TFA 35.1077 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van TFA 35.1077 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Weerstation. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen. Heb je een vraag over TFA 35.1077 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | TFA |
| Categorie: | Weerstation |
| Model: | 35.1077 |
| Kleur van het product: | Zilver |
| Afmetingen (B x D x H): | 150 x 30 x 160 mm |
| Min/Max temperatuur geheugen: | Ja |
| Vochtigheid meetbereik (buiten) (H-H): | 10 - 99 procent |
| Temperature measurement range (outside) (T-T): | -40 - 65 °C |
| Temperature measurement range (inside) (T-T): | 0 - 60 °C |
Handleiding TFA 35.1077 – volledige tekst
1. Inleiding Uw nieuw professioneel radiografisch weerstation bestaat uit een basisstationmet binnensensoren voor binnentemperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk enmeerdere buitensensoren voor het meten van buitentemperatuur, luchtvochtig-heid, windkracht en neerslaghoeveelheid. Zo beschikt u over veel informatie omtrent het klimaat en weer rond uw huis. Dit zorgt voor plezier en maakt nieuwsgierig naar meer. Lees de gebruiksaanwijzing niet alleen zorgvuldig maar bewaar ze ook. 1. 1 Functies• Draadloze transmissie (868 MHz) van buitentemperatuur, luchtvochtigheid,neerslaghoeveelheden en windsnelheid van de buitenzender naar de basis-station.
2. 3 WindsensorDe windsensor meet de windsnelheid en stuurt de gegevensnaar de thermo-hygro-sensor die de buitengegevens af-wisselend naar het basisstation stuurt. De thermo-hygro-sensorzorgt via kabel voor de stroomvoorziening. 2. 4 RegensensorDe regensensor meet de neerslaghoeveelheid en stuurt degegevens naar de thermo-hygro-sensor die de buitengegevensafwisselend naar het basisstation stuurt. De thermo-hygro-sensor zorgt via kabel voor de stroomvoorziening. 3. Ingebruikstelling • Plaats alle onderdelen in elkaars reikwijdte om het weerstation in gebruik tenemen en bevestig pas dan de onderdelen op een vaste plaats. 3. 1 Batterijen inzettenThermo-Hygro Sensor• Verwijder de beschermkap van de thermo-hygro-sensor. • Steek beide kabels in de passende aansluitingen. Opgelet, beide stekkers nietverwisselen.
• Open het batterijvak aan de achterkant van het basisstation en zet 3 x AA 1,5Valkalibatterijen in; sluit dan het deksel van het batterijvak weer. • Open het batterijvak van de thermo-hygro-sensor onder beide aansluitingen enzet 2 x AA 1,5V alkalibatterijen in. Sluit het deksel van het batterijvak weer. STRATOS – Radiografisch weerstation62Opmerking: Gebruik alkalibatterijen en geen oplaadbare batterijen. Let bij hetinzetten op de juiste de poolrichting van de batterijen. Vervang zwakke batte-rijen zo snel mogelijk en vermijd zo dat ze eventueel gaan lekken. Als de batterij in het basisstation ontladen is verschijnt het “Low Battery-teken” inde display. Attentie: Batterijen en technische apparaten mogen niet met het huisvuil wordenweggegooid. Breng ze naar de inzamelplaatsen of bij uw detaillist naar de daarvoorbestemde containers volgens de nationale of lokale bepalingen.
Ontvangst buitenwaarden en radiografische tijd (DCF)• Bij het inzetten van de batterijen in het basisstation hoort u een kort signaal enverschijnen gedurende 3 s alle LCD-schermsegmenten. Het station schakelt nunaar leermodus om de veiligheidscode van de sensoren te leren.
• Bij de eerste ingebruikstelling van de thermo-hygro-sensor (ook na het vervan-gen van de batterijen) gaat het LED- lampje gedurende 4 s aan. Controleer debatterijen indien het LED- lampje niet aangaat. • De sensor zendt gedurende 24 s de weergegevens, daarna wordt de ontvangstvan de radiografische tijd (DCF) geactiveerd. Terwijl de radiografische tijdwordt ontvangen (ca. 5 min) worden geen weergegevens gezonden. Het LED-lampje knippert 5 keer tot het DCF-radiosignaal wordt ontvangen. • Belangrijk: Tijdens de eerste 10 minuten, wanneer het station zich in leermodusbevindt, mag u geen toetsen indrukken. U kunt de buitenzenders buitenshuisaanbrengen zodra de buitenwaarden en de radiografische tijd op het schermverschijnen. Ontvangt u de radiografische tijd niet, kunt u de tijd ook hand-matig instellen.
Verschijnen geen buitenwaarden of hebt u op een toetsgedrukt voordat de buitenwaarden ontvangen werden, moet u de eerste in-gebruikstelling nog eens overdoen. Wacht 10 s vooraleer de batterijen weer inte zetten. Opmerking: Worden de batterijen van de thermo-hygro-sensor vervangen, heefthet basisstation ca. 3 uur nodig om nieuwe weergegevens te ontvangen. U kuntdeze tijd verkorten door de batterijen uit het basisstation te nemen en weer inte zetten. Dan gaan evenwel de opgeslagen gegevens verloren. Radiografisch tijdsignaal DCF:• De tijdbasis voor de radiografisch bestuurde tijd is een Cesium Atoom Klok vanhet Physikalisch Technische Bundesanstalt Braunschweig met een afwijking vanminder dan een seconde in een miljoen jaar. De tijd wordt gecodeerd uitgezon-den vanuit Mainflingen bij Frankfurt via het frequentiesignaal DCF-77 (77. 5 kHz)en heeft een zendbereik van ongeveer 1500 km.
Let alstublieft op het volgende:• De DCF-ontvanger voor de radiografische tijd is in de thermo-hygro-sensor inge-bouwd. Aanbevolen is een afstand van mogelijke storingsbronnen en gewapendbeton. • 's Nachts zijn atmosferische storingen over het algemeen minder ernstig en isontvangst in de meeste gevallen wel mogelijk. Een enkele ontvangst per dag isvoldoende om de tijdsafwijking onder 1 seconde te houden. • De ontvangst van het radiosignaal voor de tijd wordt dagelijks geactiveerd. Indien geen tijdcode werd ontvangen, verdwijnt de DCF ontvangstsymbool. Deontvangst wordt opnieuw geactiveerd en de handmatig ingestelde tijd bijgeslaagde ontvangst overschreven. 3. 2 Installatie• Controleer of van de gekozen plaats constante gegevensoverdracht mogelijk is. Installeer de zenders en het basisstation pas dan definitief. (Reikwijdte vrij veldmaximaal tot 100 meter.
4. LCD-scherm4. 1 LCD-overzichtDe volgende figuur toont alle schermsegmenten. Bij normaal gebruik ziet u deweergave niet in deze vorm. STRATOS – Radiografisch weerstation664. 2 WeersvoorspellingHet radiografisch weerstation gebruikt 4 verschillende weersymbolen (zonnig,halfbewolkt, bewolkt, regen). De weersymbolen tonen een weersverbetering of -verslechtering uitgaande vande heersende weersomstandigheden, wat nochtans niet met het weer van hetweersymbool hoeft overeen te stemmen. 4. 3 Aanduiding weertendensDe weertendenspijlen bevinden zich tussen de weersymbolen en geven aan ofde luchtdruk momenteel stijgt of daalt. Een pijl naar rechts betekent, dat deluchtdruk stijgt en beter weer te verwachten is. Een pijl naar links betekent, datde luchtdruk daalt en slechter weer te verwachten is.
De weersymbolen veranderen in functie van de actuele relatieve luchtdruk envan de veranderingen tijdens de laatste 12 uren. De tendenspijlen knipperenwanneer het weer verandert. De tendenspijlen blijven onveranderd op hetscherm staan wanneer de weersomstandigheden gedurende 3 uren stabielgebleven zijn. Voorbeelden voor wisselende weersymbolen:Opmerking bij de gevoeligheidswaarden van de weersymbolen:U kunt de drempelwaarde voor het aanduiden van een weersverandering zelfbepalen door een luchtdrukverandering tussen 2 - 4 hPa in te stellen (standaard2 hPa). Kiest u bijvoorbeeld 4 hPa, wordt een weersverandering pas zichtbaar naeen luchtdrukdaling of -stijging met 4 hPa. In gebieden met veelvuldige lucht-drukveranderingen dient de drempelwaarde hoger te worden ingesteld dan ingebieden met stabiele luchtdruksituatie. 4.
4 StormwaarschuwingU kunt de drempelwaarde voor een stormwaar-schuwing zelf bepalen door een luchtdrukdaling tussen4 - 9 hPa in te stellen (standaard 4 hPa). De storm-melder wordt actief zodra de luchtdruk binnen de 3 uren onder de drempelwaarde valt: het regen-symbool en de tendenspijlen knipperen gedurende drie uur. STRATOS – Radiografisch weerstation671. Tijd 2.
5. ProgrammamodusHet basisstation is met 5 toetsen eenvoudig te bedienen: SET, + , HISTORY,ALARM en MIN/MAX. Bovendien beschikt het toestel over vijf programmamodi: snelweergavemodus,instelmodus, alarmmodus, verloopmodus en min-maxmodus. Het toestel verlaat automatisch de programmamodus wanneer u op de HISTORYtoets drukt of langer dan 10 seconden op geen toets drukt. 5. 1 SnelweergavemodusIn de snelweergavemodus kunt u individuele weergegevens oproepen en zichsnel informeren. Is de normaalmodus actief, druk dan op de SET toets om hetgewenste weergavescherm op te roepen en op + of MIN/MAX om de gewenstewaarde te kiezen. 1. Buitentemperatuur / gevoelstemperatuur/ dauwpunt 2. Absolute luchtdruk / relatieve luchtdruk3. Windsnelheid / windvlaagsnelheid4.
Neerslaghoeveelheid 1 u / 24 u / 1 week / 1 maand / totaalHoudt u de SET toets 2 s ingedrukt terwijl de totale neerslaghoeveelheidgetoond wordt, wordt de waarde terug op 0. 0 mm gezet en worden vanaf nu deneerslaghoeveelheden samengeteld tot u ze weer terugzet. 5. 2 Instelmodus• Is de normaalmodus actief, houd dan de SET toets 3 s ingedrukt om de normaleinstelmodus op te roepen. • Gebruik in de instelmodus de + of MIN/MAX toets om de waarden te verande-ren. Houd in de instelmodus de toetsen ingedrukt om de versnelde weergave-modus te activeren. • Druk de SET toets om de volgende instellingen te kiezen:1. Tijdzone ±12 uur: De instelling van de tijdzone is vereist als het DCF-signaalkan worden ontvangen, maar de tijdzone van de DCF-tijd afwijkt (bijv. +1 =één uur later). 2. 12/24 uren tijdformaat3. Handmatige tijdinstelling (uren/minuten)4.
Kalenderinstelling (jaar/maand/datum, weekdag wordt berekend)5. Temperatuuraanduiding in °C of °F 6. Luchtdrukaanduiding in hPa of inHg7. Instelling relatieve luchtdruk van 919. 0 hPa - 1080. 0 hPa (standaard 1013. 2hPa). De relatieve luchtdruk geldt voor zeeniveau en moet voor de speci-fieke hoogte van uw woonplaats worden ingesteld.
• Is de verloopmodus actief, druk dan op de + of MIN/MAX toets om de geregis-treerde waarden van de laatste 24 uren in stappen van 3 uren op te roepen (3 u, -6 u, -9 u, -12 u, -15 u, -18 u, -21 u, -24 u). 5. 4 Alarmmodus• U kunt het weerstation zo instellen, dat een alarm afgaat wanneer bepaaldeweersomstandigheden optreden. Hiervoor kunt u voor veel parameters eenbovenste en onderste grenswaarde invoeren die niet over- of onderschredenmag worden. • Is de normaalmodus actief, druk dan op de ALARM toets om de invoermodusvoor de bovenste grenswaarde op te roepen. • Druk nu op de SET toets om de volgende parameters te kiezen. De bovenstegrenswaarde voert u met de + of MIN/MAX toets in. Houd in de instelmodus detoetsen ingedrukt om de versnelde weergavemodus te activeren. • Het bijhorend alarm activeert en deactiveert u met de ALARM toets.
Dauwpunt8. Luchtdruk9. Windsnelheid10. Windvlaagsnelheid11. Neerslaghoeveelheid 1 u12. Neerslaghoeveelheid 24 u• Is de normaalmodus actief, druk dan twee keer op de ALARM toets om deinvoermodus voor de onderste grenswaarde op te roepen. • Druk nu op de SET toets om de volgende parameters te kiezen. De onderstegrenswaarde voert u met de + of MIN/MAX toets in. Houd in de instelmodus detoetsen ingedrukt om de versnelde weergavemodus te activeren. Het bijhorendalarm activeert en deactiveert u met de ALARM toets. Naast de overeenkomstigewaarde op het scherm verschijnen of verdwijnen „LO AL“ en een alarmsymbool. 1. Wekalarm (uren/minuten, zelfde instelling voor onderste en bovenstegrenswaarde) 2. Vochtigheid binnenlucht3. Binnentemperatuur4. Vochtigheid buitenlucht5. Buitentemperatuur6. Gevoelstemperatuur7. Dauwpunt8. LuchtdrukSTRATOS – Radiografisch weerstation69TFA_No_35. 1077_Anleitung 12.
Opmerking: Drukt u voor de eerste keer op de ALARM toets, verschijnt “---“ in alleschermvelden. Later verschijnen de ingevoerde grenswaarden voor zover ze geactiveerdzijn. AlarmsignaalWordt de ingestelde alarmwaarde onder- of overschreden, hoort u gedurende120 s een alarmsignaal. De overeenkomstige waarde “HI AL” of “LO AL” en hetalarmsymbool knipperen zolang tot de weersomstandigheden weer binnen deingestelde grenswaarde liggen. U kunt het alarmsignaal met een willekeurigetoets uitschakelen. VoorbeeldDe ingestelde grenswaarde voor de dauwpunt werd overschreden:5. 5 Min-maxmodus• Is de normaalmodus actief, druk dan op de MIN/MAX toets om de maximum-modus op te roepen. • Met de + toets kunt u van de volgende parameters de hoogste waarden metdatum en tijd van registratie op het scherm oproepen.
Drukt u op de SET toetsterwijl de maximumwaarde verschijnt, wordt de maximumwaarde door deactuele waarde vervangen. 1. Vochtigheid binnenlucht2. Binnentemperatuur3. Vochtigheid buitenlucht4. Buitentemperatuur5. Gevoelstemperatuur6. Dauwpunt7. Luchtdruk8. Windsnelheid9. Windvlaagsnelheid10. Neerslaghoeveelheid 1 u11. Neerslaghoeveelheid 24 u12. Neerslaghoeveelheid per week13. Neerslaghoeveelheid per maand• Is de normaalmodus actief, druk dan twee keer op de MIN/MAX toets om deminimummodus op te roepen. • Met de + toets kunt u van de volgende parameters de laagste waarden metdatum en tijd van registratie op het scherm oproepen. Drukt u op de SET toetsterwijl de minimumwaarde verschijnt, wordt de minimumwaarde door de actuelewaarde vervangen. 1. Vochtigheid binnenlucht2. Binnentemperatuur3. Vochtigheid buitenlucht4. Buitentemperatuur5. Gevoelstemperatuur6. Dauwpunt7.
Frequentie: 868 MHz Meetinterval thermo-hygro-sensor: 48 sTijdsduur alarm: 120 s Temperatuur:Meeteenheid: °C/°F Meetbereik buiten: -40°…+65°C -40°…+149°F binnen: 0°…+60°C32°…+140°F (aanduiding OFL buiten het meetbereik)Onderscheiding: 0. 1°CNauwkeurigheid: ±1°CLuchtvochtigheidMeeteenheid: %RVMeetbereik: 10% tot 99%RV Onderscheiding: 1%Nauwkeurigheid: ±5% bij 20. 80%RVNeerslaghoeveelheidMeeteenheid: mm / duim Meetbereik: 0 - 9999mm0-393. 6 duim (aanduiding OFL buiten het meetbereik)Onderscheiding: 0. 1mm (neerslaghoeveelheid < 1000mm)1mm (neerslaghoeveelheid > 1000mm)Windsnelheid Meeteenheid: km/u, m/s, mpu, knopen, beaufortMeetbereik: 0~180km/u / 0-50 m/s, 0-111. 8 mpu (aanduiding OFL buiten het meetbereik)LuchtdrukMeeteenheid: hPa / inHgMeetbereik: 919hPa – 1080hPa27. 17-31. 90 inHgOnderscheiding: 0. 1hPaNauwkeurigheid: ±1. 5hPa BatterijenBasisstation: 3 x AA 1.
7. Garantie• Lees de gebruiksaanwijzing voor u het apparaat gebruikt. • Functioneert het station niet correct, herneem dan de ingebruikstelling vanafhet begin. Vervang de batterijen. • Houd het apparaat op een afstand van andere elektronische apparaten en grotemetaaldelen. • Vermijd extreme temperaturen, trillingen en directe weersinvloeden. • Het apparaat is geen speelgoed. Bewaar het buiten de reikwijdte van kinderen. • Het apparaat is niet geschikt voor medische doeleinden of voor openbare in-formatie, maar bestemd voor particulier gebruik. • Onvakkundige behandeling of niet geautoriseerd openen van het apparaat hefthet verlies van de garantie tot gevolg. • Deze gebruiksaanwijzing of gedeelten eruit mogen alleen met toestemming vanTFA Dostmann worden gepubliceerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met TFA 35.1077 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden