AEG Electrolux Santo S 75380 KG8 Handleiding

AEG Electrolux Koelkast Santo S 75380 KG8

Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Santo S 75380 KG8 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 87 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Santo S 75380 KG8 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
N/AE/NY36-1. (07.)
200371998

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Koelkast
Model: Santo S 75380 KG8

Handleiding AEG Electrolux Santo S 75380 KG8 – volledige tekst

48Als de temperatuur wordt ingesteld geeft een knipperende indicatie demomenteel ingestelde koelkasttemperatuur aan (GEWENSTE temperatuur).Opstarten de temperatuur instellen1. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.2. Druk op de knop (A). De apparaten worden ingeschakeld.3. Druk op de knop (B) of (D). De temperatuurindicatie schakelt over en demomenteel ingestelde, GEWENSTE temperatuur knippert in de temperatu-urindicatie. 4. Stel de gewenste temperatuur in door op de knoppen (B) of (D) te drukken(zie het gedeelte "Instelknoppen temperatuur"). De gewijzigde instellingwordt onmiddellijk weergegeven in de temperatuurindicatie. Steeds wanneerde knop wordt ingedrukt, wordt de temperatuur met 1 °C aangepast.Vanuit het oogpunt van het veilig bewaren van voedsel moet +5 °C wordenbeschouwd als voldoende koud om voedsel op te slaan in de koelkast.5.

Wanneer de gewenste temperatuur is ingesteld, keert na circa 5 seconden detemperatuurindicatie terug naar de weergave van de DAADWERKELIJKE tem-peratuur binnen in de koelkast. Het weergegeven getal knippert niet meer,maar brandt continu.Informatie! Als de instelling wordt gewijzigd, start de compressor niet onmid-dellijk wanneer het automatisch ontdooien momenteel plaatsvindt.Aangezien de bewaartemperatuur binnen in de koelkast snel wordt bereikt,kunt u onmiddellijk na het inschakelen voedsel in de koelkast opslaan.COOLMATICDe functie COOLMATIC is geschikt voor het snel koelen van grote hoeveelhe-den levensmiddelen in de koelkast.1. De functie COOLMATIC wordt ingeschakeld door op de knop COOLMATIC (F)te drukken.Het gele lampje (E) gaat branden.De functie COOLMATIC staat nu garant voor intensief koelen. Er wordtautomatisch een GEWENSTE temperatuur van +2 °C geselecteerd.

49geschakeld door opnieuw op de knop COOLMATIC te drukken. Het gele lamp-je gaat uit.VakantiestandDe vakantiestand stelt de temperatuur in op +15°C. Deze functie stelt u instaat de koelkast dicht en leeg te houden gedurende een lange vakantieperi-ode (bijvoorbeeld tijdens de zomervakantie), zonder dat er een onaangenamegeur in het apparaat ontstaat.1. Om de vakantiestand in te schakelen drukt u op de knop (B).2. Druk meerdere keren op de knop (B) tot de letter "H" (voor holiday ofwelvakantie) in de temperatuurindicatie wordt weergegeven. De temperatu-urindicatie kan de weergegeven temperatuur aanpassen tot +8°C, met 1° perkeer. De indicatie 8°C wordt gevolgd door de letter “H”.

De vakantiestand enenergiebesparende modus voor de koelkast zijn nu ingeschakeld.Als de vakantiestand is ingeschakeld, moet het koelkastgedeelte leeg zijn.Gebruik van het koelapparaatVoor een optimale koeling is een goede luchtcirculatie noodzakelijk. Bedekdaarom de roosters nooit met papier, schalen, enz.Zet nooit warme etenswaren in de koelruimte, maar laat ze eerst totkamertemperatuur afkoelen. Zo voorkomt u ongewenste rijpvorming.Levensmiddelen kunnen geurtjes overnemen, daarom is een goede ver-pakking, zoals gesloten schaaltjes, aluminium- of vershoudfolie, noodzake-lijk. Op die manier worden ook de natuurlijke vochtgehaltes behouden enblijven bijvoorbeeld groentes dagenlang vers.

50InterieurLegplateausHet legvlak boven de groente-/fruit-bak moet in de onderste geleidersliggen, opdat groente en fruit langervers blijven.De overige legplateaus zijn in hoogteverstelbaar:1. Legplateau naar voren trekken, tothet kan worden losgenomen.2. Legplateau op een andere hoogteplaatsen.LadeDe lade is geschikt voor het bewarenvan groenten en fruit.De lade kan worden ingedeeld in 2variabele delen, zodat de levensmid-delen gescheiden bewaard kunnenworden.

51Bewaren in de koelruimteBewaar de levensmiddelen zoals aangegeven in de afbeelding:1 gebak, kant-en-klare pro-ducten, levensmiddelen inschaaltjes, vers vlees,vleeswaren, dranken2 melk, zuivelproducten, levens-middelen in schaaltjes3 fruit, groenten4 kaas, boter5 eieren6 yoghurt, zure room7 kleine flessen, frisdrank8 grote flessen, dranken9Bewaartijden en temperaturenDe tabellen achterin de gebruiksaanwijzing informeren u over bewaartijden.De bewaartijd kan niet exact worden aangegeven, omdat hij afhankelijk is vande versheid en de behandeling van de levensmiddelen. De bewaartijden zijndaarom slechts richtlijnen.Als u gekochte diepvriesproducten niet direct wilt consumeren, kunnen zeongeveer 1 dag (tot ze gaan ontdooien) in de koelkast bewaard worden.S 75380 KG

52Bedieningspaneel en indicatielampjesdiepvriesG. indicatielampje FROSTMATICingeschakeld (geel)H. knop FROSTMATICI. temperatuurinstelknop (voorhogere temperaturen)J. temperatuurindicatieK. temperatuurinstelknop (voor lagere temperaturen)L. resetknop alarmM.waarschuwingslampjeInstelknoppen temperatuurDe temperatuur wordt ingesteld met de knoppen (I) en (K). Deze knoppen zijnaangesloten op de temperatuurindicatie (J).De temperatuurindicatie schakelt over tussen de weergave van de DAADW-ERKELIJKE temperatuur (temperatuurindicatie is verlicht) en de weergavevan de GEWENSTE temperatuur (temperatuurindicatie knippert) door opeen van de twee knoppen, (I) of (K), te drukken.Steeds wanneer op een van deze beide knoppen wordt gedrukt, wordt deGEWENSTE temperatuur met 1 °C aangepast.

De GEWENSTE temperatuurmoet binnen 24 uur zijn bereikt.Als geen van beide knoppen wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindi-catie na circa 5 seconden automatisch terug naar de weergave van de DAAD-WERKELIJKE temperatuur.GEWENSTE temperatuur:De temperatuur die voor de binnenzijde van de diepvries is geselecteerd. DeGEWENSTE temperatuur wordt aangegeven door een knipperend getal.De temperatuurindicatie geeft de actuele temperatuur binnen in de diepvriesweer.De DAADWERKELIJKE temperatuur wordt aangegeven door een verlicht getal.

53TemperatuurindicatieDe temperatuurindicatie kan verschillende soorten informatie weergeven.Tijdens normaal bedrijf wordt de actuele temperatuur binnen in dediepvries (DAADWERKELIJKE temperatuur) weergegeven.Als de temperatuur wordt ingesteld geeft een knipperende indicatie demomenteel ingestelde diepvriestemperatuur aan (GEWENSTE temperatu-ur).Opstarten de temperatuur instellen1. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.2. Druk op de knop (A). Het waarschuwingslampje (M) knippert tot de juistetemperatuur is bereikt. Het alarmsignaal klinkt.3. Druk op de knop (L) om het alarmsignaal te stoppen.4. Druk op de knop (I) of (K). De temperatuurindicatie schakelt over en demomenteel ingestelde, GEWENSTE temperatuur knippert in de temperatu-urindicatie.5. Stel de gewenste temperatuur in door op de knoppen (I) of (K) te drukken (ziehet gedeelte "Instelknoppen temperatuur").

De gewijzigde instelling wordtonmiddellijk weergegeven in de temperatuurindicatie. Steeds wanneer deknop wordt ingedrukt, wordt de temperatuur met 1 °C aangepast.Vanuit het oogpunt van het veilig bewaren van voedsel moet -18 °C wordenbeschouwd als voldoende koud om voedsel op te slaan in de diepvries.FROSTMATICDe functie FROSTMATIC versnelt het invriezen van vers voedsel en beschermtreeds ingevroren voedsel tegelijkertijd tegen ongewenst opwarmen.1. De functie FROSTMATIC wordt ingeschakeld door op de knop FROSTMATIC (H)te drukken.Het gele lampje (G) gaat branden.Als de functie FROSTMATIC niet handmatig wordt uitgeschakeld, schakelt hetapparaat de functie FROSTMATIC zelf uit na ongeveer 52 uur. Het gele lamp-je gaat uit.2. De functie FROSTMATIC kan op ieder gewenst moment handmatig worden uit-geschakeld door opnieuw op de knop FROSTMATIC te drukken. Het gele lam-pje gaat uit.

54Resetknop alarmBij een abnormale temperatuurstijging binnen in de vriezer (bijvoorbeeld bijeen stroomstoring) begint het waarschuwingslampje (M) te knipperen enklinkt er een alarmsignaal. Druk op de resetknop voor het alarm (L) om hetalarmsignaal te stoppen, terwijl het waarschuwingslampje blijft knipperen.Het alarmsignaal stopt automatisch wanneer de temperatuur weer normaalis; het waarschuwingslampje (M) blijft in dit geval nog wel knipperen. Als wede resetknop voor het alarm (L) indrukken gaat het waarschuwingslampje uiten toont de indicatie tegelijkertijd gedurende circa 5 seconden de hoogstbereikte temperatuur in het diepvriesgedeelte.Het apparaat uitschakelenHoud de knop (A) ingedrukt om het apparaat uit te schakelen.Ga als volgt te werk wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordtgebruikt:1. Schakel het apparaat uit.2.

Haal de stekker uit het stopcontact of verwijder de betreffende zekering.3. Ontdooi het diepvriesgedeelte en maak het apparaat grondig schoon (zie hetgedeelte "Schoonmaken en onderhoud").4. Vergeet tot slot niet de deuren open te laten om te voorkomen dat er onaan-gename geuren in het apparaat ontstaan.

55Invriezen en bewaren van diepvriespro-ductenU kunt uw diepvriezer gebruiken om zelf verse etenswaren in te vriezen. Belangrijk. De temperatuur in het vriesvak moet minimaal 18 °C zijn voordatetenswaren kunnen worden ingevroren. Let op de aangegeven hoeveelheid die wordt vermeld op het typeplaatje. De invriescapaciteit is de maximale hoeveelheid verse etenswaren die ineen periode van 24 uur kan worden ingevroren. Wanneer u meerdere dagenachtereen etenswaren wilt invriezen, houdt dan een maximale capaciteitvan niet meer dan 2/3 - 3/4 van de capaciteit als vermeld op het typeplaat-je aan. De kwaliteit van de etenswaren bliijft het best behouden wanneerdeze zo snel mogelijk volledig ingevroren worden. Laat warme etenswaren eerst afkoelen voordat u deze invriest. De warmteveroorzaakt meer ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.

Let op de maximale bewaartijden, zoals door de fabrikant opgegeven. Ontdooid voedsel dat niet verder bewerkt is (bereid tot een maaltijd) magin geen geval opnieuw worden ingevroren. Verpakkingen met ontvlambare gassen of vloeistoffen kunnen bij lage tem-peraturen gaan lekken. Dit veroorzaakt explosiegevaar. Bewaar geen ver-pakkingen met ontvlambare materialen zoals bijvoorbeeld spuitbussen,nieuwe vullingen voor brandblussers enz. in het apparaat. Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte geplaatst worden. Dezekunnen openbarsten wanneer de inhoud bevriest, koolzuurhoudendedranken kunnen zelfs ontploffen. Bewaar nooit limonade, sap, bier, wijn, mousserende wijn enz. in de vries-ruimte. Uitzondering: sterke drank met een hoog alcoholpercentage kanwel in de vriesruimte bewaard worden.

56Opbergen in de vrieskastHet is wel aangeraden, de ingevroren levensmiddelen na het invriezen naar 1korf of 2 korven te verplaatsen. Daardoor kunt u meer plaats voor de volgendein te vriezen levensmiddelen maken. Een nieuw invriezen schaadt de al opges-lagen goederen niet.Indien u een groetere hoeveelheid levensmiddelen moet opslaan, dan kunt dekorven (behalve het onderste korf) verwijderen, zodat het voedsel direct naarde rekken kan worden gelegd.Vergeet niet rekening te houden met de houdbaarheidsdatum op de ver-pakking indien u reeds ingevrozen etenswaren koopt.Het is veilig bevrozen producten op te bergen enkel en alleen indien ze nietwerden ontdooid, zelfs niet voor een korte periode.

Indien diepgevrozen producten reeds werden ontdooid, mogen ze nietopnieuw worden ingevrozen, maar moeten ze zo snel mogelijk wordenopgegeten.IJsblokjes makenVul het ijsblokjesbakje met water en zet het in de vriesruimte. Als u de bodemvan het ijsblokjesbakje nat maakt en de temperatuurregelaar op de maximalestand zet, gaat het invriezen sneller. Vergeet niet, de temperatuurregelaar nahet invriezen weer op de normale stand te draaien.U kunt de ijsblokjes makkelijker losmaken door het ijsblokjesbakje onderstromend water te houden en het dan iets te verdraaien. Mocht het ijsblok-jesbakje vastgevroren zijn, gebruik dan geen scherpe voorwerpen om het loste maken. Daarmee kunt u beschadigingen veroorzaken.

57Enkele nuttige tips en adviezen1. De rekken vereisen bijzondere aandacht, aangezien ze het rendement vanhet vak voor verse etenswaren aanzienlijk verhogen. De verschillende rekkenkunnen ook worden verplaatst wanneer de deur geopend is onder een hoekvan 90°. 2. Door het openen en sluiten van de deur kan de temperatuur in de vrieskastgaan schommelen. Wacht 2 tot 3 minuten nadat u de deur gesloten hebt omze opnieuw te openen, zodat de temperatuur in de vrieskast opnieuw stabielis. 3. Bedien de thermostaat op die manier dat de binnentemperatuur nooit hogeris dan 18°C. 4. Controleer dagelijks de goede werking van de vrieskast om eventuele defectenvroegtijdig op te sporen en het slecht worden van de ingevrozen etenswarente voorkomen. 5. Normale geluiden:Klikken: Het in- en uitschakelen van de compressor door de elektronischesturing wordt door een licht klikken begeleid.

U kan een zacht borrelend geluid horen wanneer de vriesvloeistof door debuizen wordt gepompd, naar de koelplaat/condensator. Plonzen: Als de compressor ingeschakeld wordt en de koelvloeistof door debuisslangen begint door te stromen, dan hoort men vaak een pulserend(brommend, suizend, druppelend, lekkend) geluid. Dit geluid is vaak hoor-baar voor een korte tijd na het uitschakelen van de compressor. De condensator (dit deel verkoelthet vriesgedeelte) bevindt zich inde vrieskast. Tijdens de werkingkan de temperatuur en ook deafmetingen van de condensatorlichtjes wijzigen. Deze veran-deringen kunnen een krakendgeluid veroorzaken, wat normaalen onschadelijk is. 6. Indien u de temperatuur in devrieskast wil controleren, plaats dethermostaatknop in de stand"Medium”. Zet vervolgens een glaswater in het midden van de vrieskasten plaats hierin een thermometer met een nauwkeurigheid van +/- 1°C.

58TipsIn dit hoofdstuk vindt u praktische tips om het apparaat zo energiezuinigmogelijk te gebruiken. U vindt hier ook informatie m.b.t. het milieu.Energie besparen1. Zet het apparaat niet op een plaats waar het blootgesteld wordt aan de zonof aan een hittebron.2. Zorg voor voldoende ventilatie van de condensator en de compressor. Hou deluchtcirculatie rond het apparaat vrij.3. Bewaar de levensmiddelen altijd in goed sluitende bewaardozen of verpakt inhuishoud- of aluminiumfolie zodoende onnodige rijp- of ijsvorming tevoorkomen.4. Open de deuren niet onnodig en laat ze niet langer open staan dan absolu-ut noodzakelijk is.5. Laat warme levensmiddelen eerst afkoelen tot op kamertemperatuurvooraleer ze in de vriezer te plaatsen.6.

Zorg ervoor dat de condensator steeds schoon is.Het apparaat en het milieuDit apparaat bevat, zowel in het koelcircuit als in het isolatiemateriaal, geengassen die de ozonlaag kunnen aantasten. Het apparaat mag niet samen methuisvuil of gesloopte apparaten weggegooid worden. Uit het oogpunt vanmilieubescherming moeten afgedankte koel- en vriestoestellen volgens deplaatselijke regelingen op deskundige wijze verwerkt worden. Informeer bij degemeente naar de mogelijkheden in uw woonplaats. Zorg ervoor dat hetkoelcircuit, vooral aan de achterkant bij de warmtewisselaar, niet beschadigdwordt.De materialen met het symbool „ ” zijn geschikt voor recycling.wordt weergegeven. De op deze manier met een nauwkeurige thermometergemeten waarde is hetzelfde als of een beetje kouder dan de op de displayvermelde temperatuur.

59OnderhoudOntdooiingTijdens het gebruik van het apparaat slaat het vocht van het apparaat vaak alsrijp of als ijs neer. Deze dikke rijp- of ijslaag heeft een isolerend effect, daardoor wordt het ver-mogen verzwakt, zodat zowel de temperatuur binnen het apparaat als hetenergiegebruik stijgen. In het geval van dit type wordt het koelapparaat automatisch, zonder ingreepontdooid. De temperatuurregelaar onderbreekt de functie van de motorcom-pressor af en toe de afkoeling pauzeert en de temperatuur van de koelendeoppervlakte stijgt naar meer dan 0 °C, de ontdooiing begint dus. Indien detemperatuur van de koelende oppervlakte naar meer dan +3 - +4°C stijgt,start de temperatuurregelaar het systeem opnieuw. Het ontdooide water gooit aan de achterwand, door de buisslangen naar deverdamper op de koelcompressor en verdampt daar door de warmte van decompressor.

Let u erop, dat de opening waar hetontdooide water uitstroomt, regel-matig gecontroleerd en gereinigddient te worden, omdat het water inhet geval van een verstopping naar deisolatiestof van het apparaat vloeitwaar het een defect kan veroorzaken. De opening van de buisslang kunt umet het bijgevoegde apparaat reinigen,zie afbeelding. Dit apparaat dient in deopening te worden opgeslagen. Een van de typische redenen voor deverstopping van de opening is als u eennaar papier verpakte voedsel naar hetapparaat legt, dat tenslotte naar de achterwand plakt. Indien het papier nahet verwijderen van het voedsel in de koelkast blijft, dan kan het een verstop-ping veroorzaken. Daarom moest men met levensmiddelen met een papieren verpakkingvoorzichtig omgaan.

In het geval van een belasting in verhoogde mate, bijvoorbeeld bij de honds-dagen kan voorkomen, dat het apparaat voortdurend moet werken, daaromwordt het in deze periode niet automatisch ontdooid. Het is geen buitengewoon toestand, als op de achterwand van het koelappa-raat na de ontdooiing kleine ijs- of rijpvlekken verschijnen.

60Regelmatige reinigingHet apparaat dient regelmatig te worden gereinigd.Gebruik geen wasmiddelen, schuurmiddelen, sterk geparfumeerde reinig-ingsmiddelen, waspolitoer of andere producten met ontsmettingsmidde-len of met alcohol!Trekt u de stekker uit het stopcontact voor het reinigen.Reiniging binnen het apparaatReinigt u de binnenste delen en de bestanddelen met warm water en metzuiveringszout (5 ml voor 0,5 liter water).Spoelt u alles af en droogt u ze grondig.Het profiel van de afdichting van de deur reinigt u met zuiver water.Reiniging buiten het apparaatDe buitenste delen van het apparaat wast u met warm water en met zuiver-ingszout (5 ml voor 0,5 liter water).Een of twee keer per jaar moesten het stof en het vuil vanaf de condensatorop de achterwand van het apparaat worden verwijderd en de verdamper opde compressor gereinigd.Na de reiniging kan het apparaat opnieuw worden aangesloten.

61Als iets niet werktEr kan soms een kleine storing optreden, die u zelf kunt verhelpen. In de tabelvindt u informatie m. b. t. het opheffen van zulke kleine storingen. Als het apparaat aanstaat, is er soms wat geluid te horen (compressor, circu-latie). Dan is er geen sprake van een storing. Wij willen u er nogmaals op wijzen dat het apparaat met onderbrekingenwerkt. Als de compressor stopt, wil dat niet zeggen dat het apparaat nietwerkt. Daarom moet u altijd eerst de stekker uit het stopcontact trekken,voordat u elektrische onderdelen aanraakt. ProbleemHet is te warm in dekoelruimte. Het is te warm in devriesruimte. Er loopt water langsde achterwand vande koelruimte. Er loopt water in dekoelruimte. Er loopt water op devloer. Er zijn te veel rijp enijs. Mogelijke oorzaakDe temperatuurregelaar is te laagingesteld. De levensmiddelen zijn niet koudgenoeg of staan op een verkeerde plek.

De deur gaat niet goed dicht of is nietgoed gesloten. De temperatuurregelaar is te laagingesteld. De deur gaat niet goed dicht of is nietgoed gesloten. U wilt te veel levensmiddelen tegelijkinvriezen. De in te vriezen levensmiddelen staante dicht op elkaar. Dat is normaal. Tijdens het automatis-che ontdooien smelt het ijs op deachterwand. De afvoer van de koelruimte kan ver-stopt zijn. Levensmiddelen kunnen de lekbakblokkeren zodat er geen water in kanstromen. Het afvoergootje loopt niet in de con-densbak boven de compressor. De levensmiddelen zijn niet goedingepakt. De deuren gaan niet goed dicht of zijnniet goed gesloten. De temperatuurregelaar is niet goedingesteld. OplossingOp een hogere stand instellen. De levensmiddelen op de juiste plekzetten. Controleren of de deur goed dicht kanen of het deurrubber onbeschadigd enschoon is. Op een hogere stand instellen.

Maak de afvoer schoon. Zet de levensmiddelen zodanig neer datze de achterwand niet direct raken. Plaats het de afvoergootje in de con-densbak. De levensmiddelen beter inpakken. Controleren of de deuren goed dichtkunnen en of de deurrubbersonbeschadigd en schoon zijn. De temperatuurregelaar op een lagerestand instellen.

62ProbleemDe compressor werktcontinu.Het apparaat werkthelemaal niet. Hetkoelt niet en de bin-nenverlichting brandtniet. Het apparaat maaktveel geluid.Mogelijke oorzaakDe temperatuurregelaar is niet goedingesteld.De deuren gaan niet goed dicht of zijnniet goed gesloten.U wilt te veel levensmiddelen tegelijkinvriezen.U hebt warme levensmiddelen in hetapparaat gezet.Het apparaat staat op een te warmeplek.De stekker zit niet in het stopcontact.De zekering in de huisinstallatie is uit-geschakeld.De temperatuurregelaar is nietingesteld.Er staat geen spanning op het stop-contact.

(Probeer er een ander appa-raat op aan te sluiten.)Het apparaat staat niet goed.OplossingDe temperatuurregelaar op een lagerestand instellen.Controleren of de deuren goed dichtkunnen en of de deurrubbersonbeschadigd en schoon zijn.Een paar uur wachten en de temper-atuur nog eens controleren.Laat de levensmiddelen tot kamertem-peratuur afkoelen.Probeer de omgevingstemperatuur teverlagen.De aansluiting controleren.Zekering vervangen.Apparaat in werking stellen volgens deaanwijzingen in hoofdstuk „In gebruiknemen”.Contact opnemen met een elektro-installateur.Controleren of het apparaat stabielstaat (alle vier voeten moeten op devloer staan).Als u de storing aan de hand van de aanwijzingen niet kunt oplossen, neemdan contact op met Service.

63Lamp vervangenWanneer het gloeilampje van debinnenverlichting stuk is, kan u ditprobleem alsvolgt zelf oplossen:Haal de stekker uit het stopcontact.Schroef de schroef los, die hetafdekkapje bevestigt (1).Druk het lipje (2) aan de achterkantvan de verlichtingseenheid in (zietekening) en verwijder daarna hetafdekkapje in de richting die de pijlaangeeft (3). Nu kan men de gloeilamp makkelijk verwisselen (type gloeil-amp: T25 230-240 V, 15 W, fitting E14).Plaats na het verwisselen van de gloeilamp het afdekkapje weer op zijn plaats,schroef de schroef terug en stop de stekker in het stopcontact. Het niet branden van de gloeilamp heeft geen gevolgen voor de werking vanhet apparaat.Elektrische aansluitingDeze koelkast is ontworpen voor 230 V AC (~) 50 Hz.Het apparaat moet worden aangesloten aan een volgens de voorschriftengeïnstalleerd stopcontact met randaarde.

Als zo'n stopcontact niet aanwezigis, laat het dan door een erkend installateur in de buurt van de koelkast aan-brengen.Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:– 73/23/EEG van 19.02.1973 (incl. wijzigingsrichtlijnen) - laagspan-ningsrichtlijn– 89/336/EEG van 03.05.1989 (incl. wijzigingsrichtlijnen - EMC-richtlijn- 96/57 EEC - 96/09/03 (richtlijn energie-efficiëntie) en latere aanvullingen

66WaarborgvoorwaardenOnze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid gepro-duceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onzeklantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de waar-borgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatiefbeïnvloed. Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten bli-jven onverlet. Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijvenonaangetast. Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf dedatum van levering aan de eindgebruiker.

Deze waarborgvoorwaarden zijnniet van toepassing in geval van professioneel of daarmee gelijk te stellengebruik. 2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt teruggebrachtin de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelenworden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden onseigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade tevoorkomen. 4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbewijs met aankoop- en/ofleveringsdatum te worden overlegd. 5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen,zoals (vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is dooronzorgvuldig gebruik6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gesteldekwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel onbeduidendzijn. 7.

679. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door her-stelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, ofwanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen die nietorigineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden over-handigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kanslechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde toestellen. 11. Indien het toestel zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen ofgeplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan30 minuten bedraagt, dan worden de hierdoor ontstane extra kosten aan degebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- ofuitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12.

Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek meer-maals mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overlegmet de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van ver-vanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naarrato van de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de waarborgtermijnnoch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot gevolg. 14. Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend ophetzelfde gebrek. 15. Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaanbuiten het toestel, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wet-telijk is vastgelegd. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van hettoestel niet overtreffen.

Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruikzijnde toestellen. Indien een toestel naar het buitenland wordt gebrachtdient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technische voor-waarden ( o. a.

spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, kli-maatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenlandaangeschafte toestellen dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van debepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen nietonder de waarborg, en kunnen niet altijd worden aangebracht. Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze klantendienst u terbeschikking. Adres Klantendienst:ELECTROLUX HOME PRODUCTS BELGIUMBergensesteeweg, 7191502 LEMBEEKTél. 02. 363. 0444.

Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag wordenbehandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordtgerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voormens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voormeer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijkeinstanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het producthebt gekocht. From the Electrolux Group. The world’s No. 1 choice. De Electrolux Groep is de grootste producent ter wereld van aangedreven apparaten voor gebruikin de keuken, reinigingswerkzaamheden en voor gebruik buitenshuis.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Santo S 75380 KG8 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden