Toyotomi TAD-2320 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Toyotomi TAD-2320 (100 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen. Heb je een vraag over Toyotomi TAD-2320 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Toyotomi |
| Categorie: | Airco |
| Model: | TAD-2320 |
Handleiding Toyotomi TAD-2320 – volledige tekst
51NL1. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES1. 1 Algemene informatieDit hoofdstuk bevat belangrijke informatie met betrekking tot veiligheid, regelgeving en conformiteit voor de draagbare airconditioner. BELANGRIJKLees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat installeert of gebruikt. Bewaar deze handlei-ding voor toekomstig gebruik, onderhoud en garantieclaims. Het apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik binnenshuis. 1. 2 Beoogd gebruik1. 2. 1 Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor het koelen en/of verwarmen (indien van toepassing) van binnenlucht in huishoudelijke omgevingen. 1. 2. 2 Het apparaat mag niet worden gebruikt: • Buiten; • In badkamers, wasruimtes of vochtige omgevingen; • Voor industriële, commerciële of professionele doeleinden; • Voor het bewaren of conserveren van levensmiddelen dieren, planten, precisieapparatuur, kunst-werken of medicijnen. 1.
3 Algemene veiligheidsinstructies1. 3. 1 Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen overeenkomstig deze handleiding en de geldende nationale voorschriften. 1. 3. 2 Het apparaat mag niet worden afgedekt en de luchtinlaten en -uitlaten mogen niet worden geblok-keerd. 1. 3. 3 Steek geen vingers, gereedschap of andere voorwerpen in de luchtinlaten of -uitlaten. 1. 3. 4 Het apparaat mag niet worden gebruikt als het is gevallen, beschadigd is of niet correct functioneert. 1. 3. 5 Koppel het apparaat los van de stroomvoorziening vóór reiniging, onderhoud of verplaatsing. 1. 3. 6 Schakel het apparaat bij abnormale werking (geluid, geur, rook) onmiddellijk uit en koppel het los van de stroomvoorziening. 1. 4 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen1. 4.
2 Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. 1. 4. 3 Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. 1. 4. 4 Houd verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen. 1. 5 Elektrische veiligheid1. 5. 1 Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stroomvoorziening van 220–240 V~, 50 Hz, eenfasig. 1. 5. 2 De elektrische installatie moet voldoen aan de geldende nationale installatievoorschriften. 1. 5. 3 Gebruik geen verlengsnoeren, adapters of meervoudige stopcontacten. 1. 5. 4 Gebruik het apparaat niet met natte handen of in vochtige omgevingen. 1. 5. 5 Trek niet aan het netsnoer, vervorm of wijzig het niet en dompel het niet onder in water. 1. 5. 6 Schakel het apparaat niet in of uit door de stekker in of uit het stopcontact te steken.
52NL1. 5. 7 Zorg ervoor dat de stekker volledig is ingestoken en vrij is van stof. 1. 5. 8 Indien het netsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant, diens servicedienst of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon om gevaar te voorkomen. 1. 5. 9 Het zekeringtype is T 250 V AC, 2 A of 3,15 A, afhankelijk van het model. 1. 6 Installatie- en gebruiksomstandigheden1. 6. 1 Plaats het apparaat op een stabiele, vlakke en horizontale ondergrond. 1. 6. 2 Houd een minimale afstand van 30 cm tot muren en andere objecten aan. 1. 6. 3 Gebruik het apparaat niet: • In de nabijheid van open vuur of ontstekingsbronnen; • In de nabijheid van gastoestellen of elektrische verwarmingsapparaten; • In gebieden die gedurende langere tijd aan direct zonlicht zijn blootgesteld; • In gebieden waar olie, chemicaliën of water kunnen spatten. 1. 6.
4 Kantel het apparaat niet en gebruik het niet liggend of ondersteboven. 1. 6. 5 Verwijder het condenswater voordat u het apparaat verplaatst. 1. 7 Veiligheid van het koudemiddel – R290 (propaan) WAARSCHUWING – BRANDBAAR KOUDEMIDDEL1. 7. 1 Dit apparaat bevat R290 (propaan), een brandbaar koudemiddel. 1. 7. 2 H et koudemiddelcircuit is hermetisch gesloten en mag niet worden doorboord, geplet of verbrand. 1. 7. 3 Koudemiddelen kunnen geurloos zijn. 1. 7. 4 Gebruik geen andere middelen om het ontdooiproces te versnellen of het apparaat te reinigen dan die door de fabrikant worden aanbevolen. 1. 7. 5 Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen, zoals: • Open vuur; • In werking zijnde gastoestellen; • Elektrische verwarmingsapparaten. 1. 7. 6 Het apparaat moet worden opgeslagen en gebruikt in een goed geventileerde ruimte. 1. 7.
7 Het apparaat moet zodanig worden opgeslagen dat mechanische beschadiging wordt voorkomen. 1. 7. 8 Luchtkanalen, slangen of andere luchtgeleiders die op het apparaat zijn aangesloten, mogen geen potentiële ontstekingsbronnen bevatten. 1.
8 Koudemiddelvulling en minimale ruimtegrootte1. 8. 1 Het apparaat bevat R290 (propaan) in de volgende hoeveelheden: • TAD-2320: 80 g • TAD-2326 HP: 140 g • TAD-2335 HP: 175 g (Refer to the rating label on the rear of the appliance. )1. 8. 2 Het apparaat mag uitsluitend worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in ruimten waarvan het minimale vloeroppervlak (Amin) is berekend overeenkomstig EN 60335-2-40, op basis van de koude-middelvulling en de apparaatconfiguratie. 1. 8. 3 Minimale vloeroppervlak (Amin): Model Koudemiddelvulling Minimale vloeroppervlak (Amin) TAD-2320 80 g 4 m² TAD-2326 HP 140 g 12 m² TAD-2335 HP 175 g 15 m²1. 8. 4 Installeer, gebruik of sla het apparaat niet op in ruimten die kleiner zijn dan het opgegeven minimale vloeroppervlak.
53NL1. 9 Onderhoud en reparaties1. 9. 1 Onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van de fabrikant. 1. 9. 2 Personen die werkzaamheden uitvoeren aan het koudemiddelcircuit of hier toegang toe hebben, moeten beschikken over een geldig certificaat van een erkende instantie voor het werken met brand-bare koudemiddelen. 1. 9. 3 Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarvoor assistentie van ander vakbekwaam personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een persoon die bevoegd is in het gebruik van brandbare koudemiddelen. 1. 9. 4 Reparaties uitgevoerd door niet-gekwalificeerde personen kunnen gevaarlijk zijn en moeten worden vermeden. 1. 10 Symbolen op het apparaat1. 10.
1 De symbolen die op het apparaat of de verpakking kunnen voorkomen, geven het volgende aan: • De aanwezigheid van een brandbaar koudemiddel (R290); • De verplichting om de gebruikershandleiding te lezen vóór installatie en gebruik; • De noodzaak om de service-instructies te lezen vóór reparaties; • De vereisten voor afvalverwerking en milieubescherming (WEEE). 1. 11 Radioapparatuur (Wi-Fi)1. 11. 1 Dit apparaat bevat radioapparatuur die werkt in de frequentieband 2,4 GHz. 1. 11. 2 Het Wi-Fi-frequentiebereik ligt tussen 2412 en 2472 MHz en het maximale uitgezonden vermogen bedraagt ≤ 20 dBm. 1. 11. 3 De radioapparatuur voldoet aan de eisen van Richtlijn 2014/53/EU inzake radioapparatuur. 1. 12 Regelgevende conformiteit1. 12.
eu) of klantenservice. 1. 13 Afvalverwerking en milieubescherming (WEEE)1. 13. 1 Dit product mag niet worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. 1. 13. 2 Het apparaat moet worden afgevoerd via daarvoor bestemde inzamel- en recyclingsystemen over-eenkomstig de lokale voorschriften. 1. 13. 3 Correcte afvalverwerking helpt negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid te voorko-men en bevordert het duurzaam hergebruik van materialen.
56NL566. Inleiding op de bedieningVoordat u met de handelingen in dit hoofdstuk begint:1) Zoek een plaats waar stroomvoorziening in de buurt is. 2) Zoals getoond in Fig. 2 en Fig. 3, installeer de uitlaatslang en pas de positie van het raam goed aan. ≥50mm≥50mmFig. 2 Fig. 3≥50mm≥50mm3) Zoals getoond in Fig. 9, sluit de afvoerslang goed aan (alleen bij gebruik van het verwarmingsmodel);4) Steek het netsnoer in een geaard stopcontact AC220~240V/50Hz;5) Druk op de AAN/UIT-knop om de airconditioner in te schakelen. Voordat u het apparaat gebruikt Opmerking: 1. TemperatuurbereikMaximale koeling Minimale koelingDB/WB(°C) 35/24 18/12Maximale verwarming Minimale verwarmingDB/WB (°C) 27/--- 7/---Controleer of de uitlaatslang goed gemonteerd is.
Voorzichtig bij het koelen en ontvochtigen:• Houd bij het gebruik van de functies koelen en ontvochtigen een interval van minstens 3 minuten aan tussen elke POWER. De voeding voldoet aan de vereisten. Het stopcontact is voor AC-gebruik. Deel een stopcontact niet met andere apparaten. De voe-ding is AC220-240V , 50Hz. 2. KoelenDruk op de knop "Modus" tot het pictogram "Koelen" verschijnt. Druk op de knop "▲" of "▼" om de gewenste kamertemperatuur te selecteren. (16 oC-31 oC). Druk op de knop "Fan Speed" (ventila-torsnelheid) om de windsnelheid te selecteren. 3. OntvochtigenDruk op de knop "Mode" totdat het pictogram "Dehumidify" verschijnt. Stel de geselecteerde temperatuur automatisch in op de huidige kamertemperatuur min 2 oC. (16 oC-31 oC) Stel de ventilatormotor automatisch in op de LAGE windsnelheid. 4.
(16 oC-31 oC) Druk op de knop "Fan Speed" (ventilatorsnelheid) om de windsnelheid te selecteren. 6. TimerInstelling TimerON:Wanneer de airconditioner UIT staat, drukt u op de toets "Timer" en selecteert u de gewenste AAN-tijd met de temperatuur- en tijdin-stelknoppen. "Preset ON Time" wordt weergegeven op het bedieningspaneel. De AAN-tijd kan op elk moment worden ingesteld op 0-24 uur. Druk nogmaals op de knop "Timer" om te bevestigen, de timerindicator gaat aan. Om de timerfunctie uit te schakelen, drukt u op de knop "Timer" totdat de timerindicator uitgaat.
57NL57Timer UIT instellen: Wanneer de airconditioner AAN staat, drukt u op de knop "Timer" en selecteert u een gewenste UIT-tijd met behulp van de knoppen voor het instellen van de temperatuur en de tijd. "Preset OFF Time wordt weergegeven op het bedieningspaneel. " De OFF-tijd kan op elk moment worden ingesteld op 0-24 uur. Druk nogmaals op de knop "Timer" om te bevestigen, de timerindicator gaat aan. Druk op de knop "Timer" totdat de timerindicator uitgaat om de timerfunctie uit te schakelen. 7. SLAAPMODUS• Druk in de koelmodus op de SLEEP toets om de temperatuur in te stellen. De temperatuur stijgt met 1 oC na een uur en maximaal met 2 oC na 2 uur. • Druk in de verwarmingsmodus op de SLEEP toets om de temperatuur in te stellen. De temperatuur daalt na een uur met 1 oC en maximaal met 2 oC na 2 uur. • Druk nogmaals op de SLEEP toets om de instelling te annuleren. 8.
WaterafvoerWater Vol Alarm FunctieDe binnenste waterbak in de airconditioner heeft een veiligheidsschakelaar voor het waterniveau, die het waterniveau regelt. Als het waterpeil een bepaalde hoogte bereikt, gaat de indicator water vol branden. Wanneer het water vol is, verwijdert u de rubberen blok-kering uit het afvoergat aan de onderkant van het apparaat en voert u al het water af naar buiten. Continue afvoerAls u van plan bent dit apparaat lange tijd ongebruikt te laten, verwijder dan de rubberen blokkering van het afvoergat aan de onder-kant van het apparaat en laat al het water naar buiten afvoeren. U kunt de continue afvoer gebruiken met een afvoerslang die is aan-gesloten op het onderste afvoergat wanneer het apparaat in de VERWARMEN stand werkt. De continue afvoer hoeft niet te worden gebruikt als de unit in de KOELEN of ONTWARMEN modus werkt.
Als u de afvoerslang aansluit op het onderste afvoergat (Fig. 9), kan het apparaat ook goed werken. Als de spatmotor beschadigd is, kan ook een intermitterende afvoer worden gebruikt. In deze situatie, wanneer de indicator water vol oplicht, sluit dan een afvoerslang aan op de onderste afvoeropening, waarna al het water in de watertank naar buiten wordt afgevoerd. Het apparaat kan ook goed werken. 9. WIFI-functie• Houd de SPEED-knop 5 seconden lang ingedrukt om de WIFI-fabrieksmodus te activeren;• Als de WIFI-indicator snel knippert, staat het apparaat in de WIFI EZ-modus. Als de indicator langzaam knippert, staat het appa-raat in de WIFIAP-modus;• Schakel voor WiFi- en Bluetooth-combotoestellen Bluetooth en locatie in en geef de app toegang tot je locatie. De Bluetooth-toestemming is ook vereist. WiFi- en Bluetooth-combotoestellen kunnen automatisch worden ontdekt.
Of kies "Draagbare aircon-ditioner (BLE+Wi-Fi)" in de applicatie. Tik vervolgens op "Wi-Fi-modus" rechtsboven en selecteer "Bluetooth"; • Je kunt alle functies van de airconditioner uitvoeren via de APP van je mobiele telefoon met WIFI aangesloten. • Scan de QR-code om de Smart Life-app te downloaden. De QR-code verwijst automatisch naar de juiste winkel voor Android of iOS. Als u de QR-code niet kunt scannen, opent u op Android de Google Play Store en zoekt u naar Smart Life. Op iPhone opent u de Apple App Store en zoekt u naar Smart Life. Volg de stappen in de app om de installatie en apparaatinstellingen te voltooien. Voor meer informatie raadpleegt u de Smart Life-handleiding op: www. toyotomi. eu/customer-service/faq/7. Installatie Uitleg1. Installatie Uitleg:• Een verwijderingsairconditioner moet op een vlakke en lege plaats rondom worden geïnstalleerd.
Blokkeer de luchtuitlaat niet en de vereiste afstand rondom moet minstens 50 cm zijn. (Zie Fig. 4)• Niet installeren in een vochtige omgeving, zoals de wasruimte.
58NL2. Inleiding tot de installatie van afzuigslangenA) Tijdelijke installatie1. Draai de behuizingsadapter en de vensteraansluiting aan de uiteinden van de uitlaatslang.2. Steek de bevestigingsclip van de behuizingsadapter in de openingen aan de achterkant van de airconditioner.3. Plaats het andere uiteinde van de uitlaatslang in de nabijgelegen vensterbank (zie Afb.5).B) Installatie van de venstersetDe installatiewijze van de raamuitzetter is meestal "horizontaal" of "verticaal". Zoals getoond in Afb.6 en Afb.7, controleer de minimale en maximale grootte van het raam voor de installatie.1. Installeer de vensterkit op het venster (afb.6, afb.7);2. Pas de lengte van de raamschuifset aan de breedte of hoogte van het raam aan en zet hem vast met de plug;3. 3. Steek de vensteraansluiting van de slang in het gat van de vensterkit (Afb.8).vensterbreedtemin: 67,5cm max: 125cmFig. 6 Fig.
59NLFunctie alarm water volDe binnenste waterbak in de airconditioner heeft een veiligheidsschakelaar voor het waterpeil, die het waterpeil regelt. Als het water-peil een bepaalde hoogte bereikt, gaat het waterpeillampje branden. (Als de waterspatmotor beschadigd is en het water vol is, verwij-der dan de rubberen blokkering aan de onderkant van het apparaat en al het water loopt naar buiten).8. Uitleg over onderhoudVerklaring:1) Voordat u het apparaat schoonmaakt, moet u het loskoppelen van elk stopcontact;2) Gebruik geen benzine of andere chemicaliën om de unit schoon te maken;3) Was de unit niet rechtstreeks;4) Neem contact op met de dealer of reparatiewerkplaats als de airconditioner beschadigd is.Drevel≥50mm≥50mmFig. 8Fig. 9
60NL1. 1. Luchtfilter• Als het luchtfilter verstopt raakt met stof/vuil, moet het eens in de twee weken worden gereinigd. • Demonteer het luchtinlaatrooster en verwijder het luchtfilter. • Reinigen Reinig het luchtfilter met een neuraal schoonmaakmiddel in lauwwarm (40 oC) en droog het in de schaduw. • Monteer het luchtfilter in het inlaatrooster en plaats de onderdelen terug zoals ze waren. 2. Het oppervlak van de airconditioner reinigen• Reinig het oppervlak eerst met een neutraal reinigingsmiddel en een natte doek en veeg het vervolgens af met een droge doek. 9. Problemen oplossenProblemen Mogelijke oorzaken Voorgestelde oplossingenApparaat start niet wanneer de aan/uit-knop wordt ingedruktIndicatorlampje water vol knippert en waterbak is volGiet het water uit de waterbak. De kamertemperatuur is hoger dan de ingestelde temperatuur.
(Elektrische verwarmingsmodus)Stel de temperatuur opnieuw in. Kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. (Koelmodus)Stel de temperatuur opnieuw in. 2. Niet koel genoegDe deuren of ramen zijn niet gesloten. Zorg ervoor dat alle ramen en deuren gesloten zijn. Er zijn warmtebronnen in de kamer. Verwijder de warmtebronnen indien mogelijkDe uitlaatluchtslang is niet aangesloten of verstopt. Sluit de uitlaatluchtslang aan of reinig deze. Temperatuurinstelling is te hoog. Stel de temperatuur opnieuw in. Luchtinlaat is geblokkeerd. Reinig de luchtinlaat. 3. LuidruchtigDe grond is niet vlak of niet vlak genoeg. Plaats het apparaat indien mogelijk op een vlakke, egale ondergrond. Het geluid komt van het stromen van het koelmiddel in de airconditioner. Dit is normaal. 4. E0 Code De kamertemperatuursensor is defect.
Vervang de verdampertemperatuursensor8. E4 Code Waterbak vol tijdens verwarmen Leeg de waterbak. Opmerking: De echte producten kunnen er anders uitzien. 10. UITSLUITEND VOOR GEAUTORISEERD SERVICEPERSONEELDe informatie in deze sectie is uitsluitend bestemd voor gekwalificeerde en geautoriseerde servicetechnici die zijn opgeleid in het werken met elektrische apparatuur en brandbare koudemiddelen. 1. ALGEMENE INSTRUCTIES1. 1 Controles van de omgevingVoordat wordt begonnen met werkzaamheden aan systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het risico van ontsteking tot een minimum wordt beperkt. Voor reparatie aan het koelsysteem moeten de vol-gende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat werkzaamheden aan het systeem worden uitgevoerd. 1.
2 WerkprocedureDe werkzaamheden worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico van de aanwezigheid van brandbare gas-sen of dampen tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken. 1. 3 Algemeen werkgebiedAl het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werken, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werk in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte moet worden afgezet. Zorg er-voor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door brandbaar materiaal onder controle te houden. 1. 4 Controle op aanwezigheid van koudemiddelDe ruimte moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte koudemiddeldetector, zodat de technicus op de.
61NLhoogte is van mogelijk ontvlambare atmosferen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ont-vlambare koelmiddelen, d. w. z. vonkvrij, voldoende afgedicht of intrinsiek veilig. 1. 5 Aanwezigheid van brandblusserAls er heet werk moet worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen, moet de juiste brandblusapparatuur be-schikbaar zijn. Zorg dat er een brandblusser met droog poeder of CO2 naast de laadruimte staat. 1. 6 Geen ontstekingsbronnenNiemand die werkzaamheden aan een koelsysteem uitvoert waarbij leidingen worden blootgelegd die ontvlambaar koelmiddel bevat-ten of hebben bevat, mag ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat dit kan leiden tot brand- of explosiegevaar.
Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten voldoende ver verwijderd zijn van de plaats van installa-tie, reparatie, verwijdering en afvoer, waarbij brandbaar koudemiddel mogelijk kan vrijkomen in de omringende ruimte. Voordat het werk plaatsvindt, moet het gebied rond de apparatuur worden geïnspecteerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten "Verboden te roken"-borden worden opgehangen. 1,7 Geventileerd gebiedZorg ervoor dat de ruimte zich in de open lucht bevindt of dat deze voldoende wordt geventileerd voordat er in het systeem wordt in-gebroken of er heet werk wordt uitgevoerd. Tijdens de duur van de werkzaamheden moet er voldoende ventilatie zijn. De ventilatie moet eventueel vrijkomend koudemiddel veilig afvoeren en bij voorkeur naar buiten afvoeren. 1.
8 Controles aan de koelapparatuurWanneer elektrische componenten worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het beoogde doel en voldoen aan de juiste specificatie. Volg te allen tijde de onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant. Raadpleeg in geval van twijfel de technische af-deling van de fabrikantvoor assistentie.
De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installaties die ontvlambare koelmiddelen gebruiken: de vul-grootte is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddelhoudende onderdelen zijn geïnstalleerd; de ventila-tiemachines en -uitlaten werken naar behoren en worden niet geblokkeerd; als een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secun-daire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; markeringen op de apparatuur blijven zichtbaar en leesbaar. Onleesbare markeringen en tekens moeten worden gecorrigeerd; koelleidingen of -componenten zijn geïnstalleerd op een plaats waar ze waarschijnlijk niet zullen worden blootgesteld aan stoffen die koudemiddel bevattende componenten kunnen aantasten, tenzij de componenten zijn gemaakt van materialen die inherent bestand zijn tegen aantasting of afdoende zijn beschermd tegen aantasting. 1.
9 Controles aan elektrische apparatenReparatie en onderhoud aan elektrische componenten moeten initiële veiligheidscontroles en componentinspectieprocedures omvatten. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten tot-dat de storing naar tevredenheid is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, maar het noodzakelijk is om het bedrijf voort te zetten, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt. Dit moet worden gemeld aan de eigenaar van de ap-paratuur zodat alle partijen op de hoogte zijn.
De eerste veiligheidscontroles moeten omvatten: dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om de mogelijkheid van vonken te vermijden; dat er geen elektrische onderdelen en bedra-ding onder spanning worden blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of zuiveren van het systeem; dat er continuïteit is van de aardverbinding. 2. REPARATIES AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN2.
1 Tijdens reparaties aan afgedichte componenten moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waar-aan wordt gewerkt, voordat de afgedichte afdekkingen enz. worden verwijderd. Als het absoluut noodzakelijk is dat de apparatuur tij-dens het onderhoud van stroom wordt voorzien, moet op het meest kritieke punt een permanent werkende vorm van lekdetectie wor-den geplaatst om te waarschuwen voor een potentieel gevaarlijke situatie. Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant. Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waarvan de afmetingen overeenkomen met de voor het gebruik gespecificeerde ruimte. 2.
2 Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat bij werkzaamheden aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Denk hierbij aan beschadiging van kabels, te veel aanslui-tingen, aansluitingen die niet volgens de oorspronkelijke specificatie zijn gemaakt, beschadiging van afdichtingen, onjuiste montage van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat stevig gemonteerd is. Controleer of afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig zijn aangetast dat ze niet langer het binnendringen van ontvlambare atmosferen voorkomen. Vervangingsonderdelen moeten in over-eenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekdetectieapparatuur belemmeren.
Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt. 2. 2 Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat bij werkzaamheden aan elektrische com-ponenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast.
Denk hierbij aan beschadiging van kabels, te veel aansluitingen, aansluitingen die niet volgens de oorspronkelijke specificatie zijn gemaakt, beschadiging van afdichtin-gen, onjuiste montage van wartels, enz. Zorg ervoor dat het apparaat stevig gemonteerd is. Controleer of afdichtingen of afdichtings-materialen niet zodanig zijn aangetast dat ze niet langer het binnendringen van ontvlambare atmosferen kunnen voorkomen. Vervangende onderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikantOPMERKING Het gebruik van siliconenkit kan de doeltreffendheid van sommige types lekdetectieapparatuur belemmerenapparatuur. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt. 3.
REPARATIE AAN INTRINSIEK VEILIGE COMPONENTENBreng geen permanente inductieve of capacitieve belastingen aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane span-ning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige componenten zijn de enige types waaraan gewerkt mag worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur moet de juiste nominale waarde hebben. Vervang onderdelen alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen leiden tot de ontsteking van koudemiddel in de atmosfeer als gevolg van een lek.
62NL4. BEHUIZINGControleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingsinvloeden. De controle moet ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren. 5. DETECTIE VAN ONTVLAMBARE KOELMIDDELENIn geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of opsporen van koelmiddellekken. Er mag geen halogeenbrander (of een andere detector met open vlam) worden gebruikt. 6. METHODEN VOOR LEKDETECTIEDe volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen met ontvlambare koelmiddelen. Voor de detectie van ontvlambare koelmiddelen worden elektronische lekdetectoren gebruikt, maar de gevoeligheid is mogelijk onvol-doende of moet opnieuw worden gekalibreerd.
(Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte. ) Zorg er-voor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectieapparatuur wordt in-gesteld op een percentage van de LFL van het koudemiddel en wordt gekalibreerd op het gebruikte koudemiddel en het juiste per-centage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekdetectiemiddelen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermeden omdat chloor met het koudemiddel kan reageren en de koperen leidingen kan aantasten. Als een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden verwijderd of gedoofd.
Als er koude-middellekkage wordt gevonden waarvoor hardsolderen nodig is, moet al het koudemiddel uit het systeem worden teruggewonnen of worden geïsoleerd (door middel van afsluiters) in een deel van het systeem dat ver van het lek is verwijderd. Zuurstofvrije stikstof (OFN) moet dan door het systeem worden gespoeld zowel voor als tijdens het hardsoldeerproces. 7.
VERWIJDERING EN EVACUATIEBij het openbreken van het koudemiddelcircuit voor reparaties of andere doeleinden moeten conventionele procedures worden ge-bruikt. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken worden gevolgd omdat ontvlambaarheid een overweging is. De volgende pro-cedure moet worden gevolgd: verwijder koelmiddel; spoel het circuit met inert gas; evacueer; spoel opnieuw met inert gas; open het circuit door snijden of solderen. De koudemiddelvulling wordt teruggewonnen in de juiste terugwinningscilinders. Het systeem moet worden "gespoeld" met OFN om de eenheid veilig te maken. Het kan nodig zijn dit proces meerdere keren te herhalen. Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt.
Het spoe-len moet worden bereikt door het vacuüm in het systeem te verbreken met OFN en te blijven vullen tot de werkdruk is bereikt, vervol-gens te ontluchten naar de atmosfeer en ten slotte af te trekken tot een vacuüm. Dit proces wordt herhaald totdat er zich geen koel-middel meer in het systeem bevindt. Wanneer de laatste OFN-vulling is gebruikt, moet het systeem worden ontlucht tot de atmosferi-sche druk, zodat het werk kan plaatsvinden. Deze handeling is absoluut noodzakelijk als er hardsoldeer op de leidingen moet worden uitgevoerd. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en dat deze voldoet aan IEC 60079-15:2010. Informatie over de juiste werkprocedures: a) Inbedrijfstelling • Zorg ervoor dat het vloeroppervlak voldoende is voor de koelmiddelvulling of dat het ventilatiekanaal op de juiste manier is ge-monteerd.
• Sluit de leidingen aan en voer een lektest uit voordat er koudemiddel wordt geladen. • Controleer de veiligheidsuitrusting voor ingebruikname. b) Onderhoud• Draagbare apparatuur moet buiten worden gerepareerd of in een werkplaats die speciaal is uitgerust voor het onderhoud van ap-paraten met ontvlambare koelmiddelen. • Zorg voor voldoende ventilatie op de reparatieplaats.
• Houd er rekening mee dat storingen in de apparatuur kunnen worden veroorzaakt door verlies van koelmiddel en dat een koel-middellek mogelijk is. • Ontlaad condensatoren op een manier die geen vonken veroorzaakt. De standaardprocedure om de condensatoraansluitingen kort te sluiten veroorzaakt meestal vonken. • Zet verzegelde behuizingen weer nauwkeurig in elkaar. Als de afdichtingen versleten zijn, vervang ze dan. -Veiligheidsuitrusting controleren voordat deze in gebruik wordt genomen. c) Reparatie• Draagbare apparatuur moet buiten worden gerepareerd of in een werkplaats die speciaal is uitgerust voor het onderhoud van ap-paraten met ontvlambare koelmiddelen. • Zorg voor voldoende ventilatie op de reparatieplaats. • Houd er rekening mee dat storingen in de apparatuur kunnen worden veroorzaakt door verlies van koelmiddel en dat een koel-middellek mogelijk is.
• Ontlaad condensatoren op een manier die geen vonken veroorzaakt. • Wanneer solderen vereist is, moeten de volgende procedures in de juiste volgorde worden uitgevoerd:- Verwijder het koelmiddel. Tap het koudemiddel af naar buiten als de nationale voorschriften dit niet vereisen. Zorg ervoor dat het af-getapte koudemiddel geen gevaar oplevert. Bij twijfel moet één persoon de afvoer bewaken. Zorg er vooral voor dat afgetapt koude-middel niet terug het gebouw in drijft. - Verwijder het koelmiddelcircuit. - Spoel het koelcircuit 5 minuten door met stikstof. - Evacueer opnieuw. - Verwijder onderdelen die moeten worden vervangen door te snijden, niet door te vlammen. - Spoel het hardsoldeerpunt door met stikstof tijdens de hardsoldeerprocedure. - Voer een lektest uit voordat u koudemiddel bijvult. • Zet afgedichte behuizingen weer nauwkeurig in elkaar.
d) Buitengebruikstelling• Als de veiligheid in het geding komt wanneer de apparatuur buiten gebruik wordt gesteld, moet de koudemiddelvulling worden verwijderd voordat de apparatuur buiten gebruik wordt gesteld. • Zorg voor voldoende ventilatie op de locatie van de apparatuur. • Houd er rekening mee dat storingen in de apparatuur kunnen worden veroorzaakt door verlies van koelmiddel en dat een koel-middellek mogelijk is.
63NL• Ontlaad condensatoren op een manier die geen vonk veroorzaakt. • Verwijder het koelmiddel. Als de terugwinning niet vereist is door nationale regelgeving, is er afvoerventilatie beschikbaar. 8. LAADPROCEDURESIn aanvulling op conventionele laadprocedures moeten de volgende eisen worden gesteldgevolgd. • Zorg ervoor dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van laadapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel daarin tot een minimum te beperken. • Cilinders moeten rechtop worden gehouden. • Zorg ervoor dat het koelsysteem is geaard voordat er koudemiddel in het systeem wordt geladen. • Label het systeem wanneer het opladen voltooid is (als dat nog niet gebeurd is). • Er moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan om het koelsysteem niet te veel te vullen.
Voordat het systeem wordt bijge-vuld, moet het aan een druktest met OFN worden onderworpen. Het systeem moet een lektest ondergaan na het vullen, maar vóór de inbedrijfstelling. Een vervolglektest moet worden uitgevoerd voordat het systeem de locatie verlaat. 9. BUITENBEDRIJFSTELLINGVoordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het essentieel dat de technicus volledig vertrouwd is met de apparatuur en alle details. Het is aanbevolen goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig worden teruggewonnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet een olie- en koudemiddelmonster worden genomen voor het geval analyse vereist is voordat het teruggewonnen koudemiddel opnieuw wordt gebruikt. Het is essentieel dat er elektrische stroom beschikbaar is voordat met de werkzaamheden wordt begonnen. a) Raak vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan. b) Isoleer het systeem elektrisch.
c) Voordat u met de procedure begint, moet u ervoor zorgen dat: indien nodig, mechanische apparatuur beschikbaar is voor het han-teren van koudemiddelcilinders; alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt; het terugwin-ningsproces te allen tijde onder toezicht staat van een bevoegd persoon; terugwinningsapparatuur en cilinders voldoen aan de juis-te normen. d) Pomp het koelsysteem af, indien mogelijk. e) Als vacuüm niet mogelijk is, maak dan een verdeelstuk zodat koudemiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden ver-wijderd. f) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat voordat de terugwinning plaatsvindt. g) Start de terugwinningsmachine en gebruik deze volgens de instructies van de fabrikant. h) Vul de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloeistofvulling).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk. j) Als de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, zorg er dan voor dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de locatie worden verwijderd en dat alle afsluiters op de apparatuur worden afgesloten. k) Teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koelsysteem worden geladen tenzij het is gereinigd en gecontroleerd. 10. ETIKETTERINGOp het etiket van de apparatuur wordt vermeld dat deze buiten bedrijf is gesteld en van koudemiddel is ontdaan. Het etiket wordt ge-dateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er labels op de apparatuur zitten waarop staat dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat11. TERUGWINNINGBij het verwijderen van koudemiddel uit een systeem, voor onderhoud of buitenbedrijfstelling, wordt aanbevolen dat alle koudemidde-len veilig worden verwijderd.
Zorg ervoor dat bij het overbrengen van koudemiddel naar cilinders alleen geschikte koudemiddelterug-winningscilinders worden gebruikt. Zorg dat het juiste aantal cilinders voor de totale systeemvulling beschikbaar is.
Alle te gebruiken cilinders zijn bestemd voor het teruggewonnen koudemiddel en voor dat koudemiddel geëtiketteerd (d. w. z. speciale cilinders voor de terugwinning van koudemiddel). Cilinders moeten compleet zijn met overdrukventiel en bijbehorende afsluiters die goed werken. Lege terugwinningscilinders worden geëvacueerd en zo mogelijk gekoeld voordat terugwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren en voorzien zijn van een set instructies over de apparatuur die voorhanden is en die geschikt is voor de terugwinning van brandbare koudemiddelen. Daarnaast dient een set geijkte weegschalen aanwezig te zijn en in goede staat te verke-ren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije ontkoppelingskoppelingen en in goede staat verkeren.
Voordat het terugwinningsap-paraat wordt gebruikt, moet worden gecontroleerd of het naar behoren werkt, goed is onderhouden en of alle bijbehorende elektri-sche onderdelen zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen als er koudemiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel. Het teruggewonnen koudemiddel moet worden geretourneerd aan de koudemiddelleverancier in de juiste terugwinningscilinder en de relevante afvaloverdrachtsnota moet worden geregeld. Meng geen koudemiddelen in terugwininstallaties en zeker niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorg er dan voor dat ze tot een aanvaardbaar niveau zijn geëvacueerd om er zeker van te zijn dat er geen brandbaar koudemiddel in het smeermiddel achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitge-voerd voordat de compressor naar de leveranciers wordt teruggestuurd.
Alleen elektrische verwarming van het compressorhuis mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren.
Bekwaamheid van onderhoudspersoneel AlgemeenSpeciale training als aanvulling op de gebruikelijke reparatieprocedures voor koelapparatuur is vereist als het gaat om apparatuur met ontvlambare koudemiddelen. In veel landen wordt deze training uitgevoerd door nationale trainingsorganisaties die geaccrediteerd zijn voor het onderwijzen van de relevante nationale competentienormen die mogelijk in wetgeving zijn vastgelegd. De behaalde compe-tentie moet worden gedocumenteerd met een certificaat. Training De training moet inhoudelijk het volgende bevatten:Informatie over het explosiepotentieel van ontvlambare koelmiddelen om aan te tonen dat ontvlambare stoffen gevaarlijk kunnen zijn als er onvoorzichtig mee wordt omgegaan. Informatie over potentiële ont-stekingsbronnen, vooral die bronnen die niet voor de hand liggen, zoals aanstekers, lichtschakelaars, stofzuigers, elektrische kachels.
Informatie over de verschillende veiligheidsconcepten: Ongeventileerd (zie Clausule GG. 2) De veiligheid van het apparaat hangt niet af van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft geen significant effect op de veiligheid. Het is echter mogelijk dat lekkend koelmiddel zich ophoopt in de behuizing en dat er een ontvlambare atmosfeer vrij-.
64NLkomt wanneer de behuizing wordt geopend. Geventileerde behuizing (zie Clausule GG. 4) De veiligheid van het apparaat hangt af van de ventilatie van de behuizing. Het uitschakelen van het apparaat of het openen van de behuizing heeft een aanzienlijk effect op de veiligheid. Zorg ervoor dat er voldoende ventilatie is voordat u het apparaat uitschakelt. Geventileerde ruimte (zie Clausule GG. 5) De veiligheid van het toestel hangt af van de ventilatie van de ruimte. Het uitschakelen van het toestel of het openen van de behuizing heeft geen significante invloed op de veiligheid. De ventilatie van de ruimte mag niet worden uitgeschakeld tijdens reparatieprocedu-res. Informatie over het concept van afgedichte componenten en afgedichte behuizingen het koelmiddel naar buiten. Zorg ervoor dat het afgevoerde koelmiddel geen gevaar oplevert.
In geval van twijfel moet één persoon de uitlaat bewaken. Zorg er vooral voor dat afgetapt koudemiddel niet terug het gebouw in drijft. • Ontruim het koudemiddelcircuit. • Spoel het koudemiddelcircuit 5 minuten door met stikstof. • Evacueer opnieuw• Vul met stikstof tot atmosferische druk• Plak een label op de apparatuur dat het koudemiddel is verwijderd. Verwijdering• Zorg voor voldoende ventilatie op de werkplek. • Verwijder het koudemiddel. Als het terugwinnen niet vereist is volgens de nationale voorschriften, laat het koudemiddel dan naar buiten lopen. Zorg ervoor dat het afgetapte koudemiddel geen gevaar oplevert. Bij twijfel moet één persoon de afvoer bewaken. Zorg er vooral voor dat het afgevoerde koudemiddel niet terug het gebouw in drijft. • Ontruim het koudemiddelcircuit. • Spoel het koudemiddelcircuit 5 minuten door met stikstof. • Evacueer opnieuw.
• Schakel de compressor uit en tap de olie afTransport, markering en opslag van apparaten met ontvlambare koelmiddelen Transport van apparatuur met ontvlambare koel-middelenHoud er rekening mee dat er aanvullende transportvoorschriften kunnen bestaan voor apparatuur die ontvlambare gassen bevat. Het maximale aantal apparaten of de configuratie van de apparaten die samen vervoerd mogen worden, wordt bepaald door de geldende transportvoorschriften. Markering van apparatuur met behulp van bordenBorden voor soortgelijke apparaten die in een werkgebied worden gebruikt, vallen over het algemeen onder lokale voorschriften en geven de minimumvereisten voor het aanbrengen van veiligheids- en/of gezondheidssignalering voor een werklocatie.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Toyotomi TAD-2320 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Toyotomi
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco