Vaillant geoTherm VWS 171-3 Handleiding

Vaillant Warmtepomp geoTherm VWS 171-3

Bekijk gratis de handleiding van Vaillant geoTherm VWS 171-3 (48 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 148 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Vaillant geoTherm VWS 171-3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Gebruiksaanwijzing
Voor de gebruiker
BENL , NL
Gebruiksaanwijzing
geoTHERM
Warmtepomp

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Vaillant
Categorie: Warmtepomp
Model: geoTherm VWS 171-3

Foutcodes Vaillant geoTherm VWS 171-3

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
20 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaat. Het verschil tussen warmtebronuitgangtemperatuur en -ingangstemperatuur is te gering. De warmte-energieafgifte van de warmtebron is tijdelijk niet voldoende voor de werking van de warmtepomp. De warmtepomp schakelt zichzelf tijdelijk uit om niet bevriest te raken. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 5 minuten weer starten. Controleer of de warmtebron voldoende energie afgeeft.
21 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitgang (alleen VWW). Bronuitlaattemperatuur te laag (<4 °C) De warmtepomp schakelt zichzelf tijdelijk uit om niet bevriest te raken. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 5 minuten weer starten. Controleer de bronuitlaattemperatuur.
22 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaat (alleen VWS). De warmtebronuitgangstemperatuur is te laag. De warmte-energieafgifte van de warmtebron is tijdelijk niet voldoende voor de werking van de warmtepomp. De warmtepomp schakelt zichzelf tijdelijk uit om niet bevriest te raken. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 5 minuten weer starten. Controleer of de warmtebron voldoende energie afgeeft.
23 Geen grondwaterdoorstroming (alleen VWW). Geïntegreerde stromingsschakelaar herkent geen volumestroom. Controleer of de stromingsschakelaar correct functioneert. Controleer op verstoppingen in het grondwatersysteem. Neem contact op met uw installateur als het probleem aanhoudt.
26 Drukzijde compressor oververhitting Dit is een waarschuwingsmelding. Noteer de foutcode en contacteer uw installateur voor verdere inspectie.
27 Koelmiddeldruk te hoog De warmtepomp wordt tijdelijk uitgeschakeld. De warmtepomp kan pas opnieuw starten als de koelmiddeldruk laag is. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 60 minuten weer starten. Neem contact op met uw installateur.
28 Koelmiddeldruk te laag De warmtepomp wordt tijdelijk uitgeschakeld. De warmtepomp kan pas opnieuw starten als de koelmiddeldruk voldoende groot is. De warmtepomp kan op z'n vroegst na een wachttijd van 60 minuten weer starten. Neem contact op met uw installateur.
29 Koudemiddel druk buiten het bereik Als de storing twee keer achter elkaar optreedt, kan de warmtepomp op z'n vroegst na een wachttijd van 60 minuten weer starten. Neem contact op met uw installateur.
32 Fout warmtebron sensor T8 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
33 Fout CV-circuitdruksensor niet mogelijk. Kortsluiting in druksensor. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de druksensor.
34 Storing brijndruksensor mogelijk (alleen VWS). Kortsluiting in druksensor. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de druksensor.
35 Temp bron te hoog. Brontemperatuur buiten de toegestane bedrijfstemperatuur (> 20 °C brijntemperatuur). De warmtepomp schakelt uit en treedt automatisch in werking als de brontemperatuur zich opnieuw in het toegestane bereik bevindt. Controleer de brontemperatuur.
36 Brijndruk laag (alleen VWS) Dit is een waarschuwingsmelding. Noteer de foutcode en contacteer uw installateur voor verdere inspectie.
40 Fout sensor T1 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
41 Fout warmtebron sensor T3 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
42 Fout sensor T5 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
43 Fout sensor T6 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
44 Fout buitenvoeler AF mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
45 Fout Boilervoeler SP mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
46 Fout sensor VF1 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
47 Fout retour sensor RF1 mogelijk. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
48 Fout aanvoer sensor VF2 Warmwaterbedrijf. Kortsluiting in voeler. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie van de sensor.
52 Voeler staat niet op hydraulisch schema Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor controle van het hydraulische schema.
60 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaat. Fout 20 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur.
61 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaat (alleen VWW). Fout 21 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur.
62 Vorstbeveiliging warmtebron bewaking bronuitlaat (alleen VWW). Fout 22 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur.
63 Geen grondwaterdoorstroming mogelijk (alleen VWW). Fout 23 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor controle van het grondwatersysteem.
72 Aanvoertemperatuur te hoog voor vloerverwarming. Aanvoertemperatuur gedurende 15 min. hoger dan ingestelde waarde. Sensor of thermostaat defect. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor controle van de sensor en thermostaat.
81 Koelmiddeldruk te hoog mogelijk. Fout 27 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur.
83 Koelmiddeldruk te laag; mogelijk warmtebron controleren. Fout 28 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor controle van de warmtebron en koelmiddeldruk.
84 Koudemiddel druk buiten het bereik mogelijk. Fout 29 drie keer achter elkaar opgetreden. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur.
85 Fout CV-circuitpomp. Kortsluiting of drooglopen Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie of vervanging van de CV-circuitpomp.
86 Fout bronpomp mogelijk. Kortsluiting of droog lopen. Dit is een permanente uitschakeling. Alleen de installateur mag deze fout verhelpen. Neem contact op met uw installateur voor reparatie of vervanging van de bronpomp.
90 CV-systeemdruk te laag mogelijk. Druk <0,5 bar De warmtepomp schakelt uit en gaat vanzelf in werking wanneer de druk boven 0,7 bar stijgt. Controleer de vuldruk van de CV-installatie. Laat uw installateur warm water aanvullen en de vuldruk verhogen.

Handleiding Vaillant geoTherm VWS 171-3 – volledige tekst

4 Modi van het CV-bedrijf en van het warmwaterbedrijf. 103. 4. 1 CV-functie. 103. 4. 2 Warmwaterfunctie. 103. 5 Energiespaartips. 113. 5. 1 Energie sparen. 113. 5. 2 Energie door het juiste gebruik van de thermostaat sparen. 114 Bediening. 124. 1 Thermostaat leren kennen en bedienen. 124. 2 Bedieningsvoorbeeld "Dag van de week instellen". 134. 3 Structuur van de thermostaatmenu. 144. 4 Kort overzicht menuvolgorde. 154. 5 Overzicht instel- en uitleesmogelijkheden. 164. 6 Functie-indicaties. 184. 7 Basisgegevens handmatig instellen. 194. 8 Bedrijfstoestand en waarschuwingsmeldingen uitlezen. 204. 9 CV-bedrijf instellen. 214. 9. 1 Modus voor CV-bedrijf instellen. 214. 9. 2 Gewenste kamertemperatuur instellen. 224. 9. 3 Verlagingstemperatuur instellen. 224. 9. 4 Tijdprogramma voor CV-bedrijf instellen. 234. 10 Warmwaterbedrijf instellen. 244. 10. 1 Modus voor warmwaterbedrijf instellen. 244.

Aanwijzingen bij de documentatieGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 311 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volle-dige documentatie. In combinatie met deze gebruiksaanwij-zing zijn nog andere documenten geldig. Voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze handleidingen, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld wor-den.De Vaillant warmtepompengeoTHERM worden in deze handleiding algemeen als warmtepomp omschreven.1.1 Aanvullend geldende documenten in acht nemen >Neem bij de bediening absoluut ook alle gebruiksaanwij-zingen in acht die bij andere componenten van uw CV-installatie geleverd worden.1.2 Documenten bewaren >Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend gel-dende documenten goed, zodat u er over kunt beschik-ken als u ze nodig heeft.

1) die op de front-mantel onderaan rechts aangebracht is. Vanaf het 7e cij-fer van het serienummer lezen.1.5 CE-markeringDe CE-markering wordt in de installatiehandleiding gedocu-menteerd.

4Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00aVeiligheidsinstructiesa22 Veiligheidsinstructies2. 1 Veiligheidsinstructies en waarschuwingen >Neem bij de bediening van de geoTHERM-warmtepomp de algemene veiligheidsvoorschriften en de waarschu-wingen in acht die eventueel bij een handeling aangege-ven zijn. 2. 1. 1 Classificatie van de waarschuwingsaanwijzingenDe waarschuwingen zijn als volgt met gevarentekens en sig-naalwoorden m. b. t tot ernst van het mogelijke gevaar inge-deeld:Gevarenteken Signaal-woordToelichtingaGevaarlijk. Onmiddellijk levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letseleGevaarlijk. Levensgevaar door elektri-sche schokaWaarschu-wing. Gevaar voor lichte lichame-lijke letselsbWees voor-zichtig. Risico op materiële schade of schade voor het milieu2. 1 Betekenis van gevarentekens en signaalwoorden2. 1.

2 Opbouw van waarschuwingenWaarschuwingsaanwijzingen herkent u aan de bovenste en onderste scheidingslijn. Ze zijn volgens het volgende basis-principe opgebouwd: a Signaalwoord. Gevarensoort en -bron. Toelichting van de gevarensoort en -bron. >Maatregelen voor het afwenden van het gevaar. 2. 2 Reglementair gebruikDe Vaillant warmtepompen van het type geoTHERM zijn vol-gens de huidige stand van de techniek en de erkende veilig-heidstechnische regels geconstrueerd. Toch kan er bij ondeskundig of niet reglementair gebruik levensgevaar voor de gebruiker of derden of schade aan het toestel en andere voorwerpen ontstaan.

De warmtepomp is er niet voor bestemd te worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of zonder ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van deze instructies kregen hoe het toestel moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht staan, om ervoor te zorgen dat zij niet met het toestel spelen. De Vaillant geoTHERM warmtepompen zijn uitsluitend voor het gebruik in huis bestemd.

Andere toepassingen, vooral commerciële of industriële toepassingen, gelden als niet-reglementair. De toestellen zijn als warmteopwekker voor gesloten muur- en vloerverwarmingen en de warmwaterbereiding bestemd. Een ander of daarvan afwijkend gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor de hierdoor ontstane schade kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden. De gebruiker draagt hiervoor zelf het risico. Tot het gebruik volgens de voorschriften hoort ook het in acht nemen/naleven van: – van de gebruiksaanwijzing en de installatiehandleiding – alle andere documenten die van toepassing zijn – de onderhoudsvoorschriften. Ieder misbruik is verboden. 2.

3 Fundamentele veiligheidsinstructiesNeem bij de bediening van de geoTHERM warmtepomp de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften in acht: >Laat u door uw installateur uitvoerig uitleggen hoe de warmtepomp bediend moet worden. >Neem deze gebruiksaanwijzing volledig door. >Voer de werkzaamheden uit die in deze gebruiksaanwij-zing beschreven zijn. Warmtepomp op een veilige manier gebruikenDe installatie, inspectie, het onderhoud en de reparatie van de warmtepomp mogen alleen door een erkende installa-teur uitgevoerd worden. Hierbij moet hij de bestaande voor-schriften, regels en richtlijnen in acht nemen. Vooral werkzaamheden aan de elektrische delen en aan het koelmiddelcircuit vereisen de nodige kwalificatie. De warmtepomp moet met uitzondering van onderhouds-werkzaamheden met gesloten bekleding gebruikt worden.

>Vermijd inademen en inslikken. >Neem het bij de brijnvloeistof gevoegde veiligheidsgege-vensblad in acht. Bevriezingen vermijdenDe warmtepomp wordt met een bedrijfsvulling van het koel-middel R 407 C geleverd. Dit is een chloorvrij koelmiddel dat de ozonlaag van de aarde niet beïnvloedt. R407C is niet brandgevaarlijk en er bestaat geen explosiegevaar. Lekkend koelmiddel kan bij het aanraken van het lek tot bevriezingen leiden. >Als koelmiddel lekt, geen componenten van de warmte-pomp aanraken. >Adem dampen of gassen die bij lekken uit het koelmid-delcircuit lekken, niet in. >Vermijd huid- of oogcontact met het koelmiddel. >Roep bij huid- of oogcontact met het koelmiddel een arts. Verwondingen als gevolg van ondeskundige veran-deringen vermijdenVoor veranderingen aan de warmtepomp of in de omgeving moet u een erkend installateur erbij halen.

Enkel erkende installateurs en de service-dienst van de fabriek zijn bevoegd om verzegelde en geborgde onderdelen te veranderen. Het veranderingsverbod geldt voor: – de warmtepomp, – de omgeving van de warmtepomp, – de toevoerleidingen voor water en stroom. >Voer in geen geval zelf ingrepen of veranderingen aan de warmtepomp of andere delen van de verwarmings- en warmwaterinstallatie uit. >Voer achteraf geen bouwkundige veranderingen uit die een vermindering van het ruimtevolume of een wijziging van de temperatuur aan de opstellingsplaats van de warmtepomp tot gevolg hebben. Gevaar voor het milieu vermijdenDe warmtepomp bevat het koelmiddel R407C. Het koelmid-del mag niet in de atmosfeer komen. R407 C is een door het Kyotoprotocol beschreven gefluoreerd broeikasgas met GWP 1653 (GWP = Global Warming Potential).

Komt het in de atmosfeer terecht, werkt het 1653 keer zo sterk als het natuurlijke broeikasgas CO2. Het in de warmtepomp voorhanden koelmiddel moet voor het afvoeren van de warmtepomp volledig in een daarvoor geschikte bak afgezogen worden om het daarna conform de voorschriften te recycleren of af te voeren. >Zorg ervoor dat alleen officieel gecertificeerd vakperso-neel met de nodige veiligheidsuitrusting onderhouds-werkzaamheden en ingrepen aan het koelmiddelcircuit uitvoert. >Laat het in de warmtepomp voorhanden koelmiddel door gecertificeerd vakpersoneel conform de voorschriften recycleren of afvoeren.

Toestelopbouw en toestelfuncties6Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 33 Toestelopbouw en toestelfuncties3.1 Opbouw van de warmtepompDe weersafhankelijke energiebalansregelaar van de warmte-pomp kan de volgende CV-installatiecircuits sturen: – een CV-circuit, – een indirect verwarmde boiler, – een warmwatercirculatiepomp, – een buffercircuit.Voor de uitbreiding van het systeem kunt u met behulp van een buffercircuit maximaal zes extra mengercircuitmodules VR 60 (toebehoren) met elk twee mengcircuits aansluiten.De mengcircuits worden door de installateur via de thermo-staat aan de bedieningsconsole van de warmtepomp inge-steld.

Voor een meer comfortabele bedienen kunnen voor de eerste acht CV-circuits de afstandsbedieningen VR 90 aangesloten worden.De warmtepomp beschikt over een elektrische bijstookver-warming die ingezet kan worden: – ter ondersteuning van CV- en warmwaterbedrijf bij gebrekkige warmte-energielevering door de warmtebron. – voor de noodmodus bij storingen door fouten met per-manente uitschakeling van de warmtepomp. – voor het behoud van de noodvorstbeveiligingsfunctie bij deze storingen.De elektrische bijstookverwarming kan voor het CV-bedrijf en/of voor de warmwaterbereiding gebruikt worden.

Toestelopbouw en toestelfunctiesGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 733. 2 Toestelfuncties3. 2. 1 Werkingsprincipe3/4 milieu-energie 4/4 verwarmingsenergie1/4 elektro-energie3. 2 Gebruik van de warmtebron aardwarmteWarmtepompinstallaties werken volgens hetzelfde principe, zoals u het bij de koelkast kent. Warmte-energie wordt door een medium met hoge temperatuur op een medium met lage temperatuur overgedragen en hierbij uit de omgeving getrokken. Warmtepompinstallaties bestaat uit gescheiden koelcircuits, waarin vloeistoffen of gassen de warmte-energie van de warmtebron naar de CV-installatie transporteren. Omdat deze circuits met verschillende media (lucht/brijn/water, koelmiddel en verwarmingswater) werken, zijn ze via warm-tewisselaar aan elkaar gekoppeld. In deze warmtewisselaars vindt de overdracht van de warmte-energie plaats.

De Vaillant warmtepomp geoTHERM VWS gebruikt de warmtebron aardwarmte, de warmtepomp geoTHERM VWW bron-/grondwater. De volgende informatie hoeft u voor het bedienen van de warmtepomp niet te kennen. Voor geïnteresseerde leken echter is hierna de werkwijze van het koelmiddelcircuit gedetailleerd beschreven. Het systeem bestaat uit gescheiden circuits die middels warm-tewisselaars met elkaar gekoppeld zijn. Deze circuits zijn: – Het brijn-/broncircuit waarmee de warmte-energie van de warmtebron naar het koelmiddelcircuit getranspor-teerd wordt. – Het koelmiddelcircuit waarmee door het verdampen, condenseren, fluïdiseren en expanderen gewonnen warmte-energie aan het CV-circuit afgegeven wordt. – Het CV-circuit waarmee de verwarming en de warmwa-terbereiding van een boiler gevoed worden.

3 Werkwijze van de warmtepompVia de verdamper (1) is het koelmiddelcircuit aan de warm-tebron gekoppeld en neemt de warmte-energie ervan op. Daarbij verandert de aggregaattoestand van het koelmiddel, het verdampt. Via de condensor (3) is het koelmiddelcircuit met de CV-installatie verbonden, waaraan het de warmte-energie opnieuw afgeeft. Daarbij wordt het koelmiddel weer vloeibaar, het condenseert. Omdat warmte-energie slechts door een lichaam met hogere temperatuur op een lichaam met lagere tempera-tuur kan overgaan, moet het koelmiddel in de verdamper een lagere temperatuur dan de warmtebron hebben. Daar-entegen moet de temperatuur van het koelmiddel in de con-densor hoger zijn dat deze van het verwarmingswater om de warmte-energie daar te kunnen afgeven.

Deze verschillende temperaturen worden in het koelmiddel-circuit via een compressor (2) en een expansieventiel (4) gecreëerd, die zich tussen de verdamper en de condensor bevinden. Het dampvormige koelmiddel stroomt van de ver-damper komend in de compressor en wordt door de com-pressor verdicht. Hierbij stijgen de druk en de temperatuur van de koelmiddeldamp sterk. Na deze procedure stroomt het koelmiddel door de condensor, waarin het zijn warmte-energie door condensatie aan het verwarmingswater afgeeft. Als vloeistof stroomt het naar het expansieventiel, daarin ontspant het zich sterk en verliest daarbij extreem aan druk en temperatuur. Deze temperatuur is nu lager dan.

Toestelopbouw en toestelfuncties8Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 3deze van het brijn/het bronwater die door de verdamper stroomt. Het koelmiddel kan daardoor in de verdamper nieuwe warmte-energie opnemen, waarbij het opnieuw ver-dampt en naar de compressor stroomt. Het proces begint weer van voor af aan. Indien nodig kan via de geïntegreerde thermostaat de elek-trische hulpverwarming worden ingeschakeld. Het vermo-gen van deze verwarming kan getrapt gereduceerd worden. De verdamper, de brijnpomp/bronwaterpomp, buisleidingen in het brijncircuit en delen van het koelmiddelcircuit zijn bin-nenin de warmtepomp tegen koude geïsoleerd, opdat er geen condenswater kan ontstaan. Mocht er toch eens in geringe mate condenswater ontstaan, dan wordt dit water door de condensbak opgevangen. De condensbak bevindt zich aan de binnenkant in het onderste deel van de warmte-pomp.

Door de warmteontwikkeling binnenin de warmtepomp verdampt het condenswater in de condensbak. Geringe hoe-veelheden condenswater kunnen onder de warmtepomp afgeleid worden. Kleine hoeveelheden condenswater vormen daarom geen storing van de warmtepomp. 3. 2. 2 Automatische veiligheidsfunctiesDe warmtepomp is in het automatische bedrijf met talrijke automatische veiligheidsfuncties uitgerust om een storing-vrije werking te garanderen:VorstbeveiligingsfunctiesDe warmtepomp is met twee vorstebeveiligingsfuncties uit-gerust. In het normale bedrijf garandeert de warmtepomp de standaard vorstbeveiliging voor het systeem. Schakelt de warmtepomp door een fout permanent uit, garandeert de elektrische bijstookverwarming de noodvorstbeveiliging en maakt evt. de noodmodus mogelijk.

Standaard vorstbeveiliging boilerDeze functie verhindert het bevriezen van de aangesloten boiler(s). De functie wordt automatisch geactiveerd als de actuele temperatuur van de boiler onder 10 °C daalt. De boiler(s) word(t)en dan tot 15 °C opgewarmd. Deze functie is ook in de modi "Uit" en "Auto" actief, onafhankelijk van tijdspro-gramma's. NoodvorstbeveiligingsfunctieDe noodvorstbeveiligingsfunctie activeert bij uitval van de warmtepomp automatisch de elektrisch bijstookverwarming afhankelijk van de instelling voor het CV-bedrijf en/of het warmwaterbedrijf. Controle van de externe sensorenDeze functie controleert permanent aan de hand van het bij de eerste ingebruikneming ingevoerde regelschema of de daarin opgenomen sensoren geïnstalleerd zijn en functione-ren. Beveiliging CV-watergebrekDeze functie bewaakt permanent de warmwaterdruk om een mogelijk warmwatertekort te verhinderen.

Een analoge druksensor schakelt de warmtepomp uit als de waterdruk onder 0,5 bar ligt. Hij schakelt de warmtepomp opnieuw in als de waterdruk boven 0,7 bar ligt. Pompblokkeer- en ventielblokkeerbeveiligingDeze functie verhindert het vastzitten van een circulatie-pomp en van alle omschakelventielen. Hiervoor worden elke dag de pomp en de ventielen, die 24 uur lang niet in gebruik waren, na elkaar voor de duur van ca. 20 seconden ingeschakeld. Brijntekortbeveiliging (alleen VWS)Deze functie bewaakt permanent de brijndruk om een mogelijk brijntekort te verhinderen. Een analoge druksensor schakelt de warmtepomp uit als de brijndruk eenmalig onder 0,2 bar daalt. In het foutgeheugen wordt de storing 91 weergegeven tot de foutoorzaak verhol-pen is. De warmtepomp schakelt automatisch opnieuw in als de brijndruk boven 0,4 bar stijgt en de foutindicatie verdwijnt.

Vloerbeveiligingsschakeling bij alle CV-installaties zonder buffervat Deze functie zorgt voor een oververhittingsbeveiliging vanvloeren (belangrijk bijv. voor houten vloeren). Als de in het vloer-CV-circuit gemeten verwarmingsaanvoertemperatuur permanent gedurende meer dan 15 minuten een door de installateur instelbare waarde overschrijdt, schakelt de warmtepomp met de foutmelding 72 uit. Als de CV-aanvoer-temperatuur weer beneden deze waarde gedaald is en de storing door de installateur gereset werd, schakelt de warmtepomp weer in. Fasebewaking van de spanningsvoedingDeze functie controleert permanent de volgorde en het voorhanden zijn van de fasen (rechts draaiveld) van de 400V spanningsvoeding. Als de volgorde niet correct is of als een fase uitvalt, volgt een uitschakeling van de warmte-pomp om een beschadiging van de compressor te vermijden.

Toestelopbouw en toestelfunctiesGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 93 InvriesbeveiligingsfunctieDeze functie verhindert het invriezen van de verdamper bij onderschrijding van een bepaalde warmtebrontemperatuur. De uitgangstemperatuur van de warmtebron wordt voortdu-rend gemeten. Daalt de uitgangstemperatuur van de warm-tebron onder een bepaalde waarde, schakelt de compressor met de foutmelding 20 resp. 21 tijdelijk uit. Treden deze fou-ten drie keer na elkaar op, dan volgt een permanente uit-schakelen of de warmtepomp gaat in noodmodus als de interne elektrische bijstookverwarming hiervoor vrijgescha-keld werd. 3. 2. 3 Handmatig instelbare functiesDaarnaast beschikt u over handmatig instelbare functies (¬ hfdst. 4.

12) waarmee u het automatische bedrijf tijdelijk buiten werking kunt stellen en het bedrijf handmatig kunt sturen of aan uw behoeften kunt aanpassen:TijdprogrammaDeze functie maakt het programmeren mogelijk van max. drie tijdsvensters per dag of per blok van dagen voor CV-bedrijf (per CV-circuit), warmwaterbedrijf en circulatie. Vakantieprogramma'sDeze functie maakt u het programmeren mogelijk van twee vakantieperiodes met datum en verlagingstemperatuur met een eigen gewenste temperatuur voor het CV-bedrijf. PartyfunctieDeze functie maakt u het voortzetten van verwarmings- en warmwaterlaadtijden met ingestelde gewenste tempera-tuurwaarden mogelijk tot na het volgende verlagingstijdstip. SpaarfunctieDeze functie maakt u het direct verlagen van de gewenste aanvoertemperatuur voor een instelbare periode mogelijk.

Eenmalige boilerladingDeze functie maakt het u mogelijk om de boiler onafhanke-lijk van het actuele tijdsprogramma één keer op te laden (op te warmen). AfwerklaagdrogingDeze functie maakt het droogstoken van afwerklagen mogelijk. De instelling gebeurt door de installateur. LegionellabeveiligingDeze functie maakt het doden van kiemen in de boiler en in de buisleidingen mogelijk. De instelling gebeurt door de installateur.

Onderhoud op afstandDeze functie maakt de diagnose en de instelling van de thermostaat via vrDIALOG of vrnetDIALOG door de installa-teur mogelijk. 3. 3 Weersafhankelijke energiebalansregelaarDe warmtepomp is met een weersafhankelijke energieba-lansregelaar uitgerust die afhankelijk van het regelingstype het CV- en warmwaterbedrijf ter beschikking stelt en in het automatische bedrijf regelt. De regelaar zorgt voor een hoger verwarmingsvermogen als de buitentemperaturen laag zijn. Bij hogere buitentem-peraturen verlaagt de regelaar het verwarmingsvermogen. De buitentemperatuur wordt door een afzonderlijke, in de open lucht gemonteerde voeler gemeten en naar de rege-laar geleid. De kamertemperatuur is alleen van uw voorinstellingen afhankelijk. Invloeden van de buitentemperatuur worden gecompenseerd. De warmwaterbereiding wordt door de weersafhankelijke regeling niet beïnvloed.

De installateur stelt een bij uw CV-installatie passend regel-schema in de regelaar van de warmtepomp in. Afhankelijk van welk regelschema ingesteld is, voert de regelaar een energiebalansregeling of een gewenste aanvoertempera-tuurregeling uit. Voor een installatie zonder warmwaterbuf-fervat voert de regelaar een energiebalansregeling uit. Voor een installatie met warmwaterbuffervat voert de regelaar een gewenste aanvoertemperatuurregeling uit. 3. 3. 1 EnergiebalansregelingDe energiebalansregeling geldt alleen voor CV-installaties zonder warmwaterbuffervat. Voor een rendabele en storingsvrije werking van een warm-tepomp is het belangrijk de start van de compressor te reglementeren. De aanloop van de compressor is het moment waarop de hoogste belastingen optreden.

Met behulp van de energiebalansregeling is het mogelijk starts van de warmtepomp tot een minimum te beperken, zonder af te zien van het comfort van een behaaglijk klimaat. Net als bij andere weersafhankelijke CV-thermostaten bepaalt de thermostaat via de registratie van de buitentem-peratuur m. b. v.

een stooklijn een gewenste aanvoertempe-ratuur van het verwarmingswater. De energiebalansregeling geschiedt op grond van deze gewenste aanvoertemperatuur en de actuele aanvoertemperatuur, waarvan het verschil per minuut wordt gemeten en opgeteld:Bij een bepaald warmtetekort start de warmtepomp en schakelt het pas opnieuw uit als de toegevoerde hoeveel-heid warmte gelijk is aan het warmtetekort. Hoe groter de installateur de negatieve getalwaarde voor de compressorstart instelt, hoe langer de intervallen zijn waarin de compressor loopt of stilstaat.

Toestelopbouw en toestelfuncties10 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 33. 3. 2 Regeling gewenste aanvoertemperatuurDe regeling van de gewenste aanvoertemperatuur geldt alleen voor CV-installaties met warmwaterbuffervat. Net als bij andere weersafhankelijke CV-thermostaten bepaalt de thermostaat via de registratie van de buitentem-peratuur m. b. v. een stooklijn een gewenste aanvoertempe-ratuur. Afhankelijk van deze gewenste aanvoertemperatuur wordt het warmwaterbuffervat geregeld. De warmtepomp verwarmt als de temperatuur van de kop-temperatuurvoeler VF1 van het buffervat kleiner is dan de gewenste aanvoertemperatuur. Het systeem verwarmt tot de bodemtemperatuurvoeler RF1 van het buffervat de gewenste aanvoertemperatuur plus 2 K bereikt heeft. Een temperatuurverschil van bijv. 2K (Kelvin = tempera-tuureenheid) komt overeen met een temperatuurverschil van 2 °C.

In aansluiting op een boileropwarming wordt het buffervat eveneens opgewarmd als de temperatuur van de koptempe-ratuurvoeler VF1 minder dan 2 K hoger is dan de gewenste aanvoertemperatuur (vroegtijdige bijlading). Bij CV-installaties van dit type zorgt eerst het warmwater-buffervat voor de compensatie van een warmtetekort. Ondergeschikt compenseert de warmtepomp het warmtete-kort van het verwarmingswater in het buffervat. Daardoor wordt een frequent aanlopen van de compressor vermeden waarin de hoogste belastingen optreden (¬ hfdst. 3. 3. 1). De compensatie gebeurt onmiddellijk na het optreden, onaf-hankelijk van het groeien van het warmtetekort gedurende een bepaald tijdsinterval. 3. 3. 3 Regeling met vaste waardeDe thermostaat maakt het instellen van een vaste gewenste aanvoertemperatuur mogelijk. Deze regeling wordt slechts tijdelijk ingesteld en bijv.

Deze regeling heeft een frequent aanlopen van de compressor tot gevolg en is energie-inten-sief. De instelling gebeurt door de installateur. 3. 4 Modi van het CV-bedrijf en van het warmwaterbedrijfMet de modi bepaalt u hoe uw CV-installatie en uw warm-waterbereiding geregeld worden. Af fabriek zijn de modi voor CV- en warmwaterbedrijf op "Auto" ingesteld (¬ hfdst. 3. 4. 1 en 3. 4. 2). U kunt de automatische regeling voor elke bedrijfsfunctie door wijziging van de modus permanente of door handma-tig instelbare functies tijdelijk buiten werking stellen. De installateur heeft bij de ingebruikneming de warmte-pomp aan uw omstandigheden aangepast. Hiervoor heeft hij alle bedrijfsparameters op bepaalde waarden gezet, zodat de warmtepomp optimaal kan werken.

Met de hierna beschreven instelmogelijkheden kunt u het CV- en het warmwaterbedrijf van uw installatie aan uw wensen volgens achteraf individueel instellen en aanpassen. 3. 4. 1 CV-functieDe thermostaat stelt voor het CV-bedrijf voor elk CV-circuit de volgende modi ter beschikking (¬hfdst. 4. 9. 1, menu 2). AutoDe werking van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijds-programma tussen de modi "Verwarmen" en "Verlagen". EcoHet bedrijf van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijds-programma tussen de modi "Verwarmen" en "Uit". Hierbij wordt het CV-circuit in de afkoelperiode uitgeschakeld, mits de vorstbeveiligingsfunctie (afhankelijk van de buitentempe-ratuur) niet wordt geactiveerd. VerwarmenHet CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijd-programma met de gewenste kamertemperatuur.

Toestelopbouw en toestelfunctiesGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 1133. 5 EnergiespaartipsHierna krijgt u belangrijke tips die u helpen om uw warmte-pomp energie- en kostenbesparend te gebruiken. 3. 5. 1 Energie sparenU kunt door uw algemeen gedrag al energie besparen door: – Juist luchten:De ramen of glazen deuren niet kippen, maar 3-4 keer per dag 15 minuten de vensters ver openen en tijdens het luchten de thermostaatkranen of kamerthermostaten indraaien. – Een ventilatiesysteem met warmteterugwinning (WRG) inzetten. Een ventilatiesysteem met warmteterugwinning garan-deert altijd een optimale luchtwisseling in het gebouw (ramen hoeven daarom voor ventileren niet meer te wor-den geopend). Eventueel kan het luchtvolume op de afstandsbediening van het ventilatietoestel aan de indivi-duele eisen worden aangepast.

– Controleren of ramen en deuren dicht zijn en luiken en jaloezieën 's nachts gesloten houden, opdat er zo weinig mogelijk warmte verloren gaat. – Indien als toebehoren een afstandsbediening VR 90 geïnstalleerd is, mag u geen meubels voor dit regelappa-raat plaatsen, zodat het toestel de kamerlucht ongehin-derd kan regelen. – Bewuster met water omgaan, bijv. douchen i. p. v. een bad nemen, afdichtingen bij druppelende waterkranen onmid-dellijk vervangen. 3. 5. 2 Energie door het juiste gebruik van de thermostaat sparenAndere besparingsmogelijkheden vormen het juiste gebruik van de regeling van uw warmtepomp. De regeling van de warmtepomp maakt voor u besparingen mogelijk door: – De juiste keuze van de verwarmingsaanvoertemperatuur:Uw warmtepomp regelt de verwarmingsaanvoertempera-tuur afhankelijk van de gewenste kamertemperatuur die u ingesteld hebt.

Bediening12 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 44 Bediening4.1 Thermostaat leren kennen en bedienenDag kiezenUurDagDatumBasisgegevens2134567> 09.03.10Di4.1 Bedieningsinterface van de thermostaatLegenda1 Menubenaming2 Cursor, geeft de gekozen instelling aan3 Menunummer4 Instelknop instelling5 Instelknop menu6 Informatieregel (in het voorbeeld een oproep tot handelen) De thermostaat beschikt over twee instelknoppen. Met behulp van de beide instelknoppen en kunt u de ther-mostaat bedienen. Als u een instelknop of vooruit of achteruit draait, dan springt hij voelbaar vast in de vol-gende positie.

Elke stand van de instelknop leidt u telkens een menu, een instelling of een keuzemogelijkheid vooruit of achteruit.Linker instelknop menuDraaien = menu selecterenIndrukken = instelbare functies activerenRechter instelknop instellingIndrukken = instelling voor verandering markeren en geko-zen instelling overnemenDraaien = instelling selecteren en instelwaarde veranderen

BedieningGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 1344.2 Bedieningsvoorbeeld "Dag van de week instellen"Menu selecteren Basisgegevens 7Datum 10. 03. 10Dag WoUur 09:35>Datum instellen >Aan linker instelknop draaien.Op het display verschijnt het gekozen menu.Instelling selecteren Basisgegevens 7Datum 10. 03. 10Dag >WoUur 09:35>Dag van de week instellen >Aan rechter instelknop draaien.Op het display toont de cur-sor> de gekozen instelling.Instellingmarkeren Basisgegevens 7Datum 10. 03. 10Dag >WoUur 09:35>Dag van de week instellen >Rechter instelknop indrukken.Op het display krijgt de instel-ling een donkere achtergrond.Instelling wijzigen Basisgegevens 7Datum 10. 03. 10Dag >DoUur 09:35>Dag van de week instellen >Aan rechter instelknop draaien.Op het display verandert de instelwaarde van de instelling.Instelling opslaan Basisgegevens 7Datum 10. 03.

Bediening14 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 44.3 Structuur van de thermostaatmenuDe bediening van de thermostaat is in drie niveaus onder-verdeeld:Het gebruikersniveau is voor u, de gebruiker, bestemd. In ¬ hfdst. 4.4 worden alle menu's van het gebruikersni-veau overzichtelijk als stroomschema weergegeven. Een uit-voerige beschrijving van de menu's vindt u in ¬hfdst.4.8 tot 4.14.De weergave en keuze van instelbare functies (bijv. de spaarfunctie) is als gebruiker mogelijk.

Hoe u de instelbare functies activeert, is beschreven in ¬hfdst.4.12.Het Code niveau(installateursniveau) is voor de installateur voorbehouden en is tegen het per ongeluk verstellen door een code beveiligd.Als gebruiker kunt u door de menu's van het codeniveau bladeren en de installatiespecifieke instellingen bekijken, maar u kunt de waarden niet wijzigen.Menubereiken BeschrijvingC 1 tot C11 Instellingen van de warmtepompfuncties voor CV-circuits instellenD1 tot D5 Warmtepomp in de diagnosemodus gebruiken en testenI1 tot I5 Informatie over de instellingen van de warm-tepomp oproepenA1 tot A10 Assistent voor de installatie van de warmte-pomp oproepen4.1 Menubereiken installateursniveauHet derde niveau bevat functies voor de optimalisatie van de CV-installatie en kan alleen door de installateur via vrDIALOG 810/2 en vrnetDIALOG 840/2 en 860/2 inge-steld worden.

Bediening18 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 44.6 Functie-indicaties BasisweergaveAls basisweergave is een display met grafische symbolen te zien. Het toont de actuele toestand van de warmtepomp. Als u bij het instellen van waarden gedurende 15 minuten geen instelknop bedient, verschijnt automatisch weer de basisweergave.Buitentemperatuur (hier 10 °C).Broningangstemperatuur van de warmtebron; in het voorbeeld 9 °C.Onder de pijl wordt het vermogen van de warmtebron (in het voorbeeld 7KW) weergegeven. De zwartheidsgraad van de pijl geeft grafisch de energie-efficiëntie van de warmtepomp in de actuele bedrijfstoe-stand weer.

Het vermogen van de warmtebron moet niet worden gelijk gesteld aan het verwarmingsvermogen.Het verwarmingsvermogen komt on-geveer overeen met het vermogen van de warmtebron plus het com-pressorvermogen.Als de elektrische bijstookverwarming ingeschakeld is, wordt de pijl gevuld weergegeven en knippert de pijl.>>> links en rechts knippert als de com-pressor ingeschakeld is en hierdoor warmte-energie uit het milieu getrok-ken wordt, die naar de CV-installatie geleid wordt.>>> rechts knippert als warmte-energie naar de CV-installatie geleid wordt (bijv. alleen via de elektrisch bijstook-verwarming).De warmtepomp bevindt zich in het cv-bedrijf. Bovendien wordt de CV-aanvoertemperatuur aangegeven (inhet voorbeeld 30 °C).Het symbool geeft aan dat de boiler opgewarmd wordt of de warmtepomp zich in stand-by bevindt. Bovendien wordt de temperatuur in de boiler weergegeven (in het voorbeeld 30 °C).

BedieningGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 194 Indicatie energieopbrengstDe indicatie van de energieopbrengst geeft in een grafische weergave voor elk van de 12 maanden van het actuele jaar de uit het milieu gewonnen energie weer (zwarte balk). Wit opgevulde balken staan voor toekomstige maanden van het jaar, de hoogte van de balken komt overeen met de opbrengst van de maand in het afgelopen jaar (vergelijking mogelijk). Bij eerste inbedrijfstelling is de hoogte van de balken voor alle maanden gelijk aan nul, omdat nog geen informatie beschikbaar is.

De schaalverdeling (in het voorbeeld 4000 kWh) past zich automatisch aan de hoogste maandwaarde aan.Rechtsboven wordt de totaalsom van de uit de omgeving gewonnen energie sinds inbedrijfstelling aangegeven (in het voorbeeld: 13628 kWh).4.7 Basisgegevens handmatig instellenBasisgegevens 7Datum >10.03.10Dag WoUur 09:35>Dag instellenIn het menu Basisgegevens 7 kunt u de actuele Datum, de Dag alsook het actuele Uur voor de thermostaat instel-len als tijdelijk geen of alleen slechte DCF-radioklokont-vangst mogelijk is.Deze instellingen hebben een effect op alle aangesloten systeemcomponenten.

Bediening20 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 44.8 Bedrijfstoestand en waarschuwingsmeldingen uitlezenWo 10.03.10 16:49 1Aanvoertemp. actueel 28 °CCV druk 1,2 barDruk warmtebron 1,4barCV via Comp.(waarschuwingsmelding)(waarschuwingsmelding)Comp. = compressorZH = bijstook verwarmingWW = warm waterDag, datum, uur en aanvoertemperatuur, CV-installatiedruk en warmtebrondruk worden weergegeven. Aanvoertemp.actueel: actuele aanvoertemperatuur in de warmtepomp. CV druk: vuldruk van de CV-installatie (druksensor CV-cir-cuit) Druk warmtebron (alleen VWS): vuldruk van het brijncir-cuit (druksensor brijncircuit) CV via Comp.: deze meldingen geven informatie over de actuele bedrijfstoestand. Mogelijk zijn: – CV via comp. – CV via Comp.+ Bijst – CV via Bijstook – CV Regeluitschak. – WW Regeluitschak. – WW via Compressor – WW via Bijstook – Onderbreking warmw. – Onderbrek.

Standby – Vorstbeveiliging CV – Vorstbeveilig. WW – Legionellabeveilig. – Pompblokkeerbeveiliging – Storing Verwarmen – Storing Verwarmen – Storing WW – Storing WW – Storing – Storing – Opnieuw starten – CV Comp naloop – WW Comp naloopBij kritieke bedrijfstoestanden (tijdelijk begrensd optredend) wordt in de beide laatste displayregels een waarschuwings-melding weergegeven (¬hfdst.5.3). Deze regels zijn leeg, als de operationele toestand normaal is.

BedieningGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 2144.9 CV-bedrijf instellen4.9.1 Modus voor CV-bedrijf instellenHK2 2Parameter CVBedrijfs mode>Auto Gewenste waarde dag 20 °CVerlagingstemp. 15 °C> Bedrijfsfunctie kiezen Bedrijfs modeVoor elk CV-circuit (HK2, optioneel ook HK4 tot HK15) staan de volgende modi ter beschikking:Auto: De werking van het CV-circuit wisselt na een instel-baar tijdsprogramma tussen de modi "Verwarmen" en "Verlagen".Eco: Het bedrijf van het CV-circuit wisselt na een instelbaar tijdsprogramma tussen de modi "Verwarmen" en "Uit".

Hierbij wordt het CV-circuit in de afkoelperiode uitgeschakeld, mits de vorstbeveiligingsfunctie (afhan-kelijk van de buitentemperatuur) niet wordt geacti-veerd.Verwarmen: Het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instelbaar tijdprogramma met de gewenste kamertem-peratuur.Verlagen: het CV-circuit werkt onafhankelijk van een instel-baar tijdprogramma met de verlagingstemperatuur.Uit: Het CV-circuit is uit, wanneer de vorstbeveiligingsfunc-tie (afhankelijk van de buitentemperatuur) niet is geactiveerd.i Afhankelijk van de configuratie van de installatie worden bijkomende CV-circuits weergegeven.

Bediening22 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 44.9.2 Gewenste kamertemperatuur instellenHK2 2Parameter CVBedrijfs mode>Auto Gewenste waarde dag 20 °CVerlagingstemp. 15 °C> Bedrijfsfunctie kiezen Gewenste waarde dagDe gewenste kamertemperatuur is de temperatuur die de verwarming in de modus "Verwarmen" of tijdens het tijds-venster moet instellen. Deze parameter kan voor elk CV-cir-cuit afzonderlijk ingesteld worden.De gewenste kamertemperatuur wordt voor de berekening van de stooklijn gebruikt. Als u de gewenste kamertempera-tuur verhoogt, verschuift u de ingestelde stooklijn parallel op een 45°-as en overeenkomstig de door de thermostaat te regelen aanvoertemperatuur. Wijzigingsstapgrootte: 0,5 °CFabrieksinstelling: Gewenste waarde dag: 20 °Ci Kies de gewenste kamertemperatuur slechts zo hoog dat de temperatuur voor uw persoonlijk welbehagen net voldoende is (bijv. 20 °C).

Iedere graad hoger dan de ingestelde waarde betekent een hoger energieverbruik van ongeveer 6 % per jaar.4.9.3 Verlagingstemperatuur instellenHK2 2Parameter CVBedrijfs mode>Auto Gewenste waarde dag 20 °CVerlagingstemp. 15 °C> Bedrijfsfunctie kiezen Verlagingstemp.De verlagingstemperatuur is de temperatuur waarnaar de verwarming in de afkoelperiode wordt geregeld. Voor elk CV-circuit kan een eigen verlagingstemperatuur worden ingesteld.Wijzigingsstapgrootte: 0,5 °CDe ingestelde bedrijfsfunctie legt vast onder welke omstan-digheden het toegewezen CV-circuit moet worden geregeld.Fabrieksinstelling: Verlagingstemp.: 15 °C

BedieningGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 2344.9.4 Tijdprogramma voor CV-bedrijf instellenHK2 5Tijdprogramma CV>ma1 00:00 24:002: :3: :> Dag/blok kiezen In het menu HK2 Tijdprogramma CV kunt u de verwar-mingstijden per CV-circuit instellen.U kunt per dag resp. blok maximaal drie verwarmingstijden opslaan. De regeling gebeurt via de ingestelde stooklijn en de ingestelde gewenste kamertemperatuur.Fabrieksinstelling: Ma. – Zo. 0:00 – 24:00 uurAfhankelijk van de tariefovereenkomst met de netexploitant of de bouwwijze van het huis kan van verlagingstijden afge-zien worden.Netexploitanten bieden eigen goedkopere stroomtarieven voor warmtepompen aan.

Uit economisch oogpunt kan het praktisch zijn de goedkopere nachtstroom te gebruiken.Bij lage energiewoningen (in Duitsland standaard vanaf 1februari 2002, energiespaarverordening) kan op basis van de geringe warmteverliezen van het huis van een verlaging van de kamertemperatuur afgezien worden.De gewenste verlagingstemperatuur moet in het ¬ hfdst.4.9.3, menu 2 ingesteld worden.

warmwatertemp.: de maximale warmwatertempera-tuur geeft aan tot welke temperatuur de warmwater-boiler moet worden verwarmd.i De maximale warmwatertemperatuur wordt alleen weergegeven als de installateur de elek-trische bijstookverwarming voor warm water vrijgeschakeld heeft. Zonder elektrisch bijstook-verwarming wordt de maximale warmwatertem-peratuur door de druksensor-regeluitschakeling van het koelmiddelcircuit begrensd en is deze temperatuur niet instelbaar! Min. warmwatertemp.: de minimale warmwatertempera-tuur geeft de grenswaarde aan, bij onderschrijding waarvan de warmwaterboiler wordt verwarmd.Fabrieksinstelling: Min. warmwatertemp. 44 °C

BedieningGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 2544.10.3 Actuele boilertemperatuur aflezenWarm water 4ParameterBedrijfs mode >AutoMax. warmwatertemp 60 °CMin. warmwatertemp 44 °CBoilertemp. actueel: 51 °C> Bedrijfsfunctie kiezenBoilertemp. actueel: actuele temperatuur in de warmwa-terboiler.We raden aan om de warmwaterbereiding zonder de elektri-sche bijstookverwarming te realiseren. Daardoor is de maxi-male warmwatertemperatuur met regeldrukuitschakeling in het koelmiddelcircuit van de warmtepomp opgegeven. Deze uitschakeling komt overeen met een max. warmwatertem-peratuur van 55 °C.

i Om het aantal starts van de warmtepomp zo gering mogelijk te houden, moet een zo gering mogelijke minimale warmwatertemperatuur gekozen worden.4.10.4 Tijdprogramma voor warmwaterbedrijf instellenWarm water 5Tijdprogramma>ma1 06:00 22:002: :3: :> Dag/blok kiezen In het menu Warm water Tijdprogramma kunt u instellen op welke tijdstippen de boiler opgewarmd wordt.U kunt per dag resp. blok maximaal drie tijden opslaan.De beschikbaarheid van warm water hoeft alleen actief te zijn op tijden waarop ook werkelijk warm water wordt getapt. Gelieve deze tijdsprogramma's op uw maximale eisen in te stellen.Zo kan bijvoorbeeld bij werkenden een tijdsvenster van 6.00 – 8.00 uur en een tweede tijdsvenster van 17.00 – 23.00 uur het energieverbruik voor de warmwaterbereiding minimaliseren.Fabrieksinstelling: Ma. – Vr. 6:00 – 22:00 uurZa. 7:30 – 23:30 uurZo. 7:30 – 22:00 uur

Bediening26 Gebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 44.10.5 Tijdprogramma voor warmwatercirculatiefunctie instellenCirculatiepomp 5Tijdprogramma>ma1 06:00 22:002: :3: :> Dag/blok kiezen In het menu Circulatiepomp Tijdprogramma kunt u instel-len op welke tijdstippen de optionele circulatiepomp in gebruik moet zijn.U kunt per dag resp. blok maximaal drie tijden opslaan.Is voor warm water de modus "AAN" ingesteld, loopt de cir-culatiepomp permanent (¬ hfdst.4.10.1, menu 4).Het tijdsprogramma Circulatiepomp moet met hettijdsprogramma Warm water overeenkomen, evt.

BedieningGebruiksaanwijzing geoTHERM 0020132509_00 2744.11 Vakantiefunctie voor volledig systeem programmerenVakantie programmeren 6voor totaalsysteemTijdvenster1 >03.01.10 05.01.102 09.01.10 24.01.10Gewenste temperatuur 15 °C>Startdag instellen Periodes van langere afwezigheid kunnen in het menu Vakantie programmeren ingesteld worden. Het is mogelijk om voor de thermostaat en alle daarop aangesloten sys-teemcomponenten twee vakantieperiodes met datum te programmeren. Bijkomend kunt u hier de gewenste tempe-ratuur voor de vakantie instellen, d.w.z. onafhankelijk van het normale tijdsprogramma. Na het verstrijken van de vakantietijd springt de thermostaat automatisch in de daar-voor gekozen modus terug. De activering van het vakantie-programma is alleen in de modi "Auto" en "Eco" mogelijk. i De gewenste temperatuur gedurende deze tijd moet zo laag mogelijk gekozen worden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Vaillant geoTherm VWS 171-3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden