Vestfrost VC-993wnPIBG Handleiding

Vestfrost Fornuis VC-993wnPIBG

Bekijk gratis de handleiding van Vestfrost VC-993wnPIBG (114 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 79 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Vestfrost VC-993wnPIBG of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/114
VC-993wnPIBG
VC-993wnPIBR
Vrijstaand fornuis
Bedieningshandleiding
Kuchnia
Instructies voor
obslueen

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Vestfrost
Categorie: Fornuis
Model: VC-993wnPIBG

Handleiding Vestfrost VC-993wnPIBG – volledige tekst

NL - 2 Beste klanten, Bedankt voor het vertrouwen dat u in ons stelt door een Vestfrost product te kopen. Onze retro productlijn is ontstaan uit de behoefte om het klassieke design en de gedurfde kleuren te laten samengaan met moderne oplossingen. Wij hebben een reeks gebruiksvriendelijke producten gecreëerd, die mooi in elke keuken passen en u verrassen met moderne technologie. Om lang van ons product te kunnen genieten, verzoeken wij u deze gebruiksaanwijzing te lezen. We hebben alle informatie opgenomen die nodig is voor een goede installatie en bediening van het apparaat, evenals de contactgegevens van ons servicecentrum. Wij wensen u een prettige ervaring. Icoon Type Betekenis WAARSCHUWING Ernstig letsel- of overlijdensrisico RISICO VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK Gevaarlijk spanningsrisico BRAND Waarschuwing; Brandgevaar / ontvlambare materialen LET OP Risico op letsel of materiële schade

INHOUD 1. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. 4 1. 1 Algemene veiligheidswaarschuwingen. 4 1. 2 Waarschuwingen voor de installatie. 7 1. 3 Tijdens gebruik. 8 1. 4 Tijdens reiniging en onderhoud. 9 2. INSTALLATIE EN VOORBEREIDING VOOR GEBRUIK. 11 2. 1 Instructies voor de installateur. 11 2. 2 Elektrische aansluiting en veiligheid. 12 2. 3 Anti-kantel kit. 13 3. PRODUCTKENMERKEN. 14 4. GEBRUIK VAN HET PRODUCT. 15 4. 1 Bediening van de kookplaat. 15 4. 2 Ovenbediening. 17 4. 3 Kooktafel. 19 4. 4 Gebruik van de digitale timer. 19 4. 5 Accessoires. 21 5. REINIGING EN ONDERHOUD. 23 5. 1 Schoonmaken. 23 5. 2 Onderhoud. 26 6. TROUBLESHOOTING&TRANSPORT. 27 6. 1 Problemen oplossen. 27 6. 2 Transport. 28 7. TECHNISCHE SPECIFICATIES. 29 7. 1 Energiefiche. 29.

NL - 4 1. VEILIGHEID INSTRUCTIES • Lees alle instructies zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt en bewaar ze op een handige plaats zodat u ze indien nodig kunt raadplegen. • Deze handleiding is opgesteld voor meer dan één model en daarom is het mogelijk dat uw apparaat niet over alle beschreven functies beschikt. Daarom is het belangrijk om bij het lezen van de handleiding goed op de cijfers te letten. 1.1 Algemene veiligheid Waarschuwingen • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met gebrek aan van ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of instructie hebben gekregen over een veilig gebruik van het apparaat en de gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Voorkom dat u de verwarmingselementen aanraakt. Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan. WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden. Probeer een dergelijke brand NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en dek de vlam af met een deksel of een branddeken.

NL - 6 WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken. WAARSCHUWING: Schakel het apparaat uit als het oppervlak gebarsten is, om de mogelijkheid van een elektrische schok te voorkomen. • Bij inductiekookplaten mogen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels niet op het kookoppervlak worden geplaatst, omdat ze heet kunnen worden. • Schakel bij inductiekookplaten het kookelement na gebruik uit met de bedieningsknop. Vertrouw niet op de pannendetector. • Bij modellen met een kookplaatdeksel moet u vóór gebruik gemorste vloeistof van het deksel verwijderen en de pan laten afkoelen voordat u het deksel sluit. • Gebruik het apparaat niet met een externe timer of aparte afstandsbediening. WAARSCHUWING: Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, moeten de stabilisatiebeugels worden geïnstalleerd.

(Voor gedetailleerde informatie raadpleegt u de instellingshandleiding van de anti-kantelset). • Tijdens het gebruik zal het apparaat heet worden. Voorkom dat u de verwarmingselementen in de oven aanraakt. • Handgrepen kunnen tijdens het gebruik na korte tijd heet worden. • Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen of schuursponsjes om de oppervlakken van de oven

NL - 8 • Gebruik geen stoomreinigers om het apparaat te reinigen. WAARSCHUWING: Om de mogelijkheid van een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt. WAARSCHUWING: Bereikbare onderdelen kunnen heet zijn tijdens het koken of grillen. Houd jonge kinderen uit de buurt van het apparaat wanneer het in gebruik is. • Uw toestel is geproduceerd in overeenstemming met alle toepasselijke lokale en internationale normen en voorschriften. • Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicetechnici. Installatie- en reparatiewerkzaamheden die door onbevoegde technici worden uitgevoerd, kunnen gevaarlijk zijn. Wijzig de specificaties van het apparaat op geen enkele wijze. Ongeschikte kookplaatafschermingen kunnen ongelukken veroorzaken.

• Alvorens uw toestel aan te sluiten, moet u zich ervan vergewissen dat de plaatselijke distributievoorwaarden (aard van het gas en de gasdruk of de elektrische spanning en frequentie) en de specificaties van het toestel compatibel zijn. De specificaties van dit apparaat staan vermeld op het etiket. WAARSCHUWING: Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het bereiden van voedsel en is alleen bedoeld voor huishoudelijk gebruik binnenshuis. Het mag niet worden gebruikt voor enig ander doel of in enige andere toepassing, zoals voor niet-huishoudelijk gebruik, in een commerciële omgeving of voor het verwarmen van een ruimte.

NL - 9 • Gebruik de handgrepen van de ovendeur niet om het apparaat op te tillen of te verplaatsen. • Alle mogelijke maatregelen zijn genomen om uw veiligheid te garanderen. Aangezien het glas kan breken, moet u voorzichtig zijn bij het schoonmaken. Vermijd het slaan of stoten van het glas met accessoires.

NL - 10 • Let erop dat het netsnoer tijdens de installatie niet bekneld of beschadigd raakt. Als het netsnoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn serviceagent of vergelijkbaar gekwalificeerde personen worden vervangen om gevaar te voorkomen. • Laat kinderen niet op de ovendeur klimmen of erop zitten als deze open is. • Houd kinderen en dieren uit de buurt van dit apparaat. • Houd, wanneer de inductiekookplaat in gebruik is, voorwerpen die gevoelig zijn voor magnetische velden (zoals creditcards, bankpasjes, horloges en dergelijke) uit de buurt van de kookplaat. Het wordt sterk aanbevolen dat iedereen met een pacemaker zijn cardioloog raadpleegt alvorens de inductiekookplaat te gebruiken. 1.2 inStallatie Waarschuwingen • Gebruik het apparaat niet voordat het volledig is geïnstalleerd. • Het apparaat moet door een erkend installateur worden geïnstalleerd.

De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die zou kunnen ontstaan door onjuiste plaatsing en installatie door onbevoegden. • Controleer bij het uitpakken of het apparaat tijdens het vervoer niet beschadigd is. In geval van een defect dient u het apparaat niet te gebruiken en onmiddellijk contact op te nemen met een gekwalificeerde onderhoudsmonteur. De voor de verpakking gebruikte materialen (nylon, nietjes, piepschuim enz.) kunnen schadelijk zijn voor kinderen en moeten onmiddellijk worden verzameld en verwijderd.

NL - 12 • De materialen rond het apparaat (d.w.z. de kasten) moeten bestand zijn tegen een minimumtemperatuur van 100°C. • Het apparaat mag niet achter een decoratieve deur worden geïnstalleerd, om oververhitting te voorkomen. 1.3 Tijdens uSe • Wanneer u uw oven voor het eerst gebruikt, kunt u een lichte geur waarnemen. Dit is volkomen normaal en wordt veroorzaakt door het isolatiemateriaal op de verwarmingselementen. Wij stellen voor dat u, voordat u uw oven voor het eerst gebruikt, deze leeg laat en gedurende 45 minuten op maximale temperatuur laat werken. Zorg ervoor dat de omgeving waarin het product wordt geïnstalleerd goed geventileerd is. • Wees voorzichtig bij het openen van de ovendeur tijdens of na het koken. De hete stoom uit de oven kan brandwonden veroorzaken. • Plaats geen ontvlambare of brandbare materialen in of bij het apparaat wanneer het in werking is.

• Gebruik altijd ovenwanten om voedsel uit de oven te halen en terug te plaatsen. • De oven mag in geen geval bekleed zijn met aluminiumfolie, omdat dan oververhitting kan optreden. • Plaats geen borden of bakplaten rechtstreeks op de bodem van de oven tijdens het koken. De bodem wordt zeer heet en er kan schade aan het product ontstaan. Laat het fornuis niet onbeheerd achter bij het koken met vaste of vloeibare oliën. Deze kunnen bij extreme verhitting vlam vatten. Giet nooit water op

NL - 14 zone, en draai de hendels in een veilige positie zodat ze niet gestoten kunnen worden. • Zet de hoofdschakelaar uit als het product langere tijd niet wordt gebruikt. Draai de gaskraan dicht als de gastoestellen niet worden gebruikt. • Zorg ervoor dat de bedieningsknoppen van het apparaat altijd in de "0" (stop) positie wanneer hij niet wordt gebruikt. • De bakjes hellen bij het uittrekken. Let erop dat u geen heet voedsel morst of laat vallen wanneer u ze uit de oven haalt. • Plaats niets op de ovendeur wanneer deze geopend is. Dit kan het evenwicht van de oven verstoren of de deur beschadigen. • Plaats geen zware of brandbare voorwerpen (bijv. nylon, plastic zakken, papier, stof, enz.) in de lade. Dit geldt ook voor kookgerei met plastic accessoires (bijv. handgrepen). LET OP: De binnenkant van het opbergvak kan heet worden wanneer het apparaat in gebruik is.

Raak de binnenkant niet aan. • Hang geen handdoeken, theedoeken of kleren aan het apparaat of de handgrepen ervan. 1.4 Tijdens reiniging en onderhoud • Zorg ervoor dat uw apparaat is uitgeschakeld op het lichtnet voordat u reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. • Verwijder de bedieningsknoppen niet om het bedieningspaneel te reinigen. • Om de doeltreffendheid en veiligheid van uw apparaat te behouden, raden wij u aan altijd originele reserveonderdelen te gebruiken en zo nodig een beroep te doen op onze erkende

NL - 16 CE-conformiteitsverklaring Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de toepasselijke Europese Richtlijnen, Besluiten en Verordeningen en aan de eisen die zijn opgenomen in de normen waarnaar wordt verwezen. Dit apparaat is ontworpen om alleen voor thuis koken te worden gebruikt. Elk ander gebruik (zoals het verwarmen van een kamer) is ongepast en gevaarlijk. De gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende modellen. U kunt verschillen opmerken tussen deze instructies en uw model. Verwijdering van uw oude machine Dit symbool op het product of op de verpakking geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden ingeleverd bij het toepasselijke inzamelpunt voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur. elektronische apparatuur.

Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt verwijderd, helpt u mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid te voorkomen, die anders zouden kunnen worden veroorzaakt door een onjuiste afvalverwerking van dit product. Voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product kunt u contact opnemen met uw gemeente, uw huisvuilophaaldienst of de winkelier bij wie u dit product hebt gekocht.

NL - 17 2. INSTALLATIE EN VOORBEREIDING VOOR GEBRUIK WAARSCHUWING: Dit apparaat moet worden geïnstalleerd door een bevoegd servicepersoon of een gekwalificeerde technicus, volgens de instructies in deze handleiding en in overeenstemming met de geldende plaatselijke voorschriften. • Een verkeerde installatie kan schade veroorzaken, waarvoor de fabrikant geen aansprakelijkheid aanvaardt en de garantie niet geldig is. • Controleer vóór de installatie of de plaatselijke distributievoorwaarden (elektriciteitsspanning en -frequentie en/of aard van het gas en de gasdruk) en de afstellingen van het toestel compatibel zijn. De afstellingsvoorwaarden van dit toestel staan vermeld op het etiket.

• De in het land van gebruik geldende wetten, verordeningen, richtlijnen en normen moeten worden nageleefd (veiligheidsvoorschriften, correcte recycling overeenkomstig de voorschriften, enz.) 2.1 inStruCtieS voor de inStaller Algemene instructies • Controleer, nadat u het verpakkingsmateriaal van het apparaat en de accessoires hebt verwijderd, of het apparaat niet beschadigd is. Als u schade vermoedt, gebruik het dan niet en neem onmiddellijk contact op met een bevoegde servicemedewerker of een gekwalificeerde technicus. • Zorg ervoor dat er zich geen ontvlambare of brandbare materialen in de directe omgeving bevinden, zoals gordijnen, olie, stof enz. die vlam kunnen vatten. • Het werkblad en het meubilair rond het apparaat moeten gemaakt zijn van materialen die bestand zijn tegen temperaturen van meer dan 100°C.

• Het apparaat mag niet direct boven een vaatwasser, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger worden geïnstalleerd. • Het apparaat kan dicht bij andere meubels worden geplaatst op voorwaarde dat, in de ruimte waar het apparaat wordt opgesteld, de hoogte van de meubels de hoogte van het kookveld niet overschrijdt.

NL - 18 Installatie van het fornuis • Als het keukenmeubilair hoger is dan het kookveld, moet het keukenmeubilair ten minste 10 cm van de zijkanten van het apparaat verwijderd zijn voor de luchtcirculatie. • Als boven het apparaat een afzuigkap of kast wordt geïnstalleerd, moet de veiligheidsafstand tussen kookplaat en eventuele kast/afzuigkap zijn zoals hieronder aangegeven. A (mm) Kast 420 B (mm) Afzuigkap 650/700 C (mm) Productbreedte D (mm) 50

NL - 19 A B C D 2.2 eleCtriCal ConneCtion anD Safety WAARSCHUWING: De elektrische aansluiting van dit apparaat moet worden uitgevoerd door een bevoegd servicepersoon of gekwalificeerde elektricien, volgens de instructies in deze handleiding en in overeenstemming met de geldende plaatselijke voorschriften. WAARSCHUWING: HET APPARAAT MOET GEAARD ZIJN. • Voordat het apparaat op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet worden gecontroleerd of de spanning van het apparaat (vermeld op het identificatieplaatje van het apparaat) overeenkomt met de beschikbare netspanning, en moet de elektrische bedrading van het elektriciteitsnet geschikt zijn voor het vermogen van het apparaat (eveneens vermeld op het identificatieplaatje). • Let er bij de installatie op dat geïsoleerde kabels worden gebruikt. Een verkeerde aansluiting kan uw toestel beschadigen.

Indien het netsnoer beschadigd is en vervangen moet worden, dient dit door gekwalificeerd personeel te gebeuren. • Gebruik geen adapters, stekkerdozen en/of verlengsnoeren. • Het netsnoer moet uit de buurt van hete delen van het apparaat worden gehouden en mag niet worden gebogen of samengedrukt. Anders kan het snoer beschadigd raken en kortsluiting veroorzaken.

NL - 20 • Als het apparaat niet met een stekker op het lichtnet is aangesloten, moet een alpolige ontkoppelaar (met ten minste 3 mm contactafstand) worden gebruikt om aan de veiligheidsvoorschriften te voldoen. • Het apparaat is ontworpen voor een voeding van 220-240 V~.380-415 3N~. Als uw voeding anders is, neem dan contact op met het bevoegde servicepersoneel of een gekwalificeerde elektricien. • De voedingskabel (H05VV-F) moet lang genoeg zijn om op het apparaat te worden aangesloten. • De gezekerde schakelaar moet gemakkelijk toegankelijk zijn zodra het apparaat is geïnstalleerd. • Zorg ervoor dat alle verbindingen goed vastzitten. • Bevestig de voedingskabel in de kabelklem en sluit vervolgens het deksel. • De aansluiting op de klemmenkast wordt op de klemmenkast geplaatst.

NL - 23 4. GEBRUIK VAN PRODUCT 4.1 kookplaat ControlS Inductiezone De inductiezone wordt geregeld door een knop met 9 standen. De inductiezone wordt bediend door de bedieningsknop in de gewenste stand te draaien. Bij elke bedieningsknop staat een symbool dat aangeeft welke zone door de knop wordt geregeld. De informatie in de volgende tabel is slechts indicatief. Instellingen Gebruik voor 0 Element uit 1-3 Delicate opwarming 4-5 Zachtjes sudderen, langzaam opwarmen 6-7 Opwarmen en snel sudderen 8 Koken, bakken en braden 9 Maximale warmte P Boost-functie Kookgerei • Gebruik dik, plat kookgerei met gladde bodem van goede kwaliteit van staal, geëmailleerd staal, gietijzer of roestvrij staal. staal. De kwaliteit en de samenstelling van het kookgerei zijn rechtstreeks van invloed op de kookprestaties. • Gebruik geen kookgerei met een holle of bolle bodem.

Kookgerei van aluminium en roestvrij staal met niet-ferromagnetische bodem, glas, koper, messing, keramiek, porselein zijn ongeschikt voor inductieverwarming. • Om te controleren of het kookgerei geschikt is voor inductiekoken kunt u een magneet tegen de bodem van het kookgerei houden. Als de magneet blijft plakken, is het kookgerei in het algemeen geschikt, of u kunt een beetje water in het kookgerei doen op een kookzone die op maximaal niveau is ingesteld. Het water

NL - 24 Ronde steelpanbodem Kleinesteelpan steelpanbodem die Diameterhas niet heeft afgezet moet verwarmen op een paar seconden. • Bij gebruik van bepaalde pannen kunt u verschillende geluiden horen, dit is te wijten aan het ontwerp van de pannen en heeft geen invloed op de prestaties of de veiligheid van de kookplaat. • Voor de beste kookprestaties moet de pan in het midden van de kookzone worden geplaatst. • symbool knippert als het vermogensniveau is geselecteerd in het display van de kookzone als er een ongeschikte pan of geen pan op de kookzone is geplaatst. De kookzone schakelt automatisch uit na 2 minuten. • Als een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst verdwijnt het symbool enhet koken verder op het geselecteerde vermogensniveau. • Voor een optimale energieoverdracht moet de diameter van de bodem van het kookgerei overeenkomen met die van de kookzone.

• De minimale diameter van het kookgerei moet D120 mm zijn voor kookzones van 160 mm, D140 mm voor kookzones van 210 mm en D160 mm voor kookzones van 290 mm. Het apparaat wordt bediend door op knoppen te drukken en de functies worden bevestigd door displays en hoorbare geluiden.

NL - 25 Touch Control Unit 1- Verlaag de timer 2- Tijdweergave 3- Timerzone-indicator 4- Timer selectie 5- Timer verhogen Gebruik de inductiekookzones met geschikt kookgerei. Nadat de netspanning is aangelegd, staat de kookplaat in de stand-by-stand en is hij klaar voor gebruik. De kookplaat wordt bediend door middel van knoppen voor het instellen van het kookniveau en aanraaksensoren voor het instellen van de timer. Elke druk op een knop wordt gevolgd door een zoemgeluid. De kookzones inschakelen Stel met de bijbehorende knop het kookniveau in van 0 tot 9. Het element is nu klaar voor gebruik. Voor snelle kooktijden houdt u de knop 2 seconden op de stand "P" om de Boost-functie te activeren en stelt u vervolgens het gewenste niveau in. De kookzones uitschakelen Zet de knop op "0". Als de kookzone heet is, verschijnt "H". weergegeven in plaats van "0".

Restwarmte-indicator De restwarmte-indicator geeft aan dat het glaskeramische gedeelte een temperatuur heeft die gevaarlijk is om aan te raken. Na het uitschakelen van de kookzone toont het betreffende display "H" totdat de temperatuur van de betreffende kookzone op een veilig niveau is. Veiligheidsuitschakelfunctie Een kookzone wordt automatisch uitgeschakeld als de warmte-instelling gedurende een bepaalde tijd niet is gewijzigd. Een wijziging van de warmte-instelling van de kookzone zet de tijdsduur terug op de beginwaarde. Deze beginwaarde is afhankelijk van de gekozen 2 3 4 1 5

NL - 26 temperatuurniveau, zoals hieronder aangegeven. Warmte-instelling Veiligheidsuitschakeling na 1-2 6 uur 3-4 5 uur 5 4 uur 6-9 1.5 uur Timer Functie Timer kookzone (1 - 99 min.) Wanneer de kookplaat is ingeschakeld, kan voor elke kookzone een onafhankelijke timer worden geprogrammeerd. Selecteer een kookzone, selecteer vervolgens de temperatuurinstelling en activeer tenslotte de timer-instellingstoets , de timer kan worden geprogrammeerd om een kookzone uit te schakelen. Rondom de timer zijn vier LED's aangebracht die aangeven voor welke kookzone de timer is ingesteld. 10 seconden na de laatste handeling verandert het timerdisplay naar de timer die als volgende afloopt (in gevallen waarin een timer is ingesteld voor meer dan één kookzone). Wanneer de timer is afgelopen, klinkt er een signaal, toont het timerdisplay ´00` en knippert de timer-LED van de toegewezen kookzone.

De geprogrammeerde kookzone wordt uitgeschakeld en "H" wordt weergegeven als de kookzone heet is. Het geluidssignaal en het knipperen van de timer-LED stoppen automatisch na 2 minuten en/of door het indrukken van een willekeurige toets. Zoemer Terwijl de kookplaat in werking is, worden de volgende activiteiten gesignaleerd door de zoemer. • Normale activering van de knop gaat gepaard met een kort geluidssignaal. • Als de toets gedurende langere tijd (10 seconden) continu wordt ingedrukt, klinkt er een langer, onderbroken geluidssignaal. Boost-functie Om deze functie te gebruiken selecteert u een kookzone en stelt u het gewenste kookniveau in, waarna u op de toets "P" (Boost) drukt. De Boost-functie kan alleen worden geactiveerd als deze van toepassing is met de geselecteerde kookzone. Als de Boost-functie actief is, verschijnt er een "P" op het betreffende display.

NL - 27 geactiveerd. De noodzakelijke vermogensreductie wordt aangegeven door het knipperen van het display van de betreffende kookzone. Het knipperen blijft 3 seconden actief om verdere aanpassingen van de instellingen vóór de vermogensreductie mogelijk te maken. Oven thermostaatknop Na het selecteren van een kookfunctie draait u aan deze knop om de gewenste temperatuur in te stellen. Het lampje van de oventhermostaat gaat branden wanneer de thermostaat in werking is om de oven op te warmen of de temperatuur te handhaven. Ovenfuncties * De functies van uw oven kunnen verschillen door het model van uw product. Ovenlampje: Alleen het ovenlampje gaat aan. Het blijft branden zolang de kookfunctie duurt. Defrost Function: The oven’s warning lights will switch on and the fan will start to operate.

To use the defrost function, place your frozen food in the oven op een plank in de derde gleuf van onderen. Het wordt aanbevolen een ovenschaal onder het ontdooivoedsel te plaatsen om het water op te vangen dat zich door het smeltende ijs heeft opgehoopt. Deze functie kookt of bakt uw voedsel niet, maar helpt het alleen te ontdooien. Turbofunctie: De thermostaat en waarschuwingslampjes van de oven gaan aan, en het ringverwarmingselement en de ventilator gaan werken. De turbofunctie verspreidt de warmte in de oven gelijkmatig, zodat alle voedsel op alle rekken gelijkmatig gaar wordt. Het wordt aanbevolen de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen. 4.2 oven Controle Ovenfunctieknop Draai de knop naar het bijbehorende symbool van de gewenste kookfunctie. Voor de details van de verschillende functies zie "Ovenfuncties".

E4 De voedingsfrequentie wijkt af van de nominale waarden. Schakel de kookplaat uit door op wacht tot "H" uit alle zones verdwijnt, schakel de kookplaat in door op te drukken en ga verder met het gebruik. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, schakel dan de stekker van de apparaat uit en aan. Schakel de kookplaat in door op te drukken en ga verder met het gebruik. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, bel dan een erkend servicebedrijf. E5 Interne temperatuur van de kookplaat is te hoog,schakel de kookplaat uit door op te drukken enlaat de verwarming afkoelen. E6 Communicatiefout tussen de touch control en de verwarming. Bel een erkend servicebedrijf. E7 Spoeltemperatuursensor is uitgeschakeld. Bel een erkend servicebedrijf. E8 Koeler temperatuursensor is uitgeschakeld. Bel een erkend servicebedrijf. EA Grote spoelverzadigingsfout.

Schakel de kookplaat uit door op de aan/uit-knop te drukken, schakel de kookplaat in door op de aan/uit-knop te drukken en ga verder met het gebruik. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, bel dan een erkend servicebedrijf. EG Fout voedingsspanning.

Schakel de kookplaat uit door op de aan/uit toets te drukken, schakel de kookplaat in door op de aan/uit toets te drukken en ga verder met het gebruik. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, bel dan een erkende serviceagent. C1-C8 Mcroprocessor alarm. Schakel de kookplaat uit door op de aan/uit-knop te drukken, schakel de kookplaat in door op de aan/uit-knop te drukken en ga verder met het gebruik. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, bel dan een erkende serviceagent.

Grillfunctie: De thermostaat van de oven en de waarschuwingslampjes gaan aan, en het verwarmingselement van de grill gaat werken. Deze functie wordt gebruikt voor grillen en roosteren van voedsel op de bovenste planken van de oven. Bestrijk het rooster lichtjes met olie zodat het voedsel niet blijft plakken en plaats het voedsel in het midden van het rooster. Plaats altijd een bakje onder het voedsel om eventuele druppels olie of vet op te vangen. Het wordt aanbevolen de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen. Waarschuwing: Bij het grillen moet de ovendeur gesloten zijn en de oventemperatuur moet worden ingesteld op 190°C. Verwarm de oven ongeveer 10 minuten voor. Waarschuwing: Bij het grillen moet de ovendeur gesloten zijn en de oven temperatuur moet worden ingesteld op 190°C.

Zowel de bovenste verwarmingselementen als de grill worden samen met de ventilator ingeschakeld om een gelijkmatige bereiding te garanderen. Gebruik de bovenste planken van de oven. Bestrijk het rooster lichtjes met olie zodat het voedsel niet blijft plakken en plaats het voedsel in het midden van het rooster. Plaats altijd een bakje onder het voedsel om eventuele druppels olie of vet op te vangen. Het wordt aanbevolen de oven ongeveer 10 minuten voor te verwarmen. Waarschuwing: Bij het grillen moet de ovendeur gesloten zijn en de oventemperatuur moet worden ingesteld op 190°C. Snellere grillfunctie: De thermostaat van de oven en de waarschuwingslampjes gaan aan, en de grill en de bovenste verwarmingselementen gaan aan.

NL - 30 bediening. Deze functie wordt gebruikt voor sneller grillen en voor het grillen van voedsel met een groter oppervlak, zoals vlees. Gebruik de bovenste planken van de oven. Bestrijk het rooster lichtjes met olie zodat het voedsel niet blijft plakken en plaats het voedsel in het midden van het rooster. Plaats altijd een bakje onder het voedsel om eventuele druppels olie of vet op te vangen. Het wordt aanbevolen dat u

NL - 31 4.3 Koken tafel Functiebeschrijving Automatisch koken Handmatig koken Kooktijd Eindtijd koken Punt Minuut oppasser Modus functie Verlaag de timer Timer verhogen Tijdweergave Tijd aanpassing De tijd moet worden ingesteld voordat u de oven in gebruik neemt. Na de stroomaansluiting knipperen het symbool "A" en "000" op het display. *Indien beschikbaar koken met gebraden kipspies. 4.4 uSe van de digitale tiMer 1. Druk tegelijkertijd op de toetsen "+" en "-". Het symbool verschijnt en de punt in het midden van het scherm begint te knipperen. 2. Pas de tijd aan terwijl de punt knippert met de toetsen "+" en "-".

NL - 32 3. Na enkele seconden stopt de punt met knipperen en blijft hij verlicht. Aanpassing van de geluidswaarschuwingstijd De hoorbare waarschuwingstijd kan worden ingesteld op elk tijdstip tussen 0:00 en 23:59 uur. De hoorbare waarschuwingstijd is alleen bedoeld als waarschuwing. De oven wordt met deze functie niet geactiveerd. 2. Druk op "MODE" totdat u "dur" en het symbool op het display ziet. Het symbool "A" gaat knipperen. 3. Selecteer de gewenste kooktijd met de toetsen "+" en "-". 1. Druk op "MODE". Het symbool begint te knipperen en "000" wordt weergegeven. 4. De huidige tijd verschijnt weer op het scherm, en de symbolen "A", en zal verlicht blijven. 2. Selecteer de gewenste periode met de toetsen "+" en "-" terwijl knippert. 3. Het symbool blijft branden, de tijd wordt opgeslagen en de waarschuwing wordt ingesteld.

Wanneer de timer nul bereikt, klinkt een geluidssignaal en knippert het symbool op het display. Druk op een willekeurige toets om de hoorbare waarschuwing te stoppen en het symbool verdwijnt. Halfautomatische tijdinstelling (kooktijd) Met deze functie kunt u gedurende een bepaalde tijd koken. Er kan een tijdspanne tussen 0 en 10 uur worden ingesteld. Bereid het voedsel voor en plaats het in de oven. 1. Selecteer de gewenste kookfunctie en de temperatuur met de bedieningsknoppen.

NL - 33 Wanneer de timer nul bereikt, wordt de oven uitgeschakeld en klinkt er een geluidssignaal. De symbolen "A" en zullen knipperen. Draaibeide bedieningsknoppen naar de "0" positie en druk op een willekeurige toets van de timer om de waarschuwingsgeluid. De symbolen verdwijnen en de timer schakelt terug naar de handmatige functie. Halfautomatische tijdinstelling (eindtijd) Deze functie start automatisch de oven zodat het koken op een bepaalde tijd klaar is. U kunt een eindtijd instellen tot 10 uur na het huidige tijdstip. Bereid het voedsel voor en plaats het in de oven. 1. Selecteer de gewenste kookfunctie en de temperatuur met de bedieningsknoppen. 2. Druk op "MODE" totdat u "end" en het symbool op het display ziet. "A" en de huidige tijd knipperen. 3. Gebruik de "+" en "-" knoppen om de gewenste eindtijd in te stellen.

NL - 34 4. De huidige tijd verschijnt weer op het scherm, de symbolen "A", en blijven verlicht. 6. Selecteer de gewenste eindtijd met de toetsen "+" en "-". Wanneer de timer nul bereikt, schakelt de oven uit en klinkt er een geluidssignaal. Het symbool "A" en zullen knipperen. Draaibeide bedieningsknoppen naar de "0" positie en druk op een willekeurige toets van de timer om het geluid te stoppen. Het symbool verdwijnt en de timer schakelt terug naar de handmatige functie. Volledig automatische programmering Deze functie wordt gebruikt om het koken na een bepaalde tijd en voor een bepaalde duur te starten. Er kan een tijd tot 10 uur na het huidige tijdstip worden ingesteld. Bereid het voedsel voor en plaats het in de oven. 1. Selecteer de gewenste kookfunctie en de temperatuur met de bedieningsknoppen. 2. Druk op "MODE" totdat u "dur" en het symbool op het scherm ziet.

Het symbool "A" knippert. 3. Selecteer de gewenste kooktijd met de toetsen "+" en "-". 4. De huidige tijd verschijnt weer op het scherm, de symbolen "A", en blijven verlicht. 5. Druk op "MODE" totdat u "einde" en het symbool op het scherm ziet. De tijd en de symbolen "A" en zullen knipperen.

NL - 35 7. Voeg de kookperiode toe aan het huidige tijdstip. U kunt hierna een tijd van maximaal 23 uur en 59 minuten instellen. 8. De huidige tijd verschijnt weer op het scherm, en de symbolen "A", en zal verlicht blijven. De werkingstijd wordt berekend en de oven start automatisch zodat het koken op de ingestelde eindtijd eindigt. Wanneer de timer nul bereikt, schakelt de oven uit, klinkt er een geluidssignaal en knipperende symbolen "A" en . Draai beide regelknoppen naar de "0" positie en druk op een willekeurige toets om het geluid te stoppen. Het symbool verdwijnt en de timer schakelt terug naar de handmatige functie. Geluidsaanpassing Om het volume van het geluidssignaal aan te passen, houdt u, terwijl de huidige tijd wordt weergegeven, de toets "-" 1-2 seconden ingedrukt tot er een geluidssignaal klinkt.

Daarna zal telkens wanneer de "-" toets wordt ingedrukt een ander signaal klinken. Er zijn drie verschillende soorten signaalgeluiden. Selecteer het gewenste geluid en druk geen andere knoppen in. Na een korte tijd wordt het geselecteerde geluid opgeslagen. 4.5 aCCeSSorieS De diepe lade De diepe bak wordt het best gebruikt voor het koken van stoofschotels. Plaats het bakje in een willekeurig rek en duw het tot het einde om er zeker van te zijn dat het goed geplaatst is.

NL - 36 Bevestigingslipje Bevestiging De klep lade Uw apparaat heeft een lade voor het opbergen van accessoires zoals bakjes, planken, roosters of kleine potten en pannen. WAARSCHUWING: De binnenkant van de lade kan tijdens het gebruik heet worden. Bewaar geen voedsel, plastic of brandbare materialen in de lade. De ondiepe bak De ondiepe bakplaat wordt het best gebruikt voor het bakken van gebak. Plaats het dienblad in een willekeurig rek en duw het tot het einde om er zeker van te zijn dat het goed geplaatst is. Het draadrek met Easyfix halve telescopische rail De half telescopische rail steekt half uit, zodat u gemakkelijk bij uw eten kunt. Telescopische rails Maak de accessoires bij het eerste gebruik grondig schoon met warm water, afwasmiddel en een zachte, schone doek. • Op elke telescopische rail zitten bevestigingen waarmee u ze kunt verwijderen voor reiniging en herpositionering.

• Verwijder de zijgeleider. Zie paragraaf "Verwijdering van het rooster". • Hang de bovenste bevestigingen van de telescopische rail aan de referentiedraad van het zijrek en druk tegelijkertijd de onderste bevestigingen in totdat u duidelijk hoort dat de bevestigingen in de bevestigingsdraad van het zijrek vastklikken. • Om te verwijderen houdt u de voorkant van de rail vast en herhaalt u de vorige instructies in omgekeerde volgorde. Het draadraster Het draadrooster kan het best worden gebruikt om te grillen of om voedsel te verwerken in ovenvriendelijke recipiënten.

NL - 37 WAARSCHUWING Plaats het rooster op de juiste wijze op een overeenkomstig rek in de ovenholte en duw het naar het einde. 5. REINIGING EN ONDERHOUD 5.1 Schoonmaak WAARSCHUWING: Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen alvorens het schoon te maken. Algemene instructies • Controleer of de schoonmaakmiddelen geschikt zijn en door de fabrikant worden aanbevolen voor gebruik op uw apparaat. • Gebruik roomreinigers of vloeibare reinigingsmiddelen die geen deeltjes bevatten. Gebruik geen bijtende (corrosieve) crèmes, schurende reinigingspoeders, ruwe staalwol of hard gereedschap, aangezien deze de oppervlakken van de kookplaat kunnen beschadigen. Gebruik geen reinigingsmiddelen die deeltjes bevatten, aangezien deze krassen kunnen maken op het glas, de geëmailleerde en/of gelakte onderdelen. van uw apparaat.

• Mochten er vloeistoffen overlopen, maak deze dan onmiddellijk schoon om te voorkomen dat onderdelen beschadigd raken. Gebruik geen stoomreinigers voor het reinigen van onderdelen van het apparaat.

NL - 38 De binnenkant van de oven schoonmaken • De binnenkant van geëmailleerde ovens kunt u het beste schoonmaken terwijl de oven warm is. • Veeg de oven na elk gebruik af met een zachte, in zeepsop gedrenkte doek. Veeg de oven daarna nogmaals af met een natte doek en droog hem af. • Mogelijk moet u af en toe een vloeibaar reinigingsmiddel gebruiken om de oven volledig te reinigen. Katalytische reiniging In de ovenholte worden katalysatoren geïnstalleerd. Dit zijn de matte, lichtgekleurde panelen aan de zijkanten en/of het matte paneel aan de achterkant van de oven. Ze werken door vet- en olieresten tijdens het koken op te vangen. De voering reinigt zichzelf door vetten en oliën te absorberen en te verbranden tot as, die vervolgens gemakkelijk met een vochtige doek van de ovenvloer kan worden verwijderd. De voering moet poreus zijn om doeltreffend te zijn.

De voering kan na verloop van tijd verkleuren. Als een grote hoeveelheid vet op de voering wordt gemorst, kan dit de doeltreffendheid ervan verminderen. Om dit probleem te verhelpen, zet u de oven ongeveer 20 - 30 minuten op maximumtemperatuur. Nadat de oven is afgekoeld, veegt u de bodem van de oven schoon. Handmatige reiniging van de katalysatoren wordt afgeraden. Het gebruik van met zeep geïmpregneerde staalwol of andere schuurmiddelen zal schade veroorzaken. Bovendien wordt het gebruik van spuitbussen voor de voeringen afgeraden. De wanden van een katalytische voering kunnen ineffectief worden door overtollig vet. Het overtollige vet kan worden verwijderd met een zachte doek of spons gedrenkt in warm water, en de reinigingscyclus kan worden uitgevoerd zoals hierboven beschreven.

NL - 39 Schoonmaken van het keramisch glas Keramisch glas is geschikt voor zware gebruiksvoorwerpen, maar kan breken als het met een scherp voorwerp wordt geraakt. WAARSCHUWING: Keramische kookplaten - als het oppervlak gebarsten is, om de mogelijkheid van een elektrische schok, schakel het apparaat uit en bel voor service. • Gebruik een crème of vloeibare reiniger om het vitrokeramische glas te reinigen. Spoel en droog het glas vervolgens grondig af met een droge doek. Gebruik geen schoonmaakmiddelen die bedoeld zijn voor staal, want die kunnen het glas beschadigen.

• Als er stoffen met een laag smeltpunt in de bodem of coating van het kookgerei worden gebruikt, kunnen deze de glaskeramische kookplaat beschadigen.Als er plastic, aluminiumfolie, suiker of suikerhoudende levensmiddelen op de hete glaskeramische kookplaat zijn gevallen, schraap deze dan zo snel en veilig mogelijk van het hete oppervlak. Als deze stoffen smelten, kunnen ze de glaskeramische kookplaat beschadigen. Wanneer u zeer suikerhoudende producten zoals jam kookt, breng dan een laag van een geschikt beschermingsmiddel vooraf, indien mogelijk. • Stof op het oppervlak moet worden gereinigd met een natte doek. • Eventuele kleurveranderingen van het keramische glas hebben geen invloed op de structuur of duurzaamheid van het keramiek en zijn niet te wijten aan een verandering van het materiaal. Kleurveranderingen van het keramisch glas kunnen verschillende oorzaken hebben: 1.

Gemorst voedsel is niet van het oppervlak verwijderd. 2. Het gebruik van verkeerd vaatwerk op de kookplaat zal het oppervlak aantasten. 3. De verkeerde schoonmaakmiddelen gebruiken. Reinigen van de glazen onderdelen • Maak de glazen onderdelen van uw apparaat regelmatig schoon.

NL - 40 • Gebruik een glasreiniger om de binnen- en buitenkant van de glazen onderdelen te reinigen. Spoel ze vervolgens af en droog ze grondig met een droge doek. Reinigen van geëmailleerde onderdelen • Maak de geëmailleerde onderdelen van uw apparaat regelmatig schoon. • Veeg de geëmailleerde delen af met een zachte, in zeepsop gedrenkte doek. Veeg ze daarna nogmaals af met een natte doek en droog ze af. Maak de geëmailleerde delen niet schoon als ze nog heet zijn van het koken. Laat geen azijn, koffie, melk, zout, water, citroen of tomatensap lang op het glazuur zitten. Reinigen van de roestvrijstalen onderdelen (indien beschikbaar) • Maak de roestvrijstalen onderdelen van uw apparaat regelmatig schoon. • Veeg de roestvrijstalen onderdelen af met een zachte doek die alleen in water is gedrenkt. Droog ze vervolgens grondig af met een droge doek.

Maak de roestvrijstalen onderdelen niet schoon als ze nog heet zijn van het koken. Laat geen azijn, koffie, melk, zout, water, citroen of tomatensap lang op het roestvrij staal zitten. Reinigen van geverfde oppervlakken (indien beschikbaar) • Vlekken van tomaten, tomatenpuree, ketchup, citroen, oliederivaten, melk, suikerhoudende voedingsmiddelen, suikerhoudende dranken en koffie moeten onmiddellijk worden schoongemaakt met een in warm water gedompelde doek. Als deze vlekken niet worden schoongemaakt en laten drogen op de oppervlakken waarop ze zitten, mogen ze NIET worden ingewreven met harde voorwerpen (puntige voorwerpen, stalen en plastic schuurdraden, oppervlakteschurende vaatspons) of reinigingsmiddelen die veel alcohol, vlekkenverwijderaars, ontvetters, oppervlakteschurende chemicaliën bevatten.

Anders kan er corrosie ontstaan op de gepoederlakte oppervlakken en kunnen er vlekken ontstaan. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade veroorzaakt door door het gebruik van ongeschikte schoonmaakproducten of -methoden.

NL - 41 los van de bevestigingsbeugel (x). Trek het glas eruit in de richting van A. van een schroevendraaier) tot aan de eindstand. Om het binnenglas te vervangen: 1. Schuif het glas naar en onder de locatiebeugel (y), in de richting van B. 3. Plaats het glas onder de locatiebeugel (x) in de richting van C. 3. Sluit de deur tot deze bijna volledig gesloten is en verwijder de deur door deze naar u toe te trekken. x C Als de ovendeur uit drie lagen glas bestaat, kan de derde glaslaag op dezelfde manier worden verwijderd als de tweede. glaslaag. Verwijdering van de ovendeur Voordat u het glas van de ovendeur reinigt, moet u de ovendeur verwijderen, zoals hieronder afgebeeld. 1. Open de ovendeur. 2. Open de vergrendeling (a) (met behulp van a A x B B y

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Vestfrost VC-993wnPIBG stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden