Zanussi fls 883 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Zanussi fls 883 (13 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Zanussi fls 883 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/13
WASCHMASCHINE
LAVE-LINGE
WASAUTOMAAT
FLS 883
BLANCO MUY SUCIO
BLANCO SUCIO NORMAL
E
COLORES RESISTENTES
COLORES DELICADOS
ACLARADOS-BLANQUEADOS
PERFUMADO-SUAVIZADO
CENTRIFUGADO
ALGODON - LINO
1
2
2
3
4
5
6
60º-90°
60º-90°
40º-60°
30º-40°
RESISTENTES MUY SUCIOS
RESISTENTES SUCIO NORMAL
DELICADOS
LANA-SEDA
ACLARADOS DELICADOS
PERFUMADO-SUAVIZADO
DESCARGA
SINTETICOS-MIXTOS-LANA-SEDA
7
8
9
10
11
12
13
40º-60°
30º-60°
30º-40°
40°
FLS-1073C
1
2
3
4
6
8
9
10
11
13
5
7
12
30°
40°
50°
60°
70°
80°
90°
GEBRAUCHSANWEISUNG
MODE D’EMPLOI
GEBRUIKSAANWIJZING
35.292.497/0

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Zanussi
Categorie: Wasmachine
Model: fls 883

Handleiding Zanussi fls 883 – volledige tekst

26Het is uiterst belangrijk dat het bij het apparaat beho-rende instructieboekje bewaard blijft. Zou het apparaatdoor u aan iemand anders gegeven of verkocht wor-den, of zou het apparaat in het huis van waaruit u ver-huist achterblijven, dan dient de nieuwe gebruik(st)erover het instructieboekje en de daarin opgenomen wa-arschuwingen te kunnen beschikken. Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en ander-mans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te hebben,alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik ne-emt. Dit apparaat is bedoeld en gemaakt voor het gebruik do-or volwassenen. Het is gevaarlijk om kinderen het apparaatte laten bedienen of als speelgoed te laten gebruiken. Het is gevaarlijk om, in welke vorm dan ook, dit apparaatof de eigenschappen daarvan te veranderen.

Een eventueel noodzakelijke wijziging aan de elektrischehuisinstallatie ten behoeve van de installatie van dit appara-at, mag uitsluitend door een daartoe bevoegd persoon uit-gevoerd worden. Een eventueel noodzakelijke wijziging van de watertoe-en/of afvoervoorzieningen ten behoeve van de installatievan dit apparaat, mag uitsluitend door een daartoe bevoegdpersoon uitgevoerd worden. Overtuig u ervan dat na de installatie of het verplaatsenhet apparaat niet op het aansluitsnoer staat. Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer af door,afhankelijk van de wijze van installatie, de steker uit hetstopcontact te nemen of de badkamertrekschakelaar op deUIT-stand te schakelen. Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg de betreffendeadviezen in de gebruiksaanwijzing. Kijk, voor u de vuldeur opent, altijd eerst of het waterweggepompt is.

Indien dat niet het geval is, laat de machi-ne dan eerst het water afpompen. Raadpleeg in twijfelgevalde gebruiksaanwijzing. Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig bij het verplaat-sen. Alle delen die tot de transportbeveiliging behoren moetenbeslist verwijderd zijn, alvorens het apparaat in gebruik tenemen.

Ernstige schade aan het apparaat of andere zakenin de omgeving kan het gevolg zijn van het niet of niet ge-heel verwijderen van de transportbeveiliging. De glasdeur kan tijdens het in gebruik zijn zeer heet wor-den. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat zolanghet in werking is. Laat de vuldeur op een kier staan wanneer het apparaatniet gebruikt wordt. Dat is beter voor de rubbermanchet enu voorkomt het ontstaan van een muffe lucht. Was geen artikelen in de wasautomaat die niet voor ma-chinaal wassen geschikt zijn. Raadpleeg het textiel-onder-houdsetiket. Was in twijfelgeval met de hand of informeerbij de leverancier van het artikel. Overtuig u ervan dat, voor u een artikel in de wasauto-maat doet, de borst- en broekzakken leeg zijn, ritssluitingengesloten zijn en eventueel loshangende knopen verwijderdof eerst aangenaaid zijn.

Was geen rafelig of gescheurd go-ed; herstel het voortijds. Verwijder voortijds verf-, inkt-, ro-est- en grasvlekken. Was bh’s met beugels niet in de wa-sautomaat. Objekten zoals munten, veiligheidsspelden, naalden, spij-kers, schroeven en andere harde of scherpe materialen be-horen niet in de wasautomaat; zij kunnen aanzienlijke scha-de veroorzaken. Indien uw wasautomaat aansluitend ook kan drogen,zorgt u dan ervoor dat zich in de trommel geen plastic arti-kel, zoals wasmiddelbol en dergelijke, bevindt; de hete dro-oglucht kan het plastic doen smelten. Met vluchtige stoffen, zoals alcohol, benzine, terpentineen dergelijke, gereinigde artikelen mogen niet in de wasau-tomaat. Indien zulke reinigingsmiddelen gebruikt werdenom voortijds vlekken te verwijderen, dan moet met het was-sen in de wasautomaat gewacht worden tot het artikel volle-dig uitgedampt is.

Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuurs en der-gelijke, in een sloop. Zulke kleine artikelen kunnen tussende trommel en de kuip slippen. Wees voorzichtig met wasverzachter. Een te grote dose-ring kan schade aan het wasgoed toebrengen.

Raadpleegde instructies van de fabrikant van de wasverzachter. Kleine huisdieren hebben de gewoonte in de trommelvan de wasautomaat te kruipen. Hebt u zo’n huisdier, kon-troleer dan eerst en sluit daarna pas de deur. Elk in werking zijnd apparaat kan defekt raken. Het isniet ondenkbaar dat dan, tijdens uw afwezigheid, schadeonstaat. Uw wasautomaat voldoet aan alle, op het moment van pro-duceren bestaande, veiligheidsvoorschriften. Toch advise-ren wij u de machine niet te laten werken wanneer er voorlangere tijd niemand thuis is. Tracht, in geval van een storing of defekt, dit apparaatniet zelf te repareren. Reparaties welke door niet-deskundi-ge personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letselleiden. Raadpleeg ELGROEP SERVICE.

27INSTALLATIETransportbeveiligingVoor u de machine in bedrijf neemt, moeten detransportbeveiligingen verwijderd zijn. Bewaar devrijgekomen materialen van de transportbeveiliging. Zemoeten weer worden aangebracht bij eventuele verhuizing.Voor het verwijderen gaat u als volgt te werk:1. Verwijder met een sleutelde drie bouten uit deachterkant van demachine.2. Leg de machineachterover. Laat hemdaarbij op de polystyreneverpakkingsbodemleunen. Let op dat de ude slangen nietbeschadigd.3. Verwijder de plasticopvulstukken uit demachine. Trek naar hetmidden en naar u toe.Eerst de linker (1) endan de rechter (2).4. Zet de machine weerrechtop en verwijder dedrie plastic hulzen uit deachterkant van demachine.5.

Dicht de drie vrijgekomengaten met demeegeleverde pluggen.U vindt ze in deenveloppe waar ookdeze gebruikaanwijzingin zat.WatertoevoerDe toevoerslang moetworden aangesloten opeen KOUD-WATER kraanmet een 3/4” schroefdraad.Wat ons betreft hoeft dekraan niet “belucht” te zijn(de machine is voorzienvan een eigen beluchter),maar het kan zijn dat degemeente waar u woontdat toch eist.Draai, nadat u eerst het afdichtringetje “A” in de wartelgelegd hebt, de wartel stevig op de kraan.Het andere eind van de slang, aan de machinekant, kunt unaar alle richtingen verdraaien: wartel iets losdraaien, slangrichten en wartel weer stevig vastdraaien.Mocht het u bekend zijn dat de waterleidingdruk soms zeerhoog is, leg dan een gummi kraanschijf 3/4”, 23x4mm in dewartel aan de machinekant.De toevoerslang mag niet verlengd worden.

28WaterafvoerDe bocht van de slang kunt u op drie manierenplaatsen:Over de rand van eenwasbak. U moet danervoor zorgen dat debocht niet, door het sneluitstromende water, vande rand kan schieten. Bijvoorbeeld met eentouwtje aan de kraan ofaan een haak in de muurophangen. In een aftakking van de wasbakafvoer. De aftakkingmoet van een sifon (stankafsluiter) voorzien zijn enzodanig gemaakt, dat de bocht van de slang zich optenminste 60 cm van de vloer waarop de machine staatbevindt. In een afvoerpijp. Wij adviseren een standpijp vantenminste 60 cm hoog. De hoogte mag echter niet meerdan 90 cm zijn. Het uitstroomeind van de slang moet altijd belucht zijn,dat wil zeggen dat de binnendiameter van de pijp grotermoet zijn dan de buitendiameter van het slangeind. U mag de afvoerslang verlengen. Het verlengstuk magniet langer dan 1,5 m zijn.

Gebruik een verlengslang vandezelfde binnendiameter en een originele koppeling. Deverlengde slang legt u vanuit de machine over de vloeren pas bij de afvoermogelijkheid naar omhoog. Waterpas stellen Het is van belang dat demachine waterpas enstevig tegen de vloerstaat. Waterpas stellendoet u, nadat de machineop z’n definitieve plaatsstaat, door het in- ofuitdraaien van één ofmeerdere stelvoeten. Draai na het stellen decontramoeren van devoetjes stevig tegen demachinebodem. Elektrische aansluittingControleer op het typeplaatje of de machine voor220. 230V/50Hz gemaakt is. De machine is voorzienvan een drie-aderig aansluitsnoer en steker metaardcontacten. De steker mag u uitsluitend plaatsen ineen stopcontact met (aangesloten en functionerende)aardcontacten. U mag het aansluitsnoer niet verlengen. Indien het tekort blijkt te zijn, laat uw installateur dan het stopcontactverplaatsen.

Het gebruik van verlengsnoer ofkabelhaspel is gevaarlijk en daarom niet toegestaan. In bad- of doucheruimten moet doorgaans eenzogeheten “vaste aansluiting” gemaakt worden. Raadpleeg uw installateur.

291. Wasmiddelhouder SymbolenVakje voor het voor-wasmiddel.Vakje voor het ho-ofdwasmiddel.Vakje voor een(vloeibare) 2. Lampje “in bedrijf”Het lampje brandt zodra u de machine inschakelt engaat uit aan het einde van het programma.3. Toets “spoelstop”Indien u deze toets indrukt zullen defijnwasprogramma’s eindigen met het laatstespoelwater in de kuip. Om daarna het water af tepompen en het wasgoed uit het apparaat te halen,drukt u nogmaals op deze toets.4. Toets “centrifugeren”Door het voortijds indrukken van deze toets zal demachine met 400 in plaats van 800/min centrifugeren.5. Toets “klein wasje”Door het voortijds indrukken van deze toets gebruiktde machine minder spoelwater in de programma’svoor katoen en linnen.Wij adviseren u deze toets in tedrukken indien de trommel voor minder dan de helftmet wasgoed gevuld is.6.

TemperatuurknopMet deze draaiknop stelt u voortijds de gewenstesoptemperatuur in. In de programmatabel hebben wijadviestemperaturen gegeven. U bepaalt echter zelfde werkelijk door u gewenste temperatuur. U kuntook koud wassen, door de knop op het sterretjete draaien.7. ProgrammaknopMet deze knop kiest u, rechtsom draaiend, hetgewenste programma. Zie de programmatabel.Daarna start u de machine door de knop uit tetrekken. Door de knop in te drukken stopt u demachine.1/2BEDIENING1 2 67354Het bedieningspaneelEW22Fig. 11

30GEBRUIK1. TROMMEL BELADENDoe elk stuk wasgoed apart in de trommel. Haalopgevouwen wasgoed eerst uit elkaar. Overlaad (proppen)de trommel niet. Gebruikt u een doseerbol of -zakje, vul datdan nu met wasmiddel en plaats het op het wasgoed. Drukde deur goed dicht in het slot.2. WASMIDDEL DOSERENTrek de wasmiddelhouderuit het bedieningspaneeltot hij stuit. Strooi deafgemeten hoeveelheidpoeder in het vakje voorde hoofdwas . Als ugeen voorwas doet, magdit ook een vloeibaarwasmiddel zijn, mits u demachine direct daarnastart.Gaat u ook voorwassen, strooi dan ook een afgemetenhoeveelheid poeder in het vakje voor de voorwas3. WASVERZACHTER DOSERENIndien u van een(vloeibare) wasverzachtergebruik maakt, giet datdan in het vakje voor dewasverzachter Overschrijd de markering“MAX” niet.4. TEMPERATUUR KIEZENKies met de draaiknop voor de temperatuur de gewenstesoptemperatuur.5.

PROGRAMMA KIEZENKies met de draaiknop, rechtsom draaiend, het gewensteprogramma. Draait u te ver, dan niet terugdraaien, maarrechtsom opnieuw kiezen.6. STARTENControleer vóór u de programmaknop uittrekt of:- de vuldeur goed gesloten is,- de steker in het stopcontact zit of de installatieschakelaarop AAN staat,- de kraan opengedraaid is en - de afvoerslang goed in de afvoer steekt.Trek de programmaknop uit: het controlelampje gaatbranden en de machine start even later met wateropnemen.7. STOPPENDe machine stopt automatisch zodra het programmabeëindigd is. Druk de programmaknop in om de machinegeheel uit te schakelen: het controlelampje gaat uit.Wacht 2 tot 3 minuten. Die tijd heeft de elektrischevergrendeling van de vuldeur nodig om het slot teontgrendelen.

32ADVIEZEN VOOR HET WASSENSorteer de was per soort van stof, vuilgraad ofkleurensterkte. Verwijder voortijds de haken van de vitrage, of doe deboord met de haken in een geschikte zak en sluit deze. Was gekleurd goed eerst een keer apart. Indien u artikelen in de machine doet die op verschillendetemperaturen kunnen gewassen worden, kies dan delaagste temperatuur. Was bontwas niet samen met kookwas. Voor wol gebruikt u uitsluitend kleine hoeveelhedenneutraal wasmiddel. Alleen de wolartikelen die het etiketdragen “Zuiver scheerwol, wasecht, krimpvrij” kunnenmachinaal gewassen worden met het specialewolprogramma. Andere soorten wol kan u beter met dehand wassen of laten stomen. Behandel moeilijke vlekken zoals fruit, wijn, gras, bloed,roest, enz. voortijds met een geschikte vlekoplosser.

Hetdient aanbeveling dit soort vlekken zo vlug mogelijk tebehandelen, want hoe langer u wacht, des te meer moeitezal u hebben om ze te verwijderen. Als de machine klaar is, moet u het natte wasgoed zo vlugmogelijk uithangen. Gebreide of wollen kledingstukken worden horizontaal in deschaduw gedroogd en nooit opgehangen. Meestal zijn kledingstukken voorzien van een etiket waaropsymbolen vermeld staan die de meest passendebehandeling en het geschikte wasprogramma aangeven. Lees deze aandachtig en volg de desbetreffendeaanwijzingen. De volgende tabel verklaart de betekenis van dezesymbolen. DE HOEVEELHEID WASGOEDControleer bij elke wasbeurt, de hoeveelheid wasgoed die uin de machine doet.

Wegen is omslachtig, daarom geven wij u een anderhulpmiddel:katoen en linnen: volle trommel maar niet proppensterke synthetika: niet meer dan tweederde trommelfijnwas en wol: niet meer dan een halve trommelTEMPERATURENWitte artikelen wast u best op een temperatuur van 60 ºwassen. Indien het wasgoed niet erg vuil is, is 60ºvoldoende en bespaart u veel elektrische energie. Meestalis 40 º voldoende voor bontwasartikelen met bestendigekleuren die op 60º kunnen gewassen worden.

Als u lichte en donkere bontwas samenwast, mag u detemperatuur niet hoger dan 40º stellen. Witte synthetika en lichte bontwas kunnen op 60º gewassenworden maar meestal is 40º voldoende als het wasgoedniet erg vuil is. Donker gekleurde synthetica, fijnwas en wol moetengewassen worden op minder dan 40º. Indien één van deetiketten een temperatuur van 30º aanbeveelt, kies dan 30ºvoor deze wasbeurt.

34ONDERHOUDNeem vóór u met schoonmaken begint de steker uit hetstopcontact of schakel de installatieschakelaar op UIT.WASMIDDELHOUDERWasmiddelen en wasverzachter koeken aan. Datveroorzaakt lekkage en storingen bij het inspoelen van hetwasmiddel.Trek de houder naar voren tot hij stuit en trek hem dan meteen korte ruk door de stuit uit het bedieningspaneel.Maak hem onder de stromende kraan schoon.Maak de behuizing, ook het plafond daarvan, schoon meteen oude tandenborstel.Plaats de houder terug en druk hem door de stuit weer inhet paneel.PLUIZENFILTEROm beschadigen van deafvoerpomp te voorkomen,vangt het pluizenfiltertijdens het afpompen grovepluis en kleine voorwerpenop. Wij adviseren u hetfilter regelmatig tecontroleren, zeker na hetwassen van goed dat vaakrafelt of pluist, zoalsmolton.Zet een opvangschaaltje onder het klepje.

Draai het filter linksom los, neem het uit de machine enmaak het onder de stromende kraan schoon.Plaats het terug en draai het rechtsom stevig vast.TOEVOERFILTERTJEAls de machine lang over het water opnemen doet of in hetgeheel geen wateropneemt, kan hettoevoerfiltertje verstopt zijn.Draai de kraan dicht.

Draaide slangwartel aan demachinekant los.Neem, met eenplatbektang, het filtertje uitz’n behuizing en maak meteen borsteltje schoon.Plaats het terug en draai de slangwartel weer stevig op demachine.BEVRIEZINGSGEVAARStaat de machine in een ruimte waar het kan vriezen, danmoet u na het wassen de volgende maatregelen nemen:• Draai de kraan dicht en schroef de slangwartel van dekraan.• Kies het wasverzachterprogramma (of een willekeurigwasprogramma) en laat dat circa een minuut werken.Daarmee leegt u slangen aan de toevoerkant.• Leg de afvoerslang over de vloer met het uitstroomeind ineen schaal of in een afvoerputje.• Kies het afpompprogramma en laat het werken tot demachine normaal stopt.• Sluit de toevoerslang weer op de kraan aan en laat dekraan dicht. Plaats de afvoerslang in de afvoer terug.P0341Fig. 11 Fig. 12Fig. 13Fig. 14

35ALS ER IETS NIET GOED GAATEen storing ligt vaak aan een kleinigheid. Het is de moeitewaard om eerst zelf te proberen de oorzaak op te sporenen het euvel te verhelpen. Lukt dat niet, dan kunt uvanzelfsprekend een beroep op onze servicedienst doen. Houd in dat geval de merknaam en het modelnummer bijde hand; de servicedienst zal u erom vragen. Er staat elektrische spanning op demachinemantel(Dat is ook zonder defect het geval en wordt veroorzaaktdoor het ingebouwde ontstoringsfilter. )• U gebruikt een verkeerd stopcontact of deaardcontacten van het stopcontact zijn niet aangesloten. Gebruik een “randaarde-stopcontact” of laat uwinstallateur daarin voorzien. Machine start niet(lampje brandt ook niet)• Is de groepzekering defect. Kan ook zonderaantoonbare oorzaak het geval zijn. • Is de trommeldroger op dezelfde groep aangesloten.

Als dat zo is en hij staat óók aan, dan is dat samenteveel voor een 16A-groep. • Vuldeur niet goed gesloten. Doe hem nogeens dicht. • Stopcontact onderbroken. Probeer dat even uit met eenander elektrisch apparaat. • Trekschakelaar (indien aanwezig) defekt. Als lampje opschakelaar niet brandt: laten nazien. • Schakel de machine nogeens UIT en weer IN. Machine neemt geen water(lampje brandt wel)• Kraan nog niet open. • Toevoerslang geknikt. • Geen druk op de waterleiding. Probeer dat uit: kraandicht, slangwartel van de machine-aansluiting draaien,emmer onder de slang zetten en kraan openen. • Toevoerfiltertje verstopt. Als er wel normaal water uit deslang komt, trek dan met een platbektang het filtertje uitde machine-aansluiting. Maak het, indien nodig, schoon.

• Is de afvoer echter volgens het installatievoorschriftgemonteerd, dan is er wèl sprake van eenmachinedefect. Raadpleeg de servicedienst. Machine pompt niet af en/ofcentrifugeert niet• Pluizenzeef verstopt. Juist omdat het steeds schoonblijkt te zijn, gaat u het af en toe controleren vergetenen dan gebeurt het een keer. • Knik in de afvoerslang. • Afvoerslang luchtdicht met afvoerpijp verbonden. Magniet, afvoerslang moet “belucht” zijn. Er ligt water onder of naast de machine• Rubber afdichtringetje ontbreekt in een slangwartel. • Eén of beide slangwartels van de toevoerslang is/zijnniet goed vastgedraaid. Bij een niet goed vastgedraaidekraanwartel loopt het lekwater vrijwel onzichtbaar langsde toevoerslang. Daarom lijkt het alsof de lekkageergens anders vandaan komt. • Wasmiddelhouder is verstopt door aangekoektwasmiddel of wasverzachter.

De houder regelmatiguitwassen onder de stromende kraan en de behuizingschoonmaken. • Verkeerd of teveel wasmiddel gebruikt. • Verhuisd van hardwatergebied naar zachtwatergebied. Dan minder wasmiddel doseren. • Sifon in de afvoerpijp verstopt. Schoonmaken ofloodgieter raadplegen. Machine dreunt of is erg luidruchtig• Transportbeveiliging is niet of niet volledig verwijderd. • Er staat een stelvoet niet stevig tegen de vloer. • De vloer is niet van steen of beton. Houten vloer moet(doorgaans) ter plaatse verstevigd worden. • Staat de machine met z’n achterkant tegen een richel ofbuis (waterleiding, gasleiding). Machine iets naar vorentrekken. • Staat de machine met krappe ruimte tussenkeukenkastjes. Ruimte tussen machinewanden enkeukenkastjes vergroten of machine ergens mee klemzetten.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Zanussi fls 883 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden