Whirlpool DE20W5252 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Whirlpool DE20W5252 (242 pagina’s), behorend tot de categorie Luchtontvochtiger. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Whirlpool DE20W5252 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/242
Instructions for use
Οδηγίες χρήσης
Návod kobsluze
Instrucciones de uso
Gebrauchsanleitung
Directives d’utilisation
Használati útmutató
Upute za upotrebu
Istruzioni per l’uso
Gebruiksaanwijzing
Instruções de utilização
Instrukcja obsługi
Instrucţiuni de utilizare
Návod na používanie
®/TM/© 2025 Whirlpool. Produced under license.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Παράγεται με άδεια.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Vyrobeno v licenci.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Fabricado con licencia.
®/TM/© 2025 Whirlpool. In Lizenz gefertigt.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Produit sous licence.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Licenc alapján készült.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Proizvedeno prema licenci.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Prodotto su licenza.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Onder licentie geproduceerd.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Produzido sob licença.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Wyprodukowano na licencji.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Produs sub licenţă.
®/TM/© 2025 Whirlpool. Vyrobené na základe licencie.

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Whirlpool
Categorie: Luchtontvochtiger
Model: DE20W5252
Kleur van het product: Black, White
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 14000 g
Breedte: 340 mm
Diepte: 240 mm
Hoogte: 570 mm
Kinderslot: Ja
Geluidsniveau: 44 dB
LED-indicatoren: Ja
Aan/uitschakelaar: Ja
Capaciteit watertank: 6.5 l
Geïntegreerde timer: Ja
Koelend medium: R290
Beeldscherm: LCD
Nachtmodus: Ja
Filtratie: Ja
Afneembare watertank: Ja
Beste gebruik: Woonkamer
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Stroomverbruik (typisch): 420 W
Indicator watertank vol: Ja
Zwenkwieltjes: Ja
Geschikt voor ruimtevolume tot: 24 m³
Ontvochtigingscapaciteit (max): 20 l/24u

Handleiding Whirlpool DE20W5252 – volledige tekst

- 157 -BELANGRIJK MOET WORDEN GELEZEN EN IN ACHT GENOMEN• Download de volledige gebruiksaanwijzing op https://docs. emeaappliance-docs. eu/ of bel het telefoonnummer dat in het garantieboekje staat. • Lees voordat u het apparaat gaat gebruiken deze veiligheidsinstructies. Houd ze binnen handbereik voor latere raadpleging. • Deze instructies en het apparaat zelf zijn voorzien van belangrijke veiligheidsaanwijzingen, die te allen tijde moeten worden opgevolgd. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het niet opvolgen van deze veiligheidsinstructies, oneigenlijk gebruik of een foute programmering van de regelknoppen. Het apparaat gebruikt een brandbaar koelmiddel (R290), de maximale hoeveelheid koelmiddel is 0,058 kg.

Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan 4 m² en hoger dan 2,2 m. Kleine kinderen (0-3jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden. Kleine kinderen (3-8jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden, tenzij er voortdurend toezicht is. Kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mogen dit apparaat gebruiken indien ze onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen over veilig gebruik en de mogelijke gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De reiniging en het onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht.

TOEGESTAAN GEBRUIK VOORZICHTIG: het apparaat is niet geschikt voor inwerkingstelling met een externe schakelaar zoals een timer, of een afzonderlijk systeem met afstandsbediening. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen zoals: hotels en kantoren. Dit apparaat is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het apparaat niet buitenshuis.

Schakel de luchtontvochtiger altijd eerst uit met de aan-uitknop op het bedieningspaneel. Gebruik de stroomonderbreker van de voeding niet om het apparaat uit te zetten. Zet het ook niet uit door de stekker uit te trekken. Koppel de luchtontvochtiger los van de voeding als het apparaat voor een lange tijd niet gebruikt zal worden of bij onweer. Stop nooit voorwerpen in de luchtuitlaat, vanwege gevaar op verwondingen. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. Gebruik het afgetapte water niet voor mensen of huisdieren. Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een temperatuur beneden de 0 °C, omdat hierdoor het water in de slangen kan bevriezen en het apparaat beschadigd kan raken. • Gebruik het apparaat niet om de omgevingstemperatuur te regelen, bijvoorbeeld voor de opslag van kunstwerken of boeken. Dit kan de objecten aantasten.

Zorg ervoor dat het lter geïnstalleerd is voordat u het apparaat gebruikt - brandgevaar. • Zorg ervoor dat de wateremmer op zijn plaats staat voordat u het apparaat gebruikt. Zorg ervoor dat de wateremmer leeg is voordat u het apparaat verplaatst - risico op elektrische schokken of brand. Wanneer de luchtontvochtiger in werking is, moet deze minstens 50 cm van enig object worden gehouden. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. INSTALLATIE Het apparaat moet gehanteerd en geïnstalleerd worden door twee of meer personen - risico van verwondingen. Gebruik beschermende handschoenen om uit te pakken en te installeren - risico voor snijwonden. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.

- 158 - De installatie, inclusief elektrische aansluitingen, en herstellingen moeten worden uitgevoerd door een gekwaliceerd technicus in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat, behalve als dit expliciet aangegeven wordt in de gebruikershandleiding. Kinderen moeten ver van de installatieplaats blijven. Controleer na het uitpakken van het apparaat of deze tijdens het transport geen beschadigingen heeft opgelopen. Neem in geval van twijfel contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde Whirlpool Consumenten Service. Na de installatie moet het verpakkingsmateriaal (plastic, piepschuim, enz. ) opgeslagen worden buiten het bereik van kinderen - risico van verstikking. Het apparaat moet worden losgekoppeld van alle voedingen voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert wegens het risico op elektrocutie.

Zorg er tijdens de installatie voor dat het apparaat het netsnoer niet beschadigt - risico van brand of elektrocutie. Activeer het apparaat alleen als de installatie is voltooid. Laat altijd een ruimte van 20 cm rond het apparaat en een ruimte van 50 cm erboven. Onvoldoende ventilatie kan oververhitting of brand veroorzaken. Plaats het apparaat niet in de buurt van een warmtebron - brandgevaar. Plaats geen watercontainers op het apparaat - risico op elektrische schokken of brand. Bewaar geen ontvlambare materialen, zoals alcohol, benzine of spuitbussen in de buurt van het apparaat (explosie- of brandgevaar). Gebruik het apparaat alleen op een vlakke en stabiele ondergrond en rechtop. Gebruik het apparaat niet boven de vloer, zoals op een tafel - kans op letsel. Ga niet op het apparaat staan en leun er niet tegenaan, want dan kan het omvallen - kans op letsel.

Verplaats het apparaat niet op zijn wielen over oneen oppervlakken of tapijt. Door het apparaat op te tillen wordt schade aan de wielen en aan de vloer voorkomen. Koppel de voedingskabel los alvorens het apparaat te verplaatsen.

ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen. Het apparaat moet ook worden geaard volgens de nationale elektrische veiligheidsnormen. Alle bedrading moet voldoen aan de plaatselijke en nationale elektrische voorschriften en moet door een gekwaliceerd elektricien worden geïnstalleerd. Gebruik geen verlengsnoeren, meervoudige stopcontacten of adapters. Na de installatie mogen de elektrische onderdelen niet meer toegankelijk zijn voor de gebruiker. Gebruik het apparaat niet wanneer u nat of blootsvoets bent. Gebruik het apparaat niet als de stroomkabel of de stekker beschadigd is, als het apparaat niet goed werkt of als het beschadigd of gevallen is.

Als de voedingskabel beschadigd is, moet deze door de fabrikant, zijn technicus of een gelijkaardig gekwaliceerd persoon vervangen worden door een identieke kabel, om gevaarlijke situaties te voorkomen. Er is namelijk risico op elektrocutie. Zorg voor een veilige aarding en een massakabel die aangesloten is op het speciale aardingssysteem van het gebouw en geïnstalleerd is door deskundigen. Het apparaat moet voorzien zijn van een beveiligingsschakelaar tegen elektrische ontlading en een hulpinstallatieautomaat met voldoende capaciteit. De installatieautomaat moet tevens voorzien zijn van een magnetische en thermische schakelaar om beveiliging te garanderen in geval van kortsluiting en overbelasting.

Zekering type 3,15A/250VACVereiste capaciteit van installatieautomaat 10AREINIGING EN ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld en losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Gebruik beschermende handschoenen (gevaar voor snijwonden) en veiligheidsschoenen (gevaar voor kneuzing) om persoonlijk letsel te vermijden; het apparaat moet door twee personen VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.

- 159 -VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENworden gehanteerd (minder belasting); gebruik nooit stoomreinigers (gevaar voor elektrische schokken). Reparaties die niet door professionals zijn uitgevoerd en die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd, kunnen een risico voor de gezondheid en de veiligheid opleveren. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Schade of defecten veroorzaakt door onderhoud of reparaties die niet door professionals zijn uitgevoerd vallen niet onder de garantie. De garantievoorwaarden staan in het document dat bij het apparaat is geleverd. VERWERKING VAN DE VERPAKKING • Het verpakkingsmateriaal is 100% recycleerbaar en draagt het recyclagesymbool ( ). De diverse onderdelen van de verpakking moeten op verantwoordelijk wijze afgevoerd worden volgens de plaatselijke voorschriften voor de verwerking van het afval.

AFDANKEN VAN HUISHOUDELIJKE APPARATUUR • Dit apparaat is vervaardigd van recyclebaar of herbruikbaar materiaal. Dank het apparaat af in overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van huishoudelijke apparaten kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht. Dit apparaat is gemarkeerd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EU, Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA) en met de Regeling Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur 2013 (zoals gewijzigd). Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt afgedankt, helpt u schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen.

Het symbool op het product of op de begeleidende documentatie geeft aan dat dit apparaat niet als huishoudelijk afval behandeld mag worden, maar dat het ingeleverd moet worden bij een speciaal inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Verklaring van de symbolen van de weergegeven eenheid.

WAARSCHU-WINGDit symbool geeft aan dat dit apparaat gebruik maakt van een ontvlambaar koelmiddel. Als het koelmiddel eruit is gelekt en wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron, is er brandgevaarVOORZICHTIGDit symbool geeft aan dat de gebruiksaanwijzing zorgvuldig moet worden gelezenVOORZICHTIGDit symbool geeft aan dat de apparatuur moet worden behandeld door servicepersoneel en volgens de installatiehandleidingVOORZICHTIGDit symbool geeft aan dat er informatie beschikbaar is zoals de gebruiksaanwijzing of de installatiehandleiding.

- 160 -VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR SERVICEWERKZAAMHEDEN AAN APPARATEN MET EEN SPECIFIEK KOELMIDDELDownload de volledige gebruiksaanwijzing voor gedetailleerde methoden inzake installatie, servicewerkzaamheden, onderhoud en reparatie op https://docs. emeaappliance-docs. eu/. Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of reinigingsmiddelen, behalve degene die door de fabrikant zijn aanbevolen. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine; zonder voortdurend werkzame ontstekingsbronnen (zoals open vuur, een werkzaam gasapparaat of een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat). Niet doorboren of verbranden. Denk eraan dat de koelmiddelen geurloos kunnen zijn.

Elke persoon die aan een koelcircuit werkt of het openmaakt, moet op dat moment beschikken over een geldig certicaat van een door de sector erkende beoordelingsbevoegdheid, dat zijn bekwaamheid aangeeft dat hij veilig met koelmiddelen kan omgaan volgens een door de sector erkende beoordelingsspecicatie. Zoals aangeraden, mogen onderhoudswerkzaamheden enkel worden uitgevoerd door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en herstellingen waarbij de bijstand van ander gekwaliceerd personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die gekwaliceerd is om met ontvlambare koelmiddelen om te gaan. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, bediend en opgeslagen in een kamer met een grotere vloeroppervlakte dan 4 m2. De installatie van leidingen moet beperkt blijven tot een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan 4 m2.

Wanneer mechanische aansluitingen binnen herbruikt worden, moeten de afdichtingsonderdelen worden vernieuwd. Wanneer are-verbindingen binnenshuis worden hergebruikt, moet het are-onderdeel opnieuw worden gefabriceerd. Het installeren van leidingen moet tot een minimum worden beperkt. Mechanische aansluitingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoud. 1. Het transport van uitrusting met ontvlambare koelmiddelen erin moet gebeuren overeenkomstig de transportvoorschriften. 2. Het markeren van de uitrusting aan de hand van signalisatie moet gebeuren overeenkomstig de plaatselijke voorschriften. 3. De verwerking van apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale voorschriften. 4. Het opslaan van uitrusting / apparaten moet gebeuren overeenkomstig de instructies van de fabrikant. 5.

De verpakkingsbescherming voor opslag moet zo gefabriceerd zijn dat mechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lek van de koelmiddellading kan veroorzaken. Controleer het maximumaantal stuks uitrusting dat samen mag worden opgeslagen, bepaald door plaatselijke voorschriften. 6. Informatie over servicewerkzaamheden6-1 Controles van de ruimteOm het risico op ontsteking tot een minimum te beperken, zijn veiligheidscontroles vereist voordat er aan een systeem met ontvlambare koelmiddelen wordt gewerkt. Om het koelsysteem te repareren, moeten de volgende voorschriften worden gevolgd. 6-2 WerkprocedureEr moet een werkprocedure worden gevolgd om het risico op de aanwezigheid van brandbare gassen of dampen tijdens werkzaamheden aan het apparaat tot een minimum te beperken.

- 161 -VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN6-3 Algemene werkruimteAlle personen die aan of in de buurt van het apparaat werken, moeten instructies krijgen over de aard van de uit te voeren werkzaamheden. Werkzaamheden in besloten ruimten moet worden vermeden. 6-4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddelDe ruimte moet voor en tijdens werkzaamheden aan het apparaat worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector om de technicus te waarschuwen voor een mogelijke ontvlambare atmosfeer. Zorg ervoor dat de uitrusting die lekken moet opsporen, gebruikt mag worden bij ontvlambare koelmiddelen, dat ze m. a. w. geen vonken veroorzaakt, voldoende afgedicht is of intrinsiek veilig is. 6-5 Aanwezigheid van een brandblusapparaatAls er op de koelapparatuur of onderdelen ervan werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die hitte veroorzaken, dan moet er geschikte brandblusapparatuur aanwezig zijn.

Stel een poederblusser of CO2-brandblusser op in de buurt van de ruimte waar het vullen met het koelmiddel plaatsvindt. 6-6 Geen ontstekingsbronnenAls er bij werkzaamheden aan een koelsysteem leidingen worden blootgelegd die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat, mag er geen ontstekingsbron worden gebruikt op een manier die tot brand- of explosiegevaar kan leiden. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, waaronder sigaretten, moeten weg worden gehouden van de plek van de installatie, de herstelling of het verwijderen en verwerken waarbij mogelijk ontvlambaar koelmiddel kan vrijkomen in de omringende ruimte. Alvorens werkzaamheden uit te voeren, moet de ruimte rond de apparatuur geïnspecteerd worden om zeker te zijn dat er geen brand- of ontstekingsgevaar is. “Verboden te roken”-signalisatie moet zijn aangebracht.

Door de ventilatie moet enig vrijgekomen koelmiddel worden uiteengedreven en, beter nog, worden afgevoerd naar de buitenlucht. 6-8 Controles van de koelapparatuurWanneer elektrische componenten worden vervangen, moeten de nieuwe componenten geschikt zijn voor het doel en moeten ze voldoen aan de juiste specicaties. Te allen tijden moeten de onderhouds- en servicevoorschriften van de fabrikant worden gevolgd. Raadpleeg bij twijfel de technische afdeling van de fabrikant voor bijstand.

De volgende controles moeten worden uitgevoerd op apparatuur die gebruik maakt van ontvlambare koelmiddelen:- De eigenlijke koelmiddellading hangt af van de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten, worden geïnstalleerd;-De ventilatieapparatuur en -openingen moeten naar behoren werken en mogen niet zijn geblokkeerd;- Als een onrechtstreeks koelcircuit wordt gebruikt, moet het hulpcircuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel;- De markering op de uitrusting moet nog altijd zichtbaar en leesbaar zijn.

Markeringen en signalisatie die niet leesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd;- Koelleidingen en -componenten zijn op een plaats gemonteerd waar de kans klein is dat ze worden blootgesteld aan stoen die de koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten gemaakt zijn van materialen die inherent resistent zijn tegen corrosie of voldoende beschermd zijn tegen corrosie. 6-9 Controles van elektrische apparatenHerstellingen en onderhoud van elektrische componenten moeten worden voorafgegaan.

- 162 -VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENdoor veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat de storing naar behoren is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar het bedrijf wel moet worden voortgezet, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gerapporteerd aan de eigenaar, zodat alle partijen op de hoogte zijn. Als voorafgaande veiligheidscontroles moet men er onder meer voor zorgen:- dat de condensators ontladen zijn: dit moet op een veilige manier gebeuren om de kans op vonken te vermijden;- dat er geen onder stroom staande elektrische componenten en bedrading blootgesteld zijn tijdens het vullen, reinigen of ontluchten van het systeem;- dat de apparatuur altijd geaard is. 7.

Afgedichte elektrische componentenAfgedichte elektrische onderdelen mogen niet worden gerepareerd8. BekabelingControleer of de bekabeling niet blootgesteld is aan slijtage, aantasting, overmatige druk, trilling, scherpe randen of andere negatieve omgevingseecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de eecten van veroudering of continue trilling van bronnen als compressoren of ventilatoren. 9. Detectie van ontvlambare koelmiddelenIn geen enkel geval mogen er mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of de detectie van koelmiddellekken. Een halogeen-lekdetector (of enige andere detector die gebruikmaakt van een open vlam) mag niet worden gebruikt.

De volgende lekdetectiemethoden zijn acceptabel voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten:- Er moeten elektronische lekdetectors worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet voldoende is, of dat het apparaat opnieuw moet worden gekalibreerd (Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddelen)- Zorg ervoor dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron vormt en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. - Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel, waarbij het juiste percentage gas (maximum 25%) wordt bevestigd.

- Lekdetectievloeistoen zijn ook geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen; het gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet echter vermeden worden, omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten. - Als er een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden weggehaald/gedoofd. - Als er een koelmiddellek wordt gevonden waarbij een leiding moet worden gesoldeerd, dan moet al het koelmiddel worden verwijderd uit het systeem of worden geïsoleerd (door middel van afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat ver weg is van het lek. 10. Verwijdering van de koelkast en circuitafvoerWanneer u het koelcircuit opent om reparaties uit te voeren – of voor enig ander doel, –dan moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is belangrijk om de beste werkpraktijken te volgen, omdat rekening gehouden moet worden met ontvlambaarheid.

De volgende procedure moet worden nageleefd::- Verwijder het koelmiddel;- Spoel het circuit met inert gas;- Voer dit af;- Spoel het circuit met inert gas;- Open het circuit door snijden of solderen.

- 163 -VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENDe koelmiddelvulling moet worden opgevangen in de juiste opvangessen. Het systeem moet worden gespoeld met OFN om het apparaat veilig te maken voor ontvlambare koelmiddelen. Dit proces moet zo nodig meerdere keren worden herhaald. Er mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt voor deze taak. Het spoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm van het systeem te verbreken met OFN; blijf het systeem vullen tot de werkdruk is bereikt,ontlucht naar de atmosfeer, en trek het systeem weer vacuüm. Dit proces moet herhaald worden tot er geen koelmiddel meer aanwezig is in het systeem. Wanneer de laatste OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot atmosferische druk om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze procedure is van essentieel belang als er solderingen aan het leidingwerk moeten worden uitgevoerd.

Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen ligt, dat er een vacuüm is in het systeem met OFN en dat er ventilatie beschikbaar is. 11. VulproceduresNaast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende vereisten worden voldaan:- Zorg dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van vulapparatuur. - Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn, zodat de hoeveelheid koelmiddel erin tot een minimum wordt beperkt. - Houd essen in een geschikte positie overeenkomstig de instructies. - Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is alvorens het systeem met koelmiddel te vullen. - Etiketteer het systeem als het vullen voltooid is (als dit nog niet gedaan is). - Wees uitermate voorzichtig dat het koelsysteem niet te vol wordt gevuld.

Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet het op druk worden getest met OFN. Het systeem moet worden getest op lekken ná het vullen, maar vóór de inwerkingstelling. Er moet een verdere lektest worden uitgevoerd voordat u de locatie verlaat. 12.

BuitenwerkingstellingVoordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het van essentieel belang dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details ervan. Het is een aanbevolen goede werkwijze om alle koelmiddelen veilig terug te winnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval er analyse nodig is voor hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat de taak wordt aangevangen. a) Maak uzelf vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. b) Isoleer het systeem elektrisch.

c) Voordat u de procedure probeert uit te voeren, moet u ervoor zorgen dat:- er mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het hanteren van essen koelmiddel;- alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en op de juiste manier worden gebruikt;- een deskundig persoon te allen tijde toezicht houdt over het terugwinningsproces;- terugwinningsapparatuur en essen voldoen aan de geldende normen. d) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. e) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat het koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd. f) Zorg dat de es op de weegschaal staat voordat de terugwinning plaatsvindt. g) Start de terugwinningsmachine en bedien deze volgens de instructies. h) Vul de essen niet te vol. (Niet meer dan 80% volume bij vloeibare vulling).

i) Overschrijd de maximale werkdruk van de es niet, zelfs niet tijdelijk. j) Wanneer de essen correct gevuld zijn en het proces voltooid is, zorg er dan voor dat de essen en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle.

- 164 -VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENisolatiekleppen op de apparatuur worden afgesloten. k) Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij het gereinigd en gecontroleerd is. 13. EtiketteringDe apparatuur moet van een etiket worden voorzien met de vermelding dat hij buiten werking is gesteld en dat het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg dat er etiketten op de apparatuur zijn aangebracht met de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat14. TerugwinningBij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, is het aanbevolen goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig worden verwijderd. Bij het overbrengen van koelmiddel naar cilinders moet ervoor worden gezorgd dat alleen geschikte koelmiddelterugwinningscilinders worden gebruikt.

Zorg ervoor dat het juiste aantal essen voor de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle te gebruiken essen moeten ontworpen zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd zijn voor dat koelmiddel (d. w. z. speciale essen voor de terugwinning van koelmiddel). Flessen moet een drukontluchtklep hebben met de bijbehorende afsluitkleppen, die in goede staat verkeren. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en, indien mogelijk, gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met een set instructies over de apparatuur die voorhanden is en moet geschikt zijn voor de terugwinning van ontvlambare koelmiddelen. Daarnaast moet er een set geijkte weegschalen beschikbaar zijn en in goede staat verkeren. Slangen moeten lekvrije koppelingen hebben en in goede staat zijn.

Voordat u de terugwinningsmachine gebruikt, dient u te controleren of deze in goede werkstaat verkeert, dat de machine op de juiste manier is onderhouden en dat eventuele bijbehorende elektrische componenten afgedicht zijn ter voorkoming van ontsteking in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier in de correcte terugwinningses en met het relevante ingevulde Afvaloverdrachtsformulier. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een aanvaardbaar niveau zijn geëvacueerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leveranciers wordt teruggebracht. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren.

Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke eigendommen onder de binnen- of buitenunit. De condensatie van de unit kan op uw eigendom druppelen en zo beschadigingen of defecten veroorzaken. Houd de ventilatieopeningen van het apparaat vrij van obstakels. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarbij de kamerafmetingen overeenkomen met de kamerafmetingen die zijn voorgeschreven voor het gebruik van de machine. Het apparaat moet worden opgeslagen in een kamer zonder voortdurend werkzaam open vuur (bijvoorbeeld een werkzaam gasapparaat) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een werkzaam elektrisch verwarmingsapparaat). Herbruikbare mechanische aansluitingen en are-verbindingen zijn verboden.

- 166 -11. AAN-UITKNOPIndrukken om het apparaat aan/uit te zetten 12. KNOP ONTVOCHTIGINGSMODUS Met deze toets kiest u de bedrijfsmodus: Normaal, Continu, 6th Sense, Wasgoed.13. KNOP LUCHTVOCHTIGHEIDSINSTELLING Om de gewenste luchtvochtigheid in te stellen14. FAN-TOETS (VENTILATORTOETS) Schakelt de ontvochtigingsfunctie uit en laat de lucht circuleren. 15. "SLEEP"-TOETS (SLAAPTOETS) Indrukken om de displayverlichting uit te schakelen. Het toestel blijft werken.16. KNOP VENTILATORSNELHEID Indrukken om de ventilatorsnelheid in te stellen. 17. TIMER-TOETS Stel de timer in om het apparaat in of uit te schakelen binnen 1-24 uur. 18. TOETSENVERGRENDELING Indrukken om de knop te vergrendelen of ontgrendelen. 19. Toetsenvergrendeling 20. Waterreservoir vol 21. Ontdooien 22. Slaap 23. Ventilatorsnelheid hoog24. Ventilatorsnelheid laag25. Wasgoedmodus26. Luchtvochtigheid27. 6th Sense28.

- 167 -EERSTE GEBRUIKWacht na het vervoeren of hanteren van het apparaat een uur voordat u het aansluit op de voeding. Zorg ervoor dat het apparaat rechtop staat op een stabiele en vlakke ondergrond om lekkage te voorkomen. Gebruik de intrekbare handgreep om het apparaat zo rechtop mogelijk te houden. Zet het apparaat nooit op zijn kant. Laat voldoende ruimte aan de zijkanten, zie de paragraaf "INSTALLATIE". Als het waterreservoir vol is of niet correct is geplaatst, gaat het indicatorlampje Waterreservoir vol (20) branden en wordt het apparaat uitgeschakeld (lees de paragraaf "Waterreservoir vol"). GEBRUIK VAN HET APPARAATBESCHRIJVING WERKINGSMODUS In/uitschakelen van het apparaatNadat u het apparaat op de voeding heeft aangesloten, drukt u op de aan-uitknop (11) om het apparaat AAN/UIT te zetten. De knop bevindt zich aan de rechterkant van het bedieningspaneel (1).

Nadat u de aan-uitknop heeft ingedrukt, laat de luchtontvochtiger een pieptoon horen De modus selecteren ONTVOCHTIGINGSMODUSDruk op de knop the ONTVOCHTIGINGSMODUS (12) om de bedrijfsmodus te selecteren: Normaal, Continu, 6th Sense, Wasgoed. Bij elke druk op de knop ONTVOCHTIGINGSMODUS verandert de bedrijfsmodus in deze volgorde:Normaal, ->Cont, ->6th Sense , ->Wasgoed. De modus start in de laatst gebruikte modus. Normale modus: Als het indicatielampje Normaal (31) brandt, werkt het apparaat in de normale modus. In deze modus kunnen de ventilatorsnelheid en de gewenste luchtvochtigheid handmatig worden ingesteld. Continumodus: Als het indicatielampje Cont. (29) brandt, werkt het apparaat in de continumodus. In deze modus is de ventilator automatisch op een lage snelheid ingesteld en werkt de luchtontvochtiger continu De luchtvochtigheid kan niet worden ingesteld.

Modus 6th Sense: als het indicatielampje 6th Sense (27) brandt, werkt het apparaat in de modus 6th Sense. Het apparaat past automatisch de ventilatorsnelheid aan op basis van de luchtvochtigheid in de kamer.

- 168 -TIMERDruk op knop "TIMER" (17) om de timer aan/uit te zetten. Het indicatorlampje "Hr" (30) gaat branden op het display. De timer kan worden ingesteld in stappen van 1 uur tot tussen 0 en 24 uur met elke druk op de knop op de knop TimerTimer voor inschakelenDe timer voor inschakelen kan worden ingesteld als het apparaat is uitgeschakeld. Druk op de knop Timer: Het indicatorlampje “Hr” en de aanduiding "00" gaan branden op het display; druk binnen 5 seconden op de knop Timer om de tijd in te stellen voor het inschakelen van het apparaat. Zodra de timer is ingesteld, wordt de tijd gedurende 5 seconden weergegeven en brandt het indicatorlampje “ Hr ” continu. Het apparaat wordt op het gekozen tijdstip automatisch ingeschakeld. Timer voor uitschakelenDe timer voor uitschakelen kan worden ingesteld als het apparaat is ingeschakeld.

Druk op de knop Timer: het indicatorlampje “Hr” en de aanduiding "00" gaan branden op het display; druk binnen 5 seconden op de knop Timer om de tijd in te stellen voor het uitschakelen van het apparaat. Nadat de timer is ingesteld, wordt de tijd gedurende 5 seconden weergegeven en gaat het indicatorlampje "Hr" branden. Het apparaat wordt op het gekozen tijdstip automatisch uitgeschakeld. Ingestelde timer annulerenDruk weer op de knop Timer om de functie te openen: nadat het indicatorlampje “Hr” op het display gaat branden, drukt u op de knop Timer totdat er “00” wordt weergegeven en het indicatorlampje Timer “Hr” van het display verdwijnt. De ingestelde timer is nu geannuleerd. DISPLAY OMGEVINGSTEMPERATUUR Houd in een willekeurige modus de knop LUCHTVOCHTIGHEIDSINSTELLING (13) gedurende 5 seconden ingedrukt.

Op het display verschijnt de huidige omgevingstemperatuur en het indicatorlampje (28) gaat branden op het display. Nadat de temperatuur gedurende 5 seconden is weergegeven, schakelt het display automatisch terug naar de luchtvochtigheid.

TIMEROMSCHRIJVING FUNCTIETOETSENVERGRENDELINGHoud de knop "TOETSENVERGRENDELING" (18) gedurende 3 seconden ingedrukt om alle bedieningselementen te vergrendelen. (19) gaat branden. Houd de knop "TOETSENVERGRENDELING" (18) nogmaals gedurende 3 seconden ingedrukt om alle bedieningselementen te ontgrendelen. Het indicatorlampje (19) verdwijnt. AUTOMATISCHE UITSCHAKELING Als het waterreservoir vol, verwijderd of niet correct in het apparaat is geplaatst, of als de luchtvochtigheid 3% lager is dan de ingestelde luchtvochtigheid, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. GEHEUGEN Bij een stroomstoring worden alle instellingen opgeslagen (behalve de timerinstelling). Zodra de voeding is hersteld, hervat het apparaat de werking volgens de opgeslagen instellingen.

WATERRESERVOIR VOLAls het waterreservoir vol of verwijderd is, gaat het indicatorlampje Waterreservoir vol (20) branden en klinkt er gedurende 20 seconden een pieptoon. Als het reservoir is geleegd en weer is teruggeplaatst, treedt het apparaat weer in werking. AUTOMATISCH ONTDOOIEN Deze functie treedt in werking terwijl het apparaat in werking is. Het indicatorlampje (21) gaat branden op het display en de compressor stopt automatisch omdat zich ijsafzetting op de verdamper bevindt. De ventilator draait continu totdat de ijsafzetting is verdwenen, waarna het apparaat automatisch weer opstart. INDICATORLAMPJE LUCHTVOCHTIGHEID OMGEVING Het indicatorlampje luchtvochtigheid (10) op het voorpaneel geeft de luchtvochtigheid in de omgeving aan.

- 169 -WATERAFVOERHET WATERRESERVOIR LEGENHet indicatorlampje Waterreservoir vol (20) gaat branden wanneer het reservoir vol is. Het apparaat stopt automatisch en het waterreservoir moet worden geleegd.1. Het waterreservoir uitnemenTrek het reservoir voorzichtig uit de achterkant van de luchtontvochtiger. • Het waterreservoir kan met koud of warm water worden gereinigd. Gebruik geen oplosmiddelen, schuurmiddelen, benzine, chemicaliën, doeken of andere materialen om de emmer schoon te maken.2. Het water afvoeren• Als het waterreservoir wordt verwijderd terwijl het apparaat in werking is of onmiddellijk na het uitschakelen, kan er water op de bodem druppelen.

Wacht daarom 3 minuten nadat u het apparaat hebt gestopt voordat u het waterreservoir wegneemt (als er al water is gedruppeld, verwijder dit dan met een droge doek).• Gebruik de handgreep om het waterreservoir op te tillen, te kantelen en te legen.3. Het waterreservoir terugplaatsen • Plaats het waterreservoir op de juiste manier terug in het apparaat. Als de wateremmer niet goed geplaatst is, gaat de indicator Water vol (20) branden en werkt de machine niet.

- 170 -DOORLOPENDE WATERAFVOER1. Verwijder het reservoir2. Sluit de afvoerslang (diameter 10 mm) aan op de afvoeropening. Controleer of er geen water lekt.3. De afvoerslang moet horizontaal of aflopend worden geplaatst. Plaats de luchtontvochtiger op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat het condenswater vrij kan worden afgevoerd. Controleer regelmatig de afvoeropening en de aansluiting van de slang. Controleer ook of de slang in goede staat verkeert, niet beschadigd en niet verstopt is. Als het apparaat niet op een vlakke ondergrond staat of als de slang niet goed is aangebracht, kan het waterreservoir vollopen waardoor het apparaat wordt uitgeschakeld. Als dit gebeurt, leeg dan het reservoir, controleer de plaatsing van het apparaat en de aansluiting van de slang.AANBEVELINGEN VOOR WANNEER HET APPARAAT NIET WORDT GEBRUIKT1.

Trek het netsnoer uit het stopcontact als het apparaat gedurende lange tijd niet wordt gebruikt. Dit om het gevaar van elektrische schokken of brand te vermijden. 2. Laat al het water weglopen en reinig het waterreservoir met een zachte doek. 3. Reinig het luchtfilter. 4. Dek het apparaat af om stofophoping te voorkomen. Bewaar het apparaat verticaal op een koele en droge plaats.afvoeropeningafvoerslang

- 171 -REINIGING EN ONDERHOUDDE LUCHTONTVOCHTIGER REINIGEN1. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.2. Reinig de luchtinlaat (3) en luchtuitlaat (4) met een zachte doek.Op deze punten kan zich stof verzamelen.3. Gebruik geen benzine of oplosmiddelen.4. Reinig het oppervlak met een zachte, vochtige doek met water of een mild schoonmaakmiddel.5. Droog af met een droge doek.OPMERKING: Gebruik nooit water om de luchtontvochtiger te reinigen. Als het apparaat meerdere dagen op dezelfde positie wordt gebruikt, controleer dan of zich vuil onder en rond het apparaat bevindt. Verplaats het apparaat af en toe en reinig de vloer eronder.HET LUCHTFILTER REINIGENAls het filter verstopt is door de aanwezigheid van stof, werkt het apparaat minder goed.

Controleer en reinig het filter om de twee weken om dit te voorkomen.OPMERKING: Het luchtfilter moet om de twee weken worden schoongemaakt. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot slechte ontvochtiging, ijsvorming en lekkage.1. Verwijder de luchtinlaat (3) van de achterkant van het apparaat2. Verwijder het filter van de luchtinlaat.3. Reinig het filterGebruik een stofzuiger om het stof van het filter te verwijderen. Als het filter erg vuil is, maak het dan schoon met warm water en een neutraal schoonmaakmiddel. Laat het filter na het schoonmaken bij kamertemperatuur drogen totdat alle onderdelen goed droog zijn.4. Plaats het luchtfilter terugPlaats het actieve koolstoffilter terug in het frame van de luchtinlaat.Plaats het plastic filter in het frame van de luchtinlaat en klem het vast.plastic filterActief koolstoffilter

- 172 -PROBLEMEN OPLOSSENWat moet u doen als. Mogelijke oorzaken en oplossingenHet apparaat maakt plotseling lawaai tijdens het gebruik. De compressor maakt wat lawaai als deze wordt ingeschakeld. De luchtvochtigheid neemt niet af. • De te ontvochtigen ruimte is te groot. De capaciteit van uw luchtontvochtiger is mogelijk onvoldoende. • De deuren staan open. • Er staan apparaten in de ruimte die de luchtvochtigheid verhogen. Er is weinig of geen ontvochtigend effectDit gebeurt wanneer de temperatuur en/of luchtvochtigheid van de ruimte te laag is. De uitgestoten lucht heeft een muffe geur als het apparaat voor het eerst wordt gestart. Door de stijgende temperatuur van de warmtewisselaar kan de lucht in het begin een vreemde geur hebben. Het apparaat maakt lawaai. Het apparaat kan wat lawaai maken als het op een houten vloer wordt gebruikt.

Tijdens de werking of bij het wisselen van modi is een ruisend geluid te horen. Dit is normaal. Het is het geluid van het stromen van koelmiddel. Er zit water in het waterreservoir bij het eerste gebruik. Dit water is achtergebleven na het testen in de fabriek. Het apparaat werkt niet, de bedieningselementen kunnen niet worden ingesteld. Dit is een beveiligingsfunctie. Als de kamertemperatuur hoger dan 32 °C of lager dan 5 °C is, werkt het apparaat niet. Het apparaat werkt helemaal niet. • Controleer of de aan-uitknop is ingedrukt. • De stekker zit niet in het stopcontact of maakt geen contact. • Controleer of u de timerfunctie heeft ingesteld. • Wacht 3 minuten en zet het apparaat opnieuw aan: het kan zijn dat een beveiligingsfunctie de inschakeling verhindert. De ventilatorsnelheid kan niet worden ingesteld.

In de modus Continu, 6th Sense en Wasgoed kan de ventilatorsnelheid niet worden ingesteld. De luchtvochtigheidsinstelling kan niet worden aangepast. In de modus Continu, 6th Sense en wasgoed kan de luchtvochtigheidsinstelling niet worden aangepast.

Er verschijnt een foutcode Als E2 op het display verschijnt, is de vochtigheids- en temperatuursensor beschadigd. Het apparaat is tijdens gebruik uitgeschakeld. • Controleer of de ruimte waarin het apparaat werkt niet te klein is. Als de compressor oververhit raakt, wordt deze automatisch uitgeschakeld om ongelukken te voorkomen. Mocht dit gebeuren, haal dan de stekker uit het stopcontact, los het probleem op, wacht ongeveer 45 minuten en zet het apparaat weer aan. • In de modus Continu stopt het apparaat automatisch als het waterreservoir vol is; hetzelfde gebeurt wanneer het waterreservoir wordt verwijderd of verkeerd is geplaatst. • Als het waterreservoir vol is of is verwijderd, gaat het indicatorlampje Waterreservoir vol branden en klinkt er een pieptoon. Het apparaat treedt weer in werking zodra het reservoir is geleegd en teruggeplaatst.

• Bij doorlopende waterafvoer kan het reservoir vol raken als het apparaat op een oneffen ondergrond is geplaatst of als de slang onjuist is aangebracht, waardoor het apparaat wordt uitgeschakeld. Als dit gebeurt, leeg dan het reservoir, controleer de plaatsing van het apparaat en de aansluiting van de slang.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Whirlpool DE20W5252 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden