Yamaha Yamaha RN-301S Handleiding

Yamaha Receiver Yamaha RN-301S

Bekijk gratis de handleiding van Yamaha Yamaha RN-301S (382 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Yamaha Yamaha RN-301S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/382
Printed in Malaysia ZN43970
© 2014 Yamaha Corporation
Network Receiver
Réseau Ampli-Tuner
OWNER’S MANUAL
MODE D’EMPLOI
BEDIENUNGSANLEITUNG
BRUKSANVISNING
MANUALE DI ISTRUZIONI
MANUAL DE INSTRUCCIONES
GEBRUIKSAANWIJZING
ИНСТРУКЦИЯ ПО ЭКСПЛУАТАЦИИ
G
_R-N301_G_cv.fm Page 1 Wednesday, July 16, 2014 4:29 PM

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Receiver
Model: Yamaha RN-301S

Handleiding Yamaha Yamaha RN-301S – volledige tekst

LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. i Nl1Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg, ten behoeve van voldoende ventilatie, minimaal voor de volgende vrije ruimte. Boven: 30 cmAchter: 20 cmZijkanten: 20 cm3Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv.

in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel:– Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz.

zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.

7Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade. 9Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.

13 Om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert. 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Lees het hoofdstuk “Foutopsporing” in de handleiding over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u A naar beneden te drukken om dit toestel uit te schakelen, waarna u de stekker uit het stopcontact dient te halen.

18 Er zal zich condens vormen wanneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust. 19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt, kan het warm worden.

Schakel het toestel uit en laat het afkoelen. 20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken. 21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. Gooi de batterijen weg volgens de in uw regio geldende regelgeving. 22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade. Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik. Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt. Zolang het toestel op de netvoeding is aangesloten, is het niet losgekoppeld van de voeding, zelfs als het toestel uitgeschakeld is met A of als u het in wachtstand hebt gezet met de A-toets op de afstandsbediening.

In deze toestand is het toestel ontworpen om een uiterst kleine hoeveelheid stroom te verbruiken. WAARSCHUWINGOM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. LET OPOntploffingsgevaar indien de batterij niet op de juiste manier vervangen wordt. Vervang uitsluitend door een batterij van hetzelfde of een vergelijkbaar type. Nederlands.

1 NlVOORBEREIDINGENINLEIDINGBASISBEDIENINGAANVULLENDE INFORMATIEGEAVANCEERDE BEDIENINGNederlandsINLEIDINGWat u kunt doen met dit toestel. 2Bronnen die op dit toestel afgespeeld kunnen worden. 2Apparaten waarmee u dit toestel kunt bedienen. 3Bediening via uw mobiele apparaat. 3Bijgeleverde accessoires. 4Bedieningselementen en functies. 5Voorpaneel. 5Display voorpaneel. 6Achterpaneel. 7Afstandsbediening. 8De afstandsbediening gebruiken. 9VOORBEREIDINGENAansluitingen. 10Luidsprekers en broncomponenten aansluiten. 10De luidsprekers aansluiten. 11De FM- en AM-antennes aansluiten. 12Op een netwerk aansluiten. 13Het netsnoer aansluiten. 13Uw netwerkapparaten instellen. 14BASISBEDIENINGAfspelen. 15Een bron afspelen. 15De slaaptimer gebruiken. 16Luisteren naar FM/AM-radio. 17FM/AM afstemmen. 17Automatische voorkeuze-afstemming (alleen FM-stations). 18Handmatige voorkeuze voor afstemming.

18Een voorkeuzestation terugroepen. 19Een voorkeuzestation wissen. 19Radio Data System afstemmen. 20De Spotify-service gebruiken. 21Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS). 22Het delen van muziekbestanden via media instellen. 22Afspelen van pc-muziekinhoud. 23Luisteren naar internetradio. 25Favoriete internetradiostations registreren (bookmarks). 26Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk (AirPlay). 27Weergave van iPod/iTunes-muziekinhoud. 27Informatie wisselen op het display van het voorpaneel. 29GEAVANCEERDE BEDIENINGAfspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu Option). 30Option-menu-items. 30Verschillende functies configureren (menu Setup). 32Onderdelen van het menu Setup. 32Network Setup. 33Tone Control. 34Balance. 34Max Volume. 34Initial Volume. 34DC OUT. 34De systeeminstellingen configureren (ADVANCED SETUP-menu).

35Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP. 35De standaardinstellingen herstellen (INIT). 35De firmware bijwerken (UPDATE). 35De versie van de firmware controleren (VERSION). 35De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk.

36AANVULLENDE INFORMATIEFoutopsporing. 37Foutindicaties op display voorpaneel. 41Handelsmerken. 42Technische gegevens. 43Index. 44(aan het einde van deze handleiding)Informatie over softwarelicenties van derden. iInhoud•y geeft een bedieningstip aan. • In deze handleiding wordt de bediening met de meegeleverde afstandsbediening uitgelegd. • In deze handleiding worden de “iPod”, “iPhone” en “iPad” allemaal aangeduid met “iPod”. “iPod” verwijst naar “iPod”, “iPhone” en “iPad”, tenzij anderszins wordt aangegeven.

Wat u kunt doen met dit toestel2 NlDit toestel is een netwerkontvanger waarmee u muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw mediaserver (pc of NAS), audio-inhoud op internetradio, Spotify, AirPlay-apparaten (iPod/iTunes) kunt afspelen door het toestel en het gewenste audiosysteem aan te sluiten op uw thuisnetwerk (DLNA).* U hebt een in de handel verkrijgbare Wi-Fi-breedbandrouter nodig als u een iPod/Android gebruikt.1Internetradio afspelen (p.25)2Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw pc afspelen (p.22)3Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw NAS afspelen (p.22)4Uw iPod met AirPlay afspelen (p.27)5Spotify-apparaat afspelen (p.21)6Uw externe component afspelen (p.10)7Luisteren naar FM/AM-radio (p.17)yRaadpleeg “Aansluitingen” (p.10) voor meer informatie over het aansluiten van apparaten.Wat u kunt doen met dit toestelBronnen die op dit toestel afgespeeld kunnen wordenFM/AMFM/AMSTANDBY/ONVOLUMERETURNPUSH - ENTERTUNINGPRESETFM/AMMEMORYBASSTREBLEINPUTFM MODEDISPLAYSELECTPHONESSPEAKERSABDit toestel (R-N301)1 InternetModemBreedbandrouter*2 PC3 NAS 4 iPod (AirPlay)*5 iPod/Android (Spotify)*6 CD-speler, enz.7INLEIDING

Wat u kunt doen met dit toestel3 NlINLEIDING Nederlands* U hebt een in de handel verkrijgbare Wi-Fi-breedbandrouter nodig als u een mobiel apparaat gebruikt.ADit toestel bedienen met een mobiel apparaat (p.3).BDit toestel bedienen met de afstandsbediening.Zodra de app “NETWORK PLAYER CONTROLLER” op uw mobiele apparaat is geïnstalleerd, kunt u het toestel met het mobiele apparaat bedienen.Functies• In-/uitschakelen of een andere basisbediening• De muziekbron wijzigen• Nummers selecteren, weergeven en stoppen• Nummers weergeven die op apparaten staanU kunt de app of de nieuwste informatie downloaden, naar de App Store of Google Play gaan en zoeken naar “NETWORK PLAYER CONTROLLER”.Apparaten waarmee u dit toestel kunt bedienenBediening via uw mobiele apparaatSTANDBY/ONVOLUMERETURNPUSH - ENTERTUNINGPRESETFM/AMMEMORYBASSTREBLEINPUTFM MODEDISPLAYSELECTPHONESSPEAKERSABABBreedbandrouter*Mobiel apparaat* (iPod, Android) Afstandsbediening

Bijgeleverde accessoires4 NlControleer of de volgende accessoires bij het product zijn geleverd. ■Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen• Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. • Laat de afstandsbediening niet vallen. • Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen:– zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad– zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis– zeer koude plaatsen– stoffige plaatsen• Plaats de batterijen in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen (+ en -). • Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt. • Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen.

• Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen de oude batterijen gaan lekken. • Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Lees de verpakking aandachtig omdat deze verschillende types batterijen dezelfde vorm en kleur kunnen hebben. • Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen. • Bewaar de batterijen op een locatie buiten bereik van kinderen.

• Als u van plan bent het toestel niet te gebruiken gedurende een lange periode, dient u de batterijen uit het toestel te verwijderen. Anders zullen de batterijen verslijten wat mogelijk resulteert in lekkage van batterijvloeistof waardoor het toestel beschadigd kan raken. • De batterijen niet met algemeen huishoudelijk afval wegwerpen. Werp ze juist weg, volgens de lokale reguleringen. Bijgeleverde accessoiresSETUPPOP-UP MENUAMFMMODELINE 1COAXIALOPTICALNETLINE 2 LINE 3TUNERCDPRESETTUNINGDIMMERSLEEPBASPEAKERSHOMENOW PLAYINGMUTEOPTIONDISPLAY REPEAT SHUFFLEVOLUMERETURNENTERAfstandsbediening FM-antenneAM-antenne Batterijen (x2) (AAA, R03, UM-4).

Bedieningselementen en functies5 NlINLEIDING Nederlands1A (aan/uit)Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by). In de stand-bymodus verbruikt dit toestel een kleine hoeveelheid voeding om van de afstandsbediening infraroodsignalen te ontvangen. 2PHONES-aansluitingVoert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt luisteren. 3SPEAKERS A/BSchakelt, elke keer dat de overeenkomende toets wordt ingedrukt, de luidsprekerset in of uit die is aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel. 4DISPLAYSelecteert de informatie die wordt weergegeven op de display op het voorpaneel (p. 29). 5AfstandsbedieningssensorDeze ontvangt de signalen van de afstandsbediening. 6STANBY/ON-lampjeBrandt als volgt:Helder brandend: toestel staat aanGedempt: stand-bymodus7FM MODEStel de FM-bandontvangstmodus in op automatische stereo of mono-ontvangst (p. 17).

8MEMORYSlaat het huidige FM/AM-station als voorkeuze op als TUNER als signaalbron wordt geselecteerd (p. 18). 9FM/AMHiermee schakelt u tussen FM en AM (p. 17). 0Display voorpaneelGeeft informatie weer over de bedrijfsstatus van het toestel. APRESET j / iSelecteert een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p. 19). BTUNING jj / iiSelecteert de afstemmingsfrequentie als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p. 17). CBASS +/–Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p. 16). DTREBLE +/–Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p. 16). EINPUT l / hHiermee kiest u de signaalbron waar u naar wilt luisteren.

FSELECT/ENTER (stapgewijze keuzeknop)Draai de keuzeknop om een numerieke waarde of instelling te selecteren en druk vervolgens op de keuzeknop om te bevestigen. GRETURNKeert terug naar de vorige indicatie op het voorpaneelscherm. HVOLUME-regelaarVerhoogt of verlaagt het geluidsniveau.

Bedieningselementen en functies6 Nl1InformatieweergaveGeeft de huidige status weer (zoals naam van ingang en naam van geluidsmodus).U kunt de weergegeven informatie wisselen als u op DISPLAY drukt (p.29).2STEREOGaat branden als het toestel een stereo FM-radiosignaal ontvangt.3TUNEDGaat branden als het toestel een signaal van een FM/AM-station ontvangt.4Luidsprekerindicators“SP A” gaat branden als de SPEAKERS A-uitgang is ingeschakeld en “SP B” brandt als de SPEAKERS B-uitgang is ingeschakeld.5MUTEKnippert als de audio is gedempt.6SLEEPGaat branden als de slaaptimer is ingeschakeld.yU kunt het helderheidsniveau van de display op het voorpaneel wijzigen door op de afstandsbediening op DIMMER te drukken (p.8).Display voorpaneelSTEREO SPMUTEATUNEDSPSLEEPB142 3 5 6

Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het AV-accessoire voor meer informatie.3NETWORK-aansluitingVoor het aansluiten op een netwerk (p.13).4NetsnoerVoor de aansluiting op een stopcontact (p.13).5OPTICAL-aansluitingVoor de aansluiting op audiocomponenten die van optische digitale uitgangen zijn voorzien (p.10).6COAXIAL-aansluitingVoor de aansluiting op audiocomponenten die van coaxiale digitale uitgangen zijn voorzien (p.10).7CD-aansluitingenVoor de aansluiting op een cd-speler (p.10).8LINE 1-3 aansluitingenVoor de aansluiting op analoge audiocomponenten (p.10).9SPEAKERS-aansluitingenGebruikt om luidsprekers aan te sluiten (p.11).AchterpaneelABPB12 3RECSPEAKERSCD LINEANTENNAFM AM75ΩDC OUT5V0.5ANETWORKDIGITALCOAXIALOPTICAL68 9512347

Bedieningselementen en functies8 Nl1InfraroodsignaalzenderVerzendt infrarode signalen. 2SLEEPStelt de slaaptimer in (p. 16). 3DIMMERWijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm. Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken. 4SPEAKERS A/BSchakelt de luidsprekers in en uit die zijn aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel van het toestel wanneer u op de betreffende toets drukt. 5SignaalkeuzetoetsenHiermee selecteert u een signaalbron voor weergave. COAXIAL COAXIAL-aansluitingOPTICAL OPTICAL-aansluitingNET NETWORK-aansluiting (druk hier herhaaldelijk op om de gewenste netwerkbron te selecteren)LINE 1-3 LINE 1-3 aansluitingenTUNER FM/AM-tunerCD CD-aansluitingen6RadiotoetsenDe FM/AM-radio bedienen (p. 17). MODE Hiermee schakelt u tussen “Stereo” en “Mono” voor ontvangst van FM-radio (p. 17).

FM Hiermee schakelt u naar FM-radio. AM Hiermee schakelt u naar AM-radio. TUNING jj / ii Hiermee selecteert u de radiofrequentie. PRESET j / iHiermee selecteert u een voorkeuzestation. 7POP-UP MENUDeze knop is niet beschikbaar voor dit toestel. 8MenutoetsenCursortoetsen Hiermee selecteert u een menu of parameter. (B/C/D/E)ENTER Hiermee bevestigt u een geselecteerd item. RETURN Keert terug naar de vorige status. 9SETUPGeeft het menu “Setup” weer (p. 32). 0VOLUME-toetsenHiermee past u het volume aan. AOPTIONGeeft het menu “Option” weer (p. 30). BDISPLAYSchakelt tussen informatie die op de display op het voorpaneel wordt getoond. CA (aan/uit)Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by). DNOW PLAYINGToont de afspeelinformatie op het voorpaneel. EHOMEToont menu op topniveau op de display op het voorpaneel. FMUTEDempt de audioweergave.

Bedieningselementen en functies9 NlINLEIDING Nederlands■Batterijen plaatsen• Verander alle batterijen indien het operatiebereik van de afstandsbediening verkleint.• Voordat u nieuwe batterijen plaatst, veeg het compartiment schoon.■WerkingsbereikDe afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit.Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel richt.De afstandsbediening gebruikenOpmerkingen21330° 30°AfstandsbedieningOngeveer6 m

10 NlVOORBEREIDINGEN• Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten zijn voltooid.• Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) naar L, R (rechts) naar R, “+” naar “+” en “–” naar “–”. Als de aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten.• Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.AansluitingenLuidsprekers en broncomponenten aansluitenLET OPOpnameapparaten aansluitenU kunt audio-opnameapparaten met de LINE 3 (REC)-aansluitingen verbinden.

Deze aansluiting voert de geselecteerde ingangssignalen uit (van COAXIAL, OPTICAL, LINE 1-2, TUNER en CD).• Zorg dat de LINE 3 (REC)-aansluitingen alleen worden gebruikt om opnameapparatuur aan te sluiten.• Als u LINE 3 als de signaalbron selecteert, wordt de audioweergave van de LINE 3 (REC)-aansluitingen gedempt.ABPB12 3RECSPEAKERSCD LINEANTENNAFM AM75ΩDC OUT5V0.5ANETWORKDIGITALCOAXIALOPTICALOCAudio-uitgangCD-spelerTV enz.Luidsprekers AAudio-uitgang(digitaal coaxiaal) Audio-ingangAudio-uitgangLuidsprekers BCD-recorder, enz.Audio-uitgang (digitaal optisch)BD/DVD-speler, enz.Opmerkingen

11 NlAansluitingenVOORBEREIDINGENNederlands■De luidsprekerkabels aansluitenLuidsprekerkabels zijn voorzien van twee draadjes. Het ene draadje dient voor de verbinding met de negatieve (-) aansluiting van het toestel, het andere dient voor de positieve (+) aansluiting. Als de draden zijn voorzien van kleurmarkering om verwarring te voorkomen, verbindt u het zwarte draden met de negatieve aansluiting en het andere draden met de positieve aansluiting. aVerwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van de luidsprekerkabel en draai de blootliggende draden van de kabel stevig in elkaar. bMaak de luidsprekeraansluiting los. cSteek de blootliggende draadjes van de kabel in de opening aan de zijkant (bovenaan rechts of onderaan links) van de aansluiting. dMaak de aansluiting vast.

■Dubbel bedrade aansluitingEen dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier klemaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de luidsprekerkast in twee onafhankelijke delen gesplitst. Met deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen. Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere set aansluitingen. Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen. Raadpleeg de handleidingen van de luidsprekers voor meer informatie.

12 NlAansluitingenBij dit toestel zijn antennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. Over het algemeen zouden deze antennes voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen.Als u last heeft van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren.

Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.■De meegeleverde AM-antenne monteren ■De draden van de AM-antenne aansluitenDe FM- en AM-antennes aansluitenOpmerkingPB12 3RECCD LINEANTENNAFM AM75ΩDC OUT5V0.5ADIGITALCOAXIALOPTICALFM-antenne (meegeleverd)AM-buitenantenneGebruik 5 tot 10 meter met plastic geïsoleerd draad dat u uit een raam naar buiten spant.FM-buitenantenne• De AM-antenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM-buitenantenne op dit toestel is aangesloten.• De AM-antenne meot van dit toestel af worden geplaatst.AM-antenne (meegeleverd)

13 NlAansluitingenVOORBEREIDINGENNederlandsU kunt op het toestel genieten van internetradio of muziekbestanden die zijn opgeslagen op mediaservers, zoals pc’s en op netwerk aangesloten opslag (Network Attached Storage, NAS).Sluit het toestel aan op de router met een in de handel verkrijgbare STP-netwerkkabel (rechte kabel van CAT-5 of hoger).y• Als u een router gebruikt die de DHCP-functie ondersteunt, hoeft u geen netwerkinstellingen voor het toestel te configureren, omdat de netwerkparameters (zoals het IP-adres) er automatisch aan worden toegewezen.

U hoeft de netwerkinstellingen alleen te configureren als uw router geen DHCP ondersteunt of als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren (p.33).• In “Information” (p.33) in het menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.• Bepaalde beveiligingssoftware die op uw pc is geïnstalleerd of de firewallinstellingen van netwerkapparaten (bijvoorbeeld een router) kunnen de toegang van het toestel tot de netwerkapparaten of internet blokkeren.

In deze gevallen dient u de instellingen van de beveiligingssoftware of firewall op de juiste wijze te configureren.• Elke server moet zijn aangesloten op hetzelfde subnetwerk als het toestel.• Als u de service via internet wilt gebruiken, wordt een breedbandverbinding ten zeerste aanbevolen.Als u alle aansluitingen hebt uitgevoerd, sluit u het netsnoer aan.Op een netwerk aansluitenABPB12 3RECSPEAKERSCD LINEANTENNAFM AM75ΩDC OUT5V0.5ANETWORKDIGITALCOAXIALOPTICALLANWANNetwork Attached Storage (NAS)InternetModemRouterNetwerkkabelPCHet toestel (achterzijde)Mobiel apparaat (zoals iPhone)OpmerkingenHet netsnoer aansluitenOp een wandstopcontact

14 NlAansluitingenConfigureer de met het netwerk verbonden apparaten om muziekbestanden af te spelen op uw apparaten, of configureer uw mobiele apparaat om dit toestel te bedienen. Gebruik de volgende configuraties naar wens. yRaadpleeg de handleiding van uw netwerkapparaten voor meer informatie over de internetaansluiting. ❚U wilt muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw pc afspelenU dient de instelling voor het delen van media op de pc te configureren. Configureer de instellingen voor het delen van media voor muziekbestanden in Windows Media Player 12. Voor meer informatie over de instelling voor delen raadpleegt u “Het delen van muziekbestanden via media instellen” (p. 22). yU kunt Windows Media Player gebruiken om bedieningshandelingen op uw pc uit te voeren. Raadpleeg de helpfunctie van Windows Media Player voor meer informatie.

❚U wilt muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw NAS afspelenU dient de instelling voor het delen van media op de NAS te configureren. De instelhandelingen verschillen afhankelijk van de NAS. Raadpleeg de handleiding van de NAS. y• Als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren, dient u na te gaan of u een IP-adres gebruikt dat niet door andere netwerkapparaten in het netwerk wordt gebruikt. • Als u DHCP gebruikt en automatisch de nodige netwerkinformatie verkrijgt (bv. IP-adres). We adviseren u om DHCP voor de NAS in te schakelen. ❚U wilt iPod/iTunes afspelen met AirPlaySelecteer dit toestel via uw iPod of via iTunes (p. 27). Controleer de router waarmee de iPod/iTunes verbinding maakt is verbonden met hetzelfde netwerk als dit toestel. ❚U wilt het toestel bedienen met uw mobiele apparaatU moet de bijbehorende toepassing downloaden en installeren (p. 3).

y• Als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren, dient u na te gaan of u een IP-adres gebruikt dat niet door andere netwerkapparaten in het netwerk wordt gebruikt. • Als u DHCP gebruikt en automatisch de nodige netwerkinformatie verkrijgt (bv.

15 NlBASISBEDIENINGNederlandsBASISBEDIENING1Druk op A (aan/uit) om dit toestel in te schakelen.2Druk op de INPUT l / h-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de signaalkeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de signaalbron te kiezen waarnaar u wilt luisteren.3Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening om luidsprekers A en/of B te kiezen.Als luidsprekerset A of luidsprekerset B is ingeschakeld, wordt overeenkomstig op de display van het voorpaneel SP A of SP B weergegeven (p.6).• Als één luidsprekerset met dubbel bedrade verbindingen is aangesloten, of als gelijktijdig twee luidsprekersets (A en B) worden gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat op de display van het voorpaneel SP A en SP B worden weergegeven.• Wanneer u luistert met een hoofdtelefoon, zet dan de luidsprekers uit.4Speel de bron af.5Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau te regelen.y• U kunt de geluidskwaliteit aanpassen met de regelaars BASS, TREBLE op het voorpaneel.• U kunt de luidsprekerbalans aanpassen in het menu “Setup” (p.16).6Druk nog een keer op A (aan/uit) om het gebruik van dit toestel te voltooien en het in stand-bymodus in te stellen.AfspelenEen bron afspelenOpmerkingenSTANDBY/ONVOLUMERETURNPUSH - ENTERTUNINGPRESETFM/AMMEMORYBASSTREBLEINPUTFM MODEDISPLAYSELECTPHONESSPEAKERSABA (aan/uit)SPEAKERS A/B INPUT l / hVOLUMEAVOLUMESPEAKERS A/BSETUPMUTEVOLUMERETURNAMFMMODELINE 1COAXIALOPTICALNETLINE 2 LINE 3TUNERCDPRESETTUNINGDIMMERSLEEPBASPEAKERSSignaalkeuze-toetsen(aan/uit)

16 NlAfspelen■De regelaars voor BASS en TREBLE afstellenDe regelaars BASS +/– en TREBLE +/– stellen de hoge en lage frequentieresponses af. Wanneer u “0” instelt, wordt een vlakke klank geproduceerd. BASSVerhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. Bedieningsbereik: –10 tot +10 (20 Hz)TREBLEVerhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. Bedieningsbereik: –10 tot +10 (20 kHz)yBASS en TREBLE kunnen worden aangepast in het menu “Setup” (p. 32). ■De luidsprekerbalans afstellenDe geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd. Om de luidsprekerbalans af te stellen, voert u de volgende stappen uit. 1Druk op de afstandsbediening op SETUP. Het menu “Setup” weergegeven op het voorpaneelscherm.

2Druk op B/C om “Balance” te selecteren en druk op ENTER. 3Druk op D/E om de luidsprekerbalans af te stellen. Bedieningsbereik: L+10 tot R+104Druk op nog een keer op SETUP om het menu “Setup” af te sluiten. Gebruik deze functie om het toestel na een bepaalde tijdsduur automatisch in stand-bymodus te zetten. De slaaptimer is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een bron afspeelt of opneemt. De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld. 1Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen voordat het toestel in stand-bymodus gaat. Elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt de display op het voorpaneel zoals hieronder wordt getoond. De SLEEP-lamp knippert terwijl u de tijdsduur voor de slaaptimer instelt. Als de slaaptimer is ingesteld, zal de SLEEP-lamp op de display op het voorpaneel branden. y• Selecteer “Sleep Off” om de slaaptimer uit te schakelen.

17 NlBASISBEDIENINGNederlands1Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren.2Druk op FM of op AM om de ontvangstband (FM of AM) te selecteren.3Houd TUNING jj / ii langer dan 1 seconde ingedrukt om afstemmen te starten.Druk op ii om naar een hogere frequentie af te stemmen.Druk op jj om naar een lagere frequentie af te stemmen.De frequentie van de ontvangen zender wordt op het voorpaneel getoond.Als een uitzending wordt ontvangen, brandt de “TUNED”-lamp op de display op het voorpaneel.

Als een stereo-uitzending wordt ontvangen, brandt ook de “STEREO”-lamp.Als de afstemmende zoekopdracht niet bij de gewenste zender stopt omdat de signalen van de zender te zwak zijn, gebruikt u de volgende toetsen om een frequentie in te stellen.yAls de signaalontvangst voor een FM-radiozender niet stabiel is, kan het helpen om over te schakelen naar Mono.■FM-ontvangst verbeterenAls het signaal van het station zwak is en de geluidskwaliteit is niet goed, stel dan de FM-radio-ontvangstmodus in op mono om de ontvangst te verbeteren.1Druk herhaaldelijk op MODE om “Stereo” (automatische stereomodus) of “Mono” (mono-modus) te selecteren als dit toestel op een FM-radiostation is afgestemd.Wanneer u Mono selecteert, worden FM-uitzendingen weergegeven in mono.De STEREO-lamp gaat branden op het voorpaneel als u naar een station in stereomodus luistert.Luisteren naar FM/AM-radioFM/AM afstemmenTUNING jj / ii MODEFMAMTUNERPOP-UP MENUAMFMMODELINE 1COAXIALOPTICALNETLINE 2 LINE 3TUNERCDPRESETTUNINGDIMMERSLEEPBASPEAKERSHOMENOW PLAYINGSTEREO SPATUNED¡¡¡¡FM¡98.50MHzFrequencyOpmerking

18 NlLuisteren naar FM/AM-radioU kunt de automatische voorkeuze-afstemfunctie gebruiken om automatisch FM-stations als voorkeuzestations te registreren. Met deze functie kan het toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een sterk signaal en 40 van dergelijke stations in volgorde opslaan. U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. • Als u een station naar een voorkeuzenummer registreert waarop al een station is geregistreerd, wordt het eerder geregistreerde station overgeschreven. • Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft, probeer dan de handmatige voorkeuze-afstemmethode. y• FM-stations die met de automatische voorkeuzeregistratie als voorkeuzestations zijn geregistreerd, klinken in stereo.

• Alleen stations de met het Radio Data System worden uitgezonden, worden automatisch door de functie Auto Preset (automatische voorkeuze) opgeslagen. 1Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. 2Druk op de afstandsbediening op OPTION. Het menu “Option” wordt weergegeven (p. 30). 3Druk op B / C om “Auto Preset” te selecteren en druk daarna op ENTER. Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FM-band af vanaf de laagste frequentie omhoog. Om het scannen onmiddellijk te starten, houdt u de toets ENTER ingedrukt. y• Voor dat het scannen start, kunt u het eerste voorkeuzenummer aangeven dat moet worden gebruikt. Hiervoor drukt u op PRESET j / i of op de cursortoets (B/C) op de afstandsbediening. • Om het scannen te annuleren, drukt u op FM, AM of op RETURN.

Als het scannen is voltooid, wordt “FINISH” weergegeven en daarna keert de display terug naar de oorspronkelijke status. U kunt handmatig 40 FM/AM-stations registreren (40 in totaal). U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. ■Een radiostation handmatig registrerenSelecteer handmatig een radiostation en registreer deze als een voorkeuzenummer.

1Volg “FM/AM afstemmen” (p. 17) om op het gewenste radiostation af te stemmen. 2Houd MEMORY langer dan 2 seconden ingedrukt. Wanneer u voor het eerst een station registreert, wordt het geselecteerde radiostation geregistreerd met het voorkeuzenummer “01”. Daarna wordt elk geregistreerd radiostation geregistreerd onder het volgende lege voorkeuzenummer na het laatst geregistreerde nummer. yOm voor registratie een voorkeuzenummer te selecteren, drukt u één keer op MEMORY nadat u op het gewenste radiostation hebt afgestemd. Druk op PRESET j / i om een voorkeuzenummer te selecteren en druk dan opnieuw op MEMORY. Automatische voorkeuze-afstemming (alleen FM-stations)OpmerkingenSETUPPOP-UP MENUAMFMMODETUNERCDPRESETTUNINGHOMENOW PLAYINGMUTEOPTIONVOLUMERETURNENTERPRESET j / iTUNERRETURNFMAMOPTIONENTERCursortoetsenB / CSPA¡Auto¡PresetOptionHandmatige voorkeuze voor afstemmingSPA¡01:FM¡87.

19 NlLuisteren naar FM/AM-radioBASISBEDIENINGNederlandsU kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn geregistreerd met de automatische of de handmatige voorkeuzemethode.1Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren.2Druk op PRESET j / i om een voorkeuzenummer te selecteren.y• Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd, worden overgeslagen.• “No Presets” wordt weergegeven als geen stations zijn geregistreerd.Wis radiostations die naar de voorkeuzenummers zijn geregistreerd.1Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren.2Druk op OPTION.3Gebruik de cursortoetsen om “Clear Preset” te selecteren en druk op ENTER.4Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een voorkeuzestation te selecteren dat moet worden gewist en druk op ENTER.Als het voorkeuzestation is gewist, wordt “Cleared” weergegeven en wordt het volgende gebruikte voorkeuzenummer weergegeven.5Herhaal stap 4 tot alle gewenste voorkeuzestations zijn gewist.6Druk op OPTION om het menu “Option” af te sluiten.Een voorkeuzestation terugroepenPOP-UP MENUAMFMMODELINE 1COAXIALOPTICALNETLINE 2 LINE 3TUNERCDPRESETTUNINGDIMMERSLEEPBASPEAKERSHOMENOW PLAYINGPRESET j / iTUNEREen voorkeuzestation wissenSETUPPOP-UP MENUAMFMMODETUNERCDPRESETTUNINGHOMENOW PLAYINGMUTEOPTIONVOLUMERETURNENTERTUNEROPTIONENTERCursortoetsenB / C¡Clear¡PresetOptionSTEREO SPATUNED01¡:FM¡98.50MHzClearVoorkeuzestation dat u wilt wissen01¡:ClearedClear

20 NlLuisteren naar FM/AM-radioRadio Data System is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot aantal landen wordt gebruikt. Het toestel kan diverse soorten Radio Data System-gegevens ontvangen, zoals “Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock Time” wanneer het toestel is afgestemd op een Radio Data System-zender. ■De Radio Data System-informatie weergeven1Stem af op de gewenste Radio Data System-zender. yWij raden u aan om “Auto Preset” te gebruiken om af te stemmen op de Radio Data System-zenders (p. 18). 2Druk op DISPLAY. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander onderdeel weergegeven. Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven. “Program Service”, “Program Type”, “Radio Text”, en “Clock Time” worden niet weergegeven als het radiostation de Radio Data System-service niet verstrekt.

■Automatisch verkeersinformatie ontvangenAls “TUNER” als signaalbron is geselecteerd, ontvangt het toestel automatisch verkeersinformatie. Als u deze functie wilt inschakelen, volgt u de procedure hieronder om het station met verkeersinformatie in te stellen. 1Als “TUNER” als de signaalbron is geselecteerd, drukt u op OPTION. 2Gebruik de cursortoetsen om “TrafficProgram” te selecteren en druk op ENTER. Het zoeken naar het station met verkeersinformatie begint na ongeveer 5 seconden. Druk nogmaals op ENTER als u direct met zoeken wilt beginnen. y• Als u omhoog/omlaag wilt zoeken vanaf de huidige frequentie drukt u op de cursortoetsen (q/w) terwijl “READY wordt weergegeven. • Druk op RETURN als u het zoeken wilt annuleren. • Met tekst tussen haakjes worden indicators op het display op het voorpaneel aangegeven.

Het volgende scherm wordt ongeveer 3 seconden weergegeven als het zoeken is voltooid. “TP Not Found” wordt gedurende ongeveer 3 seconden weergegeven als er geen stations met verkeersinformatie zijn gevonden.

21 NlBASISBEDIENINGNederlandsMet Spotify hebt u rechtstreeks toegang tot miljoenen nummers op uw mobiele apparaten. Druk op de afspeelfunctie om te streamen wat u wilt. Met Spotify Connect kunt u muziek kiezen in uw Spotify-app en afluisteren op uw Yamaha home entertainment systeem. Bezoek Spotify. com voor meer informatie over het servicegebied. 1Sluit uw apparaat aan op uw Wi-Fi-thuisnetwerk. Sluit het toestel en uw mobiele apparaat of tablet aan op uw Wi-Fi-thuisnetwerk zoals weergegeven in de afbeelding hieronder. Alle apparaten moeten deel uitmaken van hetzelfde netwerk. Netwerkverbinding (voorbeeld)* iOS/Android™-apps zijn beschikbaar vanaf augustus 2014. Bezoek Spotify. com voor meer informatie. yOm deze functie te gebruiken, moeten dit toestel en uw mobiele apparaat of tablet verbonden zijn met internet.

Raadpleeg de gebruikershandleiding voor meer informatie over verbindingen en netwerkinstellingen. 2Haal de Spotify-app en een gratis premium proefperiode. Download de Spotify-app voor uw mobiele apparaat of tablet uit de App Store en haal de gratis premium proefperiode. 3Spotify-inhoud afspelen. Start de Spotify-app op uw mobiele apparaat of tablet, meld u aan bij Spotify en speel een nummer af. 1Tik op de balk “Now Playing” om meer bedieningsfuncties op te roepen en tik op het luidsprekerpictogram. 2Selecteer het toestel (de netwerknaam van het toestel) als het apparaat voor audio-uitvoer. Spotify-app (voorbeeld)y• Het afspeelscherm wordt weergegeven op de display van het voorpaneel. • U kunt het volume van het toestel tijdens het afspelen aanpassen vanuit de Spotify-app. De Spotify-service gebruikenU hebt de Spotify-app en een premium-account nodig. Bezoek spotify.

22 NlU kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op uw pc of met DLNA compatibele NAS afspelen op het toestel. • Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc op dezelfde router zijn aangesloten (p. 13). In “Information” (p. 33) in het menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. • Het toestel ondersteunt het afspelen van WAV- (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden. • Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden. • Als u FLAC-bestanden wilt afspelen, moet u serversoftware op uw pc installeren die het delen van FLAC-bestanden via DLNA ondersteunt of een NAS gebruiken die FLAC-bestanden ondersteunt.

Om met dit toestel muziekbestanden in uw computer af te spelen, moet u tussen het toestel en de computer delen van media instellen (Windows Media Player 11 of later). Hier wordt het instellen van Windows Media Player in Windows 7 as voorbeeld genomen. 1Start Windows Media Player 12 op uw pc. 2Selecteer “Streamen” en vervolgens “Mediastreaming inschakelen”. Het venster van configuratiescherm van uw pc wordt getoond. 3Klik op “Mediastreaming inschakelen”. 4Selecteer “Toegestaan” in het vervolgkeuzemenu naast “R-N301”. 5Klik op “OK” om af te sluiten. yRaadpleeg Help van Windows Media Player voor details over instellingen voor delen van media. • Voor Windows Media Player 11aStart de Windows Media Player 11 op uw pc. bSelecteer “Mediabibliotheek” en vervolgens “Media delen”. cSchakel het vak “Mijn media delen met” in, selecteer het pictogram “R-N301” en klik daarna op “Toestaan”.

23 NlMuziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)BASISBEDIENINGNederlandsVolg de procedure hieronder om de muziek inhoud van de pc te bedienen en het afspelen te starten. “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. 1Druk herhaaldelijk op NET om “Server” als signaalbron te selecteren. De volgende pictogrammen worden weergegeven op de display van het voorpaneel. yAls er op uw pc een muziekbestand wordt afgespeeld dat vanaf het toestel is geselecteerd, wordt de afspeelinformatie weergegeven. 2Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een muziekserver te selecteren en druk op ENTER. 3Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. y• Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha Yamaha RN-301S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden