Zgonc MD750 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Zgonc MD750 (156 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Zgonc MD750 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/156
Nachdrucke, auch auszugsweise, bedürfen der Genehmigung.
Technische Änderungen vorbehalten. Abbildungen beispielhaft!
Art.Nr.
3912314972
788-34
AusgabeNr.
3912314972_1001
Rev.Nr.
13/09/2024
MD750
DE
Benzin-Motorhacke
Originalbetriebsanleitung
8
GB
Petrol motor hoe
Translation of original instruction manual
31
FR
Motobineuse thermique
Traduction des instructions d’origine
50
IT
Motozappa a benzina
La traduzione dal manuale di istruzioni originale
71
NL
Benzine motorfrees
Vertaling van de originele gebruikshandleiding
92
ES
Motocultor de gasolina
Traducción del manual de instrucciones original
112
PT
Motoenxada a gasolina
Tradução do manual de operação original
133
ACHTUNG!Vor Inbetriebnahme die Betriebsanleitung genau durchlesen!
CAUTION!Read the manual carefully before operating this machine!
ATTENTION!Lire la notice intégralement avant l’utilisation de la machine!

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Zgonc
Categorie: Grasmaaier
Model: MD750

Handleiding Zgonc MD750 – volledige tekst

[email protected] | NLVerklaring van de symbolen op het productWaarschuwing - Lees de handleiding door om het risico op letsel te verminderen.Let op! Draaiende oppervlakken niet aanraken. Er bestaat gevaar voor ernstig letsel!Draag gehoorbescherming. Het e?ect van lawaai kan gehoorverlies zijn.Waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften in acht nemen!Draag een stofmasker. Tijdens het bewerken van hout en andere materialen kan stof ontstaan die schadelijk is voor de gezondheid. Asbesthoudend materiaal mag niet worden bewerkt!Het is verboden om veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen.Draag een veiligheidsbril.

Vonken die tijdens het werk ontstaan of vrijkomende houtsplinters, houtkrullen en stof uit het product kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermogen.Let op hete oppervlakken - gevaar voor brandwonden!Werkhandschoenen dragen!Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor.Neem absoluut de veiligheidsafstand in acht.Stevig schoeisel dragen!Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat.Roken of open vuur verboden. Oliepeil controleren, evt. motorolie bijvullen.Gegarandeerd geluidsvermogensniveau in dB.Gashendel START (haas) en STOP (schildpad)BrandstoftankKoppelingshendel: Mes draait / STOP (mes staat stil)Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.Achteruitversnelling/stationair/2e versnelling/1e versnelling

[email protected] | 93 Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleidingGEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.WAARSCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.LET OPSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

Onderlegring voor M837. Zeskantmoer M838. Zeskantbout met kraag M6 x 16 mm39. Zeskantmoer met kraag M640. Trillingsdemper1. InleidingFabrikant:Scheppach GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product. Aanwijzing:De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan-sprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:• ondeskundige behandeling• Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak-mensen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon-derdelen• Niet-beoogd gebruikLet op:De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.

Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltij-den vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt.

Aanvullend op de veilig-heidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product gelden-de voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het pro-duct uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 2. Apparaatbeschrijving (afb. 1-14)1. koppelingshendel2. Greep3. Stuurstang3a. Stuurbrug3b. Zeskantbout M8 x 20 mm met kraag3c. Kabelklem4. spangreep5. Versnellingspook.

service@scheppach. comNL | 95 36 4x Onderlegring voor M837 4x Zeskantmoer M838 10x Zeskantbout met kraag M6 x 16 mm39 10x Zeskantmoer met kraag M640 6x TrillingsdemperA 2x KabelbinderB 1x SchroevendraaierC 1x BougiesleutelD 1x Inbussleutel 5 mmE 1x Steeksleutel SW13/16F 1x Steeksleutel SW12/14G 1x Steeksleutel SW8/101x GebruikshandleidingOptionele accessoires, niet per se meegleverd• Aardappelploeg• Ploeg• IJzeren wiel• Verstelbare sleuvengraver4. Beoogd gebruikHet product is ontworpen voor het versnipperen en verkleinen van grove grond en voor het verwerken van meststo?en, turf en compost in huishoudelijke toepas-singen. Werk niet in hellingen met een hellingspercentage van meer dan 10%. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand ge-bruik is niet volgens de voorschriften.

De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ont-stane schade of elke vorm van letsel. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruiks-handleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. 3. Meegeleverd (afb. 1 + 1a)Pos.

service@scheppach. com96 | NL3. De machine nooit gebruiken op steile hellingen. 4. Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden. Veiligheid van personen1. Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw vermo-gen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden. 2. Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kle-ding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen. 3. Draag beschermende uitrusting. Draag altijd oog-bescherming. 4.

Beschermende uitrusting, zoals stofmaskers, vei-ligheidshelm of gehoorbescherming, die onder relevante omstandigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermindering van lichamelijk letsel. 5. Controleer de machine voor het starten. Afscher-mingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald. 6. Bedien de machine in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme be-schadigd is. 7. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-func-tionerende onderdelen voor gebruik van de ma-chine. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor de machine zijn. 8. Manipuleer in geen enkele geval de veiligheids-voorzieningen. Controleer regelmatig de werking. 9. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld.

Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen. 10. Controleer voor het starten regelmatig of de sleu-tel, resp. moersleutel uit de machine zijn verwij-derd. Als een moersleutel of sleutel op een draai-end onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan. 11.

Blijf alert en gebruik uw gezond verstand bij het bedienen van de machine. Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico-factoren niet volledig worden vermeden. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd ge-bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indus-triële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in be-drijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemin-gen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet. 5. VeiligheidsvoorschriftenAlgemene veiligheidsvoorschriftenm WAARSCHUWING. Lees alle veiligheidsvoor-schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en tech-nische gegevens die bij dit apparaat zijn mee-geleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij-zingen voor toekomstig gebruik.

Algemene veiligheidsvoorschriftenLeer uw machine kennen. De gebruikshandleiding en de aanduidingen op de ma-chine moeten zijn gelezen en worden begrepen. Ervaar hoe en voor welke doeleinden de machine kan worden gebruikt. Zorg dat u bekend bent met de poten-tiële gevaren van de machine. Leer hoe de machine wordt bestuurd en conform de voorschriften moet worden bediend. Leer hoe de ma-chine en de besturingen snel kunnen worden gestopt resp. worden uitgeschakeld. Alle instructies en veiligheidsvoorschriften in de af-zonderlijke gebruikershandleiding die bij de machine wordt geleverd, moeten worden gelezen en begrepen. Probeer de machine niet te bedienen als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen. Veiligheid op de werkplek1. De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien.

De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en be-vatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas. Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileer-de buitenruimte gebruiken. 2. Gebruik de machine nooit als er onvoldoende zicht resp.

service@scheppach. comNL | 97 9. Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemorste brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betre?ende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brandstofdampen zijn verdampt. 10. Brandstof moet in de juiste containers worden be-waard die geschikt zijn voor dit doeleinde. 11. Bewaar brandstof op een koele, goed geventi-leerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen. 12. Bewaar de brandstof of de machine nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontste-kingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing. Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine1.

De machine niet optillen of dragen bij een draai-ende motor. 2. De machine nooit bedienen met geweld. 3. Gebruik de juiste machine voor de gewenste toe-passing. De juiste machine zal de taak op een be-tere en veilige manier uitvoeren. 4. Verander de instellingen van de motortoerenrege-laar niet en laat de motor niet met een te hoog toe-rental draaien. De toerenregelaar regelt het maxi-male bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor. 5. Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt. 6. Geleid de machine alleen in looppas. 7. Wees met name voorzichtig als de machine moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt. 8. Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen. 9. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgas-sen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet.

Ze worden ook korte tijd heet als de eenheid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerk-zaamheden of instellingen laten afkoelen. 10.

Als de machine ongewone geluiden maakt of on-gewoon trilt, moet de motor direct worden uitge-schakeld, de bougiekabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingste-ken. 12. Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel. Draag veiligheids-schoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren. 13. Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan de machine in onver-wachte situaties beter worden gecontroleerd. 14. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de mo-tor voor het transport van de machine of bij on-derhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld. 15. Het transport van de machine of onderhouds- resp.

instandhoudingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden. Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen1. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kun-nen bij ontsteking exploderen. Neem bij het ge-bruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen. 2. Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en ge-bruik een goedgekeurde brandstoftank. 3. Niet roken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een ge-bouw vullen. 4. Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals ge-reedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen.

De machine mag niet worden be-diend als de brandstonstallatie lekt. 6. Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen. 7. Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vu-lopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte). 8. De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht.

service@scheppach. com98 | NLLaat de machine onderhouden door gekwaliceerd personeel met uitsluitend het gebruik van originele re-serveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de machine behouden blijft. Speciale veiligheidsvoorschriften voor de benzine motorfrees1. Controleer de te bewerken grond zorgvuldig en verwijder afzettingen en harde of scherpe voor-werpen zoals stenen, stokken, glas, draad, botten en dergelijke. 2. Gebruik de benzine motorfrees niet op grond met grote stenen en vreemde voorwerpen die de ma-chine kunnen beschadigen. 3. Werk niet over ondergrondse elektriciteitskabels, telefoonlijnen, water- en gasleidingen, leidingen of slangen. Neem in geval van twijfel contact op met het plaatselijke nutsbedrijf of de telefoonmaat-schappij om ondergrondse servicelijnen te vinden. 4.

Toeschouwers, kinderen en dieren moeten op een minimumafstand van 23 m blijven. Stop de een-heid onmiddellijk wanneer een persoon nadert. 5. Pas uw werkwijze aan de plaatselijke omstandig-heden en het vermogen van het apparaat aan. 6. Deze eenheid is voorzien van een koppeling. Druk de koppelingshendel in en controleer of deze au-tomatisch terugkeert in de uitgangspositie. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwali-ceerd personeel opnieuw worden ingesteld. 7. Loskoppelen, voordat de motor wordt gestart. 8. De motor voorzichtig volgens de gegevens star-ten. Hierbij de voeten op een passende afstand van de grondfrees plaatsen. 9. De grondfrees beweegt zich niet, als de koppeling is losgekoppeld. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwaliceerd personeel opnieuw worden ingesteld. 10. De machine altijd van achteren bedienen.

Houd er rekening mee dat de machine onverwacht omhoog of vooruit kan springen als de grondfrees op ondergrondse obstakels zoals grote stenen, wortels of boomstronken terechtkomt. 11. Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aan-sluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden. 12. Om eventueel onbalans te vermijden moeten ver-sleten of beschadigde gereedschappen en bouten altijd per set worden vervangen. 13. De machine onderhouden. Controleer of onder-delen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kun-nen beïnvloeden. De machine bij schade voor ge-bruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhou-den apparatuur. 14.

Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opge-hoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen. 15. Zorg dat snijgereedschap scherp en schoon blijft. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is eenvoudiger te bedienen. 16. De eenheid in geen geval natspuiten met of onder-dompelen in water of andere vloeistof. Houd het stuur droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen. 17. Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie, enz. ter be-scherming van het milieu in acht nemen. 18. Houd de machine buiten het bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met de ma-chine of deze aanwijzingen de machine niet be-dienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers. 19.

Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstof-tank en tankdeksel (regelmatig) worden vervan-gen. Neem hiervoor contact op met een gespecia-liseerde werkplaats. 20. Laat beschadigde dempers door een gespeciali-seerde werkplaats vervangen.

service@scheppach. comNL | 99 - Beschadiging van het gehoor, als de voorgeschre-ven gehoorbescherming niet wordt gedragen - Inademen van uitlaatgassenm Waarschuwing. Dit product genereert een elektro-magnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met ac-tieve of passieve medische implantaten. Om het risi-co op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raad-plegen voordat het product wordt gebruikt. 6. Technische gegevensMotor 4-takt, 212 cm³Motorvermogen 4,2 kW / 5,7 PKWerktoerental motor: 3600 min-1Max.

werkbreedte 750 mmDiameter mes 315 mmStartsysteem TrekstarterBrandstof Super E10 benzineTankinhoud: 3,6 lMotorolie 0,6 l (15W40)Transmissieolie 1 l (15W40) Gewicht 70 kgBougie F7TCWerkdiepte 310 mmGemeten geluidsdrukniveau LpA 71,12 dBK Meetonnauwkeurigheid 0,03 dBGemeten geluidsvermogensniveau LwA 73,03 dBK Meetonnauwkeurigheid 0,05 dBGewaarborgd geluidsvermogensniveau LwA 93 dBTrillingswaarde ahw (links) 11,08 m/s²(rechts) 15,42 m/s²K Meetonnauwkeurigheid 1,5 m/s²Draag gehoorbescherming. Het e?ect van lawaai kan gehoorverlies zijn. LET OP: De trilwaarde tijdens het gebruik kan, afhan-kelijk van de omstandigheden, afwijken van de aange-geven waarde.

De veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de operator zijn gebaseerd op de geschatte blootstelling onder normale bedrijfsomstandigheden (rekening hou-dend met alle gebruikscycli, bijvoorbeeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld, stationair draait of in gebruik is). 13. Als de eenheid in aanraking komt met een vreemd voorwerp, moet u de motor stoppen, de bougie loskoppelen, de machine controleren op mogelijke schade en de schade repareren voordat u de ma-chine opnieuw start en in bedrijf stelt. 14. Wees uiterst voorzichtig wanneer u achterwaarts werkt of de machine naar u toe trekt. 15.

Overbelast de capaciteit van de machine niet door in één keer te laag of te snel te werken. 16. Gebruik de benzine motorfrees in geen geval met te hoge transportsnelheden op harde of gladde oppervlakken. 17. Wees voorzichtig bij het werken op harde grond. De grondfrees kan vast komen te zitten in de grond en de benzine motorfrees voorwaarts drijven. Als dit het geval is, het stuur loslaten en de machine niet vasthouden. 18. Bij werkzaamheden in de buurt van hekken, ge-bouwen en ondergrondse serviceleidingen dient u voorzichtig te werk te gaan. De draaiende grond-frees kan materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaken. 19. Wees uiterst voorzichtig bij werkzaamheden bo-ven of op grindopritten, -wegen of -straten. Let op niet-zichtbare gevaren en het verkeer. Vervoer geen personen. 20. De werkpositie in geen geval verlaten als de motor draait. 21.

De motor altijd stoppen als de bewerking wordt vertraagd of wanneer u zich van het ene bewer-kingspunt naar een volgende verplaatst. 22. De eenheid schoonhouden van planten en ande-re materialen. Deze kunnen verstrikt raken in de grondfrees. Stop de motor en koppel de bougie los voordat de grondfrees wordt gereinigd. ReparatiesGebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen ac-cessoires en reserveonderdelen. Mocht het apparaat ondanks onze kwaliteitscontroles en uw zorg een keer uitvallen, laat reparaties dan al-leen door een gespecialiseerde werkplaats uitvoeren. Restrisico’sOok bij een juiste wijze van gebruik van het apparaat blijven er altijd bepaalde restrisico’s bestaan, die niet kunnen worden uitgesloten. Uit het soort en de con-structie van het apparaat kunnen de volgende potenti-ele gevaren worden afgeleid: - Wegslingeren van onderdelen van het maaisel.

service@scheppach. com100 | NL• Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reser-veonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier. • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m GEVAAR. Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed. Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkings-gevaar. 8. Montagem WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel en materiële schade. Het gebruik van incorrecte reserveonderdelen en toe-behoren kan tot verwondingen en beschadigingen lei-den. Deze kunnen loskomen en worden weggeslin-gerd. Bovendien kunnen deze de prestaties van het product verminderen. - Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en accessoi-res van de fabrikant.

Originele onderdelen of origi-nele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier. - Bij het niet in acht nemen kunnen de prestaties van het product verminderen en kunnen onderdelen evt. loskomen. - Bij het niet in acht nemen vervalt de garantie van de fabrikant. Aanwijzing:Door het hoge productgewicht adviseren wij de monta-ge uit te voeren met ten minste twee personen. Benodigd gereedschap:• Steeksleutel SW 8• Steeksleutel SW 10• 2x steeksleutel SW 13• Punttang**Niet meegeleverd. 8. 1 Messen (11 + 11b) monteren (afb. 2 + 3)1. Schuif het mes (links) (11) op de as. 2. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen-de zijde met het mes (rechts) (11b). 3. Steek de bout (31) en de splitpen (32) door de gaten van de mesassen en borg deze tegen eruit glijden. Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mi-nimum. • Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten.

• Onderhoud en reinig de machine regelmatig. • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan. • Zorg dat de machine niet overbelast raakt. • Laat de machine eventueel controleren. • Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is. • Draag handschoenen.

m Waarschuwing. Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillin-gen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom). Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetre?ende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende apparatuur kan zenuwbeschadigingen veroor-zaken bij personen met een verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico’s te beperken:• Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm. • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de han-den om de doorbloeding te bevorderen.

• Zorg voor zo min mogelijke trillingen van de machi-ne door regelmatig onderhoud en stevig bevestigde delen op het apparaat. 7. Uitpakken• Open de verpakking en haal het apparaat er voor-zichtig uit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver-pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor-handen). Gebruik hiervoor de inbussleutel 5 mm (D). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans-portschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend. • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be-kend met het apparaat aan de hand van de gebruiks-handleiding.

service@scheppach. comNL | 101 8. 4 Beschermplaatverbredingen (9 + 17) monte-ren (afb. 5-7)1. Zet de trillingsdemper (40) in de aanwezige lang-gaten van de aanwezige beschermplaatverbre-dingen. Plaats de beschermplaatverbredingen (9 + 18) van bovenaf op de reeds aanwezige be-schermplaten. 2. Richt de boorgaten uit. 3. Bevestig de beschermplaatverbredingen (9 + 18) met de drie zeskantbouten met kraag M6 x 16 mm (38) en de zeskantmoeren met kraag M6 (39). Ge-bruik hiertoe een steeksleutel SW 8 mm en een steeksleutel SW 10 mm. 4. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen-de zijde. 5. Richt ten slotte de schoor (10) voor de bescherm-plaatverbredingen uit aan de twee buitenste boor-gaten en schroef ze vast met de zeskantbouten met kraag M6 x 16 mm (38) en de zeskantmoeren met kraag M6 (39). Gebruik hiertoe een steeksleu-tel SW 8 mm en een steeksleutel SW 10 mm. 8.

5 Keuzehendel (5) monteren (afb. 8)1. Schuif het rubberen handvat (5a) op de keuzehen-del (5). 2. Schuif de keuzehendel (5) door de opening van de schakelplaat. 3. Bevestig de keuzehendel (5) eerst aan de scha-kelstangen met een bout (31) en een splitpen (32). Bovendien moet er een bout (31) onderaan de opening van de schakelplaat worden ingestoken. Aanwijzing: Gebruik een punttang* om de split-pen (32) hier in te voeren. 8. 6 Riemafdekking (7) monteren (afb. 9)1. Plaats de riemafdekking (7) op de voorziene bo-ringen. 2. Monteer de riemafdekking (7) met de twee zes-kantbouten met kraag M5 (7a). Gebruik hierbij een steeksleutel SW 8. 8. 7 Diepteaanslag (6) monteren (afb. 10-11)1. Zet de houder (diepteaanslag) (8) in de opname. 2. Fixeer de houder met de bout voor houder (diepte-aanslag) (29) en de splitpen (30). 3.

Breng de diepteaanslag (6) van onderaf in de uit-sparing van het frame tot aan de onderste aanslag. 4. Borg de diepteaanslag (6) met een bout (33) en een splitpen (34). 4.

Schuif, als u geen mesuitbreiding gebruikt, nu aan beide kanten de mesbescherming (12) op de as en let erop, dat de boorgaten overeenkomen. 5. Steek de zeskantbout (35) door de gaten van de mesassen en bevestig deze met de onderlegring (36) en de moer (37). 8. 2 Mesuitbreidingen (links + rechts) (11a + 11c) monteren (afb. 2 + 3)1. Plaats de mesuitbreiding (links) (11a) dusdanig in het reeds gemonteerde mes (links) (11) dat de rand van het mes naar de voorkant van de machine is gericht. 2. Richt de boorgaten uit. 3. Schroef het mes (links) (11) vast op de mesuitbrei-ding (links) (11a). Gebruik daarvoor de zeskant-bout M8 x 45 mm (35), de onderlegring (36) en de zeskantmoer M8 (37), evenals twee steeksleutels SW 13. 4. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen-de zijde met het mes (rechts) (11b) en de mesuit-breiding (rechts) (11c). 5. Breng ten slotte de mesbescherming (12) aan. 6.

Steek de zeskantbout M8 x 45 mm (35) door de gaten van de mesassen en bevestig deze met de onderlegring (36) en de zeskantmoer M8 (37). 7. Herhaal deze werkwijze aan de tegenoverliggen-de zijde. m WAARSCHUWING. Let bij de montage van de mes-sen op de juiste draairichting. De messen zijn niet symmetrisch en kunnen daardoor niet worden verwisseld van rechts naar links. De mes-sen moeten in de juiste draairichting worden gemon-teerd. 8. 3 Transportwiel (25) monteren (afb. 4)1. Draai de bout (25b) en de voorgemonteerde schroef (25a) uit de wielopname. Opmerking: Haal de borgdraad uit het boorgat van de bout, voordat u de moer losdraait. 2. Zet het transportwiel (25) uit de wielopname, let daarbij op de boorgaten. 3. Bevestig het transportwiel (25) met de eerder los-gedraaide schroef (25a) en de bout (25b). 4. Zet de bout (25a) weer vast met de borgdraad, na-dat u de moer heeft gemonteerd. 5.

service@scheppach. com102 | NLAANWIJZING. Milieuschade. Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront-reiniging leiden. - Olie alleen vullen/aftappen op e?en, stevige onder-gronden. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwij-der de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften. AANWIJZING. Risico op materiële schade. Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brand-sto?en worden gebruikt, kan de carburateur verstop-pen of de werking van de motor beïnvloeden. - Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een lucht-dichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte. Controle voor gebruik• Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-stoekken. • Controleer het motoroliepeil.

• Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank (21) moet minstens halfvol zijn. • Controleer de toestand van het luchtlter (zie hoofd-stuk 14. 2). • Controleer de conditie van de brandstoeidingen. • Controleer of de bougiestekker aan de bougie is be-vestigd. • Let op tekenen van schade. • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aan-gebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid. Benodigd gereedschap:• Trechter*• Doek**Niet meegeleverd. 9. 1 Transmissieolie bijvullen (afb. 1)m Let op. De benzine-motorfrees wordt zonder transmissie-olie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor de multifunctione-le olie (SAE 15W-40). 8. 8 Waaiers (27) monteren (afb. 12 + 13)Aanwijzing:Gebruik de loopwielen (27) voor het verdere transport of bij het gebruik van verder toebehoren (zoals bijv. de sleuvengraver, ploeg of aardappelploeg).

Het ventiel moet zich aan de buitenkant van het loop-wiel (27) bevinden. Let bovendien op de looprichting van de wielen. 1. Steek het loopwiel (27) op de wielas (28). 2. Schroef de wielas (28) vast met de zeskantbouten M10 x 25 mm (28a), de veerringen (28b) en de zes-kantmoeren M10 (28c). 3. Richt het loopwiel (27) uit, tot de boorgaten in de wielnaaf en de as op elkaar liggen. 4. Steek de bout (31) in het middelste gat van de wiel-as en de aandrijfas en plaats dan de splitpen (32). 5. Herhaal deze werkwijze aan de andere zijde. 9. Voor ingebruiknamem LET OP. Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd. m WAARSCHUWING. Gevaar voor de gezondheid. Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

- Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht. AANWIJZING. ProductbeschadigingAls het product zonder of met te weinig motor- of trans-missieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade lei-den. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie ge-leverd.

service@scheppach. comNL | 103 9. 4 Benzine bijvullen (afb. 1)m GEVAAR. Brand- en explosiegevaar. Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even-tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood. - Schakel de motor uit en laat deze afkoelen. - Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken. - Vul brandstof alleen in de open lucht bij. - Draag veiligheidshandschoenen. - Vermijd huid- en oogcontact. - Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof. - Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er benzine uitloopt. m Let op. De benzine-motorfrees wordt zonder benzine ge-leverd. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine. 1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Veront-reinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstorin-gen. 2.

Open de tankdop voorzichtig, zodat eventuele overdruk kan ontsnappen. 3. Vul de brandstoftank (21) met behulp van een trechter* met benzine. Let op de max. vulhoeveel-heid van 3,6 l. Vul de benzine voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp. 4. Sluit de tankdop weer. Controleer of de tankdop goed is afgesloten. 5. Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon. 6. Controleer de brandstoftank (21) en de brandstof-leidingen op lekkages. 7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start. 10. Bediening10. 1 Transportwiel (25) (afb. 1)Klap het transportwiel (25) omhoog, als u met de ben-zine-motorfrees wilt werken. Klap het transportwiel (25) omlaag als de benzine-mo-torfrees wordt getransporteerd. Tijdens het transport moet de machine zodanig naar voren worden gekan-teld, dat de grondfrees niet in aanraking komt met de grond.

U kunt de benzine-motorfrees naar de volgende locatie trekken of duwen. Een te laag oliepeil kan de transmissie beschadigen. 1. Plaats de benzine-motorfrees op een e?en, recht oppervlak. 2. Schroef de vulplug voor transmissieolie (17) er uit. 3.

Vul de tank met behulp van een trechter* met olie. Let op de max. vulcapaciteit van 1 liter. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp. 4. Schroef de vulplug transmissieolie (17) er weer in. 9. 2 Motorolie bijvullen (afb. 1)m Let op. De benzine-motorfrees wordt zonder motorolie ge-leverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bij-vullen. Gebruik hiervoor de multifunctionele olie (SAE 15W-40). Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadi-gen. 1. Plaats de benzine-motorfrees op een e?en, recht oppervlak. 2. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) weer los. 3. Vul de tank met behulp van een trechter* met mo-torolie. Let op de max. vulhoeveelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp. 4. Veeg de olievuldop met oliepeilstok (23) met een schone, pluisvrije doek schoon. 5.

Voer de olievuldop met oliepeilstok (23) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven. 6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok staan. 7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml). 8. Schroef de olievuldop met oliepeilstok (23) aan-sluitend weer vast. 9. 3 De luchtlterbehuizing met olie vullen (afb. 14)Gebruik hiervoor olie van het type SAE 10W-30 /10W-40. Schenk de olie uitsluitend in de hiervoor bedoelde tank. 1. Draai de vleugelmoer (20a) op het luchtlterdeksel (20) los. 2. Verwijder het luchtlterdeksel (20). 3. Vul het reservoir tot de markering bij met olie. 4. Monteer het luchtlterdeksel (20) weer met de vleugelmoer (20a).

service@scheppach. com104 | NL10. 5 Keuzehendel (5) (afb. 1)Via de keuzehendel (5) kunt u tussen één achteruitver-snelling (-1), stationair draaien (0) en twee vooruitver-snellingen (2 en 1) kiezen. Stel de gewenste versnelling in met behulp van de keuzehendel (5). LET OP. Laat voor het schakelen de koppelingshendel (1) los. Aanwijzing:• Wissel alleen bij stilstand van versnelling. • Wissel de versnelling nooit in een helling. 10. 6 Koude start (afb. 1)LET OP. Zet de keuzehendel op „0“. Als de keuze-hendel op 1 of 2 staat,accelereert de motor, waar-door de messen van de machine gaan draaien met kans op ongelukken of letsel. Wikkel het koord van het startkoord nooit om uw hand. LET OP. Laat voor het schakelen de koppelingshendel (1) los. 1. Zet het transportwiel (25) naar boven. 2. Zet de keuzehendel (5) op „0“. 3. Koude motor: Zet de chokehendel (16) in de stand „open“. 4.

Open de benzinekraan (15). 5. Zet de aan/uit-schakelaar (14) op ON. 6. Zet de gashendel (13) op halve kracht (d. w. z. half geopende positie). 7. Trek krachtig aan de trekstarter (22) en laat deze weer laat deze langzaam oprollen. Laat de trekstarter (22) niet terugschieten. Trek, indien no-dig, meerdere keren aan de trekstarter (22), totdat de motor start. 8. Laat de motor enkele seconden warmdraaien. 9. Zodra de motor loopt, sluit u langzaam de choke-hendel (16). 10. Stel de gewenste versnelling in met behulp van de keuzehendel (5). 11. Pak de twee grepen (2) stevig met beide handen vast. 12. Zet de gashendel (13) op volle kracht (haas). 13. Druk de koppelingshendel (1) omlaag. Daardoor worden de messen gestart en de grondfrees gaat naar voren. AANWIJZING.

Bij het opnieuw starten van een motor die al warm is door eerdere werking, hoeft de choke normaal gespro-ken niet te worden gebruikt. Voor het verdere transport wordt aanbevolen om de loopwielen (27) te monteren (zie hiervoor 9. 8). Tijdens het transporteren:1.

Verwijder de bout (25b) en de splitpen (25c) en klap het transportwiel (25) naar beneden. 2. Plaats het transportwiel (25) in de voorste wiel-houder en bevestig het met de bout (25b) en de splitpen (25c). Bij de uitvoering van werkzaamheden:1. Verwijder de bout (25b) en de splitpen (25c) en trek het transportwiel (25) naar boven. 2. Steek de bout (25b) in het onderste gat van het transportwiel (25) en zet vast met de splitpen (25c). 10. 2 Diepteaanslag (6)m VOORZICHTIG. Zet de motor uit en wacht tot het mes volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de diepteaanslag (6) instelt. Met de diepteaanslag (6) wordt de werkdiepte inge-steld. Deze ondersteunt de operator bij de richtings- en snelheidsregeling van de benzine-motorfrees. Door het neerlaten van de diepte-instelling wordt de benzine-motorfrees afgeremd en wordt de werkdiepte vergroot.

Door het he?en van de diepte-instelling wordt de snelheid verhoogd en de werkdiepte gereduceerd. (afb. 11)10. 3 Instelling van de werkdiepte (afb. 11):1. Haal de bout (33) en de splitpen (34) van de diep-teaanslag (6). 2. Verschuif de diepte-instelling in de gewenste po-sitie. 3. Fixeer de diepte-instelling met de bout (33) en de splitpen (34). Voor zware grond (diepte 100 mm of meer) verwijdert u de diepteaanslag (6) en laat u de messen door lichte voorwaartse en achterwaartse bewegingen in de diep-te van 100 mm werken. Trek de benzine-motorfrees langzaam terug naar achter en laat de grond naar vo-ren over de messen glijden. 10. 4 Aan/uit-schakelaar (14) (afb. 1)De aan/uit-schakelaar (14) activeert of deactiveert het ontstekingssysteem. De aan/uit-schakelaar (14) moet in de stand ON staan om de motor te kunnen starten.

service@scheppach. comNL | 105 Te natte grond geeft bij het inzaaien ongewenste klonten. • Om deze reden moet een of twee dagen worden ge-wacht na zware regenval zodat de grond iets kan opdrogen. • Een goed bewerkte en direct na het inzaaien ge-bruikt oppervlak bevordert de groei van platen om-dat het vocht in de grond wordt gehouden. • De feitelijke werkdiepte wordt bepaald door de soort grond en de werkomstandigheden. Bij bepaalde grondsoorten is een bewerking voldoende om de ge-wenste diepte te verkrijgen. Bij andere grondsoorten wordt de gewenste diepte pas na twee of drie bewer-kingen verkregen. In dit geval moet de diepte-instel-ling voor elke bewerking opnieuw worden verlaagd. De bewerkingen moeten telkens afwisselend in de lengte en in de breedte worden uitgevoerd. • Probeer de grond bij de eerste bewerking niet te diep te bewerken.

Als de machine springt of ratelt, moet het apparaat iets sneller over de grond worden gereden. • Beweeg het stuur heen en weer als de benzine-mo-torfrees stopt en zich ingraaft, tot de machine zich weer naar voren beweegt. • Uitgegraven stenen moeten worden verwijderd. m WAARSCHUWING. Als u vreemde voorwerpen te-genkomt, moet de machine direct worden gestopt en moet de bougiestekker worden losgekoppeld en de benzine-motorfrees worden gecontroleerd op eventue-le schade. Start de machine pas weer als u zeker weet dat alles onberispelijk functioneert. 11. 2 Loswoelen van grondVOORZICHTIG. Als de grond te hard is, moet deze voor de teelt worden losgemaakt om een bescha-diging van het mes of andere componenten van de machine te voorkomen. Bij de teelt wordt het onkruid losgemaakt of gegraven in gebieden met groeiende planten om het onkruid te verwijderen en de grond los te maken.

• Schakel voor het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie. 10. 7 Warme start (afb. 1)Warme Motor: Choke (16) niet gebruiken en sluiten. 1. Zet de gashendel (13) op halve kracht (d. w. z. half geopende positie). 2. Zet de aan/uit-schakelaar (14) op ON. 3. Open de benzinekraan (15). 4. Trek krachtig aan de trekstarter (22) en laat deze weer laat deze langzaam oprollen. Laat de trekstarter (22) niet terugschieten. Trek, indien no-dig, meerdere keren aan de trekstarter (22), totdat de motor start. 5. Zet de gashendel (13) op volle kracht (haas). LET OP: De machine mag niet te ver worden gekan-teld. Er kan olie weglopen of in de carburateur, ver-brandingskamer etc. terechtkomen en de machine beschadigen. Uitzonderingen hierop is de olieverversing of bij on-derhoudswerkzaamheden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Zgonc MD750 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden