Teka GKST 80 I4 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Teka GKST 80 I4 (92 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 92 mensen. Heb je een vraag over Teka GKST 80 I4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Teka |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | GKST 80 I4 |
Foutcodes Teka GKST 80 I4
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| ER03 | Fout in sensorregeling - kookplaat kan niet meer worden uitgeschakeld | Onmiddellijk de huishoudszekering uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice |
Handleiding Teka GKST 80 I4 – volledige tekst
NL41Verwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal be-spaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet naar eenplaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correctemanier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijkvoor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnenvoordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meerdetails in verband met het recyclen van dit product, neemt u hetbest contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of dedienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkelwaar u het product hebt gekocht.
Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. Veiligheidsinstructies. 42 Voor aansluiting en werking. 42 Voor de kookplaat. 42 Voor personen. 42 Beschrijving van het apparaat.
42VeiligheidsinstructiesNLVeiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking • De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico vooruw veiligheid. Voor de kookplaat • Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingesteldekookstand de inductiekookplaat niet zonder toezichtgebruiken. • Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid vande kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daar-bij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken.
Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Schakel een kookzone na gebruik altijd met de min-toets uit. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij scheuren, barsten of een breuk in de keramische kookplaathet apparaat onmiddellijk buiten bedrijf stellen. Onmiddellijk dehuishoudzekering uitschakelen en contact opnemen met deklantenservice.
• Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de huishoud-zekering uitschakelen en contact opnemen met de klanten-service. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.
Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Al-les wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek. ) mogenniet op de inductiekookplaat worden gelegd omdat ze heetkunnen worden. Gevaar voor verbranding. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen direct onder de kookplaat leggen.
• Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen,kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaatheet worden. Opgelet, kans op verbranding. Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilve-ren ringen) geldt dit niet. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken. Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Als er zich in de woning huisdieren bevinden die aan de kook-plaat kunnen, moet de kinderbeveiliging worden geactiveerd.
• Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. Voor personen• Opgelet. Personen die niet vertrouwd zijn met de inbouwkookplaatmogen er alleen onder toezicht mee werken.
Kleine kinderensteeds uit de buurt houden en ervoor zorgen dat ze niet methet apparaat spelen. • Let op:De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden. • Personen met pacemakers of geïmplanteerde insulinepompenmoeten zich ervan verzekeren dat hun implantaten niet doorde inductiekookplaat worden beïnvloed (het frequentiebereikvan de inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz).
Beschrijving van het apparaatNL43Beschrijvingvanhetapparaat Het decor kan van de afbeeldingen afwijken. 1. Inductiekookzone links voor 2. Inductiekookzone links achter 3. Inductiekookzone rechts achter 4. Inductiekookzone rechts voor 5. Touch-Control-bedieningsveld 6. De keramische kookplaat 7. STOP-toets 8. Vergrendeltoets 9. Kookstandweergave 10. Select/Plus-toets 11. Min-toets (verlagen) 12. Timer-toets 13. Aan/Uit-toets 14. Aanwijzing automatische uitschakeling15. Symbool voor het aanwijzen van de kookzonepositie op dekeramische kookplaat16. Controlelampje voor het aanwijzen van de kookzonepositieop de keramische kookplaat 17. Gereedheidspunt van de kookzoneBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met devingertop een symbool op het keramische oppervlak even aan-raken.
foutmelding Als het gereedheidspunt brandt, kan de kookzone wordeningesteld.Vergrendeltoets (8)Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd.Stop-toets (7)Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.Timer-toets (12)Om de kooktijd te verhogen bij automatische uitschakeling(timer).
44BedieningNLBedieningDe kookplaatDe kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductie-spoel onder de keramische kookplaat wekt een elektromagne-tisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in debodem van de pan een warmtevormende stroom induceert. Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door eenverwarmingselement via de pan op de te koken gerechten over-gedragen; de nodige warmte wordt m. b. v. inductiestromen directin de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld – Energiebesparend koken door rechtstreekse energieover-dracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaarmateriaal zijn noodzakelijk), – meer veiligheid, omdat de energie alleen wordt doorgegevenals er een pan op de kookzone staat, – energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem meteen hoog rendement, – hoge opwarmsnelheid, – weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen doorde panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten bran-den niet vast, – snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer. PancontroleAls er geen of een te kleine pan op de kookzone staat, als dekookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet met energie voor-zien. Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordtde ingestelde stand ingeschakeld. De energietoevoer wordt on-derbroken als de pan wordt verwijderd.
PanherkenningsgrenzenGebruiksduurbeperkingDe inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeper-king. De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhanke-lijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking gereageerd heeft, wordt de kook-zone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aan-wijzing verschijnt een H. De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfs-duurbeperking, d. w. z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld alsde tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv.
auto-matische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is moge-lijk). Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. U hoort een signaaltoon en ER03 wordt aangetoond. Na eenpaar seconden wordt er uitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp vande sensoren verwijderen. Oververhittingsbeveiliging (inductie)Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kanbij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer vol-doende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica op-treden, wordt ev. het vermogen van de kookzone automatischgereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertem-peratuur regelmatig ER21 verschijnt, is de koeling waarschijnlijkonvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel of een ontbrekendeafscherming kunnen de oorzaak zijn. Ev. moet de inbouw wordengecontroleerd. Kookzonediameter(mm)Minimum diameterpanbodem (mm)16020090120IngesteldekookstandGebruiksduurbeperkingin uren1, 23, 456, 7, 8, 96541,5.
BedieningNL45Servies voor inductiekookplaatDe pannen die voor de inductiekookplaat worden gebruikt, moe-ten van metaal zijn, magnetische eigenschappen bezitten en eenvoldoende grote bodem hebben. Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor inductiegeschikt is. Zo kunt u vaststellen of uw pan geschikt is:Voer de hierna beschreven magneettest uit of kijk of de pan hetsymbool voor het koken met inductiestroom draagt. Magneettest:Ga met een magneet over de bodem van uw pan. Wordt de mag-neet aangetrokken, dan kunt u de pan op de inductiekookplaatgebruiken. Noot:Bij het gebruik van sommige pannen die geschikt zijn voor induc-tie, kunnen geluiden optreden, die te wijten zijn aan de bouw-wijze van deze pannen. Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaakt be-schadigingen aan de pan en aan de kookplaat.
De fabrikant kanhiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe inductiekookplaat en het kookservies om tegaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kookzone-diameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken.
In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweer-gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest-warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm tehouden. Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar al-leen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.
46BedieningNLBediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-)toets daarna de bediening van een volgende toets. De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend,anders wordt de keuze geannuleerd. De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehou-den worden. Kookplaat en kookzone inschakelen 1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergaven0 aantonen. De gereedheidspunten knipperen. De besturing is klaar voorgebruik. 2. Vervolgens op een select/plus-toets drukken (bijv. voor links voor). Het gereedheidspunt van de gekozen kookzone brandt. 3. Met de select/plus-toets of de min-toets een kookstand kiezen. Door de select/plus-toets wordt de kookstand 1 ingeschakeld, door demin-toets de kookstand 9. 4. Een metalen pan op de kookzone plaatsen.
Zolang er geen metalen pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt ergeen energie afgegeven. Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herhalen. Kookzone uitschakelen 5. Gereedheidspunt van de gekozen kookzone moet branden. Hiervoor ev. op de select/plus-toets drukken. 6. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave0 aantoont, ofb) één keer tegelijk op de min-toets en select/plus-toets drukken. De kookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, ofc) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uit-geschakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld). Kookplaat uitschakelen 7. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijkvan de instelling volledig uitgeschakeld. STOP-functieHet koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld.
Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld. 1.
Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijningesteld. 2. Op de STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstandenverschijnen na elkaar de letters S-T-O-P. 3. De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de STOP-toets endaarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) tedrukken. De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anderswordt de kookplaat uitgeschakeld. geschikt voor inductieSelect/Plus-toetsen Gereedheidspunt.
BedieningNL47Vergrendeling/kinderbeveiliging Door de vergrendeling kunnen de bediening en een instelling (bijv. kookstand4) worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd wordenbediend om de kookplaat uit te schakelen. De vergrendeling kan zowel met uitgeschakelde als met ingeschakelde kook-plaat worden geactiveerd. De geactiveerde vergrendeling blijft ook behoudenals de kookplaat uitgeschakeld is. Op die manier dient de vergrendeling ookals kinderbeveiliging om de kookplaat tegen al dan niet gewenste bedieningte blokkeren. Vergrendeling activeren1. Vergrendeltoets zolang aanraken tot u een signaaltoon hoort. Het vergrendelcontrolelampje brandt. De vergrendeling is geactiveerd, de toetsen zijn geblokkeerd. Vergrendeling uitschakelen2. Vergrendeltoets zolang aanraken tot u een signaaltoon hoort. Het vergrendelcontrolelampje gaat uit en de vergrendeling is uitgescha-keld.
Automatische uitschakeling (timer)Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 01tot 99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen engewenste kookstanden kiezen. 2. Op de Select/Plus-toets drukken. Het gereedheidspunt brandt. 3. Meteen daarna met de timer-toets (om te verhogen) de kooktijdinvoeren. Het controlelampje voor het aanwijzen van de kookzonepositie op dekeramische kookplaat brandt. Om te verlagen, op de min-toets drukken. Belangrijk: • Timer-controlelampjes kunnen alleen knipperen als de kookzones eerstwerden ingeschakeld (kookstand groter dan 0). • Met de timer-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toetsbij 60. • Door gelijktijdig aanraken van de timer-toets en min-toets wordt de instelling teruggezet (00). 4.
Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te program-meren, zo vaak op de timer-toets drukken tot het controlelampjevoor het aanwijzen van de kookzonepositie op de keramische kookplaatbrandt. 5.
Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd langeen signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een wille-keurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen • Om de afgelopen tijd (automatische uitschakeling) te controleren, zo vaakop de timer-toets drukken tot de timer-controlelamp voor degewenste kookzone knippert. De aangetoonde waarde kan afgelezen enveranderd worden. Automatische uitschakeling vervroegd wissen: de betreffende kookzone se-lecteren (timer-controlelampje knippert) en één keer tegelijk op de timer-toets en de min-toets drukken. GereedheidspuntControlelamp timerSelect/Plus-toetsen.
48BedieningNLAutomatisch aankokenBij de aankookautomatiek gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9.Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot8) teruggeschakeld.Bij het gebruik van de aankookautomatiek moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt.De aankookautomatiek is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet,op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet perma-nent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. Een kookzone in werking nemen. Het gereedheidspunt van de gekozenkookzone moet branden. Hiervoor ev. op een select/plus-toets drukken. 2. Kookstand 9 instellen. Door de select/plus-toets opnieuw aan te raken,wordt de aankookautomatiek geactiveerd.De kookstandweergave toont afwisselend A en 9. 3.
Meteen daarna met de min-toets een lagere kookstand 1 tot 8 kie-zen.A en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend. 4. De aankookautomatiek verloopt volgens de programmering. Na eenbepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort-gezet.Opmerkingen • Tijdens de aankookautomatiek kan met de select/plus-toets de doorkook-stand worden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordt deaankookautomatiek uitgeschakeld. • Behoudt men na activering van de aankookautomatiek de stand 9 en kiestmen geen lagere kookstand, wordt de aankookautomatiek na 10 sec. auto-matisch uitgeschakeld en stand 9 blijft behouden.IngesteldekookstandAankookautomatiektijd (min:sec)1234567891:003:004:486:308:302:503:304:30-
Reiniging en onderhoudNL49Reiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. De keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en verzorg de kookplaat een keer in de week grondigmet gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook-plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui-ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geenzandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed opde werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier-bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver-wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, inhet bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium-bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnenalleen maar moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen wor-den verwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en doorschurende panbodems wordt het decor in de loop van de tijdafgeschuurd en er ontstaan donkere vlekken.
50Wat te doen bij problemen. NL Wat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting be-staat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. Neem contact op met de klantenservice of een elektromonteur. De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.
• Zijn de sensoren vergrendeld (kinderbeveiliging), d. w. z. het controlelampje boven de vergrendeltoets brandt. • Zijn de tiptoetsen gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. • Wordt verkeerd servies gebruikt. Zie hoofdstuk „Servies voorinductiekookplaat”. De foutcode ER03 wordt aangetoond en er is gedurende eenbepaalde tijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen. Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond. Er is een technisch defect. A. u. b. contact opnemen met de ser-vice. De gebruikte kookpannen maken geluid. Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voorde inductiekookplaat of de pan.
De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen. Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld. De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden). Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden. De kookplaat heeft barsten of breuken.
MontagehandleidingNL51Montagehand leidingVeiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur • Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het aanrecht-blad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimum-afstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespec-teerd. • De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed.
Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gebracht omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onder-delen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkings-gevaar. Beluchting • De achterwand van de onderkast moet ter hoogte van de uit-sparing in het aanrechtblad open zijn zodat de lucht kan circu-leren. • De voorste dwarslijst van het meubel moet worden verwijderdzodat onder het werkblad over de volledige breedte van hettoestel een opening voor de luchtdoorlaat van min. 7 mm ont-staat.
• De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubelsof de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn zodat deinductieve gedeelten voldoende geventileerd worden. • Overmatige warmteontwikkeling langs onder, bijv. door eenoven zonder dwarsstroomventilator, moet worden vermeden. • Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie wordt gebruikt, magde inductiekookplaat niet worden gebruikt. MontageBelangrijke opmerkingen • Indien de kookplaat boven meubelgedeelten (zijwanden, ladene. d. ) ligt, moet een tussenbodem met een minimale afstandvan 20 mm t. o. v. de onderkant van de kookplaat worden inge-bouwd, zodat een toevallig contact niet mogelijk is. De tussen-bodem mag alleen met gereedschap kunnen wordenverwijderd.
• Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervormba-re voorwerpen direct naast de kookplaat worden geplaatst ofgelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet aanrechtblad of tussen het aanrechtblad en de muur vloei-stoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparatenkunnen indringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen aanrechtblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. )moet de pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt,worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbindingtussen kookplaat en aanrechtblad met plastische afdicht-materialen (kit) worden afgedicht. •De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven.
An-ders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwij-deren zonder ze te vernielen. Uitsparing in het aanrechtbladDe uitsparing in het aanrechtblad moet zo nauwkeurig mogelijkmet een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitge-zaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodater geen vocht kan binnendringen.
De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijkehoogte met het aanrechtblad liggen. Eventuele spanningen kun-nen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledigafsluit. De keramische kookplaat wordt ofwel met clips of met plaatstripsbevestigd.
MontagehandleidingNL52Clips • De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het aanrechtblad in-slaan. Door de horizontale aanslag isgeen aanpassing in de hoogte nodig. • Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het aanrechtblad liggen(breukgevaar vermijden). • De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (a), justeren (b) en vastclipsen(c). • Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage! Minimumafstand tot naburige wanden Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Kabeldoorvoer door de achterwand InbouwhoogtePlaatstrip • De kookplaat inzetten en justeren. • Onderlangs de plaatstrips met schroevenaan de voorziene bevestigingsgaten inzet-ten, justeren en vastzetten.
• De schroeven alleen met een schroeven-draaier met de hand vastzetten; geenelektrische schroevendraaier gebruiken. • Bij dunne aanrechtbladen op de juistepositie van de plaatstrip letten. Om de af-stand te compenseren moet een metri-sche schroef in de plaatstrip wordeningezet.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage! Minimumafstand tot naburige wanden Uitfreesmaat Buitenmaat kookplaat Kabeldoorvoer door de achterwand Inbouwhoogte
MontagehandleidingNL53Elektrische aansluiting • De elektrische aansluiting mag uitsluitend door eenerkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden na-geleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren. • Bij aansluiting en reparatie het apparaat met één van deze in-stallaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van het scha-kelelement aan de onderkant van het apparaat losgemaaktworden om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluitingmoet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding metde snoerklem beveiligd worden. • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • De ingebouwde aansluitkabel moet in geval van beschadigingdoor een speciale aansluitkabel van de fabrikant of zijn klan-tenservice worden vervangen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogens-elektronica worden vernield.
AansluitwaardenNetspanning: 400-415V 3N~, 50-60 HzNominale componentenspanning: 230 - 240VAansluitingsmogelijkhedenTechnische gegevensInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice. Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van dekookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. Afmetingen kookplaat hoogte/ breedte/ diepte. mm 50 x 600 x 510Kookzoneslinks voor. Ø cm / kW links achter. Ø cm / kWrechts achter. Ø cm / kWrechts voor. Ø cm / kW16/ 1,420/ 2,316/ 1,420/ 2,3Kookplaat totaal. kW 7,4Afmetingen kookplaat hoogte/ breedte/ diepte. mm 50 x 800 x 510Kookzoneslinks voor. Ø cm / kW links achter. Ø cm / kWrechts achter. Ø cm / kWrechts voor. Ø cm / kW16/ 1,420/ 2,316/ 1,420/ 2,3Kookplaat totaal. kW 7,4.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Teka GKST 80 I4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Teka
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis