AEG Electrolux 74160 TK Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux 74160 TK (28 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux 74160 TK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG Electrolux |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | 74160 TK |
Handleiding AEG Electrolux 74160 TK – volledige tekst
54Geachte klant,Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieu-we koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatieover een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud vanhet apparaat.De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om later nog eens iets na te kun-nen lezen. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorge-ven. Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbaremodellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwij-zingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden(Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigdop aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juistfunctioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.☞1. Dit symbool leidt u stap voor stap door de bediening van het apparaat.2.
....Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het prak-tisch gebruik van het apparaat.Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economischen milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwij-zingen om deze zelf op te lossen, zie hoofdstuk "Wat te doen als...". Alsdeze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze servi-ce-afdeling u te allen tijde ter beschikking.Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papierwie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
InhoudVeiligheid. 56Weggooien. 58Informatie over de verpakking van het apparaat. 58Weggooien van oude apparaten. 58Transportbescherming verwijderen. 59Opstellen. 59Opstelplaats. 59Het apparaat heeft lucht nodig / Apparaat richten. 60Overzetten van het deurscharnier. 61Omzetten van de deur van het vriesvak / Elektrische aansluiting. 62Beschrijving van het apparaat. 63Vooraanzicht. 63Bedieningspaneel / Toetsen voor temperatuurinstelling. 64Temperatuurindicatie. 65Voor ingebruikname. 65Ingebruikname - Temperatuur instellen. 65COOLMATIC/FROSTMATIC. 66COOLMATIC-toets. 66FROSTMATIC-toets. 67Functiestoringen. 67Apparaat uitschakelen. 67Binnenuitrusting. 68Legvlakken / Variabele binnendeur. 68Flessenhouder / Variabele box. 69Juist bewaren. 70Invriezen en diepgevroren bewaren. 70IJsblokjes maken. 72Ontdooien. 72De koelruimte wordt automatisch ontdooid. 72Vriesvak ontdooien.
56VeiligheidDe veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese enNederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met devolgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:Toepassing volgens de voorschriften• Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschiktvoor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmid-delen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doel-einden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemenvoor eventuele schade. • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het apparaat zijn uitveiligheidsoverwegingen niet toegestaan. • Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voorhet koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelengebruikt wordt, s. v. p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelij-ke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomenwordt• Controleer het apparaat op transportschade. Een beschadigd appa-raat in geen geval aansluiten. Wend u in geval van schade tot deleverancier. • Overtuig u er van dat het apparaat na de installatie niet op het aan-sluitsnoer staat. Belangrijk: Het aansluitsnoer mag alleen door vak-mensen vervangen worden; deze onderdelen zijn verkrijgbaar bij defabrikant of onze service-afdeling. KoelmiddelenHet apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof isobu-taan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter welbrandbaar is. •Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaaterop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit bescha-digd worden.
• Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:– open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;– het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren. Veiligheid van kinderen• Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderengevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar. Verpakkingsmateriaal van kinderenweghouden.
Veiligheid57zige snap– of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoorwordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgeslotenraken (verstikkingsgevaar. ) of in andere levensgevaarlijke situatiesterecht komen. • Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijkeapparaten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor het nodi-ge toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen. In het dagelijks gebruik•Bussen of flessen met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lekraken door de inwerking van koude. Explosiegevaar. Leg geen bussenof flessen met brandbare stoffen zoals spuitbussen, navullingen vooraanstekers etc. in het koelapparaat. • Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen alsde inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen. Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vries-vak.
Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcohol-percenta-ge kan in het vriesvak gelegd worden. • Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in demond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezenen verwondingen veroorzaken. • Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handenkunnen daaraan vastvriezen. • Als u boven op het apparaat bevroren producten legt kan zich doorde kou in de holle ruimte van het bovenblad condenswater vormen. In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condens-water op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaatbeschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op hetapparaat. •Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsma-chines, mixers etc. ) in het koelapparaat gebruiken.
•Waarschuwing - Om het functioneren van het apparaat niet nadeligte beïnvloeden, mogen de ventilatie-openingen van het apparaat ofhet inbouwmeubel niet worden afgedekt of versperd.
•Waarschuwing - Voor bespoedigen van het ontdooiproces geenmechanische voorzieningen of andere kunstmatige middelen gebrui-ken die niet door de fabrikant worden aanbevolen. • Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitschakelen en de stekkeruit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uit-schakelen. • De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken,nooit aan het snoer.
WeggooienInformatie over de verpakking van het apparaatGooi het verpakkingsmateriaal van uw apparaat op de juiste wijze weg.Alle gebruikte materialen zijn niet schadelijk voor het milieu en kun-nen hergebruikt worden!De materialen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt wordenen hebben de volgende aanduidingen:>PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakkenbinnenin.>PS< voor schuimpolystyreen, bijv. bij de bekledingsdelen, volkomenCFK-vrij.De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en moeten ook weerin een container voor oud papier gedeponeerd worden.Weggooien van oude apparatenWegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld teworden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan ver-vanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaarmaken voordat ze weggegooid worden.
Stekker uit het stopcontacttrekken, aansluitsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelslotenverwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelendekinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of inandere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.Aanwijzingen voor het weggooien:• Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.58Bij storing• Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaan-wijzing kijken onder “Wat te doen als ...”. Als de daar gegeven aan-wijzingen niet verder helpen zelf verder geen werkzaamheden aanhet apparaat uitvoeren.• Koelapparaten mogen alleen door vakmensen gerepareerd worden.Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wendu zich bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.
59• Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan deachterkant, mag niet beschadigd worden.• Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen is te verkrijgen bij deplaatselijke reinigingsdienst of het gemeentehuis.Transportbescherming verwijderenHet apparaat en de onderdelen van het interieur zijn voor het trans-port beschermd.☞1. Plakband links en rechts aan de buitenkant van de deur er af trekken.2.
Alle plakband en bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.OpstellenOpstelplaatsHet apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.Het apparaat daarom– niet aan directe straling van de zon blootstellen;– niet bij radiatoren, naast een fornuis of andere warmtebronnen plaatsen;– alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuurovereenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ont-worpen.De klimaatklasse staat op het typeplaatje dat zich links aan de binnen-kant van het apparaat bevindt.De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welkeklimaatklasse behoort:Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur vanSN +10 tot +32 °CN+16 tot +32 °CST +18 tot +38 °CT+18 tot +43 °C
Opstellen60Apparaat richtenHet apparaat moet waterpas en stabiel staan. Eventuele oneffenhedenin de vloer compenseren door in- of uitdraaien van de twee stelvoetjesvoor.Belangrijk! Dit apparaat functioneert ook bij een omgevingstempera-tuur tussen +5°C en +32°C.Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:– tot elektrische fornuizen 3 cm;– tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isole-rende plaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen. Als het koelapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat,is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zichgeen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.Het apparaat heeft lucht nodigHet apparaat behoeft geen onderhoud.
Wat echter nooit mag ontbre-ken is een goede ventilatie.De luchttoevoer geschiedt onder de deur, door de ventilatiesleuf tussenapparaat en vloer. De luchtafvoer vindt plaats via het bovenste ventila-tierooster. Let u erop, dat deze openingen niet door sokkelpanelen endergelijke worden afgedekt.
Opstellen61Overzetten van het deurscharnierHet deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd)naar links overgezet worden als dat voor de opstelplaats nodig is.Waarschuwing! Bij het overzetten van het deurscharnier mag hetapparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekkeruit het stopcontact halen.☞1. Apparaat schuin naar achteren kan-telen.2. Deurscharnierschroeven (K) uitdraai-en en deurscharnier (1) naar benedenuit de scharnierbus nemen.3. Deur iets openen en naar benedenuitnemen.4. Bovenste scharnierstift (A) uitdraaienen op de tegenoverliggende zijdeweer monteren.5. Deur in de bovenste scharnierstift (A)zetten en deur sluiten.6. Scharnierstift van het deurscharnier(1) in de linker scharnierbus van dedeur zetten en deurscharnier met deschroeven (K) goed vastdraaien.7.
Opstellen62Omzetten van de deur van het vriesvakElektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïn-stalleerd stopcontact met randaarde vereist.Het stopcontact moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekkeraltijd uit het stopcontact kan worden getrokken.De elektrische zekering dient minstens 10 ampère te zijn. Indien hetstopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is,dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dathet apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering,beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controlerenof de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden vanhet lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of220 ...
Beschrijving apparaat64Bedieningspaneel1Netspanninglampje (groen)2AAN/UIT-toets3Toets voor temperatuurinstelling (voor warmere temperaturen)4Temperatuurindicatie5Toets voor temperatuurinstelling (voor koudere temperaturen)6Lampje voor ingeschakelde FROSTMATIC-functie (geel)• FROSTMATIC voor snel invriezen in de vriesruimte7FROSTMATIC-toets8Lampje voor ingeschakelde COOLMATIC-functie (geel)• COOLMATIC voor intensief koelen in de koelruimte9COOLMATIC-toetsToetsen voor temperatuurinstellingDe temperatuur wordt ingesteld met de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER).De toetsen zijn verbonden met de lampjes van de temperatuurindicatie.• Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“(KOUDER) wordt de temperatuurindicatie van de WERKELIJKE tempe-ratuur (een lampje brandt) op de GEWENSTE temperatuur (een lamp-je knippert) omgeschakeld.• Elke keer als er opnieuw op een van beide toetsen wordt gedrukt,wordt de GEWENSTE temperatuur steeds een indicatievakje verdergezet.• Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuurindicatie nakorte tijd (ca.
5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE tempera-tuur terug.GEWENSTE temperatuur betekent:De temperatuur die in de koelruimte bereikt moet worden, kan inge-steld worden op een in de indicatie aanwezige temperatuur. DeGEWENSTE temperatuur wordt knipperend aangegeven.
65TemperatuurindicatieDe temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven.• Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op ditogenblik in de koelruimte heerst (WERKELIJKE temperatuur), hetovereenkomstige lampje brandt. • Als de temperatuur in de koelruimte hoger is dan het bereik van detemperatuurindicatie, zijn alle lampjes van de temperatuurindicatieuit.• Als de temperatuur in de koelruimte lager is dan het bereik van de tem-peratuurindicatie, blijft het lampje voor de laagste indicatie branden.• Tijdens de temperatuurinstelling wordt knipperend de op datmoment ingestelde temperatuur aangegeven (GEWENSTE tempera-tuur).Voor ingebruiknameHet interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voorhet eerste gebruik (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).☞Ingebruikname - Temperatuur instellen☞1. Stekker in het stopcontact steken. 2.
Toets AAN/UIT indrukken. Het groene lichtnetlampje gaat branden.3. Druk op één van de toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER).De temperatuurindicatie schakelt om en geeft knipperend de op datmoment ingestelde GEWENSTE temperatuur aan. 4. Gewenste temperatuur door indrukken van de toetsen „+“ (WARMER)en „-“ (KOUDER) instellen (zie hoofdstuk "Toetsen voor temperatuurin-stelling"). De temperatuurindicatie geeft onmiddellijk de gewijzigdeinstelling aan. Bij elke druk op een toets wordt de temperatuur een indicatievakjeverder gezet.WERKELIJKE temperatuur betekent:De temperatuurindicatie geeft de temperatuur aan die nu in de koel-ruimte heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt aangegeven doorhet continu branden van een lampje.
66Instelbaar temperatuurbereik: +2°C tot +8°CAanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is een bewaartem-peratuur van ca. +5°C in de koelruimte en -18°C in het vriesvak in deregel koud genoeg.5. Wanneer na het instellen van de temperatuur de toetsen niet meeringedrukt worden, dan schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd(ongeveer 5 seconden) om en geeft opnieuw de op dat moment in dekoelruimte heersende, WERKELIJKE temperatuur aan.
De indicatie gaatvan knipperen naar constant branden over.De compressor start en loopt dan automatisch.Aanwijzing: als de instelling veranderd wordt, start de compressor nietdirect, als op dat ogenblik automatisch ontdooid wordt.In de fabriek is de temperatuur ingesteld op +5°C.Omdat de bewaartemperatuur in de koelruimte snel wordt bereikt,kunt u direct na het inschakelen levensmiddelen in de koelruimte leg-gen.COOLMATIC/FROSTMATICAttentie: de functies COOLMATIC en FROSTMATIC kunnen niet tegelijkworden ingeschakeld.COOLMATIC-toetsDe COOLMATIC-functie is uitermate geschikt voor het snel koelen van grotere hoeveelheden in de koelruimte bijvoorbeeld dranken en salades voor een feestje.☞1. Door te drukken op de COOLMATIC toets wordt de COOLMATIC-functieingeschakeld. Het gele lampje gaat branden.De COOLMATIC-functie zorgt nu voor intensief koelen.
Daarbij wordtautomatisch een GEWENSTE temperatuur van +2°C ingesteld. Na ver-loop van 6 uur wordt de COOLMATIC-functie automatisch beëindigd.Het gele lampje gaat uit. De oorspronkelijk ingestelde GEWENSTE tem-peratuur geldt dan weer en de temperatuurindicatie geeft weer detemperatuur aan die op dat moment in de koelruimte heerst.2. Door opnieuw op de COOLMATIC toets te drukken kan de COOLMATIC-functie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampjegaat uit.
67FROSTMATIC-toetsDe FROSTMATIC-functie versnelt het invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijkertijd de reeds ingevroren waren tegen ongewenste verwarming.☞1. Door te drukken op de FROSTMATIC toets wordt de FROSTMATIC-functieingeschakeld. Het gele lampje gaat branden.Als de FROSTMATIC-functie niet handmatig beëindigd wordt, schakeltde elektronica van het apparaat de FROSTMATIC-functie na 24 uur uit.Het gele lampje gaat uit.2. Door opnieuw op de FROSTMATIC-toets te drukken kan de FROSTMA-TIC-functie te allen tijde handmatig beëindigd worden. Het gele lampjegaat uit.FunctiestoringenAls de elektronica van het apparaat een defect bemerkt dat verhindertdat de WERKELIJKE temperatuur bepaald kan worden, dan gaan allelampjes van de temperatuurindicatie knipperen.
Het apparaat schakeltover op een noodprogramma totdat de service-afdeling de storing ver-holpen heeft.Apparaat uitschakelenHet apparaat is beschermd tegen abusievelijk inschakelen. Om uit teschakelen toets AAN/UIT ca. 5 seconden ingedrukt houden. De tempe-ratuurindicatie en het groene netspanninglampje gaan uit.Aanwijzing: De instelling van het apparaat kan niet veranderd worden,als de stekker uit het stopcontact getrokken is of als er anderszins geenstroom aanwezig is.Na aansluiting op het stroomnet start het apparaat weer op de standwaar het voor de stroomonderbreking op stond.Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:☞1. Apparaat uitschakelen door toets AAN/UIT in te drukken tot de indica-tie uitgaat (zie boven).2. Stekker uit het stopcontact trekken of zekering in de huisinstallatieuitschakelen.☞
68BinnenuitrustingLegvlakkenAfhankelijk van model en uitrusting zijn legvlakken van glas of roos-ters meegeleverd.Het glazen legvlak boven de groente- en fruitbakken moet altijd blij-ven liggen, opdat fruit en groente langer vers blijven.De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:☞1. Daartoe het legvlak zover naar vorentrekken tot het naar boven of onde-ren bewogen kan worden en eruitgehaald kan worden.2. Om de legvlakken op een anderehoogte te zetten in omgekeerdevolgorde te werk gaan.Plaatsen van grote verpakkingen (nietbij alle modellen):☞De voorste helft van het tweedeligeglazen legvlak eruit halen en op eenandere hoogte erin schuiven.Hierdoor wordt ruimte gewonnen omop het daaronder gelegen legvlak groteverpakkingen te plaatsen.Variabele binnendeurNaargelang de behoefte kunnen de deurvakken er naar boven uit-genomen worden en op andere plaatsen gezet worden.3.
Binnenuitrusting69Variabele box(niet bij alle modellen, uitvoering afhankelijk van model)Sommige modellen hebben een variabele box die naar de zijkant ver-schoven kan worden en onder een deurvak is aangebracht.De box kan onder ieder deurvak worden aangebracht.☞1. Voor het omzetten het deurvakmet de variabele box naar bovenuit de houders in de deur tillen ende beugel uit de geleider onder het deurvak nemen.2. Inzetten op een andere hoogtegeschiedt in omgekeerde volgorde.De variabele box kan ook in de koel-ruimte aan de zijkant van een legvlakgehangen worden:☞1. Trek daartoe het legvlak zo ver naarvoren tot het naar boven of naarbeneden weggedraaid en er uitgehaald kan worden.2. De beugel aan de zijkant aan het leg-vlak hangen en het legvlak weer in de geleiders schuiven.Flessenhouder (niet bij alle modellen)Sommige modellen hebben een flessen-houder in het flessenvak.
Waar in de koel-ruimte de juiste temperatuur heerstvoor de diverse soorten levensmid-delen laat het voorbeeld hiernaastzien.Tip: Levensmiddelen dienen altijdafgedekt of verpakt in de koelruimtegezet te worden om uitdrogen engeur- of smaakoverdracht op andereartikelen te voorkomen.Voor het verpakken zijn geschikt:– vershoudzakken en -folies van polyethyleen;– kunststof dozen met deksel;– speciale kappen van kunststof met rubber band;– aluminiumfolie.Invriezen en diepgevroren bewarenIn het vriesvak kunt u diepvriesproducten bewaren en verse levensmid-delen zelf invriezen.Attentie!• Voor het invriezen van levensmiddelen dient de WERKELIJKE tempe-ratuur in de vriesruimte –18°C of lager te zijn.• Let op de op het typeplaatje aangegeven invriescapaciteit. Die geeftaan hoeveel verse levensmiddelen u in 24 uur kunt invriezen.
Als uverschillende dagen achter elkaar wilt invriezen, neemt u slechts 2/3tot 3/4 van de aangegeven hoeveelheid.• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmteleidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.• Bij het bewaren van kant-en-klare diepvriesproducten dient u zichbeslist aan de door de fabrikant opgegeven bewaartijd te houden.
Invriezen en bewaren71• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking(bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keerinvriezen. • Niet te grote hoeveelheden, maximaal 2 kg per 24 uur, invriezen. Dekwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen. ☞1. Om het maximale invriesvermogen te benutten, dient u 24 uur - bijkleinere hoeveelheden zijn 4 tot 6 uur voldoende - voor het invriezende FROSTMATIC-toets in te drukken. Het gele lampje brandt. De FROSTMATIC toets behoeft niet ingedrukt te worden bij kleine in tevriezen hoeveelheden. 2. Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat zeniet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op ande-re diepvriesproducten overgebracht wordt. Voorzichtig. Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. Dehanden kunnen daaraan vast vriezen. 3.
De verpakte levensmiddelen op de bodem van het vriesvak leggen. Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reedsbevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien. 4. Sluit de vriesvakdeur. De elektronica van het apparaat schakelt de FROSTMATIC-functie na24 uur automatisch uit. Het gele lampje gaat uit. U kunt de FROSTMA-TIC-functie ook handmatig beëindigen door nog een keer op deFROSTMATIC-toets te drukken. Als de FROSTMATIC-functie is ingeschakeld, kan de WERKELIJKE tem-peratuur in de koelruimte iets dalen. Na uitschakelen van de FROST-MATIC-functie heerst de gekozen GEWENSTE temperatuur weer. Tips:• Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:– diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;– speciale diepvriesdozen;– aluminiumfolie, extra sterk. • Voor het sluiten van zakken en folies zijn geschikt:plastic klemmen, elastiekjes of plakband.
72IJsblokjes maken☞1. IJsbakje voor 3/4 met koud water vullen, in het vriesvak plaatsen enlaten bevriezen.2. Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje verdraaien of kort onderstromend water houden.Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje nooit met spitse ofscherpe voorwerpen losmaken. Gebruik daarvoor een lepelsteel of ietsdergelijks.OntdooienDe koelruimte wordt automatisch ontdooidHet ontdooien van de verdamper in de achterwand van de koelruimtegeschiedt automatisch.Het dooiwater wordt in het afvoergootje aan de achterwand van dekoelruimte opgevangen, door het afvoergat naar een bakje aan decompressor gevoerd en verdampt daar.Het dooiwaterafvoergat moet regelmatig worden gereinigd (zie hoofd-stuk "Reiniging en onderhoud").Vriesvak ontdooienAls het apparaat aanstaat en tijdens het openen van de deur slaatvocht als rijp neer in het vriesvak.
Verwijder deze rijp van tijd tot tijdmet een zachte kunststof schraper, bijv. een deegkrabber. Gebruik ingeen geval harde of spitse voorwerpen.Het vriesvak dient in ieder geval ontdooid te worden als de rijplaag ca.4 mm dik is: echter minimaal eenmaal per jaar. Een geschikt momentvoor het ontdooien is als het apparaat leeg is of als er nog maar wei-nig artikelen in liggen.Waarschuwing!• Geen elektrische verwarmingsapparaten en andere mechanische ofkunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnel-len, met uitzondering van de hulpmiddelen die in deze gebruiksaan-wijzing aanbevolen worden.• Geen ontdooisprays gebruiken, deze kunnen gevaarlijk voor degezondheid zijn en/of stoffen bevatten die kunststof aantasten.Voorzichtig! Niet met natte handen aan bevroren artikelen komen. Dehanden kunnen daaraan vastvriezen.
73Reiniging en onderhoudOm hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant mettoebehoren geregeld gereinigd te worden.Waarschuwing!• Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het elektriciteits-net aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonma-ken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of scha-kel de zekering uit.• Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Erkan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schok-ken! Hete damp kan kunststof onderdelen beschadigen.• Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik geno-men wordt.☞1. Enkele uren vóór het ontdooien de FROSTMATIC-functie inschakelen,om te zorgen voor een koudereserve in de diepvriesproducten.2. Bevroren artikelen er uitnemen, in meerdere lagen krantenpapier wik-kelen en op een koele plaats leggen.3.
Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of dezekering in de huisinstallatie uitschakelen.4. Afsluitstopje uit de dooiwateruitloopverwijderen. Bakje eronder zetten omhet dooiwater op te vangen.Attentie! Na het ontdooien de afsluit-stop weer in de dooiwaterafvoer zet-ten.Tip: Het ontdooien kan versneld wor-den door een pan met heet water inhet vriesvak te zetten en de deur tesluiten. Verwijder stukken ijs die erafvallen voor ze geheel ontdooid zijn.5. Na het ontdooien apparaat incl. accessoires grondig reinigen (ziehoofdstuk "Reiniging en onderhoud").6. Levensmiddelen terugplaatsen en apparaat weer in gebruik nemen.7. Niet vergeten de FROSTMATIC-functie weer uit te schakelen.
Reiniging en onderhoud74Let op!• Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststofonderdelen aantasten, bijv.- sap van citroen– of sinaasappelschillen;- boterzuur;- schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonder-delen.• Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.☞1. Koel– en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerderelagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.2. Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk “Ontdooien”)3. Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of dezekering in de huisinstallatie uitschakelen.4. Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken.Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.5. Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.6.
Het dooiwaterafvoergat aan de achterzij-de van de koelruimte schoonmaken m.b.v.de in het afvoergat geplaatste groene reinigingsstift.Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaalper jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met eenzachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.7. Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaatweer in bedrijf nemen.
75Tips om energie te besparen• Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen ofandere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstempera-tuur werkt de compressor vaker en langer.• Zorgen voor voldoende ventilatie van het apparaat.Ventilatieopeningen nooit afdekken.• Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerstlaten afkoelen.• Deur slechts zo lang open laten als nodig is.• De temperatuur niet lager dan nodig instellen.• Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. Dekoude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koel-ruimte gebruikt.• Houd de verdamper, het metalen rooster aan de achterzijde van hetapparaat, schoon.Wat te doen als ...Hulp bij storingenHet kan bij een storing om kleine defecten gaan die u zelf aan de handvan de volgende aanwijzingen kunt oplossen.
Voer zelf geen verderewerkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallenniet verder helpt.Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen doorvakmensen uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnengrote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie altijdtot onze service-afdeling.StoringApparaat werkt niet. Mogelijke oorzakenApparaat is niet ingescha-keld.Stekker zit niet in hetstopcontact of zit los.Zekering is doorgeslagenof defect.Stopcontact is defect.Een elektricien het defectaan het stroomnet latenverhelpen.OplossingHet apparaat inschakelen.Stekker in stopcontact ste-ken.Zekering controleren,eventueel vervangen.
Wat te doen als ...76Storing Mogelijke oorzaken OplossingDe temperatuur in de koel-ruimte is niet laag genoeg.Temperatuur is niet juistingesteld.Zie hoofdstuk“Ingebruikname”.Deur heeft te lang openge-staan.Deur slechts zo lang openlaten als nodig is.In de laatste 24 uur zijngrotere hoeveelhedenwarme levensmiddelenopgeslagen.Temperatuurregelaar tijde-lijk op een koudere standzetten.Het apparaat staat naasteen warmtebron.Zie hoofdstuk “Opstel-plaats”.Lamp is defect. Zie hoofdstuk “Lamp ver-vangen”.Binnenverlichting werktniet.Op de ondichte plaatsende deurafdichting voor-zichtig met een haardrogerverwarmen (niet heter danca.
50 °C).Tegelijkertijd de verwarm-de deurafdichting met dehand zo in vorm trekkendat hij weer helemaal sluit.Deurafdichting is lek(eventueel na het overzet-ten van het deurscharnier).Sterke rijpvorming in hetapparaat, eventueel ookaan de deurafdichting.Ongewone geluiden.Apparaat staat niet recht.Apparaat komt tegen demuur of tegen anderevoorwerpen aan.Een onderdeel, bijv. een lei-ding, aan de achterkant vanhet apparaat komt tegeneen ander onderdeel van hetapparaat aan of tegen demuur.Stelvoetjes bijstellen.Apparaat iets wegtrekken.Dit onderdeel voorzichtigwegbuigen.Water op de bodem van dekoelruimte of op de legvlakken.Dooiwaterafvoer is ver-stopt.Zie hoofdstuk “Reinigingen onderhoud”.Het apparaat koelt te sterk. Temperatuur is te koudingesteld.Temperatuurregelaar tijde-lijk op warmere instellingdraaien.
Wat te doen als ...77Storing Mogelijke oorzaken OplossingNadat u op de toetsFROSTMATIC/COOLMATICgedrukt heeft of nadat detemperatuur-instellinggewijzigd is, start de com-pressor niet gelijk. Dit is normaal, er zijn geenstoringen.De compressor start na eentijdje automatisch. Temperatuurinstelling nietmogelijk.COOLMATIC- of FROSTMA-TIC-functie ingeschakeld.COOLMATIC of FROSTMA-TIC met de hand uitscha-kelen of met de tempera-tuurinstelling wachten, totde functie automatisch isuitgeschakeld (zie ookhoofdstuk COOLMATIC/FROSTMATIC).Lamp vervangenWaarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangenvan de lamp het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcon-tact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W, fitting: E14.☞1. Om het apparaat uit te schakelen toets AAN/UIT indrukken, tot hetnetspanninglampje uitgaat.2.
Stekker uit het stopcontact trekken.3. Voor het vervangen van de lamp de bevesti-gingsschroef eruit draaien, volgens de afbeel-ding (pijl) op de lampafdekking drukken endeze naar achteren losnemen.4. Defecte lamp vervangen.5. Lampafdekking weer monteren en de bevestigingsschroef aandraaien.6. Apparaat weer in gebruik nemen.Tijdens het gebruik met gesloten deur bij een lage omgevingstempera-tuur gaat de lamp met zwakke intensiteit branden.Dit zorgt ervoor dat de temperatuur beter verdeeld wordt tussen dekoelruimte en de vriesruimte.
78Geluiden tijdens de werkingDe volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten: •KlikkenElke keer als de compressor in- of uitschakelt, hoort u een klik.•ZoemenZodra de compressor functioneert, hoort u gezoem.•Borrelen/klotsenWanneer het koelmiddel door smalle leidingen stroomt, kunt u eenborrelend of klotsend geluid horen. Ook na het uitschakelen van decompressor is dit geluid nog korte tijd te horen.Bepalingen, normen, richtlijnenHet koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is metinachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt.Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijnvolgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), de Duitsevoorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties(VBG 20) en de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechni-ci (VDE).
De koudecirculatie is op dichtheid getest.Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:– 73/23/EG van 19.2.1973 - laagspanningsrichtlijn– 89/336/EG van 3.5.1989(met inbegrip van wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn.– 94/2/EG van 21. 01. 1994 - richtlijn voor energie-etikettering– 96/57 EG van 3. 9. 1996 - vereiste met betrekking tot de energie-efficiëntie van elektrische huishoudelijke koel- en vriesapparaten en de betreffende combinaties.Opgelet: Het lampje is dus heel belangrijk voor het goed functionerenvan het apparaat. Het dient snel vervangen te worden als het defectraakt.Opmerking: Bij het openen van de deur gaat het lampje met normalesterkte branden.
79Vaktermen•KoelmiddelVloeistoffen die gebruikt kunnen worden voor koudeproductie, wor-den koelmiddelen genoemd. Deze stoffen hebben verhoudingsgewijseen laag kookpunt, zo laag dat de warmte van de aanwezige levens-middelen in het koelapparaat, het koelmiddel tot koken ofwel totverdampen kan brengen.•KoelmiddelkringloopGesloten kringloopsysteem waarin het koelmiddel zich bevindt. Dekoelmiddelkringloop bestaat hoofdzakelijk uit verdamper, compressor,condensor en leidingen.•VerdamperIn de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle vloeistof,heeft het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdampen. Dezewarmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het koelappa-raat, de ruimte koelt daardoor af. Daarom is de verdamper in de bin-nenruimte geplaatst of direct achter de binnenwand ingeschuimd endaardoor niet zichtbaar.•CompressorDe compressor ziet eruit als een tonnetje.
Hij wordt aangedrevendoor een ingebouwde elektromotor en is achter, aan de onderkantvan het apparaat geplaatst. De compressor zorgt ervoor dat hetdampvormige koelmiddel aan de verdamper onttrokken wordt envervolgens verdicht en naar de condensor geleid wordt.•CondensorDe condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de conden-sor wordt het koelmiddel dat door de compressor verdicht is, gecon-denseerd. Hierbij komt warmte vrij die door de oppervlakte van decondensor aan de omgevingslucht afgegeven wordt. De condensor isdaarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het appa-raat, aangebracht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux 74160 TK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast AEG Electrolux
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast