Sym Orbit III Handleiding

Sym Scooter Orbit III

Bekijk gratis de handleiding van Sym Orbit III (25 pagina’s), behorend tot de categorie Scooter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 209 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Sym Orbit III of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/25
76
f
1. INHOUD
1.Inhoudsopgave ........................................................................................................... 76
2.Locatie Bedieningsorganen ........................................................................................ 78
3.Voor het rijden ............................................................................................................. 79
4.Veilig rijden ...................................................................................................................79
5.Rijden .......................................................................................................................... 80
6.Gebruik originele onderdelen ...................................................................................... 80
7.Gebruik van elk component ........................................................................................ 81
Sensoren .................................................................................................................... 81
Bediening van de contactschakelaar .......................................................................... 82
Bediening van de vergrendelknop van het stuur ......................................................... 82
Werking van brandstoftankdopschakelaar .................................................................. 82
Schakelaars ................................................................................................................ 83
Opbergruimte .............................................................................................................. 84
Haak veiligheidshelm .................................................................................................. 85
Benzinetankdop .......................................................................................................... 85
Remmen ..................................................................................................................... 85
8.Aandachtspunten en voorzorgen bij het starten .......................................................... 86
9.De beste manier om te vertrekken ..............................................................................87
Bediening van het gashendel ......................................................................................87
Parkeren ..................................................................................................................... 87
10.Inspectie en onderhoud voor het wegrijden ................................................................. 88
Dagelijkse inspectie .................................................................................................... 88
Motorolie controleren en vervangen ............................................................................88
Benzineniveau controleren ......................................................................................... 89
Transmissie olie controleren en vervangen ................................................................. 89
Vrije slag van de remmen controleren en afstellen .....................................................90
Schijfrem controle (naargelang het model) ................................................................. 91
Gashendel afstellen .................................................................................................... 92
Inspectie en onderhoud van de accu .......................................................................... 92
Banden controleren .....................................................................................................93
Stuur- en voorvork controleren .................................................................................... 93
Zekeringen controleren en vervangen ........................................................................ 94
Richtingaanwijzers en claxon controleren ................................................................... 94
Voor- en achterlichten controleren ..............................................................................94
Remlicht controleren ................................................................................................... 94

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Sym
Categorie: Scooter
Model: Orbit III

Handleiding Sym Orbit III – volledige tekst

76 f 1. INHOUD 1. Inhoudsopgave. 76 2. Locatie Bedieningsorganen. 78 3. Voor het rijden. 79 4. Veilig rijden. 79 5. Rijden. 80 6. Gebruik originele onderdelen. 80 7. Gebruik van elk component. 81 Sensoren. 81 Bediening van de contactschakelaar. 82 Bediening van de vergrendelknop van het stuur. 82 Werking van brandstoftankdopschakelaar. 82 Schakelaars. 83 Opbergruimte. 84 Haak veiligheidshelm. 85 Benzinetankdop. 85 Remmen. 85 8. Aandachtspunten en voorzorgen bij het starten. 86 9. De beste manier om te vertrekken. 87 Bediening van het gashendel. 87 Parkeren. 87 10. Inspectie en onderhoud voor het wegrijden. 88 Dagelijkse inspectie. 88 Motorolie controleren en vervangen. 88 Benzineniveau controleren. 89 Transmissie olie controleren en vervangen. 89 Vrije slag van de remmen controleren en afstellen. 90 Schijfrem controle (naargelang het model). 91 Gashendel afstellen.

79 3. VOOR HET RIJDEN Deze handleiding beschrijft het correcte gebruik van deze motorfiets, evenals veilig rijden, eenvoudige inspectiemethodes en controles van de motorfiets. Voor een veiliger en comfortabeler gebruik van de motorfiets is het noodzakelijk deze handleiding goed door te nemen. Vraag uw SYM dealer om de handleiding en lees de volgende hoofdstukken zorgvuldig:  Het juiste gebruik van demotorfiets.  Inspectie en onderhoud voor aflevering Bedankt voor uw keuze Om de prestaties van uw motorfiets op het juiste niveau te houden, is het belangrijk om periodiek onderhoud en controles door uw dealer te laten uitvoeren. Wij adviseren u om na 300 km rijden met uw nieuwe motorfiets naar de SYM dealer te gaan voor een controle en afstelling van uw motorfiets. Na de eerste beurt dient u om de 1000 km naar de dealer te gaan voor periodiek onderhoud.

 Wanneer de specificaties en de constructie van de motorfiets anders zijn dan de in deze handleiding afgebeelde motorfiets, dan gelden de specificaties en de constructie van uw motorfiets. 4. VEILIG RIJDEN Het is belangrijk dat u ontspannen en juist gekleed bent voordat u op de motorfiets stapt. Houdt u aan de geldende verkeersregels, handel voorzichtig in het verkeer, ga niet te snel, rij ontspannen. De meeste mensen rijden erg voorzichtig met een nieuwe motorfiets, maar worden snel roekelozer naarmate ze meer gewend raken aan de motorfiets. Dit roekeloze gedrag kan ongelukken veroorzaken.  Ter herinnering:  Draag altijd een goedgekeurde helm en draag deze op de correcte manier.  Loszittende kledij kan door de wind openwaaien en in de weg zitten bij de hendels, wat het veilig rijden kan beïnvloeden.  Draag dus kledij met aansluitende mouwen.

 Om brandwonden van de uitlaat te vermijden als u een passagier meeneemt. Let erop dat hij/zij de voeten op de pedalen zet.  Tijdens en na het rijden wordt de uitlaat heet: Let ook op als u een inspectie uitvoert of onderhoud pleegt als de scooter net uit staat.  Na het rijden is de uitlaat heet, kies een geschikte plaats om uw motorfiets te parkeren om te vermijden dat anderen zich kunnen branden aan de uitlaat. WAARSCHUWING: Het ombouwen van de motorfiets zal de structuur en het vermogen beïnvloeden en resulteren in een slecht werkend blok of een luide uitlaat, waardoor de motorfiets minder lang zal meegaan Bovendien zijn ombouwingen illegaal en niet conform met het originele design en de specificaties. Een verbouwde motorfiets wordt niet gedekt door de fabrieksgarantie. Vermijd dus om de motorfiets zelf te wijzigen.

80 5. RIJDEN  Neem een comfortabele houding aan waar alle delen van uw lichaam ontspannen zijn: armen, benen, tenen, handen, rug, zodat u zo snel mogelijk kunt reageren indien nodig.  De houding van de rijder is van groot belang voor de veiligheid. Houd het zwaartepunt van uw lichaam altijd in het midden van het zadel. Wanneer u te ver achterop zit, neemt de druk af en begint het stuur te schudden. Het is gevaarlijk om te rijden op een motorfiets met een onstabiel stuur.  Het zal veel makkelijker zijn om een bocht te nemen wanneer de rijder zijn lichaam naar binnen helt bij het draaien. Anderzijds zal de rijder een instabiel gevoel krijgen wanneer zijn lichaam en de motorfiets niet hellen.  Op ongelijke wegen met kuilen en hobbels kan uw motorfiets onstabiel worden.

Tracht de omstandigheden van de wegen op voorhand te achterhalen, minder snelheid en gebruik de kracht van uw schouders om het stuur te controleren.  Suggestie: Laad geen bagage op de treeplank, om de veiligheid niet te beperken en het stuurgedrag niet in gevaar te brengen. WAARSCHUWING: Het gevoel van de rijder aan het stuur is verschillend met of zonder lading. Wanneer u teveel gewicht op de motorfiets laadt zal deze onstabiel stuurgedrag vertonen wat de veiligheid beïnvloedt. Let dus op uw motorfiets niet te overladen. WAARSCHUWING:  Plaats geen ontvlambare materialen zoals vodden tussen de motor en de bedekking om te vermijden dat onderdelen vuur vatten.  Om schade te vermijden, laad geen voorwerpen op plaatsen die niet specifiek voor ladingen zijn bestemd.

SUGGESTIE Om de prestaties en de levensduur van uw motorfiets te optimaliseren en te verlengen: De eerste 1000 km is de inrijd periode voor de motorfiets en componenten. 6. GEBRUIK ORIGINELE ONDERDELEN Om de beste prestaties van uw motorfiets te garanderen moet de kwaliteit, het materiaal en de precisie van elk onderdeel overeenstemmen met de ontwerpeisen.

“SYM Originele onderdelen” zijn met dezelfde precisie geproduceerd als de rest van uw motorfiets. Geen enkel onderdeel wordt verhandeld indien het niet de designspecificaties volgt in overeenstemming met precieze engineering en een strenge kwaliteitscontrole. We raden u aan om “SYM Originele Onderdelen” te kopen van “SYM Erkende Dealers als u onderdelen moet vervangen. Als u goedkope of onechte onderdelen koopt in de handel kan de kwaliteit en duurzaamheid daarvan niet gewaarborgd worden. Niet originele onderdelen kunnen onverwachte problemen veroorzaken en de prestaties van de motorfiets verlagen.  Gebruik dus altijd SYM Originele Onderdelen om de maximale prestaties en levensduur van uw motorfiets te waarborgen.

81 7. GEBRUIK VAN ELK COMPONENT (Hieronder wordt de bediening beschreven van de SYM 4-takt luchtgekoelde scooter, die kan verschillen van de diverse individuele modellen. Gelieve hiervoor de eindpagina's van deze handleiding te raadplegen) §SENSOREN § De afbeelding van het paneel van de snelheidsmeter kan verschillen naar gelang van het model, maar deze bevindt zich op dezelfde plaats. WAARSCHUWING: Kunststof componenten zoals instrumentenpanelen, koplampen enz. niet schoonmaken met oplosmiddelen zoals benzine enz. om schade aan de componenten te voorkomen.  Snelheidsmeter: Geeft de motersnelheid of het motortoerental aan.  Odometer: Geeft de totaal afgelegde afstand aan.  Grootlicht lampje: Deze indicator gaat aan als het grote licht van de koplamp aan is.

 Richtingaanwijzerlampje (links/rechts): Dit lampje zal knipperen wanneer de linker- of rechter richtingaanwijzer wordt gehanteerd, respectievelijk links of rechts.  Brandstofmeter: Deze meter geeft weer hoeveel benzine er nog in de tank is. Deze gaat automatisch naar de “E” stand wanneer het contact uit staat (“OFF”).  Storinglampje Als er iets fout ging met de ECU/ECS, zal het waarschuwingslicht voortdurend oplichten. Brandstofmeter Odometer Snelheidsmeter Richtingaanwijzerlampje rechts Richtingaanwijzerlampje links Grootlicht lampje Storinglampje

82 §BEDIENING VAN DE CONTACTSCHAKELAAR § “ON” stand:  De motor kan gestart worden in deze stand.  De contactsleutel kan niet verwijderd worden. “OFF” stand:  De motor staat uit en kan niet gestart worden in deze stand.  De contactsleutel kan verwijderd worden. §BEDIENING VAN DE VERGRENDELKNOP VAN HET STUUR § “LOCK” stand (stuurslot)  Draai het stuur naar links en steek de sleutel in het contactslot, druk de contactsleutel neer en keer dan zachtjes naar links naar de “LOCK” stand.  In deze stand is het stuur geblokkeerd.  De contactsleutel kan verwijderd worden.  Voor het ontgrendelen draait u de sleutel eenvoudig van de “LOCK” stand naar de “OFF” stand §WERKING VAN BRANDSTOFTAKNDOPSCHAKELAAR§ "Benzinetankdop open” positie:  Hoe opent u de motorfiets: Steek uw contactsleutel in het contactslot en draai hem naar rechts.

 Om te sluiten: Druk de tankdop in en deze wordt automatisch vergrendeld. §BEDIENING VAN DE CONTACTSCHAKELAAR § “OPEN” stand:  Steek uw magnetische sleutel in het magnetische sleutelgat, en draai het naar rechts om het contactslot te openen. “GESLOTEN” stand: Om het sleutelgat van het contactslot te sluiten. Druk op het blokkeerplaatje van het contactslot en het contactslot kan worden afgesloten. Magnetische sleutel contactslot CONTACTSCHAKELAAR WAARSCHUWING:  Verzeker u ervan dat u uw sleutel in handen hebt voordat u het zadel vergrendelt. Magnetische sleutel

83 WAARSCHUWING:  Gebruik de contactsleutel niet wanneer de motor draait. Het contact naar “OFF” en “LOCK” draaien tijdens het draaien van de motor zou het elektrisch systeem afsluiten wat kan resulteren in een zwaar ongeval. Daarom mag het contact alleen afgezet worden wanneer de motorfiets volledig stil staat.  Verwijder steeds de sleutel en neem de sleutel altijd mee nadat u de motorfiets op het stuurslot hebt gezet en u uw motorfiets achterlaat.  Als de sleutel langere tijd op de „ON“ positie staat, terwijl de motor niet draait, kan de capaciteit van de accu minder worden. Dit kan invloed hebben op het starten van de scooter  Verzeker u ervan dat u uw sleutel in handen hebt voordat u het zadel vergrendelt. §SCHAKELAARS §  Elektrische startknop Dit is de startknop (schakelaar) om de motor te starten.

Met de hoofdschakelaar op “ON”, druk op deze knop om de motor te starten terwijl u de voor- of achterrem dichthoudt. WAARSCHUWING:  Laat deze knop meteen los na het starten van de motor, druk er niet meer op terwijl de motor draait om schade aan het blok te vermijden.  Dit is een beveiligingsmechanisme. De motor kan enkel gestart worden als de voor- of achterremhendel (pedaal) gebruikt wordt.  Schakelaar grootlicht/dimlicht Dit is de schakelaar voor de hoog en laagstralende koplamp. Druk op deze schakelaar om van grootlicht naar dimlicht en terug te schakelen. Dit symbool staat voor het grootlicht. Dit symbool staat voor het dimlicht. (gelieve met dimlicht te rijden in de bebouwde kom.) Elektrische startknop Claxon schakelaar Richtingaanwijzer schakelaar Lichtsignaal schakelen Schakelaar grootlicht/dimlicht

84 Bedieningsschakelaar motor starten  Lichtsignaalschakelaar Draai het contact op “ON” en druk deze knop neer. Het zadel gaat dan open. Deze knop keert terug naar de oorspronkelijke stand na het loslaten. Druk op het zadel om het automatisch te vergrendelen. Als het zadel vergrendeld is, controleer of het goed vergrendeld is door het lichtjes op te heffen.  Bedieningsschakelaar motor starten De schakelaarstand ziet u onder het zadel. “VERGRENDEL” stand: De motor staat uit en kan niet gestart worden in deze stand. “ONTGRENDEL” stand: Wanneer de contactschakelaar op "on" staat, staat de bedieningsschakelaar Starten op “off”. Druk de elektrische startknop in terwijl u de voor- of achterrem dichthoudt om de motor te starten. Claxon schakelaar Druk op deze knop wanneer het contact op “ON” staat en de claxon zal weerklinken.

 Richtingaanwijzer schakelaar Wanneer u links of rechts afdraait of van rijbaan verandert, moet u dit melden door gebruik van uw richtingaanwijzers Draai het contact op “ON” en schuif de richtingaanwijzer naar links of naar rechts. De richtingaanwijzers zullen knipperen. Om ze uit te zetten zet u de schakelaar gewoon weer in de oorspronkelijke stand. Een knipperend signaal aan de rechterkant toont aan dat u naar rechts wilt draaien. Een knipperend signaal aan de linkerkant toont aan dat u naar links wilt draaien. §OPBERGRUIMTE§  Deze ruimte bevindt zich onder het zadel.  Maximum laadgewicht:5kg.  Berg geen waardevolle spullen op in deze ruimte.  Controleer of het zadel afgesloten is nadat u het hebt dichtgeklapt.  Haal waardevolle spullen uit deze ruimte voor u uw motorfiets wast.

 Plaats geen warmtegevoelige zaken zoals vers voedsel in deze ruimte want deze wordt warm door de temperatuur van de motor Lichtsignaalschakelaar WAARSCHUWING:  Verzeker u ervan de sleutel bij te hebben nadat u het zadel hebt vergrendeld.

85 §HAAK VEILIGHEIDSHELM§  Zet de motorfiets uit en haak de kinriem van de veiligheidshelm vast aan de haak. §BENZINETANKDOP§ 1. Steek uw contactsleutel in het contactslot en draai hem naar rechts. De benzinetankdop zal automatisch opengaan. 2. Let op dat u niet meer tankt dan de maximum limiet. 3. De markering “△” moet op één lijn worden geplaatst met de markering “△” op de brandstoftank. Vervolgens draait u de brandstofdop rechtsom. WAARSCHUWING:  Zet de motorfiets stabiel op zijn hoofdstandaard, zet de motor uit en houd vlammen weg van de motorfiets tijdens het vullen.  Vul niet meer dan de maximaal toegelaten hoeveelheid. Anders zal de brandstof naar buiten vloeien via een opening in de dop waardoor de lak zou kunnen worden beschadigd en in ernstige gevallen; in ernstige gevallen; kan het brand veroorzaken waardoor de motorfiets afbrandt.

 Zorg dat de tankdop correct is afgesloten. §REMMEN§ Trek aan de rechter remhendel om de voorrem te activeren. Trek aan de linker remhendel om de voor- en achterrem tegelijkertijd te bedienen (CBS model).  Vermijd onnodig plots remmen.  Gebruik bij het remmen zowel de voor- als de achterrem.  Vermijd langdurig remmen want dit kan de remmen oververhitten en hun efficiëntie beïnvloeden.  Minder tijdig vaart en rem op tijd bij regenweer of op een glad wegdek. Maak geen plotselinge remmanoeuvres om slippen en vallen te voorkomen.  Door alleen de voorrem of alleen de achterrem te gebruiken, verhoogt men het risico op vallen, doordat de motorfiets naar één kant zal overhellen. 《Motorrem》 Draai het gashendel tot de oorspronkelijke stand en gebruik de motorrem.

Het is noodzakelijk om de rem afwisselend aan te trekken voor het voor- en achterwiel wanneer u een lange of steile helling afdaalt. WAARSCHUWING:  Maak geen gebruik van de helmhaak wanneer u rijdt, anders kunt u de motorfiets beschadigen en de helmhaakfunctie verliezen.

86 8. AANDACHTSPUNTEN EN VOORZORGEN BIJ HET STARTEN WAARSCHUWING:  Voordat u de motor start, controleert u of er voldoende olie en brandstof aanwezig is.  Als de motor wordt gestart, moet de hoofdstandaard stevig op de grond staan en de achterrem geactiveerd. Dit voorkomt dat de motorfiets plotseling naar voren schiet. 1. Draai de contactsleutel op de “ON” stand. 2. Trek de handrem aan van het achterwiel. 3. Versnel niet, druk op de starter knop als de rem geactiveerd is. [Wij geven om uw welzijn. Voordat u start, houdt u de handrem vast op het achterwiel. ] WAARSCHUWING:  Als de motor niet kan worden gestart na 3 tot 5 keer indrukken van de kickstarter, draait u gashendel 1/8~1/4 slag en drukt u de kickstarter opnieuw in voor eenvoudig starten.  Om schade aan de startmotor te voorkomen, mag de starterknop niet 15 seconden lang continu worden ingedrukt.

 Wanneer de motor na 15 seconden nog steeds niet start, wacht dan 10 seconden voor u opnieuw probeert.  Het is moeilijker om de motor te starten nadat hij een lange tijd stationair heeft gedraaid of wanneer u pas tankt nadat de tank volledig leeg was. U moet dan meerdere malen starten en het gashendel activeren om de motor te starten.  Bij een koude start kan het een aantal minuten duren voor de motor opwarmt.  De uitstoot bevat schadelijke gassen (CO), start daarom de motorfiets alleen op een goed verluchte plaats. 【Wanneer u de motor start met het gashendel. 】  Nadat stappen 1 tot 3 zijn voltooid, drukt u de kickstarter krachtig in met de voet, met gesloten gashendel.  Als de motor koud is en het starten moeilijk verloopt, draait u het gashendel 1/8~1/4. het starten gaat dan gemakkelijker.  Plaats de kickstarter terug in de beginpositie nadat de motor is gestart.

87 9. DE BESTE MANIER OM TE VERTREKKEN  gebruik de richtingaanwijzer voordat u wegrijdt en verzeker u ervan dat er geen voertuig achter u komt. U kunt dan wegrijden. §BEDIENING VAN HET GASHENDEL § Acceleratie: Om de snelheid op te voeren. Wanneer u op een hellend vlak rijdt draait u zachtjes aan het gashendel om de motor toe te laten rustig zijn kracht vrij te geven. Deceleratie: Om de snelheid te minderen. §PARKEREN §  bij het naderen van een parkeerplaats: 1. Zet tijdig uw richtingaanwijzer aan en let op de voertuigen voor en achter en links en rechts van u, benader dan rustig uw parkeerplaats. 2. Draai het gashendel tot de oorspronkelijke stand en gebruik de remmen op voorhand. (De remlichten zullen oplichten om naderend verkeer te waarschuwen).  Bij complete stilstand: 3. Zet de richtingaanwijzer uit en draai de contactsleutel naar de “OFF” stand om de motor uit te zetten. 4.

Stap van de motorfiets langs de linkerkant nadat u de motor hebt uitgeschakeld. Kies een parkeerplaats uit waar de motorfiets het verkeer niet hindert en het grondoppervlak effen is. Zet de motorfiets op zijn hoofdstandaard. 5. Houd het stuur met uw linkerhand vast en duw het voorste uiteinde van het zadel naar beneden of neem de parkeerhendel linksonder het zadel vast met de rechterhand. 6. Duw op de hoofdstandaard met uw rechtervoet en zet hem stevig op de grond. Ter herinnering: Zet het stuurslot op en verwijder de contactsleutel na het parkeren om te vermijden dat uw motorfiets wordt gestolen. WAARSCHUWING:  Parkeer uw motorfiets op een veilige plaats waar hij het verkeer niet hindert. Deceleratie Acceleratie

88 10. INSPECTIE EN ONDERHOUD VOOR HET WEGRIJDEN (Zie het locatie schema van de componenten voor de volgende componenten) §DAGELIJKSE INSPECTIE § Controle items Controle punten Motorolie Is er voldoende olie in de tank? Brandstof Hebt u voldoende benzine? Is het 90 Octaan of hoger? Rem Voor Staat van de remmen? (Vrije slag: 10~20mm) Achter Staat van de remmen? (Vrije slag remhendel: 10~20mm) Banden Voor Is de bandendruk correct? (Standaard: 1.75kg/cm2) Achter Is de bandendruk correct? (Standaard: 2.0 kg/cm2 voor 1 persoon, 2.25 kg/cm2 voor 2 personen) Stuur Vibreert het stuur abnormaal of draait het moeilijk? Snelheidsmeter, lichten en achteruitkijkspiegel Werken deze correct? Gaan de lichten aan? Is de achterkant goed zichtbaar? Montage van de onderdelen Zijn er geen losse schroeven of moeren? Afwijkingen Werden alle eerdere problemen opgelost?

WAARSCHUWING:  Wanneer u een probleem tegenkomt tijdens de routinecontrole, los dit dan eerst op voor u gaat rijden, laat indien nodig uw motorfiets nakijken en herstellen door een officiële “SYM dealer of erkend onderhoudspersoneel" indien nodig. §MOTOROLIE CONTROLEREN EN VERVANGEN §  CONTROLE: 1. Zet de motorfiets op een stabiele grond op de hoofdstandaard. Nadat de motor 3 tot 5 minuten uit staat kunt u de peilstok verwijderen. Veeg deze schoon en plaats hem opnieuw in de peilstokhouder (zonder hem te draaien). 2. Haal de peilstok eruit en check of het oliepeil tussen de minimum en maximum limiet staat.  Wanneer het oliepeil te laag is, vul dan bij tot de maximale limiet. (Controleer cilinder, carter, etc. op lekken.)

89 OLIE VERVANGEN  Vervang de olie na de eerste 300km en herhaal dit nadien om de 3000km.  Om steeds over het maximaal vermogen te beschikken controleert u om de 500km het oliepeil. Wanneer er niet genoeg olie is vult u bij tot aan de maximum limiet.  Motorolie: Gebruik SL/CFSAE 10W-30 grade of betere motorolie. Zo niet zal eventuele schade niet meer onder de garantie vallen  Olie capaciteit: 50cc: 0. 80 L(0. 70 L voor routine check) 125cc : 0. 95 L(0. 80 L voor routine check).  Gebruik de SAE 5W-40 bij een buitentemperatuur beneden 0°C. 【Kuisen van het oliefilter】 Draai de filterschroefeenheid van het element en verwijder het element. Verwijder vuil van de filter met een benzine- of lucht spuitpistool. OPGELET.  Het oliepeil zal niet correct weergegeven worden wanneer u de motorfiets op een oneffen oppervlak parkeert of meteen na het uitzetten van de motor.

 Wanneer u de motor uitzet zullen het blok en de uitlaat nog heet zijn. Let erop u niet te verbranden bij het controleren of het vervangen van de motorolie.  Als het oliepeil laag is na het vullen, controleert u of de motor lekt en vult u vervolgens weer olie bij.  Blijf uit de buurt van vonken en vlammen wanneer u olie bijvult. §BENZINENIVEAU CONTROLEREN§  Draai de contactsleutel naar de “ON” stand en controleer de indicatienaald op de benzinemeter om te zien of u nog voldoende benzine hebt.  De motor van deze motorfiets is verbruikt loodvrije benzine van 90 octaan of hoger.  Zet de motorfiets stabiel op zijn standaard, zet de motor uit en houd vlammen uit de buurt van de motorfiets tijdens het vullen.  Vul niet meer dan de maximaal toegelaten hoeveelheid.  Zorg dat de tankdop correct is afgesloten.

Vang de olie op in de meetbeker en controleer of er minder is. 50cc: (bij het demonteren:110c. c. /bij olieverversen: 100c. c. ). 125cc: (bij het demonteren:180c. c. /bij olieverversen: 170c. c. ).  OLIE VERVANGEN  zet de motor uit en plaats de motorfiets op zijn hoofdstandaard op een stabiele ondergrond. Verwijder de bout van de vulopening en de aftapbout en vang de olie op.  Installeer de aftapbout en draai hem vast. Vul met nieuwe transmissieolie, installeer de infusiebout en maak hem vast. (controleer of de bouten goed bevestigd zijn en of er geen lekken zijn).  Aanbevolen olie: Genuine SYM HYPOLD GEAR OIL (SAE 85W-140). Maximum limiet Oliefilter Filtermoer Minimum limiet.

90 §VRIJE SLAG VAN DE REMMEN CONTROLEREN EN AFSTELLEN§ CONTROLE: (Om de speling van de remmen te controleren moet de motor uitgeschakeld zijn).  Speling van de handrem voor voorwiel en achterwiel ◆ Bij het controleren van de handrem voor het voorwiel moet de speling (de afstand van de remhendel vanuit niet-remstand naar beginnende remstand) 10-20mm bedragen. Het is niet normaal wanneer het volledig dichtknijpen van de rem sponsachtig aanvoelt. Afstellen:﹙Trommelrem﹚  De inkeping van de stelmoer van de rem moet uitgelijnd worden met de “pin”. (zie figuur hieronder)  Draai aan de stelmoer van de achterrem- en voorremkabels totdat de speling binnen de aangegeven waarden valt  Na het afstellen trekt u de beiden remmen in totdat u de werking van de remmen voelt.  Meet de speling met een lineaal.

WAARSCHUWING: Als de vrije slag tussen 10~20 mm is, controleert u de slijtage-indicatoren van de voor en achterremmen. Als het pijltje op de remarm uitgelijnd is met de “△” op de remschijf, betekent dit dat de remvoering versleten is en onmiddellijk vervangen moet worden. 10~20 mm Pin Stelmoer Voor het verminderen van de speling De vrije slag vergroten Stelmoer Achterwiel trommeltype Voorwiel trommeltype

91 §SCHIJFREM CONTROLEREN§  Controleer de remvoering op lekken of schade, controleer met een schroefsleutel of een geschikt gereedschap of de aansluitpunten van de remvoering goed vastzitten en controleer of de remkabels beschadigd zijn door de trillingen van het stuur of door enig ander onderdeel. Als dit het geval is, brengt u uw motorfiets naar een officiële SYM dealer voor reparatie of onderhoud. (lek, schade, loszittende remvoering) (Controle van de remvoering vooraan)  controleer de rem achter de remklauw. Het remblok moet nieuwe voering krijgt als de slijtage indicator van de remblokken de schijfrem bereikt. (Controleer de hoeveelheid olie in de remolietank)  Parkeer de motorfiets op een effen ondergrond en controleer of het vloeistof peil onder het “LOWER” teken staat. Aanbevolen remvloeistof: WELL RUN REMOLIE (PUNT 3). (Vullen van de remvloeistof van het voorwiel) 1.

Maak de schroeven los en verwijder het deksel van de rempomp. 2. Verwijder vuil van rond het reservoir, let op dat er geen vuil in het reservoir valt. 3. Verwijder het deksel van het membraan en het membraan. 4. Vul remvloeistof bij tot de max. limiet 5. Monteer membraan, membraandeksel en deksel rempomp terug op hun plaats. 6. let op dat het membraan op dezelfde manier wordt teruggeplaatst en dat er niets in het reservoir valt. Zet het deksel van de rempomp correct vast. WAARSCHUWING:  Om chemische reacties te vermijden: gebruik geen andere remvloeistof dan aanbevolen.  Zorg er bij het vullen voor dat u de max. limiet niet overschrijdt en u niet morst op de gelakte of plastic onderdelen om schade te vermijden.

WAARSCHUWING:  Controleer het functioneren van de remmen tijdens het rijden op een droog wegdek en aan een lage snelheid zodat u zeker bent dat uw motorfiets in prima staat is en u veilig de weg op kunt. Brake disk Brake caliper Brake pad wear limit grooves Bouten Rempomp deksel Membraan Max.

92 §GASHENDEL AFSTELLEN §  Bij een correcte afstelling heeft het gashendel een vrije slag van 2~6mm.  Draai de borgmoer los, zet de stelmoer in de gewenste positie Draai de borgmoer weer goed vast. §INSPECTIE EN ONDERHOUD VAN DE ACCU §  Deze motorfiets is uitgerust met een onderhoudsvrije accu dus u hoeft deze niet te controleren en elektrolyt toe te voegen Laat uw motorfiets controleren door een officiële SYM dealer mocht u afwijkingen opmerken. (Schoonmaken van accupolen)  Verwijder de accu en maak de accupolen schoon als deze vuil of gecorrodeerd zijn.  Demontage van de accu: Draai de contactschakelaar in de "OFF" stand en verwijder eerst de kabelschroef van de min-kabel en koppel vervolgens de min-kabel los. Verwijder vervolgens de pluspool moer en de pluskabel. WAARSCHUWING:  Maak de accupolen schoon met warm water als ze vuil zijn of als er wit poeder op zit.

 Als er een duidelijke corrosie op de polen is, maak dan de kabels los en verwijder het vuil met een staalborstel of een stukje schuurpapier.  Na het schoonmaken, monteer de kabels weer en bedek ze met een beetje vet.  Installeer de accu op omgekeerde wijze.  Deze motorfiets is uitgerust met een onderhoudsvrije accu dus u hoeft deze niet te controleren en elektrolyt toe te voegen. Laat uw motorfiets controleren door een officiële SYM dealer mocht u afwijkingen opmerken. WAARSCHUWING:  Dit is een gesloten accu. Verwijder nooit de dopjes.  Om elektrische lekkage en ontlading te voorkomen als de accu niet werkt gedurende lange periodes: Neem de accu uit uw motorfiets; bewaar hem op een goed geventileerde en donkere plaats nadat de accu goed opgeladen is. Als de accu in de motorfiets bewaard moet worden, maak dan de minpoolkabel los.

 Als de accu vervangen moet worden, kies dans hetzelfde type (onderhoudsvrij). Controleer de volgende punten: 1. Controleer de kabel van het gashendel om na te gaan of het hendel soepel van een open tot een gesloten stand draait. 2.

93 §BANDEN CONTROLEREN §  Banden moeten gecontroleerd en opgeblazen worden wanneer de motor uitgeschakeld is.  Als een band niet de correcte spanning heeft is de contactcurve van de band met de grond niet goed, controleer dit met een geijkte bandenspanningsmeter en pomp op tot de aangegeven druk.  Het controleren van de banden met een bandenspanningsmeter moet gebeuren als ze koud staan.  Controleer de banden op scheuren en andere schade.  Controleer of er scherpe voorwerpen in het loopvlak zitten.  Controleer de slijtage indicator van de band om na te gaan of de groeven niet onvoldoende zijn.  Een band waarvan de slijtagebalk zichtbaar is moet onmiddellijk vervangen worden WAARSCHUWING:  Een foute bandendruk, slijtage of beschadigingen zijn de voornaamste oorzaak van verlies van controle over het stuur en van kapotte banden.

§STUUR- EN VOORVORK CONTROLEREN §  Voer deze controle uit met uitgeschakelde motor en verwijder de contactsleutel.  Controleer de vorkpoten op beschadiging.  Druk de voorvering in door het stuur op en neer te bewegen. Let op vreemde geluiden.  Controleer of de bouten en moeren aan de voorvork goed vastzitten.  Beweeg het stuur op en neer, van links naar rechts om te controleren of alles goed vastzit, of er niet te veel weerstand is en dat het niet te veel naar één kant helt.  Controleer of de stuurbewegingen niet door de remkabels belemmerd worden.  Als er iets aan de hand is met uw motorfiets, laat hem door een SYM dealer nakijken of bijstellen. CONTROLEER A.U.B. DE VOORGESCHREVEN BANDENSPANNING Profiel slijtage indicator Scheuren en schade Vreemde voorwerpen (nagels of steentjes)

94 §ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGEN § Zet het contact uit en controleer of de zekeringen intact zijn. Vervang de gesprongen zekering door een nieuwe met dezelfde amperage (10A/10A/15A/20A). Om schade aan het elektrische systeem en het circuit te vermijden is het strikt verboden om een zekering van meer dan (10A/10A/15A/20A) ampère of een van koper of staal te gebruiken.  Verwijder de opbergruimte. De zekeringhouder bevindt zich naast het licht.  Open het deksel van de zekeringhouder en verwijder de zekering. Controleer of een zekering beschadigd of gebroken is.  De zekering dient stevig in de zekeringhouder te zitten met wire connectors. Losse koppelingen kunnen leiden tot oververhitting en schade.  Gebruik altijd elektrische onderdelen met de originele verbruikswaarden (lampen bijvoorbeeld).

Het gebruik van andere lampen met andere waarden dan standaard kan ervoor zorgen dat de zekering kapot gaat of dat de accu overladen wordt.  Voorkom dat water direct terecht komt op de zekering of rond de zekeringhouder.  Als de nieuwe zekering snel springt, controleert u of er geen defecten zijn voordat u een nieuwe zekering installeert. Ga naar de dealer als de zekering springt om onbekende redenen. §RICHTINGAANWIJZERS EN CLAXON CONTROLEREN §  Draai de contactsleutel op de “ON” stand.  Controleer of voor en achter de lampen gaan knipperen en dat u het knipperen hoort. Doe hetzelfde voor links en rechts.  Inspecteer of de richtingaanwijzer glaasjes vuil of kapot zijn.  Druk op de schakelaar van de claxon en luister of deze naar behoren werkt. WAARSCHUWING:  Gebruik lampen met de correcte specificaties voor de richtingaanwijzers.

 Zet nadien meteen uw richtingaanwijzer weer uit door de knop nogmaals in te drukken om de andere bestuurders niet te verwarren over uw intenties. §VOOR- EN ACHTERLICHTEN CONTROLEREN §  Start de motor, de koplamp wordt automatisch aangeschakeld. Controleer of voor- en achterlichten werken.  Controleer de afstelling van de koplamp door ze op een muur te richten.  Controleer de cover van de koplamp op vuil en scheuren en kijk of ze niet los zit. §REMLICHT CONTROLEREN §  Draai de contactsleutel naar de "ON" stand, knijp de remhendels van de voor- en achterrem dicht. Controleer of de remlichten werken.  Controleer de cover van het remlicht op vuil en scheuren en kijk of ze niet los zit. WAARSCHUWING:  Gebruik enkel de voorgeschreven lampen om schade aan het elektrische systeem, uitbranden van de lampen en leeglopen van de batterij te vermijden.

95 §BENZINE LEKKAGE CONTROLEREN§  Controleer de benzinetank, de tankdop, de brandstofleidingen en carburateur op lekkage. §SMEERPUNTEN VAN VERSCHILLENDE MECHANISMEN CONTROLEREN§  Controleer of alle scharnierende onderdelen voldoende zijn gesmeerd. (Voorbeeld: middenbok-as, zijstandaard, remhendels, etc.). §BOUGIE CONTROLEREN§  Verwijder de dop van de bougie (verwijder de bougie met behulp van het speciale gereedschap in de gereedschapskit).  Controleer de elektrode op vuil of koolstofaanslag.  Verwijder de koolstof met een staalborstel, schuurpapier of een doek. Maak de bougie schoon met benzine en droog met een doek.  Controleer de elektrode, en pas de afstand aan op 0.6~0.7 mm (met een voelermaat).  Draai de bougie zo ver mogelijk dicht en draai dan nog eens 1/2~3/4 draaien vaster met een sleutel. OPGELET!! Na het rijden is de motor heet. Let op dat u zich niet verbrandt.

※ Gebruik enkel bougies in overeenstemming met de motorspecificaties van deze motorfiets zoals aanbevolen door de fabrikant. (Zie specificaties). §LUCHTFILTER CONTROLEREN § 《DEMONTAGE PROCEDURE》 1. Verwijder de schroeven van het luchtfilterdeksel 2. Verwijder het luchtfilterdeksel en vervolgens het filter. 3. Neem het element eruit en maak het schoon. (check het onderhoudsschema). 《MONTAGE PROCEDURE》  Monteer de luchtfilter in de omgekeerde volgorde van de demontage. WAARSCHUWING:  Stof is de grootste oorzaak van vermogensverlies of een verhoogd brandstofverbruik.  Om de levensduur van de motorfiets te verlengen is het aanbevolen het luchtfilter vaker te vervangen wanneer u dikwijls op stoffige wegen rijdt.  Wanneer de luchtfilter niet goed is gemonteerd komt er stof in de cilinders. Dit leidt tot vermogensverlies en een kortere levensduur van de motor.

 Als u de motorfiets wast, zorg ervoor dat het luchtfilter niet te nat wordt. Anders kan dit leiden tot een moeilijke start van de motor. 0,6~0,7 mm Schroeven Element

96 11. IN GEVAL VAN AFWIJKINGEN OF STORING §WANNEER DE MOTOR NIET START § (1). Staat de contactslot in de “ON” stand? (2). Is er voldoende benzine in de tank? (3). Houdt u de voor- of achterrem dicht bij het starten? (4). Draait u het gashendel terwijl u de startknop indrukt? (5). Draai de contactsleutel op “ON”, en druk op het claxon. Wanneer deze niet functioneert, kan de zekering gesprongen zijn. 【 Wanneer u al het bovenstaande hebt gecontroleerd en de scooter nog steeds niet start, laat hem dan controleren door een officiële SYM dealer.】 12. SUGGESTIES INZAKE BENZINE  Deze motorfiets is ontworpen voor gebruik met LOODVRIJE benzine of Octaan nr. 90 of hoger.  Wanneer de motorfiets op een hoogte wordt gebruikt (waar de luchtdruk lager is) dient de lucht/benzine verhouding aangepast te worden voor een optimaal vermogen. 13.

97 14. VOORZORGEN BIJ MOTORFIETS RIJDEN 1. Zet de motorfiets op de hoofdstandaard en ga op het zadel zitten Duw de motorfiets naar voor om de hoofdstandaard in te klappen. WAARSCHUWING:  Draai nooit aan het gashendel om de toeren op te drijven voor u wegrijdt. 2. Stap langs de linkerkant op uw motorfiets en ga goed op het zadel zitten, houd uw rechtervoet stevig op de grond om te vermijden dat de motorfiets valt. WAARSCHUWING:  Houd de achterrem dicht voor u vertrekt. 3. Draai zachtjes het gas open en de motorfiets zal zich in beweging zetten. WAARSCHUWING:  Het snel opendraaien van het gas kan het plots naar voor schieten van de motorfiets veroorzaken, wat heel gevaarlijk is.  Controleer of uw zijstandaard volledig is ingeklapt voor u vertrekt. 【Ga niet plots remmen of draai niet scherp af】  Plots remmen en scherp afdraaien kan resulteren in een slip- en/of valpartij.

 Plots remmen en scherp afdraaien kan vooral bij regenweer resulteren in slip-, glijd- en/of valpartijen. 【Wees uitermate voorzichtig bij regenweer】  De remafstand bij regenweer of op een nat wegdek is groter dan op een droog wegdek. Minder dus vaart en houd er rekening mee dat u vroeger moet remmen.  Bij het afdalen van een helling moet u het gashendel loslaten en moet u remmen zoals bij het minderen van vaart.

Code: I ~ Inspectie, schoonmaken en afstellen R ~ Vervangen C ~ Schoonmaken (vervangen indien nodig) L ~ Smeren Opmerking: 1. Maak het luchtfilterelement schoon of vervang het vaker dan voorzien als u op stoffige wegen rijdt of in erg vervuilde zones. 2. U moet de motorfiets vaker onderhoud geven wanneer deze dikwijls op hoge snelheid rijdt of lange afstanden aflegt. 【Nota's in de opmerkingen zijn bedoeld om de toepasbare modellen aan te duiden.】

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Sym Orbit III stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden