Yamaha RX-V659 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha RX-V659 (128 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Yamaha RX-V659 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Receiver |
| Model: | RX-V659 |
Handleiding Yamaha RX-V659 – volledige tekst
1Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg voor een ventilatieruimte van tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 20 cm aan de achterkant van dit toestel. 3Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv.
in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel:– andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz.
zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade. 9Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade door blikseminslag te voorkomen dient u de stekker uit het stopcontact te halen en een eventueel aangesloten buitenantenne los te koppelen van dit toestel wanneer het onweert. 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken. 17 Lees het hoofdstuk “OPLOSSEN VAN PROBLEMEN” over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
18 Voor u dit toestel gaat verplaatsen dient u MASTER ON/OFF in te drukken zodat deze naar buiten komt in de OFF stand om dit toestel uit te schakelen, waarna u de stekker uit het stopcontact moet halen.
19 VOLTAGE SELECTOR(Alleen modellen voor Azië en algemene modellen)De VOLTAGE SELECTOR op het achterpaneel van dit toestel moet worden ingesteld op de ter plekke gebruikte netspanning VOOR u de stekker in het stopcontact steekt. De geschikte voltages zijn als volgt:Modellen voor Azië. 220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroomAlgemene modellen. 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroomLET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. WAARSCHUWINGOM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld. In deze staat is dit toestel ontworpen om slechts een zeer kleine hoeveelheid stroom te gebruiken.
1NederlandsVOORBEREDINGENINLEIDINGBASISBEDIENINGGELUIDSVELDPROGRAMMA’SGEAVANCEERDE BEDIENINGAANVULLENDE INFORMATIEKENMERKEN. 2VAN START. 3Meegeleverde accessoires. 3Inzetten van batterijen in de afstandsbediening. 3BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES. 4Voorpaneel. 4Afstandsbediening. 6Display voorpaneel. 9Achterpaneel. 11AANSLUITINGEN. 12Luidsprekers opstellen. 12Aansluiten van luidsprekers. 13Informatie over aansluitingen en stekkers. 17Stroomschema audio- en videosignalen. 18Aansluiten van een TV. 19Aansluiten van een DVD-speler, een DVD-recorder, een videorecorder of een STB (Set Top Box). 20Aansluiten van een CD-speler, een MD-speler, een cassettedeck of een draaitafel. 23Aansluiten van een YAMAHA iPod universeel dock. 24Aansluiten van een externe versterker. 25Aansluiten van een multiformaat-speler of externe decoder.
26Aansluiten van een spelcomputer, een videocamera of een draagbare audiospeler. 27Aansluiten van de FM en AM antennes. 28Aansluiten van het netsnoer. 29Instellen van de luidspreker-impedantie. 30Aan en uit zetten van dit toestel. 31AUTO SETUP. 32Aansluiten van de optimalisatie-microfoon. 32Gebruiken van het AUTO SETUP. 33WEERGAVE. 38GEBRUIKEN VAN AUDIOFUNCTIES. 40Gebruiken van het SILENT CINEMA. 40Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave. 40Selecteren van de nacht-luisterfunctie. 40Selecteren van de ingangsfunctie. 41Gebruiken van de slaaptimer. 41Instellen luidsprekerniveaus. 42Selecteren van de Compressed Music Enhancer functie. 43Selecteren van de MULTI CH INPUT component. 44Luisteren naar multikanaals materiaal met 2-kanaals stereoweergave. 45Luisteren naar onbewerkte weergave. 45Luisteren naar pure hi-fi stereoweergave. 45GEBRUIKEN VAN VIDEOFUNCTIES.
49Gebruiken van het Virtual CINEMA DSP. 50OPNEMEN. 51FM/AM AFSTEMMEN. 52Automatisch afstemmen. 52Handmatig afstemmen. 53Automatisch voorprogrammeren. 54Handmatig voorprogrammeren. 55Selecteren van voorkeuzezenders. 56Omwisselen van voorkeuzezenders. 57AFSTEMMEN OP RADIO DATA SYSTEEM ZENDERS (ALLEEN MODELLEN VOOR HET V. K. EN EUROPA). 59Selecteren van een Radio Data Systeem programma. 59Gebruiken van het Radio Data Systeem netwerk. 60Tonen van Radio Data Systeem informatie. 61GELUIDSVELDPROGRAMMA’S. 63Selecteren van geluidsveldprogramma’s. 63Beschrijvingen geluidsveldprogramma’s. 64Veranderen van geluidsveldparameter instellingen. 66Geluidsveldprogramma luidsprekeropstellingen. 72SET MENU. 76Gebruiken van het SET MENU. 781 SOUND MENU. 792 INPUT MENU. 853 OPTION MENU. 87GEAVANCEERDE SETUP. 90KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING. 92Bedienen van dit toestel, een TV of andere componenten.
en Europa)◆Radio Data Systeem afstemmogelijkhedeniPod bediening mogelijk◆DOCK aansluiting voor een YAMAHA iPod universeel dock (aansluitsokkel) (zoals de los verkrijgbare YDS-10), met ondersteuning voor iPod apparatuur met een iPod (Click and Wheel), iPod nano en iPod miniOverige kenmerken◆YPAO (YAMAHA Parametric Room Acoustic Optimizer) voor automatische instelling van de luidsprekers◆192-kHz/24-bits D/A converter◆OSD (in-beeld display) menu’s waarmee u dit toestel optimaal kunt aanpassen aan uw eigen audio/videosysteem◆8 extra ingangsaansluitingen voor gescheiden multikanaals signalen◆Pure Direct voor onversneden hi-fi stereoweergave van analoge en PCM bronnen◆S-video in-/uitgangsaansluitingen◆Component video in-/uitgangsaansluitingen(3 COMPONENT VIDEO IN en 1 MONITOR OUT)◆Digitale videosignaal conversie (composiet video ↔ S-video → component video) voor de monitor uitgang◆Optisch en coaxiaal digitale audio-aansluitingen◆Slaaptimer◆Middernacht luisterfuncties voor film en muziek◆Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde afstandsbedieningscodes, verlichte ingangskeuzetoetsen en bedieningsmogelijkheden voor een iPod (geplaatst in een YAMAHA iPod universeel dock verbonden met de DOCK aansluiting)◆Zone 2 aangepaste installatie mogelijk◆Mogelijkheid tot schakelen tussen een eerste ruimte en een Zone 2 met behulp van ZONE CONTROL◆Compressed Music Enhancer stand ter verbetering van de weergavekwaliteit van ongewenste compressieverschijnselen (zoals kunnen voorkomen bij MP3) tot het niveau van een hoogwaardige stereo-installatie•y geeft een bedieningstip aan.
• Sommige handelingen kunnen zowel worden uitgevoerd met de toetsen op het voorpaneel als met de afstandsbediening. Als de naam van een toets op de afstandsbediening verschilt van die op het voorpaneel, zal de naam van de betreffende toets op de afstandsbediening tussen haakjes vermeld worden.
• Deze handleiding is gedrukt voor uw toestel specificaties gewijzigd zijn als gevolgeproduceerd werd. Daarom kunnen ontwerp en g van verbeteringen enz. Als de handleiding en het product van elkaar verschillen, heeft het product de prioriteit. Vervaardigd in licentie van Dolby Laboratories. “Dolby”, “Pro Logic”, en het dubbele-D symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. “DTS”, “DTS-ES”, “NEO:6” en “DTS 96/24” zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996, 2003 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden. “iPod” is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. , geregistreerd in de V. S. en andere landen. “SILENT CINEMA” is een handelsmerk van YAMAHA CORPORATION. KENMERKENOpmerkingeniPod®.
VAN START3INLEIDING NederlandsControleer of u alle volgende onderdelen inderdaad ontvangen hebt. 1Verwijder de klep van het batterijvak. 2Doe de twee meegeleverde batterijen (AA, R6, UM-3) in het vak met de polen (+ en –) de goede kant op zoals aangegeven in het batterijvak. 3Klik de klep van het batterijvak weer terug op zijn plaats. • Verwissel alle batterijen wanneer u het volgende merkt:– het bereik van de afstandsbediening wordt minder. – de TRANSMIT indicator knippert niet of wordt zwakker. • Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. • Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (alkali en gewone (mangaan) batterijen bijvoorbeeld). Lees de informatie op de verpakking aandachtig door, want de verschillende soorten batterijen kunnen erg op elkaar lijken. • Als de batterijen zijn gaan lekken, moet u ze onmiddellijk weggooien.
Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en zorg ervoor dat het niet op uw kleding enz. komt. Maak het batterijvak goed schoon voor u er nieuwe batterijen in doet. • Gooi batterijen nooit samen met gewoon huishoudelijk afval weg; neem bij het weggooien van batterijen de plaatselijk geldende regelgeving in acht. • Als de afstandsbediening langer dan 2 minuten zonder batterijen zit, of als er lege batterijen in zitten, zal het geheugen gewist worden. Wanneer het geheugen gewist is, dient u nieuwe batterijen in de afstandsbediening te doen en moet u eventueel ingevoerde functies opnieuw programmeren.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES41MASTER ON/OFFZet dit toestel aan of uit (zie bladzijde 31). 2MAIN ZONE ON/OFFZet de eerste ruimte aan of uit (standby) (zie bladzijde 31). • Wanneer het toestel uit (standby) staat, verbruikt het nog steeds een heel klein beetje stroom zodat er gereageerd kan worden op de infraroodsignalen van de afstandsbediening. • Wanneer u dit toestel aan zet, zal het 4 a 5 seconden duren voor het toestel geluid kan reproduceren. • Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF naar binnen, in de ON stand is gedrukt. 3OPTIMIZER MIC aansluitingHierop kunt u de meegeleverde optimalisatiemicrofoon aansluiten voor gebruik met de “AUTO SETUP” functie (zie bladzijde 32). 4Sensor voor de afstandsbedieningOntvangt de signalen van de afstandsbediening (zie bladzijde 8).
5Display voorpaneelHierop wordt informatie getoond over de bediening en de toestand waarin het toestel zich bevindt (zie bladzijde 9). 6A/B/C/D/E, NEXT• Hiermee kunt u één van de 5 voorkeuzegroepen selecteren (A t/m E) wanneer de “TUNER” (radio) is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 52). • Selecteert het luidsprekerkanaal waarvan u het uitgangsniveau wilt instellen wanneer de “TUNER” niet geselecteerd is als signaalbron (zie bladzijde 42). 7PRESET/TUNING l h / , LEVEL +/–• Hiermee kunt u één van de 8 voorkeuzenummers (1 t/m 8) wanneer de “TUNER” (radio) is geselecteerd als signaalbron. De dubbele punt (:) zal verschijnen op het display op het voorpaneel (zie bladzijde 52). • Selecteert de afstemfrequentie wanneer u “TUNER” heeft geselecteerd als signaalbron. De dubbele punt (:) zal niet verschijnen op het display op het voorpaneel (zie bladzijde 52).
• Hiermee kunt u het niveau instellen van het luidsprekerkanaal dat u heeft geselecteerd met NEXT wanneer de “TUNER” niet is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 42).
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES5INLEIDING Nederlands8MEMORY (MAN’L/AUTO FM)Hiermee kunt u een zender in het geheugen opslaan. Houd deze toets tenminste 3 seconden ingedrukt om het automatisch voorprogrammeren te laten beginnen (zie bladzijde 54). 9TUNING MODE (AUTO/MAN’L)Hiermee schakelt u heen en weer tussen automatisch afstemmen (AUTO indicator aan) en handmatig afstemmen (AUTO indicator uit) (zie bladzijde 52). 0ZONE 2 ON/OFFHiermee zet u Zone 2 aan of uit (standby) (zie bladzijde 99). Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF naar binnen, in de ON stand is gedrukt. AZONE CONTROLHiermee kunt u de te bedienen zone heen en weer schakelen tussen de eerste ruimte en Zone 2 (zie bladzijde 99). yWanneer Zone 2 is geselecteerd, zal de ZONE2 indicator ongeveer 5 seconden knipperen op het display op het voorpaneel. Voer de gewenste handeling uit terwijl de indicator aan het knipperen is.
BVOLUMEHiermee kunt u het volume (uitgangsniveau) van alle audiokanalen tegelijk instellen. yDit heeft geen invloed op het AUDIO OUT (REC) niveau. CPHONES (SILENT CINEMA) aansluitingProduceert audiosignalen waarnaar u ongestoord kunt luisteren via een hoofdtelefoon (zie bladzijde 40). • Wanneer u een hoofdtelefoon aansluit, zullen er geen signalen worden gereproduceerd via de luidspreker-aansluitingen. • Alle Dolby Digital en DTS audiosignalen worden teruggemengd naar de linker en rechter hoofdtelefoonkanalen. DSPEAKERS A/BMet elke druk op de bijbehorende toets zet u de set voor-luidsprekers aangesloten op de FRONT A en/of B aansluitingen op het achterpaneel aan of uit. EPRESET/TUNING, EDIT• Hiermee schakelt u PRESET/TUNING l / h heen en weer tussen voorkeuzezenders en gewoon afstemmen. • Hiermee kunt u de toewijzing van voorkeuzezenders wijzigen (zie bladzijde 57).
Wanneer “STRAIGHT” is geselecteerd, zullen 2-kanaals of multikanaals ingangssignalen direct, onveranderd worden weergegeven via de bijbehorende luidsprekers, zonder enig toegevoegd effect (zie bladzijde 45). GFM/AMHiermee kunt u heen en weer schakelen tussen de radiobanden FM en AM wanneer de “TUNER” (radio) is geselecteerd als signaalbron (zie bladzijde 52). HPROGRAM keuzeknopHiermee kunt u geluidsveldprogramma’s selecteren of de weergave van de lage/hoge tonen regelen samen met TONE CONTROL (zie bladzijde 39). ITONE CONTROLRegelt de lage/hoge tonen balans tussen de linker en rechter voorkanalen, het middenkanaal, de linker en rechter aanwezigheidskanalen en het subwooferkanaal, samen met PROGRAM (zie bladzijde 39).
JINPUT MODEHiermee kunt u het toestel uitsluitend instellen op digitale of analoge ingangssignalen, of het toestel automatisch het soort ingangssignaal laten bepalen wanneer een component zowel digitaal als analoog op dit toestel is aangesloten (zie bladzijde 41). KINPUT keuzeknopSelecteer de gewenste signaalbron. LMULTI CH INPUTHiermee selecteert u de met de MULTI CH INPUT aansluitingen verbonden signaalbron (zie bladzijde 44). De signaalbron die is verbonden met de MULTI CH INPUT aansluitingen zal voorrang krijgen over een met INPUT op het voorpaneel (of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) geselecteerde signaalbron. MPURE DIRECTHiermee zet u de Pure Direct weergavefunctie aan of uit (zie bladzijde 45). NVIDEO AUX aansluitingenVia deze audio- en video-aansluitingen kunt u een externe signaalbron zoals een spelcomputer of videocamera aansluiten (zie bladzijde 27).
2CODE SETHiermee kunt u afstandsbedieningscodes instellen (zie bladzijde 94). 3IngangskeuzetoetsenSelecteer de signaalbron die u wilt bedienen. De met de geselecteerde signaalbron corresponderende ingangskeuzetoets licht ongeveer 5 seconden lang op nadat u op een toets op de afstandsbediening heeft gedrukt om aan te geven welke component er bediend wordt. 4Toetsen voor de geluidsveldprogramma’sHiermee kunt u geluidsveldprogramma’s selecteren (zie bladzijde 63). – Gebruik SELECT om 2-kanaals materiaal met surroundweergave weer te geven (zie bladzijde 48). – Gebruik EXTD SUR. om te schakelen tussen 5. 1- en 6. 1/7. 1-kanaals weergave van multikanaals materiaal (zie bladzijde 48). – Gebruik PURE DIRECT om de Pure Direct weergavefunctie aan of uit te zetten (zie bladzijde 45).
5SPEAKERSHiermee kunt u de set voor-luidsprekers aangesloten op de FRONT A en/of B aansluitingen op het achterpaneel aan of uit zetten. Druk herhaaldelijk op deze toets om de instelling als volgt te wijzigen:6ENHANCERHiermee zet u de Compressed Music Enhancer weergavefunctie aan of uit (zie bladzijde 43).
7LEVELHiermee kunt u een luidsprekerkanaal selecteren om het uitgangsniveau in te stellen (zie bladzijde 42). AfstandsbedieningOpmerkingTV MUTE TV INPUTMUTEAMPSOURCETVMENUTITLESET MENULEVELDISPLAYRETURNBANDA/B/C/D/EENTERPRESET/CHRECAUDIODISC SKIPSTEREO1EFFECTVOLUMETV VOL TV CHTRANSMITCODE SETSTANDBYPOWERPOWERPOWERCDAVTVMULTI CH INSLEEPCD-RDVD DTVMDCBLTUNERV-AUX DVRSTANDARD5SPEAKERS9MUSIC2SELECT60ENTERTAIN3EXTD SUR. 7NIGHT10MOVIE4PURE DIRECT8STRAIGHTENT. VCRPHONOON SCREENENHANCERFREQ/TEXT EONSTARTPTY SEEKMODE0ABCDFEGHJ123456897ILKOpmerkingA aan B aanA en B uit.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES7INLEIDING Nederlands8Cursortoetsen u j i / d / / , ENTERHiermee kunt u de parameters van de geluidsveldprogramma’s of de “SET MENU” parameters selecteren en instellen. 9RETURNHiermee keert u terug naar het vorige menu bij instellingen via het “SET MENU”. 0TRANSMIT indicatorKnippert wanneer de afstandsbediening infraroodsignalen aan het uitzenden is. ASTANDBYHiermee zet u dit toestel uit (standby) (zie bladzijde 31). Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF op het voorpaneel naar binnen, in de ON stand is gedrukt. BPOWERHiermee zet u dit toestel aan (zie bladzijde 31). Deze toets werkt alleen wanneer MASTER ON/OFF op het voorpaneel naar binnen, in de ON stand is gedrukt. CSLEEPHiermee kunt u de slaaptimer instellen (zie bladzijde 41).
DMULTI CH INHiermee selecteert u de met de MULTI CH INPUT aansluitingen verbonden signaalbron bij gebruik van een externe decoder enz. (zie bladzijde 44). EVOLUME +/–Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume. FComponent-keuzeschakelaarHiermee bepaalt u de bedieningsfunctie van de toetsen in de grijze gedeelten. AMPHiermee bedient u dit toestel. SOURCEBedient de met de ingangskeuzetoetsen geselecteerde component (zie bladzijde 93). TVBedient de TV die is toegewezen aan DTV/CBL of PHONO (zie bladzijde 92). • Voor het instellen van de afstandsbedieningscodes voor andere componenten, zie bladzijde 94. • Wanneer u afstandsbedieningscodes instelt voor zowel DTV/CBL als PHONO (zie bladzijde 94), wordt voorrang gegeven aan de voor DTV/CBL ingestelde code. GMUTEDeze toets schakelt de geluidsweergave tijdelijk uit.
Wanneer “STRAIGHT” is geselecteerd, zullen 2-kanaals of multikanaals ingangssignalen direct, onveranderd worden weergegeven via de bijbehorende luidsprekers, zonder enig toegevoegd effect (zie bladzijde 45). INIGHTHiermee kunt u de nacht-luisterfuncties aan of uit zetten (zie bladzijde 40). JSET MENUOpent het “SET MENU” (zie bladzijde 78). KON SCREENSelecteert de in-beeld display (OSD) functie voor weergave op uw beeldscherm (zie bladzijde 47). LToetsen voor Radio Data Systeem radio-ontvangst(Alleen modellen voor het V. K. en Europa)FREQ/TEXTHiermee kunt u het Radio Data Systeem display instellen op weergave van de PS, PTY, RT, of CT functie (als de zender in kwestie de corresponderende diensten aanbiedt) en het frequentiedisplay (zie bladzijde 61). PTY SEEK MODEHiermee zet u dit toestel in de PTY SEEK functie (zie bladzijde 59).
PTY SEEK STARTBegint het zoeken naar een geschikte zender nadat u het gewenste programmatype heeft geselecteerd in de PTY SEEK functie (zie bladzijde 59). EONHiermee kunt u het programmatype selecteren (NEWS, AFFAIRS, INFO, of SPORT) waarop u automatisch af wilt laten stemmen (zie bladzijde 60). OpmerkingOpmerkingOpmerkingen.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES8■Bedienen van de TUNER functiesZet de component-keuzeschakelaar op SOURCE en druk dan op TUNER om de “TUNER” (radio) als signaalbron te selecteren.4CijfertoetsenGebruik de cijfertoetsen 1 t/m 8 om een voorkeuzezender te selecteren.7BANDHiermee schakelt u heen en weer tussen de radiobanden FM en AM (zie bladzijde 52).8Cursortoetsen u j i / d / / Gebruik j / i om een voorkeuzegroep (A t/m E) te selecteren en u / d om een voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren (zie bladzijde 56).■Gebruiken van de afstandsbedieningDe afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit.U moet de afstandsbediening goed op de afstandsbedieningssensor op dit toestel richten.• Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.• Laat de afstandsbediening niet vallen.• Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plekken:– zeer vochtige plekken, bijvoorbeeld bij een bad– plekken waar de temperatuur hoog kan worden, zoals bij de verwarming of kachel– zeer koude plekken– stoffige plekkenOpmerkingenZONE 2ON/OFF ZONECONTROLNEXTEDITEFFECTMEMORYFM/AMPRESET/TUNINGA/B/C/D/ EPROGRAMl h PRESET/TUNING TUNING MODEINPUT MODETONE CONTROLSTRAIGHTSPEAKERSPHONESMAIN ZONEMASTERSILENT CINEMABAMULTI CHINPUTVOLUMEINPUTON OFFLEVELMAN'L/AUTO FMAUTO/MAN'LOPTIMIZER MICPURE DIRECTS VIDEO VIDEO OPTICALL AUDIO RVIDEO AUXON/OFF30 30TV MUTE TV INPUTMUTEAMPSOURCETVMENUTITLESET MENULEVELDISPLAYRETURNBANDA/B/C/D/EENTERPRESET/CHRECAUDIODISC SKIPSTEREO1EFFECTVOLUMETV VOL TV CHTRANSMITCODE SETSTANDBYPOWERPOWERPOWERCDAVTVMULTI CH INSLEEPCD-RDVD DTVMDCBLTUNERV-AUX DVRSTANDARD5SPEAKERS9MUSIC2SELECT6ENHANCER0ENTERTAIN3EXTD SUR.7NIGHT10MOVIE4PURE DIRECT8STRAIGHTENT.VCRPHONOON SCREENFREQ/TEXT MODEPTY SEEK START EONOngeveer 6 m
7SILENT CINEMA indicatorLicht op wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten en er een geluidsveldprogramma is geselecteerd (zie bladzijde 40). 8CINEMA DSP indicatorLicht op wanneer u een CINEMA DSP geluidsveldprogramma selecteert (zie bladzijde 64). 9YPAO indicatorLicht op wanneer u de “AUTO SETUP” doet en wanneer de via de “AUTO SETUP” ingestelde luidspreker-instellingen zonder wijzigingen worden gebruikt (zie bladzijde 32). 0AUTO indicatorLicht op wanneer dit toestel in de automatische afstemfunctie staat (zie bladzijde 52). ATUNED indicatorLicht op wanneer dit toestel is afgestemd op een zender (zie bladzijde 52). BSTEREO indicatorLicht op wanneer het toestel een sterk FM stereosignaal ontvangt en de AUTO indicator brandt (zie bladzijde 52). CMEMORY indicatorKnippert ten teken dat een zender opgeslagen kan worden (zie bladzijde 54).
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES10FSTANDARD indicatorLicht op wanneer het “SUR. STANDARD” of “SUR. ENHANCED” programma is geselecteerd (zie bladzijde 48). GSP A B indicatorsLichten op om aan te geven welke set voor-luidsprekers is geselecteerd. HHoofdtelefoon indicatorLicht op wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten (zie bladzijde 40). IZONE2 indicatorLicht op wanneer Zone 2 in werking is (zie bladzijde 99). JNIGHT indicatorLicht op wanneer u een nacht-luisterfunctie selecteert (zie bladzijde 40). KHiFi DSP indicatorLicht op wanneer u een HiFi DSP geluidsveldprogramma selecteert (zie bladzijde 64). LMultifunctioneel displayToont de naam van het huidige geluidsveldprogramma en andere gegevens bij het invoeren of wijzigen van instellingen. MSLEEP indicatorLicht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld (zie bladzijde 41).
NMUTE indicatorKnippert wanneer de MUTE functie (tijdelijk uitschakelen geluidsweergave) is ingeschakeld (zie bladzijde 40). O96/24 indicatorLicht op wanneer dit toestel een DTS 96/24 signaal ontvangt. PIngangskanaal en luidspreker indicatorsIndicators ingangskanalenDeze geven aan uit welke kanalen het huidige digitale ingangssignaal bestaat. Aanwezigheids- en surround achter-luidspreker indicatorsLicht op aan de hand van het aantal aanwezigheids- en surround achter-luidsprekers dat is ingesteld voor “PRESENCE SP” (zie bladzijde 80) en “SUR. B L/R SP” (zie bladzijde 80) in het “SOUND MENU” wanneer “TEST” in het “SOUND MENU” is ingesteld op “ON” (zie bladzijde 83).
yU kunt de instellingen voor de aanwezigheids- en surround achter-luidsprekers automatisch laten verrichten via de “AUTO SETUP” (zie bladzijde 32), of met de hand via de instellingen voor “PRESENCE SP” (zie bladzijde 80) en “SUR. B L/R SP” (zie bladzijde 80) in het “SOUND MENU”. QLFE indicatorLicht op wanneer het ingangssignaal een LFE signaal bevat. RRadio Data Systeem indicators(Alleen modellen voor het V. K.
en Europa)Licht op wanneer er Radio Data Systeem gegevens worden ontvangen. EONLicht op wanneer er EON gegevens worden ontvangen. PTY HOLDLicht op wanneer er gezocht wordt naar Radio Data Systeem zenders in de PTY SEEK functie. LL C RSL SB SRAanwezigheidsluidsprekers indicatorIndicator ingangskanalenSurround achter-luidspreker indicator.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES11INLEIDING Nederlands1Aansluitingen voor audio-apparatuurZie bladzijde 23 voor meer informatie over deze aansluitingen. 2DOCK aansluitingHierop kunt u een YAMAHA iPod universeel dock (zoals de los verkrijgbare YDS-10) aansluiten, waar u uw iPod in kunt doen. Zie bladzijde 24 voor meer informatie over deze aansluitingen. 3COMPONENT VIDEO aansluitingenZie de bladzijden 19 en 20 voor meer informatie over deze aansluitingen. 4REMOTE aansluitingenZie bladzijde 97 voor details. 5Antenne-aansluitingenZie bladzijde 28 voor meer informatie over deze aansluitingen. 6CONTROL OUT aansluitingDit is een bedieningsaansluiting voor aangepaste installaties. 7PRESENCE/ZONE2 luidspreker-aansluitingenZie bladzijde 15 voor meer informatie over deze aansluitingen. 8PRE OUT aansluitingenZie bladzijde 25 voor meer informatie over deze aansluitingen.
9AC OUTLET(S)Hiermee kunt u eventueel andere audiovisuele componenten van stroom voorzien. Zie bladzijde 29 voor details. 0DIGITAL OUTPUT aansluitingZie bladzijde 23 voor meer informatie over deze aansluitingen. ADIGITAL INPUT aansluitingenZie bladzijde 20 voor meer informatie over deze aansluitingen. BMULTI CH INPUT aansluitingenZie bladzijde 26 voor meer informatie over deze aansluitingen. CZONE 2 OUTPUT aansluitingenZie bladzijde 97 voor meer informatie over deze aansluitingen. Deze aansluitingen produceren uitsluitend analoge signalen. DAansluitingen voor video-apparatuurZie de bladzijden 19 en 20 voor meer informatie over deze aansluitingen. ELuidspreker-aansluitingenZie bladzijde 13 voor meer informatie over deze aansluitingen. ■VOLTAGE SELECTOR(Alleen modellen voor Azië en algemene modellen)Zie bladzijde 29 voor details.
AANSLUITINGEN12Hieronder ziet u de standaard ITU-R* opstelling van de luidsprekers. Met deze opstelling profiteert u optimaal van CINEMA DSP en multikanaals audio. *ITU-R is de radiocommunicatie afdeling van de ITU (International Telecommunication Union). Linker en rechter voor-luidsprekers (FL en FR)De voor-luidsprekers worden gebruikt voor weergave van het hoofdkanaal plus effecten. Plaats deze luidsprekers op gelijke afstand van de ideale luisterplek. De afstanden van deze luidsprekers tot het beeldscherm moeten ook gelijk zijn. Midden-luidspreker (C)De midden-luidspreker is voor weergave van het middenkanaal (dialoog, vocalen enz. ). Als het om de een of andere reden niet mogelijk is om een midden-luidspreker te gebruiken, kunt u ook zonder. De beste resultaten krijgt u echter met een volledig systeem.
Plaats de midden-luidspreker midden tussen de voor-luidsprekers en zo dicht mogelijk bij het beeldscherm, bijvoorbeeld direct erboven of eronder. Linker en rechter surround-luidsprekers (SL en SR)De surround-luidsprekers worden gebruikt voor omhullende surroundweergave en effecten. Plaats deze luidsprekers achter uw luisterplek, een beetje naar binnen gericht en ongeveer 1,8 m van de vloer. Linker en rechter surround achter-luidsprekers (SBL en SBR)De surround achter-luidsprekers geven een aanvulling op de surround-luidsprekers en zorgen voor realistischer overgangen van voor naar achter. Plaats deze luidsprekers direct achter de luisterplek en op dezelfde hoogte als de surround-luidsprekers. U moet ze minstens 30 cm uit elkaar plaatsen. In het ideale geval zou u ze op dezelfde afstand uit elkaar moeten plaatsen als de voor-luidsprekers.
Deze effecten bestaan onder meer uit geluiden die de filmmakers een stukje verder achter het scherm willen plaatsen voor een groter bioscoopeffect. Plaats deze luidsprekers voor in de kamer, ongeveer 0,5 – 1 m buiten de voor-luidsprekers, iets naar binnen gericht en ongeveer 1,8 m boven de vloer. Subwoofer (SW)Een subwoofer met ingebouwde eindversterker, zoals het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System, zorgt niet alleen voor een effectieve versterking van de lage tonen in sommige of alle kanalen, maar ook voor een natuurgetrouwe hi-fi stereo reproductie van het LFE (lage frequentie effecten) kanaal in Dolby Digital en DTS geluidsmateriaal. De opstelling van de subwoofer is niet zo belangrijk, want de zeer lage tonen zijn niet erg richtingsgevoelig. U kunt de subwoofer het beste in de buurt van de voor-luidsprekers plaatsen.
13AANSLUITINGENVOORBEREIDINGENNederlandsLet erop dat u de linker (L) en rechter (R) kanalen, “+” (rood) en “–” (zwart) op de juiste manier aansluit. Als de aansluitingen niet kloppen, zal er geen geluid worden weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet correct is, zal de weergave onnatuurlijk klinken met te weinig lage tonen. • U moet het toestel uit zetten voor u de luidsprekers gaat aansluiten (zie bladzijde 31). • Laat de blote luidsprekerdraden elkaar niet raken en zorg ervoor dat ze geen contact maken met de metalen onderdelen van het toestel. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken. • Gebruik magnetisch afgeschermde luidsprekers. Als dergelijke luidsprekers toch uw beeldscherm storen, zet de luidsprekers dan verder bij het beeldscherm vandaan. • Als u luidsprekers van 4 of 6 Ohm gebruikt, moet u “SP IMP.
” op “6ΩMIN” zetten voor u dit toestel in gebruik neemt (zie bladzijde 30). • Een luidsprekersnoer bestaat uit twee geïsoleerde draden naast elkaar. De kabels zijn verschillend gekleurd of gevormd, misschien een streep, groef of ribbels. Sluit de afwijkend gestreepte (gegroefde enz. ) draad aan op de “+” (rode) aansluitingen van dit toestel en uw luidspreker. Verbind de gewone draad met de “–” (zwarte) aansluitingen. • De lage frequentie signalen van andere luidsprekers die zijn ingesteld op “SML” (of “SMALL”) of “NONE” bij “SPEAKER SET” (zie de bladzijden 79 en 80) worden naar de luidsprekers gestuurd die zijn geselecteerd bij “LFE/BASS OUT” (zie bladzijde 81). • U kunt de PRESENCE/ZONE2 aansluitingen gebruiken om eventuele Zone 2 luidsprekers op aan te sluiten (zie bladzijde 98).
14AANSLUITINGENFRONT aansluitingenU kunt hierop een enkel of twee voor-luidsprekersystemen (6, 7) aansluiten. Als u een enkel voor-luidsprekersysteem gebruikt, kunt u dit naar keuze met de FRONT A of de B aansluitingen verbinden.CENTER aansluitingenHierop kunt u een midden-luidspreker (8) aansluiten.SURROUND aansluitingenHierop kunt u surround-luidsprekers (4, 5) aansluiten.SURROUND BACK aansluitingenHierop kunt u surround achter-luidsprekers (9, 10) aansluiten.PRESENCE/ZONE2 aansluitingenHierop kunt u zg. aanwezigheidsluidsprekers (2, 3) aansluiten.SUBWOOFER aansluitingSluit hierop een subwoofer met ingebouwde eindversterker (1) aan (zoals het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System).16237910548Opstelling van de luidsprekers
15AANSLUITINGENVOORBEREIDINGENNederlands■Aansluiten van de luidsprekerkabel1Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van het uiteinde van elk van de luidsprekerdraden en draai vervolgens de blootliggende draadjes netjes in elkaar om kortsluiting te voorkomen.2Maak de knop los.3Steek een ontbloot draadeind in het gat aan de zijkant van de aansluiting.4Draai de draad vervolgens met de knop weer vast.■Verbinden met de PRESENCE/ZONE2 luidspreker-aansluitingenHierop kunt u zg. aanwezigheidsluidsprekers aansluiten.yU kunt deze aansluitingen ook gebruiken om eventuele Zone 2 luidsprekers op aan te sluiten (zie bladzijde 97).1Doe het lipje open.2Steek een ontbloot draadeind in het gat aan de zijkant van de aansluiting.3Doe het lipje weer dicht om de draad vast te zetten.10 mmRood: positief (+)Zwart: negatief (–)Rood: positief (+)Zwart: negatief (–)Rood: positief (+)Zwart: negatief (–)
16AANSLUITINGEN■Gebruik van bananenstekkers(uitgezonderd modellen voor het V.K., Europa en Azië)Een bananenstekker is een enkelpolige elektrische verbinding die vaak gebruikt wordt voor het aansluiten van luidsprekerkabels.yU kunt ook een bananenstekker gebruiken in de PRESENCE/ZONE2 luidspreker-aansluitingen. Open het lipje en steek een bananenstekker in het gat aan de zijkant van de aansluiting. Doe het lipje niet dicht nadat u een bananenstekker in de aansluiting gedaan heeft.1Maak de knop vast.2Steek de bananenstekker in de bijbehorende aansluiting.Bananenstekker
17AANSLUITINGENVOORBEREIDINGENNederlandsU kunt de digitale aansluitingen gebruiken voor PCM, Dolby Digital en DTS ingangssignalen. Wanneer u een bepaalde component zowel met de COAXIAL als met de OPTICAL aansluiting verbindt, zal het via de COAXIAL aansluiting binnenkomende signaal voorrang krijgen. Alle digitale ingangsaansluitingen zijn geschikt voor digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz. ■Audio-aansluitingenDit toestel heeft drie soorten audio-aansluitingen. Welke aansluiting u nodig heeft hangt af van de audio-aansluitingen van uw andere apparatuur. AUDIO aansluitingenVoor conventionele analoge audiosignalen via linker en rechter analoge audiokabels. Verbind de rode stekkers met de rechter en de witte stekkers met de linker aansluitingen. DIGITAL AUDIO COAXIAL aansluitingenVoor digitale audiosignalen via coaxiaal digitale audiokabels.
DIGITAL AUDIO OPTICAL aansluitingenVoor digitale audiosignalen via optisch digitale audiokabels. Trek het kapje van de optische aansluiting voor u er de optische glasvezelkabel op aansluit. Gooi het stofkapje niet weg. Wanneer u de optische aansluiting niet gebruikt, dient u het stofkapje er weer op te doen. Dit kapje beschermt de aansluiting tegen stof. ■Video-aansluitingenDit toestel heeft drie soorten video-aansluitingen. Welke aansluiting u nodig heeft hangt af van de ingangsaansluitingen van uw beeldscherm. Wanneer “VIDEO CONV. ” op “ON” (zie bladzijde 87) is ingesteld, zullen videosignalen die binnenkomen via de VIDEO en S VIDEO aansluitingen worden omgezet en naar keuze kunnen worden gereproduceerd via de VIDEO, S VIDEO en COMPONENT VIDEO aansluitingen. VIDEO aansluitingenVoor conventionele composiet videosignalen die worden overgebracht via composiet videokabels.
Op dezelfde manier zullen via de DIGITAL INPUT (OPTICAL of COAXIAL) ingangsaansluitingen binnenkomende audiosignalen alleen via de DIGITAL OUTPUT uitgangsaansluiting kunnen worden weergegeven.■Stroomschema videosignalen voor MONITOR OUTWanneer er videosignalen binnenkomen via de COMPONENT VIDEO, S VIDEO en VIDEO aansluitingen, zal aan deze signalen als volgt de voorkeur worden gegeven, met dien verstande dat aan videosignalen die binnenkomen via de COMPONENT VIDEO aansluitingen de hoogste prioriteit wordt toegekend:COMPONENT VIDEO > S VIDEO > VIDEOStroomschema audio- en videosignalenOpmerkingOpmerkingDIGITAL AUDIOOPTICALDIGITAL AUDIOCOAXIALAUDIORLRLDigitaal uitgangssignaalUitgangAUDIO OUT (REC)IngangAnaloog uitgangssignaalDigitale audioAnaloge audioS VIDEOVIDEOCOMPONENTVIDEO Y PBPR Y PBPRDoorUitgang(MONITOR OUT)IngangVideoconversie wanneer “VIDEO CONV.” is ingesteld op “ON” (zie bladzijde 87)Analoge video
20AANSLUITINGENSluit uw DVD-speler, DVD-recorder, videorecorder of STB (STB; een kastje bovenop de TV) aan via dezelfde soort video-aansluitingen als welke u gebruikt heeft voor uw TV (zie bladzijde 19). Een zogenaamde STB kan bijvoorbeeld een kabel-tv ontvanger of satellietontvanger zijn.Sluit dit toestel of de andere componenten pas aan op het lichtnet wanneer alle verbindingen tussen de componenten gemaakt zijn.• Wanneer “VIDEO CONV.” is ingesteld op “OFF” (zie bladzijde 87) moet u hetzelfde soort video-aansluitingen gebruiken als u gebruikt heeft om uw TV aan te sluiten (zie bladzijde 19).
Wanneer u iets wilt opnemen moet u gebruik maken van hetzelfde soort video-aansluitingen tussen alle betrokken componenten.• Om een digitale verbinding te maken met een andere component dan de component die standaard is toegewezen aan de DIGITAL INPUT of DIGITAL OUTPUT aansluiting, dient u de corresponderende instelling te selecteren voor “OPTICAL OUT”, “OPTICAL IN”, of “COAXIAL IN” bij “I/O ASSIGNMENT” (zie bladzijde 85).• Wanneer u uw DVD-speler zowel met de DIGITAL INPUT (OPTICAL) als met de DIGITAL INPUT (COAXIAL) aansluiting verbindt, zal het via de DIGITAL INPUT (COAXIAL) aansluiting binnenkomende signaal voorrang krijgen.■Aansluiten van een DVD-spelerAansluiten van een DVD-speler, een DVD-recorder, een videorecorder of een STB (Set Top Box)OpmerkingenLET OPAUD IODIGITALINPUTDVDDVDCOAXIALDVDVIDEODVDCOMPONENT VIDEOPRPBYPRPBYSVOLRCDVD-spelerOptische audio uitgangCoaxiale audio uitgangVideo uitgangAudio uitgangS-video uitgangComponent video uitgang
23AANSLUITINGENVOORBEREIDINGENNederlandsSluit uw CD-speler, MD-speler of cassettedeck aan via analoge en/of digitale aansluitingen.Sluit dit toestel of de andere componenten pas aan op het lichtnet wanneer alle verbindingen tussen de componenten gemaakt zijn.• Om een digitale verbinding te maken met een andere component dan de component die standaard is toegewezen aan de DIGITAL INPUT of DIGITAL OUTPUT aansluiting, dient u de corresponderende instelling te selecteren voor “OPTICAL OUT”, “OPTICAL IN”, of “COAXIAL IN” bij “I/O ASSIGNMENT” (zie bladzijde 85).• Verbind uw draaitafel met de GND aardaansluiting van dit toestel om ruis in het signaal te verminderen.
Bij sommige draaitafels is het echter mogelijk dat u minder ruis zult horen zonder gebruik te maken van de GND aansluiting.• De PHONO aansluitingen zijn uitsluitend bedoeld voor een draaitafel met een MM of hoog-vermogen MC cartridge. Als u een draaitafel met een laag-vermogen MC cartridge heeft verbonden met de PHONO aansluitingen, dient u een in-line boosting transformator of een MC-kopversterker te gebruiken.Aansluiten van een CD-speler, een MD-speler, een cassettedeck of een draaitafelOpmerkingenLET OPAUD IO AUDIODIGITALINPUTCDMD/CD-RMD/CD-ROUT(REC)IN(PLAY)MD/CD-RCDDIGITAL OUTPUTOPT ICALPHONOGNDLRLCRLR LROOCD-spelerMD-recorder of cassettedeckCoaxiale audio uitgangAudio uitgangAudio ingang Audio uitgangOptische audio uitgangOptische audio ingangDraaitafelAudio uitgangGND
24AANSLUITINGENDit toestel is voorzien van een DOCK aansluiting op het achterpaneel waarop u een YAMAHA iPod universeel dock (zoals een los verkrijgbare YDS-10) kan worden aangesloten voor uw iPod, zodat u uw iPod kunt bedienen met de meegeleverde afstandsbediening. Verbind een YAMAHA iPod universeel dock (zoals een los verkrijgbare YDS-10) met de DOCK aansluiting op het achterpaneel van dit toestel met de speciaal daarvoor bedoelde kabel. Wanneer deze verbinding tot stand is gebracht, kunt u uw iPod in uw YAMAHA iPod universeel dock plaatsen. Sluit dit toestel of de andere componenten pas aan op het lichtnet wanneer alle verbindingen tussen de componenten gemaakt zijn. • Alleen iPod apparatuur met een iPod (Click and Wheel), iPod nano en iPod mini worden ondersteund.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha RX-V659 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Receiver Yamaha
Handleiding Receiver
Nieuwste handleidingen voor Receiver