Weishaupt WTC 32-A Thermo Condens Handleiding

Weishaupt Verwarmingsketel WTC 32-A Thermo Condens

Bekijk gratis de handleiding van Weishaupt WTC 32-A Thermo Condens (124 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Weishaupt WTC 32-A Thermo Condens of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/124
Montage- en bedieningsrichtlijnen
Eine deutschsprachige Version dieser Anleitung ist auf
Anfrage erhältlich.
Condenserende gasketel WTC 15 … 32-A83247607 • 1/2014-09

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Weishaupt
Categorie: Verwarmingsketel
Model: WTC 32-A Thermo Condens

Handleiding Weishaupt WTC 32-A Thermo Condens – volledige tekst

5. 6 Elektrische aansluiting. 375. 6. 1 Aansluitschema. 385. 6. 2 Extern drie-weg-ventiel aansluiten. 395. 6. 3 Externe pomp aansluiten. 406 Bediening. 416. 1 Bedieningsoppervlak. 416. 1. 1 Bedieningspaneel. 416. 1. 2 Display. 426. 2 Eindgebruiker-menu. 436. 2. 1 Display in het eindgebruiker-menu. 436. 2. 2 Instellingen in het eindgebruiker-menu. 446. 3 Verwarmingsvakman-menu. 456. 3. 1 Infomenu. 466. 3. 2 Parametermenu. 486. 4 Vermogen manueel bepalen. 516. 5 Configuratie manueel starten. 526. 6 Sturingsvarianten. 536. 7 Regelingsvarianten. 546. 7. 1 Constante vertrektemperatuurregeling. 546. 7. 2 Weersafhankelijke regeling. 546. 7. 3 Warmwatermodus. 566. 7. 4 Buffervatregeling met een voeler. 576. 7. 5 Buffervatregeling met twee voelers. 586. 7. 6 Evenwichtsflesregeling. 596. 8 Circulatiepomp. 606. 9 Vorstbeveiliging. 616. 10 In- en uitgangen. 626. 11 Speciale installatieparameters.

1 Aanwijzingen voor de gebruikerDeze montage- en bedieningshandleiding is een vast bestanddeel van het toestel enmoet altijd bij de installatie bewaard worden.1.1 Informatie voor de gebruiker1.1.1 SymbolenGEVAARDirect gevaar met hoog risico.De niet-naleving leidt tot zware lichamelijke verwon-dingen of de dood.WAARSCHUWINGGevaar met middelhoog risico. De niet-naleving kan tot schade aan het milieu, zwarelichamelijke verwondingen of de dood leiden.OPGELETGevaar met beperkt risico. De niet-naleving kan tot materiële schade of lichte totmiddelzware lichamelijke verwondingen leiden.Belangrijke opmerking.Vereist een onmiddellijke handeling.Resultaat na een handeling.OpsommingWaardebereik1.1.2 DoelgroepDeze montage- en bedieningsrichtlijnen richten zich tot de gebruiker en tot gekwali-ficeerde vaklui.

Deze moeten nageleefd worden door alle personen die aan het toestelwerken.Werken aan het toestel mogen enkel door gekwalificeerde vaklui met de daartoe ver-eiste kennis en opleiding doorgevoerd worden.Personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden mogen enkelonder toezicht of met de instructies van een bevoegde persoon aan het toestel wer-ken.Kinderen mogen niet aan het toestel spelen.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A1 Aanwijzingen voor de gebruiker83247607 • 1/2014-09 • La 6-122

1.2 Borgstelling en aansprakelijkheidBorgstelling en aansprakelijkheid bij persoonlijke ongelukken en materiële schade zijnuitgesloten, indien deze op één of meerdere van de onderstaande oorzaken zijn terugte voeren:▪ondoelmatig gebruik;▪niet-naleving van de montage- en bedieningsrichtlijnen;▪gebruik bij defecte veiligheids- of beschermingsinrichtingen;▪het verdere gebruik ondanks het optreden van een gebrek;▪ondeskundige montage, inbedrijfstelling, bediening en onderhoud;▪eigenmachtige wijzigingen aan de constructie van het toestel;▪inbouw van aanvullende componenten, die niet samen met het toestel door defabriek getest zijn;▪wijziging van de verbrandingsruimte;▪ondeskundig uitgevoerde herstellingen;▪gebruik van onderdelen die geen originele Weishaupt-onderdelen zijn;▪niet geschikte brandstoffen;▪gebreken in de toevoerleidingen;▪bij niet-diffusiedichte stookkringen zonder systeemscheiding;▪overmacht.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A1 Aanwijzingen voor de gebruiker83247607 • 1/2014-09 • La 7-122

De opstellingsruimte moetaan de plaatselijk geldende voorschriften voldoen.Ondoelmatig gebruik kan:▪verwondings- of levensgevaar voor de gebruiker of voor derden veroorzaken;▪het toestel of andere voorwerpen beschadigen.2.2 Maatregelen bij gasreukOpen vuur en vonkvorming verhinderen, bijv.:▪Geen licht aan- en uitschakelen.▪Geen elektrische toestellen aanraken.▪Geen mobiele telefoons gebruiken.▶Ramen en deuren openen.▶Gaskogelkraan sluiten.▶Huisbewoners waarschuwen (niet op een bel drukken).▶Gebouw verlaten.▶Van buiten het gebouw de verwarmingsinstallateur of gasmaatschappij verwittigen.2.3 Maatregelen bij rookgasreuk▶Toestel uitschakelen en installatie buiten bedrijf stellen.▶Ramen en deuren openen.▶Verwarmingsinstallateur verwittigen.2.4 VeiligheidsvoorschriftenStoringen of gebreken die afbreuk doen aan de veiligheid moeten onmiddellijk op-gelost worden.

2.4.1 Normale werking▪Alle kenplaten op het toestel leesbaar houden.▪Toestel enkel met gesloten deksel in bedrijf stellen.▪Voorgeschreven instellings-, onderhouds- en inspectiewerken op tijd uitvoeren.2.4.2 Elektrische aansluitingBij werken aan spanningsgeleidende onderdelen:▪voorschriften ter voorkoming van ongevallen BGV A3 en plaatselijk geldende voor-schriften, in het bijzonder het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties(A.R.E.I.), naleven;▪gereedschap volgens EN 60900 gebruiken.2.4.3 Gastoevoer▪Enkel de gasleverancier of een gehabiliteerde installateur mag gasinstallaties ingebouwen en terreinen oprichten, wijzigen en onderhouden.▪Het leidingsysteem moet overeenkomstig de werkingsdruk aan een belasting-sproef en dichtheidscontrole resp. een functionaliteitstest onderworpen worden(zie bijv.

3.4.3 Veiligheids- en controle-inrichtingenVertrekvoeler (eSTB)Als de temperatuur een waarde van 95 °C overschrijdt, wordt de brandstoftoevoeruitgeschakeld en de ventilator- en pompnaloop ingeleid (W12). Het toestel schakeltzich weer automatisch aan wanneer de temperatuur 1 minuut lang onder de gewenstevertrekwaarde gedaald is.Als de temperatuur 105 °C overschrijdt, wordt de brandstoftoevoer uitgeschakeld ende ventilator- en pompnaloop ingeleid. De installatie wordt vergrendeld (F11). Dezevergrendelingsfunctie van de vertrekvoeler vervangt de droogloopbeveiliging volgensEN 12828.Controle van de vertrektemperatuurstijging (Gradiënt)Als de vertrektemperatuur te snel stijgt, wordt het toestel uitgeschakeld (W14).

Defunctie wordt pas bij een keteltemperatuur > 45 °C actief.Temperatuurverschil vertrek/rookgasAls het verschil tussen vertrek- en rookgastemperatuur de waarde van parameter A7overschrijdt, wordt de ketel uitgeschakeld (W15). Als de waarschuwing 30 keer namekaar optreedt, wordt de installatie vergrendeld (F15). Bij benadering van dezewaarden wordt het pompvermogen eerst verhoogd en wordt daarna het branderver-mogen gereduceerd.Rookgasvoeler (eSTB)Als de rookgastemperatuur de waarde van parameter 33 (fabrieksinstelling 120 °C)overschrijdt, wordt de brandstoftoevoer uitgeschakeld en de ventilator- en pompna-loop ingeleid (F13).

Bij het naderen van de veiligheidstemperatuur wordt het bran-dervermogen stap voor stap gereduceerd, bij 5 K verschil (115 °C) schakelt debrander af (W16).Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A3 Productbeschrijving83247607 • 1/2014-09 • La 16-122

3.4.4 ProgrammaverloopVoorventilatieBij warmtevraag 1 start de ventilator en loopt hij naar het voorventilatietoerental 2.OntstekingDe ventilator daalt naar het ontstekingstoerental 3, de ontsteking 4 wordt aange-schakeld en de gasventielen 5 worden geopend. De ontstekingsvonk ontsteekt debrandstof.

Er wordt een vlam gevormd.VeiligheidstijdNa afloop van de veiligheidstijd (5 seconden) 6 schakelt de ontsteking af.VlamstabilisatieAls er een vlamsignaal 7 is, dan volgt de vlamstabilisatietijd 8.Vertraagde verwarmingsmodusIn de werkingsstand verwarming volgt eerst de vertraagde verwarmingsmodus 9.Voor de duur van de vertragingstijd wordt het verwarmingsvermogen beperkt ( bijwarmwaterlading valt de vertraagde verwarmingsmodus weg).Modulerende werkingDe interne temperatuurregelaar van het toestel neemt het voor de ventilator gedefi-nieerde toerental 0 binnen de geprogrammeerde vermogengrenzen over.NaventilatieNa elke regelafschakeling, na een fout en na de terugkeer van de spanning werkt deventilator volgens het naventilatietoerental q.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A3 Productbeschrijving83247607 • 1/2014-09 • La 17-122

3.4.5 Verbrandingsregeling (SCOT®-systeem)De ketel is met een elektronische verbrandingsregeling uitgerust.De verbrandingsregeling gebeurt via de ionisatie-elektrode. Afhankelijk van de ge-meten ionisatiestroom wordt de gashoeveelheid ten opzichte van de aanwezigeluchthoeveelheid gereguleerd.Als de luchtovermaat daalt, stijgt de verbrandingstemperatuur en bijgevolg de ioni-satiestroom. De maximale ionisatiestroom (Io max) treedt bij een luchtovermaat van0 % (λ=1,0) op.Via de kalibratie wordt regelmatig de maximale ionisatiestroom (Io max) berekend.Vanuit deze maximale waarde wordt een luchtovermaat berekend. De gewenstewaarde voor de ionisatiestroom (Io soll) wordt zodanig ingesteld dat een 02-gehalte vanca.

5,5 % (λ=1,35) over het volledige modulatiebereik ontstaat.Io maxIo soll=1,0 1,35 1Luchtfactor (λ)2Ionisatiestroom3RegelbereikKalibratieKalibraties worden doorgevoerd:▪na dynamisch opgegeven werkingsuren;▪na dynamisch opgegeven branderstarts;▪na spanningsonderbreking;▪na het optreden van bepaalde fouten (bijv. F21, W22, enz.).Een kalibratie kan ook manueel via parameter 39 doorgevoerd worden.Een manuele kalibratie via parameter 39 is absoluut noodzakelijk bij de vervangingvan volgende onderdelen:▪Ionisatie-elektrode▪Branderoppervlak▪Printplaat WCM-CPU▪GascombiventielBij een kalibratie stijgt het CO-gehalte op korte termijn (ca. 2 s) boven 1000 ppm.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A3 Productbeschrijving83247607 • 1/2014-09 • La 18-122

O2-correctieNadat de kalibratie plaatsgevonden heeft via parameter 39 wordt een nieuwe O2-curve gegenereerd.De curve kan daarna via P 39 parallel verschoven worden en kan het O2-gehaltegeoptimaliseerd worden.Via P 72 kan bijkomend het O2-gehalte in het onderste vermogensbereik(tot ca. 50 %) geoptimaliseerd worden.Voorbeeld05,75,65,55,45,35,25,15,05,85,9 P 39P 39P 72P 721Brandervermogen2O2-gehalte in %3Minimaal vermogen4Maximaal vermogen5O2-curve na kalibratie6O2-curve na correctie met P 397O2-curve na correctie met P 72Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A3 Productbeschrijving83247607 • 1/2014-09 • La 19-122

4 MontageEnkel geldig voor ZwitserlandBij de montage en de werking moeten in Zwitserland de voorschriften van de SVGWen de VKF, de plaatselijke en kantonnale reglementering alsook de EKAS-richtlijn(LPG-richtlijn deel 2) in acht genomen worden.AfmetingenBij de montage van de installatie moeten de afmetingen in acht worden genomen(zie hfst. 3.5.10).MinimumafstandVoor de montage- en onderhoudswerken moet een zijdelingse afstand van minstens3 cm ten opzichte van muren of voorwerpen aangehouden worden.Wandhouder monterenVoor de montage van de wandhouder moeten onderstaande instructies nageleefdworden:▪Onder het toestel genoeg ruimte vrijhouden voor de hydraulische aansluitingen.▪Voor de rookgasafvoer moet er een verval van 3° naar het toestel voorzien worden(komt bij 1 meter overeen met ca.

5,5 cm).▪Naargelang de structuur van de muur moet de geschiktheid van het bijgeleverdebevestigingsmateriaal voor de bevestiging van de wandhouder gecontroleerd wor-den (zie hfst. 3.5.11).▶Bijgeleverde wandhouder positioneren (zie hfst. 3.5.10).▶Wandhouder met geschikt bevestigingsmateriaal aan de wand monteren, daarbijalle boringen gebruiken.Toestel ophangen en uitlijnen.▶Bijgeleverde afstandhouders 3 onderaan op de achterkant van het toestel aan-brengen.▶Toestel op de wandhouder 2 hangen en met verstelschroeven 1 horizontaal uit-lijnen.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A4 Montage83247607 • 1/2014-09 • La 26-122

Frontbekleding verwijderenDe spanklem van de frontbekleding is met een schroef beveiligd tegen onverhoedsopenen.▶Na de montage van de frontbekleding deze schroef weer aanbrengen.▶Schroef 1 van de klemhaak aan de onderkant van het toestel verwijderen.▶Klemhaak openen en de frontbekleding afnemen.Snelontluchter monteren▶Bijgeleverde snelontluchter 1 monteren.WTC 15 WTC 25 / WTC 32Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A4 Montage83247607 • 1/2014-09 • La 27-122

5 Installatie5.1 Eisen aan het verwarmingswaterHet verwarmings- en vulwater moet aan de VDI-richtlijn 2035 of aan vergelijkbarelokale voorschriften voldoen.▪Onbehandeld vul- en navulwater moet dezelfde kwaliteit hebben als drinkwater(kleurloos, helder, zonder afzetting).▪Het vul- en navulwater moet vooraf gefilterd zijn (maaswijdte max 25 µm).▪De pH-waarde moet bij 8,5 ± 0,5 liggen.▪Er mag geen zuurstof in het verwarmingswater ingebracht worden (max 0,05 mg/l).▪Bij niet diffusiedichte installatiecomponenten moet het toestel door een systeems-cheiding van de stookkring losgekoppeld worden.5.1.1 WaterhardheidDe toegelaten waterhardheid wordt in verhouding tot de hoeveelheid vul- en navul-water bepaald.▶Uit diagram afleiden of er maatregelen voor de waterzuivering getroffen moetenworden.Als het vulwater zich in het bereik boven de grenscurve bevindt:▶Vul- en navulwater zuiveren.Als het vulwater zich in het bereik onder de grenscurve bevindt, moet het water nietgezuiverd worden.▶Hoeveelheid vul- en navulwater documenteren.WTC 150 200 400 600 800 1000 1200 1400 180016000510152025301Hoeveelheid vul- en navulwater [liter]2Totale hardheid [°dH]Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A5 Installatie83247607 • 1/2014-09 • La 28-122

5.1.2 Hoeveelheid vulwaterAls geen informatie over de hoeveelheid vulwater beschikbaar is, kan deze met on-derstaande tabel ongeveer geschat worden. Bij buffervatinstallaties moet rekeninggehouden worden met de inhoud van het buffervat.Verwarmingssysteem Approximatieve hoeveelheid vulwater(155/45 °C 70/55 °CBuizen- en staalradiatoren 37 l/kW 23 l/kWGietijzeren radiatoren 28 l/kW 18 l/kWPaneelradiatoren 15 l/kW 10 l/kWVerluchting 12 l/kW 8 l/kWConvectoren 10 l/kW 6 l/kWVloerverwarming 25 l/kW 25 l/kW(1 Met betrekking tot de warmtebehoefte van het gebouwMontage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A5 Installatie83247607 • 1/2014-09 • La 30-122

5.1.3 Vul- en navulwater zuiverenOntzilting (wordt door Weishaupt aanbevolen)▶Vul- en navulwater volledig ontzilten.(aanbeveling: mengbedmethode)Bij volledig ontzilt verwarmingswater mag de hoeveelheid navulwater voor tot 10 %van de inhoud van de installatie onbehandeld zijn. Hogere hoeveelheden navulwatermoeten eveneens ontzilt worden.▶pH-waarde (8,5 ± 0,5) van het ontzilte water controleren:▪Na de inbedrijfstelling▪Na ca. 4 weken werking▪Bij het jaarlijkse onderhoud van het toestel▶pH-waarde van het verwarmingswater evt. door toevoeging van trinatriumfosfaatverhogen.Ontharding (kationenwisselaar)OPGELETSchade aan het toestel door verhoogde pH-waardeDe ontharding door kationenwisselaar leidt tot alkalisch verwarmingswater.

Het toe-stel kan door corrosie beschadigd worden.▶Na de ontharding door kationenwisselaar moet de pH-waarde extra gestabiliseerdworden.▶Vul- en navulwater ontharden.▶pH-waarde stabiliseren.▶pH-waarde (8,5 ± 0,5) bij het jaarlijkse onderhoud van het toestel controleren.HardheidstabilisatieOPGELETSchade aan het toestel door ongeschikte inhibitorenCorrosievorming en afzetting kunnen het toestel beschadigen.▶Enkel inhibitoren gebruiken als de fabrikant het volgende garandeert:▪De eisen aan de kwaliteit van het verwarmingswater worden vervuld.▪De warmtewisselaar in het toestel wordt niet corrosief aangetast.▪Er is geen slibvorming in de verwarmingsinstallatie.▶Vul- en navulwater met inhibitoren zuiveren.▶pH-waarde (8,5 ± 0,5) volgens de voorschriften van de fabrikant van de inhibitorencontroleren.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A5 Installatie83247607 • 1/2014-09 • La 31-122

WatervullingOPGELETSchade aan het toestel door ongeschikt vulwaterCorrosie en afzetting kunnen de installatie beschadigen.▶Eisen aan de kwaliteit van het verwarmingswater en de plaatselijk geldende voor-schriften respecteren (zie hfst. 5.1).Tijdens het vullen van de installatie moet het drie-weg-ventiel in middenpositie zijn.▶Drie-weg-ventiel in middenpositie 2 plaatsen.1Verwarmingsmodus2Middenpositie voor de ontluchting3Warmwatermodus▶Dimensionering en voordruk van het expansievat controleren en evt. aanpassen(zie hfst. 13.1).▶Afsluitventielen openen.▶Kap van de snelontluchter losmaken.▶Verwarmingsinstallatie via de vulkraan langzaam vullen (installatiedruk in acht ne-men).▶Installatie ontluchten.▶Dichtheid en installatiedruk controleren.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A5 Installatie83247607 • 1/2014-09 • La 33-122

bijvullen, vooral bij langerestilstandstijden of werking met hoge teruglooptemperaturen (> 55 °C).Het condensaat dat bij condenserende werking ontstaat, wordt via een geïntegreerdesifon naar het afwateringssysteem van de woning geleid.Werkblad DVWA-A 251 en plaatselijk geldende voorschriften in acht nemen en evt.een neutralisatie-eenheid inbouwen.Als de inleidingsplaats van het afwateringssysteem boven de condensaatuitgang is:▶Condensaatopvoerpomp inbouwen.Condensaatslang plaatsen.Condensaatslang zo plaatsen dat er geen water kan stagneren (sifon-effect) en dathet condensaat ongehinderd afvloeien kan.▶Condensaatslang naar de condensaatafvoerleiding leiden.Sifon vullen▶Sifon via het rookgasaansluitstuk of een revisieopening met water vullen tot er wateruit de condensaatslang uitvloeit.OPGELETSchade aan het toestel wegens condensaatophopingHet toestel kan zich met condensaat vullen, wat tot storingen of schade kan leiden.▶Als er na het toestel een andere sifon aanwezig is, moet het verbindingsstuk tussenbeide sifons een verluchtingsopening bevatten.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A5 Installatie83247607 • 1/2014-09 • La 34-122

7.3).GasaansluitdrukDe gasaansluitdruk moet binnen volgende bereiken liggen:Aardgas 17,0 … 30,0 mbarLPG 25,0 … 57,5 mbarDe inbedrijfstelling is buiten de drukbereiken volgens EN437 niet toegelaten.Gastoevoer installerenGEVAARExplosiegevaar door vrijkomend gasEen ontstekingsbron kan een gas-lucht-mengsel doen ontploffen.▶Gastoevoer zorgvuldig installeren.▶Alle veiligheidsvoorschriften in acht nemen.▶Vóór het begin van de werken de bijhorende afsluitinrichtingen sluiten en tegenonverhoeds openen beveiligen.▶Gastoevoerleiding spanningsvrij monteren.Als een thermische afsluitinrichting (TAE) nodig is:▶Thermische afsluitinrichting vóór de gaskogelkraan resp.

5.5 Luchttoevoer en rookgasafvoerLuchttoevoerDe verbrandingslucht kan toegevoerd worden:▪uit de opstellingsruimte (ruimteluchtafhankelijke werking);▪door concentrische buissystemen (ruimteluchtonafhankelijke werking);▪door aparte luchttoevoer in de ruimte (buitenluchtaanzuiging).RookgasafvoerBij de rookgasafvoer moeten de plaatselijk geldende voorschriften alsook de bouw-richtlijnen in acht genomen worden.Er mag enkel een toegelaten rookgassysteem gebruikt worden.Als het toestel aan de schoorsteen van een huis aangesloten wordt, moet deze be-stand zijn tegen vochtigheid.▶Rookgassysteem aan de rookgasaansluiting installeren.1Meetpunt in ringvormige luchttoevoeropening2Rookgasmeetpunt3Ketelaansluitstuk (toebehoren)Het rookgassysteem moet dicht zijn.▶Dichtheidscontrole van het rookgassysteem doorvoeren.

Als er een kunststof-rookgassysteem aangesloten wordt dat niet voor rookgastem-peraturen gaande tot 120 °C toegelaten is, moet de uitschakeltemperatuur rookgas-weg (P°33) overeenkomstig gereduceerd worden.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A5 Installatie83247607 • 1/2014-09 • La 36-122

5.6 Elektrische aansluitingGEVAARLevensgevaar door elektrische schokWerken onder spanning kan tot elektrische schokken leiden.▶Voor het begin van de werken spanningstoevoer naar het toestel onderbreken.▶Tegen onverwacht herinschakelen beveiligen.De elektrische aansluiting mag enkel door vaklui met een elektrotechnische opleidingdoorgevoerd worden. Daarbij de plaatselijk geldende voorschriften naleven.Bus- en buitenvoelerleiding apart en bij voorkeur met afgeschermde leidingen plaat-sen, daarbij de afscherming enkel eenzijdig aan de aanwezige massaklem aansluiten.▶Afdekking van de elektrische aansluitbox afnemen. verwijderen.▶Kabels van de achterkant van het toestel door de uitsparing naar de aansluitboxleiden.▶In- en uitgangen volgens het gebruik toewijzen (zie hfst.

6.1.2 DisplayHet display geeft de huidige werkingsstanden en werkingsgegevens weer.Naargelang de uitrusting van de installatie worden de symbolen al dan niet weerge-geven.Als er een afstandsbedieningseenheid (bijv. WCM-FS) aangesloten is, gebeurt detemperatuurregeling via de afstandsbedieningseenheid. De symbolen 9 … q ver-schijnen niet. Als de communicatie tussen ketelelektronica en afstandsbedienings-eenheid uitvalt, worden de symbolen voor de noodwerking weer afgebeeld.1Brander in werking2Verwarmingsmodus actiefSymbool knippert: ketelvorstbeveiliging actief.3Warmwaterlading actiefSymbool knippert: warmwatervorstbeveiliging actief.4Fout5Onderhoudsmelding6Vertrektemperatuur (standaardweergave); parameters en waarden7Vorstbeveiliging actief8Standby9Zomermodus resp.

6.2 Eindgebruiker-menuIn het eindgebruiker-menu kunnen verschillende informatiepunten geraadpleegd wor-den en waarden veranderd worden.Naargelang de uitrusting van de installatie worden symbolen al dan niet afgebeeld.Als er een afstandsbedieningseenheid (bijv. WCM-FS) aangesloten is, gebeurt detemperatuurregeling via de afstandsbedieningseenheid. De symbolen 1 … 4 ver-schijnen niet.

6.3 Verwarmingsvakman-menuVerwarmingsvakman-menu activeren▶Aan de draaiknop draaien.✓Symbolenlijst verschijnt.▶Draaiknop draaien en keuzebalk onder het steeksleutelsymbool plaatsen.▶Op de enter-toets drukken.▶Aan de draaiknop draaien en code 11 instellen.▶Met enter-toets code bevestigen.✓Symboollijst van het vakman-menu verschijnt.1Infomenu2Parametermenu3Foutgeheugen▶Aan de draaiknop draaien en keuzebalk onder het gewenste menu plaatsen.▶Op de enter-toets drukken.✓Menu wordt geactiveerd.Verwarmingsvakman-menu verlaten.▶Aan de draaiknop draaien, tot ESC verschijnt.▶Op de enter-toets drukken.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 45-122

deze uitvalt.Parameter Warmtegenerator Waardebereik Fabrieks-instellingP 30 Minimale vertrektempe-ratuur8 °C … (P 31 - P 32)8P 31 Maximale vertrektempe-ratuur(P 30 + P 32) … (85 °C - P 32)78P 32 Schakeldifferentieel ver-trektemperatuur+1 … 7 K 3P 33 Uitschakeltemperatuurrookgasweg80 … 120 °C 120P 34 Minimale wachttijd tus-sen in- en uitschakelingbrander1 … 15 min--- = Deactivatie5P 35 Startgasdebiet bij ont-steking5 … 31 % WTC 15=16WTC 25=16WTC 32=13P 36 Minimaal vermogen WTC 15=33 % … 100 %WTC 25=32 % … 100 %WTC 32=31 % … 100 %WTC 15=33WTC 25=32WTC 32=31P 37 Maximaal vermogen ver-warmingWTC 15=33 % … 100 %WTC 25=32 % … 100 %WTC 32=31 % … 100 %100P 38 Maximaal vermogenwarm waterWTC 15=33 % … 100 %WTC 25=32 % … 100 %WTC 32=31 % … 100 %100P 39(1 O2-correctie binnen hethele vermogensbereik-0.5 … 1.0 %-pt.Wijziging komt ongeveer overeen met het O2-gehalte0.0(1 Een correctie mag enkel met aangesloten rookgasmeettoestel uitgevoerd worden.Parameter Circulatiepomp Waardebereik Fabrieks-instellingP 40 Pompwerkingsstand ver-warming0 = Pompnalooptijd1 = Continue werking van de pomp0P 41 Pompnalooptijd verwar-ming( enkel als P 40 = 0)1 … 60 min 3P 42 Minimaal vermogenpomp met toerentalrege-ling verwarmingsmodus20 % … P 43 40P 43 Maximaal vermogenpomp met toerentalrege-ling verwarmingsmodusP 42 … 100 % WTC 15=60WTC 25=70WTC 32=90P 44 Optimalisatie even-wichtsflesregeling1 … 7 K--- = Deactivatie4Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 49-122

9.3)100 … 500 h x 10--- = deactivatie300P 71 eBus-voeding(enkel als P12 = A … E)--- = Niet actief1 = Actief1P 72(1 O2-correctie in het on-derste vermogensbereik(tot ca. 50 %)-0.5 … 0.5 %-pt.Wijziging komt ongeveer overeen met het O2-gehalte0.0ESC Menu verlaten – –(1 Een correctie mag enkel met aangesloten rookgasmeettoestel uitgevoerd worden.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 50-122

6.4 Vermogen manueel bepalen▶Aan de draaiknop draaien.✓Symbolenlijst verschijnt.▶Keuzebalk onder het schoorsteenvegersymbool plaatsen.▶Op de enter-toets drukken.✓Het toestel loopt naar maximaal vermogen.1Vertrektemperatuur2Vermogen in %▶Op de enter-toets drukken.▶Gewenst vermogen met draaiknop instellen.✓Het bereikte vermogen blijft voor 15 minuten actief.Manuele vermogensinstelling verlaten▶Op de enter-toets drukken.✓Manuele vermogensinstelling wordt verlaten.✓Het laatst ingestelde vermogen blijft 2 minuten actief.Binnen die 2 minuten kan de fase van 2 minuten door aan de draaiknop in het ver-warmingsvakman-menu te draaien opnieuw gestart worden. Dit biedt de mogelijkheidom in het infomenu proceswaarden bij overeenkomstig vermogen op te vragen.Installatiewaarden opvragen▶Infomenu activeren (zie hfst.

6.5 Configuratie manueel startenMet de manuele configuratie worden de instellingen aan de uitvoering van het toestelaangepast. Alle voelers en actoren worden daarbij opnieuw bepaald (zie hfst. 7.2).▶Parametermenu activeren (zie hfst. 6.3).▶Parameter 10 kiezen.✓Actuele configuratie verschijnt.▶Op de enter-toets drukken.▶Aan de draaiknop draaien, tot --- verschijnt.▶Op de enter-toets drukken.✓Nieuwe configuratie wordt gezocht en knipperend weergegeven.▶Op de enter-toets drukken.✓Configuratie wordt opgeslagen.Voorbeeld Buitenvoeler werd verwijderd.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 52-122

6.6 SturingsvariantenAfstandssturing temperatuur 4 … 20 mAB11 M▶Analoog gewenste-waarde-signaal 4 … 20 mA aan de ingang B1 aansluiten,daarbij de polariteit in acht nemen.✓Signaal wordt als gewenste vertrekwaarde geïnterpreteerd. In deze configuratie wordt t weergegeven.6 mA Minimale vertrektemperatuur (P 30)20 mA Maximale vertrektemperatuur (P 31)4 … 6 mA Brander uit

6.7 Regelingsvarianten6.7.1 Constante vertrektemperatuurregelingVoor deze regeling zijn geen bijkomende voelers of thermostaten noodzakelijk. Devertrektemperatuur wordt op de ingestelde waarde in het eindgebruikermenu gere-geld (zie hfst. 6.2.2).Om een tijdelijke omschakeling tussen normale en verlaagde temperatuur uit te voe-ren, is een digitale timer (optioneel) nodig.6.7.2 Weersafhankelijke regelingVoor een weersafhankelijke regeling is een buitenvoeler (QAC 31) nodig.▶Buitenvoeler in het Noorden resp. Noord-Westen op middelbare hoogte van degevel (min 2,5 m) monteren.Directe zonnestraling en verwarming door externe warmtebronnen vermijden.▶Evt.

temperatuur-correctie van de buitenvoeler via parameter 20 doorvoeren.Als een afstandsbedieningseenheid (WCM-FS) aangesloten is, gebeuren de instel-lingen voor de temperatuurregeling via de afstandsbedieningseenheid (zie bedie-ningsrichtlijnen WCM-FS).De actuele vertrektemperatuur wordt berekend op basis van:▪Gemiddelde en actuele buitentemperatuur▪Steilheid (parameter 22)▪Gewenste ruimtetemperatuur.Om de gewenste ruimtetemperatuur te bereiken, is bij koudere buitentemperatureneen hogere vertrektemperatuur nodig. De steilheid legt vast hoe sterk de veranderingvan de buitentemperatuur de vertrektemperatuur beïnvloedt en past de stookcurveaan aan het gebouw.Ruimtetemperatuur te koud Ruimtetemperatuur te warmbij koude buitentemperaturen ▶Steilheid verhogen. ▶Steilheid verlagen.bij zachte buitentemperaturen ▶Normale resp. verlaagde ruimtetem-peratuur verhogen. ▶Normale resp.

Een verandering van de normale ruimtetemperatuur resp. verlaagde ruimtetempera-tuur van 1°C leidt tot een parallelle verschuiving van de ingestelde stookcurve vanca. 1,5 … 2,5 °C.Bijvoorbeeld: bij steilheid 102015222420 15 10 5 0 -5 -10 -15 -20 -25 -30 -35304050608020701Buitentemperatuur in °C2Vertrektemperatuur in °C (bij steilheid 10)3Normale resp. verlaagde ruimtetemperatuur in °COm een tijdelijke omschakeling tussen normale ruimtetemperatuur en verlaagde ruim-tetemperatuur door te voeren, is een digitale timer (optioneel) nodig.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 55-122

6. 7. 3 WarmwatermodusUitvoering W en HDe warmwatermodus heeft voorrang op de verwarmingsmodus. De warmwaterlading vindt plaats wanneer de temperatuur in de waterverwarmer on-der de gewenste warmwatertemperatuur min de schakeldifferentieel (parameter 51)zakt. Voor de warmwatertemperatuur kan via de verlagingswaarde (parameter 53) eenverlagingsniveau ingesteld worden (enkel met digitale timer). De maximale warmwater-laadtijd kan via parameter 52 ingesteld worden. Bij de uitvoering H kan via de uitgangen MFA1 en VA1 een extern drie-weg-ventielen een warmwater-oplaadpomp aangesloten worden. De warmwatervoeler wordt op ingang B3 aangesloten. Uitvoering C met geïntegreerde platenwarmtewisselaarOPGELETSchade door kalkhoudend sanitair waterKalkhoudend drinkwater kan tot kalkafzetting in de platenwarmtewisselaar leiden. ▶Bij een totale hardheid boven 18° dH is een waterverzachter aanbevolen.

De gewenste waarde voor warm water wordt via het gebruikersmenu (symbool wa-terkraan) ingesteld. ▪Brander uit: warmwatertemperatuur > gewenste warmwatertemperatuur plus 5Kelvin▪Brander aan: warmwatertemperatuur < gewenste warmwatertemperatuur min 1KelvinVia een geïntegreerde doorstroomsensor wordt het debiet bepaald, het tapbegin(debiet > 2,3 l/min) resp. het tapeinde herkend en voor de regeling gebruikt. De uit-stroomtemperatuur wordt via een warmwatervoeler geregeld en bewaakt. Ter verbetering van het warmwatercomfort zijn volgende functies geïntegreerd:▪Warmhoudfunctie (comfortfunctie):De platenwarmtewisselaar wordt tijdens de WW-normale bedrijfsfase op een in-stelbare temperatuur gebracht en hierop gehouden. Er is dan onmiddellijk warmwater beschikbaar. Door gebruik van een digitale klok of WCM-FS kan de warmhoudfunctie 's nachtsuitgeschakeld worden.

▪Boosterfunctie:Bij de Booster-functie wordt afhankelijk van de ingestelde warmwater-aftaptem-peratuur (≥ 50 °C) en het debiet (> 4 l/min) het brandervermogen met ca.

15 %verhoogd om nog meer warm water ter beschikking te hebben. Na het beëindigen van het aftapproces resp. van de comfortfunctie blijft het drie-weg-ventiel bij winterbedrijf nog gedurende 3 minuten in de warmwaterpositie. Bij zomer-bedrijf blijft het drie-weg-ventiel permanent in de warmwaterpositie. Het debiet is in het toestel tot ca. 7,5 l/min (± 10 %) begrensd. Hiermee wordt eentemperatuursvermindering bij hogere aftaphoeveelheden vermeden. Parameterinstellingen:▪P 38: Maximaal vermogen in warmwatermodus (aanbeveling: 100 %)▪P 45: Vermogen toerentalgeregelde pomp warmwatermodus▪P 60: Warmhoudtemperatuur▪P 61: Schakeldifferentieel warmhoudtemperatuur▪P 62: Verhoging boostervermogenMontage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 56-122.

6.7.4 Buffervatregeling met een voelerMontagehandleiding buffervatvoeler in acht nemen (druknr. 570).Deze regelingsvariante is bijvoorbeeld zinvol wanneer enkel het bovenste gedeeltevan het buffervat moet worden opgewarmd. Het opwarmen van het onderste gedeeltevan het buffervat gebeurt door een externe warmtebron.▶Buffervatvoeler aan ingang B10 aansluiten.Aanschakelcriterium B10 < gewenste vertrektemperatuur - schakeldifferen-tieel (P 32)Uitschakelcriterium B10 > gewenste vertrektemperatuur + schakeldifferen-tieel (P 32)De warmwater-vrijgave gebeurt via voeler B3, de vrijgave voor verwarming via voelerB10.In warmwatermodus kan een drie-weg-ventiel bijkomend aan de uitgang MFA aan-gesloten worden.Als een afstandsbedieningseenheid (WCM-FS) aangesloten is, moet deze metadres #1 resp.

6.7.5 Buffervatregeling met twee voelersMontagehandleiding buffervatvoeler in acht nemen (druknr. 570).Deze regelingsvariante moet gekozen worden wanneer het opwarmen van een grotergedeelte van het buffervat met toestel mogelijk moet zijn.▶Buffervatvoeler bovenaan aan ingang B10 aansluiten.▶Buffervatvoeler onderaan aan ingang B11 aansluiten.Aanschakelcriterium B10 < gewenste vertrektemperatuur - schakeldifferen-tieel (P 32) enB11 < gewenste vertrektemperatuur - schakeldifferen-tieel (P 32)Uitschakelcriterium B11 > gewenste vertrektemperatuur + schakeldifferen-tieel (P 32)De warmwater-vrijgave gebeurt via voeler B3, de vrijgave voor verwarming via voelerB10 en B11.In warmwatermodus kan een drie-weg-ventiel bijkomend aan de uitgang MFA1 aan-gesloten worden.Als een afstandsbedieningseenheid (WCM-FS) aangesloten is, moet deze metadres #1 resp.

compensatievan warmteverliezen van de leidingen naar de evenwichtsfles.Daar de regeling tijdens de warmwatermodus een invloed heeft op de interne ver-trekvoeler, is een warmwater-lading voor de hydraulische evenwichtsfles via een drie-weg-ventiel mogelijk.De pompnalooptijd na de warmwater-lading bedraagt 3 minuten.Als een afstandsbedieningseenheid (WCM-FS) aangesloten is, moet deze met adres#1 resp. 1+2 werken om de directe pompstookkring na de evenwichtsfles te kunnengebruikenPomp via de uitgang MFA1 aangestuurd:▶Parameter 13 op 7 instellen.Pomp via de uitgang VA1 aangestuurd:▶Parameter 14 op 7 instellen.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 59-122

6.8 CirculatiepompVerwarmingsmodusDe pomp wordt aangestuurd zolang er een warmtevraag is. Al er geen warmtevraagmeer nodig is, loopt de pomp gedurende de in parameter 41 ingestelde nalooptijd(NLT) verder.Indien nodig kan met parameter 40 een continue werking van de pomp ingesteldworden.Bij de toerentalgeregelde pomp wordt het pompvermogen aan het gevraagde bran-dervermogen aangepast. Als de brander uitgeschakeld is, werkt de pomp met mini-maal vermogen.▶Modulatiegrenzen voor pomp via parameter 42 en 43 instellen.PompsturingslogicaZonder afstandsbedieningseenheid (bijv.

6.9 VorstbeveiligingKetelvorstbeveiligingVertrektemperatuur < 8 °C:▪Brander werkt met minimaal vermogen.▪Pomp is in werking.Vertrektemperatuur > 8 °C plus schakeldifferentieel (parameter 32):▪Brander schakelt zich uit.▪Pompnaloop is actief (parameter 41).Ketelvorstbeveiliging heeft ook effect op uitgang MFA1 en VA1 indien deze als toe-voerpomp geparametreerd is (parameter 13, 14).Als de ketelvorstbeveiliging actief is, knippert het symbool op het display.

.Installatievorstbeveiliging (met buitenvoeler)Buitentemperatuur < installatievorstbeveiligingstemperatuur (parameter 23) min 5Kelvin:Continue werking van de pomp is actief.Buitentemperatuur > installatievorstbeveiligingstemperatuur (parameter 23):Continue werking van de pomp is gedeactiveerd.Installatievorstbeveiliging heeft effect op uitgang MFA1 en VA1 als deze als stook-kringpomp geparametreerd is (parameter 13, 14).Bij een buffervatregeling heeft de installatievorstbeveiliging geen effect op de ketel-kringpomp.Warmwatervorstbeveiliging (uitvoering W)Warmwatertemperatuur < 8 °C:▪Brander werkt met minimaal vermogen.▪Pomp is in werking.Warmwatertemperatuur > 8 °C plus halve schakeldifferentieel (parameter 51)brander schakelt af.Warmwatervorstbeveiliging heeft effect op uitgang MFA1 en VA1 als deze als circu-latie- of WW-laadpomp geparametreerd zijn (parameter 13, 14).Als de warmwatervorstbeveiliging actief is, knippert het symbool op het display.

6. 10 In- en uitgangenMet de vrij selecteerbare in- en uitgangen kunnen verschillende toepassingen gere-aliseerd worden. Uitgang MFA1 en VA1De uitgang MFA1 is een potentiaalgebonden relais-uitgang. De uitgang VA1 is po-tentiaalvrij. Instelling parameter 13, 14 Beschrijving0 = werkingsmelding, (veiligheidsventiel gas)Het contact sluit zodra er een warmtevraag is. 1 = storingsmelding Het contact sluit zodra een storing optreedt of een waarschuwingminstens 4 minuten verschijnt. 2 = externe toevoerpomp De uitgang wordt als een interne stookkringpomp aangestuurd (voorverwarmingswater en warm water). 3 = externe stookkringpomp zonder WCM-FSDe uitgang wordt tijdens de verwarming geactiveerd. 4 = WW-laadpomp; drie-weg-ventiel De uitgang wordt tijdens de warmwaterlading geactiveerd. 5 = WW-circulatiepomp zonder WCM-FS De uitgang wordt tijdens de warmwatervrijgave geactiveerd, resp.

tijdgestuurd via de toets. 6 = WW-circulatiepomp via WCM-FS De uitgang wordt in functie van het circulatieprogramma van deWCM-FS geactiveerd. 7 = Stookkringpomp via WCM-FS De uitgang wordt geactiveerd als de verwarmingsmodus via deWCM-FS #1, #1+2 aangevraagd wordt. Ingang H1Instelling parameter 15 Beschrijving0 = vrijgave warmtegenerator in verwarmings-modusAls de ingang gesloten is, gebeurt de vrijgave voor de verwarming. Bijopen ingang wordt de WTC voor verwarming afgesloten; stookkrin-gen die via de uitbreidingsmodule (WCM-EM geregeld worden, blij-ven in werking. 1 = Stookkring verlaging/normaal(1 Bij gesloten ingang werkt de gewenste normale temperatuur. Bij openingang werkt de gewenste verlaagde temperatuur. 3 = Stand-by met vorstbeveiliging Bij gesloten ingang bevindt de installatie zich in stand-by. De wer-kingsstanden warm water en verwarming zijn vergrendeld.

Ingang H2Instelling parameter 17 Beschrijving0 = vrijgave warmtegenerator in WW-modus Als de ingang gesloten is, vindt de warmwatervrijgave plaats. Bij openingang wordt de WTC voor de warmwatermodus vergrendeld.1= Warm water verlaging/normaal(1 Bij gesloten ingang werkt de gewenste normale temperatuur. Bij openingang werkt de gewenste verlaagde temperatuur of is de warmhoud-functie (uitvoering C) uitgeschakeld.2 = Verwarming met speciaal niveau (zie hfst. 6.6)3 = Ketelvergrendelingsfunctie Als de ingang gesloten is, schakelt het toestel uit. De vorstbeveiligingis niet actief.Op het display verschijnt F24, als het contact gesloten is. Als hetcontact weer opengaat, treedt het toestel automatisch in werking.Deze functie kan bijv.

voor de aansluiting van een veiligheidsaquastaatvoor vloerverwarming of een veiligheidsschakelaar van een conden-saatopvoerpomp gebruikt worden.(1 Instellingen werken enkel als er geen WCM-FS aangesloten is resp. deze uitvalt.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A6 Bediening83247607 • 1/2014-09 • La 63-122

6.11 Speciale installatieparametersDe installatieparameters kunnen via het verwarmingsvakman-menu ingesteld worden.In uitzonderlijke gevallen moet de WTC via de software WCM-diagnose nog preciezerop de verwarmingsinstallatie afgestemd worden.Bij afstandsbediening met WCM-FS moet de eBus-adapter WEA via een apartevoedingseenheid van spanning voorzien worden.Ben. Parameter Waardebereik Eenheid WTC 15(1 WTC 25(1 WTC 32(1A1 VT-regelaar (P-aandeel) 1 … 255 x 0,25 110 110 110A2 VT-regelaar (I-aandeel) 1 … 7 x 0,125 s 2 2 2A3 VT-regelaar (D-aandeel) 0 … 63 x 0,032 s 32 32 32A4 Combi-regelaar (P-aandeel) 1 … 255 x 0,25 – 50 –A5 Combi-regelaar (I-aandeel) 1 … 3 x 0,125 s – 1 –A6 Combi-regelaar (D-aandeel) 0 … 63 x 0,032 s – 20 –A7(2 Max. temperatuurspreidingvertrek/rookgas20 … 45 K 45 45 45A8 Ketelvermogen bij ontsteking 50,0 … 90,0 % 84 82 62,1A9(2 Max.

7.1.1 Dichtheid van de gasarmatuur controlerenDichtheidscontrole▶Dichtheidscontrole doorvoeren:▪vóór de inbedrijfstelling;▪na alle service- en onderhoudswerken.▶Installatie uitschakelen.▶Gaskogelkraan sluiten.▶Schroef aan meetpunt Pe 1 van het gascombiventiel openen.▶Controle-inrichting aan Pe aansluiten.▶Proefdruk van 100 … 150 mbar opbouwen.▶Drukcompensatie van 5 minuten afwachten.▶Proeftijd van 5 minuten doorvoeren.▶Drukverlaging controleren.✓De gasleiding is dicht als de drukverlaging niet meer dan 1 mbar bedraagt.GEVAARExplosiegevaar door vrijkomend gasOndeskundig uitgevoerde werken kunnen tot gaslekken en ontploffingen leiden.▶Na de werken op het gascombiventiel moeten de schroeven aan de meetpuntendicht gesloten en op dichtheid gecontroleerd worden.▶Resultaat van de dichtheidscontrole in het interventierapport documenteren.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A7 Inbedrijfstelling83247607 • 1/2014-09 • La 67-122

7.1.2 Gasaansluitdruk controlerenDe gasaansluitdruk moet binnen volgende bereiken liggen:Aardgas E/H 17,0 … 20 … 25,0 mbarAardgas LL 20,0 … 25 … 30,0 mbarLPG B/P (Pn 37) 25,0 … 37 … 45,0 mbarLPG B/P (Pn 50) 42,5 … 50 … 57,5 mbar▶Schroeven aan het meetpunt Pe van het gascombiventiel openen (zie hfst.

7.1.1).▶Drukmeettoestel aansluiten.▶Gaskogelkraan langzaam openen en daarbij de drukstijging controleren.Als de gemeten aansluitdruk 70 mbar overschrijdt:▶Gaskogelkraan onmiddellijk sluiten.▶Installatie niet in bedrijf stellen.▶Gebruiker van de installatie informeren.Als de gemeten aansluitdruk te laag is:▶Installatie niet in bedrijf stellen.▶Gebruiker van de installatie informeren.GEVAARExplosiegevaar door vrijkomend gasOndeskundig uitgevoerde werken kunnen tot gaslekken en ontploffingen leiden.▶Na de werken op het gascombiventiel moeten de schroeven aan de meetpuntendicht gesloten en op dichtheid gecontroleerd worden.Montage- en bedieningsrichtlijnenCondenserende gasketel WTC 15 … 32-A7 Inbedrijfstelling83247607 • 1/2014-09 • La 68-122

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Weishaupt WTC 32-A Thermo Condens stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden