Zanussi ZNLE18FS1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Zanussi ZNLE18FS1 (51 pagina’s), behorend tot de categorie Koelen vriezen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen. Heb je een vraag over Zanussi ZNLE18FS1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Zanussi |
| Categorie: | Koelen vriezen |
| Model: | ZNLE18FS1 |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Breedte: | 548 mm |
| Diepte: | 549 mm |
| Hoogte: | 1772 mm |
| Netbelasting: | 140 W |
| Snoerlengte: | 2.4 m |
| Geluidsniveau: | 35 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 272 kWu |
| Nettocapaciteit vriezer: | 72 l |
| Vriescapaciteit: | 3.9 kg/24u |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 196 l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Soort lamp: | LED |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Aantal groente lades: | 2 |
| Vriezer positie: | Onder |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 11.5 uur |
| Snelvriesfunctie: | Ja |
| Aantal planken vriezer: | 3 |
| Totale nettocapaciteit: | 267 l |
| Eierenrekje: | Ja |
| Installatie compartiment breedte: | 560 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 550 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 1780 mm |
| Plankmateriaal: | Glas |
| Deur open alarm: | Ja |
| Klimaatklasse: | SN-ST |
| Geluidsemissieklasse: | B |
| Aantal niveaus voor eieren: | 1 |
| AC-ingangsspanning: | 230-240 V |
Handleiding Zanussi ZNLE18FS1 – volledige tekst
GA NAAR ONZE WEBSITE VOOR:Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informa-tie:www.zanussi.com/support VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie engebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuisteinstallatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd opeen veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.VEILIGHEID VAN KINDEREN EN KWETSBAREPERSONEN •Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar enouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke ofverstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis,indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregenover het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij deeventuele gevaren begrijpen.
•Kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar mogen het apparaatladen en lossen op voorwaarde dat ze goed zijn geïnstrueerd. •Dit apparaat mag worden gebruikt door personen met zware encomplexe beperkingen, indien ze duidelijk zijn geïnstrueerd. •Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend ondertoezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te wordengehouden. •Laat kinderen niet met het apparaat spelen. •Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- enonderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren. •Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en verwijderze op gepaste wijze.ALGEMENE VEILIGHEID •Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke ensoortgelijke toepassingen, zoals:2
–boerderijen, personeelskeukens in winkels, kantoren ofandere werkomgevingen; –Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en anderewoonomgevingen. •Neem de volgende instructies in acht om besmetting vanvoedsel te voorkomen: –open de deur niet gedurende lange perioden; –reinig regelmatig oppervlakken die in contact kunnen komenmet voedsel en toegankelijke afwateringssystemen; –bewaar rauw vlees en vis in geschikte recipiënten in dekoelkast, zodat het niet in contact komt met of druppelt opandere levensmiddelen. •WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen altijd vrij vanobstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwdemodellen. •WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische of anderemiddelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve diemiddelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. •WAARSCHUWING: Let op dat u het koelcircuit nietbeschadigt.
•WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in dekoelkast, tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen. •Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat tereinigen. •Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte doek.Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geenschuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalenvoorwerpen. •Als het apparaat lange tijd leeg is, schakel het dan uit, ontdooi,reinig en droog het en laat de deur open om te voorkomen dater schimmel in het apparaat ontstaat. •Bewaar geen explosieve stoffen zoals spuitbussen met eenontvlambaar drijfgas in dit apparaat. •Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, eenerkende serviceverlener of een persoon dezegekwalificeerdvervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.3
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENINSTALLATIEWAARSCHUWING. Alleen eenerkende installatietechnicus mag hetapparaat installeren. • Verwijder alle verpakkingsmaterialen. • Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat. • Gebruik het apparaat niet voordat u het in deingebouwde structuur installeert omwille vanveiligheidsredenen. • Volg de installatie-instructies die zijnmeegeleverd met het apparaat. • Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat,want het is zwaar. Gebruik altijdveiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel. • Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht kancirculeren. • Bij de eerste installatie of na het omdraaien vande deur moet u minstens 4 uur wachten voordatu het apparaat op de stroom aansluit. Hierdoorkan de olie terug in de compressor stromen. • Trek de stekker uit het stopcontact voordat uhandelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. hetomdraaien van de deur).
• Installeer het apparaat niet in de nabijheid vanradiatoren, fornuizen, ovens of kookplaten. • Stel het apparaat niet bloot aan regen. • Installeer het apparaat niet op een plaats metdirect zonlicht. • Installeer dit apparaat niet in ruimtes die tevochtig of te koud zijn. • Til de voorkant van het apparaat op als u hemwilt verplaatsen, om krassen op de vloer tevoorkomen. • Het apparaat bevat een zakje droogmiddel. Ditis geen speelgoed. Dit is geen levensmiddel. Gooi het onmiddellijk weg. AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSN ETWAARSCHUWING. Gevaar voorbrand en elektrische schokken. WAARSCHUWING. Zorg er bij hetplaatsen van het apparaat voor dat hetstroomsnoer niet klem zit of wordtbeschadigd. WAARSCHUWING. Gebruik geenmeerwegstekkers en verlengsnoeren. • Dit apparaat moet worden aangesloten op eengeaard stopcontact.
• Zorg dat u de elektrische onderdelen(hoofdstekker, kabel, compressor) nietbeschadigt. Neem contact met de erkendeservicedienst of een elektricien om deelektrische onderdelen te wijzigen. • De stroomkabel moet lager blijven dan hetniveau van de stopcontact. • Steek de stekker pas in het stopcontact als deinstallatie is voltooid. Zorg ervoor dat hetnetsnoer na installatie bereikbaar is. • Trek niet aan het netsnoer om het apparaat loste koppelen. Trek altijd aan de stekker. GEBRUIKWAARSCHUWING. Gevaar opletsel, brandwonden of elektrischeschokken. Het apparaat bevat ontvlambaar gas,isobutaan (R600a), een aardgas met een hogeecologische compatibiliteit. Zorg ervoor dat u hetkoelcircuit dat isobutaan bevat, niet beschadigt. • De van dit apparaat niet wijzigen. specificatie • Plaats geen elektrische apparaten (bijv.
ijsmachines) in het apparaat tenzij uitdrukkelijkgeschikt verklaard door de fabrikant. • Als er schade aan het koelcircuit optreedt, zorger dan voor dat er zich geen vlammen en andereontstekingsbronnen in de kamer bevinden. Lucht de ruimte indien dit gebeurt. • Zet geen hete items op de kunststofonderdelenvan het apparaat. • Plaats geen koolzuurhoudende dranken in hetvriesvak. Dit zal extra druk in de drankflesveroorzaken. • Bewaar geen ontvlambare gassen envloeistoffen in het apparaat. • Plaats geen ontvlambare producten of items dievochtig zijn door ontvlambare producten in, bij ofop het apparaat. • Raak de compressor of condensator niet aan. Ze zijn heet. • Zorg ervoor dat u nooit met natte of vochtigehanden items uit het vriesvak verwijderd ofaanraakt. • Vries ontdooide voedingswaren nooit opnieuwin. 4.
• Bewaar de voedingswaren volgens deinstructies op de verpakking. • Wikkel het voedsel in eender welkcontactmateriaal voor voedsel alvorens het inhet vriesvak te plaatsen. BINNENVERLICHTINGWAARSCHUWING. Gevaar voorelektrische schokken. • Met betrekking tot de lamp(en) in dit product enreservelampen die afzonderlijk worden verkocht:Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijntegen extreme fysieke omstandigheden inhuishoudelijke apparaten, zoals temperatuur,trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld ominformatie te geven over de operationele statusvan het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijn nietgeschikt voor verlichting in huishoudelijkeruimten. ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Gevaar voorletsel of schade aan het apparaat. • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uithet stopcontact voordat uonderhoudshandelingen verricht.
• Het koelcircuit van dit apparaat bevatkoolwaterstoffen. Enkel bevoegde personenmogen de eenheid onderhouden en herladen. • Controleer regelmatig de afvoer van hetapparaat en reinig het indien nodig. Indien deafvoer verstopt is, zal er water op de bodem vanhet apparaat liggen. SERVICE • Neem contact op met de erkende servicedienstvoor reparatie van het apparaat. Gebruikuitsluitend originele reserveonderdelen. • Houd er rekening mee dat zelfreparatie of niet-professionele reparatie gevolgen kan hebbenvoor de veiligheid en de garantie kan doenvervallen. • De volgende reserveonderdelen zijnbeschikbaar gedurende 7 jaar nadat het modelis stopgezet: thermostaten,temperatuursensoren, printplaten, lichtbronnen,deurklinken, deurscharnieren, trays en manden.
• Haal de stekker uit het stopcontact. • Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi ditweg. • Verwijder de deur om te voorkomen datkinderen en huisdieren opgesloten raken in hetapparaat. • Het koelcircuit en de isolatiematerialen van ditapparaat zijn ozonvriendelijk. • Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voorinformatie m. b. t. correcte afvalverwerking vanhet apparaat. • Veroorzaak geen schade aan het deel van dekoeleenheid dat zich naast de warmtewisselaarbevindt. INSTALLATIEWAARSCHUWING. Raadpleeg dehoofdstukken Veiligheid. WAARSCHUWING. Raadpleeg hetinstallatie-instructiedocument om uwapparaat te installeren. WAARSCHUWING. Zet het apparaatvast in overeenstemming met deinstallatie-instructies om een risico opinstabiliteit van het apparaat tevoorkomen. 5.
AFMETINGENBAH1W1D1W2D2W3D390°Totale afmetingen ¹ H1 mm 1772 W1 mm 548 D1 mm 549¹ de hoogte, breedte en diepte van het apparaatzijn exclusief de handgreep en pootjesBenodigde ruimte tijdens gebruik ² H2 (A+B) mm 1816 W2 mm 548 D2 mm 551 A mm 1780Benodigde ruimte tijdens gebruik ² B mm 36² de hoogte, breedte en diepte van het apparaatinclusief de handgreep, plus de ruimte die nodig isvoor vrije circulatie van de koelluchtTotale benodigde ruimte in gebruik ³ H3 (A+B) mm 1816 W3 mm 548 D3 mm 1071³ de hoogte, breedte en diepte van het apparaatinclusief de handgreep, plus de ruimte die nodig isvoor vrije circulatie van de koellucht, plus de ruimtedie nodig is om de deur te openen tot de minimale6
hoek waarbij de volledige inhoud kan wordenuitgenomen.LOCATIEInstalleer het apparaat niet in de buurt van eenwarmtebron (oven, kachels, radiatoren, fornuizen ofkookplaten) of op een plek met direct zonlicht omde beste functionaliteit van het apparaat tegaranderen. Zorg ervoor dat lucht vrij kan circulerenrond de achterkant van de kast.Dit apparaat moet in een droge, goed geventileerdepositie binnenshuis worden geïnstalleerd.Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij eenomgevingstemperatuur variërend van 10°C tot43°C.De juiste werking van het apparaat kanenkel gegarandeerd worden als hetopgegeven temperatuurbereik wordtgerespecteerd.Als u twijfels hebt over waar hetapparaat te installeren, raadpleeg dande verkoper, de klantenservice of dedichstsbijzijnde erkende servicedienst.Het moet mogelijk zijn het apparaatvan de hoofdstroomtoevoer af tehalen.
De stekker moet daarom nainstallatie gemakkelijk toegankelijk zijn.ELEKTRISCHE AANSLUITING • Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltageen de frequentie op het typeplaatjeovereenkomen met de stroomtoevoer in uw huis. • Dit apparaat moet worden aangesloten op eengeaard stopcontact. De netsnoerstekker isvoorzien van een contact voor dit doel. Als hetstopcontact niet geaard is, sluit het apparaatdan aan op een afzonderlijk aardepunt, inovereenstemming met de geldende regels.Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerdelektricien. • De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteldworden als bovenstaandeveiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. • Dit apparaat voldoet aan de EEG -richtlijnen.VENTILATIEVEREISTENEr moet voldoende luchtstroom mogelijk zijn achterhet apparaat.5 cm min.200 cm2min.200 cm2LET OP!
Raadpleeg de installatie-instructies voor de installatie.OMKEERBAARHEID VAN DE DEURRaadpleeg het afzonderlijke document metinstructies voor installatie en omdraaien van dedeur.LET OP! Bedek tijdens iedere fasevan het omdraaien van de deur devloer met een duurzaam materiaal omkrassen te voorkomen.7
BEDIENINGSPANEEL 1 2 4 3 1 2 4 3 1. Temperatuurindicatie LED 2. FastFreeze -lampje 3. FastFreeze toets 4. TemperatuurknopAAN/UIT-toetsINSCHAKELEN 1. Steek dan de stekker in het stopcontact. 2. Raak de toets van de temperatuurregelaar aanals alle leds uit zijn. UITSCHAKELENBlijf de toets van de temperatuurregelaar 3seconden aanraken. Alle indicatielampjes zijn uit. TEMPERATUURREGELINGDruk om het apparaat te bedienen op detemperatuurregelaar totdat de LED die bij devereiste temperatuur hoort, oplicht. De selectieloopt progressief, van 2°C tot 8°C. Aanbevoleninstelling is 4°C. 1. Raak de temperatuurregelaar aan. Het huidige temperatuurindicatielampje knippert. Bijelke aanraking van de temperatuurregelaar gaat deinstelling een stand vooruit. Het relevante LEDknippert een tijdje. 2. Druk op de temperatuurregalaar tot de vereistetemperatuur is geselecteerd.
De ingestelde temperatuur zal binnen24 uur worden bereikt. Na eenstroomonderbreking blijft deingestelde temperatuur opgeslagen. FASTFREEZE -FUNCTIEDe FastFreeze-functie wordt gebruikt voor hetvoorvriezen en snel invriezen in volgorde in hetvriesvak. Deze functie versnelt het invriezen vanvers voedsel en beschermt voedsel dat reeds isopgeslagen in het vriesvak tegen ongewensteopwarming. Activeer om vers voedsel in te vriezende FastFreeze-functie ten minste 24uur voordat u het voedsel erin plaatstom het voorvriezen te voltooien. Om de FastFreeze-functie in te schakelen, drukt uop de FastFreeze-knop. Het FastFreeze-indicatielampje wordt ingeschakeld. Deze functie stopt automatisch na 52uur. De functie kan te allen tijde uitgeschakeld wordendoor opnieuw op de FastFreeze-knop te drukken. Het FastFreeze-indicatielampje wordtuitgeschakeld.
ALARM BIJ OPEN DEURAls de deur van de koelkast gedurende ongeveer 5minuten open is blijven staan, is het geluid aan. Tijdens het alarm kan het geluid worden gedemptdoor op een willekeurige knop te drukken. Hetgeluid schakelt na ongeveer een uur automatischuit om storingen te voorkomen.
Het alarm stopt als de deur wordt gesloten. DAGELIJKS GEBRUIKHET PLAATSEN VAN DE DEURSCHAPPENOm het bewaren van voedselverpakkingen vanverschillende afmetingen mogelijk te maken, kunnende schappen op verschillende hoogtes wordengeplaatst. 1. Trek het schap enigszins omhoog totdat hetloskomt. 2. Opnieuw plaatsen zoals gewenst. 8.
VERPLAATSBARE SCHAPPENDe wanden van de koelkast zijn voorzien van eenaantal glijschoenen zodat de schappen op degewenste plaats gezet kunnen worden. Verwijder de glasplaat boven degroentelade niet om een goedeluchtcirculatie te garanderen. GROENTELADESIn het onderste deel van het apparaat bevinden zichspeciale lades die geschikt zijn voor de opslag vangroenten en fruit. VERS VOEDSEL INVRIEZENHet vriesvak is geschikt voor het invriezen van versvoedsel en voor het gedurende een lange periodebewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel. Activeer om vers voedsel in te vriezen deFastFreeze-functie ten minste 24 uur voordat u hetin te vriezen voedsel in het vriesvak legt. Bewaar het verse voedsel gelijkmatig verdeeld inalle vakken of laden.
De maximale hoeveelheid voedsel dat kan wordeningevroren zonder ander vers voedsel toe tevoegen, gedurende 24 uur, staat aangegeven ophet typeplaatje (een label dat zich aan debinnenkant van het apparaat bevindt). Wanneer het invriesproces is voltooid, keert hetapparaat automatisch terug naar de vorigetemperatuurinstelling (zie "FastFreeze-functie"). In deze toestand kan de temperatuurin de koelkast enigszins veranderen. HET BEWAREN VAN INGEVRORENVOEDSELAls je het apparaat voor de eerste keer inschakelt ofna een periode waarin het niet is gebruikt, dien jehet apparaat minstens 3 uur te laten werkenvoordat je de producten in het vak legt met deFastFreeze -functie ingeschakeld. De vrieslades zorgen ervoor dat je het gewenstevoedsel snel en eenvoudig kunt terugvinden.
Bij onbedoelde ontdooiingdoor bijvoorbeeld stroomuitval, waarbijde stroom langer is uitgeschakeld dande waarde die op het typeplaatje staatonder 'tijdsduur', moet het ontdooidevoedsel snel worden geconsumeerd ofonmiddellijk worden bereid, vervolgensafgekoeld en daarna opnieuw wordeningevroren. ONTDOOIENDiepgevroren of gevroren voedsel kan, voordat hetwordt geconsumeerd, worden ontdooid in dekoelkast of in een plastic zak onder koud water. Deze handeling is afhankelijk van de beschikbaretijd en het soort voedsel. Kleine stukjes kunnenzelfs nog bevroren gekookt worden. HET MAKEN VAN IJSBLOKJESDit apparaat is uitgerust met een of meer bladenvoor het maken van ijsblokjes. Gebruik geen metalen instrumentenom de laden uit de vriezer te halen. 9.
1. Vul de bakjes met water. Zet de ijsbakjes in het vriesvak. 2. AANWIJZINGEN EN TIPSTIPS VOOR ENERGIEBESPARING • Vriezer: De interne van het apparaatconfiguratiezorgt voor het meest energiegebruik. efficiënte • Koelkast: Het meest gebruik vanefficiënteenergie is verzekerd in de met deconfiguratielades in het onderste deel van het apparaat enmet de rekken gelijkmatig verdeeld. De positievan de deurbakken heeft geen invloed op hetenergieverbruik. • De deur niet vaker openen of open laten staandan noodzakelijk. • Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling,hoe hoger het energieverbruik. • Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in omenergie te besparen, tenzij de kenmerken vanhet voedsel dit vereisen.
• Als de omgevingstemperatuur hoog is, detemperatuurregeling op een lage temperatuurstaat en het apparaat volledig gevuld is, kan decompressor continu aanstaan waardoor er ijs opde verdamper ontstaat. Stel in dit geval detemperatuurregeling in op een hogeretemperatuur, om automatisch ontdooienmogelijk te maken en zo energie te besparen. • Zorg voor een goede ventilatie. Dek deventilatieroosters of -gaten niet af. TIPS VOOR HET INVRIEZEN • Activeer de FastFreeze-functie ten minste 24uur voordat u het voedsel in het vriesvak legt. • Vóór het invriezen verpakken en verzegelen vanvers voedsel in: aluminiumfolie, plastic folie ofzakken, luchtdichte containers met deksel. • Verdeel voor invriezen en ontdooienefficiënterhet voedsel in kleine porties. • Het wordt aanbevolen om etiketten en datumsop al uw diepvriesproducten te plakken.
Dit zalhelpen voedingsmiddelen te en teidentificerenweten wanneer ze moeten worden gebruiktvoordat ze bederven. • Het voedsel moet vers zijn wanneer het wordtingevroren om een goede kwaliteit te behouden. Vooral groenten en fruit moeten na de oogstworden ingevroren om al hun voedingsstoffen tebehouden.
• Flessen of blikken met vloeistoffen niet invriezen,in het bijzonder dranken die kooldioxidebevatten - ze kunnen exploderen tijdens hetinvriezen. • Plaats geen warm voedsel in het koelvak. Koelhet af bij kamertemperatuur voordat u het in hetvak plaatst. • Om te voorkomen dat de temperatuur van alingevroren voedsel toeneemt, dient u versvoedsel hier niet direct naast te plaatsen. Plaatsvoedsel op kamertemperatuur in het deel vanhet vriesvak waar geen bevroren voedsel is. • IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes nietmeteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaaldopeten. Gevaar voor bevriezing. • Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Alshet voedsel ontdooid is, kook het dan, koel hetaf en vries het dan in. HET BEWARE N VAN INGEVRORENVOEDSEL • Het vriesvak is het vak gemarkeerd met. • De middentemperatuurinstelling zorgt voor eengoede conservering van ingevroren voedsel.
Een hogere temperatuurinstelling in hetapparaat kan leiden tot een korterehoudbaarheid. • Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag vandiepvriesproducten. • Laat voldoende ruimte rond het voedsel om delucht vrij te laten circuleren. • Raadpleeg voor adequate opslag het etiket vande voedselverpakking om de houdbaarheid vanvoedsel te bekijken. • Het is belangrijk om het voedsel zodanig in tepakken dat er geen water, vocht of condensatiein kan komen. WINKELTIPSNa het boodschappen doen: • Zorg ervoor dat de verpakking niet beschadigdis - het voedsel kan bedorven zijn. Als deverpakking gezwollen of nat is, is deze mogelijkniet in de optimale omstandigheden opgeslagenen is het ontdooien mogelijk al begonnen. • Om het ontdooiproces te beperken, koopt udiepvriesproducten aan het einde van uwboodschappen en vervoert u ze in eenthermische en geïsoleerde koeltas.
HOUDBAARHEID VOOR VRIESCOMPARTIMENTSoort voedsel Houdbaarheid (maan-den) Brood 3 Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) 6 - 12 Groenten 8 - 10 Restjes zonder vlees 1 - 2Zuivelproducten:BoterZachte kaas (zoals mozzarella)Harde kaas (zoals parmezaanse kaas, cheddar)6 - 93 - 46Vis/Zeevruchten:Vette vis (zoals zalm, makreel)Magere vis (zoals kabeljauw, bot)GarnalenGepelde mosselen en mosselenGekookte vis2 - 34 - 6123 - 41 - 2Vlees:GevogelteRundvleesVarkensvleesLamsvleesWorstHamRestjes met vlees9 - 126 - 124 - 66 - 91 - 21 - 22 - 3TIPS VOOR HET KOELEN VAN VERSVOEDSEL • Een goede temperatuurinstelling die deconservering van vers voedsel garandeert is eentemperatuur lager dan of gelijk aan +4°C. Een hogere temperatuurinstelling in hetapparaat kan leiden tot een korterehoudbaarheid van voedsel. • Bedek het voedsel met een verpakking om deversheid en het aroma te behouden.
• Gebruik altijd gesloten containers voorvloeistoffen en voor voedsel, om smaken ofgeuren in het vak te voorkomen. • Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauwvoedsel te voorkomen, bedekt u het gekooktevoedsel en scheidt u het van het rauwe. • Het wordt aanbevolen om het voedsel in dekoelkast te ontdooien. • Plaats geen warm voedsel in het apparaat. Zorgervoor dat het is afgekoeld bij kamertemperatuurvoordat u het in het apparaat plaatst. • Om voedselverspilling te voorkomen moet denieuwe voorraad voedsel altijd achter de oudeworden geplaatst. TIPS VOOR HET KOELEN VAN VOEDSEL • Het vak voor vers voedsel is het vak met de markering (op het typeplaatje) met. • Vlees (alle soorten): verpakken in geschiktmateriaal en op de glazen plaat leggen, bovende groentelade. Bewaar vlees maximaal1-2 dagen.
• Groente en fruit: grondig reinigen (het zandverwijderen) en in een speciale lade(groentelade) bewaren. • Het is raadzaam om exotische vruchten zoalsbananen, mango’s, papaja’s, etc. niet in dekoelkast te bewaren.
• Boter en kaas: in een luchtdicht bakje leggen ofin aluminiumfolie of plastic zakjes wikkelen, omzoveel mogelijk lucht uit te sluiten. • Flessen: afsluiten met een dop en op deflessenplank van de deur plaatsen of (indienbeschikbaar) in het flessenrek. • Raadpleeg altijd de houdbaarheidsdatum van deproducten, om te weten hoelang ze bewaardkunnen worden. ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Raadpleeg dehoofdstukken Veiligheid. DE BINNENKANT SCHOONMAKENVoordat u het apparaat voor de eerste keergebruikt, wast u de binnenkant en de interneaccessoires met lauwwarm water en een beetjeneutrale zeep om de typische geur van een nieuwproduct weg te nemen. Droog daarna grondig af. LET OP. Gebruik geenreinigingsmiddelen, schuurpoeders,chloor of reinigers op oliebasis. Dezebeschadigen de afwerking. LET OP.
De toebehoren enonderdelen van het apparaat zijn nietgeschikt om in een afwasmachinegewassen te worden. PERIODIEKE REINIGINGHet apparaat moet regelmatig wordenschoongemaakt: 1. Maak de binnenkant en de accessoires schoonmet lauw water en wat neutrale zeep. 2. Controleer de afdichtingen regelmatig en wrijfze schoon om u ervan te verzekeren dat zeschoon en vrij van resten zijn. 3. Afspoelen en goed afdrogen. HET ONTDOOIEN VAN DE KOELKASTRijp wordt tijdens normaal gebruik automatisch vande verdamper van het koelvak verwijderd. Hetdooiwater loopt via een gootje in een specialeopvangbak aan de achterkant van het apparaat,boven de compressormotor, waar het verdampt. Het is belangrijk om het afvoergaatje van hetdooiwater in het midden van het koelvak regelmatigschoon te maken om te voorkomen dat het wateroverloopt en op het voedsel in de koelkast gaatdruppelen.
Gebruik hiervoor de buisreiniger die werdmeegeleverd met het apparaat. DE VRIEZER ONTDOOIENLET OP. Gebruik nooit scherpemetalen hulpmiddelen om de rijp vande verdamper te krabben, deze zoubeschadigd kunnen raken.
Gebruik geen mechanische of anderemiddelen om het ontdooiproces teversnellen, behalve die middelen diedoor de fabrikant zijn aanbevolen. Stel ongeveer 12 uur voordat u gaatontdooien een lagere temperatuur inom voldoende koudereserve op tebouwen in geval van onderbrekingentijdens de werking. Een zekere hoeveelheid rijp zal zich altijd vormen opde schappen van de vriezer en rond het bovenstevak. Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een diktevan ongeveer 3-5 mm bereikt heeft. 1. Trek de stekker uit het stopcontact of schakelhet apparaat uit. 2. Verwijder al het ingevroren voedsel en leg hetop een koele plaats. LET OP. Een temperatuurstijgingtijdens het ontdooien van deingevroren levensmiddelen, kan deveilige bewaartijd verkorten. Raak ingevroren voedsel niet metnatte handen aan. Uw handenkunnen hieraan vastvriezen. 12.
3. Laat de deur open staan. Bescherm de vloertegen het ontdooiwater met bijv. een doek ofeen platte opvangbak. 4. Om het ontdooiproces te versnellen kunt u eenbak warm water in het vriesvak zetten.Verwijder bovendien stukken ijs die afbrekenvoordat het ontdooien voltooid is. 5. Na van het ontdooien, de binnenkantafloopgrondig droog maken. 6. Zet het apparaat aan en doe de deur dicht. 7. Zet de thermostaatknop op de maximale koudeen laat het apparaat minstens drie uur in dezeinstelling werken.Pas na deze tijd plaatst u het eten terug in hetvriesvak.PERIODE DAT HET APPARAAT NIETGEBRUIKT WORDTNeem de volgende voorzorgsmaatregelen als hetapparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt: 1. Trek de stekker uit het stopcontact. 2. Verwijder al het voedsel 3. Ontdooi het apparaat. 4. Maak het apparaat en alle toebehoren schoon. 5.
Laat de deuren open staan om onaangenameluchtjes te voorkomen.PROBLEEMOPLOSSINGWAARSCHUWING! Raadpleeg dehoofdstukken Veiligheid.WAT TE DOEN ALS ... Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet. Het apparaat werd uitgescha-keld.Schakel het apparaat in. De stekker zit niet goed in hetstopcontact.Steek de stekker goed in hetstopcontact. Er staat geen spanning op hetstopcontact.Sluit het apparaat aan op eenander stopcontact. Neem con-tact op met een erkend elek-trotechnisch installateur. Het apparaat is lawaaiig. Het apparaat staat niet stabiel. Controleer of het apparaat sta-biel staat.Er is een hoorbaar of zichtbaaralarm.De kast werd onlangs inge-schakeld.Zie 'Deur open alarm' of 'Alarmhoge temperatuur'.De temperatuur in het apparaatis te hoog.Zie 'Open deuralarm' of 'Hogetemperatuuralarm'. De deur is open blijven staan.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De temperatuur van de voe-dingsproducten in het apparaatwas te hoog.Laat voedingsproducten afkoe-len tot kamertemperatuur voor-dat u ze opbergt. De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'.De functie FastFreeze is inge-schakeld.Zie 'FastFreeze functie'.De compressor start niet directnadat u op 'FastFreeze' indruktof de temperatuurinstellinghebt veranderd.De compressor start niet di-rect.Dit is normaal en geen storing.De deur is niet goed gemon-teerd of dekt het ventilatieroos-ter af.Het apparaat staat niet water-pas.Raadpleeg de montage-in-structies. Deur gaat moeilijk open. U probeerde de deur direct na-dat u die sloot opnieuw te ope-nen.Wacht even met de deur ope-nen nadat u die hebt gesloten. De verlichting werkt niet. De stand-bystand van de ver-lichting is ingeschakeld.Sluit en open de deur. De lamp is defect.
Neem contact op met dedichtstbijzijnde klantenservice. Er is te veel bevroren rijp en ijs. De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'. Het deurrubber is vervormd ofvuil.Zie 'De deur sluiten'. De voedingsproducten is nietgoed verpakt.Verpak de voedingsproductenbeter. De temperatuur is verkeerd in-gesteld.Raadpleeg het hoofdstuk 'Be-dieningspaneel'. Apparaat is volledig geladenen is ingesteld op de laagstetemperatuur.Stel een hogere temperatuurin. Raadpleeg het hoofdstuk'Bedieningspaneel'. De ingestelde temperatuur inhet apparaat is te laag en deomgevingstemperatuur is tehoog.Stel een hogere temperatuurin.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het bewaarde voedsel wasniet ingepakt.Verpak voedsel in geschikt ma-teriaal voordat u het in het ap-paraat plaatst.Er stroomt water in de koel-kast.Opgeborgen voedingsproduc-ten voorkomen dat het water inde wateropvangbak loopt.Zorg ervoor dat voedingspro-ducten de achterwand niet ra-ken. De waterafvoer is verstopt. Reinig de waterafvoer. Er stroomt water op de vloer. De smeltwaterafvoer is nietaangesloten op de verdamp-schaal boven de compressor.Sluit de smeltwaterafvoer aanop de verdampschaal.De temperatuur kan niet wor-den ingesteld.De "FastFreeze functie' is inge-schakeld.Schakel de "FastFreeze func-tie' handmatig uit of wacht totde functie automatisch uit-schakelt en stel dan de tempe-ratuur in.
Zie "FastFreeze func-tie '.De temperatuur in het apparaatis te laag/te hoog.De temperatuur is niet correctingesteld.Stel een hogere/lagere tempe-ratuur in. De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'. De temperatuur van de voe-dingsproducten is te hoog.Laat de voedingsproducten af-koelen tot kamertemperatuurvoordat u ze opbergt. Er werden veel voedingspro-ducten in een keer opgebor-gen.Berg minder voedingsproduc-ten in een keer op.De dikte van de rijp is groterdan 4 - 5 mm.Ontdooi het apparaat. De deur werd vaak geopend. Open de deur alleen als datnodig is.De functie FastFreeze werd in-geschakeld.Zie 'FastFreeze -functie'.Er wordt geen koude lucht ge-circuleerd in het apparaat.Zorg ervoor dat er koude luchtin het apparaat circuleert. Zie'Nuttige aanwijzingen en tips'.Sommige oppervlak-specifiekeken in het koelcompartimentzijn soms warmer.
Dit is normaal.De temperatuurinstellingledsknipperen tegelijkertijd.Er is een storing opgetredenbij het meten van de tempera-tuur.Neem contact op met dedichtstbijzijnde klantenservice.Het koelsysteem blijft de voe-dingsproducten koelen, maarde temperatuurinstelling kanniet worden gewijzigd.15
Bel, wanneer het advies niet totresultaten leidt, de dichtstbijzijndeservicedienst voor dit merk.HET LAMPJE VERVANGENHet apparaat is uitgerust met een ledbinnenlampjedat een lange levensduur heeft.Alleen een onderhoudsmonteur mag de verlichtingvervangen. Neem contact op met de klantenservice.DE DEUR SLUITEN 1. Maak de afdichtingen van de deur schoon. 2. Stel de deur, indien nodig, af. Raadpleeg'Installatie-instructies'. 3. Vervang, indien nodig, de defectedeurafdichtingen. Neem contact op met eenerkend servicecentrum.GELUIDENSSSRRR!CLICK!HISSS!BRRR!BLUBB!TECHNISCHE GEGEVENSDe technische gegevens staan op het typeplaatjeaan de binnenkant van het apparaat en op hetenergielabel.De QR-code op het energielabel dat bij hetapparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar deinformatie gerelateerd aan de prestaties van hetapparaat in de EU-EPREL-database.
Bewaar hetenergielabel ter referentie samen metde gebruikershandleiding en alle anderedocumenten die bij dit apparaat worden geleverd.Het is ook mogelijk om dezelfde informatie inEPREL te vinden via de link https://eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en hetproductnummer die u vindt op het typeplaatje vanhet apparaat.Zie de link voorwww.theenergylabel.eugedetailleerde informatie over het energielabel.16
AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTENDe installatie en voorbereiding van het toestel voorelke moet inEcoDesign-verificatieovereenstemming zijn met EN 62552. Deventilatievoorschriften, de afmetingen van deuitsparingen en de minimale open afstanden aan deachterzijde moeten voldoen aan de voorschriftenvan deze gebruikershandleiding in hoofdstuk 3.Neem contact op met de fabrikant voor verdereinformatie, inclusief laadplannen.MILIEUBESCHERMING Recycleer de materialen met het symbool . Gooide verpakking in een geschikte afvalcontainer omhet te recycleren. Bescherm het milieu en devolksgezondheid en recycleer op een correctemanier het afval van elektrische en elektronischeapparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.Breng het product naar het milieustation bij u in debuurt of neem contact op met de gemeente.17
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Zanussi ZNLE18FS1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelen vriezen Zanussi
Alle Zanussi Koelen vriezen handleidingen