Victoria 7091 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Victoria 7091 (57 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Victoria 7091 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Victoria |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | 7091 |
Handleiding Victoria 7091 – volledige tekst
22Steekpatroon-draaischakelaar. 23Steeklengte-draaischakelaar. 23Achterwaartsknop. 24Laten zakken van de transporteur 25Draaischakelaar voor het aanpassen van de naaivoetdruk. 26Starten van het naaien. 27Rechte steek. 27Naairichting veranderen. 28Gebruik van de markeringen op de steekplaat. 28Naaien van een rechterhoek. 29Naaitechnieken. 30Zigzag-steek. 30Rolsteek. 31Drievoudige zigzag-steek. 31Drievoudige rechte steek. 32Knoppen aannaaien (zigzag-voet) 33Aannaaien van knopen (knoopaannaaivoet). 34Knoopsgat naaien. 36Innaaien van een ritssluiting. 38Blinde steek (geleidingsrail). 39Naaien van blindsteek zomen (blindsteekvoet). 40Zomen. 42Naaien met tweelingnaalden. 43.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNederlands - 5VeiligheidsinstructiesUw naaimachine stelt zich voor.Uw naaimachine primera NM 902 is een hoogwaardig modern apparaat, waarmee u talrijke naaiwerkzaamheden kunt uitvoeren. Hiertoe behoren o.a.:l24 verschillende naaiprogramma’slInnaaien van ritssluitingen met voet voor ritssluitingenlNaaien van knoopsgatenlAannaaien van knopenlOmzoomen met speciale rolzoomvoetlNaaien met vrije armReglementair gebruikMet de naaimachine mogen uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing beschreven functies worden uitgevoerd. Ieder ander gebruik geldt als oneigenlijk.Opmerking: In deze gebruiksaanwijzing is alleen de bediening van uw naai-machine beschreven. Naaikennis en de bijbehorende vakbegrippen worden als bekend verondersteld. De in de tekst gebruikte getallen hebben betrekking op de hoofdafbeelding op de uitklapbare voorflap. Er zijn echter enkele uitzonderingen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNederlands - 6Voordat u begint...Voordat u uw elektrische naaimachine in gebruik neemt, dient u op de volgende punten te letten:lHet apparaat is uitsluitend geconcipieerd voor het gebruik in de privé-sector.lLees voor de eerste ingebruikname deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en raadpleeg met name de veiligheidsinstructies in de volgende paragraaf.lBewaar de gebruiksaanwijzing zoveel mogelijk binnen handbereik van de naai-machine.lWanneer u de naaimachine aan andere personen doorgeeft, dient u ook deze gebruiksaanwijzing mee te geven. lGebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen toebehoren, dat in dit handboek vermeld is. VeiligheidsinstructiesIn deze gebruiksaanwijzing worden voor het aanduiden van veiligheidsinstructies de volgende symbolen gebruikt:Gevaar! Dit symbool staat voor gevaren die tot ernstig letsel kunnen leiden.Let op!
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNederlands - 7De volgende veiligheidsinstructies dient u in ieder geval in acht te nemen:Gevaar! Ter bescherming tegen electrische schokkenlDe naaimachine werkt met gevaarlijke spanning. Laat de naai-machine niet zonder toezicht, wanneer deze op de stroom aan-gesloten is.lNa het gebruik van de naaimachine en voor het reinigen moet onmiddellijk de stekker uit de stopcontact worden getrokken.lDe naaimachine mag niet met druppelend of spetterend water respectievelijk andere vloeistoffen in aanraking komen. lSluit de naaimachine uitsluitend op een correct geïnstalleerde en beveiligde 230V contactdoos aan. lVoorkom dat er vloeistof in de naaimachine terecht komt.
Indien dit toch mocht gebeuren, moet onmiddellijk de stekker uit het stopcontact worden getrokken en u dient zich tot ons service-center te richten, zie garantiekaart.lVoor het vervangen van gloeilampen moet altijd de stekker uit het stopcontact worden getrokken. Alleen gloeilampen van het-zelfde Type (15W) gebruiken.lVoer geen veranderingen aan de naaimachine uit.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNederlands - 8Let op! Ter bescherming tegen verbranding, vuur elektri-sche schokken of verwondingen van personenBij het plaatsenlDe naaimachine mag niet in de buitenlucht worden gebruikt.lDe naaimachine mag uitsluitend op een horizontaal vlak worden geplaatst.lDe naaimachine mag niet op plaatsen worden gebruikt, waar drijfgasproducten (sprays) of zuurstof worden gebruikt.lHet apparaat mag niet in vochtige zones worden gebruikt. Houd minimaal afstand t.o.v. vocht, zoals wasbakken e.d., aan van een meter.lStel de naaimachine niet aan grote hitte bloot. Let ook op een voldoende grote afstand t.o.v. verwarmingsradiatoren en derge-lijke. Dat geldt ook voor de netkabel.lDe netkbel moet voor het gebruik volledig worden afgewikkeld. Let erop dat de netkabel geen struikelval wordt.
lBij het gebruik van een tussenstekker of een verlengkabel moet erop worden gelet dat deze aan de wettelijke eisen voldoen.Bij het gebruiklDe naaimachine mag niet als speelgoed worden gebruikt.Ver-hoogde voorzichtigheid is op zijn plaats, wanneer de naaima-chine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt.lDeze naaimachine mag niet worden gebruikt, als kabel of stek-ker beschadigd zijn, deze niet correct functioneerd, men deze heeft laten vallen of deze werd beschadigd of wanneer deze in het water is gevallen. Richt u zich in een dergelijk geval tot de fabrikant, onze klantenservice of vergelijkbaar gekwalificeerd vakpersoneel. Richt u zich a.u.b. tot ons service-center, zie garantiekaart.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNederlands - 9lBij het gebruik van de naaimachine mogen de ventilatiegleuven niet worden geblokkeerd en deze en het voetpedaal dienen vrij te worden gehouden van pluizen, stof- en textielresten. lGeen voorwerpen in de openingen van de naaimachine steken of erin laten vallen.lOm de machine uit te schakelen zet u de hoofdschakelaar op "0" en trekt de stekker uit de stopcontact.lBij het scheiden van het stroomnet dient men altijd aan de stek-ker en niet aan de kabel te trekken.lDe vingers bij alle bewegende delen uit de buurt houden. Men dient met name voorzichtig te zijn in de omgeving van de naai-naald. Let altijd op dat de naald omhoog en omlaag beweegd, wanneer deze in gebruik is. lGebruik uitsluitend originele steekplaten. Een foutieve steekplaat kan tot het breken van de naald lijden.
Gebruik geen kromme naalden.lTijdens het naaien mag men niet aan de stof trekken en deze ook niet voortschuiven. Dit kan tot het breken van de naald lei-den.lSchakel de naaimachine uit bij werkzaamheden in de omgeving van de naald, zoals inrijgen, naald vervangen, invoeren van de spoel, naaivoet vervangen en dergelijke activiteiten.lLeg geen voorwerpen op het voetpedaal, om het ongecontro-leerd starten van de naaimachine te voorkomen. Het voetpedaal of de motor kunnen doorbranden!
VEILIGHEIDSINSTRUCTIESNederlands - 10MilieubeschermingVerpakkingBewaar de verpakking zoveel mogelijk. Bij een eventueel transport is de naaima-chine in de originele verpakking goed beschermd. Indien u de verpakking wenst op te ruimen, dient u deze langs milieuvriendelijke weg te verwijderen.Verwijderen van de naaimachineMocht de naaimachine niet meer kunnen worden gebruikt, richt u zich dan a.u.b. tot de bevoegde afvalverwerkingsorganisatie. Hier krijgt u informatie over de cor-recte verwijdering.Bij het onderhoudlTrek altijd de netstekker uit het stopcontact wanneer de behui-zing voor het reinigen of voor een van de in dit handboek beschreven serviceinstellingen wordt geopend.lGebruik voor het reinigen van de behuizing uitsluitend neutrale zepen en reinigingsmiddelen.
BEDIENINGNederlands - 11BedieningPlaatsen en aansluiten1. Plaats de naaimachine op een stabile, vlakke tafel, die u voldoende ruimte geeft voor uw benen en het voetpedaal.Mocht u de naaimachine op een gelakt oppervlak plaatsen, leg dan een slipvast onderlegger onder de naaimachine.(A) Netstekker(B) Tuimelschakelaar(C) Netcontactdoos(D) Bus aan de naaimachine(E) Stekker van de voetpedaalkabel2. Steek de stekker van de voetpedaalkabel (E) - de stekker tussen voetpedaal en netstekker - in de betreffende bus (D) op de naaimachine.3. Verbind de netstekker (A) met de netcontactdoos (C).4. Bedien de tuimelschakelaar (B) om het naaimachinenlicht in te schakelen.Let op! Brandgevaar!Controleer of de op de typeplaatje aangegeven spanning en fre-quentie overeenstemmen met de spanning en frequentie van uw stroomnet. Het typeplaatje bevindt zich aan de achterkant van de naaimachine.
BEDIENINGNederlands - 12Voorbereiding van het naaiwerkWerking van het voetpedaal1. Met behulp van het voetpedaal kunt u de naaisnelheid bepalen. Hoe verder het voet-pedaal wordt ingedrukt, des te meer stijgt de naaisnelheid.2. Door loslaten van het voetpedaal zet u de machine stop.Uittrekbare aanschuiftafelDe uittrekbare aanschuiftafel vergroot bij het naaien de arbeidszone en kan pro-bleemloos worden verwijderd. Het gebruik van de vrije arm maakt het naaien op moeilijk toegankelijke plaatsen mogelijk.Verwijderen van de uittrekbare aanschuiftafel1. Neem de aanschuiftafel eraf zoals in de tekening weergegeven is.2. Om de aanschuiftafel weer aan te brengen, verbindt u deze weer met de naaimachine (stikken met de naaitafel).Opmerking: Oefen voor het eerste gebruik van de naaimachine de omgang met het voetpedaal zonder garen.
BEDIENINGNederlands - 13Voordelen en toepassingen van het naaien met vrije armlVoorkomen van een stofophoping voor de naainaald bij het naaien van zakken, zomen en rondomgesloten naden van mouwen, taille-uitsnijdingen en andere ronde naad-stukken. lRepareren van plekken aan knieën en elle-bogen alsmede van kinderkleding.NaaimachineverlichtingDe naaimachineverlichting bevindt zich aan het kopeinde van de bovenste afdek-kap (10). 1. Verwijder aan de linkerkant van de naaima-chine de schroefafdekking.2. Draai de schroef eruit.3. Neem de bovenste afdekkap (11) eraf.4. Draai de gloeilamp naar links om deze eruit te nemen. 5. Plaats de nieuwe gloeilamp erin en draai deze naar rechts.6. Zet de afdekkap er weer op en schroef deze vast.Let op! Gevaar voor stroomschokken!Schakel de naaimachine voor het vervangen van de gloeilamp uit.
BEDIENINGNederlands - 15Vervangen van de naald1. Trek de netstekker eruit.2. Breng de naald in de hoogste positie door-dat u het handwiel (18) op u aan beweegt. 3. Laat de naaivoet met behulp van de naai-voethefboom (23) zakken. 4. Draai de naaldhouderschroef (21) los door deze tegen de klok in te draaien.5. Neem de gebruikte naald uit de naaldhou-der.6. Plaats de nieuwe naald er zo in dat de vlakke zijde naar achteren gericht is. Bij het aanbrengen moet de naald tot aan de aan-slag in de naaldhouder worden geschoven.7. Draai vervolgens de naaldhouderschroef (21) vast.Let op! Gevaar voor letsel!Controleer in regelmatige intervallen of de naald nog recht en scherp is. Een kromme naald kan afbreken en verwondingen ver-oorzaken! Knopen en verkeerde steken in jerseystoffen, fijnmazige zijde of zijdeweefsels worden dikwijls door beschadigde naalden veroorzaakt.
70 (#10)Jerseystof 70-80 100-140Opmerking: Indien de gebruikte draad veelvuldig rond de garenrolhouder wordt gewikkeld of wordt geknoopt, kunt u de draad door de opening in de garenrolhouder (B) steken (zie afbeelding boven). Hierbij wijst de opening in richting van de garenrol.
BEDIENINGNederlands - 17Uitnemen en aanbrengen van de spoelkapsel1. Trek de stekker uit het stopcontact.2. Maak de klep aan de vrije arm (A) open.3. Breng de naald in de hoogste positie door-dat u het handwiel (18) op u aan beweegt.4. Pak de spoelkapselgrendel (B) vast en trek de spoelkapsel uit de behuizing.5. Overtuigt u er zich bij het opnieuw aanbren-gen ervan dat de spoelkapselvinger (C) vast in de uitsparing boven in de behuizing vergrendelt.
BEDIENINGNederlands - 18OpspoelenDe nummering in de afbeelding komt overeen met de volgende arbeidsstappen:1. Trek het handwiel (18) naar buiten om het contact te onderbreken. De naald wordt nu niet meer bewogen wanneer u aan het handwiel draait. 2. Beweeg de draad van de garenrol door de opspoel-spanningschijf (7).3. Steek het draadeinde van binnen door één van de kleine openingen van de spoel en plaats de spoel op de spoeldragerarm (5).4. Druk de spoel naar rechts tegen de spoel-grijper (4) aan.5. Houd het gareneinde vast en druk licht op het voetpedaal.6. Stop nadat de draad enkele keren rond de spoel gewikkeld is. 7. Snijd het uitstekende draadeinde vlak aan de spoel af.8. Druk opnieuw op het voetpedaal en spoel het garen zolang op totdat de spoel vol is. De machine stopt automatisch.9.
BEDIENINGNederlands - 20Invoeren van de bovendraadTrek de netstekker uit het stopcontact.Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en beweeg het handwiel (18) naar u toe om de scharnierdraadhefboom (9) in de hoogste positie te brengen. Plaats een garenrol op de garenrolhouder (6; zie afbeelding).Voer de draad van de achterkant van de garen-rol naar buiten. De nummering in de afbeelding komt overeen met de volgende arbeidsstappen:1. Steek de draad door de garenvoorspanner (8).2. Trek de draad van rechts rond de garen-spanningsschijf naar boven.3. Trek de draad strak aan en steek deze van rechts door de opening van de scharnier-draadhefboom (9).4. Steek de draad naar beneden en door de garenhaak (13).5. Steek de draad weer naar beneden en door de volgende garengeleidingshaak.6.
BEDIENINGNederlands - 21Omhooghalen van de onderdraad1. Til de naaivoet met behulp van de naai-voethefboom (23) omhoog en houd het einde van de bovendraad losjes in uw linker hand.2. Beweeg het handwiel (18) zolang naar u toe totdat de scharnierdraadhefboom (9) zich in zijn hoogste positie bevindt. De naald moet ervoor naar beneden zijn bewo-gen.3. Trek aan de bovendraad om de onderdraad omhoog te halen.4. Trek beide draden ongeveer 5 cm uit en steek beide draden onder de naaivoet door naar achteren.
BEDIENINGNederlands - 22Instellen van de bovendraadspanningBij het naaien met rechte steek worden boven- en onderdraad tussen de stofstukken aan elkaar vastgeknoopt.1. Kies met de draadspannings-draaischake-laar (10) de geschikte spanning uit voor de draadspanningsschijf.(A) Nieuw ingestelde waardeHoe lager de getalswaarde is, des te lager is de bovendraadspanning.Hoe hoger de getalswaarde is, des te hoger is de bovendraadspanning.Bovendraadspanning bij zigzag-steek:Om goede resultaten bij het naaien met zigzag-steken te realiseren, dient de bovendraads-panning lager te zijn dan bij het naaien met rechte steek. De bovendraad dient aan de achterkant van het te naaien product te zien te zijn.
BEDIENINGNederlands - 23Steekpatroon-draaischakelaar1. Beweeg de naald uit de stof.2. Kies met de draaischakelaar (2) het gewenste steekpatroon.3. Voor de elastische steken (onderste rij) kiest u met de steekpatroon-draaischa-kelaar (2) het gewenste getal. 4. Met de steeklengte-draaischakelaar (3; zie onder) stelt u met de stand 1-10 de onderste steekpatroonrij in. Met de symbolen (A) worden knoopgaten genaaid, zie Pagina 36.Steeklengte-draaischakelaarAfhankelijk van de gekozen steek kan het gebeuren dat u voor een optimaal resultaat de steeklengte moet veranderen.1. Stel de gewenste steeklengte met de steeklengte-draaischakelaar (3) in.Hoe hoger het getal, des te langer is de steek. De instelling tussen 0 en 1 is geschikt voor het naaien van knoopsgaten.Het bereik tussen 0,5 tot 4 is geschikt voor zigzag-steken. Voor het naaien met elastische steek wordt de instelling 1-10 gekozen.
BEDIENINGNederlands - 24Hoe kan de kwaliteit van de elastische steek worden verbeterd? Wanneer deze instelling bij het naaien met elastische steek geen bevredigend resultaat oplevert, kunt u met de steeklengte-draaischakelaar (3) de steekdichtheid veranderen: l“-” dichtere stekenl"+” wijdere steken.Achterwaartsknop1. Druk de achterwaartsknop omlaag om uit-sluitend achterwaarts te naaien.Opmerking: De lengte van de steek verandert bij een instelling van de draai-schakelaar tussen 0 en 1 zonder overgang en dient dienovereenkomstig te worden ingesteld.
BEDIENINGNederlands - 27Starten van het naaienRechte steekGebruik hiervoor de volgende instellingen:lInstelling van de steekpatroon-draaischakelaar: 1 of 2lSteeklengte: 1,5-4lNaaivoet voor het naaiwerk: zigzag-voetlInstelling van de draadspanning-draaischakelaar: 2-61. Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en leg de stof onder de naaivoet op de steekplaat (15), zodat de stofkant met één van de markeringen aan de steekplaat afsluit.2. Beweeg het handwiel (18) naar u toe zodat de naald in de stof daalt. 3. Laat de naaivoet zakken en zorg ervoor dat de draad naar achteren werd gelegd. 4. Druk op het voetpedaal. De stof wordt door de transporteur automatisch langs de steekplaatmarkering naar achteren getransporteerd.5. Bedien de achterwaartsknop (1) en naai enkele steken in achterwaartse richting om het draadeinde te bevestigen. 6.
BEDIENINGNederlands - 28Naairichting veranderen1. Stop de naaimachine en beweeg het hand-wiel (18) naar u toe zodat de naald in de stof daalt. 2. Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en draai de stof in de gewenste richting, doordat u de naald als draaipunt gebruikt.3. Laat de naaivoet zakken en ga door met het naaien.Gebruik van de markeringen op de steekplaatDe markeringen op de steekplaat zijn van groot nut om de afstand van de naad t.o.v. de rand te handhaven. (A) Steekplaatmarkeringen (B) Hoekmarkering(C) Steekplaat(D) Steekgat(E) Afstand van de kant naar het oog van de naaldDe volgende gegevens hebben betrekking op de afstand tussen naald en steek-plaatmarkering:Getal op de steekplaat 10 15 20 3/8 4/8 6/8 6/8Afstand in cm 1,0 1,5 2,0 1,0 1,3 1,6 1,9
BEDIENINGNederlands - 29Naaien van een rechterhoek1. Bij het naaien van een rechterhoek dient u erop te letten dat er ten opzichte van de stofrand een afstand van 1,6 cm wordt aangehouden. 2. Zet de naaimachine stop wanneer de sto-frand zich op dezelfde hoogte bevindt als de hoekmarkering op de steekplaat (15). 3. Beweeg het handwiel (18) naar u toe zodat de naald in de stof daalt.4. Til de naaivoet met de naaivoethefboom (23) omhoog en draai de stof zo lang in de gewenste richting totdat zijn rand met de steekplaatmarkering 1,6 cm afsluit. 5. Laat de naaivoet zakken en ga door met het naaien.(A) Hoekmarkering
BEDIENINGNederlands - 30NaaitechniekenIn de volgende paragraaf worden verschillende steken en naaitechnieken gepre-senteerd. Zigzag-steekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 3, 4 of 5lSteeklengte: 1-4lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 2-6De eenvoudige zigzag-steek wordt veelvuldig voor het omzomen, maken van knoopsgaten en voor het innaaien van elastieke bandjes.
BEDIENINGNederlands - 31RolsteekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 5lSteeklengte: 1-2lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-6Deze steek wordt gebruikt wanneer het over-naaien van de snijkant van de stof gewenst is. Daardoor wordt het uitrafelen van de stof voor-komen.Drievoudige zigzag-steekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 6lSteeklengte: 1-2lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-6Deze steek is geschikt voor het naaien van synthetische stoffen en andere materialen die snel plooien vormen. Hij is ook geschikt als rol-steek om het uitrafelen van stoffen te voorko-men. Hij kan ook voor het innaaien van elastiek en voor herstelwerkzaamheden worden gebruikt. Laat een 1,5 cm brede zoom staan, deze naadtoevoeging wordt na het naaien afgesneden.
BEDIENINGNederlands - 32Drievoudige rechte steekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 1 of 2lSteeklengte: 1-10lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-6Bij deze steek wordt een zeer vaste naad gerealiseerd zodat de naald twee steken voor-waarts en één steek achterwaarts beweegt. Deze steeksoort is met name geschikt voor geernaden. Speld de stof met knopspelden af voordat u kledingsstukken naait.
BEDIENINGNederlands - 33Knoppen aannaaien (zigzag-voet)Gebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar:4 of 5lSteeklengte: na de afstand van de gaten in de knoplNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 1-3lLaat de transporteur zakken (zie Pagina 25).1. Leg de knop op de gewenste plaats op de stof. 2. Richt beide knoopsgaten langs de opening in de naaivoet (zie afbeelding) en leg het linker knoopsgat vlak onder de punt van de naald.3. Laat de naaivoet zakken.4. Test met het handwiel (18) of de steeklengte zo ingesteld is dat de knoopsgaten exact worden geraakt. 5. Verander evt. de steeklengte met de steeklengte-draaischakelaar (3) resp. met de steekpatroon-draaischakelaar (2). Door een op de naaivoet gelegde naainaald wordt er bij het naaien een verbinding gevormd, die het latere ontwikkelen met garen aan de onderzijde van de knoop vergemakkelijkt. 6.
BEDIENINGNederlands - 348. Rijg de bovendraad door een knoopsgat naar beneden en wikkel de draad meerdere keren om de draad die de knoop met het textiel verbindt, om zo een knoophals te maken. 9. Trek de draad naar de onderkant van de stof en knoop deze vast.Aannaaien van knopen (knoopaannaaivoet)Gebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar:4, 5lNaaivoet: knoopaannaaivoetlSteeklengte: 0Met de knoopaannaaivoet kunt u knopen aan-naaien tot en met een gemiddelde grootte. Hierbij wordt een zigzagsteek gebruikt. Hierbij komt de zigzagbreedte overeen met de afstand tussen de gaten van de knoop.1. Monteer de knoopaannaaivoet, zie Para-graaf Vervangen van de naaivoet, Pagina 14.2. Markeer met kleermakerskrijt exact de positie van de knoop op de stof.Opmerking: Beweeg de transporteur na het aannaaien van de knoop weer omhoog.
BEDIENINGNederlands - 353. Leg de knoop op de markering en klem hem vast door de knoopaannaaivoet te laten zakken. 4. Test voordat u gaat naaien met het hand-wiel (18) of de naaldaanslag zodanig inge-steld is dat de naald precies door de gaten van de knoop valt. Indien dit niet het geval is, wijzigt u de instelling van de steekregel-knop (2).5. Voer de eerste steken uit met het handwiel, om beschadigingen aan de naald te voor-komen.6. Naai op lage snelheid 6-7 steken per gat.7. Snijd de draden op ca. 20 cm lengte af, trek de bovendraad naar de onderkant van het werkstuk en knoop de draden aan elkaar vast.Knoop met steel aannaaienBij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.1. Hiervoor legt u voor het naaien een naald of een lucifer op de knoop, voordat u deze vastklemt door de persvoet omlaag te brengen.2. Naai de knoop aan zoals boven staat beschreven.3.
Laat de bovendraad iets langer, als u het werkstuk uit de machine haalt. 4. Rijg de bovendraad nu door een gat van de knoop en wikkel hem om de steek-draden, zodat er een knoopsteel ontstaat. 5. Knoop vervolgens de boven- en onderdraden aan de achterkant aan elkaar vast.OPMERKING: bij knopen met 4 gaten wordt de stof met de knoop verscho-ven en in de andere gaten worden 6-7 steken genaaid.
BEDIENINGNederlands - 36Knoopsgat naaienGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar:lSteeklengte: IIIIIIII (0,5-1)lNaaivoet: knoopsgatvoetlGarenspanning-draaischakelaar: 3-51. Zet de steeklengte-draaischakelaar (3) op 0 wan-neer u dichtere steken wenst. Satijnsteek is geschikt voor het aanbrengen van knoopsgaten op dunne stoffen.2. Zet de steeklengte-draaischakelaar (3) op 1 wan-neer u minder dichte steken wenst. Minder dichte steken zijn geschikt voor het aanbrengen van knoopsgaten op dikke stoffen.Opmerking: Probeer het naaien van een knoopsgat op een klein stuk stof uit om een optimaal resultaat te behalen.
BEDIENINGNederlands - 371. Markeer de positie van het knoopsgat op de stof.2. Trek de slede van de knoopsgatvoet (A) naar voren en breng de markering op de knoopsgatvoet (C) met de markering op de stof (B) in overeenstemming. 3. Laat de naaivoet zakken.Opmerking: De eenheid van de markerin-gen op de slede is centimeter.4. Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op . 5. Naai zo lang voorwaarts totdat u de voorste knoopsgatmarkering bereikt. Zet vervol-gens de naaimachine stop. De naald moet hierbij links bovenaan zijn.6. Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op . Naai vier tot zes steken voordat u de naaimachine weer stopzet. De naald moet hierbij rechts bovenaan zijn.7. Zet de steekpatroon-draaischakelaar (2) op .8. Naai zo lang achterwaarts totdat u de ach-terste knoopsgatmarkering bereikt. Zet ver-volgens de naaimachine stop. De naald moet hierbij rechts bovenaan zijn. 9.
BEDIENINGNederlands - 3812.Steek een naald voor de achterste knoopsgatvergrendeling zodat u hem bij het uitsnijden van het knoopsgat niet per ongeluk doorknipt.13.Snijd het knoopsgat vervolgens met een mes zorgvuldig open.Innaaien van een ritssluitingGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar:1lSteeklengte: 1,5-4lNaaivoet: ritssluitingvoetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-6De ritssluitingvoet kan in twee verschillende posities aan de voethouder worden bevestigd. Mogelijk zijn een linker en een rechter positie. Deze zijn door de midden-verbinding van de ritssluitingvoet aangeduid.1. Monteer de ritssluitingvoet eerst in de linker positie, zie Pagina 14. In deze posi-tie steekt de naald door het linker naaldgat van het voetje.2. Leg de ritssluiting op de stof of bevestig deze met knopspelden. 3.
BEDIENINGNederlands - 396. Naai de stof tegelijkertijd dicht aan de ritssluiting vast. 7. Voordat de naaivoet de schuif van de ritssluiting bereikt, tilt u de naaivoet omhoog en opent de ritssluiting!8. Om de linkerkant vast te naaien, monteert u nu de ritssluitingvoet in de rechter positie.9. Naai deze kant op dezelfde manier vast als de rechterkant.Blinde steek (geleidingsrail)Gebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 6-7lSteeklengte: 1-3lNaaivoet: zigzag-voet, met geleidingsraillGarenspanning-draaischakelaar: 4-61. Vouw de stof, zoals in de afbeelding aangegeven is. (A) achterkant van de stof, (B) 0,4 - 0,7 cm2. Laat de naaivoet zakken, draai de vast-zetschroef van de naaivoet los en ver-anker het geleidingsrail tussen de schroef en het patroon van de naai-voet.3.
Draai de schroef weer vast en overtuigt u er zich van dat het geleidingsrail vast in het midden van de naaivoet zit.4. Beweeg de naaivoet omhoog, leg de stof onder de naaivoet en richt de plooi van de stof langs het geleidingsrail uit. 5. Laat de naaivoet zakken en naai langzaam om een betere controle te bewaren.
BEDIENINGNederlands - 406. Met de linker insteek van de naal bij de zigzag-steek wordt de plooi dicht langs de kant genaaid. Let erop dat de plooi bij het naaien altijd langs het geleidingsrail loopt.7. Nadat de rechter bovenste stoflaag werd gestreken, zijn de insteken nauwelijks nog te zien.Naaien van blindsteek zomen (blindsteekvoet)Gebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 7lNaaivoet: blindsteekvoetlSteeklengte: 1-3lGarenspanning-draaischakelaar: 4-61. Monteer de blindsteekvoet, zie Paragraaf Vervangen van de naaivoet, Pagina 14.2. Vouw de stof op de gewenste stofbreedte zoals getoond op de afbeelding. Rechts moet bij het terugvouwen van de zoom een rand van ca. 4 mm breedte overblijven.
BEDIENINGNederlands - 413. Leg de zoom zodanig onder de blindsteek-voet dat de geleiding van de voet langs de rand van de gevouwen zoom loopt.4. Stel met de schroef de geleiding op de blindsteekvoet zodanig af dat de naald bij de grootste oversteek uitsluitend de rand van de zoom raakt. Aan de andere kant van de zoom dient uitsluitend een punt van de draad te zien te zijn. 5. Neem de stof uit de machine en strijk hem glad. De uitgevouwen stof vertoont een blindsteekzoom.OPMERKING: Voor een betere controle moet u deze naad slechts zeer lang-zaam uitvoeren!
BEDIENINGNederlands - 42ZomenGebruik hiervoor:lSteekpatroon-draaischakelaar: 1lSteeklengte: 1-4lNaaivoet: rolzoomvoetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-61. Gebruik de rolzoomvoet, zie Paragraaf Ver-vangen van de naaivoet, Pagina 14.2. Sla de om te zomen stofkant ca. 3 mm dubbel in.3. Naai ca. 5 mm van de kant vast, om de omslag te borgen, voordat u met het auto-matisch zomen begint.4. Stop vervolgens en zet de naald omhoog.5. Trek nu de stofkant in de rolinrichting van de rolzoomvoet en begin langzaam met het zomen.6. Zorg ervoor dat de stof niet onder de rech-terhelft van de rolzoomvoet terechtkomt. De zoomkant moet correct door de rolin-richting van de rolzoomvoet worden getrok-ken. 7. Tijdens het zomen vouwt u de stof licht naar links en laat u de stofkant met voldoende breedte door de voet lopen.
BEDIENINGNederlands - 43Naaien met tweelingnaaldenDoor met tweelingnaalden te naaien kunt u patronen in twee kleuren naaien, door-dat u twee garens van een andere kleur gebruikt.Gebruik de volgende instellingen:lNaaivoet: zigzag-voetlSteekpatroon-draaischakelaar: 1lSteeklengte: 2-3lGarenspanning-draaischakelaar: 4-61. Monteer de tweelingnaald als een normale naald, zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.2. Trek de twee verzonken garenkloshouders (6) omhoog en zet er twee even volle garenklossen op.3. Rijg de twee draden door de draadgeleiding zoals u dat kent van de enkele bovendraad, zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.4. Rijg in iedere naald van de tweelingnaald één draad.ATTENTIE! breng de tweelingnaald uit de stof omhoog voordat u de naad-richting wijzigt. Anders kunnen de naalden afbreken.
BEDIENINGNederlands - 44SierstekenBoogsteekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 9lSteeklengte: 2lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 6-8Deze steek wordt voor het decoratief zomen, met name van schuin gesneden stoffen gebruikt. Elastische stapnaadGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 1- 10lSteeklengte: 1-10lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 2-6Met de volgende instellingen van de steeklengte-draaischakelaar (3) kunt u de steeklengte willekeurig variëren,Instelling op “+” is geschikt voor wijde steken.Instelling op “-” is geschikt voor nauwe steken.NähmaschinePrimNM902_NL.book Seite 44 Dienstag, 15. Juni 2004 4:02 16
BEDIENINGNederlands - 45RastersteekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 6lSteeklengte: 1-10lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-61. Naai de stof met meerdere rijen rechte steken in een afstand van 1 cm.2. Kies de instelling 4 als steeklengte. 3. Knoop aan één kant telkens boven- en onderdraad vast. 4. Trek van de andere kant uit aan de onderdraad, zodat er in regelmatige afstanden plooien ontstaan.5. Fixeer de draden aan de andere kant. 6. Naai met de rastersteek een decoratief netpatroon dwars over de plooien. 7. Verwijder tenslotte zorgvuldig de hulpdraden die voor het maken van de plooien hebben gediend.Opmerking: Een verminderde bovendraadspanning vergemakkelijkt het maken van biesjes.
BEDIENINGNederlands - 46Elastische steek met twee instekenGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 10lSteeklengte: 1lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-6Deze steek is voortreffelijk geschikt voor het opstikken van elastische bandjes met een breedte van meer dan 3 cm. Deze worden bijvoorbeeld in mouwen van kinderkleding genaaid. 1. Naai de elastische band na het afsluiten van het naaiwerk vast. Bovendien is dit steektype goed geschikt voor het aan elkaar vastnaaien van zware stoffen.2. Leg de beide stoffen zonder zoom op elkaar en naai de stoffen aan elkaar vast.ApplicerenGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 5lSteeklengte: 0,5-1lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 1-4lNaaivoetdruk: 2
BEDIENINGNederlands - 471. Maak de applicatie op de stof vast of strijk deze erop. 2. Naai zorgvuldig langs de snijkant van de applicatie. 3. Laat de naald in de stof zakken, wan-neer u de naadrichting moet verande-ren.4. Til de naaivoet op en draai de stof naar rechts of links.5. Snijd eventueel overstekende stof buitende naad af.Gesloten overlocksteekGebruik de volgende instellingen:lSteekpatroon-draaischakelaar: 10lSteeklengte: 1-2lNaaivoet: zigzag-voetlGarenspanning-draaischakelaar: 4-61. Sla beide stofkanten ca. 1,5 cm in en strijk de kanten glad. 2. Bevestig de stoffen met de omgeslagen zijde naar beneden met een afstand van 0,3 cm t.o.v. elkaar op een dragervlies. 3. Naai langzaam en zorg ervoor dat iedere insteek van de naald de stofkant bereikt.Opmerking: Zet na het naaien de naaivoetdruk weer op 3.
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 49Onderhoud en verzorgingUitnemen van de grijper en van zijn onderdelen1. Breng om de grijper eruit te nemen de naald in de hoogste positie en maak de klep aan de vrije arm open. 2. Verwijder de spoelkapsel uit de naaimachine, zie Pagina 17.3. Draai de beide klemgrendels (B) en neem het ringdeksel (C) eruit.(A) Spoelkapsel(B) Klemgrendel(C) Ringdeksel(D) Grijper(E) Grijperbaanbehuizing(F) Ringdekselspoor(G) Uitsparing in de grijperbaanbehuizing4. Pak aan de middelste tap van de grijper (D) vast en trek deze eruit.5. Verwijder de vuildeeltjes en vezelresten uit de grijperbaan alsmede van de grijper (D) en van het ringdeksel (C).6. Olie de delen met een licht in olie gedrenkte pluisvrije doek.Let op!
Gevaar voor verwondingen door bewegende delen!Schakel het naaimachinelicht uit en trek voor het uitnemen de stekker uit het stopcontact.OPMERKING: Gebruik voor uw naaimachine uitsluitend naaimachine-olie!
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 507. Doe de olie op het met de pijl gemarkeerde punt van de grijperbaanbehuizing (E).8. Zet alles weer in elkaar. Hierbij pakt u de grijper (D) aan de middelste tap vast en u brengt deze in de richting zoals in de afbeelding aangegeven is weer aan. 9. Houd het ringdeksel (C) zo dat de ringdek-selspoor (F) naar beneden gericht is, en plaats deze voorzichtig weer in de grijperbaanbehuizing (F). 10.Bevestig het ringdeksel (C) en zorg ervoor dat de ringdekselspoor (F) weer vast in de hiervoor bestemde uitsparing (G) in de grijperbaanbehuizing verankerd is.11.Bevestig het ringdeksel (C) doordat u de klemgrendel (A) weer in zijn uitgangs-positie brengt. 12.Plaats de spoelkapsel met de spoel er weer in.Reiniging van de transporteur1. Verwijder de naald (zie Pagina 15) en de naai-voet (zie Pagina 14). 2.
Draai de schroeven op de steekplaat (15) los met een schroevendraaier. 3. Verwijder de steekplaat (15).4. Reinig de transporteur met een fijne borstel en plaats de steekplaat er weer op. 5. Schroef de steekplaat (15) weer vast.6. Bevestig de naaivoet en de naald. De machine is weer gebruiksklaar.Let op! Gevaar voor verwondingen door bewegende delen!Schakel het naaimachinelicht uit en trek de stekker uit het stop-contact voordat u met de reiniging begint.
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 51Oliën van de onderdelen onder de bovenste afdekkapHet oliën van uw naaimachine dient om de 2 - 3 maanden plaats te vinden.Indien de machine na een lange rusttijd niet correct functioneert, dient u voor het gebruik enkele druppels naaimachine-olie te gebruiken. 1. Verwijder de schroefafdekking (A), de schroef (B) en de bovenste afdekking (C).(A) Schroefafdekking(B) Schroef(C) Bovenste afdekkingOPMERKING: Bij veelvuldig gebruik van de naaimachine verdient een regel-matige reiniging aanbeveling om optimale naairesultaten te bereiken.Let op! Gevaar voor verwondingen door bewegende delen!Schakel het naaimachinelicht uit en trek de stekker uit het stop-contact voordat u begint met het oliën.Let op! Beschadiging van de machine!Gebruik uitsluitend naaimachine-olie!
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 522. Reinig en smeer de met een pijl gemarkeerde punten, zie afbeelding.3. Sluit de bovenste afdekkap weer en schroef deze vast.OPMERKING: Na het oliën dient u een stuk oude stof onder de naaivoet te leggen en de machine enkele minuten zonder draad te laten lopen om ont-wijkende olie te verwijderen.
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 53Verhelpen van foutenFout Oorzaak Verklaring Bovendraad knapt1. De bovendraad is niet correct ingevoerd. 2. De bovendraadspan-ning is te hoog. 3. De naainaald is verbo-gen of stomp. 4. De naainaald werd niet correct aangebracht. 5. Het te naaien product wordt bij het naaien niet getransporteerd. 6. De draad is ofwel te dik of te dun. 1. Zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.2. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.3. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.4. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.5. Zie Paragraaf Laten zakken van de transporteur, Pagina 25.6. Zie Paragraaf Rechte steek, Pagina 27.Onderdraad knapt1. De onderdraadgelei-ding is fout.2. De spoelkapselvinger is door fijne vezels geblokkeerd. 3. De spoelkapsel is beschadigd en functio-neert niet correct. 1.
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 54Naald breekt 1. De naainaald is niet correct aangebracht. 2. De naainaald is verbo-gen of stomp. 3. De naaldhouder-schroef is losgeraakt. 4. De bovendraadspan-ning is te hoog. 5. Het te naaien product wordt bij het naaien niet getransporteerd. 6. De naainaald is te dun voor het te naaien tex-tiel. 7. De steekpatroon-draai-schakelaar is niet cor-rect ingesteld.1. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.2. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.3. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.4. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.5. Zie Paragraaf Laten zakken van de transporteur, Pagina 25.6. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.7. Zie Paragraaf Steekpatroon-draaischakelaar, Pagina 23.Steken wor-den uitgela-ten1. De naainaald is niet correct aangebracht. 2. De naainaald is verbo-gen of stomp. 3.
Naald of draad zijn voor het geplande naaiwerk niet geschikt.4. De bovendraad is niet correct ingevoerd. 1. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.2. Zie Paragraaf Vervangen van de naald, Pagina 15.3. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.4. Zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.Fout Oorzaak Verklaring
ONDERHOUD EN VERZORGINGNederlands - 55Stof is gol-vend1. De bovendraadspan-ning is te hoog.2. De draadgeleiding is niet correct. 3. De naainaald is te dik voor het te naaien tex-tiel.4. Te grote steeklengte voor het te naaien tex-tiel.Voor het naaien van zeer dunne stoffen is het onderleggen van een dra-gervlies noodzakelijk.1. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.2. Zie Paragraaf Invoeren van de bovendraad, Pagina 20.3. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.4. Zie Paragraaf Steeklengte-draaischakelaar, Pagina 23.Lus in de naad1. De bovendraadspan-ning is te laag. 2. De combinatie naald-grootte / draaddikte / stof is niet correct.1. Zie Paragraaf Instellen van de bovendraadspanning, Pagina 22.2. Zie Paragraaf Overzicht naald en garen, Pagina 16.Te naaien textiel wordt niet correct getranspor-teerd1. De transporteur is door fijne vezels geblok-keerd. 2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Victoria 7091 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Victoria
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine