Wolf CGB-2K-20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Wolf CGB-2K-20 (108 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Wolf CGB-2K-20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Wolf |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | CGB-2K-20 |
Handleiding Wolf CGB-2K-20 – volledige tekst
3064247_202001 31. Informatie met betrekking tot de documentatie / omvang van de levering1. 1 Tevens geldende documentatie - Bedrijfshandleiding - Onderhoudshandleiding voor de installateur - Installatie- en bedrijfsboekEventueel gelden ook de handleidingen van alle gebruikte toebehorenmodules en van ander toebehoren. 1. 2 Bewaring van de documentatieDe exploitant, resp. de gebruiker van de installatie is verantwoordelijk voor het bewa-ren van alle handleidingen en documentatie. ► Overhandigdezebedrijfshandleidingevenalsalleoverigevantoepassingzijndehandleidingen aan de exploitant of gebruiker van de installatie. 1. 3 Instructie van de exploitant van de installatie- De exploitant van de installatie erop wijzen dat hij een onderhouds- en inspectie-contractkanafsluitenmeteengespecialiseerderma.
- De exploitant van de installatie erop wijzen dat de jaarlijkse inspectie en onderhoud enkel mogen worden uitgevoerd door een erkende vakman. - De exploitant van de installatie erop wijzen dat de reparatiewerkzaamheden enkel mogen worden uitgevoerd door een erkende vakman. - De exploitant van de installatie erop wijzen dat enkel originele onderdelen mogen worden gebruikt. - De exploitant van de installatie erop wijzen dat geen technische wijzigingen aan de verwarmingsketel of aan regelingstechnische onderdelen mogen worden uitge-voerd. - De exploitant van de installatie erop wijzen dat hij verantwoordelijk is voor de veilig-heid en de onschadelijkheid voor het milieu, evenals voor de energetische kwaliteit van de verwarmingsinstallatie. - De exploitant van de installatie erop wijzen dat hij deze handleiding en tevens geldende documenten zorgvuldig moet bewaren.
Informatie met betrekking tot de documentatie / omvang van de levering1 x HR-gaswandtoestel, gereed om aan te sluiten, bemanteld1x Ophanghoekproelvoorwandmontage1 x Bedrijfshandleiding voor de installateur1 x Bedrijfshandleiding1 x Onderhoudshandleiding1 x Checklist inbedrijfstelling1 x Sticker „G31/G30“ (voor aanpassing op vloeibaar gas)2 x Haaks aansluitstuk koud-/warmwater (alleen voor combitoestel)LeveringsomvangToebehoren De hieronder vermelde toebehoren zijn voor het installeren van het HR-gaswandtoestel noodzakelijk:- Lucht-/rookgastoebehoren (zie ontwerpaanwijzingen)- Ruimte- of weersafhankelijke regeling (AM / BM-2)- Condensaatafvoertrechter met slanghouder- Onderhoudskranen voor verwarmingsaanvoer en -retour- Gaskogelkraan met brandbeveiligingsvoorzieningen- Overdrukventiel voor de verwarming- Veiligheidsgroep voor het gebruikswater- Kortsluitleidingwerk voor boileraansluiting (uitsluitend bij toepassing van de toestellen zonder warmwaterfunctie)Verdere toebehoren volgens prijslijstGEVAARElektrische spanning.
Dood door een elektrische schok. ►Warmtegeneratoren mogen alleen door een installateur van het elektriciteitsnet worden losgekoppeld. OPGELETLekkende olie. Verontreiniging van drinkwater door stoffen die gevaarlijk zijn voor het water. ►Warmtegeneratoren mogen alleen door een installateur worden gedemon-teerd. OPMERKINGLekkend water. Waterschade. ►Resterend water van de warmtegenerator en het verwarmingssysteem opvangen. Niet met het huisvuil weggooien.
►Volgens de wetgeving inzake afvalverwerking moeten de volgende componenten voor een milieuvriendelijke verwerking of recycling naar een afvalverzamelpunt worden gebracht: – Oud toestel – Slijtdelen – Defecte onderdelen – Elektrisch of elektronisch afval – Vloeistoffen en oliën die het milieu schadenMilieuvriendelijk betekent dat het afval wordt gescheiden naargelang de materi-aalgroep en dat de basismaterialen zoveel mogelijk worden hergebruikt om het milieu zo min mogelijk te belasten. ►Verpakkingen van karton, recyclebare kunststoffen en vulmaterialen van kunst-stof milieuvriendelijk via overeenkomstige recyclingsystemen of milieuparken afvoeren. ► Landspeciekeoflokalevoorschrifteninachtnemen. Recycling en afvoer.
3064247_202001 52. VeiligheidsaanwijzingenGevaar bij gasgeur- De gaskraan sluiten. - Vensters openen. - Geen elektrische schakelaars bedienen. - Open vlammen blussen. - Van buiten het gebouw het gasbedrijf en een er-kend gespecialiseerd bedrijf bellen. Gevaar bij rookgasgeur- Toestel uitschakelen- Open vensters en deuren- Erkende installateur informerenDeze handleiding moet vóór het begin van de montage, inbedrijfstelling of onderhoud door het op dat ogenblik met het werk belaste personeel worden gelezen. De in-structies in deze handleiding moeten worden nageleefd. Indien deze bedrijfshandleiding niet nageleefd wordt, vervalt de garantieaanspraak tegenover de rma WOLF. De installatie van een gasverwarmingsketel moet bij het bevoegde gasbedrijf worden aangegeven en deze moet erdoor worden goedgekeurd.
Let erop dat regionaal mogelijk vergunningen vereist zijn voor de rookgasinstallatie en de condensaataan-sluiting op het openbare rioolnet. Voor aanvang van de montage controleren of er instan-ties zijn die geïnformeerd dienen te worden. Voor montage, inbedrijfstelling en onderhoud van het HR-gaswandtoestel moet bevoegd en opgeleid personeel ingezet worden. Werkzaamheden aan elektrische com-ponenten (bijv. regeling) mogen volgens VDE 0105 deel 1 enkel door elektriciens worden uitgevoerd. Voor werkzaamheden met betrekking tot de elektrische installatie zijn de bepalingen van de branche vereniging en van het plaatselijke energiebedrijf maatgevend. Het HR-gaswandtoestel mag uitsluitend binnen het ver-mogensbereik (de capaciteit) worden gebruikt, welke in de technische documentatie van de rma WOLF is vastgelegd.
Het gebruik volgens de bestemming van het toestel betekent het uitsluitend gebruik voor warmwater-verwarmingsinstallaties overeenkomstig NEN EN 12828. De veiligheids- en controle-inrichtingen mogen niet verwij-derd, overbrugd of op een andere manier buiten werking worden gesteld. Het toestel mag enkel in een technisch perfecte toestand worden gebruikt.
Storingen en beschadigingen die de veiligheid in gevaar brengen of in gevaar kunnen brengen, moeten onverwijld en deskundig worden verholpen. Beschadigde elementen en componenten mogen alleen door originele WOLF-re-serveonderdelen vervangen worden. Gevaar door elektrische stroomNooit bij ingeschakelde aan/uit-schakelaar elek-trische componenten of contacten aanraken. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok, met letsel of de dood tot gevolg. Op aansluitklem-men is ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar spanning aanwezig. Gevaar voor brandwonden. Verwarmingsketels kunnen warm water bevatten. Warm water kan tot zware vloeistofverbrandingen leiden. Vóór werkzaamheden aan water bevattende on-derdelen het toestel onder 40 °C laten afkoelen, alle afsluiters (kranen) sluiten en eventueel het toestel aftappen. VerbrandingsgevaarComponenten van de verwarmingsketel kunnen erg warm zijn.
Warme componenten kunnen tot brandwonden leiden. Vóór werkzaamheden aan het geopende toestel dit tot 40 °C laten afkoelen of geschikte werk-handschoenen gebruiken. SymbolenIn deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt voor waarschuwingen. Ze hebben betrekking op de bescherming van personen en de technische bedrijfszekerheid. geeft aanwijzingen aan die nauwgezet moeten worden opgevolgd om risico’s voor of letsels van personen te vermijden. geeft aanwijzingen aan die nauwgezet moeten worden opgevolgd om risico’s voor of letsels van personen door elektrische spanning te vermijden. geeft technische aanwijzingen aan die moe-ten worden opgevolgd om storingen tijdens de werking van de ketel en/of materiële schade te vermijden. Opgelet.
6 3064247_2020012. VeiligheidsaanwijzingenGevaar door waterzijdige overdrukVerwarmingsketels staan aan de waterzijde onder een hoge overdruk. Waterzijdige overdruk kan tot zwaar letsel leiden. Vóór werkzaamheden aan water bevattende on-derdelen het toestel onder 40 °C laten afkoelen, alle afsluiters (kranen) sluiten en eventueel het toestel aftappen.Opmerking: Voelers en sensoren kunnen deel uitmaken van het watercircuit en bijgevolg onder druk staan.Werken aan de installatie- Gasafsluiter sluiten en tegen onbedoeld openen beveili-gen.- Installatie spanningsvrij schakelen (bijv.
aparte zekering verwijderen/uitschakelen, via een hoofdschakelaar of Nood-Uit-schakelaar van de verwarmingsinstallatie) en controleren of de installatie daadwerkelijk spanningsvrij is.- De installatie borgen tegen herinschakeling.Inspectie en onderhoud- De perfecte werking van de gaswandtoestellen dient door een minimaal jaarlijkse inspectie en een naar behoefte afgestemd onderhoud en eventuele reparatie door een vakspecialist te worden gewaarborgd.- (DVGW - TRGI 2008 - G600). Voor dit doel is het raadzaam een desbetreffend onder-houdscontract af te sluiten.- De exploitant is verantwoordelijk voor de veiligheid en de onschadelijkheid voor het milieu, evenals voor de energe-tische kwaliteit van de verwarmingsinstallatie.- Uitsluitend originele WOLF-reserveonderdelen gebruiken!
3064247_202001 136. Elektronische gas/lucht-regelingGasadaptieve verbrandingsluchtregelingPrincipe:Voor de verbrandingsregeling wordt het onderling verband tus-sen de gemeten ionisatiestroom en de luchtovermaat gebruikt.Het systeem voert een continue vergelijking van de ingestelde en de werkelijke waarde van de ionisatiestroom uit.De regeling past via de elektronische gasklep de hoeveelheid gas zodanig aan, dat de gemeten ionisatiestroom met de instelwaarde overeenkomt.In het systeem zijn voor ieder prestatiepunt instelwaarden voor de ionisatiestroom vastgelegd.Kalibratie:De ionisatiestroom is over alle gassoorten bij lambda λ(luchtgetal) = 1 maximaal Het systeem kalibreert zich autonoom doordat het voor korte duur op lambda 1 regelt. Korte verhoogde CO-emissies.Wanneer wordt gekalibreerd?1. Na iedere inschakeling van het voedingsnet.2.
Cyclisch na een bepaald aantal branderstarts en een bepaalde branderlooptijd.3. Na bepaalde fouten, zoals Vlamuitval tijdens werking.Tijdens het kalibreren kunnen de CO-emissies hoger zijn.OpgeletAfbeelding: Diagram ionisatiestroomregelingλ=1,35λ=1IosollIomaxLuchtgetal [ ]λIonisatiestroom [Io]Regelbereik
14 3064247_2020017. OmkastingOmkastingAllereerst het regelingsdeksel rechts vastpakken en naar links openklappen. Daarna de beide inbusbouten links en rechts op de frontbekleding losdraaien. De frontbekleding kan dan bo-venin worden losgehaakt en vervolgens worden weggenomen.Afbeelding: vooraanzicht, regelingsdeksel geheel geopendAfbeelding: vooraanzicht, regelingsdeksel enigszins geopendInbusbouten SW 4
Bij de installatie en het bedrijf van de verwarmingsinstallatie moeten de volgende lokale bepalingen worden nageleefd:• opstellingsvoorwaarden• toevoer- en retourluchtvoorzieningen alsmede schoorsteenaansluiting• elektrische aansluiting op de stroomvoorziening• technische regels van het gasbedrijf inzake de aansluiting van het gastoestel op het lokale gasnet• voorschriften en normen inzake de veiligheidstechnische uitrusting van de waterverwarmingsinstallatie• drinkwaterinstallatieIn het bijzonder voor de installatie moeten de volgende algemene voorschriften, regels en richtlijnen in acht genomen worden:• (NEN) EN 806 Eisen voor drinkwaterinstallaties in gebouwen - Installatie• (NEN) EN 1717 Bescherming tegen verontreiniging van drinkwater in drinkwaterinstallaties• (NEN) EN 12831 Verwarmingssystemen in gebouwen - Methode voor de berekening van de ontwerpwarmtebelasting• (NEN) EN 12828 Verwarmingssystemen in gebouwen - Ontwerp voor watervoerende verwarmingssystemen• (NEN) EN 13384 Schoorstenen - Thermische en dynamische berekeningsmethoden• (NEN) EN 50156-1 (VDE 0116 deel 1) Elektrische uitrusting voor verwarmingstoestellen• VDE 0470/(NEN) EN 60529 Beschermingsgraden van omhulsels• VDI 2035 Voorkomen van schade in warmwaterverwarmingsinstallaties - Ketelsteenafzetting (blad 1) - Corrosie aan waterzijde (blad 2) - Corrosie aan rookgaszijde (blad 3)Bovendien gelden voor de installatie en het bedrijf in Duitsland in het bijzonder:• Technische regels inzake gasinstallaties DVGW-TRGI 1986/1996 (DVGW-werkblad G600 en TRF)• DIN 1988 - Technische regels voor drinkwaterinstallaties• DIN 18160 Rookgasinstallaties• DWA-A 251 Condensaten uit HR-ketels• ATV-DVWK-M115-3 Indirecte lozing van niet-huiselijk afvalwater – Deel 3: Praktijk van de bewaking van indirecte lozing afvalwater• VDE 0100 Bepalingen voor het bouwen van sterkstroominstallaties met nominale spanningen tot 1000 V.
16 3064247_2020018. Normen en voorschriftenVoor het installeren en in werking stellen in België gelden in het bijzonder:• de nationale bepalingen inzake de opstellingsvoorwaarden• de nationale bepalingen inzake de toevoer- en retourluchtvoorzieningen benevens de schoorsteenaansluiting• de nationale bepalingen voor de elektrische aansluiting op de stroomvoorziening• de nationale technische regels van het gasbedrijf inzake de aansluiting van de gasbrander op het lokale gasnet• de nationale voorschriften en normen inzake de veiligheidstechnische uitrusting van de waterverwarmingsinstallatie• de nationale bepalingen inzake de drinkwaterinstallatie
3064247_202001 178. Normen en voorschriften Open HR-gaswandtoestellen mogen uitsluitend in een ruimte worden geïnstalleerd, welke aan de bepalende ventilatievoorwaarden voldoet. Anders bestaat verstikkings- of vergiftigings-gevaar. Lees de montage- en onderhoudshand-leiding alvorens het toestel te installeren. Houd eveneens rekening met de ontwerpaanwijzin-gen. Bij een werking op vloeibaar gas mag uitsluitend propaan overeenkomstig DIN 51 622 worden gebruikt, omdat anders het gevaar aanwezig is, dat er storingen inzake het startgedrag en de werking van het HR-gaswandtoestel optreden, hetgeen weer tot beschadiging van het toestel en/of letsel van personen kan leiden. Bij slecht ontluchte tanks met vloeibaar gas kan het tot ontstekingsproblemen komen. Wend u zich in dat geval tot de onderneming die belast is het met vullen van de tank met vloeibaar gas.
Ter bescherming tegen kalkvorming dient vanaf een totale hardheid van 15°dH (2,5 mol/m³) de warmwatertempera-tuur op maximaal 50 °C te worden ingesteld. Dit is overeenkomstig de drinkwaterverordening de laag-ste toelaatbare waarde voor de warmwatertemperatuur, omdat dan bij een dagelijks gebruik van de warmwate-rinstallatie bijgevolg het risico op het vermeerderen van legionellabacteriën praktisch is uitgesloten. (bij installatie van een drinkwatervoorraadvat ≤ 400 liter; compleet wa-terverbruik (suppletie van vers water) van de boiler door afname binnen 3 dagen)Vanaf een totale hardheid van meer dan 20°dH is het ge-bruik van een waterbehandeling in de toevoerleiding van het koud water voor de verwarming van drinkwater in ieder geval vereist om de onderhoudsintervallen te verlengen.
Ook bij een waterhardheid van minder dan 20 °dH kan plaatselijk een verhoogd verkalkingsrisico bestaan, waardoor een onthardingsingreep noodzakelijk wordt. Het niet naleven hiervan kan leiden tot voortijdig verkalken van het toestel en tot een beperkt warmwatercomfort.
De plaatselijke omstandigheden moeten steeds door de verantwoordelijke installateur worden gecontroleerd. De instelbare temperatuur van het boilerwater kan meer dan 60 °C bedragen. Bij kortstondige werking met een temperatuur van meer dan 60 °C moet hierop gelet worden, aangezien er een risico op brandwonden bestaat. Bij lang-durig gebruik moeten de nodige voorzieningen getroffen worden zodat de temperatuur bij het aftappen niet meer dan 60 °C bedraagt, bijv. thermostaatventiel. Afbeelding: Wolf HR-gaswandketelHoogrendement-gaswandketel CGB-2.
18 3064247_2020019. OpstellingEerst moet bepaald worden waar het toestel ingebouwd zal worden. Daarbij moet met de rookgasaansluiting en de zijdelingse afstanden tot wanden en plafond rekening gehouden worden, evenals met eventuele reeds bestaande aansluitingen voor gas, verwarming, warm water en elektrische aansluiting. Minimale afstandenVoor het uitvoeren van inspectie- en onderhoudswerkzaamhe-den aan het toestel adviseren wij de minimale afstanden aan te houden, omdat anders de mogelijkheid voor de controle en het functioneel testen van het toestel bij onderhoudswerk-zaamheden niet is gewaarborgd. Het toestel mag enkel opgesteld worden in vorstvrije ruimten. De temperatuur in de opstellingsruimte moet tussen 0 °C en 40 °C liggen. Bovendien dienen alle onderdelen van het HR-gaswandtoestel vanaf de voorzijde vrij toegankelijk te zijn. Rookgasmetingen moeten uitgevoerd kunnen worden.
Worden de minimale af-standsafmetingen en de toegankelijkheid niet in acht genomen, dan kan in het geval van een klantinzet de toegankelijk door Wolf worden gevorderd. Gebruik in natte ruimtesHet WOLF HR-gaswandtoestel voldoet in de uitleveringstoestand bij een gesloten uitvoering aan de beschermingsklasse IPx4D. Bij opstelling in natte ruimtes dient aan de volgende voorwaar-den te zijn voldaan:- HR-gaswandtoestel in gesloten uitvoering- voldoen aan de beschermingsklasse IPx4D- alle in- en uitgaande elektr. kabels dienen door snoeront-lastingen te worden geleid en vastgezet. De koppelingen dienen stevig te worden vastgedraaid zodat er geen water in de behuizing kan binnendringen. Geluidsisolatie: Bij kritische installatieomstandigheden (bijv. montage aan een gipskartonwand) kunnen bijkomende maatregelen voor scheiding tegen contactgeluid van het toe-stel noodzakelijk zijn.
De verbrandingslucht, welke naar het toestel wordt toegevoerd, en de opstellingsruimte dienen vrij van chemische stoffen te zijn, bijv. uor, chloor of zwavel. Soortgelijke stoffen kan men terugvinden in sprays, verf, kleefstoffen, oplos- en reinigingsmiddelen. In het ongunstig-ste geval kunnen deze tot corrosie leiden, ook in de installatie voor de rookgassen. Een afstand van het toestel ten opzichte van brandbare materialen en/of brandbare bestand-delen is niet noodzakelijk, aangezien bij het nominale verwarmingsvermogen van het toestel geen hogere temperaturen dan 85 °C optreden. Explosieve of licht ontvlambare stoffen mogen echter niet in de opstellingsruimte gebruikt worden, aangezien hierbij brand- en/of ontplof-ngsgevaar bestaat.
Bij de montage van het toestel moet erop gelet worden dat geen vreemde voorwerpen (bijvoor-beeld boorstof) in het gastoestel kan geraken, want dit zou tot storingen aan het toestel kunnen leiden. OpgeletAfbeelding: Minimale afstandenAfstanden zijdelings min. 40 mm.
20 3064247_2020011.MarkeerdeboorgatenØ12voorhetophanghoekproelmetinachtneming van de minimale wandafstanden.2.Plaatsdepluggen,monteerhetophanghoekproelmetdemeegeleverde schroeven.3. Hang de HR-gaswandketel met de ophangbeugel in het ophanghoekproel.OphangbeugelAfbeelding: Ophangbeugel van het HR-gaswandtoestelAfbeelding:BoorgatenvoorhetophanghoekproelToestelbevestiging met bevestigingsbeugel Bij de montage van het toestel moet op voldoende draagvermogen van de bevestigingsdelen gelet worden. Daarbij moet ook rekening gehouden wor-den met de eigenschappen van de wand, aangezien het anders tot gas- of waterlekkage zou kunnen komen en er bijgevolg kans is op ontplofng ofwaterschade.10. Montageafmetingenmin. 552 mmPlafond
InstallatieToevoerleiding inbouwuitvoeringWanneer toevoerleidingen voor koud en warm water, verwar-ming, gas en afvoer overdrukventiel ingebouwd geleid worden kunnen de aansluitingen met het inbouwmontagesjabloon vastgelegd worden.Leidingen voor gas, verwarming en warmwater in de wand overeenkomstig de als toebehoren te verkrijgen montagesja-bloon installeren.Afbeelding: InbouwmontagesjabloonAfbeelding: Aansluitconsole voor opbouwuitvoering (toebe-horen) voor CGB-2Afbeelding: Aansluitconsole voor opbouwuitvoering (toebe-horen) voor CGB-2KToevoerleiding in opbouwuitvoeringWanneer toevoerleidingen voor koud en warm water, verwar-ming, gas en afvoer overdrukventiel niet ingebouwd gelegd worden, kunnen de aansluitingen vastgelegd worden met de opbouwaansluitconsole (toebehoren).Wanneer toevoerleidingen voor koud en warm water, verwar-ming, gas en afvoer overdrukventiel ingebouwd gelegd worden kunnen de aansluitingen met de aansluitconsole voor inbouw (toebehoren) vastgelegd worden.Afbeelding: Aansluitconsole voor inbouwuitvoering (toebe-horen) voor CGB-2KAfbeelding: Aansluitconsole voor inbouwuitvoering (toebe-horen) voor CGB-2
22 3064247_20200111. InstallatieVerwarmingscircuitDe inbouw van telkens één onderhoudskraan in de verwarmingsaanvoer en de verwarmingsretour – hoekvorm bij inbouwinstallatie, doorgangsvorm bij opbouwinstallatie – wordt aanbevolen.WOLF raadt aan een vuil-/magnetietafscheider te installeren in de verwarmingsretourleiding om het appa-raat en de hoogefciënte pomp te beschermen tegen vuil en magnetiet uit de verwarmingsinstallatie, en een microbellenafscheider in de verwarmingsaanvoerleiding voor de effectieve verwijdering van lucht- en micro-bellen.Afzettingen in de warmtewisselaar kunnen leiden tot kookgeluiden, vermogensverlies en storingen van het toestel.OpgeletOverdrukventiel verwarmingscircuitOverdrukventiel met het kenmerk ‘H’ inbouwen, max.
3 bar!Er dient door de klant een overdrukventiel met 3 bar openingsdruk in de retour van de verwarming te worden ingebouwd (zie toebehoren aansluitset). Indien dit niet nageleefd wordt, kan er door waterlekkage materiële schade aan het gebouw en de inrichting ontstaan!Afbeelding: Overdrukventiel verwarmingscircuit (toebehoren)Bij gaswandtoestellen zonder gebruikmaking van de warmwaterfunctie.Kortsluitleidingwerk boileraansluitingen (acces-soire) verbinden.
3064247_202001 2311. InstallatieAansluiting koud en warm waterBij de aansluiting voor koud en warm water moeten de norm DIN1988 en de voorschriften van het plaatselijk waterleidingbedrijf in acht genomen worden.Bij het installeren van een terugslagklep in de koudwatertoevoer moet een veiligheidsklep worden geïnstalleerd (zie afbeelding)De maximale druk in de toevoerleiding voor koud water moet minimaal 20% lager zijn dan de nominale insteldruk van de veilig-heidsklep.
Bij een maximale leidingdruk van 8 bar moet bijvoorbeeld een veiligheidsklep met een insteldruk van 10 bar worden geïnstalleerd.Ligt de druk van de koudwaterleiding boven de maximaal toelaatbare werkdruk van bijvoorbeeld 8 bar, dan dient een getest en erkend drukreduceerventiel overeenkomstig WOLF-toebehoren te worden ingebouwd.Indien mengkranen gebruikt worden, moet een centrale drukregelaar worden voorzien.Het apparaat mag alleen worden gebruikt met open koudwaterafsluitventiel om ernstige schade aan componenten en mogelijk lekken te voorkomen! (-> verwijder de vergrendelknop)Opmerking: Bij de selectie van het installatiezijdige installatiemateriaal dienen de regels van de techniek en eventueel elektrochemische processen in acht te worden genomen.
24 3064247_20200112. GasaansluitingAfbeelding: gaskogelkraan doorgangsvorm (toebehoren) Afbeelding: Gaskogelkraan hoekvorm (toebehoren) Afbeelding: Montage gasaansluitingGastoevoerleiding met toegelaten dichtingsmiddel aansluiten op de R½“-gasaansluiting, hetzij spanningsvrij op de gasaansluiting, hetzij op de compensator (aanbevolen).Het leggen van de gasleidingen evenals de aan-sluitingophetgasnetmagenkeleen gecerti-ceerd gasinstallateur uitvoeren.Verwarmingsleidingwerk en gasleiding vóór het aansluiten van het HR-gaswandtoestel, in het bijzonder bij oudere installaties, reinigen en re-siduen enz. verwijderen. Voor de inbedrijfstel-ling moeten de buisverbindingen en de aanslui-tingen voor het gas op dichtheid gecontroleerd worden.
Bij een onvakkundige installatie of bij gebruik van niet geschikte componenten en/of modules kan gas ontsnappen waardoor vergifti-gings- en explosiegevaar bestaat.In de gastoevoerleiding dient vóór het HR-gas-wandtoestel een gaskogelkraan met brandvei-ligheidsvoorziening aanwezig te zijn. Anders bestaat in geval van brand explosiegevaar. De gastoevoerleiding moet volgens de gegevens van de DVGW-TRGI ontworpen worden.De gaskogelkraan moet makkelijk te berei-ken zijn.De dichtheidscontrole van de gasleiding zonder HR-gaswandtoestel uitvoeren. Proef-druk mag niet via het gasblok worden afge-laten!De gasblokken op het toestel mogen met maximaal 150 mbar worden gecontroleerd. Bij hogere drukken kan de gasklep worden beschadigd zodat er gevaar voor explosie, verstikking en vergiftiging ontstaat.
3064247_202001 2513. De sifon monterenDe sifon moet voor de inbedrijfstelling met water worden gevuld. Wanneer het toestel werkt met een lege sifon, bestaat er een risico op verstikking of vergiftiging door de vrij-komende rookgassen. Sifon losschroeven, afnemen en de boiler vullen tot het water de afvoer bereikt. Sifon opnieuw dichtschroeven en ervoor zorgen dat alles goed dicht is.Vóór inbedrijfstelling moet bij alle hydrauli-sche leidingen een dichtheidscontrole worden uitgevoerd:testdruk aan drinkwaterzijde max. 10 barTestdruk zijde verwarmingswater max. 4,5 barCondensatievocht aansluitingAllereerst het regelingsdeksel rechts vastpakken en naar links openklappen. Daarna de beide inbusbouten links en rechts op de frontbekleding losdraaien.
De frontbekleding kan dan bo-venin worden losgehaakt en vervolgens worden weggenomen.De meegeleverde sifon met water afvullen en op het aansluit-stuk van de condensaatlekbak aansluiten.De afvoerslang dient veilig boven de afvoertrechter (sifon) te worden bevestigd.Wanneer het condensvocht direct naar de leiding voor het afvalwater geleid wordt dan moet voor een ontluchting gezorgd worden, zodat geen terugloop van de leiding voor het afvalwa-ter naar het HR-gaswandtoestel kan gebeuren.Bij aansluiting van een neutralisator (toebehoren) moeten de bijgevoegde aanwijzingen in acht genomen worden.Voor HR-toestellen t/m 200 kW is overeenkomstig werkblad ATV-DVWK- A251 geen neutralisatievoorziening vereist.Indien een neutralisatie-installatie wordt toegepast, dan gel-dendelandspeciekevoorschriftenvoorhetafvoerenvandereststoffen uit dit toestel.Aansluiting WOLF-boilerBij de aansluitset (toebehoren) wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven.Afbeelding: Aansluitset voor WOLF-boiler CSW-120 Inbouwinstallatie (toebehoren) Afbeelding: Aansluitset voor WOLF-boiler CSW-120Opbouwinstallatie (toebehoren) Afbeelding: Sifon
26 3064247_20200114. Lucht-/rookgasafvoerbuisBij lage buitentemperaturen kan het gebeuren dat de in het rookgas bevatte waterdamp op de lucht-/rookgasafvoerbuis condenseert en tot ijs bevriest. Door maatregelen bij en door de klant zoals bijvoorbeeld de montage van een geschikte sneeuwvanger moet verhinderd worden dat ijs naar beneden kan vallen.Voor de vakman moeten de meetbuizen in de rook-gasafvoer ook na de montage van plafondplaten vrij toegankelijk zijn.OpgeletAfbeelding: Voorbeeld lucht-/rookgasgeleidingEr dienen voor de concentrische lucht-/rookgas-geleiding en rookgasafvoerkanalen uitsluitend originele WOLF-componenten te worden gebruikt. Let a.u.b.
vóór de montage op de ontwerpaanwij-zingen voor de lucht-/rookgasgeleiding!Aangezien in verschillende landen van elkaar af-wijkende voorschriften bestaan is het raadzaam, alvorens het toestel te installeren, advies te vragen aan de competente instanties, evenals aan de ver-antwoordelijke branche verenigingen.OpgeletControle- en meettermijnenDe HR-gaswandketel is met een zelfkalibrerende constante regeling van het verbrandingsproces uitgerust. Een controle en meting voor deze gas-stookplaats (rookgasweg!) overeenkomstig de ‘Bundes KÜO’ (Duitse veeg- en keuringsverorde-ning) is slechts om de drie jaar voorgeschreven. De uitvoering hiervan dient bij een installateur in opdracht te worden gegeven.Opmerking
3064247_202001 2715. Elektrische aansluitingAlgemene aanwijzingen elektrische aansluitingDe installatie mag enkel door een erkende elektro-installatiebedrijf uitgevoerd worden. De VDE-voorschriften en de plaatselijke voor-schriften van de energiebedrijven moeten in acht genomen worden.Bij opstelling in Oostenrijk: De voorschriften en bepalingen van ÖVE evenals van het plaatselijke energiebedrijf moeten in acht worden genomen.In de netleiding moet in het toestel een alpolige schakelaar met een contactafstand van tenminste 3 mm voorgeschakeld worden.
Even-eens moet bij de klant een klemmendoos geplaatst worden.Sensorleidingen mogen niet samen met leidingen van 230 V gelegd worden.Gevaar, elektrische componenten staan onder spanning!Opgelet: Voor demontage van de bekleding de bedrijfsschakelaar uitschakelen.Nooit bij ingeschakelde aan/uit-schakelaar elektrische componenten of contacten aanraken! Er bestaat gevaar voor een elektrische schok, met letsel of de dood tot gevolg.Op aansluitklemmen is ook bij uitgeschakelde aan/uit-schakelaar spanning aanwezig.Bij service- en installatiewerkzaamheden moet de volledige installatie op alle polen spanningsvrij geschakeld worden, anders bestaat er gevaar voor elektrische schokken!In het frontpaneel kunnen naar keuze een weergavemodule AM of een bedienmodule BM-2 worden gestoken teneinde het toestel te bedienen.
30 3064247_202001Aansluiting uitgang Z1 (230 V AC; max. 1,5 A) *De aansluitkabel door de kabelwartel leiden en bevestigen. De aansluitkabel op de klemmen L1, N en aansluiten.* per uitgang max. 1,5 A/345 VA, de som van alle uitgangen niet meer dan 600 VA.Afbeelding: Aansluiting uitgang Z1NetzNL1Z1NL1A1NL1ZHPNL1L1LPN15. Elektrische aansluitingAansluiting netvoeding 230 VDe regel-, stuur- en veiligheidsinrichtingen zijn volledig beka-beld en getest.Alleen de netaansluiting en het externe toebehoren moeten worden aangesloten.De aansluiting op het stroomnet moet met een vaste aanslui-ting gebeuren.De aansluiting van de netvoeding dient via een scheidingsin-richting over alle polen (bijv.
een verwarmingsnoodschakelaar) met ten minste 3 mm contactafstand te worden aangesloten.Er mogen geen andere verbruikers op de aansluitkabel worden aangesloten.Het toestel (beschermingsklasse IPX4D) is goedgekeurd voor de inbouw in de buurt van een badkuip of douche (veiligheids-bereik 1 volgens DIN VDE 0100).
Er mogen geen waterstralen optreden.In ruimtes met een badkuip of douche mag het toestel uitslui-tend via een aardlekschakelaar worden aangesloten.Montageaanwijzing elektrische aansluiting- Installatie voor het openen spanningsvrij schakelen.- Spanningsvrijheid controleren.- Regelingsdeksel naar links openklappen.- Frontbekleding wegnemen.- Onderste deksel van de behuizing HCM-2 openen- Aansluitkabelexibel,minstens3x1,0mm²(ca.70mmafstrippen).- Inzetdeel uit behuizing HCM-2 wegnemen.- Kabel door de snoerontlasting (inzetdeel) schuiven en vast-schroeven.- Rast5-stekker aftrekken.- Overeenkomstige aders bij Rast5-stekker inklemmen.- Inzetdeel weer in de behuizing HCM-2 steken.- Rast5-stekker weer in de juiste positie insteken.Afbeelding: Aansluiting netNetzNL1Z1NL1A1NL1ZHPNL1L1LPN
3064247_202001 3115. Elektrische aansluitingAansluiting uitgang A1 (230V AC; max. 1,5A) *De aansluitkabel door de kabelwartel leiden en bevestigen. De aansluitkabel op de klemmen L1, N en aansluiten. De parametrering van uitgang A1 staat in de tabel beschreven. * per uitgang max. 1,5 A/345 VA, de som van alle uitgangen niet meer dan 600 VA. Afbeelding: Aansluiting uitgang A1NetzNL1Z1NL1A1NL1ZHPNL1L1LPNAansluiting ingang E1De aansluitkabel door de kabelwartel leiden en bevestigen. Aansluitkabel voor ingang E1 op de klemmen E1 overeen-komstig schakelschema aansluiten. Op ingang E1 mag geen externe spanning worden aangelegd omdat dit tot de vernieling van het onderdeel leidt. OpgeletAfbeelding: Aansluiting ingang E1SF12AFE1eBUS+-12abE2ab1 21 21 21 21 2Aansluiting ingang E2De aansluitkabel door de kabelwartel leiden en bevestigen.
Aansluitkabel voor ingang E2 op de klemmen E2 overeen-komstig schakelschema aansluiten. Aan de ingang E2 mag enkel een externe spanning van max. 10 V worden aangelegd, anders wordt de regelingsprintplaat vernield. 1(a) = 10 V, 2(b) = GNDOpgeletAfbeelding: Aansluiting ingang E2SF12AFE1eBUS+-12abE2ab1 21 21 21 21 2Toestelaansluiting zeer lage spanningenAfbeelding: Vervanging van de zekeringVervanging van de zekeringVoordat er een zekering wordt vervangen dient het HR-gas-wandtoestel van het voedingsnet te worden gescheiden. Via de aan/uit-schakelaar op het toestel vindt geen scheiding van het net plaats. De zekeringen F1 en F2 bevinden zich onder de bovenste behuizingsafdekking van de HCM-2. F1: Fijnzekering (5x20 mm) M4A of F4AF2: Mini-zekering T1,25AGevaar, elektrische componenten staan onder spanning.
Raak nooit elektrische componenten en contacten aan indien het HR-gaswandtoestel niet van het voedingsnet is gescheiden. Er bestaat levensgevaar. F1F2Bij de installatie van het toestel op plaatsen met gevaar voor verhoogde elektromagneti-sche interferentie wordt aangeraden de voe-ler- en eBus-leidingen van een afscherming te voorzien.
32 3064247_20200115. Elektrische aansluitingAansluiting buitensensorDe buitenvoeler kan naar keuze op de klemmenlijst van het HR-gaswandtoestel op de aansluiting AF of op de klemmenlijst van de bedienmodule BM-2 worden aangesloten.Aansluiting boilervoelerDe aansluitkabel door de kabelwartel leiden en bevestigen. Aansluitkabel voor de voorraadvatvoeler SF op de klemmen SF overeenkomstig schakelschema aansluiten.Een boilervoeler uit de WOLF-regelingstoebe-horen gebruiken!OpgeletAansluiting van digitale WOLF-regelingstoebehoren (bijv. BM-2, MM-2, KM-2, SM1-2, SM2-2)Er mogen enkel regelaars uit het WOLF-toebehorenprogram-ma aangesloten worden.
Een aansluitschema wordt bij de desbetreffende toebehoren geleverd.Als verbindingsleiding tussen het regelingstoebehoren en het HR-gaswandtoestel moet een uit twee aders bestaande leiding (doorsnede > 0,5 mm²) gebruikt worden.Afbeelding: Aansluiting buitensensor SF12AFE1eBUS+-12abE2ab1 21 21 21 21 2Afbeelding: Aansluiting boilervoeler SF12AFE1eBUS+-12abE2ab1 21 21 21 21 2Afbeelding: Aansluiting WOLF-regelingstoebehoren digitaal (eBus-in-terface)SF12AFE1eBUS+-12abE2ab1 21 21 21 21 2
3064247_202001 33Elektrische aansluiting HCM-2EindschakelaarRookgasklepmotor / LuchttoevoerklepmotorLet op!Eindschakelaar van de rook-gasklep/luchttoevoerklep dient potentiaalvrij te zijn!De regelingsprintplaat HCM-2 wordt anders vernield.Werkingstest van de klep• Toestel in bedrijf stellen.• Visuele controle of de klep geopend is.• Tijdens het bedrijf E1 gedurende 2 minuten uittrekken. Het toestel moet met foutcode 8 vergrendelend uitschakelen waarbij de ventilator verder moet blijven draaien met laag toerental.• E1 opnieuw aansluiten.• Foutmelding bevestigen.• Visuele controle of rookgasklep gesloten is.Opmerking:De installateurparameterHG13 (ingang 1) moet op RookgasklepenHG14 (uitgang 1) moet op Rookgasklepingesteld zijn.Bij geopende eindschakelaar blijft de brander voor warm water en verwarming geblokkeerd, ook voor schoorsteenveger en vorstbeveiliging.16.
34 3064247_20200117. Weergave- en bedienmodule / montageVoor de werking van het HR-gaswandtoestel dient ofwel een displaymodule AM ofwel een bedienmodule BM-2 te zijn geplaatst.De BM-2 (bedienmodule) communiceert via eBus met alle aangesloten uitbreidingsmodules en met het verwarmingstoestel.Technische gegevens:• 3,5"-kleurendisplay, 4 functieknoppen, 1 draaiknop met drukfunctie• microSD-kaartslot voor software-update• Centrale bedieningseenheid met weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling• Tijdprogramma voor verwarming, warm water en circulatieDe AM dient alleen als weergavemodule voor het verwarmingstoestel.
Er kunnen voor het verwarmings-toestelspeciekeparametersenwaardenwordengeparametreerd of weergegeven.Technische gegevens:• 3" lcd-display• 4 snelstarttoetsen• 1 draaiknop met drukfunctieRekening houden met het volgende:• Gebruiken wanneer de BM-2 als afstandsbedie-ning wordt gebruikt, of in een cascadeschakeling• De AM bevindt zich steeds in het verwarmingstoe-stelAM BM-2Bedrijfsmodus Verwarmings-werkingBranderstatus AanStatusDe AM of de BM-2 in de steekplaats boven de aan/uit-schakelaar (WOLF-logo) steken.Beide modules kunnen in deze steekplaats worden gestoken.
38 3064247_20200121. Bedrijfsmodus/branderstatus van het verwarmingstoestelBedrijfsmodus van het verwarmingstoestelWeergave op het display OmschrijvingStart Start van het toestelStand-by Geen verwarmingsvraag of WW-vraagCombiwerking WW-bereiding met warmtewisselaar actief, waterkraan is geopendVerwarmingswerking Verwarmingswerking, minstens één verwarmingscircuit vraagt warmte aanWW-werking WW-bereiding met boiler, boilertemperatuur ligt onder de instelwaardeSchoorsteenveger Schoorsteenvegerwerking actief, verwarmingstoestel draait op maximaal vermogenVorstb.
VC (HK) Vorstbeveiligingsfunctie van de warmteopwekker, keteltemperatuur onder de vorstbeveiligingsgrensVorst WW Vorstbeveiligingsfunctie van de WW-boiler actief, boilertemperatuur onder de vorstbeveiligingsgrensVorstbescherming Installatievorstbeveiliging actief, buitentemperatuur onder de vorstbeveiligingsgrens voor de installatieMin. combitijd Toestel blijft een minimale tijd in de WW-werking (warmtewisselaar)VW-naloop Naloop van de verwarmingscircuitpomp actiefWW-naloop Naloop van de boilerlaadpomp actiefParallelbedrijf Verwarmingscircuitpomp en boilerlaadpomp zijn parallel actief. Test De relaistestfunctie werd geactiveerd. Cascade Cascademodule in het systeem actiefGST Toestel wordt aangestuurd door het gebouwbeheersysteem (GBS). 100% kali Het toestel voert een kalibratie van het verbrandingssysteem uitext.
Deactivering Externe deactivering van het verwarmingstoestel (ingang E1 gesloten, OWH)Branderstatus van het verwarmingstoestelWeergave op het display OmschrijvingUit Geen warmtevraagVoorspoelen Ventilatorbedrijf voor branderstartOntsteken Gaskleppen en ontstekingseenheid zijn actiefStabilisatie Vlamstabilisering na de veiligheidstijdSoftstart In verwarmingswerking na de vlamstabilisering draait de brander gedurende de tijd van de softstart met lager brandervermogen om omschakelen in korte cycli (takten) te voorkomen. Aan Brander in bedrijfCyclusblok.
40 3064247_202001Veranderingen mogen enkel door een erkend gespecialiseerd bedrijf of door de WOLF servicedienst worden uitgevoerd. Bij een ondeskundige bediening kan dit tot functiestoringen leiden. Met de displaymodule AM of de bedienmodule BM-2 kan in het installateurmenu de fabrieksinstelling van de parameters van het verwarmingstoestel terug worden hersteld. Om een beschadiging van de volledige verwarmingsinstallatie te vermijden moet bij buitentemperaturen (onder -12 °C) de nachtverlaging geannuleerd worden. Indien dit niet nageleefd wordt kan versterkte ijsvorming op de rookgasmonding optreden, waardoor personen verwond en/of voorwerpen beschadigd kunnen worden. OpgeletOpgeletHet wijzigen of weergeven van regelingsparameters is alleen mogelijk via de displaymodule AM of de bedienmodule BM-2 op de warmtegenerator.
3064247_202001 41De instelling van het minimale brandervermogen (minimale belasting van het toestel) is voor alle bedrijfsmodi geldig. Deze procentuele aanduiding komt bij benadering overeen met het reële toestelvermogen. Deze instelling mag uitsluitend door vakpersoneel worden gewijzigd omdat dit anders tot storingen kan leiden. Parameter HG02Laagste brandervermogenFabrieksinstelling: zie tabelInstelbereik: 1 tot 100%Individuele instelling:_____De instelling van het maximale brandervermogen in warmwaterwerking (maxi-male belasting van het toestel). Geldig voor boilerlading en combiwerking. Deze procentuele aanduiding komt bij benadering overeen met het reële toestelvermogen.
Parameter HG03Hoogste brandervermogen WWFabrieksinstelling: zie tabelInstelbereik: 1 tot 100%Individuele instelling:_____De instelling van het maximale brandervermogen in verwarmingsbedrijf (maxi-male belasting van het toestel). Geldig voor verwarmingswerking, cascade, GBS, en schoorsteenveger. Deze procentuele aanduiding komt bij benadering overeen met het reële toestelvermogen. Parameter HG04Hoogste brandervermogen VCFabrieksinstelling: zie tabelInstelbereik: 1 tot 100%Individuele instelling:_____De branderschakelhysterese regelt de keteltemperatuur binnen het ingestelde bereik door het in- en uitschakelen van de ketel. Hoe hoger het temperatuurver-schil voor het aan- en uitschakelen ingesteld wordt, hoe groter de keteltempe-ratuurschommeling, met gelijktijdig een langere branderlooptijd en omgekeerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Wolf CGB-2K-20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Wolf
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel