Zanussi lazio Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Zanussi lazio (16 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 94 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Zanussi lazio of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/16
WASAUTOMAAT
LAZIO
Gebruiksaanwijzing
146 9260 00 - 01/06

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Zanussi
Categorie: Wasmachine
Model: lazio
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Timer: Ja
Gewicht: 63000 g
Breedte: 400 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 850 mm
Type lader: Bovenbelading
Stroomvoorziening: 220-230V
Waterconsumptie per cyclus: 45 l
Wasklasse: A
Centrifuge-droger klasse: B
Geluidsniveau (wassen): 74 dB
Afmetingen verpakking (BxDxH): 985 x 475 x 695 mm
Nominale capaciteit: 5 kg
Wasprogramma's: Hygiene/anti-allergy, Black

Handleiding Zanussi lazio – volledige tekst

2VOOR DE GEBRUIKER. 3Waarschuwingen. 3Gebruik. 3Voorzorgsmaatregelen tegen vorst. 3Afdanken. 3Milieubescherming. 3Beschrijving van het apparaat. 4Wasmiddelbakje. 4Bedieningspaneel. 4Een was doen. 5Wasgoed in de machine doen. 5Wasmiddel doseren. 5Programma kiezen. 5Centrifugetoerental kiezen. 5Extra functies kiezen. 5Kort / Voorwas. 5Anti-Kreuk. 5Extra Spoelen. 5Startuitstel. 5Programma starten. 6Tijdens het programma. 6Extra wasgoed in de machine doen. 6Lopend programma wijzigen. 6Programma annuleren. 6Einde van het programma. 6Programmatabel. 7Voordat u gaat wassen. 8Wasgoed sorteren en voorbereiden. 8Hoeveelheid wasgoed. 8Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen 8Internationale behandelingsetiketten. 9Onderhoud en reiniging. 10Machine ontkalken. 10Buitenkant. 10Wasmiddelbakje. 10Afvoerfilter. 10Hulp bij storingen. 11Klantenservice. 11Garantievoorwaarden. 12VOOR DE INSTALLATEUR.

3A. VOOR DE GEBRUIKER 1. WAARS. CHUWINGENU bent nu in het bezit van een Zanussi product. Vanzelfsprekend kunt u ook tijdens het gebruik van uw product opZanussi rekenen. Daarom nodigen wij u van harte uit u te registreren op onze internetsite www. mijnapparaten. nl. Wijkunnen u dan nog beter van dienst zijn met informatie over producten,gebruiksaanwijzingen, tips, innovaties, oplos-singen voor onverhoopte storingen etc. Houd deze gebruiksaanwijzing bij uw wasautomaat. Als u het apparaat ve-rkoopt of weggeeft, zorg er dan voor dat de gebruiksaanwijzing bij de machine zit. De nieuwe gebruiker beschikt danover de aanwijzingen m. b. t. gebruik en de waarschuwingen. Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. Lees de gebruiksaanwijzing aan-dachtig voordat u het apparaat installeert en in gebruik neemt. Wij danken u voor uw aandacht. 1. 1.

Gebruik• De machine zo snel mogelijk na ontvangst uitpak-ken en op schade controleren. Een beschadigdapparaat in geen geval aansluiten. • Dit apparaat is ontworpen voor het gebruik doorvolwassenen. Zorg ervoor dat kinderen het appa-raat niet aanraken of als speelgoed gebruiken. • Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, ditapparaat of de eigenschappen daarvan te verande-ren. • Deze wasautomaat is bedoeld voor normaal huis-houdelijk gebruik. Gebruik het apparaat niet voorcommerciële of industriële doeleinden of voorandere doeleinden dan waarvoor het ontworpen is:wassen, spoelen en centrifugeren. • Na het gebruik altijd de stekker uit het stopcontacttrekken en de waterkraan dichtdraaien. • Was alleen artikelen die voor machinaal wassengeschikt zijn. Raadpleeg het behandelingsetiket. • Was geen ondergoed met baleinen, kledingstukkenzonder zoom of gescheurde kledingstukken in demachine.

Dergelijke voorwerpen kunnenaanzienlijke schade veroorzaken als ze in het was-goed achterblijven. • Het wasgoed mag geen oplosmiddelen, alcohol,vlekoplossers enz. bevatten. Wacht totdat het mid-del verdampt is voordat u het wasgoed in de trom-mel doet. • Doe kleine artikelen zoals sokken, stofceintuurs,enz. in een wasnetje of kussensloop. • Gebruik de hoeveelheid wasmiddel die wordt aan-bevolen in "Wasmiddel doseren". • Trek altijd de stekker uit het stopcontact voordat ude wasautomaat gaat schoonmaken. 1. 2. Voorzorgsmaatregelen tegen vorstAls de wasautomaat wordt blootgesteld aan temperatu-ren beneden 0°C, dient u de volgende maatregelen tenemen:• Waterkraan dichtdraaien en toevoerslang loskop-pelen. • Uiteinde van de toevoerslang en van de afvoer-slang in een bak op de vloer leggen. • Programma Pompen kiezen en helemaal latenafwerken.

• Wasautomaat uitschakelen door de program-makiezer op de uit-stand* te draaien of door deaan/uit-toets* in te drukken. • Stekker uit het stopcontact trekken. • Toevoerslang en afvoerslang weer aanbrengen. Restwater in de slangen wordt dan verwijderd. Zowordt voorkomen dat zich ijs vormt waardoor de machi-ne kan worden beschadigd. De volgende keer dat u de wasautomaat wilt gebruiken,dient u te controleren of de temperatuur in de ruimte bo-ven 0°C is. 1. 3. AfdankenAlle materialen met het symbool zijn geschikt voorrecycling. Informeer bij uw gemeente naar de moge-lijkheden voor afvalverwerking in uw woonplaats. Als u het apparaat afdankt, maak het dan onbruikbaar: trek de stekker uit het stopcontact, maak het deurslotonbruikbaar, snijd het aansluitsnoer af en gooi stekkeren snoer weg.

Het symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafval magworden behandeld, maar moet worden afgegeven bijeen verzamelpunt waar elektrische en elektronischeapparatuur wordt gerecycled.

Als u ervoor zorgt dat ditproduct op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomtu mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieudie zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeer-de afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatieover het recyclen van dit product, kunt u contact opne-men met de gemeente, de gemeentereiniging of dewinkel waar u het product hebt gekocht. 1. 4. MilieubeschermingU wast zo zuinig en milieuvriendelijk mogelijk, als u devolgende tips opvolgt:• Was zo veel mogelijk met het maximale vulgewichtvan het betreffende programma (doe de trommelechter niet te vol). • Voorwassen en inweken alleen bij erg vuil was-goed. • Doseer wasmiddel aan de hand van waterhardheid(zie paragraaf 5. 3), mate van verontreiniging enhoeveelheid wasgoed. *afhankelijk van model.

53. EEN WAS DOENVoordat u de machine in gebruik neemt, raden wij u aaneen wasgang op 90°C zonder wasgoed uit te voerenom de kuip schoon te maken. 3. 1. Wasgoed in de machine doen• Machinedeksel openen. • Trommel openen door grendeltoets A in te drukken;de twee kleppen gaan vanzelf uit elkaar. • Wasgoed in de machine doen, trommel sluiten enmachinedeksel sluiten. Waarschuwing: voordat uhet machinedeksel sluit,dient u te controleren of detrommel goed gesloten is:•de twee kleppen goed ge-sloten,•grendeltoets A niet inge-drukt. 3. 2. Wasmiddel doserenDeze wasautomaat is ontworpen om water- en was-middelverbruik zo laag mogelijk te houden, reduceerdaarom de door de fabrikanten van wasmiddel aanbe-volen hoeveelheid. Doseer wasmiddel in vak en voorwasmiddel in vak als u wilt voorwassen. Doseer indien gewenst was-verzachter in vak.

Als u een ander type wasmiddel gebruikt lees dan"Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen". 3. 3. Programma kiezenIn de programmatabel ziet u, welk programma geschiktis voor uw wasgoed. Draai de programmakie-zer op het gewenste pro-gramma. 3. 4. Centrifugetoerental kiezenKies een toerental dat past bijhet soort wasgoed en devochtigheidsgraad die u aanhet eind van het programmawilt bereiken of kies nachts-tand * of niet centrifugeren*. De schakelaar geeft de mogelijke toerentallen voor ka-toenprogramma's aan. Deze toerentallen worden gere-duceerd voor synthetica, wol en fijne was. Nachtstand : deze functie reduceert het geluid van dewasautomaat, terwijl het wasresultaat gelijk blijft. Daar-door kunt u de machine’s nachts gebruiken zonder datu last van het geluid hebt.

Er wordt niet gecentrifugeerden het wasgoed blijft in het laatste spoelwater liggenom kreukvorming te voorkomen als het niet direct uit detrommel wordt gehaald. 3. 5. Extra functies kiezenDe verschillende extra functies kunt u kiezen nadatu het programma hebt gekozen en voordat u toets"Start/Pauze" indrukt. Druk de gewenste toets(en) in, de betreffende lampjesgaan branden.

Als u een toets nogmaals indrukt, gaathet lampje uit. Als een functie niet kan worden gecom-bineerd met het gekozen programma, gaat het betref-fende lampje knipperen (zie programmatabel). 3. 5. 1. Kort / VoorwasDruk deze toets in om een van de volgende functies tekiezen:•Kort :Om kleine hoeveelheden licht verontreinigd wasgoed inminder tijd te wassen. •Voorwas :De machine doet een voorwas op maximaal 30°C. De voorwas eindigt met kort centrifugeren voor katoenen synthetica of met pompen voor fijne was. 3. 5. 2. Anti-Kreuk Hoofdwas op 40°C voor kreukherstellend goed datm. b. v. dit programma nog slechts licht of helemaal nietgestreken hoeft te worden. 3. 5. 3. Extra SpoelenDeze functie voegt bij katoen, synthetica en fijne wastwee extra spoelgangen toe. 3. 5. 4. StartuitstelDeze functie stelt de start van het programma uit.

63.6. Programma startenNadat u een programma hebt gekozen toets"Start/Pauze" indrukken om het programmate starten; het betreffende lampje brandtconstant. Het is normaal dat de programmakiezertijdens het programma stil bijft staan.Als het wasprogramma begint, brandtlampje Wassen.3.7. Tijdens het programma3.7.1. Extra wasgoed in de machine doenToets "Start/Pauze" indrukken: het betreffende lampjeknippert zolang het programma wordt onderbroken.Dan hoort u een dubbele klik in het slot als het dekselopen gaat. Toets "Start/Pauze" nogmaals indrukkenom het programma voort te zetten.Uit veiligheidsoverwegingen kunt u het deksel nietopenen als de temperatuur van het sop te hoog is.3.7.2. Lopend programma wijzigenVoordat u een lopend programma gaat wijzigen, moetu de wasautomaat op pauze zetten door toets "Start/Pauze" in te drukken.

Als de wijziging niet mogelijk is,knippert het betreffende lampje een paar seconden. Alsu besluit het programma te wijzigen, moet u het lopen-de programma annuleren (zie hieronder).3.7.3. Programma annulerenAls u een programma wilt annuleren, draait u de pro-grammakiezer op de uit-stand.U kunt dan een nieuw programma kiezen.3.7.4. Einde van het programmaDe wasautomaat stopt automatisch. U hoort eendubbele klik in het slot als het deksel open gaat. LampjeEinde gaat branden.Als u spoelstop « » hebt gekozen, moet u het waterwegpompen voordat u het deksel kunt openen. Om hetprogramma te beëindigen kunt u het wasgoedcentrifugeren door programma Centrifugeren te kiezenof het water wegpompen door programma Pompen tekiezen.Draai de programmakiezer op de uit-stand. Neem hetwasgoed uit de machine.

85. VOORDAT U GAAT WASSEN5. 1. Wasgoed sorteren en voorbereiden• Wasgoed volgens soort en behandelingsetiket sor-teren (zie paragraaf 5. 4): normale was voor sterkwasgoed dat krachtig wassen en centrifugeren kanverdragen; fijne was voor teer wasgoed dat voor-zichtiger moet worden behandeld. Kies voorgemengde ladingen programma en temperatuurpassend bij het teerste textiel. • Wit en gekleurd wasgoed apart wassen. Anderskan het witte goed verkleuren resp. vergrauwen. • Nieuw wasgoed geeft vaak af. Zulke stukken daar-om de eerste keer liever apart wassen. Houd u aande aanwijzingen "apart wassen" en "enkele kerenapart wassen" op het behandelingsetiket. • Zakken leegmaken en het wasgoed uit elkaarvouwen. • Alle losse knopen, haken en ogen verwijderen. Rit-sen sluiten, een knoop leggen in veters en riempjes. • Kleding die uit meer lagen bestaat (slaapzakken,anoraks enz.

), gebreid gekleurd textiel en wol entextiel met applicaties binnenste buiten keren. • Kleine en tere stukken wasgoed (sokken, panty's,beha's enz. ) in een wasnetje wassen. • Vitrages bijzonder voorzichtig behandelen. Hakenverwijderen en de vitrages in een net of zak binden5. 2. Hoeveelheid wasgoedDe hoeveelheid wasgoed die u in de trommel doet maghet maximale vulgewicht van de wasautomaat nietoverschrijden. Dit vulgewicht hangt af van het soortwasgoed. Doe minder wasgoed in de machine als heterg vuil is. Niet alle textielsoorten hebben hetzelfde volume enhetzelfde opnemend vermogen. Daarom moet de trom-mel in het algemeen als volgt gevuld worden:• vol, maar niet overvol voor katoen en linnen,• halfvol voor weefsels gemengd met katoen en syn-thetische weefsels,• voor een derde gevuld voor tere artikelen zoalsvitrages en wol.

Bij een gemengde was het vulgewicht van het teerstemateriaal aanhouden. 5. 3. Wasmiddelen en nabehande-lingsmiddelenGebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsmidde-len die geschikt zijn voor gebruik in een wasautomaat.

Lees de aanwijzingen van de fabrikant en lees ook pa-ragraaf 2. 1 en 3. 2. Gelijktijdig gebruik van meerdere soorten wasmiddelenwordt afgeraden, dit kan het wasgoed beschadigen. De hoeveelheid wasmiddel hangt af van de hoeveel-heid wasgoed, de waterhardheid en de mate van ve-rontreiniging van het wasgoed. Als het water zacht is, kunt u wat minder doseren. Doseer wat meer als het water hard is (of gebruik lievereen waterontharder) of als het wasgoed erg vuil of ge-vlekt is. Informatie over de waterhardheid in uw woonplaatskunt u bij het waterleidingbedrijf krijgen. Wasmiddelen in poedervorm kunnen zonder beperkin-gen worden gebruikt. Gebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat,mits u geen voorwas doet, direct in het vakje voor hethoofdwasmiddel gieten. U kunt ook een doseerbol ge-bruiken. In beide gevallen moet het wasprogrammameteen worden gestart.

Wasmiddelen in tabletvorm legt u in het vakje voorhoofdwasmiddel. Houd u bij de behandeling van vlekken vóór het was-programma aan de dosering en instructies die de fabri-kant van het product geeft. Wanneer u het wasmiddelgebruikt voor het behandelen van vlekken, dan moet uhet wasprogramma meteen starten.

106. ONDERHOUD EN REINIGING Voordat u de machine gaat reinigen altijd eerst de stek-ker uit het stopcontact trekken.6.1. Machine ontkalkenAls u op de juiste wijze wasmiddel doseert, is ontkalkenniet nodig.Als ontkalken toch noodzakelijk is, gebruik dan een inde handel verkrijgbaar niet-bijtend product dat speciaalvoor wasautomaten is bedoeld. Volg de aanwijzingenm.b.t. dosering op de verpakking op.6.2. BuitenkantMaak de buitenkant van de machine schoon met lauwwater en een mild schoonmaakmiddel. Nooit alcohol,oplosmiddelen of dergelijke producten gebruiken.6.3. WasmiddelbakjeDemonteren:Druk op de lipjes aan weerskan-ten van het wasmiddelbakje entrek het omhoog.Maak het bakje onder stromendwater schoon en gebruik eenborstel of doekje.Controleer of de hevels aan deachterkant van het bakje nietgeblokkeerd worden.Monteren:Zet het wasmiddelbakje in deopeningen en klik het vast.6.4.

AfvoerfilterMaak het filter aan de onderzijde van de machineregelmatig schoon. Lampje FILTER* gaat branden alshet filter verstopt is. In dit geval het filter onmiddellijkschoonmaken. Als u erg pluizig wasgoed wast, het filterin elk geval schoonmaken.•Open het deurtje met bijvoorbeeld een schroe-vendraaier :• Restwater weg laten lopen:Zet een bak onder de afvoer.Draai de dop tegen de wijzersvan de klok in tot hij verticaalstaat en het restwater weg-loopt.• Filter verwijderen:Dop helemaal losdraaien. Goedonder stromend water schoon-maken. Dop weer aanbrengenen met de wijzers van de klokmee vastdraaien.Als u het filter hebt schoongemaakt, sluit dan het pomp-deurtje. Het pompdeurtje moet altijd dicht zijn als demachine ingeschakeld is.* afhankelijk van model

117. HULP BIJ STORINGEN8. KLANTENSERVICEAls u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op geeft, kuntu de volgende afdelingen raadplegen:Consumentenbelangen (voor algemene, product- of gebruiksinformatie) tel. (0172) 468 172Service-informatielijn (voor bezoek servicetechnicus en onderdelen) tel. (0172) 468 300Belangrijk. Houd bij het opgeven van een storing altijd het E/PNC- en F/S-nummer van uwapparaat bij de hand. Probleem OorzaakDe machine start niet of er wordt geen water toegevoerd: • de machine is niet correct aangesloten, de elektrische installatie werkt niet,• het machinedeksel en de trommelkleppen zijn niet goed gesloten,• u hebt het programma niet goed gestart,• er is een stroomstoring,• de watertoevoer is afgesloten,• de waterkraan is dicht,• de watertoevoer is geblokkeerd.

Er wordt water toegevoerd, maar meteen weer weggepompt: • de afvoerslang hangt te laag (zie hoofdstuk Installatie). De machine centrifugeert niet of pompt niet: • de afvoerslang is verstopt of gedraaid,• het afvoerfilter is verstopt,• de onbalansherkenning is in werking getreden; slechte verdeling van het wasgoedin de trommel,• u hebt programma Pompen of functie nachtstand* gekozen,• de afvoerslang hangt niet op de juiste hoogte. Er ligt water op de vloer rond de wasautomaat: • te veel wasmiddel heeft te veel schuim gevormd en dat is overstroomd,• het wasmiddel is niet geschikt voor machinaal wassen,• de afvoerslang hangt niet goed,• het afvoerfilter is niet op z'n plek gezet,• de watertoevoerslang lekt.

Wasresultaten zijn niet tevredenstellend: • het wasmiddel is niet geschikt voor machinaal wassen,• er zit te veel wasgoed in de trommel,• u hebt niet het juiste programma gekozen,• u hebt niet voldoende wasmiddel gedoseerd. De machine vibreert of staat onrustig: • niet alle verpakking is verwijderd (zie paragraaf 3.

1),• de machine staat niet waterpas of is niet goed gevuld,• de machine staat te dicht tegen de muur of meubilair,• het wasgoed is niet goed in de trommel verdeeld,• er zit erg weinig wasgoed in de trommel. Het programma duurt te lang: • de watertoevoer is geblokkeerd,• er is een stroomstoring geweest of het water is afgesloten,• de oververhittingsbeveiliging van de motor is in werking getreden,• de temperatuur van het leidingwater is lager dan normaal,• het schuimherkenningssysteem is in werking getreden (te veel wasmiddel) en demachine heeft het schuim verwijderd,• de onbalansherkenning is in werking getreden, een extra fase is toegevoegd om hetwasgoed beter in de trommel te verdelen. De machine stopt tijdens een programma: • er is een water- of stroomstoring,• u hebt spoelstop ingesteld. Het machinedeksel kan tijdens een programma niet geopend worden: • lampje DEKSEL* is uit.

• de temperatuur van het sop is te hoog. • het deksel kan pas 1 tot 2 minuten na beëindiging van het programma geopendworden*. Lampje TROMMELSTAND* brandt niet na afloop van een waspro-gramma:• de trommel kon de juiste positie niet bereiken door een voortdurende onbalans;draai de trommel met de hand. Lampje EINDE** knippert 4 keer***: • het machinedeksel is niet goed gesloten**. Lampje EINDE** knippert 2 keer*** : • het afvoerfilter is verstopt,• de afvoerslang is verstopt of gedraaid,• de afvoerslang ligt te hoog (zie hoofdstuk Installatie),• de afvoerpomp is verstopt,• de installatiesifon is verstopt**. Lampje EINDE** knippert 1 keer***: • de waterkraan is dicht,• de watertoevoer in de woning is afgesloten**. Lampje EINDE** knippert 10 keer***: • de kleppen van de trommel zijn open**.

Wasverzachter komt tijdens het doseren uit de overloop: • u hebt niet de juiste hoeveelheid gedoseerd,• de hevels aan de achterkant van het wasmiddelbakje zijn verstopt.

* afhankelijk van model** Probleem indien mogelijk oplossen en dan toets "Start/Pauze" indrukken om het onderbroken programma opnieuw te starten. *** Afhankelijk van het model kunnen akoestische signalen klinken. Tijdens de fabricage van deze wasautomaat zijn vele controles uitgevoerd. Als er echter een storing optreedt, lees dan eerst onderstaande aanwijzingen voordat ucontact opneemt met onze service-afdeling.

12Modelaanduiding. E/PNC-Nr. F/S-Nr. Bereid het gesprek altijd goed voor. Zo vergemakkelijkt u de diagnose en debeslissing of bezoek van een servicetechnicus nodig is. Geef zo nauwkeurig mogelijk op:- Hoe doet de storing zich voor. - Onder welke omstandigheden treedt de storing op. - Wordt in het display een foutmelding aangegeven. Aan de hand van deze informatie kan onze service-afdeling de juiste voorbe-reidingen treffen, zodat het apparaat bij het eerste bezoek van de servicetech-nicus weer hersteld kan worden. Op deze manier hoeft u slechts één maal thuiste blijven. Als u toch voor één van de in deze gebruiksaanwijzing vermelde storingen ofvanwege foutieve bediening onze service-afdeling inschakelt, wordt dit bezoekook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.

Onze service-afdeling voert reparaties uit overeenkomstig de voorwaarden dietussen de Consumentenbond en de VLEHAN (Vereniging Leveranciers Elek-trotechnische Huishoudelijke Apparaten Nederland) zijn overeengekomen. 9. GARANTIEVOORWAARDENOnze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geprodu-ceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servi-cedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten degarantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatiefbeïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EGen het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijvenonaangetast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:1.

Voor twee-dehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebrachtin de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen wor-den hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons ei-gendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade tevoorkomen. De garantieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen tweemaanden na vaststelling is gemeld. 4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/ofleveringsdatum te worden overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtui-gend bewijs te worden overlegd. 5. De garantie heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen,zoals (vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldiggebruik. 6.

De garantie heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gesteldekwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het product onbeduidendzijn. 7. De garantie geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:a. chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade diebuiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie ofmontage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen vande gebruiks- of montageaanwijzingen. 9.

Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door her-stelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wan-neer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineelzijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden over-handigd aan of gezonden naar onze servicedienst. Herstelling ter plaatse kanslechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde producten. 11.

Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen ofgeplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruikerin rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komtten laste van de gebruiker. 12. Indien binnen de garantieperiode de herstelling van hetzelfde defect her-haaldelijk mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overlegmet de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervan-ging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar ratovan de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder garantie heeft geen verlenging van de garantietermijnnoch aanvang van een nieuwe garantietermijn tot gevolg. 14. Op herstellingen geven wij een garantie van 12 maanden, uitsluitend ophetzelfde gebrek. 15.

Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schadeontstaan buiten het product, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheidniet wettelijk is vastgelegd. 16. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde vanhet product niet overtreffen, tenzij wettelijk anders is bepaald. Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruikzijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dientde gebruiker na te gaan of het product voldoet aan de technische voorwaarden(o. a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandig-heden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte productendient de gebruiker zich te vergewissen van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, enkunnen niet altijd worden aangebracht.

nlReparatievoorwaardenOnze reparatievoorwaarden zijn conform de afspraak tussen de Consu-mentenbond en Vlehan*. Art. 1 Aan de consument zal na een melding van een storing zo mogelijk direct,doch uiterlijk binnen één werkdag worden medegedeeld op welke dag hetbezoek van de technicus zal plaatsvinden. De reparatie zal als regel binnen ze-ven werkdagen na de melding zijn uitgevoerd. Art. 2 a)Alvorens de reparatie wordt verricht zal de technicus een onderzoekuitvoeren naar de vermoedelijke oorzaak van de gemelde storing. Aan de handhiervan zal hij een zo nauwkeurig mogelijke, gespecificeerde begroting makenvan de totale reparatiekosten inclusief voorrijkosten en diagnose-kosten. Des-gevraagd zal deze begroting door de technicus schriftelijk worden vastgelegd.

b)Indien de consument met het begrote bedrag niet akkoord gaat, zal op ver-zoek het te repareren toestel worden teruggebracht in de staat waarin het aande technicus werd aangeboden. Nadat dit is geschied, zullen alleen de kostenvan voorrijden en arbeidsloon in rekening worden gebracht op basis van dewerkelijke bestede tijd, danwel van een vooraf vastgesteld tarief. Art. 3 Indien tijdens het uitvoeren van de reparatie duidelijk wordt dat:a)de oorspronkelijke reparatie door redelijkerwijs niet te voorziene omstandig-heden niet tegen het begrote bedrag kan worden uitgevoerd, ofb)ook andere dan in de begroting voorziene reparaties noodzakelijk zijn, zaloverleg met de consument plaatsvinden en een herziene kostenbegroting wor-den gemaakt. In geval de consument daarmee alsnog niet akkoord gaat, geldt eveneens hetin artikel 2b bepaalde. Art.

Indien om het toestel in werkende staat te brengen een tweede bezoeknoodzakelijk is, zal:a)direct, doch uiterlijk binnen één werkdag door de betreffende service-organi-satie of door de technicus met de consument de datum voor een tweedebezoek worden afgesproken,b)een herhalingsbezoek zal als regel binnen tien werkdagen na de meldingplaatsvinden,c)voor een tweede of daaropvolgend bezoek zal geen voorrijtarief in rekeningworden gebracht, tenzij de noodzaak voor een herhalingsbezoek aan de con-sument is toe te schrijven,Art. 5 De consument ontvangt een gespecificeerde rekening met vermeldingvan type en serienummer van het apparaat, omschrijving van de diagnose,toegepaste tarieven, gebruikte onderdelen en materialen en een korteomschrijving van de verrichte werkzaamheden.

De betaling van de rekeningdient tegen afgifte van een reparatienota direct contant of door middel van eengegarandeerd betaalmiddel plaats te vinden. Art. 6 Op elke uitgevoerde en betaalde reparatie zal bij normaal huishoudelijkgebruik een volledige garantie van minimaal 3 maanden worden gegeven. Deze garantie omvat het kosteloos uitvoeren van een hernieuwde reparatie. Op de uitgewisselde en betaalde onderdelen geldt een garantietermijn van 12maanden. Bij een beroep op garantie op de reparatie dient de consument opverzoek de gespecificeerde rekening van de voorgaande reparatie aan detechnicus te overleggen. Art. 7 Indien na driemaal uitvoeren van eenzelfde reparatie hetzelfde defect bijnormaal huishoudelijk gebruik opnieuw optreedt binnen de onder art.

6 bedoel-de garantietermijn en redelijkerwijs een afdoend resultaat bij het opnieuw uit-voeren van de reparatie niet verwacht kan worden, zal aan de consument eennieuw exemplaar of soortgelijk toestel van hetzelfde merk worden aangebodentegen bijbetaling op basis van een per product te bepalen jaarlijks afschrijvings-percentage. Art.

8 Vervangen onderdelen stelt de technicus weer ter beschikking van deconsument, met uitzondering van de onder garantie of tegen een gereduceerdeprijs vervangen onderdelen. Art. 9 Een reparatie dient op zodanige wijze te worden uitgevoerd, dat eentoestel daarna weer volledig voldoet aan de veiligheidsvoorschriften, die opgrond van een van fabriekswege aangebracht veiligheidskeurmerk gelden,danwel bij het ontbreken daarvan, aan de wettelijke vereisten terzake. Dit houdtondermeer in, dat reparaties moeten worden uitgevoerd met originele en doorde fabrikant ook terzake van veiligheidskeurmerken en -voorschriften gegaran-deerde onderdelen. *) Vereniging Leveranciers van Huishoudelijke Apparaten in Nederland.

13B. VOOR DE INSTALLATEUR1. WAARSCHUWINGEN• Deze wasautomaat is zwaar. Voorzichtig bij hetverplaatsen ervan.• Voor het in gebruik nemen moet de verpakking vande wasautomaat worden verwijderd. Als niet degehele transportbeveiliging wordt verwijderd, kandat tot schade aan de wasautomaat of omringendemeubelen leiden.

De stekker mag tijdens het uit-pakken niet in het stopcontact zitten.• De wateraansluiting mag alleen door een erkendinstallateur worden uitgevoerd.• De machine moet aan een stopcontact met rand-aarde worden aangesloten.• Een eventuele wijziging in de elektrische huisinstal-latie mag alleen door een erkend elektro-installa-teur worden uitgevoerd.• Lees de aanwijzingen in paragraaf 3.7 aandachtig,voordat u de machine gaat aansluiten.• Controleer na het installeren of de machine niet ophet aansluitsnoer staat.• Als de machine op vaste vloerbedekking wordtgeïnstalleerd, mogen de ventilatie-openingen aande onderkant van de machine niet door het tapijtworden afgedekt.• Het aansluitsnoer mag alleen door onze service-afdeling vervangen worden.• Als de machine niet volgens de voorschriften isgeïnstalleerd, wordt eventuele schade niet door degarantiebepalingen gedekt.2.

143. INSTALLATIE3. 1. UitpakkenVerpakkingsmateriaal dat is gebruikt ominterne onderdelen van de machine tij-dens het transport te beschermen moetverwijderd worden voordat de machinevoor de eerste keer in gebruik wordt ge-nomen. Verwijder al het verpakkingsma-teriaal van de machine. Kantelde machine naar opzij, verwij-der dan de verpakking onder demotor en zet de machine weerrechtop. Kantel de machine naar achte-ren en draai hem een kwart slagop één van de hoeken om detransportbodem te verwijderen. Open het machinedeksel en ver-wijder de transportbeveiligingen het plastic. Sluit het deksel. Gebruik een 10 mm moersleutelom de twee schroeven en af-standhouders achterop te ver-wijderen. U kunt nu de openingen zien diemoeten worden afgesloten metde meegeleverde dopjes; ver-geet niet de dopjes te sluiten.

Controleer of u al deze onder-delen uit de machine hebt ver-wijderd en bewaar ze zodat u zeindien nodig in de toekomstweer kunt gebruiken. Als u wilt dat de wasautomaatop één lijn staat met de keuken-meubelen ernaast, kunt u deslanghouder achterop de was-automaat afsnijden. Laat detwee plaatjes op hun plek. 3. 2. OpstellenZet de wasautomaat op een vlakke harde vloer in eengoed geventileerde ruimte. Zorg ervoor dat de machine niet in aanraking komt metde muur of meubelen. 3. 3. Machine verplaatsenAls u de machine wiltverplaatsen, tilt u hem op z'nrollers door de hendel onderaande machine helemaal naar linkste trekken. Als de machine opde gewenste plek staat, zet u dehendel weer in z'noorspronkelijke stand terug. 3. 4. Waterpas stellenAls de machine waterpas staat voorkomt dat trillen, ge-luid en beweging tijdens het gebruik.

15- Sluit het koppelstuk aan de wa-terkraan aan, let op dat de pak-king goed op z'n plek zit.- Draai de waterkraan open.De watertoevoerslang mag niet verlengd worden. Alsde slang te kort is, neem dan contact op met onze ser-vice-afdeling.3.6. Waterafvoer- Monteer de slanghouder op deafvoerslang.- Plaats de slang in een afvoer-pijp (of in een gootsteen) op eenhoogte tussen 70 en 100 cm.Zorg ervoor dat de slang niet kanwegglijden.Het uiteinde van de afvoerslang moet altijd belucht zijnom te voorkomen dat er water wordt overgeheveld. Belangrijk: de afvoerslang mag in geen geval verlengdworden.Als de slang te kort is, neem dan contact opmet een erkend installateur.3.7.

Elektrische aansluitingVaste aansluiting aan het elektriciteitsnet mag alleendoor een erkend elektro-installateur worden uitge-voerd.Bij het aansluiten moet aan de algemeen en plaatselijkgeldende voorschriften van het elektriciteitsbedrijf striktde hand worden gehouden.Controleer vóór het in gebruik nemen of de op het type-plaatje aangegeven netspanning en stroomsoort over-eenkomen met netspanning en stroomsoort op deplaats van opstelling. Op het typeplaatje vindt u ook devereiste waarde van de installatieautomaat of smeltvei-ligheid in uw groepenkast.De machine mag niet d.m.v. een verlengsnoer wordenaangesloten.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Zanussi lazio stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden