Xpeng G9 (2023) Handleiding

Xpeng Auto G9 (2023)

Bekijk gratis de handleiding van Xpeng G9 (2023) (327 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Xpeng G9 (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/327
Gebruikershandleiding
XPENG G9

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Xpeng
Categorie: Auto
Model: G9 (2023)

Handleiding Xpeng G9 (2023) – volledige tekst

XPENG G9 is een intelligente elektrische SUV met kenmerken die verschillen van gewonevoertuigen. Het wordt aanbevolen om de gebruikshandleiding te lezen, voordat u met uw G9gaat rijden, om de basisinformatie over het voertuig, de basishandelingen en de overeenkomstigewaarschuwingen te begrijpen. Als u toch nog vragen hebt over het gebruik van het voertuig, neemdan contact op met het XPENG servicecentrum.Deze handleiding werd opgesteld en gepubliceerd in augustus 2023. Sommige conguraties,functies of afbeeldingen die in de titel van de handleiding of beschrijving worden weergegevenmet “*” zijn slechts voorbeelden van een van de conguraties van het voertuig op dat moment,en XPENG G9 heeft de mogelijkheid deze op afstand te upgraden (OTA). Na de upgrade op afstandvan het voertuig worden de bijbehorende conguratie en functies van het voertuig synchroongeüpgraded of bijgewerkt.

Daarom wil XPENG Inc. u herinneren aan het volgende:Maak uzelf vertrouwd met de nieuwste en beste functies, rijtips en voorzorgsmaatregelen,enz., voordat u uw voertuig moet besturen na elke voertuigupgrade of functie-update. Let vooralop de waarschuwingen in deze handleiding en gebruik uw voertuig op de juiste en veilige manier.XPENG Inc. behoudt zich altijd het recht voor om de inhoud van deze handleiding entechnische specicaties te wijzigen, aan te vullen of te verwijderen.Bewaar de handleiding op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.preface1

VeiligheidsinstructiesRichtlijnen voorverkeersongevallenAls uw voertuig ernstige schade heeftopgelopen bij een ongeval, volg dan deonderstaande instructies om uw persoonlijkeveiligheid te garanderen:• Raak Hv-kabelbomen of Hv-componentenniet aan, om ernstige verwondingen doorelektrische schokken te vermijden.• Raak geen gemorste vloeistof aan.• Probeer niet om het voertuig zelf teinspecteren.• Neem contact op met het XPENG-servicecentrum als het voertuig gesleeptmoet worden.• Activeer het voertuig niet als het doorweektraakt, want dit kan kortsluiting veroorzakenin de tractieaccu.

Neem zo snel mogelijkcontact op met het XPENG-servicecentrumom het accusysteem te controleren en deschade aan de accu te laten beoordelen ompersoonlijke veiligheidsrisico's of secundaireschade aan het voertuig te voorkomen.• Als het voertuig rook afgeeft, ga danonmiddellijk op voldoende afstand van hetvoertuig staan en neem zo snel mogelijkcontact op met het XPENG-servicecentrum.• Als het voertuig in brand staat, ga danonmiddellijk op voldoende afstand van hetvoertuig staan en bel zo snel mogelijkde politie.

Vermeld aan de politie dat hetvoertuig een volledig elektrisch voertuig is.• Als op de ICM een fout in de tractie-accuwordt weergegeven, stop dan en zet hetvoertuig veilig aan de kant, ga op afstandvan het voertuig staan en neem contact opmet het XPENG-servicecentrum.• Als iemand in het voertuig gewond raakt,neem dan contact op met de nooddienstenop basis van de mate van letsel.• Als het voertuig betrokken is bij een ongevalzoals het schrapen van de onderzijde of eenaanrijding, dan kan de interne structuur vanInstructies voor XPENG-bezitters7 1

de accu beschadigd raken, wat een ernstigveiligheidsrisico vormt. Neem onmiddellijkcontact op met het XPENG-servicecentrumom het accusysteem te laten controlerenen de schade te laten beoordelen doordeskundigen.Belangrijke opmerkingenAls het voertuig een van de volgende conditiesondervindt, neem dan contact op met hetXPENG-servicecentrum:• De normale kilometerstand of service-interval van het voertuig komt metde onderhoudsvereisten (raadpleeg degarantie- en onderhoudshandleiding).• Voertuigongevallen zoals een aanrijding,weken of schrapen van de onderzijden.• Kritieke foutalarmmeldingen (bijv.tractieaccufout, oververhitting vantractieaccu, oververhitting van motor encontroller, elektrische systeemfout, enz.)verschijnen op de ICM van het voertuig.SysteemupgradeBasisintroductieHet voertuig ondersteunt het upgraden via deCID om de nieuwste functies voor uw auto tebieden. XPENG Inc.

raadt aan de nieuwe versievan de software zo snel mogelijk te installeren.• Als het voertuig is verbonden met hetnetwerk, ontvangt het automatisch deupgrade. Zorg ervoor dat het voertuigverbonden is.• Het verbruik van gegevens voor desysteemupgrade is voor rekening van XPENGInc. en het gebruikerspakket wordt nietopgebruikt. De gebruiker hoeft dus niets tebetalen voor de systeemupgrade.• Neem voor andere vragen contactop met het servicecentrum of hetklantenservicecentrum van XPENG.Instructies voor XPENG-bezitters8 1

Tik op“Versiebeschrijving” om de beschrijving vande softwareversie voor het huidige voertuig tebekijken.Nieuwe versie beschikbaarEr wordt een pushbericht verzonden om ueraan te herinneren dat er een nieuwe versieis om naar te upgraden en het logopictogram verandert in .Wanneer er een nieuwe versie beschikbaar is,tikt u op “Introductie nieuwe versie” op desysteeminformatie-interface om de upgrade-instructies voor de software weer te geven.UpgrademethodeWanneer een nieuwe versie beschikbaar isvoor een upgrade, kan het systeem op devolgende twee manieren worden bijgewerkt:Geplande upgradeTik op de pagina met systeeminformatieop “Upgraden naar nieuwe versie”.Er verschijnt een pop-upvenster om deupgradetijd te selecteren. Stel een tijd inwanneer u het voertuig niet nodig hebt, tikop “Planning van upgrade bevestigen”. HetInstructies voor XPENG-bezitters9 1

voertuig wordt op het ingestelde tijdstip en inde vergrendelde toestand bijgewerkt.Na het instellen van het tijdstip wordt opde systeeminformatiepagina de upgradetijdvan de planning weergegeven en deknop “Upgraden naar nieuwe versie” zalveranderen naar “Details van planning”.Voordat de upgrade begint, kunt u uwsysteemupgrade op elk gewenst momentopnieuw plannen door te tikken op “Detailsvan planning→Upgradetijd veranderen”.Automatische nachtelijke upgradeTik op de systeeminformatiepaginaop “Automatische nachtelijkeupgrade→Bevestigen” in delinkerbenedenhoek van de interface enschakel de automatische nachtelijkeupgradefunctie in.

Als het voertuig vervolgensdetecteert dat er een nieuwe versie is, danwerkt het automatisch bij om 3.00 uur 'snachts zonder bevestiging.Het wordt aanbevolen om “Automatischenachtelijke upgrade” in te schakelen om devoertuigsoftware altijd op de laatste versie tehouden.Opmerkingen bij de upgrade• Het voertuig kan niet worden gebruikttijdens de upgrade. Zorg ervoor dat hetvoertuig is vergrendeld, op een veilige plekis geparkeerd en voldoende tijd heeft om deupgrade te voltooien.• Voertuigen kunnen niet worden opgeladentijdens het upgradeproces, kies dus eengepast moment voor de upgrade.• Mislukte upgrades kunnen ertoe leidendat sommige voertuigen abnormaalfunctioneren.• Gebruik het voertuig niet als er eenstoring optreedt tijdens het upgradeproces.Tik op “Opnieuw proberen” om deupgrade opnieuw te proberen. Als meerderepogingen mislukken, neem dan contact opInstructies voor XPENG-bezitters10 1

met het servicecentrum of de klantenservicevan XPENG.• Na een upgrade kan het voertuig niet meerterug op een eerdere versie worden gezet.Buitenkant OverzichtOverzicht van de voorzijde1. Koplampen 2. Voorste combinatielamp 3. Voorste ruitenwisser Zie 241pagina4. Wiel– Bandenonderhoud Zie 268pagina5. Buitenspiegels Zie 217pagina6. Verborgen portierhendelInstructies voor XPENG-bezitters11 1

Perceptief SysteemRadarDit voertuig is uitgerust met twee soortenradars, namelijk de ultrasone radar en uiterstnauwkeurige korteafstandsradar.De radar wordt alleen gebruikt voor dedetectie van objecten rond het voertuig ominformatie te geven aan relevante functies.Montagepositie radar1. Ultrasone radar2. Uiterst nauwkeurige korteafstandsradarRadaronderhoudOm ervoor te zorgen dat radars goed werken,moeten deze schoon worden gehouden envrij zijn van ijs, sneeuw, water, stof en anderevreemde voorwerpen.Als er een vreemd voorwerp aan hetradaroppervlak vastzit, veeg het dan af meteen zachte doek of maak het schoon metwater (onder lage druk).

te voorkomen dat de prestaties van dekorteafstandsradars worden gehinderd.• Wanneer de radar beschadigd is,neem dan contact op met het XPENG-servicecentrum voor vervanging ofreparatie.• Onderdelen zoals ultrasone radar ennauwkeurige korteafstandsradars moetenworden vermeden bij het installerenvan carrosseriefolie of transparantebescherming om te voorkomen dat derijhulpsystemen en andere gerelateerdefuncties worden beïnvloed.• Bewerkingen aan het apparaat diede draadloze eigenschappen van hetapparaat zouden veranderen, inclusief hetwijzigen van software, het vervangen vande originele antenne of het aansluitenvan een externe antenne zijn verbodenzonder goedkeuring van het ministerievan Transport van de VolksrepubliekChina, omwille van het risico op draadlozeinterferentie.• Het is verboden om zelf radars tevervangen, opnieuw te monteren of toe tevoegen zonder professionele training, enalleen originele of geautoriseerde radarsvan XPENG Inc.

mogen worden gebruikt.Anders kunnen de relevante functiesmogelijk niet normaal gebruikt wordenen kunnen er radiostoringen ontstaan, enXPENG Inc. is niet aansprakelijk voor enigedirecte of indirecte schade. Wanneerde radar defect raakt of moet wordengeïnstalleerd, neem dan contact op methet XPENG-servicecentrum.• De radar zal niet goed werkenonder alle rij-, verkeer-, weer- enwegomstandigheden. Wanneer hetvoertuig zich in een complexe omgevingof in slechte staat bevindt, moetu voorzichtig rijden en altijd deverantwoordelijkheid nemen om veilig terijden.Instructies voor XPENG-bezitters19 1

• De nummerplaat moet regelmatigworden onderhouden om kromtrekkenen vervorming te voorkomen, wat vooreen abnormale radarwerking kan zorgen.Als de radar niet correct lijkt te werken,vervang of repareer deze dan niet zelf,maar neem tijdig contact op met hetXPENG-servicecentrum.Beperking en foutWanneer de radar niet goed werkt, kunnenfuncties die afhankelijk zijn van informatievan de radar abnormaal werken.

Tegelijkertijdheeft de radar een beperkt bereik en kan hetgeen doelen detecteren die buiten bereik zijn.Als de radar zich in slechteomgevingscondities bevindt, zal dit denormale werking van de radar beïnvloeden.Als de toestand van het door de radargedetecteerde doel abnormaal is, zal ookdit de detectieresultaten van de radarbeïnvloeden.De volgende omstandigheden kunnen ertoeleiden dat de radar het doel niet detecteert,een vertraagde detectie heeft of eendetectiefout heeft:• Slechte weersomstandigheden (bijv.

zwareregenval, sneeuw, dichte mist, enz.).• Oneen wegen of andere oorzaken dieervoor zorgen dat het voertuig opspringt ofslingert.• Storing van omringende akoestischegeluidsbronnen op dezelfde frequentie.• Het oppervlak van de radar is afgedekt doorijs, sneeuw, vorst, regen, mist, water, stof enandere vreemde voorwerpen.• Het doel dat door de radar moetworden gedetecteerd, is afgedekt meteen stof die geluidsgolven absorbeert,bijvoorbeeld sneeuwvlokken, schuim,katoenen voorwerpen, enz., Of er zijnobjecten in de buurt van het voertuig dievalse reecties van geluidsgolven kunnenveroorzaken.Instructies voor XPENG-bezitters20 1

– Houd de voorruit voor de camera schoon ener mogen zich geen voorwerpen tussen decamera en de voorruit bevinden.– Als er een vreemd voorwerp aan hetcameraoppervlak vastzit, veeg het dan afmet een zachte doek of maak het schoonmet water (onder lage druk). Spuit niet rechtop de camera met een hogedrukpistoolen gebruik geen schurende of scherpevoorwerpen om de camera schoon temaken.• Het is verboden om zelf camera's tevervangen, opnieuw te monteren of toete voegen zonder professionele training,en alleen originele of geautoriseerdecamera's van XPENG Inc. mogen wordengebruikt. Anders kunnen de relevantefuncties mogelijk niet normaal gebruiktworden en XPENG Inc.

is niet aansprakelijkvoor enige directe of indirecte schade.Wanneer de camera defect raakt of moetworden geïnstalleerd, neem dan contactop met het XPENG-servicecentrum.• De camera zal niet goed werkenonder alle rij-, verkeer-, weer- enwegomstandigheden. Wanneer hetvoertuig zich in een complexe omgevingof in slechte staat bevindt, moetu voorzichtig rijden en altijd deverantwoordelijkheid nemen om veilig terijden.Beperking en foutWanneer de camera niet goed werkt, kunnenfuncties die afhankelijk zijn van informatie vande radar beperkt zijn en abnormaal werken.Camera's hebben bovendien een beperktdetectiebereik en ze kunnen geen doelendetecteren die buiten het bereik liggen.Wanneer de externe omstadingheden slechtzijn, kan dit resulteren in een onduidelijkgezichtsveld voor de camera. Dit zalhet herkenningsvermogen van de camerabeïnvloeden en het afdekken van de cameraInstructies voor XPENG-bezitters22 1

zal ervoor zorgen dat de camera zijnherkenningsvermogen volledig verliest.De volgende omstandigheden kunneneen storing, vertraging of fout in decameraherkenning veroorzaken.• Slechte lichtomstandigheden of slecht zicht(door zware regenval, sneeuw, dichte mist,enzovoort.)• De camera is rechtstreeks gericht opde lichtbron of de lichtintensiteit isonvoldoende.• Snelle veranderingen van licht (bijvoorbeeldhet binnenrijden en verlaten van eentunnel).• Interferentie van de camera als gevolgvan weersomstandigheden (zware regen,sneeuw, mist, hitte of extreem koudetemperaturen).• Het oppervlak van camera is afgedekt doorijs, sneeuw, vorst, regen, mist, water, stof enandere vreemde voorwerpen.• Oneen wegen of andere oorzaken dieervoor zorgen dat het voertuig opspringt ofslingert.• Het camerabeeld is geblokkeerd.• Vervormde of beschadigde voorruiten leidentot veranderingen in cameraposities of-hoeken en veranderingen in de kleur vande voorruit kunnen ook gevolgen hebbenvoor de camera's.De bovenstaande voorbeelden,waarschuwingen en beperkingen dekken nietalle omstandigheden die de correcte werkingvan camera kunnen beïnvloeden.Instructies voor XPENG-bezitters23 1

Het is verboden om de HV-kabelboom of de hoogspanningscomponenten die op de HV-kabelboom zijn aangesloten aan te raken of te verwijderen, anders bestaat er een risico opelektrische schokken!TractieaccuTractieaccuDe tractieaccu is aan de onderkant van hetvoertuig gemonteerd, wees dus voorzichtigtijdens het rijden!• De nominale spanning van de tractieaccuis veel dan de spanning die hetmenselijk lichaam veilig kan verdragen.Hoogspanning kan ernstig letsel of zelfsde dood veroorzaken bij mensen. Let ophet gevaar van hoogspanning!• Alleen bekwame technici mogende tractieaccu en de bedradingverwijderen, controleren, opnieuwmonteren, repareren en anderewerkzaamheden uitvoeren.

Anders kanhet leiden tot elektrische schokken, letselof zelfs de dood als gevolg van eenonjuiste werking.• Wees voorzichtig bij het rijden overspeciale wegdekken zoals modder,kuilen, stoepranden, hogere en bredereverkeersdrempels, trottoirs en anderehellingen om een chassiscrash tevoorkomen die krassen of schade aan detractieaccu kan veroorzaken.• Wees voorzichtig bij het rijden overdiep water om kortsluiting, lekkage ofschade aan de tractieaccu als gevolgvan overmatig contact met water tevoorkomen.Elektrisch Systeem25 2

• Als u merkt dat het chassis bekrast wordtof dat de tractieaccu een vreemde geurafgeeft, dient u onmiddellijk te stoppenmet het gebruik van het voertuig encontact op te nemen met het XPENG-servicecentrum.BereikHet bereik is afhankelijk van factorenzoals het beschikbare vermogen, hetrijbereik en de tijtijd van hetvoertuig, de omgevingstemperatuur,de wegomstandigheden, rijgewoonten(airconditioning, rijmodi, teruggewonnenenergie) en het laadvermogen van het helevoertuig.Omgevingstemperatuur van tractieaccuDe omgevingstemperatuur beïnvloedt deprestaties van de tractieaccu en hetvoertuig moet gebruikt worden binnen hetomgevingstemperatuurbereik van -30 °C tot 55°C om de goede prestaties van de tractieaccute behouden en de levenscyclus van detractieaccu te verlengen.Stel het voertuig niet continu bloot aanomstandigheden boven 55°C of onder -30°C.Opmerking over recycling van tractieaccuWanneer het nodig is om de tractieaccu tevervangen of te slopen, neem dan contact opmet het XPENG-servicecentrum voor recycling.De verwijdering van de tractieaccu kan hetmilieu vervuilen of tot veiligheidsongevallenleiden.

• Scrol omlaag vanaf de bovenkant van de CIDom de laadpoort in het snelmenu in of uit teschakelen.OplaadinstructiesDisplay laadstatusDe laadstatus van het voertuig kan wordenaangegeven door de volgende 3 indicatiestijdens het opladen:Statusdisplay1. ICM2. Interface over energie op de CID3. XPENG-appElektrisch Systeem28 2

AC-opladenDe oplaadtijd is lang bij AC-opladen, wat goedis voor de bescherming van de accu. Opladen:1. Open de laadpoort.2. Neem het oplaadpistool en sluit hetverticaal aan op de AC-oplaadpoort.• Schud niet met het pistool om het teplaatsen.• Druk bij het plaatsen vanhet oplaadpistool niet op deontgrendelingsschakelaar, voer hetoplaadpistool verticaal in en wanneer ueen “klik”hoort tijdens het invoeren,betekent dit dat het pistool goed op zijnplaats zit.3.

Wanneer het opladen is voltooid, tiktu op “Opladen beëindigen” in hetEnergiecentrum op de CID, houd deontgrendelknop op het oplaadpistoolingedrukt en trek deze eruit.• Als het oplaadpistool na hetontgrendelen nog niet kan wordenuitgetrokken, duw het pistool danopnieuw terug naar binnen en probeerdeze opnieuw te ontgrendelen voordatu het er weer uittrekt, gebruikgeen kracht om schade aan hetoplaadpistool en het voertuig tevermijden.• Voor AC-opladen moeten de relevantevoorschriften van het laadstationworden gevolgd.• Zorg ervoor dat de laadpaal voldoetaan de relevante normen voordat uoplaadt.Noodontgrendeling voor AC-opladenAls de AC-lader na meerdere pogingen omte ontgrendelen nog steeds niet kan wordenElektrisch Systeem29 2

uitgetrokken, kan de AC-lader als volgtworden uitgetrokken:1. Open de koerbak en zoek deluchtventilatieklep aan de rechterkantvan de koerbak en gebruik het juistegereedschap om het deksel bij de openingte openen.2. Zoek de noodontgrendelingsring, trekeraan om het AC-oplaadpistool teontgrendelen en trek deze naar buiten.OplaadlimietOm de gezondheid van de accu tebeschermen, is het voertuig uitgerust met eenoplaadlimiet. Sommige modellen worden nietvolledig opgeladen. Als u lange afstandenmoet rijden, kan de laadlimiet hoger wordeningesteld op de laadlimietinterface.Elektrisch Systeem30 2

De laadlimiet voor modellendie zijn uitgerust met ternaire lithiumaccu'sis 90% en de laadlimiet voor modellen diezijn uitgerust met lithium-ijzerfosfaataccu'sis 100%.Voorverwarming accu bij lagetemperatuurDe functie voor het voorverwarmen van deaccu kan de accu bij lage temperaturenverwarmen met elektriciteit van de laadpaal.Wanneer de accu de juiste temperatuurbereikt, kan het bereik van het voertuigin koude omstandigheden eectief wordenvergroot.Wanneer de voorverwarmingsfunctie van deaccu is ingeschakeld, is het noodzakelijkom de AC-laadpaal aan te sluiten en ertegelijkertijd voor te zorgen dat de laadpaalgoed werkt.Tik op “ →Accu voorverwarmen bij lagetemperaturen” of open direct de XPENG-app, schakel de accuvoorverwarmingsfunctiebij lage temperaturen in en stel devoorverwarmingstijd in.Naast de bovenstaande methode, kunt u ookdirect tikken op "Nu voorverwarmen".Elektrisch Systeem31 2

• Het wordt aanbevolen om het voertuigzo snel mogelijk te gebruiken nadathet voorverwarmen van de tractieaccuis voltooid. Langdurig parkeren kan hetverwarmingseect verminderen.• Als de temperatuur van de tractieaccuhoog is, wordt de voorverwarmingsfunctieniet geactiveerd.• Als u een oplaadschema hebtgemaakt, zorg er dan voor dat devoorverwarmingstijd later is ingesteld dande geplande oplaadtijd.• Deze functie kan het stroomverbruik vande laadpaal iets verhogen. Gebruik hetalleen indien nodig.• Als de functie niet wordt ingeschakeld,controleer dan of is voldaan aan devoorwaarden. Neem contact op met hetXPENG-servicecentrum als er sprake is vaneen abnormale situatie.Tips• Bij het opladen bij lageomgevingstemperaturen verwarmt hetsysteem eerst de tractieaccu en laadtdeze vervolgens op als de temperatuurnormaal is.

Het opladen duurt in dit gevaliets langer dan normaal.• Wanneer het indicatielampje aangeeft dathet opladen abnormaliteiten vertoont,probeert u de oplaadstappen te herhalen,het hele voertuig opnieuw op te startenof een andere laadpaal te gebruiken.Haal het pistool niet herhaaldelijk in enuit de oplaadpoort en manipuleer debedieningsinterface van de laadpaal niet.Als de waarschuwing voor abnormaalopladen aanhoudt, neem dan contactop met het XPENG-servicecentrum voorinspectie en reparatie.• We raden aan om de airco niet in teschakelen tijdens het AC-opladen.Elektrisch Systeem32 2

Wanneer het opladen is voltooid, tiktu op “Opladen beëindigen” in hetEnergiecentrum op de CID, houd deontgrendelknop op het oplaadpistoolingedrukt en trek deze eruit.TipsAls u oplaadt met een 800V-laadpaal vaneen ander merk dan XPENG, kan er eenkleine schok optreden met het voertuigwanneer het opladen wordt gestopt, watnormaal is.Temperatuurregeling voor snelladenNadat deze functie is ingeschakeld, wanneerde navigatiebestemming een snellaadstationis, regelt het voertuig de temperatuur van detractieaccu in het optimale laadbereik om deoplaadtijd te verkorten.Tik op “ →Andere functies” om detemperatuurregeling voor het snel opladen inof uit te schakelen.• Voor DC-opladen moeten de relevantevoorschriften van het laadstation wordengevolgd.• Zorg ervoor dat de laadpaal voldoet aande relevante normen voordat u oplaadt.Schema voor traag opladenMet de functie voor het plannen van traagopladen kan het voertuig op een bepaaldtijdstip beginnen met opladen en automatischElektrisch Systeem33 2

stoppen wanneer het volledig is opgeladen (oftot de limiet bereikt).Volg de onderstaande stappen omoplaadschema te maken:1. Tik op de CID-statusbalk om de interfacevan het Energiecentrum te openen.2. Tik op de schakelknop Oplaadschema omde interface voor het plannen van hetopladen te openen.3. Stel de oplaadtijd in.4. Open de laadpoort.5.

Haal het oplaadpistool van de AC-laadpaalen plaats deze verticaal in de AC-laadpoortom het oplaadschema in te voeren.Tips• De oplaadtijd wordt langer door deomgevingstemperatuur, de levensduurvan de tractie-accu en andere factoren.• Onder bepaalde specialebedrijfsomstandigheden (zoals wanneerhet pistool nog lange tijd aangeslotenblijft nadat het opladen is voltooid),wordt de automatische sluitfunctie vanhet deksel van de laadpoort tijdenshet ontkoppelen van het pistool tijdelijkuitgeschakeld om energie te besparen.Sluit het deksel van de oplaadpoorttijdig na het opladen om te voorkomendat regen, sneeuw of andere vreemdevoorwerpen binnendringen.• Bij het opladen bij lageomgevingstemperaturen verwarmt hetsysteem eerst de tractieaccu en laadtElektrisch Systeem34 2

Het opladen duurt in dit gevaliets langer dan normaal.• Wanneer het indicatielampje aangeeft dathet opladen abnormaliteiten vertoont,probeert u de oplaadstappen te herhalen,het hele voertuig opnieuw op te startenof een andere laadpaal te gebruiken.Haal het pistool niet herhaaldelijk in enuit de oplaadpoort en manipuleer debedieningsinterface van de laadpaal niet.Als de waarschuwing voor abnormaalopladen aanhoudt, neem dan contactop met het XPENG-servicecentrum voorinspectie en reparatie.• Door prioriteit te geven aan het vermogenvan het airconditioningsysteem voor hetverwarmen van de accu tijdens het AC-opladen werkt de airconditioning mogelijkniet.• Als gevolg van de verschillen tussenlaadpaalfabrikanten in het interpreterenvan de laadnormen, evenals deverschillende onderhoudsniveaus vanlaadpalen, kunnen er gevallen zijn waarinhet voertuig niet kan worden opgeladenmet een laadpaal.

Probeer in eendergelijke situatie het pistool opnieuw aante sluiten of gebruik een andere laadpaal.Voorzorgsmaatregelen bij hetopladen• Houd het oplaadpistool stevig vast metbeide handen als u deze uit de laadpaalhaalt om te voorkomen dat de gedraaideoplaadkabel terugkaatst en de bestuurderraakt, waardoor letsel ontstaat.• Controleer voor het opladen of deoplaadpoort, het oplaadpistool, delaadstekker en andere apparatuur droogzijn. Het is verboden om op te laden als delaadapparatuur of uw handen nat zijn.• De kabel van het oplaadpistool mag nietgedraaid zijn tijdens het opladen.Elektrisch Systeem35 2

• Opladen is verboden als de oplader verroestof beschadigd is, zoals een vervormde ofscheve metalen klem van het oplaadpistool,evenals een vervormde en gebarsten plasticbehuizing van de stekker.• Druk in geval van nood tijdens hetopladen op de noodstopknop op hetoplaadapparaat om het opladen te stoppen.• Het wordt aanbevolen om het opladen vanhet voertuig tijdens onweer te stoppen,omdat bliksem schade kan veroorzaken aande oplaadapparatuur.• Het wordt aanbevolen om het voertuig op teladen met een laadpaal in een schaduwrijkeen beschutte plek om te voorkomen datregen of sneeuw in de oplaadpoort spat bijhet loskoppelen van het oplaadpistool.• Als u het oplaadpistool aansluit/ontkoppelt,moet het voertuig ontgrendeld zijn en hetoplaadpistool moet verticaal aangesloten ofontkoppeld worden.

Sluit het oplaadpistoolniet zijdelings aan en schud er niet mee.• Als de oplaadpoort tijdens het opladencontinu een sterke en irriterende geurafgeeft, stop dan onmiddellijk met opladen.• Het is ten strengste verboden omminderjarigen toe te staan deoplaadapparaten aan te raken of tegebruiken.• Als er vreemde voorwerpen zoals stofof grote harde deeltjes in de metalencontactdoos van de oplaadpoort, hetoplaadpistool of de oplaadstekker zitten,reinig deze onderdelen dan na hetuitschakelen van het voertuig laad daarnapas op.• Als u een elektronisch apparaat inuw lichaam hebt geïmplanteerd, zoalseen pacemaker, een cardiovasculairedebrillator, een interne pijnstillende pomp,een insulinepomp of een gehoortoestel, blijfdan niet in het voertuig of stap niet inhet voertuig terwijl het wordt opgeladen.Dit kan de werking van uw elektronischeElektrisch Systeem36 2

Houd de ontgrendelingsknop ingedrukt omde voeding eruit te trekken.Tips• Stel de voedingslimiet in om de voedingautomatisch te stoppen wanneer de SOCvan de tractieaccu zijn limiet bereikt.• Als de SOC lager is dan 20%, is de externevoedingsfunctie niet van toepassing.• Het is ten strengste verbodende wisselstroomvoorzieningsfunctie tegebruiken wanneer het externe elektrischeapparaat of de voedingslader beschadigdis.• Het is ten strengste verboden omminderjarigen de voedingslader telaten aanraken of gebruiken, en laatminderjarigen niet in de buurt komenElektrisch Systeem37 2

van de voedingslader wanneer deze ingebruik is.• Stop onmiddellijk met het gebruiken vande wisselstroomvoorzieningsfunctie bijeen abnormale stroomvoorziening.• Het is ten strengste verbodende connectorpinnen van destroomvoorziening van de elektrischeverbruiker en de oplaadpoortgaten aan teraken.• Het is ten strengste verbodenom vervalsingen en medische ofgezondheidszorg elektronische apparatente gebruiken.• Gebruik geen producten dieeen continue stroomvoorzieningvereisen, zoals medische apparatuur.DeStroomvoorziening Kan WordenOnderbroken Afhankelijk Van De Staat VanHet Voertuig.• Steek de stekker volledig in en gebruikde gekwaliceerde stekker die aande norm voldoet.Als u een versleten,gecorrodeerde of kapotte stekker of eenongeschikte stekker gebruikt, kan dit eenoorzaak van storing zijn.• Gebruik geen huishoudelijke apparatenmet een hoog vermogen die langdurigstroom verbruiken zoals airconditioning,wasmachine of droger, enz.• Hang de huishoudelijke apparaten nietaan de adapter.• Voor apparaten die buiten in eenvoertuig worden gebruikt, gebruik eenproduct met een waterdichte functieof gebruik het in een waterdichteomgeving.Gebruik Niet In OmgevingenMet Regen Of Hoge Vochtigheid.(Elektrische Apparaten, MeervoudigeStopcontacten, Verlengsnoeren, Enz.)• Als er risico op bliksem is, gebruik dan deV2L-functie niet buiten het voertuig.• Sluit Geen Meerdere DraagbareMeerwegstekkers Aan.Elektrisch Systeem38 2

• Bij het gebruik van een verlengkabel kaneen brand ontstaan als de kabel gedraaidis of over zichzelf heen ligt.Zorg ervoordat u de kabel zonder deze te draaiengebruikt.EnergieregeneratieKorte beschrijvingDe functie voor energieterugwinning kaneen deel van de kinetische energie vanhet voertuig omzetten in elektrische energieals het voertuig uitrolt of remt. Dit kande tractieaccu opladen en de actieradiusvergroten.Energieterugwinning bij uitrollenHet gaspedaal en het rempedaal mogenniet ingedrukt zijn wanneer het voertuigenergieterugwinning toepast tijdens hetuitrollen.Energieterugwinning bij remmenDe bestuurder drukt het rempedaal in omremenergie terug te winnen.Factoren die van invloed zijn openergieterugwinningHet hoeveelheid elektrische energie dienaar de tractieaccu wordt teruggewonnen isafhankelijk van de volgende factoren:1. De laadtoestand en temperatuur van detractieaccu.2.

WeergavesysteemomgevingssimulatieIntroductie van functieHet omgevingssimulatiesysteem is eenessentieel onderdeel voor het rijhulpsysteem.Het simuleert en toont de externe omgevingvia de ICM, inclusief de rijstrooklijnen enandere weggebruikers.waarschuwing• Het omgevingssimulatiesysteem iseen hulpfunctie. Het werkt nietonder alle omstandigheden zoalsrijomstandigheden, verkeers-, weers- enwegomstandigheden. Het mag geenvervanging zijn van de rijconcentratieen het nauwkeurige oordeel, noch vande waarneming van de bestuurderop de wegomstandigheden en andereweggebruikers.

Let tijdens het rijden opde wegomstandigheden en vertrouw nietalleen op de omgevingssimulatie, andersbestaat er risico op ernstig lichamelijkletsel of de dood.• Het detectiebereik van de bijbehorendecamera en sensor van hetomgevingssimulatiesysteem is beperkten de wegomstandigheden enweersomstandigheden kunnen dedetectie nadelig beïnvloeden. Zorg erdaarom voor dat u voorzichtig rijdt.ServicebeperkingenHet systeem voor omgevingssimulatiedetecteert niet altijd alle voorwerpen,voertuigen, etsers of voetgangers, nochgeeft het nauwkeurig de volledige staat vanRijhulp41 3

de omgeving weer. Verder bestaat er eenrisico op weergavefouten, bijvoorbeeld in devolgende gevallen:• Het voertuig rijdt op wegen met langebochten of in slechte toestand.• Donker (slechte lichtomstandigheden) ofweinig zicht (als gevolg van zware regenval,sneeuwval, mist en andere).• Sterk licht (zoals tegenlicht of directzonlicht) belemmert het zicht van decamera.• De voorruit blokkeert het zicht van decamera (waternevel, stof of stickers, enz.).• Camera's zijn begrensd.

Zie 21 pagina• Een bepaald type object wordt tenonrechte weergegeven als een ander typeobjectsimulatie.• Een object weergeven met een verkeerdesimulatie van richting en afstand.De bovenstaande voorbeelden,waarschuwingen en beperkingen dekken nietalle omstandigheden die de goede werkingvan het omgevingssimulatiesysteem kunnenbeïnvloeden.Adaptive Cruise Control (ACC)Introductie van functieDe functie adaptieve cruisecontrol (ACC) kanhet voertuig besturen om de voorligger tevolgen op de ingestelde afstand.

Als er geenvoorligger voor u is, zal de functie het voertuiglaten rijden op de ingestelde kruissnelheid.Tips• Wanneer u het voorliggende voertuigvolgt, is de ACC ook bij lage snelheid nogtoepasbaar.Wanneer het voorliggendevoertuig stopt, stopt het huidige voertuigook, en het kan beginnen te bewegenwanneer het voorliggende voertuig begintte bewegen.• Het Remlicht Wordt Geactiveerd OmAndere Weggebruikers Te WaarschuwenRijhulp42 3

Dat U Vaart Vermindert Wanneer ACCActief Afremt Om Afstand Te Houden VanHet Voorliggende Voertuig.• Het gaspedaal zal niet bewegen wanneerACC de voertuigversnelling regelt.De bestuurder moet tijdig reageren opverzoeken om het voertuig over te nemenAls de ACC de bestuurder vraagt om hetvoertuig over te nemen, dan verschijnt er eenmelding voor de bestuurder op de ICM, samenmet een geluidssignaal.Als de ICM waarschuwingen weergeeft,zoals “Gevaar!

Trap op de rem enneem over”, dan moet de bestuurder hetvoertuig onmiddellijk overnemen om gevaar tevermijden.Indicatielampje ICMU kunt de status van de ACC-functie checkendoor het indicatielampje op de ICM:De ACC kan geactiveerdworden als voldaan is aan devoorwaarden voor activeringvan de ACC.Als de ACC is geactiveerd,is de waarde die ophet indicatielampje wordtweergegeven de huidigeingestelde kruissnelheid vanhet voertuig.ACC-storingen.Neem contact op met het XPENG-servicecentrum voor inspectie en reparatie inhet geval van storingen in de ACC.Rijhulp43 3

GebruiksaanwijzingDe Adaptieve cruisecontrol (ACC) activerenHet lampje op de ICM wordt grijs als de ACCgeactiveerd is.Beweeg de schakelhendel omlaag naar deuiterste stand om de functie te activeren enhet ICM-indicatielampje zal blauw worden.ACC kan worden geactiveerd wanneer aan devolgende voorwaarden is voldaan:1. De versnelling van het voertuig staat op D.Rijhulp44 3

2. De snelheid van het voertuig is gelijk aan ofsneller dan 30 km/u, maar langzamer dan130 km/u (geen voorligger).3. Het rempedaal wordt niet ingedrukt.4. Er is geen abnormaal alarm op hetdashboard.5. Automatisch parkeren is niet actief.6. De vier deuren, de motorkap en dekoerbak zijn gesloten.De kruissnelheid aanpassenDe kruissnelheid kan worden ingesteld metde scrollknop aan de linkerkant van het stuur.Rol omhoog om de snelheid te verhogen enomlaag om deze te verlagen.Rijhulp45 3

Tips• Bij het langzaam bewegen van descrollknop verandert de kruissnelheid vanhet voertuig met 1 km/u; als u snel roltverandert de kruissnelheid met 5 km/u.• U kunt de rijsnelheid tijdelijk verhogendoor het gaspedaal in te duwen. Als una het verhogen van de rijsnelheid deschakelhendel omlaag beweegt, dan kuntu de huidige rijsnelheid instellen als denieuwe kruissnelheid of het gaspedaalloslaten. Het voertuig vertraagt tot deeerder ingestelde kruissnelheid.De volgafstand aanpassenDe versnelling voor de volgafstand kanworden ingesteld door de linker/rechterknopaan de linkerkant van het stuur en er zijn 5versnellingen om uit te kiezen.Rijhulp46 3

De ICM geeft de ingestelde volgafstand vanhet voertuig weer.TipsDe instelling van de volgafstand heeft eengeheugenfunctie. De volgafstand is na hetherstarten van de ACC de eerder ingesteldeafstand.ACC uitschakelen en herstellenU kunt het kruisen verlaten en het voertuigovernemen door het rempedaal in te trappen.Om de cruisecontrol opnieuw in te schakelen,beweegt u nadat u de cruisecontrolhebt uitgeschakeld de schakelhendelomlaag indien voldaan is aan deactiveringsvoorwaarden voor ACC.ACC uitschakelenSchakel de ACC uit door de schakelhendelomhoog te bewegen.Rijhulp47 3

Servicebeperkingen• ACC regelt alleen de snelheid van hetvoertuig in plaats van de rijrichting.• Als de bestuurder gevaren ontdekt, wachtdan niet om het voertuig over te nemennadat het overnameverzoek is verzonden.Neem het stuur onmiddellijk over.• Wanneer de ACC wordt geannuleerd,zal de energieterugwinning het voertuigvertragen en de vertragingsmethodehetzelfde zijn als bij het loslaten van hetgaspedaal als zonder de ACC.• Let altijd op de verkeerssituatie en dewegomstandigheden en beslis op hetmoment of u ACC wilt gebruiken opvoorwaarde dat het veilig is. Bij hetgebruik van de ACC moet u op elkmoment klaar zijn om het voertuig over tenemen als de verkeersomstandigheden,wegomstandigheden ofvoertuigomstandigheden niet geschiktzijn voor deze functie of als er andereonveilige factoren zijn.

U blijft altijdde verantwoordelijk om een goedevolgafstand en voertuigsnelheid aan tehouden en de geldende verkeerswettenen -regels te volgen.• De ACC is een rijhulpsysteem, en is nietgeschikt voor alle verkeers-, weers- enwegomstandigheden.• Lees alle secties over de ACC indeze handleiding om de beperkingente kennen. Bestuurders moeten dezebeperkingen kennen voordat ze de functiegebruiken.• ACC is ontworpen voor rijcomfort en-gemak, en niet om waarschuwen vooraanrijdingen of om aanrijdingen tevermijden. De bestuurder moet waakzaamte blijven, veilig rijden en het voertuigop elk moment blijven besturen. Vertrouwniet op het systeem om de snelheidRijhulp48 3

van het voertuig volledig te vertragen.Let altijd de weg voor u en weesop elk moment bereid om corrigerendemaatregelen te nemen. Anders kan heternstig letsel of overlijden veroorzaken.• In geval van voetgangers op weg, dientu altijd op de weg voor u te letten en opelk moment bereid zijn om corrigerendemaatregelen te nemen. Anders kan heternstig letsel of overlijden veroorzaken.• Gebruik de ACC niet op wegen metscherpe bochten (zoals s-bochten ofhaarspeldbochten, etc.), ijzige of gladdewegen of onder weersomstandighedenals het rijden met een gelijkmatigesnelheid ongeschikt is (zoals zwareregenval, sneeuw, mist enzovoort).

DeACC kan de rijsnelheid niet aanpassen aande weg- en rijomstandigheden.• Als een voertuig plotseling snel rijdt ofop korte afstand voor uw voertuig rijdt,het voertuig voor u hard remt of als hetvoertuig instuurt in een haarspeldbocht,dan kan ACC mogelijk niet tijdig remmenof vertragen.• De ACC kan af en toe het voertuig remmenwanneer dit niet nodig is of wanneer uniet van plan was te remmen. Dit kanworden veroorzaakt door het te dichtvolgen van het voorliggende voertuig ofhet detecteren van een voertuig of objectin een naastgelegen rijstrook (vooral ineen bocht).• U blijft altijd verantwoordelijk om te allentijde een veilige volgafstand te bepalenen te handhaven. Vertrouw niet op de ACCom een correct of accurate volgafstand tebehouden.

Als er vrachtwagens en bussenin de aangrenzende rijstroken rijden,vooral in tunnels of 's nachts, moet debestuurder goed opletten bij het volgenvan voertuigen die extra lange ladingenvervoeren.• De ACC is een comfortfunctie,geen antibotsingsfunctie, de maximalevertraging is dus beperkt en bedraagtRijhulp49 3

minder dan de maximale vertraging diekan worden verzocht door automatischnoodremmen en rijden. Vertrouw niet opde ACC om de snelheid van het voertuigvolledig te vertragen en ongevallen tevoorkomen. Observeer altijd de weg dievoor u ligt en wees op elk momentbereid om onmiddellijk corrigerendemaatregelen te nemen.• Gebruik de ACC niet op stadswegen of inveranderende verkeersomstandigheden.• De ACC kan niet alle voertuigen envoorwerpen detecteren en kan mogelijkniet remmen/vertragen bij stilstaandevoertuigen of voorwerpen, vooral als eenvoorligger uw rijstrook verlaat en er zicheen stilstaand voertuig of object vooru bevindt. Let altijd op altijd de wegvoor u en wees op elk moment bereidom snel corrigerende maatregelen tenemen. Volledig vertrouwen op de ACCkan leiden tot ernstig persoonlijk letsel ofde dood.

Daarnaast kan de ACC reagerenop voertuigen of objecten die niet bestaanof niet aanwezig zijn op de huidigerijstrook, waardoor het voertuig onnodigof onnauwkeurig vertraagt.• Vanwege het beperkte remvermogen enals het voertuig op een helling rijdt,kan de ACC mogelijk de snelheid nietvoldoende aanpassen en kan het ook deafstand tot het vorige voertuig verkeerdinschatten. Het afdalen kan leiden toteen verhoging van de snelheid, waardoorhet voertuig de ingestelde snelheid (enmogelijk de toegestane snelheidslimiet)overschrijdt. Vertrouw niet op de ACC omde snelheid van het voertuig voldoendete vertragen om ongevallen te voorkomen.Let altijd op de weg voor u en wees op elkmoment bereid om de juiste maatregelente nemen indien nodig. Vertrouwen opde ACC om het voertuig voldoende tevertragen om botsingen te voorkomen,kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel ofde dood.Rijhulp50 3

De onderstaande acties zijn verboden voorhet gebruik van dit rijsysteem:• Volledig vertrouwen op de ACC.– De ACC gebruiken in een omgevingwaar veel voetgangers, etsers ofdieren zijn.• Twee handen van het stuur houden.• Niet naar de weg kijken.• Er wordt niet gereageerd op de volgendeobjecten:– Mensen en dieren.– Verkeerslichten.– Muren en wegversperringen.– Fietsen, motoretsen en driewielers.– Andere objecten die geen voertuigenzijn.– Doelen in de dode hoek van de sensor.De volgende omstandigheden kunnenleiden tot fouten in de camera ofradarherkenning, die de prestaties van deACC hinderen en ervoor zorgen dat defunctie wordt afgesloten:• De installatielocatie van de camera isgewijzigd.• De camera is geblokkeerd of vuil.• Het herkenningsvermogen 's nachtsis verminderd en in een schemerigeomgeving, bijvoorbeeld bij zonsopgang,in de schemering, 's nachts of in eentunnel.• De helderheid van de omgeving verandertplotseling, bijvoorbeeld bij de in- ofuitgang van de tunnel.• Grote schaduwen van gebouwen,landschappen of grote voertuigen.• De camera wordt rechtstreek verlicht doorlicht.Rijhulp51 3

• Er ligt water, stof, krasjes, olie, vuil,ruitenwisser, ijs en sneeuw op de voorruitvoor de camera.• De radar is verkeerd geplaatst ofgeblokkeerd, of er zit aarde, ijs, sneeuw,metalen platen, stickers of bladeren op.• De radar of de omgeving ervan wordtgeraakt door een ongeval of aanrijding.De volgende omstandigheden kunnen onderandere de werking van de ACC beperken envereisen dat de bestuurder extra oplet:• Er rijden veel voertuigen naast elkaar bijhet naderen of passeren van een bocht.• U kunt op een heuvel uw doel uit hetoog verliezen of de afstand tussen u ende voorligger verkeerd inschatten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Xpeng G9 (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden