Toshiba e-STUDIO 430P Handleiding

Toshiba Printer e-STUDIO 430P

Bekijk gratis de handleiding van Toshiba e-STUDIO 430P (222 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Toshiba e-STUDIO 430P of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/222
Monochrome laserprinter
Gebruikershandleiding
Belangrijk: Als uw printer een aanraakscherm heeft, gaat u naar de
Gebruikershandleiding op de CD Publicaties voor informatie over het gebruik van de
printer.

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Toshiba
Categorie: Printer
Model: e-STUDIO 430P

Handleiding Toshiba e-STUDIO 430P – volledige tekst

37Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma. 37Draadloos afdrukken instellen. 38Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk. 38Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows). 39De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh). 41De printer op een bedraad netwerk installeren. 43Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP. 46Serieel afdrukken instellen. 48Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen. 50Papiersoort en papierformaat instellen. 50Instellingen voor universeel papier configureren. 50Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen. 51Inhoudsopgave2.

Lade voor 2000 vel vullen. 54Afdrukmateriaal in de universeellader plaatsen. 58De enveloppenlader vullen. 60Laden koppelen en ontkoppelen. 62Laden koppelen. 62Laden ontkoppelen. 62Uitvoerladen koppelen. 62Naam voor Aangepast wijzigen. 63Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal. 64Richtlijnen voor papier. 64Papierkenmerken. 64Ongeschikt papier. 65Papier kiezen. 65Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier selecteren. 65Kringlooppapier gebruiken. 66Papier bewaren. 67Ondersteunde papierformaten, -soorten en -gewichten. 68Papierformaten die door de printer worden ondersteund. 68Door de printer ondersteunde papiersoorten en -gewichten. 70Door de uitvoerladen ondersteunde papiersoorten en -gewichten. 70Afdrukken. 72Een document afdrukken. 72Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal. 72Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier. 72Tips voor het afdrukken op transparanten.

73Tips voor het afdrukken op enveloppen. 73Tips voor het afdrukken op etiketten. 74Tips voor het afdrukken op karton. 74Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in wacht. 75Afdruktaken in de wachtstand zetten. 75Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij. 76Afdrukken vanaf een flashstation. 78Pagina's met informatie afdrukken. 79Een lijst met voorbeelden van lettertypen afdrukken. 79Een directorylijst afdrukken. 79Testpagina’s voor de afdrukkwaliteit afdrukken. 79Afdruktaak annuleren. 80Afdruktaak annuleren via het bedieningspaneel van de printer. 80Een afdruktaak annuleren vanaf de computer. 80Inhoudsopgave3.

De printer verplaatsen naar een andere locatie. 176De printer vervoeren. 177Beheerdersondersteuning. 178De Embedded Web Server gebruiken. 178Apparaatstatus controleren. 178E-mailmeldingen instellen. 178Rapporten bekijken. 179Spaarstand aanpassen. 179Fabrieksinstellingen herstellen. 180problemen oplossen. 181Eenvoudige problemen oplossen. 181Eenvoudige printerproblemen oplossen. 181Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven. 181Embedded Web Server wordt niet geopend. 181Afdrukproblemen oplossen. 182Meertalige PDF's worden niet afgedrukt. 182Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB-station weergegeven. 182Taken worden niet afgedrukt. 182Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt. 183Het duurt heel lang voordat de taak is afgedrukt.

183Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier. 184Er worden verkeerde tekens afgedrukt. 184Laden koppelen lukt niet. 184Grote afdruktaken worden niet gesorteerd. 185Er komen onverwachte pagina-einden voor. 185Problemen met opties oplossen. 185Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd. 185Papierladen. 1862000 vel, lade voor. 187Enveloppenlader. 187Duplexeenheid. 187Mailbox met 5 laden. 188Uitvoeropties. 188Geheugenkaart. 188Flashgeheugenkaart. 188Vaste schijf met adapter. 188Internal Solutions Port. 188Problemen met de papierinvoer oplossen. 189Papier loopt regelmatig vast. 189Bericht Papier vast blijft staan nadat storing is verholpen. 189Inhoudsopgave6.

Nadat de papierstoring is verholpen, wordt de vastgelopen pagina niet opnieuw afgedrukt. 189Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. 190Problemen met afdrukkwaliteit opsporen. 190Blanco pagina's. 190Onvolledige afbeeldingen. 191Zwevende afbeeldingen. 191Grijze achtergrond. 191Onjuiste marges. 192Gekruld papier. 192Onregelmatigheden in de afdruk. 193Afdruk is te donker. 194Afdruk is te licht. 195Herhaalde storingen. 196Scheve afdruk. 196Effen zwarte of witte strepen. 196Volledig gekleurde pagina's. 197Horizontale strepen. 198Verticale strepen. 198Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond. 199De toner laat los. 200Tonervlekjes. 200De afdrukkwaliteit van transparanten is slecht. 201Contact opnemen met klantenondersteuning. 201Kennisgevingen. 202Productinformatie. 202Informatie over deze uitgave. 202Energieverbruik. 204Index. 213Inhoudsopgave7.

VeiligheidsinformatieSluit de stroomkabel aan op een stopcontact dat zich dichtbij het product bevindt en eenvoudig toegankelijk is. Plaats dit product niet in de buurt van water of in vochtige omgevingen. LET OP—KANS OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser. het toepassen van bedieningswijzen,aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aangevaarlijke straling tot gevolg hebben. Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal wordt verhit. Door de hitte kan hetafdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven. Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies waarin de richtlijnenvoor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken om schadelijke emissies te voorkomen. Ga voorzichtig te werk bij het vervangen van lithiumbatterijen.

LET OP—KANS OP LETSEL: Wanneer de lithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Vervang de batterij alleen door hetzelfde of een vergelijkbaar type lithiumbatterij. Probeer nooitlithiumbatterijen op te laden, open te maken of te verbranden. Houd u bij het inleveren van gebruikte batterijenaan de voorschriften van de fabrikant en aan de lokale voorschriften. LET OP—HEET OPPERVLAK: Het binnenste van de printer is mogelijk erg warm. Om letstel te voorkomen, moetu een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt. LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getraindepersoneelsleden worden verplaatst.

Opmerking: Gebruik de handgrepen aan de zijkanten om de printer van de optionele lade te tillen. Gebruik alleen het netsnoer dat bij dit product is geleverd of een door de fabrikant goedgekeurd vervangendonderdeel. Gebruik alleen het telecommunicatiesnoer (RJ-11) dat bij dit product is geleverd of een vervangend snoer met eenminimale dikte van 26 AWG (American Wire Gauge) als u dit product aansluit op een openbaar vast telefoonnetwerk. LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionelehardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst deprinter uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebtaangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: controleer of alle aansluitingen (zoals Ethernet- entelefoonaansluitingen) correct op de aangegeven poorten zijn aangesloten. Dit product is samen met specifieke onderdelen van de fabrikant ontwikkeld, getest en goedgekeurd volgens strikte,wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijdduidelijk zichtbaar. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen. Veiligheidsinformatie8.

LET OP—KANS OP LETSEL: U moet het netsnoer niet snijden, draaien, vastbinden, afknellen of zware objectenop het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onderdruk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk eneen muur. Als een van deze dingen gebeurt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer hetnetsnoer regelmatig op dergelijke problemen.

Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u hetnetsnoer controleert.Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in degebruikersdocumentatie worden beschreven.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekkervan het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u debuitenkant van de printer reinigt.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet udit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, ofkabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.LET OP—KAN OMVALLEN: op de vloer geplaatste configuraties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit.

Umoet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hogecapaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties. Ook voor een multifunctioneleprinter (MFP) waarmee u kunt scannen, kopiëren en faxen, hebt u mogelijk extra onderdelen nodig. Raadpleegde veiligheidsinformatie bij de printer voor meer informatie.BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.Veiligheidsinformatie9

Algemene informatie over de printerPrinterconfiguratiesBasismodelFunctie Papiercapaciteit*1Standaarduitvoerlade 350 of 550 vel2Bedieningspaneel van de printer Niet van toepassing3Universeellader 100 vel4Standaardlade (lade 1) 250 of 550 vel* Gebaseerd op papier van 75 g/m2 .Volledig geconfigureerd modelLET OP—KAN OMVALLEN: Op de vloer geplaatste configuraties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit. Umoet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hogecapaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties. Ook voor een multifunctioneleprinter (MFP) waarmee u kunt scannen, kopiëren en faxen, hebt u mogelijk extra onderdelen nodig. Raadpleegde veiligheidsinformatie bij de printer voor meer informatie.Algemene informatie over de printer10

Functie/Optie Papiercapaciteit11Mailbox met 5 laden2500 vel2Mailbox met 5 laden 500 vel3Enveloppenlader 85 enveloppen4Standaardlade (lade 1) 250 of 550 vel5Duplex-eenheid3Niet van toepassing6Optionele lade (lade 2) 250 of 550 vel7Optionele lade (lade 3) 250 of 550 vel8Optionele lade voor 2000 vel (lade 4) 2000 vel9Onderstel met zwenkwielen Niet van toepassing1 Gebaseerd op papier van 75 g/m2 .2De printer ondersteunt tot drie uitvoerladers, twee mailboxen met 5 laden, één hoge-capaciteitsuitvoerlader (nietweergegeven), of één nieteenheid (niet weergegeven).3 Een optionele duplexeenheid is beschikbaar voor basismodellen met een standaardlade voor 250 vel. Modellen meteen standaardlade voor 550 vel hebben mogelijk een ingebouwde duplexeenheid.Algemene informatie over de printer11

Een locatie voor de printer selecterenLet bij het selecteren van een locatie voor de printer op of er voldoende ruimte is om laden, kleppen en deuren teopenen. Als u van plan bent opties te installeren, dient u hier ook voldoende ruimte voor vrij te houden.

Informatie over het bedieningspaneel van de printerOnderdeel Beschrijving1Display Geeft berichten en afbeeldingen weer met betrekking tot de status van de printer.2Navigatieknoppen Druk op de pijl omhoog of omlaag om door menu's of menu-items te bladeren, of een waardete verhogen of te verlagen wanneer u cijfers invoert.Druk op de pijl naar links of rechts om door menu-instellingen (ook wel waarden of optiesgenoemd) te bladeren of door tekst die doorloopt in een nieuw scherm.3Selecteren •Een menu-item openen en de beschikbare waarden of instellingen weergeven.

Dehuidige instelling wordt aangegeven met een sterretje (*).•Druk op deze knop om een weergegeven menu-item op te slaan als de nieuwe standaard-instelling van de gebruiker.Opmerkingen:•Als een nieuwe instelling wordt opgeslagen als de standaardinstelling, blijft deze vankracht totdat een nieuwe instelling wordt opgeslagen of de fabrieksinstellingen wordenhersteld.•De standaardinstellingen die u hebt geselecteerd met het bedieningspaneel kunt u ookwijzigen of vervangen door instellingen te kiezen in een toepassing.4Toetsenblok Hiermee voert u getallen of symbolen in op de display.5Back (Achter) Hiermee keert de display terug naar het vorige scherm.6Indicatielampje Geeft de printerstatus aan:•Uit - de voeding is uitgeschakeld.•Knippert groen - de printer is bezig met opwarmen, met het verwerken van gegevensof met afdrukken.•Brandt groen - de printer staat aan, maar is niet actief.•Brandt rood: ingrijpen van gebruiker is vereist.Algemene informatie over de printer13

Onderdeel Beschrijving7Stop Hiermee wordt elke activiteit van de printer gestopt.Er wordt een lijst met opties weergegeven op het moment dat Gestopt op de displayverschijnt.8Menu Hiermee wordt het menuoverzicht geopend.Opmerking: De menu's zijn alleen beschikbaar als de printer in de stand Gereed staat.9USB-poort Plaats een flashstation in de poort aan de voorzijde om opgeslagen bestanden af te drukken.Opmerking: alleen de USB-poort aan de voorzijde ondersteunt flashstations.Algemene informatie over de printer14

Extra installatieopties voor de printerInterne opties installerenLET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als uoptionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moetu de printer eerst uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparatenhebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op deprinter.Mogelijk zijn niet alle opties beschikbaar.

Neem voor meer informatie contact op met het verkooppunt waar u deprinter hebt gekocht.Beschikbare interne opties•Geheugenkaarten–Printer memory (Printergeheugen)–Flashgeheugen–Lettertypen•Firmwarekaarten–Barcode en formulieren–IPDS en SCS/TNe–PrintCryptionTM•Vaste printerschijf•Internal Solutions Ports (ISP)–RS-232-C seriële ISP–Parallelle 1284-B ISP–MarkNetTM N8150 802.11 b/g/n draadloze ISP–MarkNet N8130 10/100 glasvezel ISP–MarkNet N8120 10/100/1000 Ethernet ISPMogelijk zijn niet al deze opties beschikbaar. Neem voor meer informatie contact op met het verkooppunt waar ude printer hebt gekocht.Extra installatieopties voor de printer15

Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne optiesOpmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als uoptionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moetu eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparatenhebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op deprinter.1Open de klep van de systeemkaart.2Draai de schroef op de klep van de systeemkaart los.Extra installatieopties voor de printer16

Een geheugenkaart installerenOpmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als uoptionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moetu eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparatenhebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op deprinter.Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigddoor statische elektriciteit.

Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrischecomponenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.Een optionele geheugenkaart kan afzonderlijk worden aangeschaft en op de systeemkaart worden bevestigd. Uinstalleert de geheugenkaart als volgt:1De systeemkaart openen.2Haal de geheugenkaart uit de verpakking.Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.3Open de vergrendelingen van de connector voor de geheugenkaart.Extra installatieopties voor de printer18

De systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Slechts één vanelk kan worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als uoptionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moetu eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparatenhebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op deprinter.Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigddoor statische elektriciteit.

5Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.Een Internal Solutions Port installerenDe systeemkaart ondersteunt één optionele Internal Solutions Port (ISP). Installeer een ISP voor extraaansluitingsopties.De systeemkaart ondersteunt één optionele Lexmark Internal Solutions Port (ISP). Installeer een ISP voor extraaansluitingsopties.Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als uoptionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moetu eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen.

Als u andere apparatenhebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op deprinter.Let op—Kans op beschadiging: de elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigddoor statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrischecomponenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.1Open de systeemkaart.Extra installatieopties voor de printer22

2Haal de ISP en het plastic T-stuk uit de verpakking.Opmerking: Raak de onderdelen op de kaart niet aan.3Zoek de juiste connector op de systeemkaart.Opmerking: Als momenteel een optionele vaste schijf van een printer is geïnstalleerd, moet die harde schijfeerst worden verwijderd. U verwijdert als volgt de vaste schijf:aKoppel de interfacekabel van de vaste schijf van de printer los van de systeemkaart, maar laat de kabel op devaste schijf van de printer aangesloten. Als u de kabel wilt loskoppelen, knijpt u op de peddel aan de plugvan de interfacekabel om de vergrendeling te openen alvorens de kabel eruit te trekken.Extra installatieopties voor de printer23

4Verwijder de metalen klep van de ISP-opening.5Lijn de stukken van het plastic T-stuk uit met de openingen in de systeemkaart en druk het T-stuk dan naarbeneden tot het vastklikt. Controleer of elk stuk van het T-stuk volledig is vastgeklikt en of het T-stuk stevig opde systeemkaart is bevestigd.Extra installatieopties voor de printer25

6Installeer de ISP op het plastic T-stuk. Houd de ISP schuin boven het plastic T-stuk en laat de ISP dan zodanigzakken dat alle overhangende connectors door de ISP-opening in de systeemkaartbehuizing kunnen wordengeleid.7Laat de ISP tot op het plastic T-stuk zakken tot de ISP zich tussen de geleiders van het plastic T-stuk bevindt.8Plaats de lange duimschroef en draai deze rechtsom tot de ISP vastzit, maar draai de duimschroef nu nog nietstevig aan.Extra installatieopties voor de printer26

13 Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.Vaste schijf van printer installerenDe optionele vaste schijf van de printer kan met of zonder een Internal Solutions Port (ISP) worden geïnstalleerd.Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als uoptionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moetu eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparatenhebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op deprinter.Let op—Kans op beschadiging: de elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigddoor statische elektriciteit.

3Zoek de juiste connector op de systeemkaart.Opmerking: Als momenteel een optionele ISP is geïnstalleerd, dan moet de vaste schijf van de printer op de ISPworden geïnstalleerd.U installeert de vaste schijf van een printer als volgt op de ISP:aDraai de schroeven los met de schroevendraaier met platte kop. Verwijder de duimschroeven waarmee demontagebeugel van de vaste schijf van de printer op die schijf is bevestigd en verwijder daarna de beugel.bLijn de uitsteeksels van de vaste schijf van de printer uit met de openingen in de ISP en druk deze dan naarbeneden op de vaste schijf van de printer tot de uitsteeksels stevig op hun plaats zitten.Extra installatieopties voor de printer29

Hardwareopties installerenVolgorde van installatiePapierladers installerenDe printer ondersteunt tot vier optionele laders. Een lader bestaat uit een lade en een ladekast. Alle laders wordenop dezelfde wijze geïnstalleerd.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionelehardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst deprinter uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebtaangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.1Pak de lader uit en verwijder het verpakkingsmateriaal.2Plaats de lader op de locatie die u hebt uitgekozen voor de printer.Opmerking: Als u meerdere opties wilt installeren, moet u het gedeelte raadplegen over de aanbevolenvolgorde van installatie.

De lader voor 2000 vel moet zich onderaan bevinden.3Lijn de printer uit met de lader en laat de printer op zijn plaats zakken.LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getraindepersoneelsleden worden verplaatst.Een optionele lader verwijderenLet op—Kans op beschadiging: Wanneer u de printer uit een lader tilt zonder de vergrendelingen in te drukken,kunnen deze beschadigd raken.Extra installatieopties voor de printer32

Verwijder een optionele lader door de vergrendelingen aan beide zijden van de lader in te drukken totdat dezeklikken en ingedrukt blijven, en til vervolgens de printer omhoog.Optionele duplexeenheid installerenDe optionele duplexeenheid is beschikbaar voor het basismodel met een standaardlade voor 250 vel. Deduplexeenheid wordt aangebracht onder de printer, onder de standaardinvoerlade en boven enige optionele laders.Opmerking: Voor andere modellen is mogelijk een ingebouwde duplexeenheid in de printer geïnstalleerd.LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionelehardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst deprinter uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen.

Als u andere apparaten hebtaangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.1Pak de duplexeenheid uit en verwijder het verpakkingsmateriaal.2Plaats de duplexeenheid op de locatie die u hebt uitgekozen voor de printer.Opmerking: Als u meerdere opties wilt installeren, moet u het gedeelte raadplegen over de aanbevolenvolgorde van installatie.3Lijn de printer uit met de duplexeenheid en laat de printer op zijn plaats zakken.LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getraindepersoneelsleden worden verplaatst.Extra installatieopties voor de printer33

Optionele duplexeenheid verwijderenLet op—Kans op beschadiging: Wanneer u de printer uit de duplexeenheid tilt zonder de vergrendelingen in tedrukken, kunnen deze beschadigd raken.Verwijder de duplexeenheid door de vergrendelingen aan beide zijden van de duplexeenheid in te drukken totdatdeze vastklikken en ingedrukt blijven, en til vervolgens de printer omhoog.Kabels aansluitenLET OP—KANS OP LETSEL: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer.

Tijdens onweer moet u dit product nietinstalleren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoerenaansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.Sluit de printer aan op de computer met een USB-kabel of een ethernetkabel.Zorg ervoor dat:•Het USB-symbool op de kabel overeenkomt met het USB-symbool op de printer•De juiste Ethernet-kabel is gekozen voor de Ethernet-poort.Extra installatieopties voor de printer34

1USB-poortLet op—Kans op beschadiging: Raak de USB-kabel, eventuele netwerkadapters of de printer in het aangegevengebied niet aan wanneer wordt afgedrukt. Er kunnen dan gegevensverlies of fouten optreden.2EthernetpoortPrinterconfiguratie controlerenAls alle hardware- en softwareopties zijn geïnstalleerd en de printer is ingeschakeld, controleert u of de printer correctis ingesteld door het volgende af te drukken:•Pagina met menu-instellingen: gebruik deze pagina om te controleren of alle printeropties correct zijngeïnstalleerd. Onderaan de pagina verschijnt een lijst met geïnstalleerde opties. Als een geïnstalleerde optie nietis vermeld, is deze niet correct geïnstalleerd.

Verwijder de optie en installeer deze opnieuw.•Pagina met netwerkinstellingen: als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de netwerkaansluitingcontroleren door een pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die vanbelang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.Extra installatieopties voor de printer35

Pagina met menu-instellingen afdrukkenDruk een pagina met menu-instellingen af om de huidige menu-instellingen te bekijken en te controleren of deprinteropties correct zijn geïnstalleerd. Opmerking: Als u nog geen wijzigingen hebt aangebracht in de instellingen van de menu-items, worden op depagina met menu-instellingen alle standaardinstellingen weergegeven. Als u andere instellingen hebt geselecteerden opgeslagen in de menu's, worden de standaardinstellingen vervangen door door de gebruiker gekozenstandaardinstellingen. Een door de gebruiker gekozen standaardinstellingen blijft van kracht tot u het menu opnieuwopent, een andere waarde selecteert en deze opslaat. Raadpleeg voor het herstellen van de fabrieksinstellingen“Fabrieksinstellingen herstellen” op pagina 180. 1Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.

2Druk op op het bedieningspaneel van de printer. 3Druk op de pijltoetsen tot Rapporten wordt weergegeven en druk op. 4Druk op de pijltoetsen tot Pagina Menu-instellingen verschijnt en druk op. Pagina met netwerkinstellingen afdrukkenAls de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de netwerkaansluiting controleren door eennetwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie vanhet afdrukken via een netwerk. 1Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven. 2Druk op op het bedieningspaneel van de printer. 3Druk op de pijltoetsen tot Rapporten wordt weergegeven en druk op. 4Druk op de pijltoetsen tot Pagina Netwerkinstellingen wordt weergegeven en druk op. Opmerking: Als er een optionele interne afdrukserver is geïnstalleerd, wordt het bericht Netwerk Instell. pag. weergegeven.

Als bij Status wordt aangegeven dat de printer niet is aangesloten, is het mogelijk dat het LAN-aansluitpunt nietactief is of dat de netwerkkabel niet goed functioneert. Vraag de systeembeheerder om dit probleem op te lossenen druk daarna nog een pagina met netwerkinstellingen af. Extra installatieopties voor de printer36.

Gebruik de volgende aanwijzingen als u desoftware wilt installeren na de printerinstallatie:Windows1Sluit alle geopende softwareprogramma's.2Plaats de cd Software en documentatie in de computer.3Klik in het hoofddialoogvenster op Install (Installeren).4Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.Macintosh1Sluit alle geopende toepassingen.2Plaats de cd Software en documentatie in de computer.3Dubbelklik in de Finder op het cd-pictogram van de printer dat automatisch wordt weergeven.4Dubbelklik op het pictogram Install (Installeer).5Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogrammaNadat de printersoftware en eventuele opties zijn geïnstalleerd, is het wellicht nodig om de opties handmatig toete voegen in het printerstuurprogramma om deze beschikbaar te maken voor afdruktaken.Voor Windows-gebruikers1Klik op of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.2Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren Printerbeheer.3Druk op Enter of klik op OK.De printermap wordt geopend.4Selecteer de printer.5Klik met de rechtermuisknop op de printer en selecteer vervolgens Eigenschappen.6Klik op de tab Opties installeren.7Voeg onder Beschikbare opties eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.8Klik op Toepassen.Extra installatieopties voor de printer37

Voor Macintosh-gebruikersMac OS X versie 10.5 of later1Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.2Klik op Afdrukken & faxen.3Selecteer de printer en klik vervolgens op Opties & Supplies.4Klik op Stuurprogramma en voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.5Klik op OK.In Mac OS X versie 10.4 en eerder1Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.2Dubbelklik op Hulpprogramma's en dubbelklik vervolgens op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.3Selecteer de printer en kies vervolgens in het menu Printers de optie Info weergeven.4Selecteer Installeerbare opties in het pop-upmenu.5Voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe en klik vervolgens op Wijzigingen toepassen.Draadloos afdrukken instellenBenodigde gegevens voor het instellen van een printer op eendraadloos netwerkOpmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.•SSID: er wordt ook naar de SSID verwezen als de netwerknaam.•Draadloze modus (of netwerkmodus): de modus is infrastructuur of ad-hoc.•Kanaal (voor ad-hocnetwerken): het kanaal wordt standaard ingesteld op automatisch voorinfrastructuurnetwerken.Voor sommige ad-hocnetwerken is de instelling automatisch ook vereist.

Raadpleeg de systeembeheerder als uniet zeker bent over het kanaal dat u moet selecteren.•Beveiligingsmethode: er zijn drie opties voor de beveiligingsmethode:–WEP-sleutelAls uw netwerk meerdere WEP-sleutels gebruikt, kunt u er maximaal vier opgegeven in de daarvoor bestemdeplaatsen. Selecteer de sleutel die momenteel wordt gebruikt op het netwerk door de standaardsleutel voorWEP-verzending te selecteren.of–WPA- of WPA2-wachtwoordenWPA bevat codering als een extra beveiligingsniveau. U kunt kiezen uit AES of TKIP. Codering moet op derouter en op de printer zijn ingesteld voor hetzelfde type anders kan de printer niet communiceren op hetnetwerk.Extra installatieopties voor de printer38

–Geen beveiligingAls uw draadloze netwerk geen beveiliging gebruikt, hebt u geen beveiligingsgegevens.Opmerking: het is onverstandig om een niet-beveiligd draadloos netwerk te gebruiken.Als u de printer installeert op een 802.1X-netwerk met de geavanceerde methode, hebt u wellicht de volgendegegevens nodig:•Verificatietype•Interne-verificatietype•802.1X-gebruikersnaam en -wachtwoord•CertificatenOpmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor meer informatie over hetconfigureren van de 802.1X-beveiliging.Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows)Controleer het volgende voor u de printer installeert op een draadloos netwerk:•In uw printer is een optionele draadloze kaart geïnstalleerd.•Het draadloze netwerk is geconfigureerd en functioneert correct.•De computer die u gebruikt is aangesloten op het draadloze netwerk waarop u de printer wilt installeren.1Sluit het netsnoer aan en schakel de printer in.

Sluit de USB-kabels pas aan als dit op het scherm wordt aangegeven.2Plaats de cd Software en documentatie in de computer.3Klik op Install (Installeren).4Klik op Agree (Akkoord).5Klik op Suggested (Aanbevolen).6Klik op Wireless Network Attach (Aangesloten op draadloos netwerk).7Sluit de kabels aan in de onderstaande volgorde:aSluit tijdelijk een USB-kabel aan tussen de computer op het draadloze netwerk en de printer.Opmerking: nadat u de printer hebt geconfigureerd, wordt in de software aangegeven dat u de tijdelijkeUSB-kabel kunt losmaken, zodat u draadloos kunt afdrukken.bAls de printer beschikt over een faxfunctie, sluit u de telefoonkabel aan.8Volg de aanwijzingen op het scherm om de software-installatie te voltooien.9Als u voor andere computers op het draadloze netwerk het gebruik van de draadloze printer wilt instellen, moetu stap 2 tot en met 6 en stap 8 volgen voor elke computer.Extra installatieopties voor de printer40

De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh)Configuratie van de printer voorbereiden1Zoek naar het MAC-adres op het blad dat bij de printer is geleverd.

Noteer hieronder de laatste zes cijfers van hetMAC-adres:MAC-adres: ___ ___ ___ ___ ___ ___2Sluit het netsnoer aan op de printer, daarna op een geaard stopcontact en zet vervolgens de printer aan.Voer de printerinformatie in1Open de opties voor AirPort.Mac OS X versie 10.5 of lateraKlik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.bKlik op Netwerk.cKlik op AirPort.In Mac OS X versie 10.4 en eerderaKlik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.bDubbelklik in de map Toepassingen op Internetverbinding.cKlik in de werkbalk op AirPort.2Selecteer afdrukserver xxxxxx in het pop-upmenu Netwerk, waarbij de x-en voor de laatste zes cijfers van hetMAC-adres staan op het vel met het MAC-adres.3Open de Safari-browser.4Kies Toon in het menu Bladwijzers.5Selecteer Bonjour of Rendezvous bij Verzamelingen en dubbelklik op de printernaam.Opmerking: in Mac OS X wordt naar de toepassing verwezen als Rendezvous, maar nu wordt deze Bonjourgenoemd door Apple Computer.6Ga vanaf de hoofdpagina van de Embedded Web Server naar de pagina met de gegevens van het draadlozenetwerk.Extra installatieopties voor de printer41

Printer configureren voor draadloze toegang1Typ de netwerknaam (SSID) in het betreffende veld.2Selecteer de netwerkmodus Infrastructuur als u een draadloze router gebruikt.3Selecteer het type beveiliging dat voor het draadloze netwerk wordt gebruikt.4Voer de beveiligingsgegevens in die nodig zijn om de printer toe te voegen aan het draadloze netwerk.5Klik op Indienen.6Open de toepassing AirPort op de computer:Mac OS X versie 10.5 of lateraKlik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.bKlik op Netwerk.cKlik op AirPort.In Mac OS X versie 10.4 en eerderaKlik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.bDubbelklik in de map Toepassingen op Internetverbinding.cKlik in de werkbalk op AirPort.7Selecteer uw draadloze netwerk in het pop-upmenu Netwerk.Computer configureren voor draadloos gebruik van de printerAls u wilt afdrukken op een netwerkprinter, moet elke Macintosh-gebruiker een aangepast PPD-bestand (PostscriptPrinter Description) installeren en een afdrukwachtrij maken in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.1Installeer een PPD-bestand op de computer:aPlaats de cd Software en documentatie in het cd- of dvd-station.bDubbelklik op het installatiepakket voor de printer.cKlik in het welkomstvenster op Doorgaan.dKlik nogmaals op Doorgaan nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.eLees de licentieovereenkomst door, klik op Doorgaan en klik vervolgens op Akkoord om akkoord te gaanmet de voorwaarden van de overeenkomst.fKies een bestemming en klik op Doorgaan.gKlik in het scherm voor eenvoudige installatie op Installeren.hVoer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK.Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd.iKlik op Sluiten wanneer de installatie is voltooid.2Voeg de printer toe:aVoor afdrukken via IP:Mac OS X versie 10.5 of later1Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.2Klik op Afdrukken & faxen.Extra installatieopties voor de printer42

3Klik op +.4Selecteer de printer uit de lijst.5Klik op Toevoegen.In Mac OS X versie 10.4 en eerder1Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.2Dubbelklik op de map Hulpprogramma's.3Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.4Kies Voeg toe in de printerlijst.5Selecteer de printer uit de lijst.6Klik op Toevoegen.bVoor afdrukken via AppleTalk:In Mac OS X versie 10.51Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.2Klik op Afdrukken & faxen.3Klik op +.4Klik op AppleTalk.5Selecteer de printer uit de lijst.6Klik op Toevoegen.In Mac OS X versie 10.4 en eerder1Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.2Dubbelklik op de map Hulpprogramma's.3Dubbelklik op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.4Kies Voeg toe in de printerlijst.5Selecteer het tabblad Standaardbrowser.6Klik op Meer printers.7Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.8Selecteer Lokale AppleTalk-zone in het tweede pop-upmenu.9Selecteer de printer uit de lijst.10 Klik op Toevoegen.De printer op een bedraad netwerk installerenGebruik de volgende aanwijzingen om de printer op een bedraad netwerk te installeren.

Deze instructies geldenvoor ethernet- en glasvezelnetwerkverbindingen.Controleer het volgende voor u de printer installeert op een bedraad netwerk:•U hebt de eerste installatie van de printer voltooid.•De printer is op uw netwerk aangesloten met het juiste type kabel.Voor Windows-gebruikers1Plaats de cd Software en documentatie in de computer.Wacht totdat het welkomstscherm wordt weergegeven.Extra installatieopties voor de printer43

Als de cd niet binnen een minuut start, gaat u als volgt te werk:aKlik op of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren. bTyp bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren D:\setup. exe. Hierbij staat D voor de letter van uw cd- of dvd-station. 2Klik op Printer en software installeren. 3Klik op Akkoord om de licentieovereenkomst te accepteren. 4Selecteer Aanbevolen en klik vervolgens op Volgende. Opmerking: als u de printer wilt configureren voor gebruik met een statisch IP-adres via IPv6 of printers wiltconfigureren via scripts, kiest u Aangepast en volgt u de aanwijzigen op het scherm. 5Select Aangesloten op bedraad netwerk en klik op Volgende. 6Selecteer de printerfabrikant in de lijst. 7Selecteer het printermodel in de lijst en klik op Volgende. 8Selecteer de printer in de lijst met gevonden netwerkprinters en klik op Voltooien.

Opmerking: als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven, klikt u op Poort toevoegen en volgt u deaanwijzingen op het scherm. 9Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien. Voor Macintosh-gebruikers1Stel in dat de DHCP-server van het netwerk een IP-adres toewijst aan de printer. 2Druk vanaf de printer de pagina met netwerkinstellingen af. Zie “Pagina met netwerkinstellingen afdrukken” oppagina 36 voor meer informatie over het afdrukken van een pagina met netwerkinstellingen. 3Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adresin het TCP/IP-gedeelte. U hebt het IP-adres nodig als u de toegang voor computers configureert die zich op eenander subnet bevinden dan de printer. 4Installeer de stuurprogramma's en voeg de printer toe.

aInstalleer een PPD-bestand op de computer:1Plaats de cd Software en documentatie in het cd- of dvd-station. 2Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer. 3Klik in het welkomstvenster op Doorgaan. 4Klik nogmaals op Doorgaan nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.

5Lees de licentieovereenkomst door, klik op Doorgaan en klik vervolgens op Akkoord om akkoord te gaanmet de voorwaarden van de overeenkomst. 6Kies een bestemming en klik op Doorgaan. 7Klik in het scherm voor eenvoudige installatie op Installeren. 8Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd. 9Klik op Opnieuw opstarten wanneer de installatie is voltooid. bVoeg de printer toe:•Voor afdrukken via IP:Extra installatieopties voor de printer44.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Toshiba e-STUDIO 430P stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden