Veritas Alina Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Veritas Alina (160 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Veritas Alina of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Veritas |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | Alina |
Handleiding Veritas Alina – volledige tekst
U hebt een kwaliteitsproduct gekocht dat met grote zorgvuldigheid is geproduceerd en dat u met het juiste onderhoud vele jaren goede dienst zal bewijzen.We vragen u om de handleiding voor de eerste ingebruikname goed door te lezen en vooral goed op de veiligheidsaanwijzingen te letten.Personen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, mogen het apparaat niet gebrui-ken.In de handleiding vindt u alle wetenswaardigheden over de gebruiksmogelijkheden van uw computergestuurde naaimachine. Indien u nog vragen hebt, kunt u zich wenden tot de verkoper.Wij wensen u veel plezier en succes met naaien!Vragen over de machine, het onderhoud en klantenserviceGratis servicenummer: 00800 333 00 777 [email protected] Adres klantenservice: Veritas Service Center c/o Teknihall GmbH Breitefeld 15 DE-64839 Münster GERMANY
10Belangrijke veiligheidsaanwijzingenBij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht te worden geno-men. Lees daarom voordat u deze computergestuurde naaima-chine gebruikt deze handleiding zorgvuldig door en bewaar hem voor toekomstig gebruik. GEVAAR – Ter bescherming tegen elektrische schokken:1. Laat de computergestuurde naaimachine nooit onbeheerd achter de machine op de elektriciteit is aangesloten. 2. Haal na gebruik en voordat de naaimachine wordt schoonge-maakt altijd de stekker uit het stopcontact. WAARSCHUWING – Om brandwonden, brand, elektrische schok-ken of letsel van personen te voorkomen:1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed voor kinderen. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met de computergestuurde naaimachine spe-len.
Bijzondere aandacht is nodig als de computergestuurde naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt. 2. De computergestuurde naaimachine mag alleen worden gebruikt voor het doel dat in deze handleiding wordt be-schreven. Gebruik alleen de accessoires die in deze handlei-ding worden beschreven en die worden aanbevolen door de fabrikant, anders kan het apparaat beschadigd raken. 3. Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit als een kabel of aansluiting beschadigd is, als de machine niet goed of zonder storingen werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of met water in contact is gekomen. Breng in de bovengenoemde gevallen de computergestuurde naaima-chine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het service-center om de naaimachine te laten controleren en te repare-ren of om elektrische en/of mechanische onderdelen te laten vervangen. 4.
Let in het bijzonder op in het gebied rond de naald. De bewegen-de delen, zoals de naald en de persvoethevel, vormen een risico voor handen en vingers. Het werkgebied moet daarom voortdurend in de gaten worden gehouden tijdens de wer-king van de machine. Instellingen aan de machine, zoals het vervangen van de naald, het inrijgen van de draad, spoeltje plaatsen of van persvoet wisselen mogen alleen gedaan worden als de machine is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“). 6. Koppel de computergestuurde naaimachine altijd los van de stroomtoevoer, d. w. z. haal de stekker uit het stopcontact, bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals be-schreven in de handleiding. Bijvoorbeeld als het deksel wordt verwijderd, het apparaat geolied of gereinigd wordt of als het lampje wordt vervangen. Haal ook de stekker uit het stop-contact als het apparaat wordt verplaatst of niet in werking is. 7.
Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op „O“ en trek de stekker uit het stopcontact. Trek altijd de stek-ker uit het stopcontact als u de machine zonder toezicht ach-terlaat om letsel door per ongeluk activeren te voorkomen. 8. Trek niet aan het netsnoer als u de stekker uit het stopcon-tact haalt. Trek altijd aan de stekker en niet aan het netsnoer. 9. Het netsnoer mag nooit over hoeken of randen hagen of worden vastgeklemd (risico op een elektrische schok. ). Leg.
11Belangrijke veiligheidsaanwijzingenhet netsnoer zodanig dat niemand erover kan struikelen. 10. Gebruik altijd de juiste naaldplaat die is meegeleverd met deze computergestuurde naaimachine. De verkeerde naald-plaat kan ervoor zorgen dat de naald breekt. 11. Gebruik geen kromme of gebroken naalden. 12. Gebruik het apparaat altijd op een droge, stabiele en vlakke ondergrond. Uit de buurt houden van hete oppervlakken of open vuur. 13. Trek tijdens het naaien niet aan de stof, anders kan de naald doorbuigen en breken. 14. Geen voorwerpen in de openingen van de computergestuur-de naaimachine steken of laten vallen. 15. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet buiten. 16. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet in ruimtes waar LPG-producten (bijvoorbeeld sprays) of zuurstof wor-den gebruikt. 17. Het geluidsniveau is bij normale werkomstandigheden 75 dB(A). 18.
Schakel de computergestuurde naaimachine uit of haal de stekker uit het stopcontact als de computergestuurde naai-machine niet goed werkt. 19. Zet nooit iets op het voetpedaal. 20. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en ken-nis, tenzij ze bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hun leert hoe het apparaat veilig kan worden gebruikt en ze de daaruit voortvloeiende risico‘s begrijpen. 21. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zor-gen dat ze niet met het apparaat spelen. 22. Gebruik de machine niet als deze vochtig is of in een vochtige omgeving staat. 23. Dompel het water nooit onder in water of andere vloeistof-fen (gevaar voor elektrische schokken. ). 24.
Sluit het apparaat alleen aan op 100–240 V wisselstroom. 25. Wij raden u aan het apparaat aan te sluiten op een elektrici-teitsgroep met een aardlekschakelaar. 26.
Uw computergestuurde naaimachine is uitgerust met een LED-lampje. Als het LED-lampje beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant of de klantenservice om gevaar te voorkomen. 27. De naaimachine mag alleen worden gebruikt met het voet-pedaal van het type C-9000. 28. Als de aansluitkabel, die verbonden is met het voetpedaal, beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant en de klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd per-soon om gevaar te voorkomen. 29. Bewaar deze handleiding op een geschikte plaats in de buurt van de machine. Geef de handleiding aan derden bij uitlenen of doorverkopen van het apparaat. BEWAAR DEZE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ZORGVULDIG. Deze computergestuurde naaimachine is bedoeld voor huishou-delijk gebruik.
15Boventransportvoet. 135Fagotsteek. 137Patchworksteek. 139Schulpsteek. 141 Gestikte schulpzoom. 141 Geborduurde schulprand. 141Spiegelen. 143Tweelingnaald. 145Gebruiksaanwijzing op het scherm. 147Onderhoud. 149 LCD-scherm reinigen. 149 Reinig het oppervlak van de naaimachine. 149 Grijper reinigen. 151Problemen oplossen. 155Verwijdering. 156 Knop voor het instellen van de steeklengte. 77 Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze. 77 Knop om te spiegelen. 79 Directe modus voor het kiezen van standaardsteken. 81 Nummerntoetsen voor de keuze van patronen en siersteken. 81Handige naaitips. 83 Hoeken naaien. 83 Achterwaarts naaien. 83 Naaien met de vrije arm. 83 Tafelverlenging bevestigen. 85 Naaien von dikke stoffen. 85Naaldpositie wijzigen. 87Steeklengte wijzigen. 87Zizagsteken. 89Stretchsteek. 91Overlockvoet. 93Universele persvoet. 93Blindzomen. 95Knopen aannaaien. 97Knopsgaten naaien.
19A. Functietoetsen (zie pagina 67)1 START/STOP-knop – Druk op de knop om te starten of te stoppen met naaien. 2 Knop voor draadsnijder – Druk na het naaien op de knop om de draad af te snijden. 3 Achterwaartsknop Zolang deze knop ingedrukt wordt, naait de naaimachine bij lage snelheid achteruit, ideaal om af te hechten. 4 Knop voor automatisch afhechten Als u deze knop ingedrukt houdt, wordt de afhechtsteek direct of na afloop van het huidige steekpatroon genaaid, daarna stopt de computergestuurde naaimachine automa-tisch. 5 Knop naaldstop omhoog/omlaag Door op deze knop te drukken, kunt u bepalen of de naald bij beëindiging van het naaiproces omlaag of omhoog moet stoppen. Het bijbehorende symbool brandt op het LCD-scherm. 6 Snelheidsregeling – Met deze hendel kunt u de naaisnel-heid instellen. B.
Functietoetsen (zie pagina 75)7 Steeklengteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram-meerde instelling van de steeklengte veranderen. 8 Steekbreedteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram-meerde instelling van de steekbreedte veranderen. 9 Moduskeuzeknop voor steekkeuze/patroonkeuze Door op deze knop te drukken, wisselt u van de direct-mo-dus ‚Direct‘, waarmee u een van de 10 standaardsteken direct met een druk op de knop kunt kiezen, of u wisselt in de nummer-modus ‚Patterns‘, waarmee u algemene en decoratieve steken en patronen kunt kiezen met de num-mertoetsen (90 verschillende). Zie pagina 23 „Steekoverzicht“ of het steekkeuzepaneel. 10 Toets voor de spiegelfunctie – Door op deze knop te druk-ken, kunt u patronen gespiegeld naaien. C.
Steekkeuzeknoppen (zie pagina 23)11 Met deze 10 knoppen kunt u direct één van de 10 stan-daardsteken kiezen (in de modus ‚Direct‘) of een nummer (in de modus ‚Patronen‘) invoeren op een van de 90 decoratie-ve steken en patronen te selecteren. A. Operation buttons (see page 67)1 START/STOP button Press this button to start or stop the machine.
27Avant la mise en service Before first use Voor het eerste gebruikVoor het eerste gebruikHoud u er rekening mee dat oneigenlijk gebruik van elektriciteit dodelijk kan zijn. Lees daarom de veiligheids-voorschriften op pagina 10 en de volgende veiligheids-maatregelen:• Let erop dat kinderen niet met de naaimachine kunnen spelen. • De bewegende naald is gevaarlijk, niet aanraken. • Wijzigingen in het bereik van de beweging van de naald, naaivoet of de naaldplaat mogen alleen met de machine uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“) worden uitgevoerd. • Het verwijderen en opnieuw plaatsen van de spoel mag alleen als het apparaat is uitgeschakeld (hoofd-schakelaar op „O“ zetten). • Vooral de juiste plaatsing van de spoeltjes en de onderdraad alsmede het inrijgen van de bovendraad zijn belangrijk om probleemloos te kunnen naaien. Ga zorgvuldig te werken en voer stap voor stap uit zoals beschreven.
29LET OP: Zorg er altijd voor dat de computerge-stuurde naaimachine is losgekoppeld van de elektriciteit en de hoofdschakelaar op “O” (UIT) staat als de machine niet wordt gebruikt. Dit geldt ook voor het plaatsen of verwijderen van delen (bijv. naald verwisselen). Sluit de naaimachine aan op het stroomnetZorg er voordat u de naaimachine op het stroomnet aan-sluit voor dat de spanning (Volt) en de frequentie van het apparaat overeenkomen met de spanning en frequentie van het elektriciteitsnet. 1. Zet de computergestuurde naaimachine op een stabiele tafel. 2. Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting. 3. Steek de aansluiting (2 ingangen) van de netstroom-kabel in de aansluiting op de naaimachine. 4. Steek de netstroomkabel in het stopcontact. 5. Hoofdschakelaar op “–” (AAN) zetten. 6. Het naailampje gaat branden zodra de naaimachine wordt ingeschakeld.
31LET OP: Zet de hoofdschakelaar altijd uit (op “O” zetten) voordat het persvoetje wordt geplaatst of verwisseld. Het juiste persvoetje plaatsen / persvoetje verwisselenPersvoethouder plaatsen1. Naaldstang (a) door omhoog zetten van de persvoet-hevel omhoog zetten;2. persvoethouder (b) zoals afgebeeld plaatsen. Persvoet plaatsen1. laat de persvoethouder (b) zakken tot de uitsparing (c) direct boven de pen van de persvoet ligt. 2. Druk de bevestigingshevel (d) omhoog. 3. De persvoethouder (b) gaat omlaag en het persvoetje (f) wordt automatisch vergrendeld. Persvoet verwijderen1. Persvoet omhoog zetten. Bevestigingshendel (e) omhoog drukken en de persvoet komt los. Randgeleider plaatsen1. Randgeleider (g) zoals afgebeeeld door de opening schuiven. Instellen op de gewenste breedte van de zoom, de plooi etc.
33SpoelenGarenklos en garenschotel op de garenpen plaatsen. Bij grotere garenklossen wordt de schotel met de brede kant tegen de klos gezet, bij kleinere klosjes gebruikt u de smalle kant of een kleinere ga-renschotel. Als het garenklosje een draadsleuf heeft, dan wordt het klosje geplaatst met de draadsleuf rechts zodat de draad tijdens het afwikkelen niet vast kan komen te zitten. Draad in de draadgeleiding plaatsen. Leid de draad linksom in de onderdraadgeleiding, vervolgens de draad naar rechts leiden. Draad zoals afgebeeld door een gat in het spoeltje steken en het lege spoeltje op de spoelwinderas plaatsen. Spoelwinderasje naar rechts tegen de begrenzing drukken. Winding the bobbinPlace the thread and spool holder onto the spool pin. For larger spools of thread, place the large side of the spool holder toward the spool.
35SpoelenZodra het spoeltje naar rechts in de „spoelpositie“ wordt gedrukt, verschijnt op het LCD-scherm het bijbehorende symbool. Zodra het spoeltje weer naar links in de „naaipositie“ wordt gedrukt, verdwijnt het spoelsymbool weer van het LCD-scherm. Houd het uiteinde van de draad met de hand vast. Druk op de knop Start/Stop of druk op het voetpe-daal. ¡Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de draad zo dicht mogelijk bij de opening af. Spoel verder tot het spoeltje vol is. Het spoelen stopt automatisch als het spoeltje vol is. Start/Stop- knop indrukken om te stoppen of haal uw voet van het voetpedaal en zet het spoelwinderasje weer naar links. ¢Knip de draad af en haal het volle spoeltje van de as.
37Spoeltje plaatsenOm het spoeltje te kunnen plaatsen of verwijderen, moet de naald helemaal naar boven staan. Zet daarom de naald met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ in de hoogste stand. Persvoetje omhoog zetten. Schakel vervolgens het apparaat uit. LET OP: Zet de computergestuurde naaima-chine voor het plaatsen of verwijderen van het spoeltje uit (hoofdschakelaar op “O” zetten). Ontgrendeling in de richting van de pijl schuiven en het transparante dekseltje op het spoelhuis verwijde-ren. Plaats het spoeltje zo in het spoelhuis dat het spoel-tje linksom draait (richting van de pijl). Trek de draad door de gleuf (A). Houd het spoeltje met één hand licht vast en leid de draad met uw andere hand langs de pijltjes van (A) naar (B). Trek vervolgens de draad langs de pijltjes van (B) naar (C).
39Bovendraad inrijgenAANWIJZING: Het inrijgen van de bovendraad is heel eenvoudig. Toch is het zeer belangrijk om de draad zorgvuldig in te rijgen omdat anders problemen kunnen ontstaan bij het naaien. Machine inschakelen met de netschakelaar (stand “–“). Naald eerst met de knop “Naaldstop omhoog/omlaag“ helemaal omhoog zetten (niet met het handwiel, omdat anders de ideale inrijgpositie wordt versteld) en de persvoet met de persvoethevel omhoog zetten om de draadspanning los te maken. Zet vervolgens de machine om veiligheidsredenen tij-dens het inrijgen weer uit met de schakelaar (stand “O“). Garenpen omhoog zetten. Plaats de garenklos zo op de garenpen dat de draad naar voren afwikkelt. Plaats de garenschotel op de pen. Trek de draad van de garenklos door de bovendraad-geleiding. Threading the upper threadNOTE: Threading the upper thread is very easy.
43LET OP: Schakel de computergestuurde naai-machine uit (hoofdschakelaar op “O” zetten). BELANGRIJK: De naald is eerder met de knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ omhoog gezet. Zet de persvoet op de naaldplaat. Automatisch inrijgen Laat de hendel van de inrijger langzaam zakken en steek de draad door de haakvormige draadgeleiding zoals afgebeeld, trek de draad vervolgens naar rechts. De inrijger draait automatisch naar de inrijgstand en het haakje gaat door het oog van de naald. Draad voor de naald halen. Houd de draad vast en laat de hendel langzaam los. Het haakje draait, trekt de draad door het oog van de naald en vormt daarbij een lusje. Trek de draad door het oog. OPMERKINGEN:De inrijger werkt niet:– met kromme of defecte naalden (zie pagina 63)– als de naald niet in de hoogste stand staat, dan past het haakje niet in het oog van de naald.
Sortir le fil inférieur Drawing up the lower thread Het ophalen van de onderdraad Het ophalen van de onderdraad Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar u toe (linksom), de naald gaat omhoog en omlaag.
Trek voorzichtig aan de bovendraad en trek de onder-draad door het stikgat in de naaiplaat mee omhoog. De onderdraad komt tevoorschijn als een lus. Trek de beide draaduiteinden naar achteren onder de persvoet. Inrijgcontrole voor de onderdraad– Bij een goed ingeregen onderdraad wordt de draad licht schuin over het spoeltje geleid (1. ). Zeer belangrijk: Als de draad niet zichtbaar is, dan ontstaan grote storingen tijdens het naaien (draadspanning verkeerd, draadknopen aan de on-derkant etc. ). De spoel en de onderdraad moeten dan opnieuw worden ingeregen (zie pagina 37).
47Draad afsnijden Persvoet omhoog zetten. Stof verwijderen en de draad naar links langs de naaldstang trekken en met de draadsnijder afsnijden. De draadeinden worden afgesneden om de juiste lengte voor de volgende naad. 2-traps persvoetstand Met de persvoethevel wordt de persvoet omhoog en omlaag gezet. Bij het naaien van dikke lagen kan de persvoet een standje hoger worden gezet zodat de stof beter geplaatst kan worden. Persvoetdruk instellen De persvoetdruk van de machine is vooringesteld en hoeft niet te worden ingesteld op bepaalde stoffen. (Lichte of zware stoffen). Als u de persvoetdruk wilt veranderen, draait u de stelschroef met een muntstuk. Om zeer dikke stof te naaien, vermindert u de druk door de schroef linksom te draaien, voor dunne stof-fen draait u de schroef rechtsom. Cutting the thread Raise the presser foot.
49Beginnen met naaienStart/Stop-knop Met de Start/Stop-knop kunt u zonder voetpedaal naaien. Druk de knop in en de computergestuurde naaimachine begint te naaien. Druk nogmaals op de knop en de machine stopt. De naaimachine naait aan het begin langzaam. Met de snelheidsregeling kan de naaisnelheid worden ingesteld. Om de snelheid te verhogen, schuift u de regeling naar rechts en om te vertragen naar links. Voetpedaal Sluit het voetpedaal aan terwijl de naaimachine is uitgeschakeld. Steek de stekker in de aansluiting op de naaimachine. Zet de naaimachine aan en druk langzaam het voet-pedaal in, de machine begint met naaien. Haal uw voet van pedaal en de naaimachine stopt. AANWIJZING: Met de snelheidsregeling kan de naaisnel-heid ook tijdens de bediening met het voetpedaal worden ingesteld.
51Draadspanning– Basisinstelling van de draadspanning: 4– Draai om de draadspanning te verhogen het wiel naar een hoger getal. – Draai om de draadspanning te verlagen het wiel naar een lager getal. Het is belangrijk om bij het naaien met de juiste draadspanning te werken. – De spanning moet worden aangepast afhankelijk van het soort steek, het garen en de stof. – 90% van alle naaiwerkzaamheden kan worden uitgevoerd met een spanning tussen 3 en 5 (4 is de standaardinstelling). – Bij alle decoratieve naaiwerkzaamheden wordt de steek mooier en plooit de stof minder als de boven-draad iets naar de linker stofkant wordt getrokken. Normale draadspanning voor stikken. Te weinig draadspanning voor stikken. Wiel op een hoger cijfer instellen. Te veel draadspanning voor stikken. Wiel op een lager cijfer instellen. Normale draadspanning voor zigzag- en siersteken.
58PersvoettabelUniversele persvoet (T)Algemeen naaien, patchwork, siersteken, smockwerk, fagot-steek etc.Overlockvoet (E)Randen omzomenRitssluitingvoet (I)Ritssluiting innaaienBlindzoomvoet (F)BlindzomenKnoopsgatvoet (D)Knoopsgaten, stoppenRolzoomvoet (K) (optioneel)Smalle zomenKoordvoet (M) (optioneel)Koord opnaaienCordonvoet (A)SatijnsteekvariantSommige steken kunnen ook met een tweelingnaald worden genaaid en bieden zo nog meer ontwerpmogelijkheden. Zie ook het hoofdstuk „Naaien met de tweelingnaald“
Gebruik polyester garen voor synthetische en gemengde materialen. Gebruik katoenen garen voor natuurlijke stoffen. Gebruik voor de boven- en de onderdraad in principe hetzelf-de garen.
14 (90) Middelzware stoffen: Katoenen zeildoek, wol, dikkere gebreide stoffen, badstof, jeans. 16 (100) Zware stoffen: canvas, wollen stoffen, tentdoek en quilts, jeans, meubelstoffen (licht tot middelzwaar). 18 (110) Dikke wol, jasstoffen, meubel-stoffen, leer en vinyl. Sterk garen, tapijtdraad. OPMERKINGEN:– Als basisprincipe geldt: dun garen en naalden voor fijne stoffen en dikker garen en naalden voor stevigere en zwaardere stoffen. – Test het garen en de naald altijd op een klein lapje van de stof die wordt gebruikt. – Gebruik hetzelfde garen voor de boven- en onderdraad.
63 Naaldwissel / transporteur Naald wisselen LET OP: Hoofdschakelaar uitzetten (op “O” zetten). Regelmatig de naald vervangen, zeker als de naald veel is gebruikt en problemen veroorzaakt. Plaats de naald zoals weergegeven in de volgende afbeeldingen. A Schroef op de naaldstang losdraaien. B De platte kant van de naald naar achteren richten en de naald van onderen tot aan de aanslag inschuiven. Draai na het plaatsen van de nieuwe naald de schroef van de naaldstang weer vast. Gebruik alleen de juiste naalden. Er kunnen problemen optreden bij het gebruik van:1 Kromme naalden2 Stompe naalden3 Beschadigde puntenTransporteur omhoog en omlaag zetten Schakelaar op VV (b) zetten en de transporteur daalt, bijvoorbeeld om knopen aan te naaien. Hendel weer op VV (a) zetten en de transporteur is weer omhoog gezet en klaar om normaal te naaien.
Handwiel eenmaal helemaal omdraaien om de trans-porteur omhoog te zetten. De transporteur wordt niet omhoog gezet als het handwiel niet wordt verdraaid, ook als de hendel op VV (a) wordt gezet. Changement d’aiguille / transporteurChangement d’aiguille ATTENTION : Eteignez tout d’abord l’interrup-teur (en le plaçant sur « O »). Changez régulièrement l’aiguille, surtout si elle est usée et cause des problèmes. Installez l’aiguille comme indiqué sur les illustrations suivantes. A Dévissez la vis de fixation située sur la tige de l’aiguille. B Placez la partie plate de l’aiguille vers l’arrière et enfilez l’aiguille de bas en haut jusqu’à la butée. Resserrez la vis de fixation située sur la tige de l’aiguille après avoir mis en place la nouvelle aiguille. N’utilisez que des aiguilles irréprochables.
C Als de steken uitelkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting “+”. Steekdichtheid voor het knoopsgat instellenA Als het knoopsgat te strak is genaaid, draait u de schroef in de richting “+”. B Correcte instelling. C Is het knoopsgat niet strak genoeg genaaid, dan draait u de schroef in de richting “Ƅ”. AANWIJZING: Test de gewenste steek altijd op een lapje stof van het huidige project. .
De belangrijkste functies in één oogopslagA Naaldstop omlaag/omhoogB Automatisch afhechtenC Achterwaartsknop D Knop draadsnijder E Start/Stop-knop F Snelheidsregeling Start/Stop-knopDe naaimachine begint te naaien als de START/STOP-knop wordt ingedrukt en stopt wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt. Bij het stoppen wordt de naald automatisch in de bovenste positie geplaatst als de functie „Naaldstop omhoog/omlaag“ is inge-steld. De naaimachine naait aan het begin langzaam, daar-na steeds sneller tot de ingestelde naaisnelheid is bereikt. De naaisnelheid kan worden aangepast met de snelheidsregeling. Knop voor de draadsnijderDruk na het naaien op de knop om de draad af te snijden. .
Met het voetpedaal:Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt de achterwaartsknop in dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u de knop loslaat. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit.
Tip: Als u de knop indrukt voordat u begint te naaien, naait de machine permanent achteruit, totdat u de knop weer indrukt. Als u de directkeuzesteken 6–7 of de steekpa-tronen 07–15 en 28–90 van groep B kiest en u drukt tijdens het naaien de achterwaartsknop in, dan worden enkele afhechtsteken langzaam genaaid en stopt de naaimachine automatisch (start het appa-raat met de Start/Stop-knop). .
De belangrijkste functies in één oogopslagKnop voor automatisch afhechten “Auto-Lock”Voor de directkeuzesteek 1–4 en de steekpatronen 01–05 uit de groep B met de nummerkeuze kunt u automatisch afhechten instellen. Als u kort op de Auto-Lock-knop drukt, naait de machine direct automatisch 3 afhechtsteken en stopt daarna automatisch. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool tot de machine stopt. Voor de directkeuzesteken 5–7 en steekpatronen 06–15 en 28–90: Als u de Auto-Lock-knop tijdens het naaien indrukt, naait de machine 3 afhechtsteken aan het einde van de ingestelde steek en stopt dan automatisch. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool tot de machine stopt. De functie wordt gewist als u nogmaals op de knop drukt of een andere steek kiest. .
De belangrijkste functies in één oogopslagKnop voor Naaldstop omhoog/omlaagMet de knop “Naaldstop omhoog/omlaag” kunt u bepalen of de naald stopt in de hoogste stand of in de stof, als u stopt met naaien. Let op: De knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ moet altijd worden ingedrukt voordat u gaat naaien. Als u op de knop drukt tijdens het naaien, stopt de machi-ne. Tip: Wij adviseren om de knop “Naaldstop omhoog/omlaag” altijd in de stand “omlaag” te zetten. Dan steekt de naald aan het eind van het naaien in de stof en kan de stof niet verschuiven. Als u vervolgens op de knop voor de “Draadsnijder” drukt, wordt de draad afgeknopt en gaat de naald automatisch naar de bovenste positie. Druk op de knop tot de pijl op het LCD-scherm op omhoog staat en stopt de naald in de hoogste stand. Druk op de knop tot de pijl omlaag staat en de naald stopt in de laagste stand. .
De belangrijkste functies in één oogopslagA Steeklengte instellenB Steekbreedte instellenC Spiegelen D Moduskeuzeknop Knop voor het instellen van de steekbreedte (B)Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevo-len steekbreedte automatisch ingesteld en weerge-geven op het LCD-scherm met getallen. De steekbreedte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steekbreedteknoppen. Bepaalde steken hebben een beperkte steekbreedte. 'UXNRSGHNQRSšƄŢRPGHVWHHNEUHHGWHVPDOOHUte maken. Druk op de knop “+” om de steekbreedte breder te maken. De steekbreedte kan worden ingesteld van “0. 0–7. 0”. Sommige steken hebben beperkt breedtes. Als de patronen zijn 1–4 of 01–05 zijn gekozen, kan de naaldpositie worden aangepast met de steek-breedteknoppen. De naald moet zich daarvoor echter in de hoogste stand bevinden (knop “Naaldstop omhoog/omlaag” op “omhoog” zetten).
In „Patterns“ mode, you can choose one out of 90 patterns or decorative stitches by entering the corre-sponding number. Press the button again to switch back to direct mode. Direct mode for selecting 10 standard stitch-es. Patterns Number selection mode for selecting 90 decorative stitches and patterns from group B (see page 23. )De belangrijkste functies in één oogopslagKnop voor het instellen van de steeklengte (A)Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steeklengte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen. De steeklengte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steeklengteknoppen. 'UXNRSGHNQRSšƄŢRPGHVWHHNOHQJWHNOHLQHUWHmaken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. De steeklengte kan worden ingesteld van “0. 0–4. 5”. Sommige steken hebben beperkt lengtes.
Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze of steek-keuze via de invoer van nummers (D)Bij het aanzetten van de machine, verschijnt de direc-tmodus op het LCD-scherm. In de directmodus kunt u de 10 standaardsteken selecteren door op de bijbehorende knop te drukken.
Naast de knoppen wordt het steekpatroon weerge-geven. Om een van de 90 steken uit de groep B te kiezen, de siersteken en de patronen, moet u de knop indrukken, zodat u in de nummerkeuzemodus komt. Op het LCD-scherm moet Patterns branden. In de modus „Patronen“ kunt u door invoer van het 2-cijferige getal een van de 90 patronen of siersteken kiezen. Druk in de modus „Patterns“ (Patronen) weer op de knop , en u bent weer in de directmodus. Directmodus voor de keuze uit 10 standaard-steken. Patterns Nummerkeuzemodus voor de keuze van 90 siersteken en patronen uit groep B (zie pagina 23). .
Het LCD-scherm toont de spiegelfunctie en de machine naait het gespiegelde patroon totdat de machine weer wordt gestopt en de spiegeltoets opnieuw wordt inge-drukt om de functie spiegelen te stoppen. Zodra de spiegelfunctie niet meer op het LCD-scherm verschijnt, zal de machine de normale steek naaien.
Directe standaardsteekkeuze en patroonkeuze via de cijfertoetsenDirecte modus voor het kiezen van standaard stekenIndien de modus op is ingesteld, kunt u de steken die naast de knoppen worden afgebeeld direct kiezen door op de bijbehorende knop te drukken. Nummertoetsen voor de keuze van patronen en siersteken (groep B)Indien de modus op Patterns is ingesteld, kunt u kie-zen uit 90 steken uit de groep B.
Voer het gewenste steekpatroon in door het indrukken van het bijbehorende tweecijferige nummer. Het keuzepaneel dat u bovenaan de machine kunt mon-teren, geeft u een overzicht en de bijbehorende num-mers. Op pagina 23 van deze handleiding vindt u ook een overzicht van alle beschikbare steken en patronen.
Achterwaarts naaienAchterwaarts naaien wordt gebruikt om aan het begin en einde af te hechten. Druk op de achterwaartsknop en naai 4 tot 5 steken. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit. Naaien met de vrije armNaaien met de vrije arm is handig voor broekzomen en mouwen. U kunt de aanschuiftafel eenvoudig naar links wegtrekken, het naaivlak wordt smaller. .
Naaien van dikke stoffenDe zwarte knop aan de rechterkant voor de univer-sele voet blokkeert de persvoet horizontaal als de knop voor het laten zakken van de persvoet wordt ingedrukt. Zo ontstaat een gelijkmatiger transport bij het begin van een naad en bij het naaien van meerdere lagen stof (naden, jeanszomen etc. ). Bij het bereiken van een dik punt, de naald laten zakken en de persvoet omhoog zetten. Punt van de persvoet horizontaal zetten en de zwarte knop indrukken, vervolgens de persvoet weer laten zakken en verder naaien. De zwarte knop gaat na een paar steken weer auto-matisch uit. Er kan ook een ander dik stuk stof achter de naad worden gelegd. Of de persvoet ondersteunen en met de hand in de richting van de vouw transporteren. C Karton of dikke stof.
'RRURSšƄŢYDQGHVWHHNEUHHGWHNQRSSHQWHGUXN-ken gaat de naald naar links door op “+” te drukken gaat de naald naar rechts. Op het display wordt de bijbehorende naaldpositie aangegeven met een punt en nummer. Steeklengte wijzigen Druk op de knop šƄŢ om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. In principe geldt, hoe dikker de stof, draad en naald, hoe langer de steek moet zijn. .
De steekbreedte wordt door indrukken van de steekbreedteknop “–” smaller en door indrukken van de steekbreedte “+” breder (van “0.0–7.0”).Steeklengte instellen De steekdichtheid van zigzagsteken neemt toe als de steeklengte dichterbij “0.5” wordt ingesteld.Mooie zigzagsteken krijgt u met een steeklengte tussen “1.0–2.5”.Een heel dichte zigzag (dicht bij elkaar) wordt een cordonsteek genoemd.
It is good for joining durable fabric such as denims.These stitches can also be used as a decorative top stitch.A Stretch stichesB Straight stitchStraight stretch stitch is used to add triple reinforce-ment to stretch and hardwearing seams.StretchsteekVoor elastische en sterke naden die meerekken met de stof zonder kapot te gaan. Ideaal voor elastische stoffen en gebreide stoffen. Ook zeer geschikt voor sterke stiksels op zware stoffen zoals jeans.Deze steken kunnen ook heel goed gebruikt worden als decoratieve randafwerking.A Rechte stretchsteekB Rechte steekRechte stretchsteken worden ook gebruikt voor drie-voudige versterking van elastische en sterke naden.
Draai het handwiel met de hand naar voren zodat de naald helemaal naar links draait. De naald moet de stofvouw maar net raken. Pas de steekbreedte aan als de stofvouw niet wordt geraakt. Geleiding (b) door draaien aan de knop (a) zo instellen, dat het tegen de stofvouw ligt. Langzaam naaien en de stof zorgvuldig langs de geleiding laten lopen. Stof omdraaien. A Achterkant van de stofB Overlocksteek.
Knopen aannaaienKies steekpatroon 26 uit groep B (knoopaannaai-steek). Knoopaannaaivoet plaatsen. Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op VV zetten om de transporteur omlaag te zetten. Leg de stof onder de persvoet. Knop op de gewenste positie zetten en de persvoet omlaag zetten. Steekbreedte op “2. 5–4. 5” instellen, overeenkomstig de afstand tussen de twee gaten in de knoop. Handwiel met de hand draaien en controleren of de naald precies in het linker- en rechterknoopsgat stikt. Druk voor het naaien op de knop voor automatisch afhechten. Zo worden automatische afhechtsteken genaaid aan het begin en bij het einde. Om een steeltje op de knoop te krijgen, legt u voor het naaien een stopnaald op de knoop. Bij knopen met 4 gaten eerst de bovenste twee naai-en en dan de procedure herhalen bij de andere twee gaten.
Knoopsgaten naaienB-16: Voor lichte tot normale stoffenB-17: Voor horizontale knoopsgaten in blouses en over-hemden gemaakt van lichte tot normale stofB-18: Voor lichte tot normale stoffenB-19: Voor horizontale knoopsgaten in dikke stoffenB-20: Voor jeans of broekenB-21: Voor grove jeans of stretchstofB-22: Voor stretchstofAANWIJZING: Naai voor het maken van een knoopsgat in de stof eerst een testknoopsgat in een restje van dezelfde stof. Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof. De maximale knoopsgatlengte is 3 cm. (Totaal: Dia-meter + dikte van de knoop)Bevestig de knoopsgatvoet. Trek de knoophouder-plaat uit en plaats de knop. De grootte van het knoopsgat wordt bepaald door de geplaatste knoop in de knoophouder. Trek de draad door het gat in de opening achter langs de persvoet.
Laat de persvoet zakken. Trek de knoopsgathendel omlaag en let erop dat hij achter de houder op de knoopsgatvoet komt te staan (zie de afbeelding). Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien. AANWIJZING: Leid de stof met de hand. Nadat het knoopsgat is genaaid en voordat de machine stopt, zal de machine automatisch een paar afhechtsteken naaien. Let op: Bij het selecteren van een knoopsgatpatroon verschijnt op het LCD-scherm het symbool om u eraan te herinneren de knoopsgathendel te laten zakken.
Use a pin as a stopper at the bar tack so you do not cut too much.Knoopsgaten naaienKnoopsgaten worden van voren naar achteren ge-naaid (in de knoopsgatvoet) zoals afgebeeld.Knoopsgat tussen het stiksel openhalen met het tornmesje zonder daarbij het stiksel mee open te trekken.Plaats aan beide kanten spelden als een stop.
Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het punt staat waar moet worden begonnen met naaien. Laat de persvoet zakken. A Beginpunt (naaibegin)Leid de bovendraad omlaag en door het gat naar de voorkant van de persvoet. Druk de knoopsgathendel omlaag. De knoopsgathendel bevindt zich achter de houder op de knoopsgatvoet. Houd de bovendraad licht met de hand vast en begin met naaien. Er worden afhechtsteken genaaid. De afbeelding is een voorbeeld van afhechtstreken aan de naadeinden van een opgezette zak.
Stel de breedte van het te stoppen vlak in met de steekbreedteknop-pen.Laat de naaivoet zakken in het midden van het kapot-te gedeelte of de scheur.Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achte-ren trekken en de gewenste lengte instellen.De lengte en breedte van het te stoppen vlak kan worden ingesteld maar bedraagt maximaal 2,6 cm in lengte en maximaal 7 mm in de breedte.a Lengte van het te stoppen vlakb Breedte van het te stoppen vlak
If the area to be sewn is large, you may sew several times across the area to achieve the desired result. StoppenPlaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het te stop-pen vlak staat. Laat de persvoet zakken. AANWIJZING: Druk het voorste deel van de persvoet niet in bij het neerlaten van de persvoet, anders klopt de grootte van het te stoppen vlak niet meer. Leid de bovendraad door de opening in de knoops-gatvoet. Trek de knoopsgathendel omlaag. Hij komt achter de houder op de persvoet te staan. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast met uw linker-hand en begin met naaien. Let op: Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppa-troon verschijnt op het display dit symbool om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken. Stoprijen worden van voren van de persvoet naar achteren genaaid, zoals weergegeven.
Als het te stoppen vlak groot is, kan het ingestelde stopvlak meerdere malen genaaid worden (of schuin worden genaaid), om een beter naairesultaat te krij-gen.
Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de zoom steekt, laat vervolgens het persvoetje zakken. Naai een paar steken en zet vervolgens de persvoet omhoog. Steek de zoom in de spiraalvormige opening van het rolzoomvoetje. Beweeg de stof daarbij naar voren en naar achteren totdat de zoom oprolt.
Koord vanaf de rechter-kant in de middelste groef van de koordvoet leggen. Koord ongeveer 5 cm achter de persvoet trekken. De groeven onder de persvoet houden het koord op de juiste plaats terwijl ze opgenaaid worden. Kies een steek en stel de steekbreedte zo in dat de steken net over het koord reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u het koord langs het patroon voert. Drievoudig koord naaienNaaigaren naar links schuiven en drie koorden in de groeven onder de persvoet leggen. Ongeveer 5 cm van elk koord achter de persvoet trekken. Gewenste patroon kiezen en de steekbreedte zo instellen dat de steken net over de koorden reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u de koorden langs het patroon voert.
Experimenteer altijd eerst op stofrestjes totdat u tevreden bent met het resultaat.AANWIJZING: Bij het naaien op zeer lichte en dunne stoffen wordt geadviseerd om de achterkant van de stof te versterken met vlieseline.
Een kleinere draadspanning leidt tot minder rimpels en een grotere spanning zorgt voor meer rimpels. De steeklengteknop kan ook worden gebruikt om de rimpeldichtheid aan te passen. Hoe langer de steekin-stelling, hoe voller de rimpels.
Rimpelen en gelijktijdig aan een glad stuk stof vastnaaien De rimpelvoet heeft aan de onderkant een inkeping (dubbele zool). Daarmee kan het onder doorlopende stofdeel gerim-peld worden en direct aan het in de inkeping door-lopende gladde deel worden genaaid (bijvoorbeeld tailleband). Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen. Leg de te rimpelen stof met de goede kant naar bo-ven onder de persvoet. Bovenste stoflaag (blijft ongerimpeld) met de goede kant omlaag onder de inkeping van de persvoet leggen. De twee lagen stof klaar leiden zoals afgebeeld. AANWIJZING: Om de gewenste rimpelsterkte te vinden, probeert u het uit over een lengte van 25 cm op de stof, op de boord of de elastiek. Zo kunnen instellingen naar wens gemakkelijker worden uitgevoerd. Probeer het altijd uit op dezelfde stof en in dezelfde draadrichting als daarna op het project.
Druk de stopvoet van achter met uw wijsvinger stevig aan de houder en draai de schroef (c) vast. StoppenAANWIJZING: Stoppen uit de vrije hand wordt zonder transporteur uitgevoerd. Het is verzonken. De stof wordt met de hand getransporteerd. Men moet daarom de naaisnelheid en het stoftransport op elkaar afstemmen. Naai eerst rond het kapotte gedeelte om de rafels vast te zetten. Schuif vervolgens het stopraam onder de naald heen en weer en naai zo over het kapotte gedeelte. Naai daarbij telkens over de rand van het kapotte gedeelte en let erop dat de stikselrijen paral-lel en dicht bij elkaar lopen, met consistente steek-lengte. Als het gedeelte is gevuld met stiksels, draai de stof en bedek het gedeelte nog met dwarse rijen stiksel.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Veritas Alina stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Naaimachine Veritas
Handleiding Naaimachine
Nieuwste handleidingen voor Naaimachine