Unical TRIOPREX N Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Unical TRIOPREX N (32 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 104 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Unical TRIOPREX N of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
26741 - 03/06
rev. 0
TRIOPREX N
HANDLEIDING VOOR
INSTALLATIE EN GEBRUIK

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Unical
Categorie: Verwarmingsketel
Model: TRIOPREX N

Handleiding Unical TRIOPREX N – volledige tekst

2ALGEMENE INFORMATIEInleidingDeze technische handleiding hoort bij het toestel en moet aan de gebruiker overhandigdworden. Lees de instructies in deze handleiding aandachtig door. Zij bevat belangrijkeaanwijzigingen betreffende de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van de installatie. Bewaar dit boekje zorgvuldig bij de ketel zodat u het indien nodig kan raadplegen. Deze technische handleiding geeft een overzicht van alle handelingen die uitgevoerd moetenworden bij de installatie, het onderhoud en het gebruik van de TRIOPREX N verwarmingsketels. InstallatieDe installatie van de verwarmingsketels en bijhorende uitrusting moet voldoen aan alle geldendevoorschriften en reglementeringen. De installatie en de eerste inbedrijfstelling moeten uitgevoerd worden door een bevoegde enbekwame vakman.

Onder een bekwame technicus wordt verstaan een vakman met een specifieketechnische opleiding op het gebied van verwarmingsinstallaties en installaties voor de bereidingvan sanitaire warm water. In het bijzonder moet deze persoon een door de constructeurgoedgekeurde service kunnen verlenen op deze verwarmingsketels. Eerste inbedrijfstellingDe eerste inbedijfstelling omvat het nazicht van de goede werking van alle veiligheid - encontrole apparatuur. De persoon die de eerste inbedijfstelling uitvoert dient de ketel gedurendeminstens één volledige cyclus te controleren. Er dient steeds een opstartrapport achtegelatente worden in de stookplaats.

Normen en voorschriftenDe installateur moet zich houden aan de geldende reglementeringen van verwarming,veiligheidsapparatuur, schoorstenen, verluchting, brandstofleidingen, brandveiligheid,elektrische eisen en de wettelijke en geldende veiligheidsvoorschiften voor dit soort installaties. GoedkeuringDe UNICAL verwarmingsketel van het gamma TRIOPREX N beschikken over het CE keurmerkvoor werking op olie en gas.

De ketels zijn goedgekeurd door TECHNIGAS België die hetgelijkvormigheidcertificaat in overeenstemming met de Europese richtlijnen toekende:- Richtlijn Gastoestellen (90/396 CEE), verplich sinds 1 januari 1996. - Richtlijn Rendementen (92/42 CEE), verplicht sinds 1 januari 1988. - De gelijkvormigheid met de richlijn Laagspanning (73/23 CEE), verplicht sinds 1 januari1977, en gecontroleerd en goedgekeurd door GASTEC ITALIË. - De gelijkvormigheid met de Richtlijn EMC (Elektromagnetische Compatibiliteit 89/336 CEE),sind 1 januari 1996 verplicht, is niet van toepassing op de TRIOPREX N ketels vermits zijgeen elektronische componenten bevatten. Kentekenplaat en serienummerDe kentekenplaat van de verwarmingsketel wordt bijgeleverd in een omslag (ze bevindt zichbij de levering in de verbrandingskamer van de ketel).

Zij verwijst naar het serienummer ophet aluminium plaatje dat zich bevindt op de frontplaat van de katel, in derechterbenedenhoek. GebruikBj deze verwarmingsketels wordt het water verwarmd tot een temperatuur die dekooktemperatuur in de installatie niet overschrijdt. GarantieDe waarborg van de TRIOPREX-N verwarmingsketel is van kracht bij navolging van de indit boekje vermelde informatie en voorschriften. Belangrijke opmerkingWanneer de verwarmingsketel uitgerust is met een aangeblazen gasbrander die buiten de categorieën valt van Bijlage II van de Richtlijn 97/23/CE(PED drukrichtlijn), en bovendien opgenomen is in de richtlijn 90*396/CEE (gastoestellen), art. 1, alinea 3, paragraaaf 6. 5, dan is de toepassingvan de PED Richtlijn niet van kracht.

3HERHALING VAN DE INSTALLATIENORMEN3. Vulling en toevoegen van waterHet bijvullen van water moet altijd beperktblijven en in ieder geval gecontroleerd engemeten worden door middel vaneenwaterdebiet - meter. Wanneer erabnormaal veel of vaak water moetbijgevuld worden, moet een grondig nazichtvan de gehele installatie te gebeuren. Alshet bijvullen buiten de normale grenzen valtis de plaatsing van een wateronthardernodig om te allen tijde de juistewaterkwaliteit te kunnen garanderen. 4. OverdrukIn geen enkel geval mag de maximalewerkdruk, zoals vermeld op de kentekenplaatdie met de ketel wordt meegeleverd,overschreden wordt. 5. Veiligheid van de installatieDe verschillende circulatiepompen van deinstallatie moeten aangestuurd wordenzodat:- De brander niet aanslaat als de pompenniet eerst in werking gesteld zijn. - De brander onmiddelijk stopt als de pompengestopt worden.

De installatie van de TRIOPREX-Nverwarmingsketels dient steeds uitgevoerdte worden volgens de regels van goedvakmanschap en de geldendevoorschriften:- Veiligheidsvoorschriften voor de centraleverwarmingsinstallaties van gebouwen. - Technische voorschriften over verwarmingop gas en vloeibare branstoffen in destookplaats. - Werkzaamheden aan schoorstenen NBNnormen. - Elektrische installaties van gebouwenvoor woongelegenheid. - Verluchting en ventilatie stookplaats NBNnormen. 1. Kenmerken van het ketel waterHet water van de hydraulische kringloopdient aan voldende kenmerken te voldoen:PH 7,2TH ≤ 25°Weerstand ρ 2000 Ω/cmNota: Is TH 25° moet er eenwaterverzachter voorzien worden. Is TH ≤ 25° dan dienen de 2 anderewaarden bereikt te worden met eenspecifieke waterbehandeling. 2.

OntluchtingOm te vermijden dat er zich lucht ophooptbovenaan in de ketel moet er eenaangepaste ontluchting geplaatst wordenrechtstreeks op het hoogste installatiepuntvan de ketel. Dit is een belangrijk punt bijhet toekennen van de garantie. Regelmatige controle van de goedewerking van deze ontluchting isnoodzakelijk. 6.

Veiligheid bij een tekort aan water in deketelEen veiligheidssysteem met alarm moet debrander onmiddelijk kunnen stoppen als erin de ketel een watertekort wordtvastgesteld (watergebrekschakelaar ofdetectiesonde). 7. Permanent recirculatiedebietBij de TRIOPREX-N verwarmingsketels moeter steeds een permanent recirculatiedebiettussen vertrek en terugvoer van het waternaar de ketel aanwezig zijn. Dit debiet dientsteeds voldoende groot te zijn en minimumvoldoen aan de volgende waarde: Q -------------,waar:Q in m³/h = recirculatiedebietP in kW = nuttig vermogen van de ketel8. Brandstof debietHer brandstof debiet moet worden geregeldvolgens het opgegeven vermogen van deketel. Voor een vermogen van 1000 kW isvolgend debiet nodig:- 1,01 kg/u voor MAZOUT- 8,8 kg/u de LICHTE OLIE- 9,6 m³/u voor GASP x 0,8645.

4123TECHNISCHE KENMERKEN ENAFMETINGEN. pag. 51. 1 Constructie van de TRIOPREX N verwarmingsketels. pag. 51. 2 Werkingsprincipe. pag. 51. 3 Afmetingen en hydraulische aansluitingen van deTRIOPREX N ketels. pag. 6INSTALLATIE. pag. 112. 1 Verpakking. pag. 112. 2 Transport. pag. 112. 3 Plaatsing in de verwarmingsruimte. pag. 112. 4 Aansluiting aan de schornsteen. pag. 122. 5 Hydraulische aansluitingen. pag. 122. 5. 1 Kenmerken van het installatiewater. pag. 122. 5. 2 Aansluiting van de vetrek - en terugvoerbuizen. pag. 122. 5. 3 Plaatsing van de vul - en aftapkraan. pag. 122. 5. 4 Plaatsing van het veiligheidsventiel. pag. 122. 5. 5 Aansluiting van het buizenstelsel en van het expansievat. pag. 122. 5. 6 Recirculatiepomp. pag. 132. 6 Branderdeur: plaatsen, openen en sluiten. pag. 132. 6. 1 Belangrijke opmerking. pag. 132. 7 Montage van de brander. pag. 132. 7.

51 TECHNISCHE KENMERKEN EN AFMETINGEN1. 1 - Constructiewijzen vande verwarmingsketelsTRIOPREX NDe TRIOPREX-N verwarmingsketels bestaatuit een ovaalformige mantel waarbinen zicheen brandkamer bevindt die volledigomringd is door water (eerste rookkring),en een buizenstelsel voor de tweede enderde rookkring. Een collector/verdeler inverbinding met de terugkeer - envertrekaansluitingen zorgt voor eenoptimale watercirculatie en het ontstaanvan lagen met water van verschillendetemperatuur. Dit bevordert een homogeneverdeling van de watertemperaturen binnen inhet verwarmingselement van de ketel. Dank zij de geleide kringloop van deverbrandingsgassen is er een optimalethermische wisselingwerking met de wandenvan de ketel en kan de warmtevraag gelijkverdeeld worden over het materiaal.

Het buizenstelsel bevindt zich in het hoogsteen warmste doel van de ketel met als doelhet temperatuurverschil tussenverbrandings - gassen en de primairevloeistof te beperken. Daardoor wordt decondensaatvorming beperkt. Dit laatste iseen belangrijke aanleiding tot en oorzaakvan corrosie en een snellere beschadigingvan de traditionele verbrandingsketels. De TRIOPREX-N verbrandingsketels werdenonworpen en goedgekeurd om te werkenbinnen een gamma van diverse vermogenszodat aan elke specifieke wens voldaankan worden. De constructie beantwoordtperfect aan de vorschriften volgens deEuropese norm EN 303 deel 1. De staalplaten van de delen onder druk zijnfig. 1van S235JRG2 staal, volgens de EuropeseNorm EN 10025, en gekeurd 3. 1. B volgensEN 10204. De leidingen zijn in staal ST 37. 0volgens DIN 1626.

Het verwarmingselement is bekleed met eenisolatiemantel van glaswol van 100 mmdikte (80 mm voor de modellen TX-N 65 enTX-N 85) die op zijn beurt beschermdwordt door een weefsel van staalvezel. Aan de bovenkant van het lamellenblok vande ketel bevinden zich haken om hetvervoer en de behandeling van de ketel tevergemakkelijken. Opmerking: voor de plaatsing vanmodulerende of twee - traps branders, ziehoofdstuk 2. 7. 1. 1. 2 - WerkingsprincipeDe vorming van NOx wordt sterk beïnvloeddoor:- De temperatuur van de vlam;- De tijd waarin de verbrandingsgassen inde hoge temperatuurzone verblijven;- De zuurstofconcentratie;- De gedeeltelijke zuurstofdruk;- Het gebruikte brandertype.

De volgende eigenschappen van deTRIOPREX-N ketels zorgen voor een lagereNOx uitstoot:-Het toepassen van recirculatie van derookgassenDoor menging met de nieuw aangevoerdeverbrandingslucht met een deel van derookgassen wordt de gedeeltelijkezuurstofdruk kleiner en daalt devlamtemperatuur. Dit heeft een gunstigeffect op NOx uitstoot van deze installaties. -Een drievoudige rookkring:Hierdoor heeft de branderkamer geenomgekeerde vlam meer, mar een directedoorgang. Dit zorgt voor een compactereen kortere brandervlam en dus voor eenverkorting van de tijd dat de ketel inaanraking komt met de hogevlamtemperatuur. Omdat er geen omke-ring van de vlam meer is, wordt deze bo-vendien sneller afgekoeld door die delenvan de brandkamer die bevloeid wordendoor het water.

-De vermindering van de specifiekethermische druk:In het ontwerp van deze ketels is het volumevan de verbrandingskamer vergrootvergeleken met standaard ketels meteenzelfde vermogen. Hierdoor daaltuiteraard de specifieke thermische druk. Tijdens de werking van de brander, binnende gamma van vermogens van de ketel,is de verbrandingskamer steeds onderpositieve druk. Voor de waarde van diedruk verwijzen we naar de rtebellen p. 6-7 - 8 - 9 - 10 , onder in de kolom“Drukverliezen rookzijde”.

Ten slotte moetde afmeting van de schoorsteen zodanigzijn dat er aan de basis ervan geen enkelepositieve druk waar te nemen valt. ·Het gebruik van een brander met eenlage NOx:De installatie van een moderne brandermet lage NOx - uitstoot op deze ketelsreduceert de vorming van Nox in derookgassen bij het gebruik van dezeketels aanzienlijk.

112INSTALLATIE2. 1 - VerpakkingDe branderdeur en de rookkast van deTRIOPREX-N verwarmingsketels wordengemonteerd geleverd. De stalen platen metde isolatiemantel van steenwol worden in eenaparte kartonnen verpakking geleverd enmogen slechts aangebracht worden nadat hetverwarmingselement in de verwarmingsruimtegeplaatst is. Het bedieningspaneel en dehulptstukken bevinden zich bij levering binnenin de verbrandingskamer. Ga, na het verwijderen van de verpakking,na of de inhoud volledig is. Gelieve bij twijfel,het toestel niet te gebruiken en de leverancierte contacteren. De onderdelen van de verpakking(kartonnen dozen, spijkers, nieten, plasticzakken, polystyreen, enz. ) moeten buiten hetbereik van kinderen worden gehouden.

In de verbrandingskamer bevindt zich naasthet bedieningspaneel, in een aparte kartonnenverpakking, ook nog:- 1 karton met de beugels voor dehydraulische aansluiting (behalve bij demodellen TX-N 65, TX-N 85) samen metde koppelingen en de bouten, eencilindrische borstel voor het reinigen van derookgaspijpen, de dichting en de boutjesvoor de tegenflens van de schoorsteen;- contactveertje(s) voor de klemmen van dethermostaten en thermometer;- een tegenflens van de schorsteen enverlengstuk(ken) van de reinigingsborstel;- een lint in ceramische vezel voor de dichtingvan der branderbuis;- een extractiestang voor derookgasturbolatoren. 2. 2 - TransportDe ketel kan gemakkelijk opgeheven wordenen verplaatst dankzij de ophangring bovenaanhet verwarmingselement of verschoven dankzij“wielen” onder de stevige langsliggers vanhet draagstel.

Bij een eventueel gebrek aanruimte kunnen de branderdeur en de rookkastgedemonteerd worden zodat hetverwarmingselement gemakkelijker in deverwarmingsruimte kan gebracht worden. 2. 3 - Plaatsing in deverwarmingsruimteDe verwarmingsketel moet geplaatst wordendoor een bekwame vakman, die zich moethouden aan de geldende voorschriften enbepalingen en aan de aanwijzingen van defabrikant. Een verkeerde installatie kan schadeaan personen, dieren of zaken met zichmeebrengen waarvoor UNICAL nietverantwoordelijk kan worden gesteld. De verwarmingsruimte moet goed kunnenworden verlucht via openingen met een totaleoppervlakte van minstens 1/30 van deoppervlakte van de verwarmingsruimte, meteen minimum van 0,5 m². In ieder geval moetde luchttoevoer beantwoorden aan degeldende nomen en voldoende zijn voor eenperfecte verbranding.

Er moet zowel boven als onder in deverwarmingsruimte ventilatie zijn, inovereenstemming met de geldende normen. Aangeraden wordt de ketel zo dicht mogelijkbij de schoorsteen te plaatsen. Om het schoomaken van de rookleidingente vergemakkelijken moet er tegenover deverwarmingsketel een ruimte van minimumde lengte van het verwarmingselementvrij gelaten worden, met een minimum van1300 mm. Eveneens moet de deur van debrander ongehinderd 90° kunnen opendraa-ien, waarbij de afstand tussen de deur en deaangrenzende wand minstens gelijk moet zijnaan de lengte van de brander. De ketel kan rechtstreeks op de grondgeplaatst worden, vermits hij voorzien is vanlangsliggers. Het is wel nuttig een platte,Zijde X = minstens de lengte van het verwarmingselement van de ketel. Zijde XX = afmetingen die een gemakkelijke toegang tot de regelapparatuur en hetonderhoud van de ketel toelaten. fig.

122. 4 - Aansluiting aan deschoorsteenDe schoorsteen is van primordiaal belangvoor een goede werking van deverwarmingsketel. De TRIOPREX-Nverwarmingsketel heeft een hoog rendement. De temperaturen van de rookgassen kunnendaardoor lager liggen dan 200 °C en het risicoop een daling tot beneden het dauwpunt(56 °C) wordt groter bij een slecht geïsoleer-de schorsteen of bij gebrekkige afsluiting ervan. Om condensatie en bijgevolg roetvorming tevermijden moet de schoorsteen compleet encorrect geïsoleerd zijn over de hele lengte. Vandaar dat de schoorsteen volledig waterdichtmoet zijn en dat ze gebouwd moet zijn metmaterialen die bestand zijn tegen corrosie dooreventuele condensaten van deverbrandingsproducten. Bij bestaandeschoorsteen dient overwogen te worden omaangepaste rookgasbuizen aan te brengenuit materiaal dat compatibel is met stookolieof gas. 2. 5 - Hydraulische aansluitingen2. 5.

1 - Kenmerken van hetinstallatiewaterDe chemische en fysische kenmerken vanhet installatiewater van de verwarming of vande toevoer zijn fundamenteel voor de goedewerking en de veiligheid van deverwarmingsketel. · Van alle nadelen, door een slechte kwaliteitvan het toevoerwater, is kalkafzetting opde warmwisselende oppervlakken van deketel het ergste en meest frequenteprobleem. · Minder frequent, maar eveneens erg, isde corrosie langs de waterzijde van deblootgestelde oppervlakken van dehydraulische kringloop. · Het is bewezen dat kalkafzetting, door zijnzwak geleidingsvermogen, dewarmtewisseling vermindert, zelfs bijenkele millimeter dikte, en plaatselijkoververhitting veroorzaakt. · Wij raden ten stelligste aan het water vande verwarmingskring te behandelen in devolgende gevallen:1. Bij hoge hardheid van het gebruiktewater (hoger da 20 °f)2. Bij installaties met een grootwatervolume3.

Bij vermenging en gebruik vanverschillende materialen op dehydraulische kringloop. 2. 5. 2 - Aansluitigen van de vertrek -en terugvoerbuizenDe diameter van de vertrek - enterugvoerbuizen zijn voor elk model vermeldin de tabel “Afmetingen en hydraulischeaansluitingen”. - Vooraleer de verwarmingsketel aan eenbestaande verwarmingsinstallatie aan tesluiten moet deze laatste eerst grondiggereinigd worden (spoelen van deinstallatie). - Kijk na of er een voldoende aantalontluchtingskranen op de installatie staan. - Zorg bij het aansluiten van de vertrek - enterugvoerbuizen dat er geen mechanischedruk op de aansluitingen van de ketelontstaat. - Voorzie aangepaste steunen om hetbuizenstelsel van de installatie te dragen. De verwarmingketel is niet ontworpen omdit te dragen. - Controleer na de werken de dichtheid vanalle aansluitingen. 2. 5.

3 - Plaatsing van de vul -en aftapkraanVoor het vullen en aflaten van deverwarmingsketel kan een kraan geïnstalleerdworden op de aansluiting T4, die zich in hetonderste deel achteraan de verwarmingsketelbevindt. 2. 5. 4 - Plaatsing van hetveiligheidsventielPlaats op de aansluiting T3 of binnen de erste50 cm van de vertrekbuis een veiligheidsventieldat in overeenstemming is met het vermogenvan de ketel en volgens de geldendeplaatselijke voorschriften (voor de waarde vande maximum werkingsdruk, zie de tabel metafmetingen). 2. 5. 5 - Aansluiting van het buizenstelselen van het expansievatDe TRIOPREX-N verwarmingsketels zijngemaakt om te werden met geforceerdewaterstroming zowel met een open alsgesloten expansievat. Een expansievat issteeds onontbeerlijk om de volumetoenamevan het water door opwarming op te vangen.

132. 5. 6 - RecirculatiepompDe TRIOPREX-N verwarmingsketels werkenmet een geforceerde watercirculatie met eenminimum temperatuur van 50 °C bij terugkeer. Een recirculatiepomp (waarvan het debiettussen vertrek en terugkeer steeds minstens30% van het debiet van de hoofdpomp vande installatie is een waarbij de opvoerhoogteminstens 1 m bedraagt) is nodig voor decirculatie van het water, ongeacht de standvan een eventuele mengkraan. 2. 6 - Branderdeur: plaatsen,openen, sluitenBijzondere aandacht werd besteed aan dedeur van de TRIOPREX-N ketels. Bij alleverwarmingsketels op druk garandeert degoede kwaliteit van de branderdeur eengoede werking. In een branderkamer onderdruk leidt elke lek van verbrandingsgassenop hoge temperatuur tot verbranding van depakkingring en oververhitting van de deur. Hierdoor kan een permanente vervormingvan de deur ontstaan.

Daarom is de deur vande TRIOPREX-N ketels extra sterk en stevigen voorzien van alle technieken om degeringste speling te vermijden. Zij kan hoger,lager of hellend geplaatst worden om zo eenperfecte centrering van de pakkingring teverkrijgen. De interne bekleding in ceramischevezel verkort daarenboven de opstarttijd vande ketel en dus de vorming van condensatenbij het opstarten. 2. 6. 1 - Belangrijke opmerkingVooraleer de branderkamerdeur te openen,moeten de volgende voorzorgsmaatregelengenomen worden:- De toevoerkran van de brandstof (gas ofstookolie) naar de brander dichtdraaien- De verwarmingsketel laten afkoelen doorhet installatiewater te laten circuleren- De elektrische voeding afsluiten- Op de ketel een bordje zetten met volgendetekst:NIET GEBRUIKEN, KETEL ISBUITEN GEBRUIK WEGENSONDERHOUDSWERKEN. 2.

De branders die op dezeketels aangesloten worden moeten hetkeumerk CE dragen conform met:- Richtlijn Gastoestellen (90/396/CEE)- Richtlijn EMC – ElektromagnetischeCompatibiliteit (89/336/CEE)Vooraleer de brander te plaatsen, moet deinstallateur de plaats van de turbulatorenbinnen in de rookleidingen nakijken (zie fig. 33). Bij ketels onder druk is het gebruik vanbranders met een aangepaste branderkopaangeraden. De tekening hiernaast geeft aanwijzingen omde juiste branderkop afmetingen te bepalen:“A” geeft de maximum diameter van debranderkop“L” de minimum lengte van de branderbuisweer. LØ AAFMETINGEN BRANDERKOPfig. 16TX N 65÷85 132 180KETEL TYPE øAmmLmm132 180TX N 110÷150TX N 185÷225 180 180TX N 300÷380 180 200TX N 500÷730 210 230TX N 840 270 280TX N 1100÷1320 270 320TX N 1600÷1900 285 350Het gebruik van branders op het randje vanhun vermogen wordt afgeranden.

Bij deplaatsing van de brander op de branderdeurmoet men zorgen voor een perfecte dichtheidvoor de verbrandingsproducten. Bij elkeverwarmingsketel wordt een lint in ceramischevezel bijgeleverd dat rond de branderbuismoet gerold worden om de ruimte tussen debranderbuis en de doorgang in de deurvolledig op te vullen. Als men een buis plaatstmet een diameter groter dan het voorzienegat, dan moet dit lint weggehaald worden om,vooraleer de brander op de keteldeur temonteren, terug te worden teruggeplaatst. Ga eveneens na of de eventuele flexibeleverbindingen voor de brandstoftoevoer en deelektrische draden lang genoeg zijn zodat debranderdeur, met de gemonteerde brandererop, 90° kan opendraaien. Bij branders opgas is het gebruik van flexibele buizen in staalniet toegelaten.

Om de deur van deverwarmingsketels met branders op gas teopenen, moet een gemakkelijke demonteringvan het uiteinde van de gastoevoerbuismogelijk zijn.

142.7.1 - Montage van modulerende oftweetraps - brandersDe verwarmingsketel van het gammaTRIOPREX-N kunnen geïnstalleerd wordenmet een modulerende of tweetraps - brander,mits aan volgende voorwaarden voldaan isqua verbranding, rookgastemperatuur enketeltemperatuur:1) Verbranding:- met stookolie (max. viscositeit 1,5°E op20°C): CO≅ 12÷13%.- met aardgas: CO≅ 9÷10%.2) De rookgastemperatuur: moet steedstussen 160°÷180°C blijven.3) De keteltemperatuur: de temperatuurmoet via een thermostaat tussen 60 en80 °C geregeld worden zodat de terugvoer- temperatuur nooit lager ligt dan 50 °C.Zorg er in ieder geval voor dat er nooitcondensaatvorming in de leidingen of op deinwendige platen ontstaat wanneer demodulerende of tweetraps - thermostat opminimum warmtedebiet werkt.

Besteedeveneens speciale aandacht aan deschoorsteen die perfect hermetisch angeslotenen goed geïsoleerd moet zijn dit om schadeaan muren door rookgascondensatie tevermijden.2.8 - Aansluiting tussenkijkgat en branderHet kijkgat van de deur is voorzien van eennippel van 1/8" (1) waarop een drukstopcontactvan 9 mm staat om de tegendruk van deverbrandingskamer te meten.Op de plaats van dat stopcontact, datbewaard moet blijven, zet men een nippel opdruk om het kijkgat recht - streeks met debranderkamer te verbinden den via eenkoperen buis (2), achter de ventilator van debrander. De lucht van de ventilator zorgt voorafkoeling van het raampie van het kijkgat envermindert de vervuiling ervan.Als de afkoelingsbuis niet angesloten wordt,kan het raampie breken.AANDACHT: Het kijkgat kan heel warm zijnwees dus heel voorzichtig bij het werkeneraan.fig. 1712

152. 9 - Plaatsing van debekleding (standaard)BELANGRIJK:- Ga, vooraleer de verpakking te openen,na of de omvang ervan overeenstemt metdie van de bestelde en te installerenverwarmingsketel. - Ga, vooraleer de verpakking te openen,na of de code en de omschrijving van hettoestel op de kartonnen verpakkingovereenstemt met de bestelde en teinstalleren verwarmingsketel. - Wij raden u ook sterk aan na te gaan ofde ketel correct op zijn definitieve plaatsstaat en of alle hydraulische aansluitingenaangebracht zijn, vooraleer de bekledingvan de ketel aan te brengen. -Opgelet: De doos met hetbedieningspaneel bevindt zich in debranderkamer samen met het toebehorenen het garantiebewijs van de ketel.

Plaats de zijplaten (3 en 4) zo dat degeplooide onderkant in de profielen “L” ophet onderste deel van hetverwarmingselement van de ketel wordtgeschoven en het bovenste deel in dedaarvoor voorziene gleuven wordt gestoken. Om te weten wat linker - en rechterplaat is,dienen de plaatjes voor het vasthechten vande kabels op de zijpanelen (9) als leidraad. Zij moeten zich vooraan bevinden. 3. Maak de 4 verzonken schroeven (5) vastaan de twee kanten 3 en 4 langs debinnenkant vooraan. 4. Open de keteldeur en plaats de warmte-isolator vooraan (6) door de scharnierenin de daarvoor voorziene insnijdingen aante brengen. Nota: Vermits de isolatie vooraan gebruiktwordt voor twee verschillende gamma’svan verwarmingsketels (TX-N en TS),moet de bijgeleverde handleiding grondiggelezen worden. 5. Maak het voorpaneel (7) vast op deverzonken schroeven (5). 6.

Steek de stekker vande brander door het zijplaatje (9) aan dekant naar keuze en blokkeer de kabel metde bijgeleverde kabelklem. Maak de plaatjes(9) vast aan de zijkanten van de bekleding. 7. Steek de voelerdraadjes in juiste volgordezoals aangegeven in fig. 19 in het blokbovenaan. Voer de nodige elektrischeaansluitingen (voeding 230 V - 50 Hz,brander, pompen,. ) uit. Sluit hetbedieningspaneel. 8. Monteer de warmte-isolator achteraan(10) monteren en maak de onderste plaatachteraan vast (11). 9. Maak de 4 kabelklemmen (12) vast aande twee kanten 3 en 4 langs de binnenkantachteraan. 10. Blokkeer de kabels die langs de achterkantvan de ketel uitsteken met de kabelklemmen(klem zachtjes). 11. Bevestig de kentekenplaat en het etiketmet ventilatievooschriften van deverwarmingsruimte (14) op de zijplaat naeerst de betreffende plaats te hebbenontvet.

17678953131210214111415Werkwijze voor de plaatsing van debekleding voor de modellen TX-N 110 totTX-N 380 (fig. 20 en 21)Ga als volgt te werk voor het plaatsen vande bekleiding:1. Plaats de isolatiemantel rond hetverwarmingselement (1) en maak hemvast met de elastische haken (2) dieeenvoudig vastgehecht kunnen worden ophet buitenweefsel van de isolatie. 2. Plaats de zijplaten (3 en 4) zo dat degeplooide onderkant de profielen “L” op hetonderste deel van het verwarmingselementvan de ketel wordt geschoven en hetbovenste deel in de daarvoor voorzienegleuven wordt gestoken. 3. Open de keteldeur en plaats de warmte-isolator vooraan (5) door de scharnierenin de daarvoor voorziene insnijdingen aante brengen. Breng de zijranden van dewarmte-isolator onder de plooi van detwee zijkanten aan (3 en 4). 4.

Monteer de warmte-isolator achteraan (6)en maak de onderste achterplaat (7) ende bovenste achterplaat (8) vast metbijgeleverde plaatijzeren schroeven. Brengde kabelklemmen (9) op de bovensteachterplaat aan. 5. Hef het afdekplaatje van hetbedieningspaneel naar voor op na eerst detwee zijschroeven te hebben uitgedraaid. Steek de elektrische draden die er aankomenen de draadjes van de thermostaten die ervertrekken in de openingen van de basis. Maak het bedieningspaneel aan debovenplaat vast (10). Pas de bovenplaat(10), samen met het bedieningspaneel,aan de twee zijkanten van de bekleding in. 6. Steek de voelerdraadjes in juiste volgordezoals aangegeven in fig. 21 in het blokbovenaan. Voer daama de elektrischeaansluitingen (voeding 230 V - 50 Hz,brander, pompen,. ) uit. Sluit hetbedieningspaneel.

18fig. 21TRIOPREX N 110÷3801 Voeler thermometer2 Voeler regelthermostaat3 Voeler minimumthermostaat4 Voeler veiligheidsthermostaat5 KlemmetjesWerkwijze voor de plaatsing van debekleding voor de modellen TX-N 500 totTX-N 730 (fig. 22 en 23)Ga als volgt te werk voor het plaatsen vande bekleiding:1. Maak de 4 bovenste steunhaakjes (1) van dezijplaten vast aan het verwarmingselementmet de betreffende schroeven en moeren(2-3-4). 2. Maak de 4 middelste haakjes en de 4steunhaakjes (5) van de zijplaten vast aanhet verwarmingselement met de betreffendeschroeven en moeren (2-3-4). 3. Plaats de isolatiemantel rond hetverwarmingselement (6) en maak hemvast met de elastische haken (7) dieeenvoudig vastgehecht kunnen worden ophet buitenweefsel van de isolatie. 4. Plaats de onderste zijplaten (9 en 18) enmaak ze vast aan de steunhaakjes (5).

2021265141315739114110816Werkwijze voor de plaatsing van debekleding voor het model TX-N 840(fig. 24 en 25)Ga als volgt te werk voor het plaatsen vande bekleiding:1. Plaats de isolatiemantel rond hetverwarmingselement (1) en maak hem vastmet de elastische haken (2) die eenvoudigvastgehecht kunnen worden op hetbuitenweefsel van de isolatie. 2. Plaats de zijplaten (3, 4, 5, 6) waarbij degeplooide onderkant in de profielen “L” ophet onderste deel van hetverwarmingselement van de ketelgeschoven wordt en de bovenkant in debovenprofielen van de platen voor - enachteraan. Om te weten wat linker - enrechterplaat is, dienen de plaatjes voor hetvasthechten van de kabels op de vorstezijplaten (16) als leidraad: zij moeten zichvooraan bevinden. 3. Maak de 4 verzonken schroeven (7) vastaan de twee zijkanten 4 en 6 langs debinnenkant achteraan. 4.

Open de keteldeur en plaats de warmte-isolator vooraan (8) door de scharnierenin de daarvoor voorziene insnijdingen aante brengen. Breng de zijranden van dewarmte-isolator in de plooi van de tweezijkanten aan (3 en 5). 5. Plaats de warmte-isolatoren achteraan(12) en de onderste achterplaat (13). 6. Breng de kabelklemmen (15) aan op debovenste achterplaat (14). 7. Hef het afdekplaatje van hetbedieningspaneel naar voor op na de tweezijschroeven te hebben uitgedraaid. Steekde elektrische draden die er aankomen ende draadjes van de thermostaten die ervertrekken in de openingen van de basis. Maak het bedieningspaneel aan debovenplaat vast (9). Pas de bovenplaat (9),samen met het bedieningspaneel, aan detwee zijkanten (3 en 5) van de bekledingin. Steek de stekker van de brander doorhet zijplaatje (16) aan de kant naar keuzeen blokkeer de kabel met de bijgeleverdekabelklem.

212156341 Voeler thermometer2 Voeler regelthermostaat3 Voeler minimumthermostaat4 Voeler verwarmingsthermostaat5 Klemmetjesfig. 25TRIOPREX N 840fig. 26Werkweijze voor het aanbrengen van devoelersDe voelers van de instrumenten moeten injuiste volgorde in het blok bovenaan hetverwarmingselement gestoken worden (fig. 26):van de thermometer (1), van deregelthermostaat (2), van deverwarmingsthermostaat (3), van deminimumthermostaat (4).Het is raadzaam de voelers tot diep in deblok in te brengen voor een beter contact.De gebogen veer (6) inbrengen en de draadjesblokkeren met de klem(men) (5).1 Voeler thermometer2 Voeler regelthermostaat3 Voeler veiligheidsthermostaat4 Voeler minimumthermostaat5 Klemmetjes6 Contactveertjes215534

229102563a3b1112134a 514b7814TRIOPREX N 1100÷1900(3a en 4a) van de bekleding vast. 7. Steek de voelerdraadjes in juiste volgordezoals aangegeven in fig. 26 in het blokbovenaan. Voer daama de elektrischeaansluitingen (voeding 230 V - 50 Hz,brander, pompen,. ) uit. Sluit hetbedieningspaneel. Steek de stekker vande brander door het zijplaatje (5) aan dezijkant naar keuze en blokkeer de kabelmet de bijgeleverde kabelklem. Maak deplaatjes (5) vast aan de zijkanten van debekleding. Blokkeer de kabels die langsde achterkant van de ketel uitsteken metde kabelklemmen (klem zachtjes). 8. Monteer de overlangse bovenplatten (12en 13) en maak ze vast aan de zijkanten. 9. Bevestig de kentekenplaat en het etiketmet verluchtingsvooschriften van deverwarmingsruimte op de zijplaat na eerstde betreffende plaats te hebben ontvet. U vindt de etiketten in de omslag samenmet de documenten.

Werkwijze voor de plaatsing van debekleding voor de modellen TX-N 1100tot TX-N 1900 (fig. 26 en 27)Ga als volgt te werk voor het plaatsen vande bekleiding:1. Plaats de isolatiemantel rond hetverwarmingselement plaatsen (1) enmaak hem vast met de elastische haken(2) die eenvoudig vastgehecht kunnenworden op het buitenweefsel van de isolatie. Snijdt een doorgang uit de isolatiemantelter hoogte van de voelerblok. 2. Plaats de zijplaten (3a, 3b, 4a, 4b) waarbijde geplooide onderkant in de profielen “L”op het onderste deel van hetverwarmingselement van de ketel wordtgeschoven en het bovenste deel in debovenprofielen van de platen voor - enachteraan wordt vastgemaakt. Om te wetenwat linker - en rechterplaat is, dienen deplaatjes voor het vasthechten van de kabelsop de voorste zijplaten (5) als leidraad: zijmoeten zich vooraan bevinden. 3.

23Plaatsing van de elektrische bedradingHet bedieningspaneel (standard of metweersafhankelijke regeling) is voorzien vaneen branderkabel met Europese 7-poligestekker (3) - zie ook fig. 28 - en van eenkabelklem (2).Bij de installatie van het bedieningspaneelmoet de branderkabel in de bijgeleverdekabelklem gestoken worden en moeten de7 draden van de kabel met het klembord vanhet bedieningspaneel verbonden wordenDe 7-polige stekker en de kabel verlaten viahetzijplaatje de mantel. Op dat plaatje moetde kabelklem bevestigd worden. Er zijnkabelklemmen voorzien op de achterkant vande ketel voor de dienstdoende kabels.fig. 28213UnicalTRIOPREX

243. 1 - Bedieningspaneel type 21056(mod. TX N 65 - TX N 185). Bedieningspaneel type 21057(mod. TX N 225 - TX N 1900). Beschrijving van de werkingHet elektrische bedieningspaneel kan onderspanning gebracht worden door middel vande hoofdschakelaar nr. 11. De brander en deverwarmingspomp worden onder spanninggebracht door middel van respectievelijk deschakelaars nr. 12 en 13 van hetbedieningspaneel. De temperatuur van deTRIOPREX-N verwarmingsketels wordtgeregeld door de thermostaat met eerste entweede snelheid, nr. 32. Dit type thermostaatis uitgerust met 2 contacten voor een eventuelebesturing van de brander met 2 standen. Hetdifferentieel tussen de 2 contacten is 6 °C(niet regelbaar). De laagbegrenzer - thermostaat verhinderthet aanslaan van de verwarmingspomp zolangde temperatuur van het water in de ketel lageris dan 50 °C (vertrekbescherming).

Als de brander en/of deverwarmingspompen driefasig 400V zijn ofbij een stroomsterkte hoger dan 3A, danmoeten er tussen het bedieningspaneel dat230V - 50 Hz gevoed wordt en de aangeslotentoestellen die 400V driefasig gevoed zijncontactsluiters voorzien worden. Op devoedingslijn 230V - 50Hz van hetbedieningspaneel moet een schakelaar metsmeltzekering 4A aangebracht worden.

25BPbMVM SmPrInstallationde chauffagePiCPi2PiVmMSmTSe Installationde chauffageCSCHEMA HYDRAULISCHE INSTALLATIE4Fig. 31 toont een schema van eenverwarmingsinstallatie met gemengd circuitdoor een mechanische drie - ofvierwegskraan, gestuurd door een elektronischeklimaatregelaar.N.B. De recirculatie pomp “Pr” op fig. 31 isverplicht voor een correcte en permanentedoorstroming van het verwarmingselementvan de ketel TRIOPREX-N (zie: “HERHALINGINSTALLATIEVOORSCHRIFTEN” pag. 3).4.1 - Veerwarmingsinstallatie met gemengd circuitPr RecirculatiepompC Verwarmingsketel TRIOPREX-NPi VerwarmingspompVm MengkraanSm VertrekvoelerSe Buitenvoelerfig. 314.1 - Veerwarmingsinstallatie met sanitair warmwaterbereiding door accumulatie (boiler)In het geval van een verwarmingsinstallatiemet sanitair warmwaterbereiding door boilerin het schema van fig. 32 van toepassing.N.B. De recirculatie pomp “Pr” op fig.

26AINDIENSTSTELLING EN WERKINGDe TRIOPREX-N verwarmingsketels werdenontworpen om een uitgebreide gammavermogens aan te bieden , waardoor voldaankan worden aan de meeste toepassingen vanverwarming met een hoog rendement. Het warmtedebiet moet dus bij de eersteinwerkingstelling juist afgesteld worden dooreen bevoegde technicus die de juistehoeveelheid brandstof bepaalt op basis vande aanwijzingen van het lastenboek en binnenhet aangegeven gamma van vermogens voorelke verwarmingsketel (pag. 6 - 10). In ieder geval, moeten de turbulatoren in derookbuizen geplaatst worden op een bepaaldeafstand, ten opzichte van de voorplaat, zoalsaangegeven in de tabel hiernaast (maat A). De eerste ingebruikstelling van de ketel moetuitgevoerd worden door een technicus diegespecialiseerdis in branders, en gestuurddoor de constructeur van de brander.

Hij moet een volledig rapport over de werkingervan opstellen. 55. 1 - Eerste inbedrijfstellingBij de eerste indienststelling van deverwarmingsketel dient een vakbekwametechnicus de volgende testen uitvoeren:1. Een controle van de interne en externedichtheid van de brander en van debrandstoftoevoer. 2. De afstelling van het brandstofdebietvolgens het nominale vermogen van deketel (vergeet niet dat het nominalevermogen kan afgesteld worden tussenminimum - en maximum waarde zoalsaangegeven in de tabel van pag. 6 tot 10),gaande van vlam van eerste snelheid totvlam van tweede snelheid, waabij de vlamvan eerste snelheid kan dalen tot 60% vanhet nominale vermogen van de ketel (dat5.

1 - Voorafgaande controlesNa het uitvoeren van alle aansluitingen(hydraulische, elektrische, van debrandstoftoevoer en van de schoorsteen) ishet noodzakelijk om de volgende controlesuit te voeren vóó de eerste ingebruikstelling:1. Het expansievat en het veiligheidsventiel(indien nodig) moeten juist aangeslotenzijn en mogen niet geïsoleerd zijn. 2.

De klemmetjes van de regel - veiligheid -en laagbegrenzerthermostaat en van dethermometer moeten goed en juistvastgehecht zijn in het klemblok. 3. De turbulatoren moeten correct in derookleidingen geplaatst zijn. 4. De verwarmingsinstalatie moet grondiggereinigd zijn. 5. De installatie moet goed gevuld zijn metwater op een druk van ongeveer 1,5 baren moet goed ontlucht zijn. 6. De pomp of pompen moden nietgeblokkeerd zijn. 7. Alle aanskuitingen hydraulische en elektrischevan de brandstoftoevoer en van deschoorsteen moeten uitgevoerd zijn inovereenstemming met de geldende nationaleen plaatsekijke voorschriften. 8. De brander moet gemonteerd zijn volgensde aanwijzingen vermeld in de handleidingvan de constructeur. 9. De spanning en de frequentie van hetelektriciteitsnet moeten de brander en deelektrische uitrusting van deverwarmingsketel kunnen dragen. 10.

De brander moet ingesteld zijn volgenshet type brandstof, zoals vermeld op dekentekenplaat van de ketel. Het vermogenvan de brander moet overeenstemmenmet het vermogen van de verwarmingsketel. 11. De aanwijzingen in verband met de brandermoeten beschikbaar zijn in deverwarmingsruimte. 12. De buizen van de installatie moeten omkleedzijn met warmte-isolerend materiaal. 13. De installatie moet in staat zijn dehoeveelheid warmte op te vangen dievrijkomt bij de eerste ingebruikstelling vande brander tijdens de proefperiode. 14. De goede werking van de verschillendethermostaten en van de andereveiligheidssystemen van de installatiemoeten tijdens de indienststelling wordennagekeken en goedgekeurd. fig.

275. 3 - Regeling van deverwarmingsketelDe TRIOPREX-N verwarmingsketels methoog rendement zijn ontworpen om te werkenmet een temperatuur van het terugvoerwaterop minimum 54°C bij werking op stookolieen 59°C bij werking op gas, dit om zurecondensatie van de rookgassen te vermijdenof alleszins te beperken. Zure condensatieligt vaak aan de basis van voortijdige schadeaan het stalen verwarmingselement van deketel. De regelthermostaat nr. 32 van hetbedieningspaneel moet bijgevolg gezet wordentussen ongeveer 80 en 85°C. De omgevingstemperatuur wordt verplichtgeregeld door middel van een mengkraan eneventueel met een weersafhankelijke regelaar.

Om de temperatuur van het water tehomogeniseren of de terugkeer ervan naarde ketel op minder dan 54°C voor werkingop stookolie en 59°C voor werking op gas zoveel mogelijk te vermijden, is de plaatsing vaneen recirculatiepomp met aangepast debiettussen de vertrek - en terugkeerleidingen vande verwarmingsketel noodzakelijk (zieHERHALING INSTALLATIENORMEN, punt 7). N. B. :- De corrosie van de staalplaten door zurecondensatie van de rookgassen valt buitende waarborg, omdat dit verschijnseluitsluitend afhangt van de leidingen vande verwarmingsinstallatie. - Het bedieningspaneel van de TRIOPREX-Nis voorzien van eenlaagbegrenzerthermostaat waardoor deverwarmingspomp niet aanslaat als detemperatuur van de ketel lager is dan 50°C(systeem van vertrekbescherming bij koude).

op zijn beurt kan variëren tussen hetminimum en het maximum vermogenvolgens het gevraagde nominaal vermogenvan de verwarmingsinstallatie). Werkwijze:1. De brandstoftoevoer openen. 2. Nagan of alle schakelaars van hetbedieningspaneel op stand - 0 - (Uit) staanen de regelthermostaten op de minimaletemperatuur zijn gezet. 3. Het bedieningspaneel onder spanningbrengen door middel van dehoofdschakelaar. 4. De schakelaar van de verwarmingspomp op- I - (Aan) zetten: de pomp moet aanslaanzodra de laagbegrenzerthermostaat eentemperatuur van 50°C afmeet. 5.

De schakelaar van de brander op - I -(Aan) zetten. 6. Een warmtevraag creëren door deregelthermostaat eerste en tweedsnelheid op de maximale temperatuur tezetten. Tijdens deze fase nagaan of:1. De deur van de brandkamer, de steunplaatvan de brandre en de aansluitingbuisketel/schoorsteen hermetisch dicht zijn. 2. De schoorsteen een trek heeft tussen 2en 4 mm WK. 3. Er geen waterlekken zijn. 4. De verschillende thermostaten en andereveiligheidssystemen van de installatie juistwerken. 5. De recirculatiepomp juist werkt. 6. De ontsteking van de brander goed verloopt. 7. De kenmerken van de brander(basisafstellingen en sproeiertype)overeenkomen met de technische gegevensvan de verwarmingsketel. Een brander die correct afgesteld is, moetvolgende waarde geven, gemeten aan deschoorsteen:1) meet stookolie met een maximaleviscositeit van 1,5°E op 20°C:- CO≅ 12÷13%- berokingswaarde.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Unical TRIOPREX N stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden