AEG Electrolux 50600 lavamat Handleiding


Pagina's 36 Nederlands Wasmachine

Bekijk de handleiding van AEG Electrolux 50600 lavamat gratis online of download de PDF. 19 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

LAVAMAT 50600
Wasautomaat
Informatie voor de gebruiker

Beoordeel deze handleiding


Alle foutcodes AEG Electrolux Wasmachine 27 foutcodes uit 15 handleidingen, met hun betekenis.

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Wasmachine
Model: 50600 lavamat

Handleiding AEG Electrolux 50600 lavamat – volledige tekst

2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar deze voor naslag op een later tijdstip.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1VeiligheidsvoorschriftenWaarschuwing! Voorschriften die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Voorschriften die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.3Instructies en praktische tips2Milieu-informatie

5Gebruiksaanwijzing1VeiligheidVoor de eerste ingebruikname•Volg de “Opstel- en aansluitinstructies” op.•Bij het in de wintermaanden leveren van het apparaat bij temperatu-ren onder het vriespunt: de wasautomaat voor de ingebruikname ge-durende 24 uur op kamertemperatuur laten acclimatiseren.Gebruik volgens de voorschriften•De wasautomaat is alleen voor het wassen van binnen het huishou-den gebruikelijk wasgoed bestemd. •Het ombouwen van of het aanbrengen van wijzigingen aan de was-automaat is niet toegestaan.•Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishou-delijke wasautomaten geschikt zijn.•Het wasgoed mag geen ontvlambare oplossingen bevatten. Explosiegevaar!•De wasautomaat niet voor chemische reiniging gebruiken.•Kleur- en ontkleurmiddelen mogen alleen in de wasautomaat worden gebruikt als de fabrikant van dit product dit uitdrukkelijk vermeldt.

Voor eventuele schade zijn wij niet aansprakelijk.Veiligheid voor kinderen•Verpakkingsonderdelen buiten bereik van kinderen houden. Verstik-kingsgevaar!•Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrisch ap-paratuur verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zon-der toezicht bij de wasautomaat.•Controleer of kinderen of huisdieren niet in de trommel kunnen klau-teren. Levensgevaar!Algemene veiligheid•Reparaties aan wasautomaten dienen alleen door vakmensen uitge-voerd te worden. •Neem de wasautomaat nooit in gebruik als de stroomkabel, het be-dieningspaneel, het bovenblad of de voet van het apparaat dermate beschadigd zijn dat de binnenzijde van het apparaat open toeganke-lijk is.

6•Voor de reiniging, het onderhoud en de reparatiewerkzaamheden dient de wasautomaat uitgeschakeld te worden. Vervolgens de stek-ker uit het stopcontact nemen of – bij een vaste aansluiting – de LS-schakelaar in de zekeringkast uitschakelen of de schroefzekering ge-heel uitdraaien.•Als het apparaat gedurende een langere periode niet gebruikt zal gaan worden, dient het apparaat van de stroomvoorziening genomen te worden en dient de waterkraan gesloten te worden.•De netstekker nooit aan de kabel uit het stopcontact trekken, maar middels de stekker.•Stekkerdozen, koppelingen en verlengingskabels mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar door oververhitting! •De wasautomaat niet met een waterstraal afspuiten. Risico op stroomschokken!•Bij wasprogramma’s op hoge temperaturen wordt het glas van de vul-deur heet.

Niet aanraken!•Voor het aftappen van het apparaat, het reinigen van de afvoerpomp of voor het in noodsituaties openen van de vuldeur dient het sop eerst af te koelen.•Huisdieren kunnen stroomkabels en waterslangen doorbijten. Risico op stroomschokken en gevaar op wateroverlast! Huisdieren buiten het bereik van wasautomaten houden.Afvalverwerking2VerpakkingsmateriaalDe verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu en her-bruikbaar. De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen, bijv. >PEPS

9Gebruik/Kenmerken Symbool onderhoud1) 1) De getallen in het symbool onderhoud geven de maximale temperaturen aan.Energie besparend programma bij een temperatuur van 60 °C voor licht tot normaal vervuilde witte/bontewas van katoen/linnen. M OProgramma voor normaal tot sterk vervuilde witte/bonte was van katoen/linnen. J M OProgramma voor kreukherstellende gemengde weefsels en synthetische stoffen. I K NSpeciaal programma bij 40 °C voor kreukherstellend textiel, dat na dit program-ma nog slechts licht of zelfs helemaal niet hoeft te worden gestreken. K NKort programma voor fijn textiel zoals mengvezels, microvezels, synthetische stoffen en gordijnen (doe maximaal 15 tot 20 m2 gordijnen in de machine). Met SPOELSTOP ook geschikt voor textiel met speciaal ademend membraan, bijvoor-beeld outdoorkleding.I KBijzonder kreukherstellend programma voor met de hand en wasmachine was-bare wol/zijde.

Q L HAfzonderlijk voorzichtig spoelen (3 spoelgangen, vloeibaar nabehandelingsmid-del uit het inspoelvakje & wordt in de machine gespoeld, centrifugeren). Niet geschikt voor wol. Als u alleen kreukherstellend en fijnwasgoed in de machine doet, dient u het centrifugetoerental te verlagen.J M OWegpompen na een spoelstop. Wegpompen en centrifugeren na een spoelstop resp. afzonderlijk centrifugeren van met de hand gewassen witte/bonte was. Als u alleen kreukherstellend, fijn wasgoed en wol in de machine doet, dient u het centrifugetoerental te verla-gen.J M O

10Voor de eerste keer wassen1. Open de wasmiddellade.2. Giet ca. 1 liter water in de wasmiddellade van de wasautomaat. De volgende keer dat het programma wordt gestart wordt daardoor de kuip gesloten en kan de ÖKO-sluis op de juiste wijze functioneren.3. Om eventuele bij de fabricage ontstane resten in de trommel en kuip te verwijderen, dient de eerste wasgang zonder wasgoed uitgevoerd te worden. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 60, toets KORT indruk-ken, ca. 1/4 meetbeker waspoeder toevoegen. Het wasgoed voorbereiden en sorterenWasgoed voorbereiden•Zakken leegmaken. Vreemde voorwerpen (bijv. muntstukken, paper-clips, spijkers, enz.) verwijderen.•Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen, dit om schade aan wasgoed te voorkomen.•Gordijnmechanismen verwijderen of in een net/waszak plaatsen.•Kwetsbare delen en klein wasgoed in een net/kussensloop wassen, bijv.

vitrage, nylonkousen, kousjes, zakdoeken, bh’s.Let op! Bh’s en ander wasgoed met beugels uitsluitend in een net was-sen. Beugels kunnen losraken en het apparaat beschadigen.Wasgoed sorteren•Op kleur: wit en gekleurd wasgoed separaat wassen. Wasgoed kan kleurstof afgeven. •Op temperatuur, soort wasgoed en behandelingsetiket.Let op! Wasgoed met het behandelingsetiket G (= niet wassen!) niet in de wasautomaat wassen.

11Wasprogramma uitvoerenVuldeur openen/Wasgoed vullen1. Vuldeur openen: trek aan de greep van de vuldeur.De indicaties DEUR en START/PAUSE geven bij een ingeschakeld appa-raat aan of de vuldeur kan worden geopend: 2. Wasgoed uitvouwen en los vullen. Grote en kleine stukken wasgoed mengen.Let op! Geen wasgoed tussen de vuldeur en de rubberen afdichting inklemmen. 3. Druk de vuldeur goed dicht. De slui-ting dient hoorbaar vast te klikken.Was-/nabehandelingsmiddel toevoegenLet op! Alleen was- en nabehandelingsmiddelen gebruiken die voor huishoudelijke wasautomaten geschikt zijn.Was-/nabehandelingsmiddelen conform de richtlijnen van de fabrikant van het was- of nabehandelingsmiddel doseren. Volg de aanwijzingen op de verpakkingen op.De dosering is afhankelijk van:–de mate van de vervuiling van het wasgoed,–de hoeveelheid wasgoed– en de hardheid van het leidingwater.

•Als de fabrikant geen aanwijzingen voor kleine hoeveelheden was-goed op de verpakking heeft aangebracht: bij een halve belading 1/3 minder wasmiddel, bij de laagste belading slechts de 1/2 van het was-middel dat bij een volledige belading wordt geadviseerd.Indicatie DEUR Indicatie START/PAUSE Vuldeur openen mogelijk?knippert knippert ja, na ca. 2 minutenbrandt brandt nee1)1) De vuldeur is als gevolg van een hoge waterstand of hoge temperatuur vergrendeld.is uit knippert ja

12•Vanaf waterhardheidsgebieden 2 (= middel) dient waterontharder ge-bruikt te worden. Het wasmiddel kan dan conform het waterhard-heidsgebied 1 (= zacht) worden gedoseerd. Informatie over de plaatselijke waterhardheid kunt u bij het betreffende waterwerk ver-krijgen.1. De wasmiddellade tot aan de aanslag uittrekken.2. Was- /nabehandelingsmiddel toevoegen.3. De wasmiddellade geheel inschuiven.Waspoeder/tabletten voor de hoofdwas Als u gebruik maakt van een waterontharder en het rechter vakje voor het voorwasmiddel/vlekkenzout nodig heeft, kunt u het hoofdwasmid-del in het linkervakje toevoegen.Wasverzachter, vormspoeling, stijfsel Het vakje ten hoogste tot de markering MAX vullen. Dikvloeibaar con-centraat voor het vullen en overeenkomstig met de aanwijzingen van de fabrikant, verdunnen.

Poedervormig stijfsel oplossen.Als u vloeibaar wasmiddel gebruikt: Vloeibaar wasmiddel met de door de wasmiddelfabrikant aangeboden doseerhouder vullen.Apparaat inschakelen/Programma kiezenProgramma en temperatuur met de programmakiezer instellen. 3Als u een programma kiest, scha-kelt u gelijk het apparaat in.De indicatie van het programma-verloop geeft de programmastap-pen aan die door het geselecteerde programma worden uitgevoerd.Waspoeder/tablettenvoor de hoofdwasWasverzachter/vormspoeling/stijfselWaspoeder/tablettenvoor de voorwasof vlekkenzout

13Centrifugetoerental wijzigen/Spoelstop kiezenDe wasautomaat stelt het maximaal toelaatbare toerental voor dat ge-schikt is voor het gekozen program-ma. U kunt het toerental verlagen:Druk daarvoor zo vaak op de toets Centrifugeren/n (SPOELSTOP) tot de gewenste indicatie brandt.3Het toerental voor het uiteindelijke centrifugeren kan tijdens het programma nog worden gewijzigd. Daar-voor:1. Op de toets START/PAUSE drukken.2. Het toerental wijzigen.3. Nogmaals op de toets START/PAUSE drukken.n (SPOELSTOP)Bij n (SPOELSTOP) blijft het wasgoed in het laatste spoelwater staan. Er zal geen centrifugeerproces plaatsvinden, er zal tussentijds gecentri-fugeerd worden. Het tussentijds centrifugeren is programma-afhanke-lijk en kan niet worden gewijzigd.Extra programma’s kiezenDruk, indien gewenst op de extra programmatoets(en). De bijbeho-rende indicatie brandt.

14SPOELEN+ inschakelen/uitschakelenAls SPOELEN+ als extra programma is ingesteld zullen twee extra spoel-gangen aan de programma’s WITTE WAS/BONTE WAS, KREUKHERSTEL-LEND, FIJNE WAS en FIJNSPOELEN worden toegevoegd. SPOELEN+ blijft opgeslagen – ook na het uitschakelen van het apparaat.SPOELEN+ instellen:1. Draai de programmakiezer op WITTE WAS/BONTE WAS, KREUKHERSTEL-LEND of FIJNE WAS (met de gewenste temperatuur).2. Houd de toetsen VOORWAS en STARTTIJDKEUZE tegelijkertijd inge-drukt, tot de indicatie van het programmaverloop SPOELEN en SPOELEN+ brandt. SPOELEN+ is nu continu ingeschakeld.3Voortaan zal voor het starten van het programma en tijdens de extra spoelgangen de indicatie van het programmaverloop SPOELEN + branden.SPOELEN+ uitschakelen:1. Draai de programmakiezer op WITTE WAS/BONTE WAS, KREUKHERSTEL-LEND of FIJNE WAS (met de gewenste temperatuur).2.

De toetsen VOORWAS en STARTTIJDKEUZE tegelijkertijd ingedrukt hou-den, tot de indicatie van het programmaverloop SPOELEN en SPOELEN+ uit gaat. SPOELEN+ is nu continu uitgeschakeld.Starttijdkeuze instellenMet de toets STARTTIJDKEUZE kunt u de start van een wasprogramma uitstellen. 1. Programma kiezen 2. Een keer op de toets STARTTIJDKEUZE drukken, als het wasprogramma over 6 uur moet starten. De indicatie 6h brandt.Twee keer op de toets STARTTIJDKEUZE drukken, als het wasprogramma over 3 uur moet starten. De indicatie 3h brandt.3Als u nog een keer op de toets STARTTIJDKEUZE drukt is de starttijdkeu-ze weer opgeheven. De indicatie gaat uit.3. Om de starttijdkeuze te activeren moet u op de START/PAUSE drukken.Tip: Als een starttijdkeuze van 6 uur wordt gekozen, brandt de indicatie 6h. Nadat een periode van 3 uur verlopen is, springt de indicatie op 3h.

15Wasprogramma starten1. Controleer of de waterkraan is geopend.2. Druk op toets START/PAUSE. Het programma wordt gestart resp. start na afloop van de ingestelde starttijdkeuze.Tijdens het wasprogramma wordt op de indicatie van het programma-verloop de actuele programmastap weergegeven.3Als na het indrukken van de toets START/PAUSE de indicatie EINDE 4x knippert, is de vuldeur niet goed gesloten. Duw de vuldeur goed dicht en druk nogmaals op de toets START/PAUSE.Programma onderbreken/Wasgoed bijvullenProgramma onderbreken•Als gevolg van het indrukken van de toets START/PAUSE kan een pro-gramma op ieder gewenst moment worden onderbroken en door het opnieuw indrukken van de toets START/PAUSE weer worden voortge-zet.•Voor het voortijdig afbreken van een programma dient de program-makiezer op UIT gedraaid te worden. Let op!

Op het water in het ap-paraat letten!Was bijvullenWas bijvullen is mogelijk, zolang de indicatie DEUR niet brandt.1. Druk op de toets START/PAUSE. Vuldeur kan worden geopend.2. De vuldeur sluiten en nogmaals op de toets START/PAUSE drukken. Het programma gaat verder.Wasgang beëindigd/wasgoed uitnemenAan het einde van het programma brandt EINDE op de indicatie van het programmaverloop. Zodra de indicatie DEUR gedoofd is kan de vuldeur worden geopend.1. Vuldeur openen en het wasgoed uitnemen2. Programmakiezer op UIT draaien.3. Draai de kraan dicht.4. Na het wassen de wasmiddellade uitnemen, zodat deze kan drogen. De vuldeur alleen aanzetten opdat de wasautomaat kan uitluchten.

16Als n (SPOELSTOP) werd gekozen: Na de spoelstop branden DEUR en EINDE op de indicatie van het programmaverloop.Eerst moet het water m.b.v. de pomp afgevoerd worden:–of de programmakiezer op UIT zetten en aansluitend op POMPEN draaien en op de toets START/PAUSE drukken (er wordt zonder cen-trifugeren weggepompt),–of de programmakiezer op UIT en aansluitend op CENTRIFUGEREN draaien. Afhankelijk van het soort wasgoed, het toerental reduceren en op de toets START/PAUSE drukken (er wordt gepompt en gecentri-fugeerd).KinderbeveiligingBij een geactiveerde kinderbeveiliging kan de vuldeur niet meer geslo-ten worden en kan geen wasprogramma worden gestart.Kinderbeveiliging instellen: De draaiknop (aan de binnenkant van de vuldeur) met een muntstuk, rechtsom tot de aanslag verdraaien. 1Waarschuwing!

De draaiknop mag zich na het instellen van de draai-knop niet in ingedrukte positie be-vinden omdat anders de kinderbeveiliging niet functioneert! De draaiknop moet conform de af-beelding uitgetrokken zijn. Kinderbeveiliging opheffen: De draaiknop met een muntstuk linksom tot aan de aanslag draaien.

17Reinigen en onderhoudLet op! Gebruik voor het reinigen van het apparaat geen reinigings-middelen voor meubels of agressieve reinigingsmiddelen. Neem het bedieningspaneel en de behuizing met een vochtige doek af.WasmiddelladeDe wasmiddellade dient regelmatig gereinigd te worden.1. Trek de wasmiddellade met een krachtige ruk uit.2. Neem het inzetstuk voor de wasver-zachter uit het middelste vak uit. 3. Reinig alle delen met water.4. Het inzetstuk voor de wasverzachter tot aan de aanslag insteken, zodat het vast zit.5. Maak ook het gehele inspoelgedeelte van de wasmachine en ook de sproeiers aan de bovenkant van de inspoelkamer met een borstel schoon.6. De wasmiddellade in de geleidings-rails plaatsen en naar binnen schuiven.WastrommelAls gevolg van roestende voorwerpen in het wasgoed of het ijzerhou-dende leidingwater kan roestvorming aan de trommel ontstaan.Let op!

De trommel niet met zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor of ijzer bevattende schuurmiddelen of staalwol reinigen.1. Eventuele roestafzettingen op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.2. Wasgang zonder wasgoed uitvoeren en schoonmaakmiddelrestanten uitspoelen. Programma: WITTE WAS/BONTE WAS 60, toets KORT indruk-ken, ca. 1/4 meetbeker waspoeder toevoegen.Vuldeur en rubberen ringRegelmatig controleren of afzettingen of vreemde voorwerpen zich in de naden van de rubberen ring of aan de binnenkant van het deurven-ster hebben afgezet. Deurvenster en rubberen ring regelmatig reinigen.

18Wat te doen als …Kleine storingen zelf oplossenAls de indicatie van het programmaverloop tijdens het in werking zijn een van de volgende foutmeldingen weergeeft:–EINDE knippert 1x (probleem met watertoevoer),–EINDE knippert 2x (probleem met waterafvoer),–EINDE knippert 4x (vuldeur open),kunt u in de volgende tabel bezien.Druk nadat de storing is opgelost op de toets START/PAUSE.Bij andere foutmeldingen (een of meerdere knipperende indicaties op de indicatie van het programmaverloop): Het apparaat uitschakelen en vervolgens weer inschakelen. Het pro-gramma opnieuw instellen. Op de toets START/PAUSE drukken.Als de storing nogmaals wordt weergegeven neem dan a.u.b. contact op met de klantendienst.Storing Mogelijke oorzaken OplossingenWasautomaat werkt niet.Stekker zit niet in het stop-contact of de zekering is niet in orde.Steek de stekker in het stop-contact.

Controleer de zeke-ring.Vuldeur is niet goed geslo-ten.Sluit de vuldeur tot de sluiting hoorbaar vastklikt.Toets START/PAUSE werd niet lang genoeg ingedrukt.Toets START/PAUSE langer indrukken.Vuldeur kan niet geslo-ten worden.Kinderbeveiliging is inge-steld. Kinderbeveiliging opheffen.Indicatie EINDE knip-pert 4x.Vuldeur is niet goed geslo-ten.Vuldeur goed sluiten. Pro-gramma opnieuw starten.Indicatie EINDE knip-pert 1x.(Problemen met de wa-tertoevoer.)Waterkraan is dichtgedraaid. Waterkraan opendraaien.Zeef in de schroefverbinding van de toevoerslang is ver-stopt.Waterkraan dichtdraaien. Slang van de waterkraan af-schroeven, zeef uitnemen en schoonmaken.Waterkraan heeft kalkaan-slag of is defect.Waterkraan controleren en zo nodig laten repareren.

19Wasautomaat trilt tij-dens het wassen of staat niet stil.Transportbeveiliging is niet verwijderd.Transportbeveiliging verwij-deren.Schroefvoeten zijn niet cor-rect ingesteld.Voeten volgens de opstel- en aansluitingaanwijzing afstel-len.Er zit zeer weinig wasgoed in de trommel (bijv. één badjas).De werking ondervindt hier-van geen nadelige gevolgen.Water loopt onder de wasautomaat uit.Schroefverbinding van de toevoerslang zit niet vast. Toevoerslang vastschroeven.Afvoerslang lekt. Afvoerslang vervangen.Deksel van de afvoerpomp is niet goed gesloten. Deksel goed sluiten.Wasgoed zit tussen de vul-deur geklemd.De volgende keer het was-goed zorgvuldig laden.Aftapslang is lek. Aftapslang goed afsluiten.Sop schuimt sterk.

Waarschijnlijk hebt u te veel wasmiddel gebruikt.Wasmiddel precies volgens de aanwijzingen van de fabri-kant doseren.Indicatie EINDE knip-pert 2x.(Problemen met de wa-terafvoer.)Er zit een knik in de afvoer-slang. Leg de slang recht.Maximale pomphoogte van 1m is overschreden.Neem contact op met de ser-vice-afdeling.Afvoerpomp is verstopt.Apparaat uitschakelen. De stekker uittrekken.De afvoerpomp schoonma-ken. Vreemde voorwerpen uit het pomphuis verwijderen.Bij een sifonaansluiting: si-fon is verstopt. Sifon reinigen.Er werd geen wasver-zachter ingespoeld, vak-je w voor nabehandelingsmiddel zit vol water.Inzetbakje voor de wasver-zachter in het vakje voor nabehandelingsmiddel is niet goed bevestigd of is verstopt.Wasmiddellade schoonma-ken, inzetbakje voor de was-verzachter goed bevestigen.Storing Mogelijke oorzaken Oplossingen

20Vuldeur kan bij inge-schakeld apparaat niet worden geopend. Vuldeur is vergrendeld.Wacht tot de indicatie DEUR is uitgegaan en de indicatie EINDE brandt.Stroomuitval! (Alle indica-ties zijn uit.)De vuldeur blijft ca. 2 minu-ten vergrendeld.Het programma loopt verder als de stroomuitval opgelost is.Voor het uitnemen van het wasgoed:als water in het apparaat zichtbaar is, dient voor het openen van de vuldeur eerst het water afgevoerd te wor-den (zie hoofdstuk “Water aftappen”).Wasgoed is erg ge-kreukt.Waarschijnlijk hebt u te veel wasgoed in de machine ge-daan.Maximale vulhoeveelheid aanhouden.Storing Mogelijke oorzaken Oplossingen

21Als het wasresultaat niet bevredigend isDe was is grauw en kalk heeft zich in de trommel vastgezet.•Er wordt onvoldoende wasmiddel gebruikt.•Niet het juiste wasmiddel wordt gebruikt. •Speciale vervuilingen worden niet voorbewerkt.•Programma’s of temperaturen worden niet correct ingesteld.Op het wasgoed zijn grijze vlekken aanwezig •Met zalf, vet of olie vervuild wasgoed werd met te weinig wasmiddel gewassen.•Er werd op te lage temperatuur gewassen.•De meest voorkomende oorzaak is dat wasverzachter, en met name in geconcentreerde vorm, op het wasgoed terecht komt. Dergelijke vlek-ken dienen zo snel mogelijk uitgewassen te worden en de betreffende wasverzachter dient voorzichtig gebruikt te worden.Na de laatste spoelgang is nog schuim zichtbaar •Moderne wasmiddelen kunnen ook in de laatste spoelgang nog schuim veroorzaken.

Het wasgoed is echter voldoende gespoeld.Witte restanten op het wasgoed •Het betreft niet opgeloste bestanddelen van moderne wasmiddelen. Dit is niet het gevolg van een ontoereikend spoelen. Wasgoed uitschudden of afborstelen. Eventueel het wasgoed in de toekomst voor het wassen omkeren. Controleer de keuze voor het wasmiddel en eventueel vloeibaar wasmiddel gebruiken.

22Aftappen1Waarschuwing! Voor het aftappen de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact nemen!Waarschuwing! Het sop dat uit de aftapslang komt kan heet zijn. Ver-brandingsgevaar! Vóór het aftappen het sop laten afkoelen!1. Het klepje van de sokkel open klappen en aftrekken.2. De aftapslang uitnemen.3. Een vlakke opvangbak onder de slang plaatsen. Aansluitend de afsluit-stoppen door het rechtsom draaien losdraaien en uittrekken.4. Het sop loopt uit. Indien noodzakelijk de opvangbak meerdere keren le-gen en de aftapslang tussentijds met de afsluitstoppen sluiten.Als het sop afgetapt is:5. De afsluitstoppen goed in de aftapslang plaatsen en rechtsom vast-draaien.6. De aftapslang weer in de houder terug plaatsen.7. Het klepje van de sokkel plaatsen en sluiten.

23AfvoerpompDe afvoerpomp is onderhoudsvrij. Het openen van het pompdeksel is alleen in het geval van een storing vereist als er geen water weg wordt gepompt, bijv. bij een geblokkeerd pompwiel. Controleer altijd voor het vullen met wasgoed of er geen vreemde voorwerpen in de zakken zitten of tussen het wasgoed aanwezig is. Pa-perclips, spijkers, enz. die eventueel met het wasgoed in de wasauto-maat terechtkomen blijven in het pomphuis liggen (filter voor vreemde voorwerpen dat het pompwiel beschermt. 1Waarschuwing! Voor het openen van het pompdeksel de wasautomaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact nemen!1. Tap eerst het water uit de wasautomaat af.2. Leg een doek op de vloer voor het deksel van de afvoerpomp. Er kan restwater uitlopen.3. Het pompdeksel linksom losschroeven en uitnemen.4.

Eventuele vreemde voorwerpen en textielpluizen uit het pomphuis en van het pompwiel verwijderen.5. Controleer of het pompwiel helemaal achter in het pomphuis rond kan worden gedraaid. (Het is normaal als het pompwiel stootsgewijs draait.) Als het pompwiel niet kan worden gedraaid dient u contact op te ne-men met de klantendienst.6. Pompdeksel weer terugplaatsen. Lipjes van het deksel zijdelings in de geleidingssleuven inschuiven en het deksel rechtsom vast-draaien. 7. De aftapslang sluiten en in de houder plaat-sen.8. Klepje van de sokkel sluiten.

24Technische gegevens5Dit apparaat is in overeenstemming met de volgende EG-richtlijnen:–73/23/EEG van 19.02.1973 Laagspanningsrichtlijn–89/336/EEG van 03.05.1989 EMC-richtlijn inclusief aangepaste richt-lijn 92/31/EEG–93/68/EEG van 22.07.93 CE-markeringsrichtlijnVerbruikswaardenDe verbruikswaarden worden onder de normvereisten gespecificeerd. Deze kunnen bij het gebruik in het huishouden afwijken. hoogte x breedte x diepte 850 x 598 x 603 mmDiepte bij geopende vuldeur. 980 mmIn hoogte verstelbaar: ca. +10/-5mmVulhoeveelheid (programma-afhankelijk) max. 5 kgToepassingsgebied HuishoudenTrommeltoerental centrifugeren zie kenplaatjeWaterdruk 1-10bar (=10–100N/cm2=0,1–1,0MPa)Programmakiezer(Temperatuur)Vulhoeveelheidin kg1)1) De weergave van de vulhoeveelheid is in overeenstemming met EN 60456 Standard-load.

25Instructies voor plaatsing en aansluiting1Veiligheidsinstructies voor het aansluiten•Deze wasautomaat is niet geschikt als onderbouw.•Voor de ingebruikname dient het apparaat op transportschade ge-controleerd te worden. Een beschadigd apparaat in geen geval aan-sluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.•Voor de ingebruikname dienen alle delen van de transportbeveiliging verwijderd te zijn.

Anders kan er bij het centrifugeren schade aan het apparaat of aan naburige meubels, ontstaan.•Voor de inbedrijfname dient de sproeiwaterbeveiliging op het appa-raat aangebracht te zijn (zie “Transportbeveiliging verwijderen”).•De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd geaard stopcontact steken.•Bij een vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.•Controleer voor de ingebruikname of de op het kenplaatje van het apparaat vermelde nominale spanning met de netspanning en het stroomtype op de plaats van de opstelling overeenkomt.

Ook de elek-trische beveiliging die nodig is kunt u van het kenplaatje aflezen.•Als werkzaamheden volgens de voorschriften aan de waterinstallatie van de wateraansluiting van de wasautomaat uitgevoerd dienen te worden, dienen deze door een erkende installatievakman te worden uitgevoerd.•Als werkzaamheden volgens de voorschriften ten aanzien van de elektrische aansluiting van de wasautomaat op het stroomnet uitge-voerd dienen te worden, dienen deze door een erkende elektrotechni-sche vakman te worden uitgevoerd.•De stroomtoevoerleiding van de wasautomaat mag uitsluitend door de klantendienst of een erkend vakman worden omgewisseld.

26Aansluiten van het apparaatHet apparaat transporteren1Waarschuwing! De wasautomaat is zwaar. Verwondinggevaar! Voor-zichtigheid bij het optillen vereist.•Het apparaat niet op het voorfront en niet op de rechter zijkant (van-af de voorzijde gezien) neerleggen. De elektrische componenten kun-nen nat worden.•Het apparaat nooit zonder transportbeveiliging transporteren. De transportbeveiliging dient eerst op de plaats van de installatie verwij-derd te worden! Het transporteren zonder transportbeveiliging kan tot beschadigingen van en aan het apparaat leiden.•Het apparaat niet aan de geopende vuldeur en ook niet aan de sokkel optillen.Bij het transporteren met een steekwagen:•De steekwagen alleen via de zijkant onder het apparaat plaatsen. Transportbeveiliging verwijderenLet op! Voor de ingebruikname die-nen alle delen van de transport-beveiliging verwijderd te worden!

Transportbeveiliging voor een moge-lijk later transport (verhuizing) bewaren.1. Op de achterzijde van het apparaat de beide slanghouders openen en de slang evenals het netsnoer uitnemen.2. De beide slanghouders met een krachtige ruk van het apparaat aftrekken.

273De speciale sleutel A en de afsluit-doppen B (2 stuks) en C (1 stuk) zijn bij het apparaat gevoegd.3. Schroef D incl. drukveer met de spe-ciale sleutel A verwijderen.4. Opening met de afsluitdop C afsluiten.5. De twee schroeven E met de speciale sleutel A uitschroeven.6. De vier schroeven F met de speciale sleutel A uitschroeven.7. Transportgeleiding G afnemen.8. De vier schroeven F weer inschroeven.9. De twee grote openingen met de af-sluitdoppen B afsluiten.Let op! Alle afsluitdoppen B (2 stuks) en C (1 stuk) zo krachtig in-drukken dat deze in de achterwand vastklikken (sproeiwaterbescher-ming!).OpstellingsplaatsLet op! Het apparaat mag niet in een aan vorst onderhevige ruimte worden gebruikt. Vorstschade of negatieve invloed op de functies! Vorstschade valt niet onder de garantie!•De opstellingsplaats dient vast en egaal te zijn.

Het apparaat niet op tapijt of zachte vloerbedekking opstellen.•De opstellingsplaats dient schoon en droog te zijn en vrij te zijn van geleidende of glijdende oppervlakken zodat het apparaat niet weg kan glijden.•Bij opstellingsplaatsen op een vloer voorzien van een klein formaat tegels dient een in de handel verkrijgbare en daarvoor geschikte rub-bermat onder het apparaat geplaatst te worden.

28Als het apparaat op een sokkel moet staan: opdat het apparaat veilig op de sok-kel staat, moeten borgplaten*) wor-den gemonteerd waarmee het apparaat afgesteld kan worden. Als het apparaat op een zwevende vloer dient te staan, bijv. een vloer van houten balken en houten vloerdelen: het apparaat indien mogelijk in een hoek van de ruimte plaatsen.1. Een waterbestendige houten plaat (minimale dikte: 15 mm) op ten minste twee vloerbalken vastschroeven.2. Borgplaten*) op de houten plaat monteren, waarin het apparaat wordt afgesteld.*) De borgplaten zijn bij de klantendienst verkrijgbaar.Het apparaat juist afstellenDe vier voeten van het apparaat zijn vooraf ingesteld.Grove oneffenheden kunnen door het individueel instellen van de vier apparaatvoeten worden gecompen-seerd.Hiervoor dient de bijgeleverde spe-ciale sleutel gebruikt te worden. Let op!

Kleine oneffenheden van het grondoppervlak niet met behulp van stukjes hout, karton of soortge-lijke materialen compenseren, maar door het afstellen van de verstelbare schroefvoeten.Elektrische aansluitingGegevens over de netspanning, stroomtype en de vereiste beveiliging zijn op het kenplaatje weergegeven. Het kenplaatje is in het gebied van de invulopening aangebracht.

29WateraansluitingLet op! •Dit apparaat mag niet aan de warmwatervoorziening worden aange-sloten!•Bij het aansluiten dient uitsluitend een nieuwe slangenset gebruikt te worden.•Het apparaat uitsluitend aan de drinkwaterleiding aansluiten. Regen-water of verbruikt water alleen dan gebruiken als de vereisten geheel in overeenstemming met DIN1986 en DIN1988 zijn.•Toevoer- en afvoerslang niet in een knik leggen of verdraaien!Toegestane waterdrukDe waterdruk dient ten minste 1bar (=10N/cm2=0,1MPa) te zijn en mag ten hoogste 10bar (=100N/cm2=1MPa) bedragen. –Bij een druk hoger dan 10bar: een drukverlagingsventiel plaatsen. –Bij een druk lager dan 1bar: de toevoerslang aan de rechte kant van de magneetinlaatklep afschroeven en de doorstroomhoeveelheidre-gelaar uitnemen (tevens de zeef met een pincet verwijderen en de daaronder gelegen rubberen ring uitnemen). De zeef weer terug-plaatsen.

30WatertoevoerEen drukslang met een lengte van 1,35meter is meegeleverd. Indien een langere toevoerslang vereist is, dient uitsluitend een origine-le slang gebruikt te worden. De klantendienst heeft slangensets in di-verse lengtes beschikbaar.3Afdichtringen zijn of in de kunststof moeren van de slangverbindingen geïntegreerd of in een separate verpakking bijgevoegd. Geen andere af-dichtingen gebruiken! Let op! Alle slangverbindingen mo-gen uitsluitend met de hand vastge-draaid worden. 1. De slang met de afgewikkelde aan-sluiting aan de machine aansluiten.Let op! De toevoerslang niet loodrecht naar beneden, maar vol-gens de afbeelding naar rechts of naar links leggen. 2. De slang met de rechte aansluiting aan de waterkraan met schroefdraad R 3/4 (duim) aansluiten. 3. De kraan geleidelijk openen en con-troleren of alle aansluitingen dicht zijn.

31WaterafvoerHet hoogteverschil tussen de onderkant van de wasautomaat en de wa-terafvoer dient ten hoogste 1 meter te zijn.Voor een verlenging mogen uitsluitend originele slangen worden ge-bruikt. (max. 3 meter, op de vloer gelegd en tot een hoogte van 80 cm). De klantendienst heeft afvoerslangen in diverse lengtes beschikbaar.Waterafvoer via een sifonDe verbindingsplaats buis/sifon met een slangklem (in de vakhandel ver-krijgbaar) vastzetten. Waterafvoer via een wastafel/bad1Let op! –Kleine wasbekkens zijn hier niet voor geschikt. Het water kan over-lopen! –Het uiteinde van de afvoerslang mag niet in het uitgepompte wa-ter ondergedompeld zijn. Anders kan het water teruggezogen wor-den!–Bij afvoer via een wastafel of een bad dient de afvoerslang met het meegeleverde bochtstuk tegen wegglijden geblokkeerd te worden. Het uitlopende water kan anders de slang uit het bekken duwen.

–Bij het wegpompen controleren of het water voldoende snel afloopt.Afvoerhoogtes van meer dan 1 meterDe afvoerpomp van de wasautomaat voert het sop tot op een hoogte van 1meter af, dit gerekend vanaf de onderkant van het apparaat. Let op! Bij afvoerhoogtes van meer dan 1 meter kunnen storingen en beschadigingen aan het apparaat optreden.Voor afvoerhoogtes van meer dan 1meter is een ombouwset verkrijg-baar. Neem hiervoor a.u.b. contact op met de klantendienst.

32GarantievoorwaardenBelgiëWAARBORGVOORWAARDENOnze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker.

Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van toepassing in geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik. 2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade te voorkomen. 4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te worden overlegd. 5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals (vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel onbeduidend zijn. 7.

De waarborg heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verant-woordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of inge-bouwde toestellen. 11.

Indien het toestel zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de beno-digde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden de hier-door ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12. Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige ver-vanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de waarborgtermijn noch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot gevolg. 14. Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek. 15.

Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het toestel, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het toestel niet overtref-fen.

33Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. In-dien een toestel naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gas-soort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte toe-stellen dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van de bepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd worden aangebracht.Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze klantendienst u ter beschikking.Adres Klantendienst:ELECTROLUX HOME PRODUCTS BELGIUMBergensesteenweg, 7191502 LEMBEEKTel.: 02.363.04.44

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux 50600 lavamat stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden