Trumatic E 2800 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Trumatic E 2800 (62 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Trumatic E 2800 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/62
Trumatic
E 2800
E 2800 A
E 4000
E 4000 A
Truma
Gerätetechnik GmbH & Co
Postfach 1252
D-85637 Putzbrunn
Service
Telefon0049 (0)89 4617-142
Telefax 0049 (0)89 4617-159e-mail: info@truma.com
http://www.truma.com
Istruzioni per l’usoPagina 23
Istruzioni di montaggio
Da tenere nel veicolo!
Gebrauchsanweisung Seite 1
Einbauanweisung
Im Fahrzeug mitzuführen!
Operating instructionsPage 8
Installation instructions
To be kept in the vehicle!
Mode d’emploi Page 15
Instructions de montage
À garder dans le véhicule !
Gebruiksaanwijzing Pagina 31
Inbouwhandleiding
In voertuig meenemen!
Brugsanvisning Side 39
Monteringsanvisning
Skal medbringes i køretøjet!
Instrucciones de usoPágina 45
Instrucciones de montaje
¡Ilévalas en el vehículo!
Bruks- och monteringsanvisningar på svenska
kan rekvireras från tillverkaren Truma eller från
Truma-Service i Sverige.
Käyttö- ja asennusohjeita on saatavissa
Truma-valmistajalta tai Truma-huollosta.
Bruksanvisningen og monteringsveiledningen
på ditt språk kan fås hos produsenten Truma
eller hos Truma-Service i ditt land.
Τις οδηγίες χρήσης και τοποθέτησης στη
µητρική σας γλώσσα µπορείτε να τις λάβετε
απ τον κατασκευαστή Truma ή απ το
σέρβις Truma στη χώρα σας.
Instruções de utilizaçaõ e de montagem
podem ser solicitadas junto ao fabricante Truma
ou da assistência técnica da Truma no seu país.
Návod k použití a montáži ve svém jazyce obdržíte
na požádání u firmy Truma nebo u jejího servisního
zástupce ve vaší zemi.
Návod na použitie a montážny návod vo Vašej
krajinskej reči si môžete vyžiadať u výrobcu
Truma alebo v servise Truma vo Vašej krajine.
A magyar nyelvü használati és szerelési utasítást
a gyártónál a Truma cégnél vagy a Truma
magyarországi képviseleténél lehet beszerezni.
Instrukcję obsługi i montażu w ojczystym
języku mogą Państwo dostać u producenta
(Truma) lub w serwisie Trumy w swoim kraju.

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Trumatic
Categorie: Heater
Model: E 2800

Handleiding Trumatic E 2800 – volledige tekst

GebruiksaanwijzingVoor ingebruikname die-nen eerst de gebruiksaan-wijzing en de „belangrijkebedieningsvoorschriften“te worden doorgenomen. De eigenaar van het voertuigis ervoor verantwoordelijk dathet apparaat op correcte wij-ze kan worden bediend. De bij het apparaat geleverdegele sticker met waarschu-wingen voor de gebruikermoet door de inbouwer of deeigenaar van het voertuig opeen voor elke gebruiker dui-delijk zichtbare plaats in hetvoertuig worden aangebracht(bijv. op de deur van de kle-renkast). Als u deze stickerniet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.

Bij lage buitentemperatuurverwarming op volle belastinglaten aanlopen. Opmerking: De verwarming Trumatic E is getest en toege-laten voor gebruik, ook tij-dens het rijden. De ventilator-ondersteunde brander garan-deert een perfect functione-ren, ook bij extreme windom-standigheden. Evtl. moetennationale beperkingen voorhet gebruik van vloeibaregasapparatuur gedurendehet rijden in acht worden ge-nomenen.

Inbedrijfname ventilatieBedieningselement metschuifschakelaar:Schakelaar (a) op ventilatie enschakelaar (b) op het gewens-te vermogen zetten. Bedieningselement metdraaischakelaar:Draaischakelaar op het ge-wenste vermogen (e) zetten. UitschakelenSchuifschakelaar (a) resp. draaischakelaar (d) in hetmidden zetten. Wanneer deverwarming na een verwar-mingsfase wordt uitgescha-keld, kan de ventilator vanwe-ge het gebruik van de rest-warmte nog nalopen. Wanneer het apparaat gedu-rende langere tijd niet wordtgebruikt, de Schoorsteenaf-dekkap erop plaatsen en hetsnelsluitventiel in de gastoe-voerleiding en de gasfles slui-ten. Groen controlelampje„in werking” (onder draaiknop)Als het apparaat aanstaat(verwarmen of ventilatie),moet het groene controle-lampje branden (de ventilatorwerkt ). Brandt het controle-lampje niet, moet u de even-tuele (hoofd-) schakelaar con-troleren.

Gebruik hiervoor dehandleiding van de voertuig-producent. Bij het verwarmen, terwijl devlam brandt, verdubbelt delichtsterkte van het groenecontrolelampje. Daarmee kanook het schakelpunt van datmoment voor de ruimtetem-peratuur worden vastgesteld. ZekeringenAfbeelding H4: De toestel-lenbeveiliging (F1) is op deelektronische regelplatine. Belangrijke opmerking: Defijnzekering mag enkel dooreen bouwidentieke zekeringworden vervangen: 3,15 AT (traag) EN 60127-2-3Rood controlelampje„storing”Bij een storing gaat het rodecontrolelampje onafgebrokenbranden. Mogelijke oorzakenzijn: geen gastoevoer, onvol-doende verbrandingslucht,sterk vervuild beluchtings-rotor, defecte zekering, enz. De storing kunt u opheffendoor het apparaat eerst uit endan weer in te schakelen. Knipperen duidt op een tegeringe of te hoge bedrijfs-spanning voor de verwarming(evtl. batterij opladen).

Voorschakelapparaat VG 2- ten behoeve van verwarmin-gen voor bestuurderscabinesvan voertuigen voor het trans-port van gevaarlijke stoffenen tankwagens volgens ADR(mag niet in combinatie meteen tijdschakelklok wordengebruikt). 2. Buitenschakelaar AS - voor het in- resp. uitschake-len van de verwarming buitenhet voertuig, bijvoorbeeld bijlaadruimte-verwarmingen (le-verbaar met 4 m of 10 m aan-sluitkabel). 3. Akoestische storings-melder ASM - geeft eenakoestisch signaal bij eeneventuele storing. 4. Tijdschakelklok ZUE - t. b. v. het voorprogrammerenvan 3 inschakeltijden binnen7 dagen, compl. met 4 maansluitkabel (geschikt voor12 V en 24 V boordnet). 5. Voeler FF - controleert de ruimtetempe-ratuur, onafhankelijk van depositie van het bedienings-element (leverbaar met 4 mof 10 m aansluitkabel). 6. Multi-contactdoos MSD- voor het aansluiten vanmeerdere accessoires (b. v.

tijdschakelklok en voeler). Verlengkabel voor acces-soires - Posities 1 - 6 met 4 m of 10 m (zonder afbeelding). 7. Direktschakelaar DIS - voor gebruik van de verwar-ming, alleen in hoogste standzonder temperatuurregeling(leverbaar met 4 m of 10 maansluitkabel. Vervangt hetbedieningselement. Of direct-vaste tempera-tuurschakelaar DFS- voor gebruik van de verwarming ingesteld op eenvast ingestelde temperatuur(40°C - 70°C al naar gelang deuitvoering). Vervangt het be-dieningselement. Alle elektrische accessoireszijn voorzien van een stekkeren kunnen afzonderlijk wor-den aangesloten. Belangrijke bedie-ningsvoorschriften1. Indien de schoorsteen in debuurt van een te openendraam (resp. een dakraam) -vooral onmiddellijk eronder -werd geplaatst, moet dit gedu-rende het bedrijf blijven geslo-ten (zie waarschuwingsbord). 2.

Regelmatig, vooral na lan-ge reizen, moet worden ge-controleerd of de gecombi-neerde aan-/afvoerpijp niet isbeschadigd en of de aanslui-tingen nog intact zijn. Ditgeldt ook voor het toestel zelfen de schoorsteen.

3. Na een kleine interne gas-ontploffing (foutieve ontste-king) moet de rookgasafvoerdoor een vakbekwaam mon-teur worden gecontroleerd. 4. Bij de verwarmingen diebuiten het voertuig zijn ge-monteerd, dienen de flexibeleluchtbuizen regelmatig op be-schadigingen te worden ge-controleerd. Door een be-schadigde buis kunnen even-tuele rookgassen in het voer-tuig terecht komen. 5. De warmte-uitlaat voor derookgasavoer en de toevoervan verbrandingslucht moetaltijd wprden gehouden vanvuil (sneeuwblubber, blade-ren, enz. ). 6. De ingebouwde tempera-tuurbegrenzer sluit de gas-toevoer af wanneer het appa-raat te heet wordt. Daarommogen de warme-luchtuitla-ten en de recirculatieopeningniet worden afgesloten. 7. Bij een storing van de elek-tronische printplaat, moet de-ze goed verpakt worden te-ruggestuurd. Als u dit nietdoet, vervalt iedere aanspraakop garantie.

Ter vervangingmogen enkel originele print-platen worden gebruikt. 8. In Duitsland moet dewarmtewisselaar krachtens § 22a StVZO bij in motor-voertuigen ingebouwde ka-chels tien jaar na de eerste in-gebruikname (het jaar van deeerste ingebruikname moetduurzaam op het fabrieks-plaatje zijn aangebracht) doorde fabrikant of een van dienshoofddealers vervangen wor-den door een origineel reser-veonderdeel. Het verwar-mingstoestel moet dan wor-den voorzien van een plaatje,met daarop de verkoop- da-tum van de warmtewisselaaren de tekst „Origineel reser-veonderdeel“ (als rookgasaf-voerbuizen worden gelegd inruimten die door personenworden gebruikt, moeten de-ze buizen eveneens na 10 jaardoor originele reserveonder-delen worden vervangen). De eigenaar van het voer-tuig is verantwoordelijkvoor het laten uitvoerenvan de keuring en het ver-vangen van onderdelen. 9.

Bij rookgasleiding onder devloer moet de vloer van hetvoertuig dicht zijn. Bovendienmoeten ten minste drie kan-ten onder de voertuigbodemvrij zijn, om een ongehinderdwegtrekken van het rookgaste garanderen (sneeuw, spoi-lers, enz. ). 10.

Wanneer de verwarminguit is, moet de afdekkap vande schoorsteen in de wand ersteeds op geplaatst worden. Dit geldt in het bijzonder bijhet wassen van de wagen envoor boten. Richtlijnen voor mobiele verwarmings-installatiesDoor de beroepsorganisatiesworden de mobiele laadruim-teverwarmingen van Trumatoegelaten. Het gaat hierbijom complete verwarmingsin-stallaties die naar behoeftegewoon met de te laden goe-deren in de laadruimte wor-den geplaatst. De kachels zijnvolkomen onafhankelijk en eres geen buitenaansluitingvoor nodig. De toelating geldt uitsluitendvoor de originele, mobielelaad-ruimtekachels van Truma. Eventuele imitatiesvan derden zijn niet toegela-ten. Truma biedt geen enkelegarantie voor veiligheid enwerking van om het evenwelke imitatiekachel voor mo-biele laadruimtes. Gebruik in voer-/vaartuigenbestemd voor het transportvan gevaarlijke goederen isniet geoorloofd.

Algemene veiligheidsinstructiesBij lekken in de gasinstal-latie of wanneer een gas-reuk wordt waargenomen: - alle open vlammen blussen. - niet roken. - de apparate uitschakelen. - sluit de gasfles. - open de ramen. - zet geen elektrische apparaten aan. - laat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen. Reparaties mogenalleen door vakbe-kwame monteurs worden uitgevoerd. Let op: na elke demontagevan de rookgasafvoerbuismoet een nieuwe O-ring ge-monteerd worden. 1. Elke verandering aan hettoestel (incl. de rookgas-afvoerbuis en de schoor-steen) of het gebruik van niet-originele Truma-reserveonder-delen of accessoires die be-langrijk zijn voor het functio-neren van het toestel evenalshet niet in acht nemen van deinstructies in de Inbouwhand-leiding en de Gebruiksaanwij-zing maken de garantie on-geldig en hebben tot gevolgdat aansprakelijkheidseisenkomen te vervallen.

28 mbar butaan/37 mbarpropaan) of 50 mbar, moetgelijk zijn aan de bedrijfs-druk van het apparaat (ziefabrieksplaatje). 3. Alleen voor Duitsland:Gasinstallaties voor vloeibaargas voor vrijetijdsvoertuigenmoeten aan het DVGW-werk-blad G 607 resp. G 608 voorwatersportvoertuigen vol-doen. Bij industrieel benutte voertui-gen dient er rekening te wor-den gehouden met de desbe-treffende ongevallenpreven-tievoorschriften van de on-gevallenverzekeringen (BGV D 34). De controle van de gasin-stallatie dient alle 2 jarenvan een deskundige voorvloeibaar gas (DVFG, TÜV,DEKRA) te worden herhaald. Ze dient op het overeenkom-stig onderzoekattest (G 607,G 608 resp. BGG 935) te wor-den bevestigd. Verantwoor-delijk voor de aanleidingvan de controle is de bezit-ter van het voertuig. 4.

In anderen landen dienter telkens rekening te wordengehouden met de geldigetechnische en administratievevoorschriften voor de keuringen met de dichtheidstest voorinstallaties met vloeibaar gas. Tot uw eigen zekerheid is hetnoodzakelijk de gehele gasin-stallatie, het toestel en de uit-laatgasgeleiding regelmatig(uiterlijk alle 2 jaren) van eendeskundige te laten controle-ren. Meer informatie over de voor-schriften in de verschillendelanden kunt u aanvragen bijonze dealers in het buitenland(zie internationale service, pa-gina 57). 5. Bij het tanken en wan-neer het voertuig in de ga-rage staat, mag de kachelniet worden gebruikt. 6. Bij de eerste ingebruikna-me van een fabrieknieuw ap-paraat (en na een langere stil-stand) kan zich kort een lichterook - en geurontwikkelingvoordoen.

Het is raadzaamhet apparaat direct met dehoogste temperatuurinstellingte laten branden en voor eengoede beluchting van deruimte te zorgen. 7. Een abnormaal brander-ge-raas of een afblazende vlamduidt op een defecte regelaar. Laat deze regelaar in dat ge-val nakijken. 8. Voorwerpen die gevoeligzijn voor warmte (b. v.

spuit-bussen) mogen niet in het in-bouwframe van de verwar-ming worden opgeborgenomdat het hier eventueel totverhoogde temperaturen kankomen. Voor de gasinstallatie mogenenkel gasdrukregelaars meteen beveiliging tegen over-druk worden toegepast. Ditzijn b. v. gasdrukregelaarsvoor vrijetijdsvoertuigen vol-gens DIN 4811 resp. VP 306met veiligheidsklep, voor be-drijfsmatig gebruikte voertui-gen volgens BGV D 34 § 11 lid 4. met beveiliging te-gen ongeoorloofd hoge druk-stijging. Wij adviseren Truma-voertuigregelaars resp. voorde tweeflessen-gasinstallatiein enkel van buiten toeganke-lijke fleskasten de Truma-Trio-matic met automatische re-serve-omschakeling. De Truma-regelaars zijn speciaalvoor de zware omstandighe-den in caravans, boten envoertuigen ontwikkeld.

Naasteen veiligheidsventiel zijn zeook uitgerust met een mano-meter, waarmee de dichtheidvan de gasinstallatie kan wor-den gecontroleerd. Sluit de regelaars altijd zeerzorgvuldig met de hand op degasflessen aan. Bij tempera-turen van rond de 0°C en la-ger moet op de regelaars eenontdooiingsinstallatie (Eis-Ex)worden aangesloten. U dientregelmatig te controleren ofde aansluitingsslangen van deregelaars nog niet versletenzijn. Als u het toestel 's wintersgebruikt, mag u alleen winter-vaste slangen gebruiken Degasflessen moeten altijd volle-dig rechtop staan. Wanneer de drukregelaarsbloot staan aan weersinvloe-den, speciaal bij de vrachtwa-gen - dient de regelaar steedsdoor de Truma-beschermkapte worden beschermd (serie-accessoire van vrachtwagenaanbouwset). 32.

InbouwhandleidingPagina met afbeel-dingen openslaans. v. p. Inbouw en reparatie vande kachel mogen alleendoor een vakbekwaammonteur worden uitge-voerd. Voor begin van dewerkzaamheden moet eerstdeze inbouwhandleiding zorg-vuldig worden doorgenomen. GebruiksdoelDit apparaat is geconstrueerdvoor de inbouw in voertuigen(reisvoertuigen, caravans, bo-ten, Vrachtwagens). Anderetoepassingen zijn in overlegmet Truma mogelijk. ToelatingConformiteitsverklaring:De Trumatic E is door deDVGW gekeurd en is con-form de EG-richtlijn voorgastoestellen (90/396/EWG)evenals de andere geldendeEG-richtlijnen. Voor EU-lan-den is het CE-product-identifi-catienummer beschikbaar:E 2800 (A): CE-0085AP0231E 4000 (A): CE-0085AP0232De kachel mag worden ge-bruikt in door personen ge-bruikte ruimtes (van motor-voertuigen) en ook tijdens hetrijden. Inbouw in de binnenruimtevan autobussen is niet toege-laten.

Bij een keuring of service-beurt van het voertuig con-form §§ 19, 20 en 21 StVZOmoet ook de inbouw wordengekeurd. Bij inbouw achterafmoet § 19 StVZO in acht wor-den genomen. Algemene typegoedkeu-ring van de constructiedoor de Duitse automo-bielinspectie:E 2800 (A): S 140E 4000 (A): S 139VoorschriftenElke verandering aan het toe-stel (incl. de rookgas-afvoer-buis en de warmte-uitlaat) ofhet gebruik van niet-origineleTruma reserveonderdelen ofaccessoires die belangrijk zijnvoor het functioneren van hettoestel evenals het niet inacht nemen van de instruc-ties in de Inbouwhandleidingen de Gebruiksaanwijzingmaken de garantie ongeldigen hebben tot gevolg dat aan-sprakelijkheidseisen komen tevervallen. Bovendien vervalthierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in som-mige landen ook voor hetvoertuig. De bedrijfsdruk voor degastoevoer, 30 mbar (resp.

Het fabrieksplaatje uit degebruiks- en inbouwaan-wijzing halen en op eenduidelijk zichtbare plaatsdie tegen beschadigingenis beschermd op de ver-warming plakken. Het jaarvan eerste inbedrijfnemingmoet op het fabrieksplaat-je worden aangekruist. Bij inbouw van het appa-raat dienen de technischeen administratieve voor-schriften van het landwaarin het voertuig voorhet eerst wordt toegelatente worden nageleefd. In Duitsland b. v. moetengastoestellen, plaatsing vande gasflessen, kabelverleg-ging alsook keuring en dicht-heidstest aan het DVGW-werkblad G 607 voor installa-ties met vloeibaar gas in vrij-etijdsvoertuigen resp. G 608voor installaties met vloeibaargas op watersportvoertuigenbeantwoorden. Bij industrieel genutte voertui-gen dient er rekening te wor-den gehouden met de over-eenkomstige ongevallenpre-ventievoorschriften van deongevallenverzekeringen(BGV D 34).

Meer informatie over de voor-schriften in de verschillendelanden kunt u aanvragen bijonze dealers in het buitenland(zie internationale service). Uitlaatgasleidingen enschoorstenen moeten zo zijnverlegd, dat uitlaatgazen nietin het voertuig kunnen bin-nendringen. Onderdelen dievoor het bedrijf van het voer-tuig belangrijk zijn, mogen inhun werking niet worden be-lemmerd. De monding van deuitlaatgaspijp dient naar bo-ven, naar opzij of bij uitlaat-gasgeleiding onder de voer-tuigbodem tot in de buurt vande zijdelingse of achterste be-perking van de bestuurders-cabine of van het voertuigworden gebracht. Verdeling van de warmelucht: Aanzuigopeningenvoor verwarmingslucht moe-ten zo zijn gerangschickt, dateen aanzuigen van uitlaatga-zen van de voertuigmotor enhet verwarmingstoestel nietkan plaatsvinden.

Bij de in-bouw moeten maatregelenworden genomen om te voor-komen dat de in het interieurvan het voertuig gebrachteverwarmingslucht kan wor-den verontreinigd (bijv. dooroliedampen). Aan deze voor-waarde wordt bijvoorbeeldvoldaan bij luchtkachels in re-circulatiestand (zowel bij in-bouw binnen als bij inbouwbuiten).

(Bij frisseluchtgebruikmag de frisselucht niet uit demotorruimte of uit de buurtvan de uitlaat of de rookgas-afvoer-warmte-uitlaat van dekachel worden aangezogen. )Aanwijzingen voor in-bouw in bedrijfsauto’sDe TÜV-gekeurde flessenhou-der (art. -nr. 39741-00) - zie af-beelding J1 - is onderdeel vande algemene typegoedkeu-ring van de constructie doorde Duitse inspectie vanvrachtwagens voor de ver-warmingen Trumatic E, con-form StVZO § 22 a. Volgensdeze verordening mogen 2 gasflessen met ieder max. 15 kg inhoud aangesloten zijnen gedurende het rijden voorde werking van de verwar-mingen worden gebruikt. Terbescherming van het flessen-ventiel en de gasdrukregelaaris alleen de met de flessen-houder meegeleverde be-schermkap noodzakelijk. Ter voorkoming van diefstalof om optische redenen kande gasfles ook door de af-sluitbare flessenkast (art. -nr.

39010-21100) - zie afbeeldingJ2 - omsloten worden. Dekast wordt tezamen met deflessenhouder aan het voer-tuigframe vastgeschroefd. Bij inbouw van het verwar-mingstoestel in bijzonderenvoertuigen (bijvoorbeeld voer-tuigen voor het transport vangevaarlijk stoffen) moeten devoor dergelijke voertuigengeldende voorschriften inacht worden genomen. Aanwijzingen voor de inbouw in bestuurderscabines1. Bij verwarmingen met deopening van de rookgasaf-voerbuis onder de vloer vanhet voertuig, moet de afvoer - warmte-uitlaat tot bij de zij -of achterkant van de voertuig-cabine of het voertuig komen,waardoor niet te verwachtenvalt dat rookgassen in deruimte van het voertuig zullenbinnendringen. 2. Montagehandleidingen eninbouwsets voor de be-treffende types zijn bij Trumaverkrijgbaar. 3.

Wanneer het binnendringenvan water in de kachel doorschoonmaakwerkzaamhedenmogelijk is, moeten de voorbuitenmontage bedoelde ka-cheltypen (E 2800 A, E 4000 A) worden gebruikt. 2. Bij gebrek aan plaats in delaadruimte moet de kachelmet bodemschoorsteen aande voorzijde van het voertuigworden gemonteerd. Als dekachel onder de vloer meteen wandschoorsteen wordtingebouwd, dient u er met al-le geschikte middelen voor tezorgen dat door de omge-vingslucht- en verbrandings-kringloop vuil noch vocht inde kachel terecht kan komen. 3. Montage in voer-/vaartui-gen bestemd voor het trans-port van gevaarlijke goederenis niet geoorloofd. Aanwijzingen voor deinbouw in botenVoor de inbouw in botenmoeten de inbouwvoorschrif-ten inhoudelijk worden toege-past Verder moet op het vol-gende worden gelet:1.

In Duitsland dienen voorsportboten de „technische re-gels“ van het DVGW-werk-blad G 608 en voor de be-roeps-binnenscheepvaart de„Richtlijnen voor bouw, uit-rusting, keuring en werkingvan vloeibare gasinstallatiesvoor huishoudelijke doelein-den op vaartuigen in de bin-nenscheepvaart“ (BGR 146)in acht te worden genomen. Vervolgens mag de vloeibaregasinstallatie alleen door deongevallenverzekering in debinnenscheepvaart erkendeinstallateurs worden inge-bouwd en door deskenigenvan deze ongevallenverzeke-ring worden gekeurd. In an-dere landen dienen de aldaargeldende voorschriften teworden opgevolgd. 34.

getande sok en beveilig eenen ander met de zwarteschroef (12). Schuif de afdichting (10) overde verbrandingslucht-toevoer-buis (5) op de steun (2). Debrede rand moet omhoog wij-zen, de smalle rand met deafloop-uitsnijding omlaag. Steek de complete voorge-monteerde schoorsteen in deopening van de voer-/vaar-tuigwand. Steek het lamel-inzetstuk (13)in het binnengedeelte van deschoorsteen (11). Bevestigschoorsteenrooster (14),schoorsteen-binnengedeelte(11) en afdichting (10) metvier schroeven (15). (Let opde montagepositie. De tekst„Top” bij het schoorsteenge-deelte moet boven zijn, de af-loop-uitsnijding in de af-dich-ting moet beneden zijn. ) Hetnaar boven uitstekende ge-deelte dicht de afdekkap (16)af en kan aan de voer-/vaar-tuigwand worden vastge-lijmd. Door neerzetten van deschoorsteenkap wordt hetvastlijmen gemakkelijker. Dubbele-buizenaansluiting opde verwarmingAfb.

1: stuik de rookgasbuis(1) bij het begin ineen, zodatde windingen tegen elkaarliggen. Schuif de klem (4)over de rookgasbuis (1). Schuif de rookgasbuis overde O-ring op de sok (2). Haakde klem (4) aan en schroefdeze vast. Bevestig de ver-brandingslucht-aanvoerbuis (5)met de klem (7) op de sok (6). 4Inwendige montage met dakschoorsteensetZie montagevarianten 2(blz. US 2). Monteer de dakschoorsteenop een zo recht mogelijk op-pervlak, waar de wind aan al-le kanten omheen kan stro-men. Van de verwarmingnaar de schoorsteen moet debuis direct, over de gehelelengte stijgend (max. 2 m) ge-legd kunnen worden. Montage van de con-denswaterafscheiderTussen verwarming en dub-bele buis dient een condens-waterafscheider te worden ge-monteerd, waardoor condens-en regenwater kan weglopen. Let op: de dubbele rookgas-buis mag niet doorhangen; delaagste plaats moet de con-denswaterafscheider zijn. Afb.

Schuif de rookgasmof (17)over de O-ring op de rookgas-sok (2) (als de condenswater-afscheider met de verwar-ming horizontaal wordt ge-mon-teerd, moet de afvoer(18) omlaag wijzen). Hang deklem (4) in en schroef dezevast. Draai de afvoer (18)vast. Montage van de dakschoorsteenAfb. A3: boor een openingmet Ø 83 mm (bij holle ruim-ten in het bereik van deschoorsteenboring met houtop-vullen). Het afdichten ge-beurt door middel van de bij-gevoegde rubber afdichting(22). Breng bij gestructureer-de oppervlakken plastischcarrosserie-afdicht-middel -geen silicone - aan. Bij dikkere daken sluit u dedubbele rookgasbuis eerstvan buiten op de schoorsteenaan. Schuif de rubber afdichtring(22) en de klem (4) op hetschoorsteen-binnenstuk (23). Stuik de rookgasbuis (1) bijhet begin ineen, zodat dewindingen tegen elkaar lig-gen, en schuif hem over deO-ring op de sok (24).

Haakde klem (4) aan en schroefdeze vast. Schuif de verbran-dingslucht-aanvoerbuis (5) opde getande sok en beveiligeen en ander met de zwarteschroef (25). Bevestig het schoorsteenge-deelte (23) met 6 schroeven(26). Steek het schoorsteen-dakje (27) op de schoorsteenen beveilig het met 2 schroe-ven (28). Let op: de rookgasopeningenvan het schoorsteendak moe-ten dwars op de rijrichtingstaan. Breng de afdekkap (29) altijdaan als de verwarming niet ingebruik is. Aansluiting van de gecombineerde aan-/afvoerbuis op de kachelAfb. A3: druk de rookgas-buis (1) aan het begin samen,zodat de windingen tegen el-kaar liggen. Buisklem (4) over352. De inbouw van verwarmin-gen met een warmte-uitlaatin de vloer is niet mogelijk. 3. Verdere aanwijzingen voorde inbouw kunt u vinden inde montagehandleiding voorde bootverwarming Trumatic E. 1Plaatskeuze1.

Om een gelijkmatige opwar-ming van het voertuig te be-reiken, moet de verwarmingzo centraal mogelijk in (ofonder het voertuig) wordengemonteerd, waardoor deluchtverdelingsbuizen onge-veer even lang kunnen wor-den gelegd. Schoorstenen dienen zodanigte zijn opgesteld dat binnen-dringen van rookgassen inhet interieur niet te verwach-ten is. Houd er daarom bijkeuze van een plaats rekeningmee dat direct erboven en 30 cm opzij geen te openenvensters, luiken of ventilatieo-peningen mogen zijn. Wan-neer dit niet mogelijk is, dienteen aan de binnenzijde vanhet venster (resp. van hetluik) aangebracht waarschu-wingsbord te waarschuwendat het venster resp. luik tij-dens het bedrijf geslotenmoet blijven. Ventilaties voorkoelkasten dienen dan geslo-ten naar het interieur te wor-den uitgevoerd. 2RookgasgeleidingVoor de verwarmingen Trumatic E 2800 (A) enE 4000 (A) mogen voor demontage met wand- resp.

dakschoorsteen alleen de Truma-rookgasbuis AA 3 (art. -nr. 39320-00) resp. bijmontage op een boot de Truma roestvrij stalen rook-gasbuis AEM 3 (art. -nr. 39360-00) en de verbran-dings-lucht-toevoerbuis ZR(art. -nr. 39580-00) worden ge-bruikt, aangezien de toestel-len alleen met deze buizenzijn gekeurd en goedgekeurd. Let op: na elke demontagedient een nieuwe O-ring teworden gemonteerd. Geoorloofde buislengten1. Inwendige montage met wandschoorsteen (zie montagevarianten 1, blz. US 2):- Buislengten tot max. 30 cm kunnen horizontaal of met een inclinatie van maximaal 5 cm worden gelegd. - Buislengten tot max. 100 cm moeten met een stijging van minstens 5 cm ten opzichte van de wandschoorsteen worden gelegd. 2. Inwendige montage metdakschoorsteen (zie inbouwvarianten 2, blz. US 2):- Buislengten tot max. 200 cm moeten met een stijgingshoek van minstens 45° worden gelegd. 3.

Teven dienen zij tegen beschadiging door steenslag te worden beschermd. 3Inwendige montagemet wandschoor-steensetZie montagevarianten 1(blz. US 2). Montage van dewandschoorsteenAfb. A2: monteer de wand-schoorsteen op een zo rechtmogelijk oppervlak, waar dewind aan alle kanten omheenkan stromen. Boor een ope-ning (8) met Ø 83 mm (bijholle ruimten in het bereikvan de schoorsteenboringmet hout opvullen). Het af-dichten gebeurt door middelvan de bijgevoegde rubber af-dichting (10). Breng bij ge-structureerde oppervlakkenplastisch carrosserieafdicht-middel - geen silicone - aan. Schuif de klem (4) op hetschoorsteen-binnenstuk (11). Stuik de rookgasbuis (1) bijhet begin ineen, zodat dewindingen tegen elkaar lig-gen, en schuif hem over deO-ring op de sok (2). Haak deklem (4) aan en schroef dezevast. Schuif de verbrandings-lucht-aanvoerbuis (5) op de.

de rookafvoerbuis (1) schui-ven. Steek de rookgasafvoer-buis (1) over de O-ring op derookgasmof (17). Plaats derookgasafvoerbuisspanner (4)op de rookgasmof (17), haakdeze in en schroef het geheelvast. Plaats het aansluitstuk(19) met de brede kant overde rookgasafvoerbuis enschuif de-ze stevig over hetaansluitstuk (6) op de kachel. Het boorgat in het aansluit-stuk (19) moet op dezelfdehoogte als de afvoer (18) lig-gen. Slang pilaar (20) vast-schroeven. Druk de verbrandingslucht-toevoerbuis (5) stevig op hetaansluitstuk (19) en zet dezemet de buisklem (7) vast. Boor voor de condensslang(21) in de voertuigbodem eenopening van Ø 10 mm. Sluitde condensslang op de slang-pilaar (20) aan en steek deslang door de opening. Letop: wegens vorstgevaar magde slang niet meer dan 2 cmonder de voertuigbodem uit-steken. 5Montage onder devloer met warmte-uitlaat-set voor inde wandZie inbouwvariant Afb.

5(Blz US 2). Bouw de warmte-uitlaat voorin de wand tegen een zoloodrecht mogelijk oppervlakvan een buitenwand (voertuigvoertuigspoiler) (zie punt 3 in-bouw binnen met warmte-uit-laat-set voor in de wand). Let op: wanneer de warmte-uitlaat voor in de wand metfixeerhoeken of i. d. onder devloer wordt ingebouwd,moet de vloer van het voer-tuig dicht zijn (zie punt 6 in-bouw binnen met warmte-uit-laat in de vloer). 6Inbouw binnen metwarmte-uitlaat voorin de vloerZie inbouwvariant Afb. 2(blz US 2). Bij het gebruik van de warm-te-uitlaat in de vloer moeteneventuele beperkingen in denationale voorschriften vanhet land van bestemming inacht worden genomen. De verwarming mag alleenstaande worden gemonteerd.

De ont-luchtingsopening van de gas-fleskast mag niet in de bo-dem zitten, maar moet aan dezij-kant direct boven de vloerdoor de buitenwand wordengeleid. De warmte-uitlaat in de vloermag niet in het opspatgebiedvan de wielen liggen (evtl. spatbescherming aanbren-gen) en moet vrij staan, zodatde functie niet door dragers,assen traversen e. d wordtverstoord. Bovendien moetenten minste drie kanten onderde voertuigvloer vrij zijn omeen ongehinderde afvoer vande rookgassen te garanderen. Montage van de bodemschoorsteenAfb. B 1: de rechthoekigeopening voor de rookgasaf-voer (30) moet dwars op derijrichting liggen. Let op: de bodemschoor-steen mag niet worden veran-derd. Boor in de voertuigbodemeen opening met Ø 83 mm. Dicht de ruimte tussen deschoorsteen en de voertuig-bodem met plastisch carros-seriedichtmiddel (31) - geensiliconen. - af. Zet de bodem-schoorsteen (32) met schroe-ven (33) vast.

7Uitwendige montage met bodemschoorsteenZie inbouwvariant Afb. 4(Blz US 2). De verwarming mag uitslui-tend met het -aansluitstukvoor de warmte-uitlaat lood-recht naar beneden wordengemonteerd. De verwarmingkan buiten het voertuig aaneen loodrechte wand (b. v. deachterwand van de cabine ofde opgebouwde voorwandvan een vrachtwagen) wor-den bevestigd. Bij trekkersvan opleggercombinaties let-ten op voldoende afstand tus-sen de achterwand van de ca-bine en oplegger (rekeninghouden met draai- en knikbe-wegingen). Montage van de bodemschoorsteenAfb. C: schuif de schoor-steen (32) over de O-ring ophet rookgasafvoeraansluitstuk(35) van de kachel. De zij-waartse, rechthoekige ope-ningen (30) moeten dwars opde rijrichting liggen. Tekenvier flensboorgaten op het ka-chelhuis af en boor de gatenmet een korte boor (Ø 2,5 mm). Zet de schoorsteen met4 schroeven (33) vast.

Inwendige montage met bodemschoorsteen Bij gebruik van een bodem-schoorsteen plaatst u de ver-warming op de schoorsteeno-pening en schroeft hem met4 hoeken stevig vast (zie afb. 2). Uitwendige montage Afb. E: de montage vindtplaats door middel van mon-tagehouders. Bevestig beidehouders (36) met doorsteek-schroeven (minstens M 5)vast en duurzaam. Bevestighet U-profiel (37) met demeegeleverde schroeven (38)aan de buitenkant van de ka-chel. Zet de kachel met4 schroeven M 6 x 10 (39) enzichzelf borgende moerenvast. Plaats aan de buitenzijdevan het vaartuig twee be-schermende kappen (40). Om condenswater af te voe-ren boort u op het laagstepunt ca. 20 mm van de randeen gat (Ø 8 mm) in de ka-chelmantel. Zorg ervoor datde boor niet meer dan 10 mmin de kachelmantel door-dringt, aangezien dit tot be-schadiging van het binnenge-deelte kan leiden.

Plaats hetmeegeleverde rubberen buis-je (deze moet ca. 4 cm naarbeneden wijzen, Afb. C + E:d). 9Warmeluchtverdelingen recirculatie bij inbouw binnenWarmeluchtverdelingAfb. F: de warme lucht (W)wordt door de verwarmingvia 2 sokken uitgeblazen, di-rect dan wel via een warme-luchtbuis VR (Ø 72 mm). Leg van de verwarming naarde eerste luchtuittrede alleenbuis VR (Ø 72 mm) tot ca. 1,5 m lengte. Ter voorkomingvan oververhitting dient heteerste luchtspoor niet-af-sluitbaar te zijn (zwenkope-ning SCW 2, eindstuk ENE). Na de eerste luchtuittredekan ook buis ÜR (Ø 65 mm)verder worden gelegd. War-me-luchtbuizen die een op-pervlaktetemperatuur vanmeer dan 80°C hebben (voor-al tot de eerste luchtuittredebij E 4000), moeten met eenaanrakingsbeveiliging (bijv. Truma-isolatiebuis I 80) wor-den afgedekt. Beveilig allebuisaansluitingen met plaat-schroeven. Bevestig buizenmet klemmen.

Het warme-luchtsysteem isvoor elk voertuigtype afzon-derlijk volgens een modulairprincipe ontworpen. Er zijndan ook veel accessoires be-schikbaar (zie catalogus).

De toevoer van warme luchten de retourluchtaanvoer tus-sen kachel en voertuig moet,vooral in het steenslaggebied,met flexibele luchtbuizen vanhet type LF of, in het be-schermde gebied, met lucht-buizen van het type LI(Ø 106 mm) worden bewerk-steligd. Een beschermkast over degehele verwarmingsinstallatiebeschermt deze tegen be-schadigingen en weersinvloe-den en dient als extra isolatie. 36.

Montage van het opbouw-bedienings-element1. Afb. H2:Gat Ø 22 mm voor de kabel-doorvoering boren. 2. De bedieningselementka-bel (8) doorsteken en naar deelektronische regeleenheidverleggen. 3. Bedieningselement (9) met2 schroeven (10) bevestigenen draaiknop (11) opsteken. Opmerking: Voor een ver-zonken montage van het be-dieningselement levert Trumaals speciale toebehoren eenbedieningselementframe BR(art. -nr. 39980-01). Montage van het speciale-bedienings-elementAfb. H3: Voor voorhandeninbouwuitsparingen. 1. Afdekplaat uit de inbouw-uitsparing verwijderen. 2. Bedieningselementkabel(12) aan het bedieningsele-ment (14) aansluiten, door deinbouwuitsparing naar achte-ren doorvoeren en naar deelektronische regeleenheidverleggen. 3. Bedieningselement (14) in-drukken tot de frontvlakte ge-lijk ligt.

Opmerking: Indien geen in-bouwuitsparing voorhandenis, kan het bedieningselementmet de meegeleverde framevoor verzonken montage wor-den gemonteerd. Is een verzonken montageniet mogelijk, levert Trumadesgewenst een opbouwfra-me (15) (art. -nr. 39050-11600)als speciale toebehoren. 12Montage van de elektronische regeleenheid1. Afb. H4: Deksel van de re-geleenheid losschroeven. Let Op: De stekkers aan deelektronische regeleenheidmogen enkel losgetrokken enaangesloten worden als vantevoren de voedingsspanningwerd afgeklemd. Stekkerrecht lostrekken. 2. Stekker van de bedienings-elementkabel (1) volgens af-beelding aan de rode pennen-lijst van de regeleenheid aan-sluiten. Opmerking: Indien eenschakelklok een afstand-ofsensor is ingebouwd, de stek-ker hiervan aan de zwartepennenlijst aansluiten.

Bij ge-lijktijdige toepassing vanmeerdere onderdelen ge-schiedt de aansluiting via hetmultistopcontact (afbeeldingH6: 6). 3. Onderdeel aan een goedbereikbare, tegen vochtigheidbeschermde plek met 2 schroe-ven bevestigen (mag niet over65°C worden verwarmd). 4. Deksel van de regeleenheidlosschroeven.

Bij verwarmingen die buitenhet voertuig zijn gemonteerdmoet de elektronische stuur-eenheid in de binnenruimtevan het voertuig zodanig wor-den bevestigd dat deze tegenvocht en beschadiging is be-schermd. In de vloer resp. inde wand een opening van Ø 25 mm boren, stekker (af-beelding H4: 2) van de 20-po-ligen kabel van de stuureen-heid aftrekken en door deopening leiden. Met kabelvul-ling afdichten. Stekker erweer insteken. In uitzonderingsgevallen kande elektronische stuureen-heid met beschermkast voorbuiten aanwezige elektronica(speciale accessoire art. -nr. 39950-00) buiten het voertuigworden gemonteerd. 13Elektrische aan-sluiting 12 V/24 VElektrische leidingen, scha-kel- en stuurapparaten voorverwarmingstoestellen moe-ten zo in het voertuig wordengeplaatst dat ze onder norma-le bedrijfsomstandighedenprobleemloos kunnen wer-ken.

Alle wanddoorvoeringenvan leidingen die naar buitenvoeren, moeten spatwater-dicht zijn uitgevoerd. Voordat u met elektrischeonderdelen begint te wer-ken, moet u de stroomtoe-voer naar het apparaat af-sluiten. Het volstaat niethet apparaat uit te schake-len vanaf het bediening-spaneel. Bij elektrisch laswerk aan hetkoetswerk moet het apparaatvolledig worden losgekoppeldvan de stroomkring van hetvoertuig. Let op: als u de polen ver-keerd aansluit, bestaat hetrisico dat de kabels inbrand raken. Bovendienvervalt hierdoor elke aan-spraak op garantie of ver-antwoordelijkheid. 37Afb. G1: boor twee openin-gen Ø 100 mm. Voorzie detwee aansluitsokken (41) aande flens van afdichtmiddel enschroef deze aan de openin-gen buiten vast. Leg het roos-ter (47) in de circulatielucht-retourgeleiding tussen deaanzuigsok en de voer-/vaar-tuigwand. Steek de draad-klem LFS (42) op de luchtbui-zen (43).

Plaats hiervoor tweeopgerolde stroken blik ofbuis-stukken (45) Ø 97 tot100 mm in de openingen. Afb. G3: in het interieur vanhet voer/-vaartuig kan de war-me lucht door middel vanluchtbuis LI (Ø 106 mm) wor-den verdergeleid. Bevestig deluchtbuis door middel mit eentweede aansluitsstuk (41) bijde opening aan de binnenkant. Beide aansluitstukken kunnendoor de wand heen aan el-kaar worden vastgeschroefd. Afb. G1: als u verdeling vanwarme lucht in het interieuran het voer-/vaartuig wilt,kunt u met vier schrueven bo-ven de toevoer van warmelucht een luchtverdeler (46)aanbrengen. Let Op: sluit de ope-ningvoor de luchtterugvoer niet afen verklein deze niet. De luchtverdeler (46) heeft 2 aansluitingen voor de buis VR (Ø 72 mm), die geen vanbeide afgesloten mogen wor-den. De meegeleverde be-schermingsplaat (48) dient alswarmtebeveiliging en moetover de luchtverdeler (46)worden aangebracht.

Als af-sluitbescherming kan eentweede beschermingsplaat(49) boven de opening voorde luchtterugvoer wordenvastgeschroefd (accessoire:art. -nr. 39010-11500). Het warme-luchtsysteem isvoor elk voertuigtype afzon-derlijk volgens een modulairprincipe ontworpen. Er zijndan ook heel wat accessoiresbeschikbaar (zie catalogus). Schema’s met de optimale in-bouwsituaties voor warme-luchtinstallaties in alle gang-bare soorten caravans encampers kunnen gratis wor-den aangevraagd bij de TrumaServicecentrale. 11Montage van hetbedieningselementLet Op: Bij toepassing vanvoertuig-, resp. fabrieksspeci-fieke bedieningselementendient de elektrische aanslui-ting in overeenstemming metde Truma aansluitbeschrijvin-gen plaats te hebben. Iederewijziging van de desbetreffen-de Truma-onderdelen leidt totwegval van de garantie als-ook tot uitsluiting van aan-sprakelijkheidsclaims.

Let er bij de plaatsingskeuzeop, dat de bedieningselemen-ten niet aan direkte warmte-uitstraling mogen wordenblootgezet. Lengte van deaansluitkabel 4 m of 10 m. Is een montage enkel achtergordijnen of soortgelijke plaat-sen met temperatuurschom-melingen mogelijk, moet eenafstandssensor voor de ruimte-temperatuur worden toegepast(speciale toebehoren). Montage van het Inbouw-bedienings-element(leverbaar vanaf 08/2002)Opmerking: Is een verzon-ken montage van het bedie-ningselement niet mogelijk,levert Truma desgewenst eenopbouwframe (1) (art. -nr. 40000-52600) als specialetoebehoren. 1. Afb. H1:Gat Ø 55 mm boren. 2. De bedieningselementkabel(2) aan het bedieningsele-ment (3) aansluiten en vervol-gens de achterste afdekkap(4) als trekontlasting opsteken. 3. De kabel naar achterendoorschuiven en naar deelektronische regeleenheidverleggen. 4.

38De rode kabel is plus, deblauwe kabel min. Sluit het apparaat met een ka-bel van 2 x 1,5 mm2op hetbeveiligde boordnet aan (cen-trale zekering 5 - 10 A); bijeen lengte van meer dan 6 mgebruikt u een kabel van 2 x2,5 mm2. Sluit de minpoolaan op de centrale massa. Bij een directe aansluiting op deaccu, moeten de plus- en deminleiding worden beveiligd. Voer de aansluitingen vollediggeïsoleerd in Faston uit (auto-vlakstekersysteem 6,3 mm). Op de toevoerleidingen mo-gen geen andere stroomafne-mende toestellen wordenaangesloten. Bij gebruik van omvormersmoet u ermee rekening hou-den dat het apparaat alleenmet veilige laagspanning enconform de richtlijn EN 60742mag worden gebruikt. Opmerking: Voor de aanslui-ting van meerdere apparatenadviseren wij de elektronischgeregelde Truma-netadapterNT (230/12 V, 6 A, art. -nr. 39900-01, of 230/24 V, 3 A, art. -nr. 39900-02 afbeel-ding H5).

De Truma-netadap-ter is ook voor het herladenvan loodaccu‘s geschikt (nietvoor gelbatterijen). Andereoplaadapparatuur kunnen al-leen met een auto-accu alsbuffer worden gebruikt. Bij deberekening van de prestatie-behoefte rekening houdenmet de aanloopstroom. Hettopniveau van netadapterskan verschillend zijn. RimpelUBR ≤ 1 V met belasting isnog mogelijk. Tip: om de accu te sparen,wordt het gebruik van zonne-collectoren aanbevolen. Voormeer informatie hierover kuntu terecht bij de vakhandel. 14GasaansluitingDe gastoevoerleiding Ø 8 mmwordt met een knelkoppelingop het aansluitstuk aangeslo-ten. Houd deze bij het aan-draaien stevig vast met eentweede sleutel. Let op: het gasaansluitstukop het toestel mag niet wor-den ingekort of verbogen. Zorg ervoor dat bij het aan-sluiten op de boiler de gaslei-dingen vrij zijn van vuil, splin-ters en dergelijke.

Het aantal koppelingen ingasleidingen die gelegd zijn indoor personen gebruikteruimtes moet tot het tech-nisch onvermijdelijke mini-mum worden beperkt. Degasinstallatie moet voldoenaan de technische en admini-stratieve voorschriften vanhet bestemmingsland. 15FunctiecontroleNa de inbouw moet de dicht-heit van de gasleiding vol-gens het principe van de ver-minderde druk worden ge-controleerd. Aansuitend allefuncties volgens de gebruiks-aanwijzing controleren. Degebruiksaanwijzing met inge-vulde garantiekaart aan de ex-ploitant overhandigen. Het fabrieksplaatje uit degebruiks- en inbouwaan-wijzing halen en op eenduidelijk zichtbare plaatsdie tegen beschadigingenis beschermd op de ver-warming plakken. Het jaarvan eerste inbedrijfnemingmoet op het fabrieksplaat-je worden aangekruist.

16WaarschuwingenDe bij het apparaat geleverdegele sticker met waarschu-wingen voor de gebruikermoet door de inbouwer of deeigenaar van het voertuig opeen voor elke gebruiker dui-delijk zichtbare plaats in hetvoertuig worden aangebracht(bijv. op de deur van de kle-renkast). Als u deze stickerniet hebt, moet u die bij Tru-ma aanvragen.

Gevallen waarin op garantie aanspraak kanworden gemaaktDe fabrikant biedt garantievoor defecten aan het toesteldie worden veroorzaakt doormateriaal- of fabricagefouten. Daarnaast blijven ook de bijde wet bepaalde voorwaar-den voor aanspraak op garan-tie van kracht.

Er kan geen aanspraak op degarantie worden gemaakt: - Voor aan slijtage onderhevi-ge onderdelen en natuurlijkeslijtage,- het gebruik van niet-origine-le Truma-onderdelen in detoestellen en het gebruikvan ongeschkite gasdrukre-gelaars,- indien de inbouw- en ge-bruiksaanwijzingen van Truma niet werden aange-houden,- als gevolg van ondeskundiggebruik,- als gevolg van een ondes-kundige, niet door Trumageleverde transportverpak-king. 2. Omvang van de garantieDe garantie geldt voor defec-ten in de zin van punt 1, diebinnen de 24 maanden na hetsluiten van de verkoop-over-enkomst tussen de verkoperen de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke ge-breken alsnog verhelpen,d. w. z. naar eigen keuze her-stellen of voor een vervan-gende levering zorgdragen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Trumatic E 2800 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden