Toolcraft LDM D30 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Toolcraft LDM D30 (140 pagina’s), behorend tot de categorie Detector. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Toolcraft LDM D30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/140
Bedienungsanleitung
2-in-1 Laser Detektor
Best.-Nr. 2331524Seite 2 - 36
Operating Instructions
2-in-1 Laser detector
Item No. 2331524Page 37 - 68
Notice d’emploi
Détecteur laser 2-en-1
N° de commande 2331524Page 69 - 103
Gebruiksaanwijzing
2-in-1 laser detector
Bestelnr. 2331524Pagina 104 - 137

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Toolcraft
Categorie: Detector
Model: LDM D30

Handleiding Toolcraft LDM D30 – volledige tekst

Inhoudsopgave Pagina1. Inleiding. 1062. Verklaring van de symbolen. 1063. Beoogd gebruik. 1074. Omvang van de levering. 1085. Eigenschappen en functies. 1086. Veiligheidsinstructies. 109a) Algemeen. 109b) Laserveiligheid. 110c) Elektrische veiligheid. 111d) Personen en product. 1127. Bedieningselementen. 113a) Functie leidingzoeker. 113b) Geïntegreerde laser-afstandsmeter. 1148. Ingebruikname. 114a) Opladen van de ingebouwde accu. 114b) Gebruik als leidingzoeker. 115c) In-/uitschakelen van de leidingzoeker. 115d) Werkwijze bij het leidingzoeken. 116e) Gebruik als laser-afstandsmeter. 125f) Aanwijzingen voor het uitvoeren van een meting. 126g) Enkelvoudige meting activeren. 127h) Continue meting (max. / min. ). 128i) Functiemodi via het functiemenu selecteren. 128104.

1. InleidingGeachte klant,Hartelijk dank voor de aankoop van dit product.Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen.Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik!Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be2. Verklaring van de symbolen Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken.

Het symbool met een uitroepteken in een driehoek duidt op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. U ziet het pijl-symbool waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. Neem de gebruiksaanwijzing in acht!106

3. Beoogd gebruikHet product beschikt over 2 hoofdfuncties. Enerzijds wordt het product gebruikt om te zoeken naar metalen (ferro- en non-ferrometalen, bv. wapeningsstaal, koperen buizen, spanningsloze elektrische leidingen, etc. ), houten balken en elektrische wisselstroomleidingen in wanden, plafonds en vloeren. Gelijkspanningen in verborgen elektrische leidingen worden herkend. Het product bepaalt de plaats van de middelpunten/-lijnen en dieptes van deze objecten in het te onderzoeken materiaal. Deze materialen kunnen gipsplaat, beton, baksteen met keramische tegels of hout zijn. Zie de desbetreffende hoofdstukken voor speciale beperkingen. Het product dient ook voor lasermeting van afstanden en oppervlaktemetingen. De meetwaarden kunnen bij elkaar opgeteld en van elkaar afgetrokken worden.

De hoogte kan trigonometrisch worden bepaald met behulp van de indirecte meetmethode (Pythagoreïsche meting). Continue metingen zijn eveneens mogelijk. Bovendien kunnen de resultaten worden bepaald uit verschillende meetwaarden volgens de stelling van Pythagoras. De meetresultaten worden uitgedrukt in metrische eenheden (meters, vierkante meters). Een ingebouwd geheugen slaat automatisch maximaal 30 meetwaarden op. Het product is alleen bedoeld voor gebruik in gesloten ruimtes, dus gebruik buitenshuis is niet toegestaan. Vermijd absoluut contact met vocht, bijv. in badkamers. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, kan het product beschadigd raken.

Bovendien kan bij verkeerd gebruik een gevaarlijke situatie ontstaan met als gevolg bijvoorbeeld kortsluiting, brand, elektrische schokken etc. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren.

6. VeiligheidsinstructiesLees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor het daardoor ontstane persoonlijke letsel of schade aan voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie.a) Algemeen• Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.• Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren.

Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.• Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, zware schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.• Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.• Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd opgeslagen of - tijdens het vervoer aan hoge belastingen onderhevig is geweest. - in de buurt staat van sterke magnetische velden, zoals in de buurt van machines of luidsprekers• Behandel het product met zorg.

Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.• Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.109

• Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een specialist of in een servicecentrum.• Als u nog vragen hebt die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere specialisten.b) Laserveiligheid• Bij gebruik van de laser dient er altijd op te worden gelet dat de laserstraal zo wordt geleid dat niemand zich in het projectiebereik bevindt en dat onbedoeld gereecteerde stralen (bijv. door reecterende voorwerpen) niet in ruimtes komen waarin zich personen bevinden.• Laserstraling kan gevaarlijk zijn als de laserstraal of een reectie onbeschermd in uw ogen komt. Informeer uzelf daarom voordat u het laserinrichting in werking stelt over de wettelijke bepalingen en voorzorgsmaatregelen betreffende de werking van een dergelijke laserapparaat.• Kijk nooit in de laserstraal en richt deze nooit op personen of dieren.

Laserstralen kunnen oogletsel tot gevolg hebben.• Zodra uw oog wordt getroffen door een laserstraal, meteen de ogen sluiten en uw hoofd wegdraaien van de straal.• Als uw ogen geïrriteerd zijn door laserstraling, voer dan in geen geval meer veiligheidsrelevante werkzaamheden uit, bijvoorbeeld werken met machines, werken op grote hoogte of in de buurt van hoogspanning. Bestuur, totdat de irritaties zijn verdwenen, ook geen voertuigen meer.• Richt de laserstraal nooit op spiegels of andere reecterende oppervlakken. De ongecontroleerd afgebogen straal zou personen of dieren kunnen raken.• Reecterende of glanzende oppervlakken in het toepassingsgebied moeten tijdens het gebruik van laserapparatuur worden afgedekt.• Open het apparaat nooit. Uitsluitend een geschoolde vakman, die vertrouwd is met de gevaren, mag instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.

• Het product is voorzien van een klasse 2 laser. In de levering zijn laserinstructieplaatjes in verschillende talen inbegrepen. Indien de sticker op de laser niet in uw landstaal is, bevestig dan de juiste sticker op de laser.62 0- 67 0n m• Voorzichtig - als er andere dan de in deze handleiding vermelde besturingen of methodes worden gebruikt, kan dit tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden.• Gebruik de laser alleen in een onder toezicht staande ruimte. Sluit, indien mogelijk, openbare ruimten waar lasers worden gebruikt af met hekwerk en scheidingswanden en markeer het gebied met waarschuwingsborden.• Gebruik de laser niet op ooghoogte (1,40 tot 1,90 m).• Kijk tijdens het gebruik nooit direct in de bron van de laserstraal. De felle lichtitsen kunnen tijdelijk verlies van het gezichtsvermogen veroorzaken.

Bovendien kunnen bij mensen die hier gevoelig voor zijn onder bepaalde omstandigheden epileptische aanvallen worden veroorzaakt. Dit geldt met name voor epileptici.• Gebruik geen optische instrumenten (loep, microscoop, verrekijker) voor het bekijken van de laserstraal of zijn reecties.c) Elektrische veiligheid• Zorg dat elektrische apparaten niet met vloeistof in contact komen. Zet voorwerpen waar vloeistof in zit niet naast het apparaat. Mocht er toch vloeistof of een voorwerp in het apparaat terecht zijn gekomen, schakel dan het betreffende stopcontact stroomloos (zet bijv. de aardlekschakelaar uit) en trek vervolgens de stekker uit het stopcontact. Het product mag daarna niet meer worden gebruikt; breng het naar een servicecentrum.111

d) Personen en product• De elektromagnetische straling van dit meetapparaat kan de werking van medische apparaten zoals pacemakers of gehoorapparaten beïnvloeden.• Gebruik het meetapparaat niet in de buurt van medische apparatuur.• Gebruik het meetapparaat niet in vliegtuigen.• Voorkom het binnendringen van water in het apparaat en de directe bestraling van het product met zonlicht.• Gebruik het product nooit meteen nadat het vanuit een koude naar een warme ruimte is overgebracht. De condens die hierbij ontstaat kan in bepaalde gevallen het product onherstelbaar beschadigen. Laat het product eerst op kamertemperatuur komen voordat u het aansluit en gebruikt.

Dit kan eventueel enkele uren duren.• De detectieresultaten worden aanzienlijk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals apparaten die een sterk magnetisch veld of elektromagnetisch veld opwekken, maar ook door factoren zoals vochtigheid, metalen bouwmaterialen en de aluminium coating van isolatiematerialen. De geleidbaarheid van behang, tapijt of tegels heeft ook invloed op de detectieresultaten.• Het gebruik of de bediening van de lasermeting en leidingzoeker in de buurt van bijvoorbeeld een magnetron kan de nauwkeurigheid van de resultaten beïnvloeden.• Draag bij het gebruik van het product geen sieraden zoals ringen of horloges.

Metalen voorwerpen in de buurt van het apparaat kunnen leiden tot onnauwkeurigheden in de resultaten.• Beweeg het product bij het lokaliseren altijd met gelijkmatige druk over het oppervlak zonder het van het oppervlak op te tillen.• Pas op dat u het te scannen oppervlak niet met uw vingers aanraakt.• Raak het apparaat of een te scannen oppervlak niet aan met uw hand of een ander deel van uw lichaam.• Voer uw zoekopdracht altijd langzaam uit om een maximale nauwkeurigheid en detectiegevoeligheid te garanderen.112

• Gebruik het product niet in een explosieve omgeving waar ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof aanwezig zijn. Er kunnen vonken in het product ontstaan die het stof of de dampen doen ontbranden.• Omgevingsinvloeden zoals luchtvochtigheid of de nabijheid van andere elektrische apparaten kunnen de nauwkeurigheid van het apparaat nadelig beïnvloeden. De toestand en hoedanigheid van de wanden (bijv. vocht, metaalhoudend bouwmateriaal, geleidend behang, isolatiemateriaal, tegels) en het aantal, de soort, de grootte en de positie van de objecten kunnen het resultaat van de plaatsbepaling vertekenen.7. Bedieningselementena) Functie leidingzoeker1 Detectieknop hout (detecteert ook andere niet-metalen materialen)2 Aan/uit-knop3 Detectieknop metaal/wisselspanning113

b) Geïntegreerde laser-afstandsmeter456789104 Opening laserstraal5 Pijlknop links6 Knop ON / DIST / OK7 Knop C/Off8 Pijlknop rechts9 Micro-USB-oplaadpoort10 Lcd-display8. Ingebruiknamea) Opladen van de ingebouwde accu Waarschuwing! Gebruik een passende USB-oplader voor het opladen van de interne accu van het apparaat (5 V, ≥ 500 mA bij de uitgang).• Verbind de micro-USB-laadpoort (9) met een passende USB-oplader (niet meegeleverd).• Als het apparaat niet is ingeschakeld, knippert het laadsymbool tijdens het opladen.• Als het apparaat is ingeschakeld, wordt het laadsymbool tijdens het opladen samen met het bliksemsymbool weergegeven.• Als de interne accu volledig is opgeladen, verschijnt het laadsymbool als vol.114

b) Gebruik als leidingzoekerHoud de leidingzoeker zo in de hand, dat u het opschrift “Wall Detector” in de juiste richting kunt lezen. Bedien het apparaat met de knoppen naar u toe.1 Detectieknop hout (ook andere niet-metalen materialen)2 Aan/uit-knop3 Detectieknop metaal/wisselspanningc) In-/uitschakelen van de leidingzoeker Voordat u de lasermeter en leidingzoeker inschakelt, moet u ervoor zorgen dat het sensorbereik aan de onderkant niet vochtig is. Wrijf de multidetector indien nodig droog met een pluisvrije doek. Als de lasermeter en leidingzoeker aan een temperatuurwisseling is blootgesteld, wacht dan met het inschakelen tot het apparaat zich aan de omgevingstemperatuur heeft aangepast.• Om de lasermeter en leidingzoeker in te schakelen, drukt u kort op de knop aan/uit (2). Na een korte zelftest wordt de actuele testmodus weergegeven, als audiomeldingen zijn ingeschakeld.

• Als er ca. 5 minuten lang geen knop op het meetapparaat wordt ingedrukt en er worden geen objecten gedetecteerd, dan schakelt de lasermeter en leidingzoeker zichzelf automatisch uit om de batterij te sparen.d) Werkwijze bij het leidingzoeken• De lasermeter en leidingzoeker kan vanwege zijn constructie niet garanderen dat verborgen liggende objecten altijd worden gedetecteerd. Controleer om gevaren grotendeels uit te sluiten daarom vóór het boren, zagen of frezen in wanden, plafonds of vloeren ook altijd andere bronnen van informatie, zoals bouwtekeningen, foto’s uit de bouwfase en dergelijke. Een exacte plaatsbepaling kan door verschillende omgevingsinvloeden worden verhinderd of vertekend.

Het kan daarbij gaan om magneten, vocht, metalen bouwmaterialen, metaalfolie op isolatiemateriaal of geleidend behang met metaalpigment.• Plaats de lasermeter en leidingzoeker zo dicht mogelijk op het te onderzoeken oppervlak en beweeg hem langzaam in de richting van de x- en y-as.• Als het sensorbereik van het apparaat bij de plaatsbepaling in de niet-metaalmodus een niet-metalen object nadert, neemt de uitslag in de balkweergave (aantal weergegeven balken) toe. Als het zich van het te detecteren object verwijdert, neemt de uitslag af. Boven het midden van een object slaat de balkindicator maximaal uit. Als het te lokaliseren object zich onder het sensorbereik bevindt, verschijnt het detectiesymbool “Centre”.Centre• Bij de herkenning van metalen objecten in de metaalmodus wordt het symbool van het materiaaltype vergroot, hoe dichter de lasermeter en leidingzoeker bij het object komt.

• Markeer de positie van het verborgen object met een potlood, of bij gladde oppervlakken met een marker. Door afzonderlijke punten meerdere keren te detecteren en te markeren kunt u zo nodig bij benadering de randen van het verborgen object bepalen. Elektromagnetische straling in de nabije omgeving, bijvoorbeeld van wi-, mobiele telefoons, radar, zendmasten of microgolven, kan de plaatsbepaling beïnvloeden. Schakel de bronnen indien mogelijk uit wanneer u het apparaat gebruikt. 1Aanwijzingen voor de leidingzoeken• Het kan voorkomen dat de lasermeter en leidingzoeker vanwege verschillende omgevingsfactoren mogelijk niet automatisch gekalibreerd wordt. Dan kan er in bepaalde gevallen een verkeerde detectie optreden. Kalibreer in dat geval handmatig. Om handmatig te kalibreren, drukt u op de detectieknop voor hout (1) en wacht u tot de kalibratie is voltooid.

Het lcd-display (10) is weer zoals in afb. 7 in de paragraaf “Kalibreren in de detectiemodus voor niet-metalen” wordt weergegeven. • Als de lasermeter en leidingzoeker over een object van hout is gekalibreerd, beweegt u het apparaat uit het detectiebereik van het hout en start u de kalibratie opnieuw. • Als u foutieve scanresultaten krijgt, kan dit aan vocht in de wand of aan pas recent en nog niet volledig opgedroogde verf of behang liggen. Deze vochtigheid is mogelijk niet met het blote oog zichtbaar, maar hindert de detectie. Laat de wanden dan nog een paar dagen drogen om betrouwbare detectieresultaten te krijgen. • Het kan voorkomen dat oneffen oppervlakken of andere factoren ertoe leiden dat kleinere, metalen objecten niet in de detectiemodus voor niet-metalen worden gedetecteerd. Schakel dan over naar de metaalmodus om deze objecten te vinden.

• Wees altijd voorzichtig bij het spijkeren, frezen of boren in wanden, vloeren en plafonds, want de afmetingen en de diepte van de positie zijn niet absoluut gegarandeerd en kunnen van de werkelijke omstandigheden in het materiaal afwijken. 2Kalibreren in de detectiemodus voor metalen• Voor het kalibreren schakelt u de lasermeter en leidingzoeker in met de aan/uit-knop (2). 117.

• Druk vervolgens op de knop metaal/wisselspanning (3) om de metaalmodus in te schakelen.• Houd de lasermeter en leidingzoeker in een vrije ruimte zonder storende objecten of elektromagnetische velden. Een kalibratie is nodig, als de lasermeter en leidingzoeker dan toch metaal detecteert.• Om na deze korte kalibratietest te kalibreren, drukt u op de detectieknop metaal/wisselspanning (3) en houdt u de lasermeter en leidingzoeker zo lang voor u in de lege ruimte, verwijderd van allerlei storende metalen of houten voorwerpen en magneetvelden, tot het lcd-display (10) het symbool van een lege/vrije ruimte weergeeft. Dit symbool geeft aan dat het kalibreren met succes voltooid is.3Tips en aanwijzingen voor de metaaldetectie• In verschillende gevallen worden onder spanning staande kabels in wanden mogelijk niet nauwkeurig weergegeven.

Vertrouw daarom niet uitsluitend op de resultaten van de leidingzoeker om de positie en onder spanning staande en daardoor gevaarlijke kabels te lokaliseren. Andere detectiehulpmiddelen, zoals constructietekeningen of de herkenning van bekabelingen of buisaansluitpunten, moeten naast de detectie met dit apparaat ook worden gebruikt.• Als in de wand stroomvoerende kabels zijn gelegd, zorg er dan voor dat stroom, gas en water zijn uitgeschakeld voordat u met boor- of andere werkzaamheden begint waarbij u leidingen zou kunnen beschadigen.118

• Beton-, bakstenen- en keramische oppervlakken schermen elektrische velden gedeeltelijk af. Als u in deze materialen zoekt, wordt de herkenning van wisselstroomsignalen belemmerd. • Wisselstroomsignalen worden gemakkelijker herkend als een verbruiker op de gewenste geleider wordt aangesloten en wordt ingeschakeld. • Detectiesignalen van stroomvoerende kabels worden aan beide zijden van de eigenlijke kabel uitvergroot, zodat het bereik van de stroomvoerende kabels vaak veel groter lijkt dan dat van de werkelijke leiding. • Wisselstroomsignalen komen voornamelijk van stroomvoerende kabels en kunnen ook afkomstig zijn van statische of geïnduceerde elektriciteit in de omgeving. Als u voor een meting uw hand naast de lasermeter en leidingzoeker op de wand legt, kunt u eventueel aanwezige statische en inductieve elektriciteit aeiden.

• De signaalsterkte van een stroomvoerende geleider is afhankelijk van de diepte van de kabel. Voer daarom verdere metingen in de buurt uit of gebruik ook andere informatie om naar kabels te zoeken. • Voorzichtig. Niet-stroomvoerende maar onder spanning staande leidingen worden mogelijk als metalen voorwerpen herkend en dunne draden worden eventueel helemaal niet gevonden. 4Metalen objecten zoekenDe detectiediepte wordt weergegeven in het lcd-display (10). Deze is instelbaar van 20 tot 38 mm. De maximale detectiediepte voor verborgen metalen bedraagt 100 mm resp. voor andere metalen als volgt:Ferrometalen 100 mmNon-ferrometalen (meestal koper) 80 mmKoperleidingen (≥ mm2) 40 mmNiet-metalen objecten (meestal hout) 20 mm/38 mm De detectiediepte wordt bij het detectieproces op het lcd-display weergegeven.

De nauwkeurigheid van deze dieptewaarde is afhankelijk van de vorm en het materiaal van het gemeten metaal, de ruimtelijke positie/verdeling van het gemeten object ten opzichte van de lasermeter en leidingzoeker en van de materiaaleigenschappen van het gevonden object.

Ga als volgt te werk om metalen onderdelen of elektrische leidingen en kabels te detecteren:• Druk bij ingeschakeld apparaat op de knop (3) om naar de detectiemodus voor metaal te schakelen. De metaalmodus wordt weergegeven op het lcd-display.• Plaats de lasermeter en leidingzoeker met de onderkant op het te onderzoeken oppervlak.• Beweeg de lasermeter en leidingzoeker langzaam in één richting en schuif daarna in tegengestelde richting zonder de vingers op het te onderzoeken oppervlak te plaatsen (eerst van links en dan naar rechts of omgekeerd).• Als een metalen object wordt gedetecteerd, wordt een van de symbolen voor gedetecteerd metaal op het lcd-display (10) weergegeven. Tegelijkertijd wordt de gevonden materiaalsoort weergegeven.

Het metaalsymbool wordt geleidelijk groter als de lasermeter en leidingzoeker het metalen object nadert, of kleiner als het zich ervan verwijdert.• Herhaal deze procedure meerdere keren in verschillende richtingen (links naar rechts of omgekeerd) om een detectieresultaat te bevestigen en om een nauwkeurig resultaat te krijgen. Als de lasermeter en leidingzoeker zich dicht bij het metalen object bevindt, wordt op het lcd-display het metaalsymbool weergegeven.Detect metalDetect metalDetect metalDetect metalmagneticmagneticmagneticCentre Centre CentreAfb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Afb. 4Het gearceerde metaalsymbool in het midden geeft normaal gesproken magnetische materialen aan (“magnetisch”). Zonder arceringen werd het gevonden object als niet-magnetisch metaal herkend (“non-magnetisch”). Dergelijke objecten zijn meestal koperen buizen.

Als de lasermeter en leidingzoeker een materiaal als magnetisch of niet-magnetisch weergeeft, wordt de detectiediepte ook weergegeven. (Zoals afb. 1, 2 en afb. 3). Anders wordt de afstand vanaf het oppervlak niet weergegeven (zoals afb. 4).Als een elektrische geleider en elektrische wisselstroomsignalen gelijktijdig worden geregistreerd (zoals afb. 1), worden in een snelle volgorde tonen weergegeven. Het wisselstroomsymbool wordt eveneens weergegeven. Er is een wisselspanningsvoerende kabel gelokaliseerd.5Kalibreren in de detectiemodus voor niet-metalen• Voor het kalibreren schakelt u de lasermeter en leidingzoeker in met de aan/uit-knop (2).• Druk op de detectieknop hout (1) om de detectiemodus voor niet-metalen objecten in te schakelen. De actuele detectiemodus wordt met een gesproken melding aangegeven, als deze is ingeschakeld.• Het kalibreren begint automatisch.

Beweeg de lasermeter en leidingzoeker gedurende ca. 1-3 seconden niet en wacht tot de kalibratie is voltooid (zoals afb. 5 en 6 tonen), voordat u met het zoeken kunt beginnen.Calibrating pleas waitPlease move slowlyAfb. 5 Afb. 6 Afb. 76Tips en aanwijzingen voor het detecteren van niet-metalen objectenIn deze detectiemodus herkent de lasermeter en leidingzoeker objecten in gips-droogwanden, triplex, massief hout en gecoate houten wanden. Objecten in beton, mortel, bakstenen muren, onder tapijten, folie, metalen oppervlakken, tegels, glas of andere materialen met een ongelijkmatige dichtheid kunnen niet worden herkend.121

De detectiediepte en detectienauwkeurigheid variëren door het vochtgehalte, het materiaalgehalte, de wandstructuur en de veragen. In de niet-metalen detectiemodus herkent de lasermeter en leidingzoeker vooral niet-metalen objecten, voornamelijk hout. Het kan ook metalen en andere dichte materialen herkennen. Gebruik de metaalmodus om de metalen objecten nauwkeuriger te kunnen bepalen. 7Niet-metalen objecten zoekenDe instelling voor de detectiediepte wordt weergegeven in het lcd-display (10). Deze is instelbaar van 20 tot 38 mm. De maximale detectiediepte in de detectiemodus voor niet-metalen objecten is als volgt: - Niet-metalen objecten (meestal hout) 20 mm of 38 mm• Houd de detectieknop hout (1) gedurende enige tijd ingedrukt om tussen de exacte modus (tot 20 mm) en de diepteherkenningsmodus te schakelen. De instelling voor de detectiediepte wordt weergegeven in het lcd-display.

Ga als volgt te werk om niet-metalen objecten zoals houten balken te zoeken:• Druk op de detectieknop hout (1) om de detectiemodus voor niet-metalen objecten in te schakelen. De actuele detectiemodus wordt met een gesproken melding aangegeven, als deze is ingeschakeld. • De kalibratie begint automatisch. Beweeg de lasermeter en leidingzoeker gedurende ca. 1-3 seconden niet en wacht tot de kalibratie is voltooid. Lees hiervoor de paragraaf “Kalibreren in de detectiemodus voor niet-metalen”. • Bij het detecteren van niet-metalen objecten moet de lasermeter en leidingzoeker verticaal op de wand geplaatst worden. Plaats de lasermeter en leidingzoeker met de onderkant op het te onderzoeken oppervlak. • Beweeg de lasermeter en leidingzoeker langzaam in een richting (naar links of rechts) zonder uw vingers op het te onderzoeken oppervlak te plaatsen.

Druk niet te sterk op het oppervlak en til het apparaat niet op. Als een detectieobject gedetecteerd wordt, worden de betreffende symbolen op het lcd-display weergegeven.

Lees voor details van de symbolen het hoofdstuk “betekenis van de detectiesymbolen”. Tegelijkertijd krijgt u een melding over het gevonden materiaaltype (als de spraakuitvoer is uitgeschakeld, is niets te horen). De signaalsterkte van een gevonden object wordt in het lcd-display met behulp van balken (zie afb. 7 in de paragraaf “Kalibreren in de detectiemodus voor niet-metalen”) weergegeven. 122.

• Beweeg de lasermeter en leidingzoeker verder in dezelfde richting. Als het instrument het midden van het gevonden object weer verlaat, worden de signaalbalken (zoals afb. 7 toont) weer minder. Beweeg de lasermeter en leidingzoeker zo ver, tot er geen signaal meer aanwezig is. Het lcd-display (10) toont nu een beeld zoals in afb. 6. Het detectieproces is afgesloten. Herhaal deze procedure meerdere keren in verschillende richtingen (links naar rechts of omgekeerd) om de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling te verbeteren.

Als de lasermeter en leidingzoeker zich boven het midden van het gedetecteerde object (in een rechte hoek ten opzichte van het apparaat) bevindt, wordt op het lcd-display het symbool “Centre” boven de balk van de signaalsterkte weergegeven.• Markeer het gevonden middelpunt van het object op een geschikte manier om het later gemakkelijk terug te vinden.8Betekenis van de detectiesymbolenCentreABDCA Het symbool "Centre" geeft aan dat de lasermeter en leidingzoeker de maximale signaalsterkte heeft gevonden. Het gedetecteerde object bevindt zich dan in de nabije omgeving direct in midden onder de detector.B Dit symbool geeft de huidige detectiediepte numeriek in mm aan.123

C Het op deze plaats weergegeven symbool bepaalt het soort gedetecteerde object. In de niet-metalen detectiemodus kan onderscheid worden gemaakt tussen de volgende materiaalsoorten: Hout Klein object van staal Langer object van staal (bijv. frameproel in een gipskartonwand) Kabel van koper De lasermeter en leidingzoeker maakt geen onderscheid tussen kabels (koper) en kleine staalobjectenD Wisselspanningsvoerende kabel (AC)124

e) Gebruik als laser-afstandsmeterHoud de leidingzoeker zo in de hand, dat u het opschrift “Laser Distance meter” in de juiste richting kunt lezen. Bedien het apparaat met de knoppen naar u toe.456789104 Opening laserstraal5 Pijlknop links6 Knop ON / DIST / OK7 Knop C/Off8 Pijlknop rechts9 Micro-USB-oplaadpoort4D1A2B3C5E1A Acculading-indicator2B Meetreferentie3C Weergave van de meetmodus4D Weergave van de tussenwaarden5E Weergave van de hoofdwaarden125

1In-/uitschakelen in de afstandsmeetmodus Voordat u de lasermeter en leidingzoeker inschakelt, moet u ervoor zorgen dat het sensorbereik aan de onderkant niet vochtig is. Wrijf de multidetector indien nodig droog met een pluisvrije doek. Als de lasermeter en leidingzoeker aan een temperatuurwisseling is blootgesteld, wacht dan voor het inschakelen tot het zich aan de omgevingstemperatuur heeft aangepast.• Om de lasermeter en leidingzoeker in te schakelen, drukt u kort op de knop ON / DIST / OK (6) . Na een korte zelftest wordt de actuele testmodus aangegeven, als de gesproken melding is ingeschakeld. De lasermeter en leidingzoeker is klaar voor gebruik.• De uitgangsmeetmodus is de enkelvoudige meting. Wanneer de laser wordt geactiveerd, wees dan zeer voorzichtig en schijn geen laserlicht in de ogen van mensen of dieren of op reecterende oppervlakken.• Als er ca.

5 minuten lang geen knop op het meetapparaat wordt ingedrukt en er worden geen objecten gedetecteerd, dan schakelt de lasermeter en leidingzoeker zichzelf automatisch uit om de batterij te sparen.• De laser schakelt na ca. 20 seconden zonder gebruik uit. De energiebesparingsfunctie schakelt het apparaat automatisch uit als het apparaat 5 minuten niet gebruikt wordt. • Om het apparaat uit te schakelen, drukt u op de knop C/OFF (1). Het apparaat wordt uitgeschakeld.f) Aanwijzingen voor het uitvoeren van een meting• De laser worden gericht op de locatie waar gemeten moet worden. Er mogen geen objecten in de directe zichtlijn van de laser liggen.• Het apparaat compenseert de meting voor verschillende kamertemperaturen.

Laat het instrument zich kortstondig aanpassen aan de temperatuur van de locatie, vooral als u wisselt tussen meetlocaties met grote temperatuurverschillen.• Het apparaat kan slechts beperkt buitenshuis worden gebruikt. Bij sterk zonlicht mag het niet worden gebruikt.126

• De meetresultaten van buitenmetingen kunnen door regen, mist en sneeuw beïnvloed worden.• Onder ongunstige omstandigheden, zoals bij slecht reecterende oppervlakken kan de maximale afwijking groter dan normaal zijn. Tapijten, kussens of gordijnen reecteren de laser niet optimaal. Voer metingen uit op een vlakke ondergrond.• Metingen door glas (ruiten) kunnen de meetresultaten beïnvloeden.g) Enkelvoudige meting activeren• Druk op de knop ON/DIST/OK (6) om de laser in te schakelen. Als de omroepmodus is ingeschakeld, wordt het meettype aangegeven. De enkelvoudige meting is de uitgangspositie.• Om een afstand te meten (enkelvoudige meting), richt u de laserpunt op een vlak, niet-reecterend oppervlak. Tussen dit oppervlak en het apparaat wordt de directe of kleinste afstand gemeten.• Houd het apparaat stil en druk op de knop ON / DIST / OK (6) om de meting te starten.

• Een pieptoon bevestigt de actie. De meting is nu voltooid en het resultaat wordt op het lcd-display (10) weergegeven en akoestisch weergegeven.• Na elke volgende meting worden de laatste twee meetwaarden op de bovenstaande lijnen weergegeven. Verdere waarden worden in het meetwaardegeheugen opgeslagen. Als u meerdere malen hebt gemeten, wordt de meest recente meetwaarde altijd op de onderste regel (hoofddisplaygedeelte) weergegeven.4D1A2B3C5E1A Acculading-indicator2B Meetreferentie3C Weergave van de meetmodus4D Weergave van de tussenwaarden5E Weergave van de hoofdwaarden127

h) Continue meting (max. / min.)• Druk op de knop ON / DIST / OK (6) en houd deze ingedrukt om naar de continue meting te schakelen. Als de omroepmodus is ingeschakeld, wordt het meettype aangegeven. De richtlaser wordt geactiveerd. De maximum- en minimumwaarden worden in de regels van de hulpwaarden (D) weergegeven. De afstand wordt nu continu gemeten.• Druk op knop ON / DIST / OK (6) of op de knop C/OFF (7) om de continue meting te beëindigen. Na 3 minuten inactiviteit wordt deze functie automatisch beëindigd.i) Functiemodi via het functiemenu selecteren• Druk op de pijlknoppen links of rechts (5 of 8) om in het menu te schakelen. De omschakeling wordt bevestigd met een pieptoon.• Kies een meetmodus door op de pijlknoppen links of rechts (5 of 8) te drukken, tot het gewenste symbool is bereikt.• Druk op de knop ON / DIST / OK (6) om naar de gekozen meetmodus resp.

een instelling te schakelen. De omschakeling wordt bevestigd met een pieptoon. De additieve en subtractieve lengtemeting, de oppervlaktemeting, de eenvoudige en dubbele pythagoreïsche meting zijn beschikbaar. Opgeslagen meetgegevens (tot 30) kunnen worden opgevraagd. De referentiekant kan verschillend worden ingesteld, de maateenheden kunnen worden gewijzigd (meter m, inch in, voet ft) en de akoestische melding kan worden in- of uitgeschakeld.128

j) Meetwaarde verwijderen• Om de laatste meting te wissen, drukt u kort op de knop OFF/C (1).• De weergegeven meetwaarde wordt teruggezet. Meermaals drukken wist eerder gemeten waarden. Meetwaarden in het geheugen kunnen niet handmatig worden gewist.k) Additieve meting • Selecteer het functiesymbool van de additieve meting met de pijlknoppen links of rechts (5 of 8). • Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. Het symbool wordt na de omschakeling in het lcd-display (10) linksonder weergegeven.

De additieve meting is actief.• Meet de eerste afstand.• Meet de tweede afstand.• De meetwaarden worden opgeteld en de som wordt op de onderste regel, de weergave van de hoofdwaarden (E) weergegeven.• De additieve meting kan oneindig veel keer worden herhaald.• Druk op de knop C/OFF (7) om de waarden te wissen.l) Subtractieve meting • Selecteer het functiesymbool van de subtractieve meting met de pijlknoppen links of rechts (5 of 8). Het symbool wordt na een succesvolle omschakeling in het lcd-display (10) linksonder weergegeven.• Meet de eerste afstand.• Meet de tweede afstand.• De meetwaarden worden afgetrokken en het verschil wordt op de onderste regel, de weergave van de hoofdwaarden (E) weergegeven.• Druk de knop C/OFF (7) om de waarde te wissen. De subtractieve meting kan oneindig veel keer worden herhaald.129

m) Oppervlaktemeting • Selecteer het functiesymbool van de oppervlaktemeting met de pijlknoppen links of rechts (5 of 8). Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. Het symbool wordt na een succesvolle omschakeling in het lcd-display (10) linksonder weergegeven.• Meet de beide lengtes van een oppervlak haaks op elkaar.• Het apparaat vermenigvuldigt de meetwaarden automatisch en geeft het resultaat weer in de weergave van de hoofdwaarden (E).• Druk de knop C/OFF (7) om de waarde te wissen. De oppervlaktemeting kan oneindig veel keer worden herhaald.n) Indirecte meting (pythagoreïsche meting) Met behulp van de stelling van Pythagoras (a2+b2=c2) kan de hoogte van een object indirect berekend worden.

Let erop dat het uitgangspunt voor de verschillende metingen exact op dezelfde plaats zit.1Meting met twee referentiepunten • Selecteer het eerste functiesymbool van de indirecte meting met de pijlknoppen links of rechts (5 of 8). Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. Het symbool wordt na een succesvolle omschakeling in het lcd-display (10) linksonder weergegeven.• Meet nu de twee daarvoor nodige lengten. Neem voor de volgorde de volgende afbeelding als uitgangspunt.130

• De hoogte wordt automatisch berekend en het resultaat verschijnt in het weergavebereik van de hoofdwaarden (E).• Druk de knop C/OFF (7) om de waarde te wissen. De meting kan oneindig veel keer worden herhaald.2Meting met drie referentiepunten • Selecteer het tweede functiesymbool van de indirecte meting met de pijlknoppen links of rechts (5 of 8). Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. Het symbool wordt na een succesvolle omschakeling in het lcd-display (10) linksonder weergegeven.• Meet nu de drie daarvoor nodige lengten. Neem voor de volgorde de volgende afbeelding als uitgangspunt.• De hoogte wordt automatisch berekend en het resultaat verschijnt in het weergavebereik van de hoofdwaarden (E).• Druk de knop C/OFF (7) om de waarde te wissen.

De meting kan oneindig veel keer worden herhaald.o) Opgeslagen meetwaarden oproepen De laatste 30 meetresultaten worden automatisch in het geheugen opgeslagen. Om deze te bekijken, gaat u als volgt te werk: • Selecteer de geheugenfunctie. Het symbool verschijnt linksboven op het lcd-display (10).• Druk herhaaldelijk op de knoppen 5 of 8 om de opgeslagen meetwaarden weer te geven.131

• Druk op de knop C/OFF (7) om de geheugenfunctie te verlaten en in de enkelvoudige meting te schakelen.p) Keuze van de meetreferentie Na het inschakelen van het apparaat is de standaardmeting vanaf de onderrand van het apparaat. De lengte van het apparaat wordt, afhankelijk van de instelling, meegenomen in het weergegeven meetresultaat.Om de meetreferentiekant te wisselen doet u het volgende:• Selecteer de instelling van de referentiekant met de knoppen 5 of 8. Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. Een symbool van de meetreferentiekant ( of ) wordt in het lcd-display (10) links in het midden weergegeven. Op het lcd-display (10) wordt de actuele meetreferentiekant met een symbool weergegeven.

Een pieptoon bevestigt de omschakelfunctie.Uitgangspunt: AchterkantDe lengte van het apparaat is bij de meetwaarde inbegrepen.Uitgangspunt: VoorkantDe lengte van de behuizing is niet bij de meetwaarde inbegrepen. De instelling van de referentiekant blijft na het uitschakelen behouden en wordt bij de volgende inschakeling direct weer gebruikt.q) Maateenheden wijzigen U kunt de weergave-eenheid van een meetwaarde wijzigen.• Selecteer de instelling van de maateenheid met de knoppen 5 of 8. Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. De geselecteerde eenheid “in/ft” of “m” wordt op het lcd-display (10) achter een meetwaarde weergegeven. U kunt kiezen uit onderstaande eenheden: - “m” = meter - “ft” = voet / “in” = inch132

r) Gesproken melding in-/uitschakelen U kunt de gesproken melding van het meetapparaat in- of uitschakelen. De betreffende instelling wordt bij het uitschakelen niet teruggezet en blijft bij het opnieuw inschakelen behouden.• Selecteer de instelling van de akoestische melding met de knoppen 5 of 8. Druk op de knop ON / DIST / OK (6) ter bevestiging. Een van de symbolen of wordt op het lcd-display (10) weergegeven. De gesproken melding is ingeschakeld. De gesproken meldingen en pieptonen worden bij de bediening weergegeven. De gesproken melding is uitgeschakeld. Het meetapparaat geeft echter nog steeds pieptonen aan.9.

Problemen oplossenStoring Reden Mogelijke oplossingHet apparaat start niet.Te lage accuspanningAccu opladenSlecht contact Druk slechts licht op knop ON / DIST / OK (6).Laat het meetapparaat nakijken.Foutcode wordt weergegevenLees voor de betekenis van een foutcode in het hoofdstuk "Betekenis van de foutcodes".133

11. Onderhoud en reiniging Gebruik in geen geval agressieve reinigingsmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische producten omdat de behuizing beschadigd of de werking zelfs belemmerd kan worden.• Verbreek voor iedere reiniging de verbinding met de stroomvoorziening.• Gebruik voor de reiniging van het product een enigszins vochtig, pluisvrij doekje.• Raak de lens van het product niet met uw handen aan.• Gebruik een kleine borstel of een wattenstaafje bevochtigd met gedestilleerd water om de lasersensor te reinigen.• Bewaar en transporteer het meetapparaat uitsluitend in de meegeleverde tas.• Controleer de laadtoestand van de accu en laad deze regelmatig op.• Verander geen optische onderdelen van het product.12. Onderhoud• Het product is onderhoudsvrij.

Maak de buitenkant van de behuizing alleen maar schoon met een zacht, droog doekje of een penseel.• Bevestig geen stickers of dergelijke in het sensorbereik aan de voor- of achterkant van het product. • Laat het product alleen door gekwaliceerd personeel en alleen met originele reserveonderdelen repareren. Dit zorgt ervoor dat de multidetector veilig blijft werken.135

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Toolcraft LDM D30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden