Weishaupt WL20 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Weishaupt WL20 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Weishaupt WL20 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Weishaupt |
| Categorie: | Heater |
| Model: | WL20 |
Handleiding Weishaupt WL20 – volledige tekst
41. Algemene richtlijnenVeiligheidOnder een veilige werking van de brander verstaatmen dat deze door gekwalificeerd personeelvakkundig, overeenkomstig onderhavige montage- enbedieningsrichtlijnen gemonteerd en inbedrijf gesteldwordt. In het bijzonder dienen de desbetreffendeinstallatie- en veiligheidsvoorschriften in achtgenomen te worden, zoals b. v. de installatienormenvan de groep D 30. : NBN D 30. 001, D 30. 002, D30. 003, alsook de norm voor stookplaatsen enschoorstenen NBN B 61. 001 en addenda, alsook hetAlgemeen Reglement voor Elektrische Installaties,afgekort A. R. E. I. Vlambeveiligingen, regelorganen en andereveiligheidselementen mogen alleen door de fabrikantof door zijn gemachtigde vervangen of omgewisseldworden. Herstellingen zijn niet toegelaten. Veronachtzaming van deze voorschriften kan zwaarlichamelijk letsel of aanzienlijke materiele schade totgevolg hebben.
PersoneelskwalificatieMet gekwalificeerd personeel bedoelt men in dezemontage- en bedieningsrichtlijnen personen die vertrouwdzijn met opstelling, montage, afregeling en inbedrijfnamevan het product en die voor deze werkzaamheden denodige kwalificaties bezitten. BedieningsaanwijzingenDe bedieningsaanwijzingen, gevoegd bij de brander,moeten op een duidelijk zichtbare plaats in de stookplaatsaangebracht worden. Het adres van de dichtstbijgelegenklantenservice dient hierop vermeld te worden. Onderricht gebruikerStoringen ontstaan vaak door bedieningsfouten. Daarommoet de persoon die de installatie bedient uitvoerig overde werking van de brander onderricht worden. Bij herhaaldoptredende storingen moet de klantenservice verwittigdworden. InstallatieBij de plaatsing van een oliestookinstallatie moeten allebetreffende voorschriften en richtlijnen dienaangaandegerespecteerd worden.
Elektrisch schakelschemaTot de leveringsomvang van een brander behoort steedseen uitvoerig elektrisch schakel- en aansluitschema. Onderhoud en klantenserviceVolgens het Koninklijk Besluit van 6 januari 1978 is degebruiker van een oliestookinstallatie voor de verwarmingvan gebouwen verplicht minstens éénmaal per jaar eenonderhoudsbeurt te laten uitvoeren door een technicus inhet bezit van een erkenning van kwalificatie, afgeleverddoor de bevoegde instanties en vastgelegd in hetzelfdeKoninklijk Besluit. De verbrandingswaarden moeten naelke onderhoudsbeurt of ontstoring grondig gecontroleerdworden. Emissie-arme verbrandingEen emissie-arme verbranding wordt verkregen bij eenverwarmingsgenerator met vuurhaardafmetingen volgensde normen DIN EN 267 en een rookgasafvoersysteemvolgens het directe of drietreksprincipe.
Derhalve raden wijaan Weishaupt oliebranders in de mate van het mogelijkete combineren met ketels die voor een emissie-armewerking geschikt zijn. Uit ervaring weten wij dat ketels met omkeervlam en ketelsmet rookgasafvoer tussen de ketelelementen slechts ingeringe mate de emissie van schadelijke stoffen kunnenbeperken. Bij deze ketels hebben derecirculatierookgassen meestal een te hoogtemperatuurniveau of kan de interne recirculatie van derookgassen zich niet volledig ontwikkelen. AanbevelingDoor de inbouw van een rookgastemperatuurvoeler kan degraad van vervuiling van de vuurhaard vastgesteld wordenen bijgevolg kan men vaststellen of een reiniging van deketel nodig is. Bij middel van een bedrijfsurenteller Weishaupt-toebehoren) kan de branderlooptijd bepaald worden. Ditgeeft een indicatie voor de juiste aanpassing van hetwarmtevermogen.
Inhaakinrichting5d1d2I1I1d4d5d3Isolatie- materiaal ca. 15 mmFlens-dichting2. Montage van de branderAanbouw aan de warmtegeneratorAanbouw aan de warmtegeneratorDe tekening toont een bemetseling voor eenwarmtegenerator zonder gekoelde voorwand. De voorkantvan de vlamkop moet ca. 30 mm over de bemetseling uitsteken. De bemetseling mag conisch (≥60°C)uitgevoerd worden. Bij warmtegeneratoren metwatergekoelde voorwand kan de bemetseling wegvallen,inzoverre de ketelconstructeur geen andere voorschriftenoplegt. De bevestigingsplaat aan de warmtegenerator moetvoorbereid worden volgens de hiernaast aangegevenmaten. De branderflens kan als mal gebruikt worden voorde schroefdraadboringen.
Vlamkop-verlenging W20-ALuchtspleet met elastisch isolatiemateriaalopvullen (niet dichtmetselen) Brander- Vlamkop Maten in mm type type d 1 2 3 4 5 1d d d d IWL10-B-HWL15-B W10/5 90 120 130–150 110 M8 139 W20/1 90/98 120 150–170 110 M8 110 WL20… W20/2 98 120 150–170 110 M8 130 W20/3 108 130 170 130 M8 130Opgepast bij het afnemen van de brander:De brander met volledige vlamkop over de bajonetsluitingtrekken en in de inhaakinrichting inzetten. Vlamkop,verstuiver en ontstekingselektroden zijn daardoor goedbereikbaar. Beschadiging van de olieslangen enelektrische aansluitkabels wordt vermeden. Ook devlambuis kan na het losmaken van de bajonetsluitingmakkelijk gedemonteerd worden.
– De branderflens met binnenzeskant-schroeven M8 (2)op de bevestigingsplaat monteren. De schroeven met grafiet instrijken. Montage van de branderVooreerst de brander in de inhaakinrichting (1) inschuiven. Na het inzetten van de verstuivers en na controle van deontstekingselektroden kan de brander op de branderflensgemonteerd worden. – De brander over de bajonetsluiting schuiven en de bevestigingsbouten vastdraaien. OpmerkingDe brander kan ook over 180° gedraaid worden: – voor de montage van de branderflens de flensdichtingwegnemen. – de bevestigingsbouten (3) in de tegenoverliggendeschroefboringen indraaien. – de flensdichting opnieuw inzetten. – de branderflens monteren. TussenflensOm bij een korte vuurhaard het volledig uitbranden van devlam te kunnen verzekeren, moet de brander gemonteerdworden met een tussenflens (Weishaupt-toebehoren). Daardoor schuift de brander ca.
63. OlietoevoerDe olieleidinginstallatie moet zo dicht mogelijk naar debrander toegevoerd worden, zodanig dat de olieslangenontspannen kunnen aangesloten worden. In de zuigleiding dient een voetklep, een afsluitventiel eneen filter met een maaswijdte van max. 0,1 mm ingebouwdte worden. In de terugstroomleiding wordt eenterugslagklep geïnstalleerd. Bij een bepaalde uitvoering van tankinstallatie, zoals b. v. een hogerliggende oliespiegel t. o. v. de brander, wordt deplaatsing van een afsluitventiel voorgeschreven. Dit ventielheeft de taak om bij stilstand van de brander de oliestroomin de zuigleiding te onderbreken. Een magneetventiel(stroomloos gesloten) is aanbevolen. Anti-hevelventielenmogen omwille van het te hoge drukverlies (0,3 bar) nietgebruikt worden.
De brander kan aangesloten worden in eentweepijpssysteem (foto 2) met zuig- en terugstroomleidingof ook in een éénpijpssysteem (foto 1) - bypass in depomp uitschroeven. Bij een hogerliggende tank is demaximumtoevoerdruk 2,0 bar. De totale lengte van de buisleiding is de lengte van allehorizontale en verticale buizen en boogstukken samen. Destatische zuighoogte H (max. 4,0 m) is de verticale afstandtussen pomp en zuigventiel in de tank. De zuigweerstandmag niet meer bedragen dan 0,4 bar. Bij een hogervacuüm treden storingen en een sterk geruis op en wordtde pomp beschadigd. FilterAan het einde van de buisleiding moet voor de pomp eenfilter ingebouwd worden. De oliefilter dient ingebouwdtussen de starre zuigleiding en de soepele olieslang. De inde olie aanwezige stofdeeltjes en verontreinigingen,ontstaan bij de montage van de olieleidingen, worden doorde filter opgevangen.
Voor de montage van de olieslangen in de toevoer- enterugloop (tussen pomp en vaste buisinstallatie)moeten de productgebonden installatietekeningen inacht genomen worden. Voor gasolie verwarming worden olieslangen volgens DIN 4798, deel 1, drukklasse A, geleverd. Technische gegevens: Nominale druk _________________________ P N= 10 bar Proefdruk _____________________________ P P= 15 bar Bedrijfstemperatuur _____________________ T B= 70°CNa de montage moeten de leidingen (zonder oliefilter enolieslang) een drukproef ondergaan. De controle gebeurtmet perslucht of stikstof, bij een min.
4. Oliepompen8De pompen zijn voorzien voor montage in eentweepijpssysteem (fabrieksinstelling). In bepaalde gevallenkunnen bij werking met gasolie de pompen in eenéénpijpssysteem ingezet worden. Voor éénpijpsinstallatie moet de bypass-schroefverwijderd worden en de terugloop afgesloten (schroefmet dopmoer in het zakje met toebehoren). De bypass-schroeven bij de verschillende pompen zijn als volgtaangebracht: AL 35 C – achter de terugstroomkoppeling SW4 (2) AT2 45 C – achter de toevoerkoppeling SW4 (1)Alle pompen zijn uitgerust met een drukregelventiel enopgebouwd magneetventiel in de toevoerlijn naar deverstuiver (stroomloos gesloten). De tweetrapspompen zijn tevens voorzien van eenbijkomend magneetventiel (9) (stroomloos open) en eendrukregelaar (7) voor de 2de trap. WerkingBij de inbedrijfname stroomt olie uit de zuigleiding langs defilter naar de pompaandrijving.
Tijdens de voorventilatie ismagneetventiel (8) gesloten. De stookolie drukt deregelklep in de richting van de regelveer en geeft via eenstuurboring de weg naar de terugloop vrij. Een deel van de aangevoerde stookolie vloeit via eenontluchtingsgleuf direct in de terugloop, daardoor wordende pompen bij tweepijpsinstallatie automatisch ontlucht. Bij éénpijpsinstallatie kan enkel ontlucht worden bijgeopend magneetventiel (8) via de verstuiverleiding of dedrukmeetaansluiting (4). Wanneer magneetventiel (8) spanning krijgt, dan is de wegnaar de verstuiver vrij. De pompdruk kan bij de één- entweetrapspompen ingesteld worden in het drukbereik I,aan de drukregelschroef (6). Bij het afschakelen van debrander sluit het magneetventiel (8) de doorlaat naar deverstuiver, daardoor wordt de oliestroom direct afgesloten.
/ type type fabrikaat karakteristiek WL10-B-H Steinen/Fluidics 60°S, 60°HWL15-B W10/5 Steinen/Fluidics 45°S, 45°H W20/1 Steinen/Fluidics 60°S, 60°H Monarch 45°R WL20… W20/2 Steinen 60°S, 60°H Monarch 60°R W20/3 Steinen 60°S, 60°H Monarch 60°RTabel voor de bepaling van het verstuiverdebiet infunctie van de oliedruk voor de verstuiverHet brandstofdebiet dat overeenkomt met de ingesteldepompdruk kan bepaald worden aan de hand van de tabel. Het brandstofdebiet of het brandervermogen moet bij deafregeling van de brander gemeten worden.
127. Verstuiverlijn met snelsluitventiel Warmtewisselaar VentielzuigerFilterToevoerleidingLekolieleiding Toevoerleiding Vrijgavethermostaat Leidingsbuis Schroef M4 Lekolieleiding SnelsluitventielVer-stuiverOlietoevoersysteemDe olie loopt van de pomp naar de warmtewisselaar in deverstuiverlijn. Bij de stroming over het grotewarmtewisselvlak wordt de stookolie opgewarmd en komtaan het snelsluitventiel, dat opent bij een druk van min. 6bar. De olie stroomt door de filter naar de verstuiver enwordt verstoven. Lekolie (max. 0,1 ml/schakeling) ontstaatdoor speling van de zuiger in het zuigerhuis en wordt viade lekolieleiding drukloos naar de zuigzijde van de pompafgeleid.Richtlijnen voor de service:■Uitbouwen van de verstuiverlijn.– Brander afnemen en op de ophanging zetten.– Vlambuis met houder (bajonet) afnemen.
S1b S1 a1 2 3 7 6 4 513Vlamkop W10/5 tot W20/38. VlamkopinstelmatenDe hieronder aangegeven maten dienen voor de controleen basisinstelling.Wanneer deze maten aangehouden worden moet deaanwijsstift voor de stand van de stuwschijf op 0 staan.De instelling van maat S1 gebeurt bij middel van deinstelschroef volgens de schaal “verstuiverlijn metstuwschijf”Maten in mm Brander Vlamkop a b S1 WL10-B-H W10/5 3 66 3,5 WL15-B W10/5 3 66 3,5 WL20… W20/1 3 66 0 W20/2 3,5 74 9 W20/3 5 90 12Bevestiging van de vlamkoppenDe vlamkop wordt bevestigd met 2 zeskantschroeven M5 x 10.Omwisseling van de vlamkopIn de aanzuiging is een geluiddempende schuimbekledingaangebracht (behalve bij de WL15-B). Bij omwisseling vande vlamkop W20/1 of W20/2 naar W20/3 moet eveneensde bekleding omgewisseld worden (van grootte W20/1 enW20/2 naar W20/3).
01234567891410. Inbedrijfname en afregeling10.1 Inbedrijfname en afregeling WL15-B en WL10-B-H, ééntrapsOpgelet!De zuigleiding dient voor de inbedrijfstelling met stookoliegevuld te worden ofwel moet de stookolie met eenopzuigdispositief naar de pomp toegevoerd worden (doorautomatisch aanzuigen kan de pomp blokkeren).Werkingscyclus ééntraps, zonderverstuiververwarming en zonder servomotor - WL 15-BBij deze uitvoering steken de overbruggingsstekkers X3:2(servomotor) en X3:7 (vrijgavethermostaat) in deaansluitconsole.Bij warmtevraag begint de voorventilatie- resp.voorontstekingstijd van ca. 13 sec. Na de voorventilatiewordt het magneetventiel bekrachtigd, de olietoevoerwordt vrijgegeven en er volgt vlamvorming. Indien deoliepomp bij de eerste inbedrijfstelling binnen deveiligheidstijd van 10 sec. geen olie toevoert, dan volgtstoringsafschakeling.
16012345678910.2 Inbedrijfname en afregeling WL20-A enWL20-A-H, ééntrapsOpgelet!De zuigleiding dient voor de inbedrijfstelling met stookoliegevuld te worden, ofwel moet de stookolie met eenopzuigdispositief naar de pomp toegevoerd worden (doorautomatisch aanzuigen kan de pomp blokkeren).Werkingscyclus ééntraps, zonderverstuiververwarming :Bij deze uitvoering steekt de overbruggingsstekker X3:7(vrijgavethermostaat) in de aansluitconsole. Tijdens devoorontstekingstijd van ca. 13 sec. loopt de servomotorvoor de luchtklep open en schakelt via een eindschakelaarde brandermotor in. Na de voorventilatietijd wordt hetmagneetventiel in werking gesteld, olie wordt toegevoerden de vlam wordt gevormd. Indien de oliepomp bij deeerste inbedrijfstelling binnen de veiligheidstijd van 10 sec.geen olie toevoert, dan volgt storingsafschakeling.
1810. 2 Inbedrijfname en afregeling WL20Z-B en WL20-Z-B-H, tweetrapsOpgelet. De zuigleiding dient voor de inbedrijfstelling met stookoliegevuld te worden, ofwel moet de stookolie met eenopzuigdispositief naar de pomp toegevoerd worden (doorautomatisch aanzuigen kan de pomp blokkeren). TweetrapsbrandersHet oliedebiet voor trap 1 en trap 2 wordt bepaald aan dehand van de gekozen verstuivers en de voor trap 1 en trap2 ingestelde pompdruk. Daarbij zal de deellast niet onder65 % van de vollast liggen (b. v. vollast 6,7 kg/h; deellast4,4 kg/h (65 %). Met de servomotor (looptijd 4 sec. voor 90°) wordt deluchtklep en bijgevolg ook het luchtdebiet voor trap 1 entrap 2 geregeld. Bij afschakeling van de brander loopt deservomotor dicht en de luchtklep loopt naar de stand 0. De stand van de stuwschijf wordt ingesteld in functie vande gekozen vollast en deze geldt tevens voor de deellast.
Werkingscyclus tweetraps, zonderverstuiververwarmingTijdens de voorventilatietijd van 13 sec. beweegt deservomotor de luchtklep naar trap 1 en schakelt via dehulpschakelaar IV (in de servomotor) de brandermotor in. Na de voorventilatietijd wordt het magneetventiel trap 1(stroomloos gesloten) op de pomp bekrachtigd, deolietoevoer wordt vrijgegeven en de vlam wordt gevormd. Na de na-ontsteking van 20 sec. krijgt de servomotor eenschakelsignaal via de regelaar trap 2 (aan dewarmtegenerator), om de luchtklep op vollast te stellen(eindschakelaar II). Tijdens het openen wordt via hulpschakelaar III hetmagneetventiel trap 2 van de oliepomp bijgeschakeld. Wordt door de regelaar trap 2 (aan de warmtegenerator)een kleiner brandervermogen gevorderd, dan loopt deservomotor terug naar deellast (hulpschakelaar V), daarnawordt via de hulpschakelaar III het magneetventiel trap 2afgeschakeld.
193 03 09 63119 633 03 09 63119 63Standaanduidingvan deschakelnokken I Eindschakelaar dicht II Eindschakelaar vollast III Hulpschakelaar mag-neetventiel trap 2 IV Hulpschakelaardeellast (+4°) V Hulpschakelaar deellastInstelschroef voorde schakelnokkenAanduiding voor destand van destuwschijfInstelschroef voorde stuwschijfVerbrandingscontrole en afregelingBij de afregeling moet de pompdruk gemeten worden(afsluitschroef 4 aan de oliepomp, hoofdstuk 4). Voor deinstelling van de correcte CO2-waarde raden wij aan eerst de verbrandingsgrens (roetgetal 0,5 of CO ≤80 mg/m3n)aan te sturen en de CO2-waarde voor een goedeverbranding 1-1,5 % lager in te stellen; b. v. eenverbrandingsgrens bij 14,3 % geeft een in te stellen CO2van ca. 13,3 %. 1. Instellen van de vollast bij middel van dedrukregelschroef voor trap 2 (zie hoofdstuk 4).
Naargelang de warmtebehoefte moet de pompdrukvoor een goede verstuiving tussen 18. 22 baringesteld worden. Vervolgens de luchtklep instellen via eindschakelaar II. 2. Instellen van de deellast bij middel van eendrukregelschroef voor trap 1 (zie hoofdstuk 4). Wijraden aan trap 1 met een pompdruk van 10. 16 bar inte stellen. Bij het daaruit verkregen oliedebiet (zie tabelhoofdstuk 6) is bij middel van hulpschakelaar IV decorrecte luchthoeveelheid in te stellen. 3. Het bijschakelpunt voor de tweede trap methulpschakelaar III zo aanleggen, dat deluchtovermaatfase voor het omschakelen niet te grootwordt en de vlam afhaakt, en anderzijds deluchtgebrekfase na het omschakelen niet te lang duurt. Door het verkleinen van de doorsnede tussen stuwschijfen vlamkop wordt in principe een hogere ventilatordrukopgebouwd, hetgeen in de meeste gevallen eenverbetering van de verbrandingswaarden geeft.
4 Richtlijnen bij de afregelingOptimalisatie van de instelling enverbrandingscontrole:De verbrandingswaarden die bereikt werden met debeschreven basisinstelling kunnen desgevallend verbeterdworden, afhankelijk van de aard van installatie. Voor optimalisatie van de instelling en voor een zuinigewerking van de installatie zijn rookgasmetingennoodzakelijk. Door een exacte instelling moet mogelijk een geringere luchtovermaat en een roetgetal ≤0,5 bereiktworden. De warmtegenerator resp. de brander mag bij derookgasmeting geen ondichtheid en/of valse luchtintredevertonen. De trek in de rookgasbuis moet zo constant mogelijkgehouden worden. De onderrichtingen van deconstructeur van de warmtegenerator moeten daarbijnauwgezet gevolgd worden.
Voor een zuinige werking is het nodig derookgastemperatuur te begrenzen, rekening houdend methet feit dat bouwwijze, hoogte en doorsnede van deschoorsteen een bepaalde minimum temperatuur eisen. Daardoor wordt vermeden dat het dauwpuntonderschreden wordt en dat condensatie in deschoorsteen optreedt.
Bij de afregeling is het aangeraden metingen van deschouwtrek uit te voeren aan de rookgasuitgang van dewarmtegenerator, alsook metingen van de onder- enoverdruk in de vuurhaard. Voor het meten van deventilatordruk is een aansluitpunt aan de branderbeschikbaar. Mogelijkheden voor verbetering van de stabiliteitDoor het terugtrekken van de stuwschijf (rechts draaienaan de instelschroef vergroot de afstand tussen stuwschijfen vlambuis-voorkant), kan indien nodig de stabiliteit vande verbranding verbeterd worden. Door het sluiten van deluchtklep moet de luchtovermaat vervolgens opnieuwgecorrigeerd worden. Zo wordt de mengsnelheid in hetbereik van de stuwschijf afgebouwd, hetgeen eenstabilisering van de vlam geeft. Verder bestaat de mogelijkheid een iets grotere verstuiverin te zetten en tegelijkertijd de pompdruk te verlagen.
bijkomend magneetventiel Y6 Servomotor I Eindschakelaar vollastOpmerking:De aansluitconsole is voor alle mogelijke branderuitrustingenaltijd uniform uitgevoerd.Betreft het een brander zonder verstuiververwarming, dan moetde stekkerverbinding X3:7 met een overbruggingsstekkeruitgerust worden. Bij een open stekkerverbinding X3:7 is er nahet inschakelen van de brander (signaal “brander aan-H11) geenverdere branderfunctie. * Bij de branderuitvoering zonder servomotor WL15-B enWL20-A wordt de stekkerverbinding X3:2 voorzien van eenoverbruggingsstekker. Wordt de stekkerverbinding X3:2 nietaangesloten, dan gaat de brander in storing, daar de brander-motor niet kan ingeschakeld worden.Branderautomaten zijnveiligheidstoestellen! Niet openen!Elke onbevoegde ingreep kanernstige gevolgen hebben!Aarding en nulgeleider volgensplaatselijke voorschriften.
Verstuiver ongelijkmatige verstuiving boorgat gedeeltelijk verstopt vervangen filter is erg vuil vervangen door te lang gebruik versleten vervangen olie stroomt niet door verstuiver verstopt vervangen olie stroomt onmiddellijk bij de magneetventiel van de pomp en controleren en reinigen start van de brandermotor snelsluitventiel in de of vervangenomspoelverstuiverkop zijn lek door vuil op de dichtingsvlakken5. Oliebranderautomaat met vlamvoeler reageert niet op de vlam vlamvoeler vuil reinigen belichting te zwak (waakstroom
Weishaupt-productenen serviceOlie-, gas- en combibranders van de typenserie W en WG/WGL – tot 570 kWZij worden bij voorkeur ingezet in één- en meergezinswoningen. Voordelen: volautomatische betrouwbare werking, goede toegang tot de afzonderlijke bouwdelen, makkelijke service, geluidsarm, energiebesparend. Olie-, gas- en combibranders van de typenserie Monarch, R, G, GL, RGL – tot 10. 900 kWZij worden ingezet voor alle soorten en groottes van centrale verwarmingsinstallaties. Het sedert decenniabeproefde grondmodel vormt de basis voor vele uitvoeringen. Deze branders hebben de uitstekende faam van deWeishaupt-producten gegrondvest. Olie-, gas- en combibranders van de typenreeks WK –tot 17. 500 kWWK-branders zijn uitermate geschikt voor de industrie. Voordelen: volgens het bouwdoosprincipe geconstrueerd,een van de belasting afhankelijke veranderlijke menginrichting,tweetraps-progr.
of modulerende regeling, makkelijk onderhoud. Weishaupt-schakelkasten, de perfecte aanvulling vande Weishaupt-brandersWeishaupt-branders en Weishaupt-schakelkasten vormeneen ideaal geheel. Een combinatie die zich in honderdduizendenverbrandingsinstallaties heeft waargemaakt. De voordelen: kostenbesparing bij de studie, installatie, service en ingarantiegevallen. De verantwoordelijkheid ligt bij éénenkele firma. Weishaupt Thermo Unit / Thermo GasWeishaupt Thermo Condens. In deze toestellen verbinden zich innovatieve en miljoenenmaal beproefdetechniek tot een overtuigende totaaloplossing: stooktechniek uit één gietblok. De kwaliteitsverwarmingssystemen voor één- en meergezinswoningen. Product en klantenservice weerspiegelen ten volle de Weishaupt-prestatiesEen groots opgevatte eigen serviceorganisatie garandeertWeishaupt-klanten de grootst mogelijke zekerheid.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Weishaupt WL20 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Weishaupt
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater