Veritas Bessie Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Veritas Bessie (172 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 65 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Veritas Bessie of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/172
SCHMETZ INSIDE
Bedienungsanleitung
Manual
Mode demploi
Handleiding
VERITAS Bessie
DE
FR
NL
EN

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Veritas
Categorie: Naaimachine
Model: Bessie

Handleiding Veritas Bessie – volledige tekst

U hebt een kwaliteitsproduct gekocht dat met grote zorgvuldigheid is geproduceerd en dat u met het juiste onderhoud vele jaren goede dienst zal bewijzen.We vragen u om de handleiding voor de eerste ingebruikname goed door te lezen en vooral goed op de veiligheidsaanwijzingen te letten.Personen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, mogen het apparaat niet gebrui-ken.In de handleiding vindt u alle wetenswaardigheden over de gebruiksmogelijkheden van uw computergestuurde naaimachine. Indien u nog vragen hebt, kunt u zich wenden tot de verkoper.Wij wensen u veel plezier en succes met naaien!Vragen over de machine, het onderhoud en klantenserviceGratis servicenummer: 00800 333 00 777 [email protected] Adres klantenservice: Veritas Service Center c/o Teknihall GmbH Breitefeld 15 DE-64839 Münster GERMANY

10Belangrijke veiligheidsaanwijzingenBij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht te worden geno-men. Lees daarom voordat u deze computergestuurde naaima-chine gebruikt deze handleiding zorgvuldig door en bewaar hem voor toekomstig gebruik. GEVAAR – Ter bescherming tegen elektrische schokken:1. Laat de computergestuurde naaimachine nooit onbeheerd achter de machine op de elektriciteit is aangesloten. 2. Haal na gebruik en voordat de naaimachine wordt schoonge-maakt altijd de stekker uit het stopcontact. WAARSCHUWING – Om brandwonden, brand, elektrische schok-ken of letsel van personen te voorkomen:1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed voor kinderen. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met de computergestuurde naaimachine spe-len.

Bijzondere aandacht is nodig als de computergestuurde naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt. 2. De computergestuurde naaimachine mag alleen worden gebruikt voor het doel dat in deze handleiding wordt be-schreven. Gebruik alleen de accessoires die in deze handlei-ding worden beschreven en die worden aanbevolen door de fabrikant, anders kan het apparaat beschadigd raken. 3. Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit als een kabel of aansluiting beschadigd is, als de machine niet goed of zonder storingen werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of met water in contact is gekomen. Breng in de bovengenoemde gevallen de computergestuurde naaima-chine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het service-center om de naaimachine te laten controleren en te repare-ren of om elektrische en/of mechanische onderdelen te laten vervangen. 4.

Let in het bijzonder op in het gebied rond de naald. De bewegen-de delen, zoals de naald en de persvoethevel, vormen een risico voor handen en vingers. Het werkgebied moet daarom voortdurend in de gaten worden gehouden tijdens de wer-king van de machine. Instellingen aan de machine, zoals het vervangen van de naald, het inrijgen van de draad, spoeltje plaatsen of van persvoet wisselen mogen alleen gedaan worden als de machine is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“). 6. Koppel de computergestuurde naaimachine altijd los van de stroomtoevoer, d. w. z. haal de stekker uit het stopcontact, bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals be-schreven in de handleiding. Bijvoorbeeld als het deksel wordt verwijderd, het apparaat geolied of gereinigd wordt of als het lampje wordt vervangen. Haal ook de stekker uit het stop-contact als het apparaat wordt verplaatst of niet in werking is. 7.

Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op „O“ en trek de stekker uit het stopcontact. Trek altijd de stek-ker uit het stopcontact als u de machine zonder toezicht ach-terlaat om letsel door per ongeluk activeren te voorkomen. 8. Trek niet aan het netsnoer als u de stekker uit het stopcon-tact haalt. Trek altijd aan de stekker en niet aan het netsnoer. 9. Het netsnoer mag nooit over hoeken of randen hagen of worden vastgeklemd (risico op een elektrische schok. ). Leg.

11Belangrijke veiligheidsaanwijzingenhet netsnoer zodanig dat niemand erover kan struikelen. 10. Gebruik altijd de juiste naaldplaat die is meegeleverd met deze computergestuurde naaimachine. De verkeerde naald-plaat kan ervoor zorgen dat de naald breekt. 11. Gebruik geen kromme of gebroken naalden. 12. Gebruik het apparaat altijd op een droge, stabiele en vlakke ondergrond. Uit de buurt houden van hete oppervlakken of open vuur. 13. Trek tijdens het naaien niet aan de stof, anders kan de naald doorbuigen en breken. 14. Geen voorwerpen in de openingen van de computergestuur-de naaimachine steken of laten vallen. 15. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet buiten. 16. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet in ruimtes waar LPG-producten (bijvoorbeeld sprays) of zuurstof wor-den gebruikt. 17. Het geluidsniveau is bij normale werkomstandigheden 75 dB(A). 18.

Schakel de computergestuurde naaimachine uit of haal de stekker uit het stopcontact als de computergestuurde naai-machine niet goed werkt. 19. Zet nooit iets op het voetpedaal. 20. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en ken-nis, tenzij ze bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hun leert hoe het apparaat veilig kan worden gebruikt en ze de daaruit voortvloeiende risico‘s begrijpen. 21. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zor-gen dat ze niet met het apparaat spelen. 22. Gebruik de machine niet als deze vochtig is of in een vochtige omgeving staat. 23. Dompel het water nooit onder in water of andere vloeistof-fen (gevaar voor elektrische schokken. ). 24.

Sluit het apparaat alleen aan op 100–240 V wisselstroom. 25. Wij raden u aan het apparaat aan te sluiten op een elektrici-teitsgroep met een aardlekschakelaar. 26.

Uw computergestuurde naaimachine is uitgerust met een LED-lampje. Als het LED-lampje beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant of de klantenservice om gevaar te voorkomen. 27. De naaimachine mag alleen worden gebruikt met het voet-pedaal van het type C-9000. 28. Als de aansluitkabel, die verbonden is met het voetpedaal, beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant en de klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd per-soon om gevaar te voorkomen. 29. Bewaar deze handleiding op een geschikte plaats in de buurt van de machine. Geef de handleiding aan derden bij uitlenen of doorverkopen van het apparaat. BEWAAR DEZE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ZORGVULDIG. Deze computergestuurde naaimachine is bedoeld voor huishou-delijk gebruik.

15Fagotsteek. 141Patchworksteek. 143Schulpsteek. 145 Gestikte schulpzoom. 145 Geborduurde schulprand. 145 Spiegelen. 147 Tweelingnaald. 149Speicher. 151Warnfunktionen. 157Hupton. 161Gebruiksaanwijzing op het scherm. 163Onderhoud. 163 LCD-scherm reinigen. 163 Reinig het oppervlak van de naaimachine. 163 Grijper reinigen. 165Problemen oplossen. 167Verwijdering. 169 Knop voor het instellen van de steeklengte. 77 Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze. 78 Knop om te spiegelen. 81 Directe modus voor het kiezen van standaardsteken. 83 Nummerntoetsen voor de keuze van patronen en siersteken. 83Handige naaitips. 87 Hoeken naaien. 87 Achterwaarts naaien. 87 Naaien met de vrije arm. 87 Tafelverlenging bevestigen. 89 Naaien von dikke stoffen. 89Naaldpositie wijzigen. 91Steeklengte wijzigen. 91Zizagsteken. 93Stretchsteek. 95Overlockvoet. 97Blindzomen. 99Knopen aannaaien. 101Knopsgaten naaien.

19A. Functietoetsen (zie pagina 67)1 START/STOP-knop – Druk op de knop om te starten of te stoppen met naaien. 2 Knop voor draadsnijder – Druk na het naaien op de knop om de draad af te snijden. 3 Achterwaartsknop Zolang deze knop ingedrukt wordt, naait de naaimachine bij lage snelheid achteruit, ideaal om af te hechten. 4 Knop voor automatisch afhechten Als u deze knop ingedrukt houdt, wordt de afhechtsteek direct of na afloop van het huidige steekpatroon genaaid, daarna stopt de computergestuurde naaimachine automa-tisch. 5 Knop naaldstop omhoog/omlaag Door op deze knop te drukken, kunt u bepalen of de naald bij beëindiging van het naaiproces omlaag of omhoog moet stoppen. Het bijbehorende symbool brandt op het LCD-scherm. 6 Snelheidsregeling – Met deze hendel kunt u de naaisnel-heid instellen. B.

Functietoetsen (zie pagina 75)7 Steeklengteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram-meerde instelling van de steeklengte veranderen. 8 Steekbreedteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram-meerde instelling van de steekbreedte veranderen. 9 Moduskeuzeknop voor steekkeuze/patroonkeuze Door op deze knop te drukken, wisselt u van de direct-mo-dus ‚Direct‘, waarmee u een van de 10 standaardsteken direct met een druk op de knop kunt kiezen, of u wisselt in de nummer-modus ‚Patterns‘, waarmee u algemene en decoratieve steken en patronen kunt kiezen met de num-mertoetsen (90 verschillende). Zie pagina 25 „Steekoverzicht“ of het steekkeuzepaneel. 10 Toets voor de spiegelfunctie – Door op deze knop te druk-ken, kunt u patronen gespiegeld naaien. A. Operation buttons (see page 67)1 START/STOP button Press this button to start or stop the machine.

21WC. Geheugentoetsen (zie pagina 83)11 Geheugentoets Om het gemaakte patroon of de patrooncombinatie op te slaan, moet de toets M worden ingedrukt. 12 Pijltjestoetsen Druk op de toets of totdat het bijbehorende steek-nummer verschijnt. 13 Wistoets Als het verkeerde patroon is geselecteerd of opgeslagen, kunt u deze verwijderen met de wistoets C. D. Steekkeuzetoetsen (zie pagina 85)14 Met deze 10 knoppen kunt u direct één van de 10 stan-daardsteken kiezen (in de modus “Direct” ) of een num-mer in de nummerkeuzemodus invoeren om een van de 99 decoratieve steken en patronen te selecteren of een nummer in de lettermodus om een blokletter te kiezen. C. Memory buttons (see page 83)11 Memory button Press the M button to enter or store the created pattern combination in the memory. 12 Arrow buttons Press the button or until the actual stitch number is displayed.

29Avant la mise en service Before first use Voor het eerste gebruikVoor het eerste gebruikHoud u er rekening mee dat oneigenlijk gebruik van elektriciteit dodelijk kan zijn. Lees daarom de veiligheids-voorschriften op pagina 10 en de volgende veiligheids-maatregelen:• Let erop dat kinderen niet metde naaimachine kunnen spelen. • De bewegende naald is gevaarlijk, niet aanraken. • Wijzigingen in het bereik van de beweging van de naald, naaivoet of de naaldplaat mogen alleen met de machine uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“) worden uitgevoerd. • Het verwijderen en opnieuw plaatsen van de spoel mag alleen als het apparaat is uitgeschakeld (hoofd-schakelaar op „O“ zetten). • Vooral de juiste plaatsing van de spoeltjes en de onderdraad alsmede het inrijgen van de bovendraad zijn belangrijk om probleemloos te kunnen naaien. Ga zorgvuldig te werken en voer stap voor stap uit zoals beschreven.

31LET OP: Zorg er altijd voor dat de computerge-stuurde naaimachine is losgekoppeld van de elektriciteit en de hoofdschakelaar op “O” (UIT) staat als de machine niet wordt gebruikt. Dit geldt ook voor het plaatsen of verwijderen van delen (bijv. naald verwisselen). Sluit de naaimachine aan op het stroomnetZorg er voordat u de naaimachine op het stroomnet aan-sluit voor dat de spanning (Volt) en de frequentie van het apparaat overeenkomen met de spanning en frequentie van het elektriciteitsnet. 1. Zet de computergestuurde naaimachine op een stabiele tafel. 2. Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting. 3. Steek de aansluiting (2 ingangen) van de netstroom-kabel in de aansluiting op de naaimachine. 4. Steek de netstroomkabel in het stopcontact. 5. Hoofdschakelaar op “–” (AAN) zetten. 6. Het naailampje gaat branden zodra de naaimachine wordt ingeschakeld.

33LET OP: Zet de hoofdschakelaar altijd uit (op “O” zetten) voordat het persvoetje wordt geplaatst of verwisseld. Het juiste persvoetje plaatsen / persvoetje verwisselen➊ Persvoethouder plaatsen1. Naaldstang (a) door omhoog zetten van de persvoet-hevel omhoog zetten;2. persvoethouder (b) zoals afgebeeld plaatsen. ➊ Persvoet plaatsen1. laat de persvoethouder (b) zakken tot de uitsparing (c) direct boven de pen van de persvoet ligt. 2. Druk de bevestigingshevel (d) omhoog. 3. De persvoethouder (b) gaat omlaag en het persvoetje (f) wordt automatisch vergrendeld. ➊ Persvoet verwijderen1. Persvoet omhoog zetten. Bevestigingshendel (e) omhoog drukken en de persvoet komt los. ➊ Randgeleider plaatsen1. Randgeleider (g) zoals afgebeeeld door de opening schuiven. Instellen op de gewenste breedte van de zoom, de plooi etc.

35Spoelen➊Garenklos en garenschotel op de garenpen plaatsen. Bij grotere garenklossen wordt de schotelmet de brede kant tegen de klos gezet, bij kleinere klosjes gebruikt u de smalle kant of een kleinere ga-renschotel. Als het garenklosje een draadsleuf heeft, dan wordt het klosje geplaatst met de draadsleuf rechts zodat de draad tijdens het afwikkelen niet vast kan komen te zitten. ➊Draad in de draadgeleiding plaatsen. ➊Leid de draad linksom in de onderdraadgeleiding, vervolgens de draad naar rechts leiden. ➊Draad zoals afgebeeld door een gat in het spoeltje steken en het lege spoeltje op de spoelwinderas plaatsen. ➊Spoelwinderasje naar rechts tegen de begrenzing drukken. Winding the bobbin➊Place the thread and spool holder onto the spool pin. For larger spools of thread, place the large side of the spool holder toward the spool.

37Spoelen➊Zodra het spoeltje naar rechts in de „spoelpositie“ wordt gedrukt, verschijnt op het LCD-scherm het bijbehorende symbool. Zodra het spoeltje weer naar links in de „naaipositie“ wordt gedrukt, verdwijnt het spoelsymbool weer van het LCD-scherm. ➊Houd het uiteinde van de draad met de hand vast. ➊Druk op de knop Start/Stop of druk op het voetpe-daal. ➊Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de draad zo dicht mogelijk bij de opening af. Spoel verder tot het spoeltje vol is. Het spoelen stopt automatisch als het spoeltje vol is. Start/Stop- knop indrukken om te stoppen of haal uw voet van het voetpedaal en zet het spoelwinderasje weer naar links. ➊Knip de draad af en haal het volle spoeltje van de as.

39Spoeltje plaatsenOm het spoeltje te kunnen plaatsen of verwijderen, moet de naald helemaal naar boven staan. Zet daarom de naald met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ in de hoogste stand. Persvoetje omhoog zetten. Schakel vervolgens het apparaat uit. LET OP: Zet de computergestuurde naaima-chine voor het plaatsen of verwijderen van het spoeltje uit (hoofdschakelaar op “O” zetten). ➊Ontgrendeling in de richting van de pijl schuiven en het transparante dekseltje op het spoelhuis verwijde-ren. ➊Plaats het spoeltje zo in het spoelhuis dat het spoel-tje linksom draait (richting van de pijl). ➊Trek de draad door de gleuf (A). ➊Houd het spoeltje met één hand licht vast en leid de draad met uw andere hand langs de pijltjes van (A) naar (B). ➊Trek vervolgens de draad langs de pijltjes van (B) naar (C). Snijd de draad aan het uiteinde af door de draad bij (C) langs het mes te halen.

41Bovendraad inrijgenAANWIJZING: Het inrijgen van de bovendraad is heel eenvoudig. Toch is het zeer belangrijk om de draad zorgvuldig in te rijgen omdat anders problemen kunnen ontstaan bij het naaien. Machine inschakelen met de netschakelaar (stand “–“). Naald eerst met de knop “Naaldstop omhoog/omlaag“ helemaal omhoog zetten (niet met het handwiel, omdat anders de ideale inrijgpositie wordt versteld) en de persvoet met de persvoethevel omhoog zetten om de draadspanning los te maken. Zet vervolgens de machine om veiligheidsredenen tij-dens het inrijgen weer uit met de schakelaar (stand “O“). ➊Garenpen omhoog zetten. Plaats de garenklos zo op de garenpen dat de draad naar voren afwikkelt. Plaats de garenschotel op de pen. ➊Trek de draad van de garenklos door de bovendraad-geleiding. Threading the upper threadNOTE: Threading the upper thread is very easy.

45LET OP: Schakel de computergestuurde naai-machine uit (hoofdschakelaar op “O” zetten). BELANGRIJK: De naald is eerder met de knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ omhoog gezet. Zet de persvoet op de naaldplaat. Automatisch inrijgen➊ Laat de hendel van de inrijger langzaam zakken en steek de draad door de haakvormige draadgeleiding zoals afgebeeld, trek de draad vervolgens naar rechts. ➊ De inrijger draait automatisch naar de inrijgstand en het haakje gaat door het oog van de naald. ➊ Draad voor de naald halen. ➊ Houd de draad vast en laat de hendel langzaam los. Het haakje draait, trekt de draad door het oog van de naald en vormt daarbij een lusje. Trek de draad door het oog. OPMERKINGEN:De inrijger werkt niet:– met kromme of defecte naalden (zie pagina 65)– als de naald niet in de hoogste stand staat, dan past het haakje niet in het oog van de naald.

Sortir le fil inférieur Drawing up the lower thread Het ophalen van de onderdraad Het ophalen van de onderdraad➊ Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar u toe (linksom), de naald gaat omhoog en omlaag.

➊ Trek voorzichtig aan de bovendraad en trek de onder-draad door het stikgat in de naaiplaat mee omhoog. De onderdraad komt tevoorschijn als een lus. ➊ Trek de beide draaduiteinden naar achteren onder de persvoet. ➊ Inrijgcontrole voor de onderdraad– Bij een goed ingeregen onderdraad wordt de draad licht schuin over het spoeltje geleid (1. ). Zeer belangrijk: Als de draad niet zichtbaar is, dan ontstaan grote storingen tijdens het naaien (draadspanning verkeerd, draadknopen aan de on-derkant etc. ). De spoel en de onderdraad moeten dan opnieuw worden ingeregen (zie pagina 35).

49Draad afsnijden➊ Persvoet omhoog zetten. Stof verwijderen en de draad naar links langs de naaldstang trekken en met de draadsnijder afsnijden. De draadeinden worden afgesneden om de juiste lengte voor de volgende naad. 2-traps persvoetstand➊ Met de persvoethevel wordt de persvoet omhoog en omlaag gezet. ➊ Bij het naaien van dikke lagen kan de persvoet een standje hoger worden gezet zodat de stof beter geplaatst kan worden. Persvoetdruk instellen➊ De persvoetdruk van de machine is vooringesteld en hoeft niet te worden ingesteld op bepaalde stoffen. (Lichte of zware stoffen). Als u de persvoetdruk wilt veranderen, draait u de stelschroef met een muntstuk. Om zeer dikke stof te naaien, vermindert u de druk door de schroef linksom te draaien, voor dunne stof-fen draait u de schroef rechtsom. Cutting the thread➊ Raise the presser foot.

51Beginnen met naaienStart/Stop-knop➊ Met de Start/Stop-knop kunt u zonder voetpedaal naaien. Druk de knop in en de computergestuurde naaimachine begint te naaien. Druk nogmaals op de knop en de machine stopt. De naaimachine naait aan het begin langzaam. ➊ Met de snelheidsregeling kan de naaisnelheid worden ingesteld. Om de snelheid te verhogen, schuift u de regeling naar rechts en om te vertragen naar links. Voetpedaal➊ Sluit het voetpedaal aan terwijl de naaimachine is uitgeschakeld. Steek de stekker in de aansluiting op de naaimachine. ➊ Zet de naaimachine aan en druk langzaam het voet-pedaal in, de machine begint met naaien. Haal uw voet van pedaal en de naaimachine stopt. AANWIJZING: Met de snelheidsregeling kan de naaisnel-heid ook tijdens de bediening met het voetpedaal worden ingesteld.

53Draadspanning– Basisinstelling van de draadspanning: 4– Draai om de draadspanning te verhogen het wiel naar een hoger getal. – Draai om de draadspanning te verlagen het wiel naar een lager getal. Het is belangrijk om bij hetnaaien met de juiste draadspanning te werken. – De spanning moet worden aangepast afhankelijk van het soort steek, het garen en de stof. – 90% van alle naaiwerkzaamheden kan worden uitgevoerd met een spanning tussen 3 en 5 (4 is de standaardinstelling). – Bij alle decoratieve naaiwerkzaamheden wordt de steek mooier en plooit de stof minder als de boven-draad iets naar de linker stofkant wordt getrokken. ➊ Normale draadspanning voor stikken. ➊ Te weinig draadspanning voor stikken. Wiel op een hoger cijfer instellen. ➊ Te veel draadspanning voor stikken. Wiel op een lager cijfer instellen. ➊ Normale draadspanning voor zigzag- en siersteken.

60PersvoettabelUniversele persvoet (T)Algemeen naaien, patchwork, siersteken, smockwerk, fagot-steek etc.Overlockvoet (E)Randen omzomenRitssluitingvoet (I)Ritssluiting innaaienBlindzoomvoet (F)BlindzomenKnoopsgatvoet (D)Knoopsgaten, stoppenRolzoomvoet (K) (optioneel)Smalle zomenKoordvoet (M) (optioneel)Koord opnaaienCordonvoet (A)SatijnsteekvariantSommige steken kunnen ook met een tweelingnaald worden genaaid en bieden zo nog meer ontwerpmogelijkheden. Zie ook het hoofdstuk „Naaien met de tweelingnaald“

Gebruik polyester garen voor synthetische en gemengde materialen. Gebruik katoenen garen voor natuurlijke stoffen. Gebruik voor de boven- en de onderdraad in principe hetzelf-de garen.

14 (90) Middelzware stoffen: Katoenen zeildoek, wol, dikkere gebreide stoffen, badstof, jeans. 16 (100) Zware stoffen: canvas, wollen stoffen, tentdoek en quilts, jeans, meubelstoffen (licht tot middelzwaar). 18 (110) Dikke wol, jasstoffen, meubel-stoffen, leer en vinyl. Sterk garen, tapijtdraad. OPMERKINGEN:– Als basisprincipe geldt: dun garen en naalden voor fijne stoffen en dikker garen en naalden voor stevigere en zwaardere stoffen. – Test het garen en de naald altijd op een klein lapje van de stof die wordt gebruikt. – Gebruik hetzelfde garen voor de boven- en onderdraad.

65 Naaldwissel / transporteur Naald wisselen LET OP: Hoofdschakelaar uitzetten (op “O” zetten). Regelmatig de naald vervangen, zeker als de naald veel is gebruikt en problemen veroorzaakt. Plaats de naald zoals weergegeven in de volgende afbeeldingen. A Schroef op de naaldstang losdraaien. B De platte kant van de naald naar achteren richten en de naald van onderen tot aan de aanslag inschuiven. Draai na het plaatsen van de nieuwe naald de schroef van de naaldstang weer vast. Gebruik alleen de juiste naalden. Er kunnen problemen optreden bij het gebruik van:1 Kromme naalden2 Stompe naalden3 Beschadigde puntenTransporteur omhoog en omlaag zetten Schakelaar op ▲▲ (b) zetten en de transporteur daalt, bijvoorbeeld om knopen aan te naaien. Hendel weer op ▲▲ (a) zetten en de transporteur is weer omhoog gezet en klaar om normaal te naaien.

Handwiel eenmaal helemaal omdraaien om de trans-porteur omhoog te zetten. De transporteur wordt niet omhoog gezet als het handwiel niet wordt verdraaid, ook als de hendel op ▲▲ (a) wordt gezet. Changement d’aiguille / transporteurChangement d’aiguille ATTENTION : Eteignez tout d’abord l’interrup-teur (en le plaçant sur « O »). Changez régulièrement l’aiguille, surtout si elle est usée et cause des problèmes. Installez l’aiguille comme indiqué sur les illustrations suivantes. A Dévissez la vis de fixation située sur la tige de l’aiguille. B Placez la partie plate de l’aiguille vers l’arrière et enfilez l’aiguille de bas en haut jusqu’à la butée. Resserrez la vis de fixation située sur la tige de l’aiguille après avoir mis en place la nouvelle aiguille. N’utilisez que des aiguilles irréprochables.

Steekbalans instellenAls siersteken, letters, cijfers of het handmatige knoopsgat ongelijk worden genaaid op bepaalde materialen, kunt u dit met de steekbalans-instelling corrigeren. Draai met een muntstuk of een schroevendraaier de stelschroef voorzichtig in de richting van de “+” of de “−”. ➊De stelschroef voor de steekbalans wordt zicht-baar als u accessoirebox verwijdert. De schroef staat normaal gesproken horizontaal. ➋Verschoven elastische steken instellenA Als de steken in elkaar zijn geschoven, draait u de schroef in de richting “−”. B Correcte instelling. C Als de steken uitelkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting “+”. ➌Verschoven letters of cijfers instellenA Als de letters of cijfers elkaar overlappen, draait u de schroef in de richting “–”. B Correcte instelling. C Als de steken uit elkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting “+”.

➍Steekdichtheid voor het knoopsgat instellenA Als het knoopsgat te strak is genaaid, draait u de schroef in de richting “+”. B Correcte instelling. C Is het knoopsgat niet strak genoeg genaaid, dan draait u de schroef in de richting “−”.

De belangrijkste functies in één oogopslagA Naaldstop omlaag/omhoogB Automatisch afhechtenC Achterwaartsknop D Knop draadsnijder E Start/Stop-knop F Snelheidsregeling Start/Stop-knopDe naaimachine begint te naaien als de START/STOP-knop wordt ingedrukt en stopt wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt. Bij het stoppen wordt de naald automatisch in de bovenste positie geplaatst als de functie „Naaldstop omhoog/omlaag“ is inge-steld. De naaimachine naait aan het begin langzaam, daar-na steeds sneller tot de ingestelde naaisnelheid is bereikt. De naaisnelheid kan worden aangepast met de snelheidsregeling. Knop voor de draadsnijderDruk na het naaien op de knop om de draad af te snijden. ➊➊➊➊➊➊.

Met het voetpedaal:Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt de achterwaartsknop in dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u de knop loslaat. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit.

Tip: Als u de knop indrukt voordat u begint te naaien, naait de machine permanent achteruit, totdat u de knop weer indrukt. Als u de directkeuzesteken 6–7 of de steekpatronen 06–14 en 27–99 met de nummerkeuze kiest en u drukt tijdens het naaien de achterwaartsknop in, dan worden enkele afhechtsteken langzaam genaaid en stopt de naaimachine automatisch (start het appa-raat met de Start/Stop-knop). ➊➊➊➊.

De belangrijkste functies in één oogopslagKnop voor automatisch afhechten “Auto-Lock”Voor de directkeuzesteek 1–4 en de steekpatronen 00–04 met de nummerkeuze kunt u automatisch afhechten instellen. Als u kort op de Auto-Lock-knop drukt, naait de machine direct automatisch 3 afhechtsteken en stopt daarna automatisch. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool tot de machine stopt. Voor de directkeuzesteken 5–7 en steekpatronen 05–14 en 27–99: Als u de Auto-Lock-knop tijdens het naaien indrukt, naait de machine 3 afhechtsteken aan het einde van de ingestelde steek en stopt dan automatisch. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool tot de machine stopt. De functie wordt gewist als u nogmaals op de knop drukt of een andere steek kiest. ➋➋➋.

De belangrijkste functies in één oogopslagKnop voor Naaldstop omhoog/omlaagMet de knop “Naaldstop omhoog/omlaag” kunt u bepalen of de naald stopt in de hoogste stand of in de stof, als u stopt met naaien. Let op: De knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ moet altijd worden ingedrukt voordat u gaat naaien. Als u op de knop drukt tijdens het naaien, stopt de machi-ne. Tip: Wij adviseren om de knop “Naaldstop omhoog/omlaag” altijd in de stand “omlaag” te zetten. Dan steekt de naald aan het eind van het naaien in de stof en kan de stof niet verschuiven. Als u vervolgens op de knop voor de “Draadsnijder” drukt, wordt de draad afgeknopt en gaat de naald automatisch naar de bovenste positie. Druk op de knop tot de pijl op het LCD-scherm op omhoog staat en stopt de naald in de hoogste stand. Druk op de knop tot de pijl omlaag staat en de naald stopt in de laagste stand. ➌➌➌.

De belangrijkste functies in één oogopslagA Steeklengte instellenB Steekbreedte instellenC Spiegelen D Moduskeuzeknop Knop voor het instellen van de steekbreedte (B)Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevo-len steekbreedte automatisch ingesteld en weerge-geven op het LCD-scherm met getallen. De steekbreedte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steekbreedteknoppen. Bepaalde steken hebben een beperkte steekbreedte. Druk op de knop “−” om de steekbreedte smaller te maken. Druk op de knop “+” om de steekbreedte breder te maken. De steekbreedte kan worden ingesteld van “0. 0–7. 0”. Sommige steken hebben beperkt breedtes. Als de patronen zijn 1–4 of 01–04 zijn gekozen, kan de naaldpositie worden aangepast met de steek-breedteknoppen. De naald moet zich daarvoor echter in de hoogste stand bevinden (knop “Naaldstop omhoog/omlaag” op “omhoog” zetten).

„Direct“ mode for selecting one of the 10 standard stitchesNumber selection mode for selecting 99 patterns and decorative stitchesNumber selection mode for selecting block lettersDe belangrijkste functies in één oogopslagKnop voor het instellen van de steeklengte (A)Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steeklengte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen. De steeklengte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steeklengteknoppen. Druk op de knop “−” om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. De steeklengte kan worden ingesteld van “0. 0–4. 5”. Sommige steken hebben beperkt lengtes. Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze of steek-keuze via de invoer van nummers (D)Bij het aanzetten van de machine, verschijnt de direc-tmodus op het LCD-scherm.

In de directmodus kunt u de 10 standaardsteken selecteren door op de bijbehorende knop te drukken. Naast de knoppen wordt het steekpatroon weerge-geven. Om eenvan de 99 steken en patronen te kiezen, drukt u op de toets zodat u in de nummerkeuzemodus komt. Op het LCD-display brandt. Druk in de modus weer op de toets en u bent weer in de modus blokletterkeuze. Op het LCD-dis-play brandt.

Het LCD-scherm toont de spiegelfunctie en de machine naait het gespiegelde patroon totdat de machine weer wordt gestopt en de spiegeltoets opnieuw wordt inge-drukt om de functie spiegelen te stoppen. Zodra de spiegelfunctie niet meer op het LCD-scherm verschijnt, zal de machine de normale steek naaien.

83W➊ GeheugentoetsDruk op om in de geheugenmodus (Memory) te komen en de combinatie van letters en decoratieve steken op te slaan. Druk nogmaals op de toets om de geheugenmodus weer te verlaten en terug te keren naar de modus “Direct”. Let op: Het directkeuzepatoon en de steekpatronen 15–26 kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen. ➋PijltjestoetsenGebruik de pijltjestoetsen of om het patroon te wisselen en te bevestigen dat u het wilt opslaan in het geheugen. ➌WistoetsDruk op de toets C als een verkeerde letter is gese-lecteerd. Bij elke druk op deze toets wordt één letter gewist. U kunt ook een patroon wissen bij het naaien van een combinatie van patronen en letters. ➊ Touche mémoireAppuyez sur la touche pour aller dans le mode mé-moire (memory) et sauvegarder les combinaisons de lettres ou les points décoratifs.

85Les touches de sélection Selection buttons KeuzetoetsenDirecte patroonkeuze en cijfertoetsenDirecte patroonkeuzeDruk op de toetsen om de verschillende standaardsteek-patronen te kiezen die naast de nummertoets worden weergegeven als de modus is ingesteld op “Direct”. CijfertoetsenDruk op de cijfertoetsen om het gewenste patroon te kiezen. Naast de modus Direct kunnen de andere patronen wor-den geselecteerd door op de gewenste cijfers te drukken, u moet dan door te drukken op de -toets weer in de modus voor decoratieve steken en patronen of in de modus voor blokletters komen.

Achterwaarts naaienAchterwaarts naaien wordt gebruikt om aan het begin en einde af te hechten. Druk op de achterwaartsknop en naai 4 tot 5 steken. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit. Naaien met de vrije armNaaien met de vrije arm is handig voor broekzomen en mouwen. U kunt de aanschuiftafel eenvoudig naar links wegtrekken, het naaivlak wordt smaller. ➊➊➊➋➋➋➌➌➌.

Naaien van dikke stoffenDe zwarte knop aan de rechterkant voor de univer-sele voet blokkeert de persvoet horizontaal als de knop voor het laten zakken van de persvoet wordt ingedrukt. Zo ontstaat een gelijkmatiger transport bij het begin van een naad en bij het naaien van meerdere lagen stof (naden, jeanszomen etc. ). Bij het bereiken van een dik punt, de naald laten zakken en de persvoet omhoog zetten. Punt van de persvoet horizontaal zetten en de zwarte knop indrukken, vervolgens de persvoet weer laten zakken en verder naaien. De zwarte knop gaat na een paar steken weer auto-matisch uit. Er kan ook een ander dik stuk stof achter de naad worden gelegd. Of de persvoet ondersteunen en met de hand in de richting van de vouw transporteren. C Karton of dikke stof➊➊➊➋➋➋.

Door op “−” van de steekbreedteknoppen te druk-ken gaat de naald naar links door op “+” te drukken gaat de naald naar rechts. Op het display wordt de bijbehorende naaldpositie aangegeven met een punt en nummer. Steeklengte wijzigen Druk op de knop “−” om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. In principe geldt, hoe dikker de stof, draad en naald, hoe langer de steek moet zijn. ➊➊➊➋➋➋.

De steekbreedte wordt door indrukken van de steekbreedteknop “–” smaller en door indrukken van de steekbreedte “+” breder (van “0.0–7.0”).Steeklengte instellen De steekdichtheid van zigzagsteken neemt toe als de steeklengte dichterbij “0.5” wordt ingesteld.Mooie zigzagsteken krijgt u met een steeklengte tussen “1.0–2.5”.Een heel dichte zigzag (dicht bij elkaar) wordt een cordonsteek genoemd.➊ ➊ ➊➋➋➋

It is good for joining durable fabric such as denims.These stitches can also be used as a decorative top stitch.A Stretch stichesB Straight stitchStraight stretch stitch is used to add triple reinforce-ment to stretch and hardwearing seams.StretchsteekVoor elastische en sterke naden die meerekken met de stof zonder kapot te gaan. Ideaal voor elastische stoffen en gebreide stoffen. Ook zeer geschikt voor sterke stiksels op zware stoffen zoals jeans.Deze steken kunnen ook heel goed gebruikt worden als decoratieve randafwerking.A Rechte stretchsteekB Rechte steekRechte stretchsteken worden ook gebruikt voor drie-voudige versterking van elastische en sterke naden.➊➊➊➋➋➋

Draai het handwiel met de hand naar voren zodat de naald helemaal naar links draait. De naald moet de stofvouw maar net raken. Pas de steekbreedte aan als de stofvouwniet wordt geraakt. ➌Geleiding (b) door draaien aan de knop (a) zo instellen, dat het tegen de stofvouw ligt. ➍Langzaam naaien en de stof zorgvuldig langs degeleiding laten lopen. ➎Stof omdraaien. A Achterkant van de stofB Overlocksteek.

Knopen aannaaien➊Kies steekpatroon 26 uit groep B (knoopaannaai-steek). Knoopaannaaivoet plaatsen. Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op ▲▲ zetten om de transporteur omlaag te zetten. ➋Leg de stof onder de persvoet. Knop op de gewenstepositie zetten en de persvoet omlaag zetten. ➌Steekbreedte op “2. 5–4. 5” instellen, overeenkomstig de afstand tussen de twee gaten in de knoop. ➍Handwiel met de hand draaien en controlerenof de naald precies in het linker- en rechterknoopsgat stikt. ➎Druk voor het naaien op de knop voor automatisch afhechten. Zo worden automatische afhechtsteken genaaid aan het begin en bij het einde. Om een steeltje op de knoop te krijgen, legt u voor het naaien een stopnaald op de knoop. ➏Bij knopen met 4 gaten eerst de bovenste twee naai-en en dan de procedure herhalen bij de andere twee gaten.

Knoopsgaten naaien15: Voor lichte tot normale stoffen16: Voor horizontale knoopsgaten in blouses en over-hemden gemaakt van lichte tot normale stof17: Voor lichte tot normale stoffen18: Voor horizontale knoopsgaten in dikke stoffen19: Voor jeans of broeken20: Voor grove jeans of stretchstof21: Voor stretchstofAANWIJZING: Naai voor het maken van een knoopsgat in de stof eerst een testknoopsgat in een restje van dezelfde stof. ➊Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof. De maximale knoopsgatlengte is 3 cm. (Totaal: Dia-meter + dikte van de knoop)➋Bevestig de knoopsgatvoet. Trek de knoophouder-plaat uit en plaats de knop. De grootte van het knoopsgat wordt bepaald door de geplaatste knoop in de knoophouder. Trek de draad door het gat in de opening achter langs de persvoet.

➍Trek de knoopsgathendel omlaag en let erop dat hijachter de houder op de knoopsgatvoet komt te staan(zie de afbeelding). ➎Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien. AANWIJZING: Leid de stof met de hand. Nadat het knoopsgat is genaaid en voordat de machine stopt, zal de machine automatisch een paar afhechtsteken naaien. Let op: Bij het selecteren van een knoopsgatpatroon ver-schijnt op het LCD-scherm het symbool om u eraan te herinneren de knoopsgathendel te laten zakken.

Use a pin as a stopper at the bar tack so you do not cut too much.Knoopsgaten naaien➏Knoopsgaten worden van voren naar achteren ge-naaid (in de knoopsgatvoet) zoals afgebeeld.➐Knoopsgat tussen het stiksel openhalen met het tornmesje zonder daarbij het stiksel mee open te trekken.Plaats aan beide kanten spelden als een stop.

A Beginpunt (naaibegin)➍Leid de bovendraad omlaag en door het gat naar de voorkant van de persvoet. Druk de knoopsgathendel omlaag. De knoopsgathendel bevindt zich achter de houder op de knoopsgatvoet. Houd de bovendraad licht met de hand vast en begin met naaien. ➎Er worden afhechtsteken genaaid. ➏De afbeelding is een voorbeeld van afhechtstreken aan de naadeinden van een opgezette zak.

Stel de breedte van het te stoppen vlak in met de steekbreedteknop-pen.Laat de naaivoet zakken in het midden van het kapot-te gedeelte of de scheur.➋Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achte-ren trekken en de gewenste lengte instellen.➍De lengte en breedte van het te stoppen vlak kan worden ingesteld maar bedraagt maximaal 2,6 cm in lengte en maximaal 7 mm in de breedte.a Lengte van het te stoppen vlakb Breedte van het te stoppen vlak

➑If the area to be sewn is large, you may sew several times across the area to achieve the desired result. Stoppen➎Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het te stop-pen vlak staat. Laat de persvoet zakken. AANWIJZING: Druk het voorste deel van de persvoet niet in bij het neerlaten van de persvoet, anders klopt de grootte van het te stoppen vlak niet meer. ➏Leid de bovendraad door de opening in de knoops-gatvoet. Trek de knoopsgathendel omlaag. Hij komt achter de houder op de persvoet te staan. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast met uw linker-hand en begin met naaien. Let op: Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppa-troon verschijnt op het display dit symbool om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken. ➐Stoprijen worden van voren van de persvoet naar achteren genaaid, zoals weergegeven.

➑Als het te stoppen vlak groot is, kan het ingestelde stopvlak meerdere malen genaaid worden (of schuin worden genaaid), om een beter naairesultaat te krij-gen.

➋Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de zoom steekt, laat vervolgens het persvoetje zakken. Naai een paar steken en zet vervolgens de persvoet omhoog. Steek de zoom in de spiraalvormige opening van het rolzoomvoetje. Beweeg de stof daarbij naar voren en naar achteren totdat de zoom oprolt.

Koord vanaf de rechter-kant in de middelste groef van de koordvoet leggen. Koord ongeveer 5 cm achter de persvoet trekken. De groeven onder de persvoet houden het koord op de juiste plaats terwijl ze opgenaaid worden. Kies een steek en stel de steekbreedte zo in dat de steken net over het koord reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u het koord langs het patroon voert. Drievoudig koord naaien➋Naaigaren naar links schuiven en drie koorden in de groeven onder de persvoet leggen. Ongeveer 5 cm van elk koord achter de persvoet trekken. Gewenste patroon kiezen en de steekbreedte zo instellen dat de steken net over de koorden reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u de koorden langs het patroon voert.

Experimenteer altijd eerst op stofrestjes totdat u tevreden bent met het resultaat.AANWIJZING: Bij het naaien op zeer lichte en dunne stoffen wordt geadviseerd om de achterkant van de stof te versterken met vlieseline.

Een kleinere draadspanning leidt tot minder rimpels en een grotere spanning zorgt voor meer rimpels. De steeklengteknop kan ook worden gebruikt om de rimpeldichtheid aan te passen. Hoe langer de steekin-stelling, hoe voller de rimpels.

➋Rimpelen en gelijktijdig aan een glad stuk stof vast-naaienDe rimpelvoet heeft aan de onderkant een inkeping (dubbele zool). Daarmee kan het onder doorlopende stofdeel gerim-peld worden en direct aan het in de inkeping door-lopende gladde deel worden genaaid (bijvoorbeeld tailleband). Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen. Leg de te rimpelen stof met de goede kant naar bo-ven onder de persvoet. Bovenste stoflaag (blijft ongerimpeld) met de goede kant omlaag onder de inkeping van de persvoet leggen. De twee lagen stof klaar leiden zoals afgebeeld. AANWIJZING: Om de gewenste rimpelsterkte te vinden, probeert u het uit over een lengte van 25 cm op de stof, op de boord of de elastiek. Zo kunnen instellingen naar wens gemakkelijker worden uitgevoerd. Probeer het altijd uit op dezelfde stof en in dezelfde draadrichting als daarna op het project.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Veritas Bessie stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden