (collectief). Bij deze opstellingssituatieworden zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoergezamenlijk naar het dak gebracht. De weerstand van hetrookgasafvoer en luchttoevoer-systeem dient hierbijberekend te worden tot aan het CLV-systeem. RaadpleegAGPO Ferroli bij een nieuw te maken CLV-systeem en volgde algemene richtlijnen voor deze systemen. Specificatie rookgasafvoermateriaal (klasseC63)De ULTIMA wordt geleverd zonder rookgasafvoermateriaal. Dit wordt aangeduidt met de toestelklasse C63.

14De eenheid meterspijplengte ø80 mmOmdat de weerstand een drukverlies is, wordt dezestandaard uitgedrukt in Pascal. De weerstand van 1meter rechte pijp heeft dan bijvoorbeeld een x-aantalPascal weerstand. Evenals bochten en anderecomponenten in het RGA/LTV-systeem. Om de berekening wat te vergemakkelijken wordtde omrekening gemaakt van Pascals naar meterspijplengte. Dit zit als volgt in elkaar. De weerstand van 1 meter rechte pijp ø80 in deluchttoevoer heeft een bepaalde waarde. Bij deULTIMA 5 bijvoorbeeld mogen 50 van dezestukken pijp aangesloten worden om de maxi-male weerstand te bereiken. Als we dit getal, 50meter, willen gebruiken om de maximale weer-stand uit te drukken, moeten alle andere compo-nenten uitgedrukt worden in een factor maal deweerstand van deze meter pijp ø80mm in deluchttoevoer.

Een korte bocht 90o (R=0,75) ø80mm in deluchttoevoer heeft bijvoorbeeld 1,5 maal deweerstand van 1 meter pijp ø80mm in de lucht-toevoer. Voor alle componenten is deze factorvastgesteld, zodat de totale weerstand in meterspijplengte kan worden berekend. Weerstand bij geveldoorvoer(toestel direct aan de buitenmuur)De weerstand van een AGPO Ferroli-geveldoorvoersetzit onder de maximaal toegestane weerstand(80 parallel naar 100/60 concentrisch). Berekening van de weerstand van eenRGA/LTV-systeem voor een ULTIMA1. Zet de componenten onder elkaar;2. Vermenigvuldig per component het aantal metde weerstand;3. Tel het totaal op. 4. De berekende weerstand moet lager zijn dan detoegestane weerstand. Weerstandsberekening rookgasafvoer / luchttoevoer (RGA/LTV) Maximaal toegestane weerstandULTIMA 3. 92 meter pijplengteULITMA 4. 55 meter pijplengteULTIMA 5.

aansluitstuk)Berekende weerstand totaal:. 28,4 mDe berekende weerstand is 28,4. Deze is minderdan de toegestane 50 meters pijplengte en is dusin orde. De noodzaak van een weerstandsberekeningDe weerstand van het RGA/LTV-systeem wordt groter naarmatede totale lengte van de pijpen en het aantal bochten toeneemt. Omdat de ventilator maar een bepaalde weerstand kan over-bruggen, is deze weerstand echter aan een maximum gebon-den. Voor het toestel is daarom een maximum weerstandberekend die niet overschreden mag worden. * Bij de flexibele pijpen en bochten horen de aangegevenweerstandswaarden bij de binnendiameter van de pijp. De overige waarden horen bij de buitendiameters.

158. 6. Extra aandachtspunten vóór de complete installatieCv-installatieVloerverwarmingAandachtspunten bij toepassing van een vloerverwarming: Pas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen toe, omcorrosie in het toestel te voorkomen. Dit is nodig om dezuurgraad (pH) van het cv-water tussen de toegestanewaarden van 5 en 8 te houden.  Pas bij een bestaande vloerverwarming, waarvan nietduidelijk is of de buizen diffusiedicht zijn, een warmte-wisselaar toe om de circuits te scheiden.  Pas een 100% hydraulisch neutrale vloerverwarmings-set toe. Bij uitgeschakelde cv-pomp van het toestelmag de pomp van de vloerverwarming geen circulatiedoor het toestel veroorzaken. Plaats eventueel eenvloerverwarmingsset met een gescheiden systeemvoor de vloerverwarming en de overige cv-installatie.

Open verdelerVooral bij een opgesteld cv-vermogen dat hoger is dan25 kW (bij ontwerpcondities) dient goed gelet te worden opde weerstand van de cv-installatie. Controleer altijd of debeschikbare opvoerhoogte voldoende is voor de installa-tie. Voldoende doorstroming van het water door de cv-installatie is zeer belangrijk. Vuistregel:Plaats een open verdeler en een extra cv-installatiepompals het opgestelde cv-vermogen meer dan 25 kW is. Zie bladzijde 38 en 39 voor meer informatie. Ingebouwde bypass voor de cv-installatieIn het toestel is een met de hand instelbare bypassingebouwd die tussen de cv-aanvoer- en retourleiding isgeplaatst. Zie bladzijde 38 en 39 voor meer informatie. TapwatervoorzieningComfort warm tapwaterHet tapwatercomfort van het toestel dient aan te sluiten bijde wensen van de gebruiker. Zie blz. 43 voor uitgebreide informatie over CW-klassen.

PlaatsingsadviesSitueer het toestel zo dicht mogelijk bij de tappunten. Plaats eventueel een 12mm leiding naar het keukentap-punt, om de wachttijd te bekorten. Uitschakelen tapwatervoorzieningMiddels een aantal ingrepen is het mogelijk om het toesteluitsluitend voor de cv-installatie te laten werken.

Raadpleeg AGPO Ferroli voor meer informatie. SpaardouchekoppenDe ULTIMA is geschikt voor goede spaardouchekoppen. Te lage voordruk van het tapwaterAls de beschikbare voordruk niet voldoende is om degewenste volumestroom te krijgen, kan de doorstroom-begrenzer verwijderd worden. Zie bladzijde 40. Mengventiel voor tapwaterAls u een zonneboiler aan de ULTIMA koppelt, kan de uit-stromende watertemperatuur hoog zijn. Voorkom dit dooreen mengventiel toe te passen. Dit mengventiel is verplichtgesteld in Gaskeur NZ 2003. Plaats bij voorkeur een AGPOFerroli zonneboiler met een zonnelabel. Als het toegevoerdetapwater voorverwarmd wordt door bijv. een warmtepomp-boiler, wordt een mengventiel dringend geadviseerd. Voor-kom bij een warmtepompboiler tevens dat het toegevoerdewater niet te warm is, bijv. met een brandervoorwaarde-thermostaat.

Als dit een externe thermostaat is: plaats dezethermostaat direct bij de warmwateruitlaat van de boiler. Overige aandachtspuntenMeerdere kamerthermostaten / vorstbeveiliging. Er kunnen meerdere kamerthermostaten op de ULTIMAaangesloten worden, waarvan er slechts één OpenTherm-kamerthermostaat kan zijn. Dit is bijvoorbeeld gewenst bijhet gebruik van een openhaard om een minimale tempe-ratuur op de studeerkamer te kunnen regelen of voor eenvorstbeveiliging. Zie bladzijde 23 voor extra uitleg. IP-beschermingsklasseHet toestel heeft standaard de beschermingsklasseIPX2D. Om IPX4D te verkrijgen dient de 230V-voeding alsvaste aansluiting gerealiseerd te worden. Gebruik in ditgeval een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contact-opening van minimaal 3 mm. 230V-voedingVoor de 230V-voeding dient een stopcontact met randaardegeplaatst te worden. Deze dient goed bereikbaar gemon-teerd te worden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AGPO Ultima 4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden