Vaillant hrPRO VHR CW 3-3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant hrPRO VHR CW 3-3 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 74 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Vaillant hrPRO VHR CW 3-3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Verwarmingsketel |
| Model: | hrPRO VHR CW 3-3 |
Handleiding Vaillant hrPRO VHR CW 3-3 – volledige tekst
2 CE-markeringMet de CE-markering wordt aangegeven dat de toestel-len conform het typeoverzicht aan de fundamentele ver-eisten van de volgende richtlijnen voldoen:– Gastoestelrichtlijn (richtlijn 90/396/EEG van de Raad der Europese Gemeenschappen)– Richtlijn over de elektromagnetische compatibiliteit met de grenswaardeklasse B (richtlijn 89/336/EEG van de Raad der Europese Gemeenschappen)11 Serviceteam. 3912 Recycling en afvoer. 3913 Technische gegevens. 4014 Bijlage. 411 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen dienen als wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze installatie- en onderhoudshand-leiding zijn nog andere documenten van toepassing. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documentenbedieningshandleiding nr. 00 2001 9747garantiekaart nr.
8045931. 1 Bewaren van de documentenGeef de installatie-, onderhoudshandleiding en alle aan-vullend geldende documenten aan de gebruiker van de installatie. Die zorgt voor de bewaring, zodat de handlei-dingen indien nodig ter beschikking staan. 1. 2 Veiligheidsaanwijzingen en symbolenNeem bij de installatie van het toestel de veiligheidsaan-wijzingen in deze handleiding in acht. Hieronder worden de in de tekst gebruikte symbolen verklaard: Gevaarlijk. Onmiddellijk gevaar voor lichamelijk letsel. Gevaarlijk. Levensgevaar door elektrocutie. Attentie.
Toch kunnen er bij het gebruik gevaren voor lichamelijk letsel van de gebruiker of derden resp. beschadiging van het toestel en andere voorwerpen ont-staan. Het toestel is ontworpen als warmteopwekker voor gesloten warmwater- en cv-installaties in woningen. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet conform de voorschriften. Voor de hierdoor ontstane schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. De gebruiker draagt hiervoor zelf het risico. Het gebruik conform de voorschriften omvat het in acht nemen van de bedienings- en installatiehandleiding en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschrif-ten. 2. 4 TypeplaatjeHet typeplaatje van de Vaillant hrPRO is in de fabriek aan de onderkant van het toestel aangebracht. 2.
5 TypeoverzichtToesteltype Land van bestemming(Benamingenvolgens ISO 3166)Toelatings-categorie Gassoort Nominaal vermogen in kW(verwarming)Warmwatervermogenin kWVHR NL CW 3/3 NL (Nederland) II2L3P Aardgas L G25Vloeibaar gas propaan G31 7,2 - 19,5 (40/30 °C)6,7 - 18,0 (80/60 °C) 22VHR NL CW 4/3 NL (Nederland) II2L3P Aardgas L G25Vloeibaar gas propaan G31 9,4 - 26 (40/30 °C)8,7 - 24 (80/60 °C) 28Tabel 2. 2 Typeoverzicht3 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften3. 1 Veiligheidsaanwijzingen Attentie. Gebruik bij het vast- en losschroeven van schroefverbindingen altijd passende steeksleu-tels (geen buistangen, verlen gingen enz). Ondeskundig gebruik en/of ongeschikt gereed-schap kan schade veroorzaken (bv. gas- of waterlekkages). 3. 1.
1 Installatie en instellingInstallatie, instelwerkzaamheden, onderhoud en repara-tie van het toestel mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend installateur. 3. 1. 2 GasluchtBij gaslucht moeten de volgende veiligheidsaanwijzingen in acht worden genomen:• bedien geen elektrische schakelaars in de gevarenzone• rook niet in de gevarenzone• bedien geen telefoon in de gevarenzone• draai de gaskraan dicht• ventileer de gevarenzone• waarschuw het energiebedrijf of een erkend installa-teur. 3. 1. 3 Wijzigingen in de omgeving van het verwar-mingstoestelAan de volgende inrichtingen mogen geen wijzigingen worden uitgevoerd:– aan het verwarmingstoestel– aan de leidingen voor gas, verbrandingslucht, water en elektriciteit– aan de verbrandingsgasretourleiding– aan bouwconstructies die de bedrijfsveiligheid van het toestel kunnen beïnvloeden.
5Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO 3. 1. 4 Belangrijke aanwijzingen voor propaantoestellenOntluchting van de vloeibaargastank bij het installeren van een nieuwe installatie. Verzeker u ervan dat de gastank ontlucht is voordat u het toestel installeert. De leverancier van het vloeibaar gas is in principe verantwoordelijk voor de ontluchting van de tank conform de voorschriften. Als de tank slecht is ontlucht kunnen er problemen bij de ontsteking ont-staan. Neem in dit geval eerst contact op met degene die de tank heeft gevuld. Tanksticker opplakken:Plak de meegeleverde tanksticker (propaankwaliteit) goed zichtbaar op de tank resp. de flessenkast, zo dicht mogelijk bij de vulnippel. Gevaarlijk. Gebruik uitsluitend propaan dat voldoet aan EN 437. 3.
2 Voorschriften, regels, richtlijnenVoor de installatie moeten de volgende voorschriften, regels en richtlijnen in acht worden genomen:– NEN 1078. Voorschriften voor aardgasinstallaties;– GAVO 1987 (en aanvullingen);– NPR 3378. Toelichting bij NEN 1078;– NEN 2757. Aanvoer van verbrandingslucht en afvoer van rook van verbrandingstoestellen;– NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsin-stallaties;– NEN 3028. Veiligheidseisen voor centrale verwar-mingsinstallaties;– NEN 1006. Algemene voorschriften voor drinkwaterin-stallaties;- NEN 3215. Binnenriolering - Eisen en bepalingsmetho-den;– Het bouwbesluit;– Algemene bepalingen van de plaatselijke nutsbedrij-ven. De elektrische installatie dient uitgevoerd te worden conform de NEN 1010 (Veiligheidsbepalingen voor laag-spanningsinstallaties). 4 MontageDe Vaillant hrPRO wordt voorgemonteerd in een verpak-king geleverd. 4.
6Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO4.3 Maattekening en aansluitmaten2064272057125100100440120 22035 35130 18030019065457643215981012345Afb. 4.2 Afmetingen voor de aansluiting in mm1 Cv-retouraansluiting Ø 22 mm2 Koudwateraansluiting Ø 15 mm3 Gasaansluiting Ø 15 mm4 Warmwateraansluiting Ø 15 mm5 Cv-aanvoeraansluiting Ø 22 mm6 Ophangbeugel7 Aansluiting condenswaterafvoer Ø 40 mm8 Aansluiting voor verbrandingsluchttoevoer9 Aansluiting voor verbrandingsgasafvoer10 Afstandsframe (garnituren art.nr.: 308 650) Aanwijzing!Met het afstandsframe (art.nr. 308 650) kun-nen de buisleidingen vóór de wand naar boven achter het toestel worden gelegd. Daardoor wordt de ruimte tussen het toestel en de wand vergroot met 65 mm.4 Montage
7Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO 4.4 OpstellingsplaatsNeem bij de keuze van de opstellingsplaats de volgende aanwijzingen in acht. Attentie!Installeer het toestel niet in ruimtes waar vorstgevaar bestaat. In ruimtes met agressieve dampen of stoffen mag de werking van het toe-stel niet worden beïnvloed door de omgevings-lucht!Bij de keuze van de opstellingsplaats en bij het gebruik van het toestel moet erop worden gelet, dat de verbran-dingslucht vrij is van chemische stoffen, zoals fluor, chloor, zwavel, amoniak enz.. Dergelijke substanties zit-ten in sprays, oplos- en reinigingsmiddelen, verf, lijmen enz. die als het toestel wordt beïnvloed door de omge-vingslucht in het ongunstigste geval tot corrosie kunnen leiden, ook in de verbrandingsgasafvoersysteem.In het bijzonder in kapsalons, schilder- of meubelateliers, schoonmaakbedrijven e.d.
mag de werking van het toe-stel niet worden beïnvloed door de omgevingslucht. Anders is een afzonderlijke opstellingsplaats vereist, om te garanderen, dat de verbrandingsluchttoevoer vrij is van bovengenoemde stoffen.4.5 Vereiste minimale afstanden/ vrije montageruimte300 mmmm250Afb. 4.3 Vereiste minimale afstanden/vrije montageruimteZowel voor de installatie/montage van het toestel als voor de uitvoering van latere servicewerkzaamheden zijn de volgende minimale afstanden resp. minimale vrije montageruimtes nodig:– afstand van de zijkant: 5 mm– afstand van de onderkant: 250 mm– afstand van de bovenkant: 300 mmHet is niet nodig een bepaalde afstand van het toestel tot componenten van brandbaar materiaal in acht te nemen, omdat de temperatuur aan het behuizingsopper-vlak altijd lager is dan de toegestane temperatuur van 85 °C.4.6 Toestel ophangen132Afb.
8Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO4. 7 Voorpaneel demonteren12Afb. 4. 5 Voorpaneel demonterenOm het voorpaneel van het toestel te demonteren gaat u als volgt te werk. • Draai de schroef (1) aan de onderkant van het toestel los. • Maak het voorpaneel los door beide borgklemmen (2) aan de onderkant van het toestel in te drukken. • Trek het voorpaneel aan de onderkant naar voren en til het voorpaneel er naar boven uit. 5 Installatie Gevaarlijk. De Vaillant hrPRO mag alleen geïnstalleerd wor-den door een erkend installateur. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en de eerste inbedrijfname. 5. 1 Algemene aanwijzingen voor de cv-installatie Attentie. Spoel de cv-installatie voor de aansluiting van het toestel zorgvuldig door. Daardoor verwijdert u resten zoals lasdruppels, walshuid, hennep, kit, roest, grove vervuiling e. d. uit de buisleidingen.
Anders kunnen deze stoffen in het toestel terechtkomen en storin-gen veroorzaken. 5. 2 Gasaansluiting Gevaarlijk. De gasinstallatie mag alleen worden uitgevoerd door een erkend installateur. Daarbij moeten de wettelijke richtlijnen en de plaatselijke voor-schriften van het energiebedrijf in acht worden genomen. Attentie. Let erop dat de gasleiding spanningsvrij wordt gemonteerd, zodat er geen lekkages ontstaan. Attentie. Het gasgedeelte mag alleen met een maximale druk van 110 mbar worden gecontroleerd op lek-kages. De bedrijfsdruk mag niet hoger zijn dan 60 mbar. Als deze druk wordt overschreden, kan het gasblok beschadigen. 1Afb. 5. 1 GasaansluitingDe hrPRO is in de leveringstoestand alleen geschikt voor het gebruik met aardgas G25 en kan alleen door de Vaillant Servicedienst worden omgeschakeld op het gebruik van propaangas G31. De gasaansluiting is uitge-voerd in 15 mm Ø stalenbuis.
Daardoor worden beschadigingen aan het toestel vermeden. • Sluit het toestel aan de gasleiding aan. Gebruik hier-voor die meegeleverde dubbele klemkoppeling (1) en een toegestane gaskraan. • Ontlucht de gasleiding voor inbedrijfname. • Controleer de gasaansluiting op lekkages. 4 Montage5 Installatie.
9Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO 5. 3 Aansluiting waterzijdig Attentie. Let erop dat de aansluitleidingen spanningsvrij worden gemonteerd, zodat er geen lekkages en lawaai in de cv-installatie kan ontstaan. Attentie. In de koudwatertoevoer moet een type goedge-keurde inlaatcombinatie worden gemonteerd. 12345Afb. 5. 2 Koud- en warmwateraansluiting monterenVoor de verbinding van de koud- en warmwateraanslui-ting zijn twee klemkoppelingen voor de verbinding met 15 mm koperen leidingen meegeleverd bij het toestel. • Plaats per aansluiting een pakking (1) en schroef de aansluitstukken (2) op de koud- en warmwateraanslui-ting van het toestel. • Steek een wartelmoer (4) en een klemring (3) op een koperen leiding (5). De diameter van de leiding moet 15 mm bedragen. • Steek de leidingen tot de aanslag in de aansluitstuk-ken. Draai de wartelmoeren in deze positie vast. 5.
4 Aansluiting verwarmingszijdig Attentie. Let erop dat de aansluitleidingen spanningsvrij worden gemonteerd, zodat er geen lekkages en lawaai in de cv-installatie kan ontstaan. Voor de verbinding van de cv-aanvoer- en de retouraan-sluitingen zijn twee aansluitstukken voor de verbinding met 22 mm cv-leidingen meegeleverd bij het toestel. 12345Afb. 5. 3 Cv-aanvoer en -retour monteren• Plaats per aansluiting een pakking (1) en schroef de aansluitstukken (2) op de aanvoer- en retouraanslui-ting van het toestel. • Steek een wartelmoer (4) en een klemring (3) op een cv-leiding (5). De diameter van de leiding moet 22 mm bedragen. • Steek de leidingen tot de aanslag in de aansluitstuk-ken. Draai de wartelmoeren in deze positie vast. Het is voor servicewerkzaamheden aan te bevelen om afsluiters te monteren tussen het toestel en de cv-instal-latie.
Indien de cv-installatie is voorzien van thermostatische radiatorventielen moet rekening worden gehouden met een minimale doorstroming van 400 l/uur over het toestel. Monteer hiervoor, zo ver mogelijk van het toestel verwijderd, een automatische en instelbare drukverschilregelaar (bypass-ventiel) of een thermostatisch driewegventiel in de installatie. Vul en spoel de cv-installatie met schoon leidingwater alvorens het toestel in bedrijf te nemen. Het is verboden chemische middelen aan het cv-water toe te voegen. De hrPRO is niet geschikt voor gebruik in cv-installaties met een „open” expansievat. Gebruik bij vloerverwar-ming een hydraulisch neutrale vloerverwarmingsset met alleen zuurstofdiffusiedichte VPE-c slangen of slangen met een metalen ommanteling. Attentie. Let erop dat het expansievat met de retourlei-ding van de cv-installatie is verbonden.
VHR NL CW 3/3 VHR NL CW 4/3Horizontale muurdoorvoer 303209 25 mplus 1 x 90° bocht 25 mplus 1 x 90° bochtVerticale dak-doorvoer 303221 27 m 27 m Tabel 5.2 Overzicht maximale buislengtes en het aantal boch-ten voor Vaillant concentrische VLT/VGA-garnituren 80/125 mm.Standaard zijn alle hrPRO-toestellen uitgerust met een verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasafvoer Ø 80/80 mm.Deze standaardaansluiting kan indien nodig worden ver-vangen door een verbrandingsluchttoevoer/verbrandings-gasafvoer met Ø 80/125 mm. De keuze van het meest geschikte systeem is afhankelijk van de individuele inbouw of de toepassing.Afb.
11Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO Garnituur Toevoer AfvoerToestelaansluitelement 2 x 80 mm 29 PaUniversele concentrische verticale dakdoorvoer 2 x 80 mm 18 PaUniversele concentrische muur/dak-doorvoer 2 x 80 mm 13 Pa1 meter rechte buis 80 mm 0,9 Pa 1,4 Pa90° bocht 80 mm 4 Pa 7,2 Pa45° bocht 80 mm 1,3 Pa 2,2 PaTabel 5. 4 Drukverliestabel CW 4/3 (151 Pa)Maximale buislengtes bij VHR NL CW 4/3: 30 m verbran-dingsgasbuis en 30 m verbrandingsluchtbuis, inclusief 2 x 90° bochten voor iedere buis. Aansluiting van 50 mm verbrandingsgasbuizen Attentie. Het gebruik van 50 mm verbrandingsgasbuizen is alleen toegestaan als de luchtbuis een diame-ter van 80 mm heeft, een totale lengte van 2 m niet overschrijdt en hoogstens één bocht van 90° heeft. Bij het gebruik van flexibele verbrandingsgasbuizen Ø 50 mm (bijv.
van Panflex) moet het ventilatortoerental aan de lengte van de verbrandingsgasbuis worden aan-gepast. De aanpassing gebeurt door het veranderen van de instelling van het diagnosepunt d. 51, zie hoofdstuk 9. 1. 2. Lengte van de verbrandings-gasbuisØ 50 mmvereiste wijziging van de parameter d. 510 - 4 m + 154 - 7 m + 307 - 15 m + 40> 15 m niet toegestaanTabel 5. 5 Aanpassing van het ventilatortoerentalRekenvoorbeelden: Aanwijzing. De instelwaarde van d. 51 af fabriek is toestel-specifiek, d. w. z. dat er geen uniforme fabrieksin-stelling geldt. Voorbeeld 1af fabriek: d. 51= -28lengte verbrandingsgasbuis: 3 m (d. w. z. wijziging met + 15)nieuwe instelwaarde: d. 51 = -28 + 15 = -13Voorbeeld 2af fabriek: d. 51= -31lengte verbrandingsgasbuis: 5 m (d. w. z. wijziging met +30)nieuwe instelwaarde: d. 51 = -31 + 30 = -1Voorbeeld 3af fabriek: d. 51= -33Lengte verbrandingsgasbuis: 8 m (d. w. z.
51= -30lengte verbrandingsgasbuis: 16 mHet gebruik van deze verbrandingsgasbuis is niet toe-gestaan. Aanwijzing. Noteer de noodzakelijke instelling van d. 51 en bewaar deze bij het toestel zodat bij de vervan-ging van de printplaat opnieuw de juiste waarde ingesteld kan worden. 5. 6 Condenswaterafvoer12Afb. 5. 6 CondenswaterafvoerHet condenswater dat bij de verbranding ontstaat wordt door de condeswaterafvoerbuis (1) via een open verbin-ding naar een sifon (2) op de afvoerwateraansluiting geleid. Attentie. De condenswaterafvoerbuis mag geen gesloten verbinding hebben met de afvoerwaterleiding van de woning. Installatie 5.
12 Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO5. 7 Elektrische aansluiting Gevaarlijk. De elektrische installatie mag alleen worden uitgevoerd door een erkend installateur. Levensgevaar door elektrocutie aan spannings-voerende aansluitingen. Schakel altijd eerst de voedingsspanning uit, door de stekker uit de wandcontactdoos met randaarde. Pas daarna mag u de installatie uitvoeren. Ook bij uitge-schakelde aan/uitschakelaar staat er nog stroom op de netaansluitklemmen L en N. 5. 7. 1 NetaansluitingHet toestel is uitgerust met een 1,0 m lange aansluitka-bel met stekker. De aansluitkabel is al in de fabriek volle-dig aangesloten op het toestel. • Steek de stekker in een wandcontactdoos met rand-aarde. Daarmee is het toestel aangesloten op het elek-triciteitsnet van de woning en klaar voor gebruik. Gevaarlijk.
Het is toegestaan het toestel in een badkamer te installeren in zone 2, dat wil zeggen binnen 60 cm rondom het bad of de douchebak. De elektrische installatie moet voldoen aan de NEN 1010 (veiligheidsbepalingen voor laagspanning-installaties). 5. 7. 2 Aansluiten van regelapparaten, garnituren en externe installatiecomponentenDe volgende regelapparaten, garnituren en installatie-componenten kunnen worden aangesloten op de elektro-nica van de hrPRO: zie tabel 5. 6. De montage moet worden uitgevoerd zoals beschreven in de betreffende bedieningshandleiding. De nodige aan-sluitingen op het elektrisch systeem van het verwar-mingstoestel (bv. bij externe regelapparaten, buitensen-soren e. d. ) voert u als volgt uit. • Demonteer het voorpaneel van het toestel en klap de elektrobox naar voren. 12Afb. 5.
13Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO • Strip de aansluitleiding ca. 2 - 3 cm af en isoleer de aders. • Sluit de aansluitkabels volgens tabel 5. 6 en afb. 5. 8 op de juiste schroefklemmen aan de elektronica aan. Attentie. Sluit op de klemmen 7, 8, 9 geen netspanning aan. Gevaar voor vernieling van de elektronica. Aanwijzing. Controleer of de aansluitkabels mechanisch ste-vig worden vastgehouden door de schroefklem-men. • Als geen kamer-/klokthermostaat wordt gebruikt, zet dan, indien dit nog niet het geval is, een draadbrug tussen klem 3‘ en 4‘. Verwijder de brug als een kamer-/klokthermostaat op de klemmen 3‘ en 4‘ wordt aan-gesloten. • Bij aansluiting van een weersafhankelijke temperatuur-regeling of een kamertemperatuurregeling (aansluit-klemmen voor continuregeling 7, 8, 9) mag de brug tussen klem 3‘ en 4‘ niet worden verwijderd.
• Sluit het achterste deksel van de elektrobox en druk erop tot u hoort dat hij inklikt. • Klap de elektrobox omhoog en druk de box met de beide klemmen rechts en links tegen de zijkant van het voorpaneel totdat u de klemmen hoort inklikken. • Monteer het voorpaneel. Regelapparaten Art. nr.
16 Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO6 Inbedrijfname6. 1 Vullen van de installatie6. 1. 1 Toevoegingen aan het cv-water Attentie. Verrijk het verwarmingswater niet met anti-vries of anti-corrosiemiddelen. Bij toevoeging aan het cv-water met anti-vries of anti-corro-siemiddelen kunnen veranderingen in de pakkin-gen optreden en kunnen er geluiden in de cv-functie veiligheidchecks. Hiervoor (en voor de eventuele gevolgschade) kan Vaillant niet aan-sprakelijk worden gesteld. Informeer de gebrui-ker over de juiste wijze van vorstbeveiliging. 6. 1. 2 Vullen en ontluchten van de cv-installatieVoor een goede werking van de cv-installatie moet de waterdruk/vuldruk tussen 1,0 en 2,0 bar liggen. Als de cv-installatie zich over meerdere etages uitstrekt, kan een hogere waterdruk van de cv-installatie nodig zijn. • Spoel de cv-installatie voor het definitieve vullen goed door. 1Afb. 6.
1 Automatische ontluchter• Schroef de kap van de automatische ontluchter (1) op de pomp met één tot twee slagen los (het toestel ont-lucht zich tijdens het continubedrijf automatisch met de automatische ontluchter). • Open alle (thermostatische) radiatorkranen van de cv-installatie. • Verbind de vul- en aftapkraan van de cv-installatie met behulp van een slang met een koudwaterkraan. iFP1423Afb. 6. 2 Waterdruk van de cv-installatie controlerenDe hrPRO is niet uitgerust met een manometer. Als het toestel is ingeschakeld wordt de waterdruk van de cv-installatie weergegeven op het display (2). • Draai aan de draaiknoppen (1) en (4) tot de linker aan-slag en schakel het toestel in met de aan/uitschakelaar (3). Aanwijzing. Gebruik bij het vullen van de cv-installatie het testprogramma P.
6: De driewegklep schakelt in de middelste stand, de cv-pomp loopt niet en het toestel schakelt niet in de cv-functie, zie paragraaf 9. 4. Aanwijzing.
Om het gebruik van de installatie met een te kleine hoeveelheid water te vermijden en om te voorkomen dat daardoor schade ontstaat, beschikt het toestel over een waterdruksensor. Deze signaleert bij een daling onder de 0,6 bar de te lage druk door op het display de waterdruk knipperend weer te geven. Bij daling van de waterdruk onder de 0,3 bar schakelt het toestel uit. Op het display ver-schijnt de storingsmelding F. 22. Om het toestel weer in bedrijf te nemen, moet de installatie eerst met water worden gevuld. • Draai de vul/aftapkraan en de waterkraan langzaam open en vul zolang water bij tot op het display (2) de vereiste installatiedruk is bereikt. • Sluit de waterkraan. Aanwijzing. Gebruik voor het ontluchten van het verwar-mingstoestel en de cv-installatie het testpro-gramma P.
0: het toestel schakelt niet in de cv-functie, de cv-pomp schakelt voortdurend aan en uit en ontlucht afwisselend het cv-circuit en het warmwatercircuit, zie hoofdstuk 9. 4. • Ontlucht alle radiatoren. 6 Inbedrijfname.
17Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO • Controleer vervolgens de waterdruk van de cv-installa-tie nog een keer (herhaal indien nodig het vullen).• Sluit de vul/aftapkraan en verwijder de vulslang.• Controleer alle aansluitingen op lekkages.6.1.3 Warmwater vullen en ontluchten• Open de koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie bij het toestel.• Vul het warmwatersysteem door alle warmwatertap-punten te openen, tot er water uit komt.• Als uit alle warmwatertappunten water komt, is het warmwatercircuit volledig gevuld en ook ontlucht.6.1.4 Condenswatersifon vullen1Afb. 6.3 Condenswatersifon vullen Gevaarlijk!Als het toestel wordt gebruikt met een lege condenswatersifon, bestaat het gevaar van ver-giftiging door naar buiten stromende verbran-dingsgassen.
Vul daarom beslist voor de inbe-drijfname de sifon zoals hieronder beschreven.• Monteer het onderste gedeelte (1) van de condenswa-tersifon, door de bajonetsluiting tegen de klok in te draaien.• Vul het onderste gedeelte tot ongeveer 10 mm onder de bovenkant met water.• Bevestig het onderste gedeelte weer op de condens-watersifon.6.2 Gasinstelling controleren6.2.1 Aansluitdruk controleren (dynamische gasvoor-druk)Ga voor de controle van de aansluitdruk als volgt te werk.• Demonteer het voorpaneel van het toestel.• Sluit de gaskraan van het toestel.12Afb. 6.4 Aansluitdruk (dynamische gasvoordruk) meten• Draai de met „in” gekenmerkte meetnippelschroef (1) op het gasblok los.• Sluit een (digitale) manometer (2) aan.• Open de gaskraan van het toestel.• Neem het toestel in bedrijf.• Meet de gasvoordruk ten opzichte van de atmosfeer-druk.
AardgasAls de gasvoordruk buiten het bereik ligt van 20 hPa (mbar) tot 30 hPa (mbar), mag u geen instelling uitvoeren en het toestel niet in bedrijf nemen!Inbedrijfname 6
18 Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO Vloeibaar gas. Als de gasvoordruk buiten het bereik ligt van 25 hPa (mbar) tot 45 hPa (mbar), mag u geen instelling uitvoeren en het toestel niet in bedrijf nemen. Als de gasvoordruk in het toegestane bereik ligt, gaat u als volgt verder. • Neem het toestel uit bedrijf. • Sluit de gaskraan van het toestel. • Verwijder de manometer en schroef de meetnippel-schroef (1) weer vast. • Open de gaskraan van het toestel. • Controleer de meetnippelschroef op gaslekkage. • Monteer het voorpaneel en neem het toestel weer in bedrijf. Als de gasvoordruk niet in het toegestane bereik ligt en u de storing niet kunt verhelpen, waarschuw dan het energiebedrijf. Ga als volgt verder. • Neem het toestel uit bedrijf. • Sluit de gaskraan van het toestel. • Verwijder de manometer en schroef de meetnippel-schroef (1) weer vast.
• Controleer of de meetnippelschroef goed vast zit. • Monteer het voorpaneel weer. U mag het toestel niet weer in bedrijf nemen. 6. 2. 2 CO2-percentage controleren en indien nodig instellen (instelling lucht/brandstofverhouding)• Demonteer het voorpaneel. • Druk tegelijkertijd op de toetsen „+” en „-”. De modus „vollast” wordt geactiveerd. • Wacht tenminste 5 minuten tot het toestel de bedrijfs-temperatuur heeft bereikt. 1234Afb. 6. 5 CO2-meting uitvoeren, instelling van de lucht/brand-stofverhouding (gasinstelling) uitvoeren. • Meet het CO2-percentage op de verbrandingsgas-meet-nippels (1). Vergelijk de gemeten waarde met de betreffende waarde in tabel 6. 1. • Als een instelling van het CO2-percentage nodig is, draai dan de schroef (3) los en klap de luchtaanzuig-buis (2) 90° naar voren. De luchtaanzuigbuis niet demonteren.
Aardgas: verstel alleen in stappen van 1/8ste slag en wacht na iedere verstelling ca. 1 min tot de waarde zich heeft gestabiliseerd. Hinweis. Vloeibaar gas: verstel alleen in stappen van 1/16de slag en wacht na iedere verstelling ca. 1 min tot de waarde zich heeft gestabiliseerd. • Klap na het instellen de luchtaanzuigbuis weer naar boven. • Controleer het Co2-percentage nog een keer. • Herhaal indien nodig het instellen. 6 Inbedrijfname.
19Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO • Druk tegelijkertijd op de toetsen „+” en „-”. De modus „vollast” wordt uitgeschakeld. De vollastmodus wordt ook verlaten als gedurende 15 minuten geen toets wordt ingedrukt. • Bevestig de luchtaanzuigbuis weer met de schroef (3). • Monteer het voorpaneel weer. Instelwaarden Aardgas Ltolerantie Propaantolerantie EenheidCO2 na 5 minuten vollastmo-dus met gesloten voorpaneel 9,0 +/- 1,0 10,2 +/- 0,5 Vol. -%CO2 na 5 minuten in vollast met gedemonteerde voor-paneel 8,8 +/- 1,0 10,0 +/- 0,5 Vol. -%Ingesteld voor Wobbe-index W0 12,4 22,5 kWh/m3Tabel 6. 1 Fabrieksinstelling gasinstelwaarden6. 3 Controleren van de toestelfunctiesVoer na afsluiting van de installatie en de gasinstelling een functiecontrole van het toestel uit voordat het toe-stel in bedrijf wordt genomen en aan de gebruiker wordt opgeleverd.
• Stel het toestel volgens de bijbehorende bedienings-handleiding in bedrijf. • Controleer de gasleiding, de verbrandingsgasinstalla-tie, de cv-installatie en warmwaterleidingen op lekka-ges. • Controleer de juiste installatie van de verbrandings-luchttoevoer/verbrandingsgasafvoer. • Controleer ontsteking en gelijkmatig vlambeeld van de brander. • Controleer het functioneren van de cv-functie (zie paragraaf 6. 3. 1) en de warmwaterfunctie (zie paragraaf 6. 3. 2)• Opleveren van het toestel aan de gebruiker. De Vaillant hrPRO beschikt over statuscodes die de bedrijfstoestand weergeven op het display. Door op de toets „i” te drukken kan aan de hand van deze statusco-des een functiecontrole van de warmwater- en cv-functie worden uitgevoerd. Afb. 6. 6 Functiecontrole6. 3. 1 Cv-functie• Schakel het toestel in.
20 Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO6. 3. 2 Warmwaterfunctie• Schakel het toestel in. • Draai een warmwatertappunt volledig open. • Druk op de toets „i” om de statusweergave te activeren. Als de warmwaterfunctie correct werkt, verschijnt op het display de volgende weergave: „S. 14”. Afb. 6. 8 Displayweergave bij warmwaterfunctie6. 4 Instructie aan de gebruikerDe gebruiker van het toestel moet worden geïnstrueerd over de bediening en de werking van de cv-installatie. Daarbij moeten in het bijzonder de volgende maatrege-len genomen worden. • Geef de gebruiker de voor hem bestemde handleidin-gen en toesteldocumenten, zodat hij ze kan bewaren. • Wijs de gebruiker erop dat de handleidingen in de buurt van het toestel moeten worden bewaard. Aanwijzing. Plak na beëindiging van de installatie a. u. b.
de bij dit toestel gevoegde sticker 835 593 in de taal van de gebruiker op het voorpaneel. Attentie. Het toestel mag- voor de inbedrijfname- voor controledoeleinden- voor het continu gebruikalleen met een gesloten voorpaneel en een vol-ledig gemonteerd en gesloten VLT/VGA-systeem gebruikt worden. Instructie over de cv-installatie• Informeer de gebruiker over de getroffen maatregelen bij de verbrandingsluchttoevoer en verbrandingsgasaf-voer. Wijs hem er in het bezonder op dat deze niet mogen worden veranderd. • Informeer de gebruiker over de controle van de vereis-te waterdruk van de cv-installatie en over de maatre-gelen, die hij indien nodig moet nemen bij het bijvullen en ontluchten van de cv-installatie.
5 FabrieksgarantieFabrieksgarantie wordt verleend alleen indien de instal-latie is uitgevoerd door een door Vaillant B. V. erkende installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product. De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie welke conform zijn aan de algemene garantiebepalingen van Vaillant B. V. Garantiewerkzaamheden worden uitsluitend door de ser-vicedienst Vaillant B. V. of door een door Vaillant B. V. aangewezen installatiebedrijf uitgevoerd. Eventuele kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden aan een Vaillant product gedurende de garantieperiode komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien voo-raf toestemming is verleend aan een door Vaillant B. V. aangewezen installatiebedrijf en als het conform de algemene garantiebepalingen een werkelijk garantiege-val betreft. 6 Inbedrijfname.
21Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO 7 Aanpassing aan de cv-installatieDe hrPRO is uitgerust met een digitaal informatie- en analysesysteem.7.1 Selectie en instelling van parametersIn de diagnosemodus kunt u verschillende parameters wijzigen om het verwarmingstoestel aan te passen aan de cv-installatie.In tabel 7.1 zijn de diagnosepunten opgesomd waaraan wijzigingen kunnen worden uitgevoerd.
Alle verdere diagnosepunten zijn nodig voor de diagnose en het ver-helpen van storingen (zie hoofdstuk 8).Aan de hand van de volgende beschrijving kunt u de betreffende parameters selecteren.• Druk tegelijkertijd op de toetsen „i” en „+”.Op het display verschijnt „d.0”.• Stap met de toetsen „+” of „–” naar het gewenste diagnosenummer.• Druk op de toets „i”.Op het display verschijnt de bijbehorende diagnose-informatie.• Verander indien nodig de waarde met de toetsen „+” of „–” (weergave knippert).• Sla de opnieuw ingestelde waarde op, door de toets „i” ca. 5 sec. ingedrukt te houden, tot de weergave niet meer knippert.++Afb. 7.1. Parameters instellenDe diagnosemodus kunt u als volgt beëindigen.• Druk tegelijkertijd op de toetsen „i” en „+” of bedien ca. 4 min. geen toets.Op het display verschijnt weer de actuele druk in de cv-installatie.Aanpassing aan de cv-installatie 7
84 Serviceweergave: aantal uren tot de volgende service 0 tot 3000 h en „-” (300 komt overeen met 3000 h, „-” = gedeactiveerd) -Tabel 7. 1 Instelbare parameters Aanwijzing. In de laatste kolom kunt u uw instellingen invul-len, nadat u de installatie specifieke parameters heeft ingesteld. Aanwijzing. De diagnosepunten d. 17, d. 71 en d. 84 bevinden zich op het tweede diagnoseniveau, zie para-graaf 9. 1. 27. 2. 1 Cv-deellast instellenDe toestellen zijn in de fabriek op de max. mogelijke warmtebelasting ingesteld. Onder het diagnosepunt „d. 0” kunt u een waarde instellen die overeenkomt met het noodzakelijke vermogen voor de cv-installatie in kW. 7. 2. 2 Pompnalooptijd en bedrijfsfunctie van de pomp instellenDe pompnalooptijd voor de cv-functie is in de fabriek ingesteld op een waarde van 5 minuten. Deze kan onder het diagnosepunt „d.
1” in het bereik van 2 minuten tot 60 minuten worden ingesteld. Onder het diagnosepunt „d. 18” kan een ander naloopgedrag van de pomp worden ingesteld. Nalopend: na beëindiging van de warmtevraag loopt de interne cv-pomp gedurende de onder „d.
1” Doorlopend: de interne cv-pomp wordt dan ingeschakeld als de draaiknop voor de instelling van de cv-aanvoer-temperatuur niet in de linker aanslag staat en de warm-tevraag via een extern regelapparaat is vrijgeschakeld. Winter: de interne cv-pomp wordt dan ingeschakeld als de draaiknop voor de instelling van de cv-aanvoertempe-ratuur niet in de linker aanslag staat. 7. 2. 3 Maximale aanvoertemperatuur instellenDe maximale aanvoertemperatuur voor de cv-functie is in de fabriek op 75 °C ingesteld. Deze kan onder het diagnosepunt „d. 71” tussen 40 en 85 °C ingesteld wor-den. 7. 2. 4 Retourtemperatuurregeling instellenAls het toestel is aangesloten op een vloer- of wandver-warming zonder eigen temperatuurregeling kan de tem-peratuurregeling onder het diagnosepunt „d. 17” worden omgeschakeld van aanvoertemperatuurregeling (fabrieksinstelling) op retourtemperatuurregeling.
2 Effectieve branderwachttijdenOm een veelvuldig in- en uitschakelen van de brander te vermijden (energieverlies) wordt de brander steeds na het uitschakelen voor een bepaalde tijd elektronisch ver-grendeld („Herinschakelingvergrendeling”). De branderwachttijd wordt alleen geactiveerd voor de cv-functie. De warmwaterfunctie wordt tijdens een lopende branderwachttijd niet beïnvloed door de tijdsin-stelling. De betreffende wachttijd kan worden aangepast aan de hydraulische en thermische eigenschappen van de cv-installatie. In de fabriek is de branderwachttijd ingesteld op een waarde van 20 minuten. Deze kan onder het diagnosepunt „d. 2” worden gevarieerd van 2 minuten tot 60 minuten. De betreffende effectieve wachttijd wordt dan berekend aan de hand van de actueel inge-stelde aanvoertemperatuur en de ingestelde maximale branderwachttijd.
Door het bedienen van de aan/uitschakelaar van het toe-stel kan de tijdsinstelling worden gereset resp. gewist. De na een regeluitschakeling in de cv-functie resterende branderwachttijd kan onder diagnosepunt „d.
67” wor-den opgeroepen. De betreffende effectieve branderwachttijd is afhankelijk van de ingestelde cv-aanvoertemperatuur en de maxi-male ingestelde branderwachttijd en kan in de tabel 7. 2 worden afgelezen. 7. 2. 6 Onderhoudsinterval vastleggen/ serviceweergaveMet de elektronica van de hrPRO kunt u de service-inter-vallen voor het verwarmingstoestel vastleggen. Door deze functie wordt na een bepaald ingesteld aantal uren dat de brander in bedrijf is geweest de melding gegeven, dat het verwarmingstoestel een inspectie- of onder-houdsbeurt moet hebben. De servicemelding SEr wordt na afloop van het ingesteld aantal uren branderbedrijf weergegeven op het display van de hrPRO afgewisseld door de actuele druk. De weergave MAIN verschijnt ook op het display van de eBUS-regelapparaat (garnituren).
Warmte-behoefte Aantal per-sonenAantal uren branderbedrijf tot de volgende inspectie/onderhoud (afhankelijk van het installatie-type)5,0 kW10,0 kW15,0 kW20,0 kW25,0 kW1 - 22 - 31 - 22 - 32 - 33 - 43 - 44 - 53 - 44 - 61. 050 h1. 150 h1. 500 h1. 600 h1. 800 h1. 900 h2. 600 h2. 700 h2. 800 h2. 900 hTabel 7. 3 Richtwaarden voor bedrijfsurenVia het diagnosepunt „d. 84” kan het aantal bedrijfsuren tot de volgende servicebeurt worden ingesteld. Richtwaarden hiervoor kunt u lezen in tabel 7. 3; deze waarden komen ongeveer overeen met een toestel-bedrijfstijd van een jaar. De bedrijfsuren kunnen in stappen van 10 in het bereik van 0 tot 3000 h worden ingesteld. Als onder het diagnosepunt „d. 84” geen getal, maar het symbool „–” is ingevoerd, dan is de functie „serviceweer-gave” niet actief. Aanwijzing.
24 Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO7. 3 Bypass-ventiel instellenIn de toestellen bevindt zich een bypass-ventiel. De openingsdruk is in het bereik tussen 170 en 350 mbar instelbaar. Fabrieksinstelling is ca. 250 mbar (middelste stand). Per slag aan de instelschroef wordt de openings-druk met ca. 10 mbar gewijzigd. Door naar rechts te draaien stijgt de openingsdruk en door naar links te draaien daalt deze. 1Afb. 7. 2 Bypass-ventiel instellen• Regel de openingsdruk met de instelschroef (1). Stand van de instel-schroef Druk (mbar) Opmerking / toepassingRechter aanslag (vol-ledig naar beneden gedraaid) 350 Als de radiatoren in de fabrieks-instelling niet goed warm wordenMiddelste stand (5 sla-gen naar links) 250 FabrieksinstellingVanuit de middelste stand nog 5 slagen naar links 170 Als radiatoren of radiatorventie-len geluid makenTabel 7.
4 Instelwaarden voor het bypass-ventiel (opvoerhoogte)8 Inspectie en onderhoud8. 1 Inspectie- en onderhoudsintervallenDeskundige, regelmatige inspecties en onderhoud (één keer per jaar aanbevolen, onderhoud één keer per twee jaar verplicht) en uitsluitend gebruik van originele reser-veonderdelen zijn van doorslaggevende betekenis voor een storingsvrije werking en duurzaamheid van de Vaillant hrPRO. Gevaarlijk. Inspecties/onderhoud en reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige installatie/onderhoudsbedrijven. Niet deskundig uitgevoerde inspecties/service kunnen leiden tot materiële schade en lichame-lijk letsel. We raden u aan om een inspectie- resp. onderhoudscon-tract af te sluiten. Het doel van de inspectie is een vergelijking van de wer-kelijke toestand van het toestel met de gewenste toe-stand. Dit gebeurt door meten, testen en observeren.
Voor de Vaillant hrPRO wordt aanbevolen om een jaar-lijkse inspectie uit te voeren. Door het opvragen van gegevens in het diagnosesy-steem, een eenvoudige optische controle en de meting van de lucht/brandstofverhouding kan een inspectie snel en efficiënt worden uitgevoerd, ook zonder demontage van componenten. Uit ervaring is gebleken dat het onder normale bedrijfsomstandigheden niet nodig is jaarlijks reinigingswerkzaamheden aan de brander en de warmte-wisselaars uit te voeren. De onderhoudsintervallen (ten-minste éénmaal per twee jaar) en de omvang daarvan worden door een installateur bepaald aan de hand van de bij de inspectie vastgestelde toestand van het toestel. Alle inspectie- en onderhoudswerkzaamheden moeten in de volgorde van tabel 8. 1 worden uitgevoerd. 8.
2 Algemene inspectie- en onderhoudsaanwijzin-genOm alle functies van het Vaillant toestel voor lange duur te garanderen en om de toegestane seriestand niet te veranderen, mogen bij inspecties, onderhoudswerkzaam-heden en reparaties alleen originele Vaillant onderdelen gebruikt worden. Een opsomming van eventueel benodigde onderdelen vindt u in de geldige Vaillant onderdelencatalogi. Informatie krijgt u bij het Vaillant Serviceteam. 7 Aanpassing aan de cv-installatie8 Inspectie en onderhoud.
25Installatie- en onderhoudshandleiding hrPRO Veiligheidsaanwijzingen Aanwijzing. Als inspectie- en onderhoudswerkzaamheden bij ingeschakelde aan/uitschakelaar nodig zijn dan wordt daar bij de beschrijving van de onder-houdswerkzaamheden op gewezen. Gevaarlijk. Op de voedingsklemmen van het toestel staat ook bij uitgeschakelde aan/uitschakelaar elek-trische spanning. Neem voor de onderhoudswerkzaamheden altijd de vol-gende stappen. • Schakel de aan/uitschakelaar uit. • Verbreek de verbinding van het toestel met het elektri-citeitsnet door de stekker uit de wandcontactdoos te nemen. • Sluit de gaskraan. • Sluit indien gemonteerd de servicekranen in de cv-aan-voer en -retour en de koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie. • Demonteer het voorpaneel van het toestel. Nr. Stapte nemen bij:inspectiejaarlijksaanbevolenonderhoud tweejaarlijks verplicht1Gaskraan en evt.
1,0 - 2,0 bar (afhankelijk van de statische hoogte van de installatie) X10 Algemene toestand van het toestel controleren, algemene vervuiling aan het toestel en in de onderdrukkamer verwijderen XX11 Condenswatersifon in het toestel controleren, eventueel reinigen en vullen X X12 Condenswaterleidingen in het toestel reinigen X13 Gaskraan openen en toestel inschakelen X X14 Functietest van toestel en cv-installatie inclusief warmwaterfunctie uitvoeren, indien nodig ont-luchten XX15 Ontstekings- en brandergedrag controleren X X16 Controleren of er gas, cv-water, tapwater of condenswater lekt X X17 Verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasafvoer op lekkages en bevestiging controleren, even-tueel corrigeren XX18 Gasinstelling van het toestel controleren, indien nodig opnieuw instellen en noteren X19 Uitgevoerde inspectie/onderhoud noteren X XTabel 8.
1 Stappen bij inspectie/onderhoudswerkzaamhedenNeem na afsluiting van de onderhoudswerkzaamheden altijd de volgende stappen. • Open indien gemonteerd de servicekranen in de cv-aanvoer en -retour en de koudwaterstopkraan van de inlaatcombinatie. • Vul indien nodig de cv-installatie weer met water tot een druk tussen 1,0 en 2,0 bar en ontlucht de cv-instal-latie. • Open de gaskraan. • Verbind de cv-installatie weer met het elektriciteitsnet door de stekker in de wandcontactdoos te steken en schakel de aan/uitschakelaar in. • Controleer of het toestel gas of water lekt. • Vul en ontlucht indien nodig de cv-installatie nog een keer. • Monteer het voorpaneel op het toestel. • Controleer alle toestelfuncties op juiste werking. Inspectie en onderhoud 8.
Warm water ecostand instellen hr pro cw 3
Babo - 3 Mei 2023Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant hrPRO VHR CW 3-3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Verwarmingsketel Vaillant
Handleiding Verwarmingsketel
Nieuwste handleidingen voor Verwarmingsketel