Vaillant geoTherm VWW 300-2 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant geoTherm VWW 300-2 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 46 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Vaillant geoTherm VWW 300-2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | geoTherm VWW 300-2 |
Handleiding Vaillant geoTherm VWW 300-2 – volledige tekst
1 Extra functies op het gebruikersniveau. 488. 3. 2 Extra functies op het codeniveau. 488. 3. 3 Extra functies via vrDIALOG. 498. 4 Thermostaatbeschrijving. 498. 4. 1 Mogelijke systeemcircuits. 498. 4. 2 Energiebalansregeling. 498. 4. 3 Laadprincipe bufferboiler. 508. 4. 4 Naar fabrieksinstellingen resetten. 508. 4. 5 Thermostaatstructuur. 508. 5 Stroomdiagram gebruikersniveau. 518. 6 Stroomdiagram codeniveau. 528. 7 Displays van het gebruikersniveau. 548. 8 Displays van het codeniveau. 598. 9 Speciale functies. 678. 10 Met vrDIALOG 810/2 instelbare parameters. 699 Inspectie en onderhoud. 719. 1 Algemene aanwijzingen. 719. 2 Uit te voeren inspectiewerkzaamheden. 719. 3 Onderhoud en reparaties. 719. 4 Proefdraaien en inbedrijfstelling. 7210 Verhelpen van storingen en diagnose. 7210. 1 Storingsmeldingen op thermostaat. 7210. 2 Storingen van eBus-componenten. 7310.
3Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_001 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de hele documentatie. In combinatie met deze installatiehandleiding zijn nog andere documenten van toepassing. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk ge-steld worden. Aanvullend geldende documentenGarantiekaart Nr. 0020052754Installatiehandleiding bufferboiler VPS Nr. 0020011995Installatiehandleiding vrnetDIALOG Nr. 839117Installatiehandleiding vrDIALOG Nr. 0020023003Vaillant planningsinformatie elektro-warmtepompEventueel zijn ook de andere gebruiksaanwijzingen van alle gebruikte toebehoren en thermostaten van toepas-sing. 1. 1 Documenten bewarenOverhandig deze installatiehandleiding alsmede alle aanvullend geldende documenten aan de gebruiker van de installatie.
Deze bewaart ze, zodat de handleidingen indien nodig ter beschikking staan. 1. 2 Gebruikte symbolenNeem bij de installatie van het toestel de veiligheidsaan-wijzingen in deze installatiehandleiding in acht. d Gevaar. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leven. e Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. H Gevaar. Gevaar voor verbranding en brandwon-den. a Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor pro-duct en/of milieu. h AanwijzingNuttige informatie en instructies. • Symbool voor een noodzakelijke handelingInhoudsopgaveAanwijzingen bij de documentatie 110. 4 Tijdelijke uitschakeling. 7410. 5 Uitschakeling door storing. 7610. 6 Overige fouten/storingen. 7811 Recycling en afvoer. 7911. 1 Toestel. 7911. 2 Verpakking. 7911. 3 Koudemiddel. 7912 Garantie en serviceteam. 7912. 1 Fabrieksgarantie. 7912. 2 Serviceteam. 7913 Technische gegevens. 8013. 1 Technische gegevens VWS. 8013.
— EN 14511 (warmtepompen met elektrisch aangedreven compressors voor verwarmen, eisen aan toestellen voor ruimteverwarming en voor verwarmen van warm water). — EN 378 (veiligheidstechnische en milieurelevante eisen aan koelinstallaties en warmtepompen). 1. 5 Gebruik volgens de voorschriftenDe Vaillant warmtepompen van het type geoTHERM zijn gebouwd volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kunnen er bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik (levens) gevaarlijke situaties voor de gebruiker of derden resp. beschadigin-gen aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.
Dit toestel is niet bedoeld om door personen (met inbe-grip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden of gebrek aan ervaring en/of ontbrekende kennis gebruikt te worden, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen in het gebruik van het toestel geïnstrueerd heeft. Kinderen mogen zich uitsluitend onder toezicht in de buurt van het toestel bevinden om te voorkomen dat zij met het toestel spelen.
De toestellen zijn ontworpen als warmteopwekkers voor gesloten warmwater-CV-installaties, voor het koelen en de warmwaterbereiding. Een ander of afwijkend gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprake-lijk worden gesteld. Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk. De toestellen zijn ontworpen voor gebruik op een elek-triciteitsnet met een systeemimpedantie Zmax bij het overdrachtspunt (huisaansluiting) van max. 0,1 Ohm. Tot het doelmatig gebruik behoort ook het in acht nemen van de installatiehandleiding. a Attentie. Elk oneigenlijk gebruik is verboden. De toestellen moeten worden geïnstalleerd door een er-kend installateur, die verantwoordelijk is voor de nale-ving van de bestaande voorschriften, regels en richtlij-nen. 1 Aanwijzingen bij de documentatie.
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_0062. 2 WerkingsprincipeWarmtepompsystemen bestaan uit gescheiden circuits waarin vloeistoffen of gassen de warmte van de warm-tebron naar het CV-systeem transporteren. Omdat deze circuits met verschillende media (pekel/water, koude-middel en CV-water) werken, zijn ze via warmtewisse-laars aan elkaar gekoppeld. In deze warmtewisselaars gaat warmte van een medium met een hoge tempera-tuur over naar een medium met een lage temperatuur. De Vaillant warmtepomp geoTHERM kan door verschillende warmtebronnen, bijv. aardwarmte (geoTHERM VWS) of grondwater (geoTHERM VWW) worden gevoed. 3/4 Omgevingsenergie 4/4 Verwarmingsenergie1/4 Elektrische energieAfb. 2.
2 Gebruik van de warmtebron aardwarmteextra verwarmingwarmwaterboilercv-watercircuitwarmtebroncircuitkoudemiddelcircuitwarm waterkoud wateromschakelventielcv-pompcondensorwarmtebronbrijnpompverdampercompressorexpansieventiel 2 1 3 4 warmtesysteemAfb. 2. 3 Werkwijze van de warmtepompHet systeem bestaat uit gescheiden circuits die d. m. v. warmtewisselaars aan elkaar zijn gekoppeld. Deze cir-cuits zijn:— Het warmtebroncircuit waarmee de energie van de warmtebron naar het koudemiddelcircuit wordt ge-transporteerd. — Het koudemiddelcircuit waarmee door verdampen, comprimeren, condenseren en uitzetten warmte aan het CV-watercircuit wordt afgegeven. — Het CV-watercircuit waarmee de CV en de warmwa-terbereiding van de warmwaterboiler worden gevoed. Via de verdamper (1) is het koudemiddelcircuit aan de omgevingswarmtebron gekoppeld en neemt de warmte-energie ervan op.
Daarbij verandert de aggregatietoe-stand van het koudemiddel, het verdampt. Via de con-densor (3) is het koudemiddelcircuit met het CV-sy-steem verbonden, waaraan het de warmte weer afgeeft. Daarbij wordt het koudemiddel weer vloeibaar: het con-denseert.
Aangezien warmte-energie alleen van een element met hogere temperatuur kan overgaan naar een element met lagere temperatuur, moet het koudemiddel in de verdamper een lagere temperatuur hebben dan de om-gevingswarmtebron. Daarentegen moet de temperatuur van het koudemiddel in de condensor hoger zijn dan die van het CV-water, om de warmte daar te kunnen afge-ven. 2 Toestelbeschrijving.
7Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00Deze verschillende temperaturen worden in het koude-middelcircuit via een compressor (2) en een expansie-klep (4) opgewekt, die zich tussen de verdamper en de condensor bevinden. Het dampvormige koudemiddel stroomt van de verdamper komend in de compressor en wordt door deze verdicht (gecomprimeerd). Daarbij stij-gen de druk en de temperatuur van de koudemiddel-damp sterk. Na dit proces stroomt het door de conden-sor, waarin het zijn warmte door condensatie afgeeft aan het CV-water. Als vloeistof stroomt het naar de ex-pansieklep, daarin ontspant het sterk en verliest daarbij extreem aan druk en temperatuur. Deze temperatuur is nu lager dan die van het pekel dat door de verdamper stroomt. Het koudemiddel kan daardoor in de verdam-per nieuwe warmte opnemen, waarbij het weer ver-dampt en naar de compressor stroomt.
De kringloop be-gint weer van voren af aan. Indien nodig kan via de geïntegreerde thermostaat de elektrische hulpverwarming evt. worden ingeschakeld. Om het ontstaan van condenswater binnenin het toestel te verhinderen, zijn de leidingen van het warmtebroncir-cuit en het koudemiddelcircuit tegen kou geïsoleerd. In-dien er toch condenswater optreedt, wordt het in een condensbak (zie afb. 2. 7) verzameld en onder het toe-stel geleid. Druppelvorming onder het toestel is dus mo-gelijk. 2. 3 Opbouw van de warmtepompDe Vaillant geoTHERM warmtepomp is in de hieronder vermelde types leverbaar. De warmtepomptypes ver-schillen vooral qua vermogen. Typeaanduiding Verwarmingsvermogen (kW)Pekel-water-warmtepompen (B0/W35)VWS 220/2 21,6VWS 300/2 29,9VWS 380/2 38,3VWS 460/2 45,9Water-water-warmtepompen (W10/W35)VWW 220/2 29,9VWW 300/2 41,6VWW 380/2 52,6VWW 460/2 63,6Tabel 2.
2 TypeoverzichtDe typeaanduiding van de warmtepomp kunt u op de sticker (zie afb. 2. 4 pos. 1) op het frame van de kolom aflezen. De warmtepomp is zodanig ontworpen dat u alle gang-bare elektriciteitstarieven kunt realiseren. 2314Afb. 2.
de CV-pomp, 3-wegklep of elektrische extra verwar-ming niet in het apparaat geïntegreerd, maar moeten door de klant worden gele-verd en extern worden geïnstalleerd.2 Toestelbeschrijving
9Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_002. 3. 2 Modules VWWABB A12-30-01ABB A12-30-01L3L2L1NPEL3L2L1NPEL3L2L1NPEL3L3L2L1NNPEL3L2L1 SSNPE L2 L1L3NABB A8-30-01ABB A8-30-01ABB A8-30-011LL L L L 1 LN N N N N 2 N 2121LN23 4 5 SCH 67 8 ASBNNAufZuL N1 2 1 2 12 1 2121 2DCFOTAF - +AufZuZHNLZPNLSK2-PNLHK2-P HK2 VF2 RF1 VF1 SPBUSDCF/AFEVU 1xZPLP/UV 1ABB A12-30-015647981 32Afb. 2. 7 VWW — vooraanzicht geopendLegenda bij afb. 2. 71 Elektro-schakelkast (zie hoofdstuk 5. 3)2 Typeplaatje3 Compressor4 Condensbak5 Vul- en aftapkraan warmtebroncircuit6 Stromingsbewaking7 Filterdrogingspatroon8 Verdamper9 Condensorh Aanwijzing Bij geoTHERM warmtepompen zijn enke-le componenten, zoals bijv. de CV-pomp, 3-wegklep of elektrische extra verwar-ming niet in het apparaat geïntegreerd, maar moeten door de klant worden gele-verd en extern worden geïnstalleerd. 2.
4 Bedrijfsfuncties en functies - AlgemeenVoor het CV-circuit heeft u de beschikking over vijf be-drijfsfuncties, waarmee u de warmtepomp tijd- en tem-peratuurgeregeld kunt gebruiken (zie hfdst. 8 "Rege-ling"). Voor de warmwaterboiler staan drie extra bedrijfsfunc-ties ter beschikking. Bij de inbedrijfstelling deelt u de warmtepomp mee welke van de aansluitconfiguraties in de bijlage overeen-komt met uw installatie. Dit doet u door het nummer van het betreffende hydraulische schema in de thermos-taat in te voeren. Daardoor worden alle bedrijfsparame-ters op voorgeprogrammeerde waarden gezet, zodat de warmtepomp optimaal kan werken. U kunt achteraf de bedrijfsfuncties en functies nog individueel instellen en aanpassen. In hoofdstuk 8 "Regeling" vindt u alle informatie over bedrijfsfuncties, extra en speciale functies.
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_0010Daarnaast staan er nog instelbare extra functies ter beschikking (zie ook hoofdstuk 8. 3 "Instelbare extra functies"):— Tijdprogramma'sInstellen van de verwarmingstijden per CV-circuit— Vakantie programmerenProgrammeren van twee vakantieperiodes met ver-melding van datum en verlagingstemperatuur— PartyfunctieVoortzetten van verwarmings- en warmwatertijden na het volgende uitschakelpunt— SpaarfunctieVerlagen van de gewenste aanvoertemperatuur gedu-rende een instelbare periode— KoelfunctieDe koelfunctie stelt u in staat om de warmtepompen voor koeling te gebruiken. Voor de passieve koelfunctie moeten diverse compo-nenten bij de klant worden geïnstalleerd.
Aanwijzingen en selectie kunt u vinden in de Vaillant planningsinfor-matie elektro-warmtepompen— AfwerklaagdrogingAfwerklaag droogstoken— Regeling met vaste waardeVaste aanvoertemperatuur instellen— LegionellabeveiligingKiemen in de boiler en in de buisleidingen doden— SneltestTestfunctie voor het onderhoud— Onderhoud op afstandDiagnose en instellen via vrDIALOG of vrnetDIALOG3 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften3. 1 VeiligheidsaanwijzingenDe warmtepomp moet worden geïnstalleerd door een erkend installateur die verantwoordelijk is voor het nale-ven van de bestaande normen en voorschriften. Voor schade die door het niet naleven van deze handleiding ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Zoek het transport- en bedrijfsgewicht van de warmte-pomp op in de technische gegevens en houd hier reke-ning mee bij transport en plaatsing.
Neem voor de mon-tage vooral goed nota van hoofdstuk 4. 2 "Eisen aan de standplaats". d Gevaar. Het koudemiddelcircuit staat onder druk. Bovendien kunnen er hoge temperaturen ontstaan. Het toestel mag alleen door de Vaillant servicedienst van de fabriek of door een gekwalificeerde installateur worden geopend en onderhouden.
Werk-zaamheden aan het koudemiddelcircuit mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde koeltechnicus. e Gevaar. Gevaar voor elektrische schok. Schakel voor installatie- en onderhouds-werkzaamheden aan de elektrische in-stallatie altijd alle stroomtoevoer uit. Zorg ervoor dat deze zijn beveiligd tegen abusievelijk opnieuw inschakelen. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Verrijk het CV-water niet met anti-vries- of anti-roestmiddelen, omdat daardoor afdichtingen en andere onderdelen kun-nen worden beschadigd en er zo water-lekkages kunnen optreden. Onthard het cv-water bij een waterhardheid vanaf 3,0 mmol/l (16,8 °dH) volgens richtlijn VDI 2035 blad 1. U kunt hiervoor de ionenwisselaar van Vaillant (art. -nr. 990 349) gebruiken. Neem de daarbij meegele-verde gebruiksaanwijzing in acht. a Attentie. Alleen voor VWW:Gevaar voor beschadiging van de warm-tepomp.
De kwaliteit van het aangezogen grond-water moet worden gecontroleerd, om ervoor te zorgen dat zuigbron, buislei-dingen en verdamper niet worden be-schadigd. 2 Toestelbeschrijving3 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften.
11Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_003. 2 Voorschriften, regels, richtlijnen Bij de opstelling, installatie en het gebruik van de warm-tepomp en de warmwaterboiler dienen in het bijzonder de volgende plaatselijke voorschriften, bepalingen, re-gels en richtlijnen:— voor de elektrische aansluiting— van de exploitanten van het elektriciteitsnet— van de watervoorzieningsmaatschappijen— voor het gebruik van aardwarmte— voor het integreren van warmtebron- en cv-installa-ties— voor de energiebesparing— voor de hygiënein acht te worden genomen. 3. 3 KoudemiddelBij levering is de warmtepomp gevuld met het koude-middel R 407 C. Dit is een chloorvrij koudemiddel dat de ozonlaag van de aarde niet aantast. R 407 C is niet brandgevaarlijk en er bestaat ook geen explosiegevaar.
Toch mogen onderhoudswerk en ingrepen in het koude-middelcircuit uitsluitend worden uitgevoerd door een in-stallateur met dienovereenkomstige veiligheidsuitrus-ting. d Gevaar. Koudemiddel R 407 C. Bij lekkages in het koudemiddelcircuit gassen en dampen niet inademen. Gevaar voor de gezondheid. Contact met huid en ogen vermijden. Lekkend koude-middel kan bij aanraken van het punt waar dit naar buiten stroomt, bevriezin-gen tot gevolg hebben. Bij normaal ge-bruik en normale omstandigheden vormt het koudemiddel R 407 C geen gevaar. Ondeskundig gebruik kan echter schade tot gevolg hebben. a Attentie. Dit toestel bevat het koudemiddel R 407 C. Het koudemiddel mag niet in de atmosfeer komen. R 407 C is een in het Protocol van Kyoto opgenomen chloor-vrij broeikasgas met GWP 1653 (GWP = Global Warming Potential).
Het in het toestel aanwezige koudemid-del moet voor de afvoer van het toestel volledig in hiervoor geschikte opvangre-servoirs worden afgetapt om het vervol-gens volgens de voorschriften te recy-clen of af te voeren. De desbetreffende werkzaamheden met het koudemiddel mogen uitsluitend door officieel gecertificeerd personeel uitge-voerd worden.
Koudemiddel (hoeveelheid zie typeplaat-je) mag alleen via onderhoudskranen worden afgetapt of bijgevuld. Als er een ander toegelaten koudemiddel ter ver-vanging van het door Vaillant aanbevolen R 407 C wordt gebruikt, verliezen alle garanties hun geldigheid. Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften 3.
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00124 Montage en installatie4. 1 ToebehorenDe volgende toebehoren kunt u voor de uitbreiding van het warmtepompsysteem gebruiken. Meer informatie over de installatie van de toebehoren vindt u in hfdst. 6. 9. Mengmodule VR 60Met de mengmodule kunt u de regeling van de CV-in-stallatie met twee mengcircuits uitbreiden. U kunt maxi-maal zes mengmodules aansluiten. Afstandsbediening VR 80 en VR 90 Voor de eerste acht CV-circuits (HK 1 — HK 8) kunt u een eigen afstandsbediening aansluiten. vrDIALOG 810/2vrDIALOG is een communicatie-eenheid met software en verbindingsleiding, waarmee u diagnose, bewaking en parameterinstelling van de warmtepomp vanaf een com-puter kunt uitvoeren.
vrnetDIALOG 840/2, 860/2De communicatie-eenheid vrnetDIALOG stelt u in staat via een telefoonaansluiting of via een geïntegreerd GSM-modem een diagnose op afstand, bewaking en pa-rameterinstelling van de warmtepomp vanaf een compu-ter uit te voeren. Bufferboiler voor CV-water VPSDe bufferboiler VPS dient als tussenopslag voor verwar-mingswater en kan tussen warmtepomp en CV-circuit worden gemonteerd. Hij stelt de nodige energie ter be-schikking om wachttijden van de exploitant van het lei-dingnet te overbruggen. Combiboiler VPADe Vaillant combiboiler VPA kan vanuit verschillende energiebronnen worden gevoed en is bestemd voor het opwarmen van zowel CV-water als warm water. Overige toebehoren— Warmtedragende vloeistof— Vulpomp— Veiligheidsgroep en afvoertrechter— Expansievat voor CV-circuit4. 2 Eisen aan de standplaats— Kies een droge ruimte die permanent vorstvrij is.
— Vermijd de installatie in de nabijheid van warmtebron-nen of brandbaar materiaal. — De vloer moet vlak zijn en voldoende draagvermogen hebben om het gewicht van de warmtepomp incl. de warmwater- en evt. een bufferboiler te kunnen dra-gen. — De leidingen (zowel aan warmtebron-, warmwater- als CV-zijde) moeten doelmatig kunnen worden gelegd.
— Er moet gezorgd worden voor een aansluiting voor de condensafvoer. — Denk er bij de keuze van de standplaats aan dat de warmtepomp tijdens gebruik trillingen naar de vloer of naar wanden in de buurt kan overdragen. — Het is voor een optimale geluidsreductie aan te beve-len om buisdoorvoeren door wanden en plafonds ge-luidsgeïsoleerd uit te voeren. — Volgens DIN EN 378 T1 wordt voor warmtepompen de grootte van de minimale plaatsingsruimte (Vmin) als volgt berekend:Vmin = G/cG = koudemiddelinhoud in kgc = praktische grenswaarde in kg/m3 (voor R 407C geldt c = 0,31 kg/m3)Daaruit blijkt de volgende minimale plaatsingsruimte:Warmtepomptype Vulhoeveelheid koudemiddel [kg]Minimale plaat-singsruimte [m3]VWS 220/2VWW 220/24,14,313,213,9VWS 300/2VWW 300/2 5,99 19,3VWS 380/2VWW 380/2 6,7 21,6VWS 460/2VWW 460/2 8,6 27,7Tabel 4. 1 Minimale plaatsingsruimte4 Montage en installatie.
4.2 "Eisen aan de stand-plaats").• Voer met inachtneming van de apparaten- en aansluit-afmetingen minimaal twee kernboringen uit (zie afb. 4.3, pos. 1).• Voor elke warmtebronleiding is een apart kerngat nodig.• Als het gevaar van binnendringen van grondwater be-staat, moeten speciale buisdoorvoeren worden ge-bruikt (informatie van de fabrikant in acht nemen).• Houd rekening met de afstanden van de kernbuizen voor de verdere installatie.• Breng de warmtebronleidingen (2) van buitenaf in de plaatsingsruimte binnen.Er moet gezorgd worden voor een aansluiting voor de condensafvoer.• Leg de warmtebronleidingen (2) centrisch in de kern-gaten (1), om een warmte-isolatie aan alle kanten mo-gelijk te maken.• Dicht de ringspleet (1) zoals afgebeeld af met daar-voor geschikt bouwschuim (bijv.
15Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00160470Afb. 4. 4 Optimale installatie van de flexible slangen• Plan de exacte standplaats van de geoTHERM warmte-pomp en de buisinstallatie zo, dat de voor de trillings-ontkoppeling meegeleverde flexibele aansluitingslei-dingen, zoals in afb. 4. 4 kunnen worden aangesloten. 4. 6 Eisen aan het CV-circuitDe warmtepomp is alleen geschikt voor aansluiting op een gesloten CV-installatie. Om een storingsvrije wer-king te garanderen, moet de CV-installatie door erkende installateurs in overeenstemming met de betreffende voorschriften zijn aangelegd. Een warmtepomp is aan te raden voor lagetemperatuur-systemen. Daarom moet het systeem zijn ontworpen op lage aanvoertemperaturen (idealiter ca. 30 tot 35 °C). Bovendien moet gewaarborgd zijn dat wachttijden van de netexploitant worden overbrugd.
Voor de installatie van het CV-systeem vereist de EN 12828 het volgende:— een vulklep, om het CV-systeem met water te kunnen vullen of water te kunnen aftappen,— een membraan-expansievat in de retourleiding van het CV-circuit,— een overdrukklep (openingsdruk 3 bar) met manome-ter (veiligheidsgroep) in de aanvoerleiding van het CV-circuit, direct achter het toestel,— een lucht-/vuilafscheider in de retourleiding van het CV-circuit. Ter voorkoming van energieverliezen alsmede ter be-scherming tegen bevriezing moeten alle aansluitleidin-gen zijn voorzien van een warmte-isolatie. De leidingen moeten vrij van vervuiling zijn, evt. leidin-gen voor het vullen grondig doorspoelen. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Verrijk het CV-water niet met anti-vries- of anti-roestmiddelen, omdat daardoor afdichtingen en andere onderdelen kun-nen worden beschadigd en er zo water-lekkages kunnen optreden.
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00164. 7 Leveringsomvang controlerenABB A12-30-01 ABB A12-30-01L3L2L1NPE L3L2L1NPE L3L2L1NPEL3L3L2 L1NNPEL3L2L1 SSNPE L2L1L3NABB A8-30-01ABB A8-30-01ABB A8-30-011L L LLL 1 LN N N N N 2 N2 1 21LN2 3 4 5 SCH 6 7 8 ASBN NAufZuL N 1 2 1 2 12 1 2 12 1 2DCFOTAF - +AufZuZHNLZPNLSK2-PNLHK2-P HK2VF2RF1 VF1 SPBUSDCF/AFEVU1xZPLP/UV 1ABB A12-30-01321654789101112Afb. 4. 5 Leveringsomvang controlerenLegenda zie tabel 4. 2. De warmtepomp wordt in vier verpakkingseenhednen geleverd. h AanwijzingVóór installatie van de warmtepomp moet door de installateur een visuele controle op mogelijke transportschade worden uitgevoerd. • Controleer de warmtepomp en de apart verpakte be-dieningsconsole op eventuele transportschade. Pos. Aantal Benaming1 1 Warmtepomp2 2 Afdekplaten zijde3 1 Bedieningsconsole, kolomafdekking4 1 6 liter-pekelreservoir incl.
messingadapter max. 3 bar, bevestigingsmateriaal5 1 Buitentemperatuurvoeler VRC DCF6 4 Sensors VR 107 1 Stuurleiding voor vrnetDIALOG8 4 Flexible aansluitslangen (600 mm lang, aan CV- warmtebronzijde met 1 1/2" binnendraad)9 1 Veiligheidsklep voor brijncircuit, 1/2", 3 bar10 4 Installatiehandleiding, gebruiksaanwijzing11 82422Afdichtingen voor aansluitleidingen CV-circuit (grijs) en warmtebroncircuit (geel/groen)Schroeven met platte kop M6 voor de montage van de bedieningsconsole aan het frame (plus één reserveschroef)Schroeven met platte kop voor het bevestigen van de zijplaten op het framePlaatschroeven voor frame bedieningsconsole (incl. één reserveschroef)Plaatschroeven voor de bevestiging van vrnetDIALOG12 4 Mantelplaten voor en boven, deksel voor en ach-terTabel 4. 2 LeveringsomvangHet frame voor de bedieningsconsole is bij levering al aan de behuizing van de warmtepomp bevestigd.
De warmtepomp is door haar hoge ge-wicht ongeschikt voor transport door op-heffen door personen. Gebruik uitsluitend één van de aangegeven transportsoor-ten. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. Onafhankelijk van de transportwijze mag de warmtepomp nooit meer dan 45° wor-den gekanteld. Anders kunnen er tijdens latere werking storingen in het koude-middelcircuit optreden, wat in het ergste geval leidt tot een defect van het gehele systeem. Voor het transporteren van de warmtepomp zijn uitslui-tend toegelaten (zie afb. 4. 6):— Vorkheftrucks— Hefwagen4 Montage en installatie.
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00184.9 Warmtepomp plaatsenABB 0-10 mmAfb. 4.7 Stelvoetjes instellen• Let bij het plaatsen van de warmtepomp op de mini-mumafstanden tot de wand (zie afb. 4.2).• Lijn de warmtepomp horizontaal uit door de stelvoet-jes in te stellen.4.10 Installatie bij de klanta Attentie!Spoel de CV-installatie voor de aanslui-ting van het toestel zorgvuldig door!Daarmee verwijdert u resten zoals las-druppels, walshuid, hennep, kit, roest, grove vervuiling e.d. uit de buisleidingen. Anders kunnen deze stoffen in het toe-stel terechtkomen en storingen veroor-zaken.a Attentie!Om lekkages te vermijden, let u erop dat bij de aansluitleidingen geen mechani-sche spanningen ontstaan!— De buisinstallatie moet conform de maat- en aansluit-tekeningen in afb.
4.1 plaatsvinden.— De installatie dient door een installateur te worden uitgevoerd.— Bij de installatie dienen de geldende voorschriften in acht te worden genomen.h AanwijzingLucht in de CV-installatie leidt tot een beperking van de werking en vermindert het verwarmingsvermogen. Breng indien nodig ontluchtingskleppen aan.3421Afb. 4.8 Aansluitleidingen monterenLegenda bij afb. 4.81 CV-aanvoerleiding2 CV-retourleiding3 Warmtebron naar warmtepomp4 Warmtebron van warmtepomprAfb. 4.9 Omgaan met de flexibele aansluitleidingena Attentie!Gevaar voor lekkage van water!De meegeleverde flexible aansluitleidin-gen mogen niet worden gedraaid, geknikt of uitgetrokken worden.
19Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_004.10.1 Montage CV-installatiea Attentie!Gevaar voor beschadiging!Om eventuele overdruk te kunnen com-penseren, moet de warmtepomp worden aangesloten op een expansievat en een veiligheidsklep, ten minste DN 20 voor max. 3 bar openingsdruk (niet bij de le-vering inbegrepen).H Gevaar!Verbrandingsgevaar!De afblaasleiding van de veiligheidsklep moet ter grootte van de uitlaatopening van de veiligheidsklep in een vorstvrije omgeving worden geïnstalleerd. Deze moet altijd open zijn.
De afblaasleiding moet zo worden gemonteerd, dat bij het afblazen personen niet door heet water of stoom kunnen worden verwond.Wij adviseren om een Vaillant veilig-heidsgroep en afvoertrechter te installe-ren.• Monteer de CV-aanvoer- en -retourleiding met alle on-derdelen.• Isoleer alle leidingen.4.10.2 Montage brijncirculatie• Monteer de warmtebronleidingen met alle bijbehoren-de componenten.4961496158576542a5858K33Afb. 4.10 Warmtebroncircuit VWSLegenda bij afb. 4.1333 Luchtafscheider/vuilfilter42a Veiligheidsklep49 Doorstroominsteller57 Pekelreservoir58 Vul- en aftapkraan61 Pekelcircuit65 Pekelwater-opvangbakK = Collector42a57 651Afb. 4.11 Pekelreservoir monterenLegenda bij afb. 4.111 Leiding warmtebron/warmtepomp42a Veiligheidsklep57 Pekelreservoir65 Pekelwater-opvangbakMontage en installatie 4
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_0020h AanwijzingHet pekelreservoir heeft een volume van ca. 6 liter en is daarmee voor brijncir-cuits tot max. 1900 liter voldoende. Bij gebruik van een platte collector is het meegeleverde brijnreservoir niet meer voldoende. Vanaf een jaarlijkse temperatuurschommeling in de bodem van > 8 K bedraagt de brijnuitbreiding meer dan 6 liter. Daarom moet hiervoor bij montage een groter brijnuitbreidings-reservoir worden gekozen. Omwisselen is ook dan nodig, als de brijnhoeveelheden van 1900 liter in het gehele systeem worden overschreden. a Attentie. De schroefverbindingen op het pekelre-servoir moeten met hennep worden afge-dicht. Door het afdichten met bijv. tef-lonband kunnen er lekkages in het pekel-circuit optreden. 42aAfb. 4. 12 Montage veiligheidsklepØ 150 mmØ 10 mmRp 1/257Afb. 4.
13 Wandmontage brijnreservoir• Monteer de houder van het pekelreservoir met de plug en de schroef aan de wand. • Maak de voorgemonteerde aansluitstukken van het pekelreservoir (57) los. • Draai de buitendraad van de aansluitstukken met hen-nep in. • Monteer het eerste aansluitstuk op de 3 bar veilig-heidsklep (42a), die bij de warmtepomp is meegele-verd. • Installeer het pekelreservoir (57) uit de toebehoren met het tweede aansluitstuk in de leiding (1) van de warmtebron naar de warmtepomp. • Zet het pekelreservoir vast met behulp van de houder. • Monteer het aansluitstuk met veiligheidsklep op het pekelreservoir. • Installeer de pekelwater-opvangbak (65) drukloos op de veiligheidsklep (42a). De pekelwater-opvangbak mag niet compleet gesloten zijn, omdat anders de werking van de veiligheidsklep niet is gewaarborgd. • Voorzie alle leidingen van een dampdiffusiedichte warmte-isolatie.
3 Montage bronsysteem (alleen VWW)Bij water als warmtebron wordt het bronsysteem in de meeste gevallen met een onttrekkings- en injectiebron uitgevoerd. In de onttrekkingsbron moet een zelf te monteren bronpomp (dompelpomp) worden aange-bracht. Neem hiervoor de installatie-/montagehandlei-ding van de dompelpomp in acht. Elektrische aansluiting van de dompelpomp zie 6. 4. 4 Montage en installatie.
21Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00Bij gebruik van grondwater als warmtebron moet voor de installatie de kwaliteit van het grondwater worden onderzocht. Hiervoor moet een watermonster laborato-risch worden onderzocht en aan de hand van hulpmid-delen die door Vaillant beschikbaar zijn gesteld voor de beoordeling van de kwaliteit van het grondwater (tabel-len, programma's voor de berekening) worden beslist of het grondwater als warmtebron kan worden gebruikt. Eventueel moet bij slechte grondwaterkwaliteit een VWS-warmtepomp met een zelf te monteren tussen-warmtewisselaar worden gebruikt (meer hiervoor zie PLI geoTHERM Vaillant nr. 877959). • Monteer de warmtebronleidingen met alle bijbehoren-de componenten. • Voorzie alle leidingen van een dampdiffusiedichte warmte-isolatie. Het toebehoren bevat de isolatiemat die bestemd is voor warmte-isolatie van de aansluit-plaat. 4.
11 Montage buitentemperatuurvoeler VRC DCFMonteer de voeler conform de meegeleverde montage-handleiding. 4. 12 Afstandsbediening VR 80/VR 90 monterenAls u meerdere CV-circuits installeert, kunt u voor de eerste acht ervan telkens een eigen afstandsbediening VR 80 of VR 90 aansluiten. Het maakt de instelling van de bedrijfsfunctie en van de gewenste kamertempera-tuur mogelijk en houdt eventueel met behulp van de in-gebouwde kamervoeler rekening met de kamertempera-tuur. U kunt ook de parameters voor het bijbehorende CV-circuit (tijdprogramma, stooklijn enz. ) instellen en speciale functies (party enz. ) selecteren. Daarnaast kunnen gegevens over het CV-circuit worden opgevraagd en kunnen onderhouds- of storingsmeldin-gen worden weergegeven. Voor de montage van de afstandsbediening VR 80, resp. VR 90 zie meegeleverde montagehandleiding. Voor de installatie ervan zie hfdst. 6. 8. 1. 4.
Op de mengmodule stelt u met de draaischakelaar een eenduidig busadres in. De instelling van de verwar-mingsprogramma's en alle vereiste parameters voert u via de bedieningsconsole uit. Alle voor het CV-circuit specifieke aansluitingen (voelers, pompen) geschieden direct op de mengmodule via ProE-stekkers. Voor de montage van de mengmodule VR 60 zie de meegeleverde montagehandleiding. Voor de installatie ervan zie hfdst. 6. 8. 22. 5 CV- en warmtebronsysteem vullenVoordat de warmtepomp in gebruik kan worden geno-men, moeten het CV-circuit en het pekelcircuit (alleen VWS) worden gevuld. 5. 1 CV-circuit vullen• Draai alle thermostaatkranen van het CV-systeem open. • Sluit een vulslang op een waterkraan aan. • Bevestig het vrije einde van de vulslang op de vul-kraan (zie afb. 2. 6, pos. 5). • Open de vulkraan.
• Draai de waterkraan langzaam open en vul zo lang water bij tot op de manometer een systeemdruk van ca. 1,5 bar is bereikt. • Draai de vulkraan dicht en maak de slang los. • Ontlucht het systeem opnieuw op de hiervoor bestem-de punten. • Controleer vervolgens nogmaals de waterdruk van het systeem (herhaal indien nodig het vullen). Montage en installatie 4CV- en warmtebronsysteem vullen 5.
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00225. 2 Pekelcircuit vullen (alleen VWS)De pekelvloeistof bestaat uit water, gemengd met een concentraat van warmtedragende vloeistof. Als toevoe-ging adviseren wij propyleenglycol (alternatief: ethy-leenglycol) met corrosieremmende additieven. Een col-lectorslang DN 40 heeft een capaciteit van ca. 1 liter per strekkende meter. Welke pekelvloeistoffen gebruikt mogen worden, ver-schilt sterk per regio. Informatie hiervoor kunt u bij de verantwoordelijke instanties krijgen. Vaillant staat het gebruik van de warmtepomp alleen toe met de volgende pekelmedia:— max. 30 % ethyleenglycol/water— max. 33 % propyleenglycol/water— kaliumcarbonaat/water— max. 60 % ethanol/waterWQ6664 586259602957616765Afb. 5. 1 PekelcircuitLegenda bij afb. 5.
129 Pekelpomp57 Afsluitklep58 Ontluchtingsklep59 Pekelreservoir60 Veiligheidsklep61 Afsluitklep62 Afsluitklep64 Afsluitklep 65 Pekelwater-opvangbak66 Pekelreservoir67 VulpompWQ Warmtebroncircuita Attentie. Schadelijk voor het milieu. Pekelmedia mogen bij een lekkage geen vervuiling van het grondwater of van de bodem tot gevolg hebben. Er moeten stoffen worden gekozen die niet giftig en biologisch afbreekbaar zijn. h Attentie. Gevaar van lekkage bij het gebruik van caliumcarbonaat als brijnvloeistof. Het gebruik van caliumcarbonaat/water als brijnvloeistof is bij de installatie bij de klant van passieve koelingen niet toe-gestaan, omdat reacties kunnen ont-staan met de gebruikte afdichtingkunst-stoffen in de mengklep.
Om het pekelcircuit te vullen, gaat u als volgt te werk:• Meng door Vaillant in Duitsland, Oostenrijk en Zwitser-land gebruikte antivriesmiddel 1,2 % propyleenglycol met water in de verhouding 1 : 2. Zo ontstaat een vorstbeveiliging tot -15 °C. • Meng in een extern reservoir (bijv. kunststof jerrycan, pos. 66) water en antivries in de voorgeschreven con-centratie. Elke mengserie moet zorgvuldig worden vermengd.
• Controleer de mengverhouding van de pekelvloeistof. Vaillant adviseert daarvoor het gebruik van een re-fractometer. • Vul daarna het pekelmengsel uit het reservoir (66) in het warmtebronsysteem. Hiervoor is een vulpomp (67) nodig die het collectorcircuit bij het vullen tegelij-kertijd ontlucht. Vaillant adviseert de Vaillant vulpomp (art. -nr. 307093). Sluit de drukleiding van de pomp op de afsluitklep (62) aan. • Sluit de afsluitklep (57). • Open de afsluitkleppen (62) en (64). • Open de afsluitklep (61) en sluit een in het glycol-mengsel uitmondende slang op de klep aan. • Start de vulpomp (67) om de collectorslang te vullen. 5 CV- en warmtebronsysteem vullen.
23Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00• Laat de vulpomp (67) draaien tot er uit de slang van de afsluitklep (61) vloeistof zonder lucht erin naar bui-ten komt.• Open de klep (57), zodat de lucht tussen de kleppen (61) en (62) kan ontsnappen.• Sluit de klep (61) en zet het pekelcircuit met de vul-pomp (67) onder druk. Let erop dat de druk niet hoger komt dan 3 bar.• Sluit nu ook de klep (62).• Schakel de vulpomp (67) uit en verwijder de vulslang.• Open de veiligheidsklep (60) om een eventuele over-druk te laten ontsnappen. Het pekelreservoir moet voor 2/3 met vloeistof zijn gevuld. Zorg ervoor dat de klep (61) is gesloten. • Doe eventuele resten van de pekelvloeistof in een ge-schikt reservoir (bijv.
kunststof jerrycan) voor later bijvullen en geef dit aan de gebruiker, zodat hij het be-waart.De verdere ontluchting vindt na de montage van de manteldelen en de inbedrijfstelling van de warmtepomp plaats (zie hoofdstuk 7.4).Peil van de pekelvloeistof controlerena Attentie!Gevaar voor beschadiging!Het vulpeil is correct als het pekelreser-voir voor 2/3 is gevuld. Als het peil te hoog is, kan de installatie beschadigd raken.• Vul pekelvloeistof bij, wanneer het niveau zover daalt dat dit niet meer zichtbaar is in het pekelreservoir.1 2Afb. 5.2 Niveau van het pekelreservoirLegenda bij afb. 5.21 Niveau te laag2 Niveau correctIn de eerste maand na inbedrijfstelling van de installatie kan het peil van de pekelvloeistof iets dalen, wat heel normaal is.
Het peil kan ook afhankelijk van de tempera-tuur van de warmtebron variëren, maar het mag nooit zo ver dalen dat het in het pekelreservoir niet meer zichtbaar is.5.3 Bronsysteem (alleen VWW)Bij gebruik van water als warmtebron vervalt het vullen van het warmtebronsysteem, aangezien het om een open systeem gaat.CV- en warmtebronsysteem vullen 5
Installatiehandleiding geoTHERM VWS/VWW 0020072959_00246 Elektrische installatie6. 1 Veiligheids- en installatie-aanwijzingene Gevaar. Gevaar voor elektrische schok. Schakel vóór elektrotechnische installa-tiewerkzaamheden altijd de stroomtoe-voer uit. Zorg ervoor dat deze is bevei-ligd tegen abusievelijk opnieuw inschake-len. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. De elektrische aansluiting moet via een bij de klant aanwezige scheidingsinrich-ting met een contactopening van min. 3 mm (b. v. leidingveiligheidsschakelaar) over alle polen kunnen worden uitge-schakeld. Het is zinvol om deze scheidingsinrichting direct in de buurt van de warmtepomp te installeren. a Attentie. Gevaar voor beschadiging. De elektrische installatie mag alleen worden uitgevoerd door een erkend in-stallateur. a Attentie. Gevaar voor kortsluiting.
Strip leidingen die 230 V voeren, voor aansluiting op de ProE-stekker uit veilig-heidsoverwegingen over een lengte van maximaal 30 mm. Als u meer stript, bestaat het gevaar van kortsluitingen op de printplaat, als u de leidingen niet correct in de stekker bevestigt. a Attentie. Gevaar voor defecten. De leidingen voor buitentemperatuurvoe-ler en kamerthermostaat geleiden kleine en zwakke stromen. Storingsinvloeden uit de omgeving kunnen een uitwerking hebben op de voelerleidingen en verkeer-de informatie overbrengen naar de warmtepompthermostaat, daarom moe-ten de voelerleidingen absoluut correct worden gelegd. Zwakstroomleidingen moeten op vol-doende afstand van sterkstroomleidin-gen worden gelegd. Als zwak- en sterk-stroomleidingen parallel worden gelegd, moet bij een lengte vanaf 10 m een mini-mumafstand van 25 cm worden aange-houden.
Bij inbedrijfstelling controleert de thermostaat automa-tisch de juiste fasevolgorde. Verwissel bij een storings-melding twee fasen met elkaar. Let bovendien op het volgende:— Voor de stroomvoorziening sluit u de warmtepomp aan op een 400 V draaistroomnet met 3 fasen en een nul- en een aarddraad.
Beveilig deze aansluiting zoals bij de technische gegevens is vermeld. — Installeer de warmtepomp via een vaste netaanslui-ting. — De vereiste leidingdoorsneden moeten door een ge-kwalificeerd installateur aan de hand van de waarden die in de technische gegevens zijn vermeld voor het maximale ontwerpvermogen, worden bepaald. Houd in ieder geval rekening met de installatieomstandighe-den ter plaatse. — Als de lokale netexploitant voorschrijft dat de warmte-pomp via een blokkeersignaal moet worden geregeld, monteert u een dienovereenkomstige, door de netex-ploitant voorgeschreven contactschakelaar die u met een 2-aderige leiding aansluit op de warmtepomp. 6. 2 Voorschriften voor de elektrische installatieDe maximale leidinglengte van de voelerleidingen van 50 m mag niet worden overschreden.
Aansluitleidingen met 230 V/400 V en voeler- of buslei-dingen moeten vanaf een lengte van 10 m apart worden gelegd. Vrije klemmen van het toestel mogen niet als steun-klemmen voor de verdere bedrading gebruikt worden. 6 Elektrische installatie.
• Breng de stroomleiding(en) door het slobgat in de achterwand van het toestel naar binnen. • Voer de leidingen door het toestel, door de passende trekontlastingen en naar de aansluitklemmen van de aansluitstrip. • Voer de aansluitbedrading uit zoals afgebeeld in de volgende bedradingsschema's. a Attentie. De toestelmantels moeten na voltooiing van het installatiewerk gemonteerd wor-den. Elektrische installatie 6.
Bijstook verwarming2 Aansluiting externe extra verwarming3 Aansluiting pomp, compressor en regeling4 Aansluiting circulatiepomp CV-circuit7 Aansluiting dompelpomp warmtebroncircuit8 Aansluiting brijnmengklep voor externe koelingDeze bedrading van de warmtepomp komt overeen met de toestand bij levering.De warmtepomp wordt met een enkel stroomtarief (een verbruiksmeter) op het voedingsnet aangesloten (3). Daarentegen behoudt de netexploitant zich het recht voor om de compressor en de extra verwarming indien 6 Elektrische installatie
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant geoTherm VWW 300-2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Vaillant
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp