Vaillant auroTHERM VFK 900 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Vaillant auroTHERM VFK 900 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Vaillant auroTHERM VFK 900 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Vaillant |
| Categorie: | Boiler |
| Model: | auroTHERM VFK 900 |
Handleiding Vaillant auroTHERM VFK 900 – volledige tekst
2Montagehandleiding auroTHERM1 Aanwijzingen bij de documentatie 2 Veiligheidsvoorschriften1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie. In combinatie met deze montagehandleiding zijn nog andere documenten geldig. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kunnen we niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullende geldende documentenvoor de installateur:- Installatiehandleiding auroSTEP VIH SN 150 i nr. 839520- Installatiehandleiding auroSTEP VIH SN 250 i nr. 8382791. 1 Bewaren van de documentenGelieve deze montagehandleiding aan de eigenaar van de installatie door te geven. Die zorgt voor de bewaring, zodat de handleiding indien nodig ter beschikking staat1. 2 Gebruikte symbolenGelieve bij de montage van de collector de veiligheidsin-structies in deze montagehandleiding in acht te nemen. Gevaar.
Onmiddellijk gevaar voor leven en goed. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en omgeving. Aanwijzing. Nuttige informatie en aanwijzingen. • Symbool voor vereiste activiteit2 Veiligheidsinstructies2. 1 Regels van de techniekDe montage moet aan de plaatselijke omstandigheden, de plaatselijke voorschriften en niet het minst de regels van de techniek voldoen. Het gaat hier vooral om:Aansluiting van thermische zonne-energiesystemen- DIN ENV 12977-1 Klantspecifiek gefabriceerde zonne-energiesystemen, deel 1: Alg. vereisten2. 2 OngevalspreventievoorschriftenIn uw eigen belang dient u voor de montage de volgende aanwijzingen te lezen om de werkzaamheden op een vei-lige manier te kunnen uitvoeren. 2. 2.
1 Ladder juist gebruikenLadders moeten in een hoek van 65-75° tegen veilige steunpunten geplaatst worden en de uitstapplaats moet minstens 1 m uitsteken; Bovendien moeten ze tegen het uitglijden, omvallen, omkantelen, wegglijden en inzakken beveiligd worden.
Tot slot mogen ladders als opstap slechts tot een te overbruggen hoogteverschil van 5 m gebruikt worden (zie afbeelding 2. 1). 1 m65-75˚ ≤ 5 mAfb. 2. 1 Ladder juist opstellen. Als u met de voeten aan de ladder staat en de uitge-strekte elleboog de ladder raakt, dan klopt de opstel-lingshoek. 2. 2. 2 Bescherming tegen vallende voorwerpenOnderaan liggende verkeerswegen en werkplaatsen moeten tegen vallende, omvallende, afglijdende of afrol-lende voorwerpen beschermd worden. De bereiken waar-in personen gevaar kunnen lopen, moeten gemarkeerd en afgesloten worden (zie afbeelding 2. 2). Afb. 2. 2 Beveiliging tegen vallende voorwerpen door af te slui-ten. Verkeerswegen met band en aanwijsbord beveili-gen. 2. 2. 3 Dakvangstelling als valbeveiliging nr. 1Voor werkzaamheden op hellende daken (20° bis 60°) zijn vanaf een valhoogte van 3 mm valbeveiligingen ver-eist.
3Montagehandleiding auroTHERM BE nlmeer dan 45° dakhelling moeten speciale werkplaatsen gecreëerd worden (b.v. dakdekkerstoelen, dakdekkerlad-ders, betengelingen).Afb. 2.3 Dakvangstellingen voor werkzaamheden op hellende dakvlakken2.2.4 Dakbeschermingswand als valbeveiliging nr. 2Een andere mogelijkheid voor een valbeveiliging voor werkzaamheden op hellende daken (tot 60°) vanaf een valhoogte van 3 m zijn de dakbeschermingswanden (zie afbeelding 2.4). De verticale afstand tussen de werk-plaats en de opvanginrichting mag hoogstens 5 m bedragen. Beschermingswanden moeten aan de te bevei-ligen werkplaatsen minstens 2 m uitsteken.Afb. 2.4 Dakbeschermingswanden voor werkzaamheden op hel-lende daken2.2.5 Veiligheidskettingen als valbeveiliging nr. 3Als dakvangstelling of dakbeschermingswand niet doel-matig zijn, kunnen als valbeveiliging ook veiligheidsket-tingen gebruikt worden, b.v.
de Vaillant-veiligheidsgordel (art.-nr. 302 066). De veiligheidsdakhaak het best boven de gebruiker aan belastbare bouwdelen bevestigen (afb. 2.5). Gevaar!Gebruik nooit onveilige bevestigingspunten, zoals b.v. ladderhaken, waaruit de veiligheidska-bel ongemerkt los kan komen. Bij het afglijden zou een val van het dak het gevolg zijn!Gebruik voor de valbeveiliging de veiligheidsket-tingen altijd samen met veiligheidsdakhaken!Afb. 2.5 Veiligheidskettingen als valbeveiligingVeiligheidsvoorschriften 2
4Montagehandleiding auroTHERM3 Montage op dak voor auroSTEP3.1 Typeoverzicht3.1.1 Montagemodules en omvang van de levering voor een collector in horizontale positieAfb. 3.1 VFK-collectormontage op het dak van een collector in horizontale positieLegenda:1 Sparanker2 Snelbouwschroeven 6x803 Hamerkopschoef M10x30 met moer4 Montagerail kort, 1202 mm5 Bevestigingsklem met hamerkopschroef M10x30 en moeren6 CollektorMateriaallijst AantalSparankerset type PSparanker voor „Frankfurter dakpan” 4Schroeven 12Art.-nr. 302 351Sparankerset type W90Sparanker voor gegolfde dakpan 4Schroeven 8Art.-nr. 302 353Sparankerset type SSparanker voor beverstaart of lei 4Schroeven 16Art.-nr. 302 352Tab. 3.1 Materiaallijst voor de montage van een collectorMateriaallijst AantalSparankerset type KCollectoranker 4Stokschroef met drie moeren, EDM-afdichtingsring en onderlegschijf4Plug 4Art.-nr.
302 367Set auroSTEP 150 T*Montagerail, 1202 mm lang 2Edelstaal hamerkopschroef 9Edelstaal moer voor hamerkopschroef 13Bevestigingsklem voor collector 4Collector auroTHERM VFK 900 1Collectorvoeler 1Art.-nr. 302 661* Deze set bevat bijkomend ook een boilereenheid auroSTEP VIH SN 150 i alsook een adapterkabel.Tab. 3.1 Materiaallijst voor de montage van een collector (ver-volg) 3 Montage op dak
6Montagehandleiding auroTHERMMateriaallijst AantalSet auroSTEP 250 T*Montagerail, 2370 mm lang 2Edelstaal hamerkopschroef 13Edelstaal moer voor hamerkopschroef 19Bevestigingsklem voor collector 7Edelstaalslang met klemschroefverbindingen en steun-hulzen1Collector auroTHERM VFK 900 2Collectorvoeler 1Art. -nr. 302 663* Deze set bevat bijkomend ook een boilereenheid auroSTEP VIH SN 250 i alsook een C1/C2-verbindingsleidingTab. 3. 2 Materiaallijst voor de montage van twee collectoren boven elkaar (vervolg)3. 1. 3 SparankersDe sparankers worden met snelbouwschroeven (6 x 80) aan de daksparren bevestigen. Als dat niet mogelijk is, b. v. bij de gegolfde dakpan, bouwt u raveelverbindingen van kanthout (minstens 60 x 80) in. De montagerails worden met hamerkopschroeven met de sparankers verbonden. Als de schroefkop in een rech-te hoek op de groef zit, is een vaste verbinding gegaran-deerd.
De kerf aan de schroefvoet geeft de positie aan (zie afbeelding 3. 3). De collectoren worden op de montagerails met bevesti-gingsklemmen op een snelle en betrouwbare manier vastgezet. Om een goede aanpassing aan de verschillende dakbe-dekkingen te bereiken, staan er vier verschillende spa-rankertypes ter beschikking: Type P voor Frankfurter dakpan, type S voor beverstaart of lei, type W90 voor de gegolfde dakpan. Het sparanker type K is geschikt voor dakbedekkingen met pannen alsook voor platte of gegolfde dakbedekkin-gen op houten ondergronden, metselwerk of beton. Gelieve de bij de sparankerset geleverde montagehand-leiding in acht te nemen. Gelieve bij het type gegolfde dakpan W90 de celrubberband onder de hoogteruggen te plakken. Afb. 3.
7Montagehandleiding auroTHERM BE nlAfb. 3.5 Sparankertypes voor verschillende dakbedekkingen: voor Frankfurter dakpan (bovenaan links) met monta-gerail en hamerkopschroef voor de veilige dakverbin-ding, voor beverstaart of lei (bovenaan rechts), voor gegolfde dakpan W90 (onderaan links) alsook voor pater en non (onderaan rechts).3.1.4 Schakelingsschema1,5 - 1,8m1,93m 1m1m2,32m211,5 - 1,8m1,93m 1m1m2,32m1Afb. 3.6 Schakelingsschema voor twee collectoren in horizon-tale positie Afb. 3.7 Schakelingsschema voor een collector in horizontale positieLegenda bij afb. 3.6 en 3.71 Zonne-energievoeler2 Sparankers (positie en aantal)3.2 MontageGelieve voor of bij de montage het volgende in acht te nemen: Attentie!Bewaar de collectoren wegens de ventilatiega-ten niet verticaal of horizontaal staand in de open lucht.
Aanwijzing!Als u op de beide montagerails telkens twee punten markeert en de diagonalen even lang zijn, dan lopen beide rails parallel op telkens dezelfde afstand (zie afbeelding 3.8).Afb. 3.8 Rails parallel richten Attentie!De collectoren mogen alleen in horizontale posi-tie gemonteerd worden. Het maximaal combi-neerbare aantal bedraagt twee collectoren.Als de collectoren anders gemonteerd worden, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden voor het niet goed functioneren van het zonne-energiesysteem.Montage op dak 3
8Montagehandleiding auroTHERM Attentie!Ter verbinding van de collectoren met de boiler-eenheid mag alleen de „zonnekoperbuis 2 in 1”, 20 m lang (art.-nr. 302 360) of 10 m lang (art.-nr. 302 359) gebruikt worden.Als er andere koperbuizen ter verbinding inge-zet worden, moet de binnendiameter ervan 8,4 mm bedragen, anders kan Vaillant niet aanspra-kelijk gesteld worden voor het niet goed functio-neren van het zonne-energiesysteem.Afb. 3.9 Gereedschap voor montageBij de montage hebt u het volgende gereedschap nodig:– Duimstok– Boormachine– Kruisgleufbit PZ3– Gaffelsleutel (14, 16, 17, 19, 21)– Buissnijder- Heteluchttoestel (voor stootverbinder)– Mes– Kabelbinder– Schroevendraaier (om het plastic rooster uit de venti-latiedakpannen uit te breken)Afb. 3.10 Montagerails aan de bodem voorbereiden• Bereid de montagerails aan de bodem voor.
Steek in alle boorgaten van de montagerails aan de binnenkant hamerkopschroeven en draai de moeren vast.Afb. 3.11 Flank van de moer richten• Let er bij het vastdraaien van de moeren op dat de flanken van de moeren, zoals getoond op afbeelding 3.11, in een rechte hoek op de langszijde van de rail staan. Attentie!De collectoren kunnen alleen precies op de mon-tagerails bevestigd worden als de flanken van alle moeren in een rechte hoek op de montage-rail gericht zijn.Afb. 3.12 Veiligheidsvoorschriften in acht nemen Attentie!Neem bij alle werkzaamheden op het dak voor uw eigen veiligheid absoluut onze veiligheids-voorschriften in hoofdstuk 2 in acht!3 Montage op dak
9Montagehandleiding auroTHERM BE nlAfb. 3.13 Bevestigingspunten op de sparren vrijmaken• Meet op het dak het collectorveld af. Maak de betref-fende bevestigingspunten op de sparren vrij. De afme-tingen voor de bevestigingspunten vindt u in de afbeeldingen 3.6 en 3.7.Afb. 3.14 Sparanker aan de sparren bevestigen• Bevestig de sparankers met de snelbouwschroven (6 x 80) aan de sparren. Als de daklatten dikker zijn dan 30 mm, dan moet u de ruimte onder de sparankers opvullen.• Als u de sparankers niet aan de sparren kunt bevesti-gen, zoals b.v. bij de gegolfde dakpan, dan moet u de raveelverbindingen van kanthout (minstens 60 x 80) inbouwen en de sparankers aan de raveelverbinding bevestigen.• Bewerk de pannen zodanig dat ze in het bereik van de sparankers zonder te bewegen vastliggen.Afb.
3.15 Montagerails aan sparankers bevestigen• Leid de hamerkopschroeven zodanig in de montage-rails dat de hamerkop bij het vastdraaien van de moe-ren dwars in de rail zit.• Richt beide montagerails parallel op elkaar en op dezelfde hoogte uit (zie hiervoor ook afbeelding 3.8).• Bevestig beide montagerails met de hamerkopschroe-ven en moeren aan de sparankers.Afb. 3.16 Draaggrepen vastschroevenOp aanvraag levert Vaillant draaggrepen voor de veilig-heid bij het monteren van de collectoren.• Bevestig aan beide zijden van de collector telkens een draaggreep met een bevestigingsklem.• Plaats de bevestigingsklem zodanig dat het hogere stuk met de ingestanste pijl naar de collector wijst.• Controleer de stevigheid van de draaggrepen!Montage op dak 3
3.19 Onderste collector aanzetten• Schuif bij installaties met twee collectoren de onderste collector met de bovenkant onder de bevestigings-klemmen en leg hem dan plat op de montagerails.• Controleer of het onderste einde van de collector boven de beide onderste schroefbouten op de monta-gerails ligt.• Richt de onderste collector op de montagerails zijde-lings passend op de bovenste collector.• Bevestig de collector aan de onderkant met bevesti-gingsklemmen aan beide montagerails, zodat de op de bevestigingsklem ingestanste pijl naar de collector wijst. Aanwijzing!Dek op zonnige daken het collectorvlak ter bescherming tegen het opwarmen tijdens de montage af.71 2 3 4 56Afb. 3.20 Collectoren verbindenBij installaties met twee collectoren moet u de geïsoleer-de edelstaalslang (7) als verbinding tussen de collecto-ren als volgt monteren:3 Montage op dak
11Montagehandleiding auroTHERM BE nl Attentie. Als u klemringschroefverbindingen zonder de steunhulzen monteert, dan kan de koperbuis vervormd raken. Een ondichte of beschadigde zonne-energieaansluiting zou het gevolg zijn. Zorg ervoor dat de klemringschroefverbindingen stevig aangezet worden. Houd de zonne-ener-gieaansluiting bij het aanzetten tegen om scha-de te vermijden. • Leid een steunhuls (4) tot aan de aanslag in beide zonner-energieaansluitingen (5). • Schuif een wartelmoer (3) en een klemring (2) op beide zonne-energieaansluitingen. • Steek een schroefelement (1) tot aan de aanslag op beide zonne-energieaansluitingen en draai de wartel-moeren in deze positie vast. • Leg de pakkingen (6) in de wartelmoeren aan de edel-staalslang (7) en verbind de beide collectoren met elkaar.
De „zonnekoperbuis 2 in 1“ kan in combinatie met het collectorveld met de boilereenheid naar keuze boven de dakbedekking of, met een geschikte doorvoer, ook onder de dakbedekking geplaatst worden. De zonnekoperbuis wordt met het bijgeleverde schroef-bevestigingselement aan de bovenste en aan de onder-ste collectoraansluiting aangesloten. Afb. 3. 21 Toegestane standen van het knikstuk aan de bovenste collectoraansluiting bij een buisgeleiding boven de dakbedekking. De buisgeleiding aan de bovenste collectoraansluiting (voorloop) moet zodanig gekozen worden, dat- de stand van het knikstuk een hoek van 15° in het ver-gelijking met het horizontale vlak niet onderschrijdt en- de buigradius van de koperbuis niet kleiner is dan 40 mm. Attentie.
Om een kleinere buigradius dan 100 mm te bereiken, moet voor het buigen van de „zonne-koperbuis 2 in 1“ de buisommanteling in het bereik van de boog verwijderd worden. Bij het buigen met de hand mogen ter vermij-ding van niet toegestane diametervernauwingen de vouwen of knikken in geen geval een buigra-dius van 60 tot 80 mm onderschrijden.
De toegestane minimale buigradius van 40 mm kunt u alleen door het gebruik van een geschikt buigwerktuig bereiken. Aanwijzing. De hoekstand van het rechthoekige schroefver-bindingselement aan de onderste collectoraan-sluiting (terugloop) mag vrij gekozen worden. Afb. 3. 22 Toegestane standen van het knikstuk aan de boven-ste collectoraansluiting bij een buisgeleiding onder de dakbedekking. De verdere montagestappen worden aan de hand van het voorbeeld van een buisgeleiding onder de dakbedek-king beschreven. Montage op dak 3.
12 Montagehandleiding auroTHERM12345Afb. 3. 23 Doorvoeren voor de verschillende zonnekoperbuizen Aanwijzing. Bij het plaatsen van de „zonnekoperbuis 2 in 1” mogen de ventilatiedakpannen telkens een rij hoger dan de collectoraansluitingen ingebouwd worden. • Snij aan de voor het doorvoeren van de zonnekoper-buizen geschikte plaatsen de onderspanbaan in. Klap de onderspanbaan omhoog en bevestig hem. Het bovenste einde van de „zonnekoperbuis 2 in 1” wordt onder het dak in het bereik tussen de beide collec-toraansluitingen losgemaakt. De verschillende zonneko-perbuizen worden door telkens een ventilatiedakpan naar de collectoraansluitingen toe geplaatst. De koper-buis die samen met de elektrische kabel in de isolatie geplaatst is, wordt met de onderste collectoraanslui-ting verbonden om een beschadiging van de kabel door te hoge temperaturen te vermijden.
• Snij met een mes de isolatie van de „zonnekoperbuis 2 in 1” vanaf de buitenkant aan de koperbuis (2) open, die samen met de elektrische kabel (3) in de isolatie geplaatst is. Let er hierbij op dat de elektrische kabel niet beschadigd wordt. Maak de isolatie hierbij zover open, dat de beide buizen afzonderlijk door de ventila-tiedakpan tot aan de collectoraansluitingen kunnen lopen. • Trek de koperbuis (2) en de elektrische kabel (3) uit de isolatie. Attentie. De „zonnekoperbuis 2 in 1” kan in de ommantel-de bereiken enkel met de hand gebogen worden. Onderschrijd ter vermijding van niet-toegestan-de diametervernauwingen, vouwvorming of knik-ken in geen geval een buigradius van 100 mm. • Leid de koperbuis (4) door de bovenste opening in de onderspanbaan en de koperbuis (2) door de onderste opening in de onderspanbaan naar het dak.
• Verwijder de dubbele buisisolatie tot in de zone onder de ventilatiedakpan en schuif een enkele buisisolatie (5) (accessoire) op het buiseinde, b. v. de Vaillant enke-le buisisolaties, vogelpikveilig, telkens 0,75 m lang (art. -nr. 302 361). Snij de isolatie tot op de passende lengte af. 7654 3 2 189Afb. 3. 24 Zonnekoperbuis aansluiten• Verbind de koperbuis met de bovenste aansluiting (zonnevoorloop) aan het collectorveld (aansluitschema zie afbeelding 3. 6 resp. 3. 7). Gebruik voor de verbin-ding de klemringschroefverbindingen als volgt: Attentie. Als u klemringschroefverbindingen zonder de steunhulzen monteert, dan kan de koperbuis vervormd raken. Een ondichte of beschadigde zonne-energieaansluiting zou het gevolg zijn. Zorg ervoor dat de klemringschroefverbindingen stevig aangezet worden. Houd de zonne-ener-gieaansluiting bij het aanzetten tegen om scha-de te vermijden.
• Leid telkens een steunhuls tot aan de aanslag in de zonne-energieaansluiting (1) en in de koperbuis (9). • Schuif telkens een wartelmoer (3 en 7) en een klem-ring (4 en 6) op de zonne-energieaansluiting en op de koperbuis. • Steek een schroefelement (5) tot aan de aanslag op de zonne-energieaansluiting en steek de koperbuis tot 3 Montage op dak.
13Montagehandleiding auroTHERM BE nlaan de aanslag in het schroefelement. Zet de beide wartelmoeren in deze positie aan. • Monteer daarna de zonnekoperbuis aan de onderste collectoraansluiting. Vorm hiervoor het buiseinde op het dak, zoals weergegeven op afbeelding 3. 23. • Schuif een enkele buisisolatie (1) (accessoire) tot aan het scheidingspunt van de isolatie op het buiseinde, b. v. de Vaillant enkele buisisolatie, vogelpikveilig, 0,75 m lang (art. -nr. 302 361). Snij de isolatie tot op de pas-sende lengte af. • Verbind de koperbuis met de onderste aansluiting (zonneterugloop) aan het collectorveld (aansluitsche-ma zie afbeelding 3. 6 resp. 3. 7). Gebruik voor de ver-binding met de „zonnekoperbuis 2 in 1” de bijgeleverde klemringschroefverbindingen zoals hierboven beschre-ven. Afb. 3. 23 Zonne-energievoeler inzetten Aanwijzing.
Bij installaties met twee collectoren moet de zonne-energievoeler in de bovenste collector ingezet worden. • Trek aan de collector de stop uit het voelerbuisje in het midden van de aansluitzijde. • Schuif de stop op de zonne-energievoeler. Steek de voeler helemaal in het voelerbuisje aan de collector-serpentine en let hierbij op de dichtheid van de stop. • Leid de voelerkabel bij installaties met twee collecto-ren samen met de bovenste zonnekoperbuis onder het dak. Plaats de elektrische kabel alleen van buiten op de buisisolatie om een beschadiging van de kabel door te hoge temperaturen te vermijden. • Leid de voelerkabel bij installaties met een collector samen met de onderste zonnekoperbuis onder het dak. Afb. 3.
24 Voelerkabel verbinden• Verbind de voelerkabel en de elektrische kabel in de „zonnekoperbuis 2 in 1” met de bijgeleverde stootver-binders (2) conform de bijgeleverde montagehandlei-ding. Krimp de verbinder voor het afdichten met een heteluchtpistool (1). • Bescherm de kabelverbinding met kabelbinders tegen trekbelasting. Attentie. Breng de kabelverbinding niet op het dak tot stand.
Met de tijd leidt indringend vocht anders tot corrosie van de kabelverbinding en hierdoor tot het slecht functioneren van de zonne-ener-gievoeler. Afb. 3. 25 Bliksemafleiderklem (optie) aansluiten• Als aan het huis een bliksembeveiliging geïnstalleerd is, kunt u het collectorveld met optionele bliksemaflei-derklemmen aan de montagerails aarden. Montage op dak 3.
14 Montagehandleiding auroTHERM• Dek de beide doorvoeropeningen na het vast aanslui-ten van de zonnekoperbuizen aan de zonne-energie-aansluiting met ventilatiedakpannen af.De montagewerkzaamheden op het dak zijn hiermee voorlopig afgesloten.• Installeer de zonneboilereenheid en de zonne-energie-leidingen conform de bij dit toestel geleverde bedie-nings- en installatiehandleiding.• Voer de daar beschreven dichtheidsproef van de zonne-energieleidingen door.4 Platdakmontage voor auroSTEP4.1 Typeoverzicht4.1.1 Montagemodules en omvang van de levering voor een collector in horizontale positieAfb.
302 369Set auroSTEP 150 F*Aluminium hoekprofiel, 1244 mm lang 2Aluminium hoekprofiel, 952 mm lang 2Aluminium hoekprofiel, 1240 mm lang 2Bevestigingsklem voor collector 4Edelstaal schroef M 10 x 30 4Edelstaal moer M 10 8Edelstaal schroef M 10 x 30 met moer 6Zeskanthoutschroef met schijf en plug 8Collector auroTHERM VFK 900 1Collectorvoeler 1Art.-nr. 302 660* Deze set bevat bijkomend ook een boilereenheid auroSTEP VIH SN 150 i alsook een adapterkabel.Tab. 4.1 Materiaallijst voor de montage van een collector3 Montage op dak4 Platdakmontage
16 Montagehandleiding auroTHERMMateriaallijst AantalSet auroSTEP 250 F*Edelstaalslang met klemschroefverbindingen en steun-hulzen1Aluminium hoekprofiel, 2412 mm lang 2Aluminium hoekprofiel, 886 mm lang 2Aluminium hoekprofiel, 2040 mm lang 2Aluminium hoekprofiel, 1780 mm lang 2Bevestigingsklem voor collector 6Edelstaal schroef M 10 x 30 6Edelstaal moer M10 10Edelstaal schroef M 10 x 30 met twee moeren 10Zeskanthoutschroef met schijf en plug 12Collector auroTHERM VFK 900 2Collectorvoeler 1Art.-nr. 302 662* Deze set bevat bijkomend ook een boilereenheid auroSTEP VIH SN 250 i alsook een C1/C2-verbindingsleidingTab. 4.2 Materiaallijst voor de montage van twee collectoren boven elkaar (vervolg)4.1.3 SchakelingsschemaAfb. 4.3 Schakelingsschema voor twee collectoren in horizon-tale positieAfb. 4.4 Schakelingsschema voor een collector in horizontale positieLegenda bij afb.
4.3 en 4.41 Zonne-energievoeler4.1.4 BodemverankeringAfb. 4.5 Soorten bodemverankering bij de montage van een collectorAfb. 4.6 Soorten bodemverankering bij de montage van twee collectoren• Gebruik voor de bodemverankering– Betonstenen voor de montage op de begane grond– Grindplaten (aluminium staande felsplaten) voor platte daken Attentie!Neem bij de bodemverankering de minimale gewichtsbelasting in acht!De minimale gewichtsbelasting bedraagt- tot 8 m gebouwhoogte: 75 kg/m2 collectorvlak (komt overeen met ca. 10 cm kiezellaag),- tot 20 m gebouwhoogte: 127 kg/m2 (komt overeen met ca. 15 cm kiezellaag).• Houd bij de opstelling op platte daken een randafstand van 1 tot 2 meter in acht.4 Platdakmontage
17Montagehandleiding auroTHERM BE nl4.2 MontageAfb. 4.7 Veiligheidsvoorschriften in acht nemen Attentie!Valgevaar!Neem bij alle werkzaamheden op het dak voor uw eigen veiligheid absoluut onze veiligheids-voorschriften in hoofdstuk 2 in acht!Als u in de buurt van de rand van platte daken-werkt, veiligheidskettingen gebruiken!Gelieve voor of bij de montage het volgende in acht te nemen: Attentie!Bewaar de collectoren wegens de ventilatiega-ten niet verticaal of horizontaal staand in de open lucht. Attentie!De collectoren mogen alleen in horizontale posi-tie gemonteerd worden. Het maximaal combi-neerbare aantal bedraagt twee collectoren.Als de collectoren anders gemonteerd worden, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden voor het niet goed functioneren van het zonne-energiesysteem.
Attentie!Ter verbinding van de collectoren met de boiler-eenheid mag alleen de „zonnekoperbuis 2 in 1”, 20 m lang (art.-nr. 302 360) of 10 m lang (art.-nr. 302 359) gebruikt worden.Als er andere koperbuizen ter verbinding inge-zet worden, moet de binnendiameter ervan 8,4 mm bedragen, anders kan Vaillant niet aan-sprakelijk gesteld worden voor het niet goed functioneren van het zonne-energiesysteem. Attentie!Op stormveiligheid letten!Aan de randen van platte daken treden bij storm bijzonder sterke windkrachten op. Houd daarom bij de opstelling van de collectoren een randafstand van 1 tot 2 meter in acht.Afb. 4.8 Gereedschap voor montageBij de montage hebt u het volgende gereedschap nodig:– Duimstok– Boormachine– 8,5-mm-metaalboor of 12-mm-steenboor– Gaffelsleutel (nr. 16, 19 en 24)– Buissnijder- Heteluchttoestel (voor stootverbinder)– Mes– KabelbinderPlatdakmontage 4
18 Montagehandleiding auroTHERMBij bevestiging van de houder met pluggen• Plaats de beide aluminium hoekprofielen voor de bodembevestiging op de daarvoor bestemde montage-plaats.1 m 1 m2,10 m - 2,20 mABAfb. 4.9 Hoekprofielen parallel uitrichten• Richt de beide hoekprofielen op een afstand van 2,10 m tot 2,20 m parallel op elkaar uit. Aanwijzing!Als u op de beide hoekprofielen, zoals weergege-ven op afbeelding 4.9, telkens twee punten mar-keert en de diagonalen even lang zijn, dan lopen beide rails parallel op telkens dezelfde afstand.• Bevestig de beide hoekprofielen met de bijgeleverde schroeven en pluggen aan het fundament.Bij bevestiging van de houder aan kiezelplatenAfb. 4.10 Aluminium staande felsplaten voor de bodemverankering plaatsen• Plaats de aluminium staande felsplaten voor de bodemverankering. Het aantal stuks vindt u in de tabel 4.1 resp. 4.2.Afb.
19Montagehandleiding auroTHERM BE nlOverige montagestappen bij beide bevestigingstypesAfb. 4.14 Schroeven voor collectorhouder in de hoekprofielen bevestigen• Bereid de aluminium hoekprofielen voor de collector-montage voor. Steek in alle boorgaten vanop de onder-kant schroeven voor de collectorbevestiging en schroef er telkens een moer op.• Let er bij het vastdraaien van de moeren op dat de flanken van de moeren, zoals getoond op afbeelding 4.11, in een rechte hoek op de langszijde van het profiel staan. Attentie!De collectoren kunnen alleen precies op de hoekprofielen bevestigd worden als de flanken van alle moeren in een rechte hoek op de profie-len gericht zijn.Afb. 4.15 Hoekprofielen vastschroeven• Bevestig de andere hoekprofielen (zie afbeelding 4.1, pos. 2 en 3 resp. afbeelding 4.2, pos. 2, 3 en 4) met de schroeven M 10 x 30 en onderlegschijven.Afb.
4.16 Draaggrepen vastschroevenOp aanvraag levert Vaillant draaggrepen (art.-nr. 302 358) voor de veiligheid bij het monteren van de collecto-ren.• Bevestig aan beide zijden van de collector telkens een draaggreep met een bevestigingsklem.• Plaats de bevestigingsklem zodanig dat het hogere stuk met de ingestanste pijl naar de collector wijst.• Controleer de stevigheid van de draaggrepen!Afb. 4.17 Collector inzetten• Plaats bij installaties met twee collectoren de boven-ste collector eerst.• Zet de collector op de beide onderste schroefbouten aan de montagerails neer en leg hem dan plat op de montagerails.• Richt de collector zijdelings gelijkmatig op de monta-gerails.Platdakmontage 4
Aanwijzing!Dek op zonnige daken het collectorvlak ter bescherming tegen het opwarmen tijdens de montage af.Afb. 4.20 Bodemverankering klaarzetten• Overdek tot slot de aluminium staande felsplaat met een kiezellaag van minstens 10 cm (boven 8 m gebouwhoogte minstens 15 cm, zie paragraaf 4.1.4).71 2 3 4 56Afb. 4.21 Collectoren verbindenBij installaties met twee collectoren moet u de geïsoleer-de edelstaalslang (7) als verbinding tussen de collecto-ren als volgt monteren: Attentie!Als u klemringschroefverbindingen zonder de steunhulzen monteert, dan kan de koperbuis vervormd raken. Een ondichte of beschadigde zonne-energieaansluiting zou het gevolg zijn!Zorg ervoor dat de klemringschroefverbindingen stevig aangezet worden.
Houd de zonne-ener-gieaansluiting bij het aanzetten tegen om scha-de te vermijden.• Leid een steunhuls (4) tot aan de aanslag in beide zonner-energieaansluitingen (5).• Schuif een wartelmoer (3) en een klemring (2) op beide zonne-energieaansluitingen.• Steek een schroefelement (1) tot aan de aanslag op beide zonne-energieaansluitingen en draai de wartel-moeren in deze positie vast.4 Platdakmontage
21Montagehandleiding auroTHERM BE nl• Leg de pakkingen (6) in de wartelmoeren aan de edel-staalslang (7) en verbind de beide collectoren met elkaar. De zonnekoperbuis wordt met het bijgeleverde schroef-bevestigingselement aan de bovenste en aan de onder-ste collectoraansluiting aangesloten. Afb. 4. 22 Toegestane standen van het knikstuk aan de boven-ste collectoraansluiting bij een buisgeleiding De buisgeleiding aan de bovenste collectoraansluiting (voorloop) moet zodanig gekozen worden, dat- de stand van het knikstuk een hoek van 15° in het ver-gelijking met het horizontale vlak niet onderschrijdt en- de buigradius van de koperbuis niet kleiner is dan 40 mm. Attentie. Om een kleinere buigradius dan 100mm te bereiken, moet voor het buigen van de „zonne-koperbuis 2 in 1“ de buisommanteling in het bereik van de boog verwijderd worden.
Bij het buigen met de hand mogen ter vermij-ding van niet toegestane diametervernauwingen de vouwen of knikken in geen geval een buigra-dius van 60 tot 80 mm onderschrijden. De toegestane minimale buigradius van 40 mm kunt u alleen door het gebruik van een geschikt buigwerktuig bereiken. Aanwijzing. De hoekstand van het rechthoekige schroefver-bindingselement aan de onderste collectoraan-sluiting (terugloop) mag vrij gekozen worden. Afb. 4. 23 Doorvoeren voor de verschillende zonnekoperbuizenHet bovenste einde van de „zonnekoperbuis 2 in 1” wordt in het bereik tussen de beide collectoraansluitin-gen losgemaakt. De koperbuis (1), die samen met de elektrische kabel (3) in de isolatie geplaatst is, wordt met de onderste collectoraansluiting verbonden.
• Trek de koperbuis (1) en de elektrische kabel (3) uit de isolatie. Attentie. De „zonnekoperbuis 2 in 1” kan in de ommantel-de bereiken enkel met de hand gebogen worden. Onderschrijd ter vermijding van niet-toegestan-de diametervernauwingen, vouwvorming of knik-ken in geen geval een buigradius van 100 mm. • Monteer eerst de zonnekoperbuis aan de bovenste col-lectoraansluiting. Vorm hiervoor het buiseinde (5) zoals weergegeven op afbeelding 4. 23. • Schuif de enkele buisisolatie (4) (accessoire) tot aan het scheidingspunt van de isolatie op het buiseinde. Snij de isolatie tot op de passende lengte af. Platdakmontage 4.
22 Montagehandleiding auroTHERM7654 3 2 189Afb. 4. 24 Zonnekoperbuis aansluiten• Verbind de koperbuis met de bovenste aansluiting (zonnevoorloop) aan het collectorveld (aansluitschema zie afbeelding 4. 3 resp. 4. 4). Gebruik voor de verbin-ding de klemringschroefverbindingen als volgt: Attentie. Als u klemringschroefverbindingen zonder de steunhulzen monteert, dan kan de koperbuis vervormd raken. Een ondichte of beschadigde zonne-energieaansluiting zou het gevolg zijn. Zorg ervoor dat de klemringschroefverbindingen stevig aangezet worden. Houd de zonne-ener-gieaansluiting bij het aanzetten tegen om scha-de te vermijden. • Leid telkens een steunhuls tot aan de aanslag in de zonne-energieaansluiting (1) en in de koperbuis (9). • Schuif telkens een wartelmoer (3 en 7) en een klem-ring (4 en 6) op de zonne-energieaansluiting en op de koperbuis.
• Steek een schroefelement (5) tot aan de aanslag op de zonne-energieaansluiting en steek de koperbuis tot aan de aanslag in het schroefelement. Zet de beide wartelmoeren in deze positie aan. • Monteer daarna de zonnekoperbuis aan de onderste collectoraansluiting. Vorm hiervoor het buiseinde (1) zoals weergegeven op afbeelding 4. 23. • Schuif de enkele buisisolatie (2) (accessoire), zoals weergegeven op afbeelding 4. 23, tot aan het schei-dingspunt van de isolatie op het buiseinde. Snij de iso-latie tot op de passende lengte af. • Verbind de koperbuis met de onderste aansluiting (zonneterugloop) aan het collectorveld (aansluitsche-ma zie afbeelding 4. 3 resp. 4. 4). Gebruik voor de ver-binding de klemringschroefverbindingen zoals hierbo-ven beschreven. Afb. 4. 25 Zonne-energievoeler inzetten Aanwijzing.
Bij installaties met twee collectoren moet de zonne-energievoeler in de bovenste collector ingezet worden. • Trek aan de collector de stop uit het voelerbuisje in het midden van de aansluitzijde. • Schuif de stop op de zonne-energievoeler.
Steek de voeler helemaal in het voelerbuisje aan de collector-serpentine en let hierbij op de dichtheid van de stop. • Leid de voelerkabel bij installaties met twee collecto-ren samen met de bovenste zonnekoperbuis onder het dak. Plaats de elektrische kabel alleen van buiten op de buisisolatie om een beschadiging van de kabel door te hoge temperaturen te vermijden. • Leid de voelerkabel bij installaties met een collector samen met de onderste zonnekoperbuis onder het dak. 4 Platdakmontage.
23Montagehandleiding auroTHERM BE nlAfb. 4. 26 Voelerkabel verbinden• Verbind de voelerkabel en de elektrische kabel in de „zonnekoperbuis 2 in 1” met de bijgeleverde stootver-binders (2) conform de bijgeleverde montagehandlei-ding. Krimp de verbinder voor het afdichten met een heteluchtpistool (1). • Bescherm de kabelverbinding met kabelbinders tegen trekbelasting. Attentie. Breng de kabelverbinding niet op het dak tot stand. Met de tijd leidt indringend vocht anders tot corrosie van de kabelverbinding en hierdoor tot het slecht functioneren van de zonne-ener-gievoeler. • Als aan het huis een bliksembeveiliging geïnstalleerd is, kunt u het collectorveld met optionele bliksemaflei-derklemmen aan de hoekprofielen aarden. De montagewerkzaamheden op het dak zijn hiermee voorlopig afgesloten.
• Installeer de zonneboilereenheid en de zonne-energie-leidingen conform de bij dit toestel geleverde bedie-nings- en installatiehandleiding. • Voer de daar beschreven dichtheidsproef van de zonne-energieleidingen door. 5 Servicedienst en garantie5. 1 FabrieksserviceVaillant professional-hotline 02/334 93 19. 5. 2 FabrieksgarantieFabrieksgarantie verlenen we alleen bij installatie door een erkende installateur. De actuele garantiebepalingen kunt u bij het aan de ach-terkant van deze handleiding opgegeven adres aanvra-gen. 6 Recycling en afvoerBij Vaillant-producten is het later recycleren resp. het afvoeren reeds een onderdeel van de productontwikke-ling. Vaillant-fabrieksnormen leggen strenge vereisten vast.
In dit verband hebben we ons als fabrikant ertoe ver-plicht om de bouwdelen terug te nemen en te laten recy-cleren als ze na jaren van goed gebruik afgevoerd moe-ten worden. 6. 2 VerpakkingVaillant heeft de transportverpakkingen van de toestel-len tot op het noodzakelijke gereduceerd. Bij de keuze van de verpakkingsmaterialen wordt consequent op de mogelijke herbruikbaarheid gelet. De hoogwaardige kartonnen verpakkingen zijn al lang een gegeerde secundaire grondstof van de karton- en papierindustrie. Het gebruikte EPS en EPP (piepschuim)® is vereist voor de bescherming van de producten tijdens het transport. EPS is recycleerbaar en vrij van CFK’s. Ook de foliën en omsnoeringsbanden zijn van recycleer-bare kunststof. Platdakmontage 4Servicedienst en garantie 5Recycling en afvoer 6.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Vaillant auroTHERM VFK 900 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boiler Vaillant
Handleiding Boiler
Nieuwste handleidingen voor Boiler