Suzuki LT-Z90 Handleiding

Suzuki Quad LT-Z90

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki LT-Z90 (121 pagina’s), behorend tot de categorie Quad. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Suzuki LT-Z90 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/121
Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel
van het voertuig en moet bij verkoop samen met het voertuig
aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding
bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die
zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat het voertuig
in gebruik wordt genomen.
Top
3rd cover2nd cover
Black
4/1
5 mm
LT-Z90 (99011-08H57-01H)
Original instructions
Notice originale
Originalbetriebsanleitung
Manual original
Istruzioni originali
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
Bruksanvisning i original
Original brugsanvisning

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Quad
Model: LT-Z90

Handleiding Suzuki LT-Z90 – volledige tekst

Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeelvan het voertuig en moet bij verkoop samen met het voertuigaan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleidingbevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies diezorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat het voertuigin gebruik wordt genomen.Top3rd cover2nd coverBlack4/15 mmLT-Z90 (99011-08H57-01H)Original instructionsNotice originale Originalbetriebsanleitung Manual original Istruzioni originali Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Bruksanvisning i original Original brugsanvisning

BELANGRIJKE MEDEDELINGWAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen op. Wijleggen er de nadruk op dat in dezehandleiding het symbool  en dewoorden WAARSCHUWING, VOOR-ZICHTIG, LET OP en OPMERKINGalle een speciale betekenis hebbenen dat er nauwkeurig aandacht aandient te worden besteed. De informa-tie die begint met de volgende woor-den is bijzonder belangrijk:OPMERKING: Geeft speciale infor-matie aan die het onderhoud verge-makkelijkt of de instructies duidelijkermaakt.VOORWOORD• Deze handleiding bevat belang-rijke veiligheids- en onderhoudsin-formatie. Lees de handleidingzorgvuldig door voordat u op uwnieuwe ATV gaat rijden.

Als u dewaarschuwingen in deze handlei-ding niet opvolgt, kan dit leiden totERNSTIG of zelfs FATAAL LET-SEL.• Laat niemand onder 12 jaar opdeze ATV rijden.• Zorg dat deze handleiding bij hetvoertuig is wanneer u het voertuigverkoopt. De nieuwe eigenaarheeft de handleiding ook nodig.Berg de handleiding op onder hetzadel. WAARSCHUWINGGeeft een potentieel gevaarlijkesituatie aan die kan resulteren inernstig of fataal letsel. VOORZICHTIGGeeft een potentieel gevaarlijkesituatie aan die kan resulteren inlicht of middelmatig letsel.LET OPGeeft een potentieel gevaarlijkesituatie aan die kan resulteren inbeschadiging van het voertuig ofde apparatuur.

INFORMATIE VOOR DE OUDERSUw Suzuki ATV is ontworpen voorgebruik door kinderen, maar dezehandleiding is geschreven voor devolwassenen die toezicht houden opde kinderen. Suzuki raadt u daaromaan de handleiding volledig door telezen en allle instructies, waarschu-wingen en andere informatie duidelijkaan uw kind uit te leggen zodat hij/zijalles goed begrijpt.Kinderen verschillen in hun vaardig-heden, lichamelijke capaciteiten enbeoordelingsvermogen. Het is moge-lijk dat sommige kinderen de ATV nietveilig kunnen bedienen. De oudersdienen daarom altijd toezicht te hou-den wanneer hun kinderen gebruikmaken van de ATV. De ouders mogenhet gebruik alleen toestaan wanneerzij hebben vastgesteld dat het kind instaat is de ATV veilig te bedienen.INFORMATIE VOOR DE EIGENAAREEN ATV IS GEEN SPEELGOED ENKAN GEVAARLIJK ZIJN –Een ATVwordt anders bediend dan normalevoertuigen zoals een motorfiets ofauto.

Indien u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt, kan er snel eenongeluk gebeuren, zelfs tijdens hetuitvoeren van normale manoeuvreszoals draaien, of tijdens het rijden inde heuvels of over obstakels.Als u de volgende instructies nietopvolgt, kan dit resulteren in ERN-STIG OF FATAAL LETSEL:• Lees zorgvuldig deze handleidingen alle labels en volg de aanwij-zingen en voorschriften op.• Neem de volgende aanbevelingvoor de leeftijd van de gebruiker inacht:– Een kind dat jonger is dan 12jaar mag nooit op een ATV rij-den met een cilinderinhoud vanmeer dan 70 cc.• Laat een kind dat jonger is dan 16jaar nooit op de ATV rijden zondertoezicht door een volwassene enlaat ook nooit een kind op de ATVrijden als hij of zij niet de vaardig-heden bezit om het voertuig veiligte gebruiken.• Laat nooit een passagier mee-rijden op de ATV.• Vermijd het gebruik van de ATVop een verharde ondergrond, metinbegrip van stoepen, paden, par-keerplaatsen, opritten en normalestraten.

• Rijd de ATV nooit op de openbareweg, zelfs een grintweg, of op eensnelweg. • Rijd nooit zonder een goedge-keurde en goed passende motor-fietshelm op de ATV. Draag tevensoogbescherming (veiligheidsbril ofgezichtsbescherming), hand-schoenen, laarzen, een hemd ofjas met lange mouwen en eenlange broek. • Gebruik nooit alcohol of medicij-nen vóór of tijdens het rijden opde ATV. • Rijd nooit met een te hoge snel-heid. Rijd altijd met een snelheiddie geschikt is voor het terein, uwzicht, de omgevingsomstandighe-den, en uw vaardigheid en erva-ring. • Probeer nooit om stunts, zoalswheelies en sprongen, uit te voe-ren. • Inspecteer de ATV telkens voordatu gaat rijden, zodat u zeker weetdat het voertuig in een veilige toe-stand verkeert. Volg altijd de aan-bevelingen en schema’s voorinspectie en onderhoud die indeze handleiding staan.

• Houd het stuur met beide handenvast en houd beide voeten op devoetsteunen van de ATV terwijl urijdt. • Rijd altijd langzaam en wees extravoorzichtig bij gebruik van de ATVop onbekend terrein. Let goed opzodat u meteen kunt reagerenwanneer er een onverwachtesituatie optreedt. • Gebruik de ATV niet op een ergruwe, gladde of losse ondergrondvoordat u de vereiste vaardighe-den bezit voor het rijden op ditsoort terreinen. Neem extra voor-zichtigheid in acht bij dezeomstandigheden. • Volg altijd de juiste proceduresvoor het maken van een draaizoals beschreven in deze handlei-ding. Oefen eerst bij lage snelhe-den voordat u probeert om bij eenhogere snelheid te draaien. Maaknooit bij zeer hoge snelheden eendraai. • Gebruik de ATV nooit op heuvelsdie te steil zijn voor de ATV of temoeilijk voor uw vaardigheden. Oefen op kleine heuvels voordat uover hogere heuvels gaat rijden.

• Volg altijd de juiste proceduresvoor het oprijden van heuvelszoals beschreven in deze handlei-ding. Controleer het terrein zorg-vuldig voordat u een heuveloprijdt. Rijd nooit een heuvel opdie erg glad is of die een losseondergrond heeft.

Verplaats uwgewicht naar voren. Geef nooitplotseling gas. Ga nooit met hogesnelheid over de top van een heu-vel. • Volg altijd de juiste proceduresvoor het afrijden van heuvels enhet remmen op heuvels zoalsbeschreven in deze handleiding. Controleer het terrein zorgvuldigvoordat u een heuvel afrijdt. Ver-plaats uw gewicht naar achteren. Rijd nooit met hoge snelheid eenheuvel af. Rijd de heuvel niet teschuin af, want dan kan het voer-tuig sterk gaan overhellen. Rijd deheuvel bij voorkeur recht af.

• Volg altijd de juiste procedureswanneer u zijwaarts tegen eenheuvel rijdt zoals beschreven indeze handleiding. Vermijd hetoprijden van een heuvel die ergglad is of die een losse onder-grond heeft. Verschuif uw gewichtnaar de heuvelopwaarts-kant vande ATV. Probeer nooit om de ATVop een heuvel te draaien voordatu de draaitechnieken die in dezehandleiding zijn beschreven cor-rect op een vlak terrein kunt uit-voeren. Vermijd schuin rijden oversteile heuvels. • Gebruik altijd de juiste proceduresals u bij het oprijden van een heu-vel stil komt te gaan of naar achte-ren begint te rollen. Om tevoorkomen dat het voertuig stilkomt te staan, moet u de juisteversnelling gebruiken en een con-stante snelheid aanhouden bij hetoprijden van de heuvel. Als u tochstil komt te staan of naar achterenbegint te rollen, volgt u de spe-ciale remprocedure beschreven indeze handleiding.

Stap af aan deheuvelopwaarts-kant, of aan eenvan beide zijkanten indien hetvoertuig recht naar voren wijst. Draai de ATV om en ga er weer opzitten overeenkomstig de proce-dure beschreven in deze handlei-ding. • Controleer een onbekend gebiedaltijd eerst op obstakels. Probeernooit om over grote obstakels,zoals grote stenen of omgevallenbomen, te rijden. Volg altijd dejuiste procedures voor het rijdenover obstakels zoals beschrevenin deze handleiding. • Wees voorzichtig bij slippen ofschuiven. Leer hoe u veilig kuntslippen en schuiven door dit bijlage snelheden op een horizon-taal en effen terrein te oefenen. Bijeen extreem gladde ondergrond,zoals ijs, moet u langzaam envoorzichtig rijden om te voorko-men dat u geen controle meerhebt over het slippen of schuiven. • Rijd nooit met de ATV door snel-stromend water of water dat die-per is dan in deze handleiding isopgegeven.

• Gebruik altijd de maat en het typebanden dat in deze handleidingwordt voorgeschreven. Houd debanden op de juiste spanningzoals beschreven in deze handlei-ding. • Rust de ATV nooit uit met onjuisteof slecht gemonteerde accessoi-res. • Zorg dat het opgegeven laadver-mogen voor de ATV nooit over-schreden wordt. De bagage moetjuist over het voertuig verdeeldworden en moet ook stevig wor-den vastgemaakt. Rijd langzamerbij het meenemen van bagage envolg alle instructies in deze hand-leiding op. Houd er rekening meedat de remweg langer is.

1-2AANBEVOLEN BENZINE EN OLIEBRANDSTOF-OCTAANGETALGebruik loodvrije benzine met eenoctaangetal van 91 of hoger (zoalsdoor onderzoek bepaald). Loodvrijebenzine zal de levensduur van debougie en van de onderdelen van hetuitlaatsysteem verlengen.Als u vaststelt dat de motor klopt, ver-vang dan de benzine door een meteen hoger octaalgetal of probeer ben-zine van een ander merk, omdat erverschil bestaat tussen de merken.(Canada)Uw voertuig vereist normale loodvrijebenzine met een minimum pompoc-taangetal van 87 ((R+M)/2 methode).In sommige gebieden is alleen geoxy-geneerde brandstof verkrijgbaar.OPMERKING: Als er een storing inde motor ontstaat zoals gebrek aanacceleratie of onvoldoende vermo-gen, kan dit veroorzaakt worden doorde brandstof die de ATV gebruikt.Probeer in dit geval bij een ander ben-zinestation te gaan tanken.

Als dit hetprobleem niet oplost, moet u contactopnemen met uw Suzuki-dealer omhet voertuig te laten nakijken.AANBEVELING VOOR ZUURSTOFHOUDENDE BRANDSTOFGeoxygeneerde brandstof die vol-doet aan het minimum octaangehalteen aan de onderstaande vereistenmag ook gebruikt worden in uw ATV,zonder dat hierdoor de voorzieningenvan de New Vehicle Limited Warranty(beperkte garantie voor nieuw voer-tuig) in gevaar worden gebracht.OPMERKING: Geoxygeneerdebrandstof is brandstof die zuurstofdra-gende toevoegingen bevat zoalsMTBE of alcohol.Benzine met MTBEU mag in uw ATV loodvrije benzinegebruiken die MTBE (Methyl TertiaryButyl Ether) bevat, mits het MTBEgehalte niet meer is dan 15%. Dezegeoxygeneerde brandstof bevat geenalcohol.Benzine/ethanol-mengselsMengsels van loodvrije benzine enethanol (graanalcohol), ook bekendals “GASOHOL”, zijn in sommigegebieden verkrijgbaar.

Deze meng-sels mogen ook in uw ATV wordengebruikt, mits ze niet meer dan 10%ethanol ( ) bevatten. Zorg ervoor dathet gebruikte benzine-ethanol meng-sel een octaangetal heeft dat nietlager is dan het octaangetal aanbevo-len voor benzine.

Suzuki kan hiervoor nietverantwoordelijk worden gesteld enhet is mogelijk dat de New VehicleLimited Warranty (beperkte garantievoor nieuw voertuig) geen dekkinggeeft.OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om een geoxy-geneerde brandstof te gebruiken.• Let op dat alle zuurstofhoudendebrandstof die u gebruikt het aan-bevolen octaangetaal heeft.• Als u niet tevreden bent met deprestaties of het brandstofverbruikvan uw ATV wanneer u geoxyge-neerde brandstof gebruikt, dient uweer over te schakelen op lood-vrije normale benzine.• Als u vaststelt dat de motor klopt,probeer dan brandstof van eenander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.LET OPHet morsen van benzine die alco-hol bevat, kan het lakwerk van uwATV beschadigen.Zorg ervoor dat u geen benzinemorst bij het vullen van de benzi-netank. Veeg gemorste benzineonmiddellijk op.

1-4MOTOROLIE EN EINDREDUCTIEOLIEGebruik originele Suzuki motorolie ofeen gelijkwaardig product. Als origi-nele Suzuki motorolie niet verkrijg-baar is, kiest u een geschiktemotorolie uit overeenkomstig de vol-gende richtlijn.De kwaliteit van de olie bepaalt inbelangrijke mate de prestatie en delevensduur van de motor. Gebruikaltijd motorolie van goede kwaliteit.Gebruik olie van API (AmericanPetroleum Institute) klasse SG, SH,SJ of SL, of JASO klasse MA olie.API: American Petroleum InstituteJASO: Japanese Automobile Stan-dards OrganizationSAE motorolie-viscositeitSuzuki beveelt het gebruik van SAE10W-40 motorolie aan.

Als SAE 10W-40 motorolie niet verkrijgbaar is, kaneen andere olie worden gebruikt over-eenkomstig de volgende tabel.OPMERKING: Bij erg lage temperatu-ren (lager dan –10°C) kunt u SAE5W-30 gebruiken om een goede start-prestatie en soepele werking te ver-krijgen.SAE API JASO10W-40SG, SH, SJ of SLMA

1-5JASO T903De JASO T903 norm is een maatstafvoor het kiezen van motoroliën voor4-taktmotoren van motorfietsen enATV’s. De motoren van motorfietsenen ATV’s smeren de koppelings- enversnellingstandwielen met motoro-lie. JASO T903 specificeert de presta-tievereisten voor koppelingen enversnellingen van motorfietsen enATV’s.Er zijn twee klassen, MA en MB. Hetolieblik geeft de olieklasse als volgtaan.1Codenummer van de olieverkoopfirma2 OlieklasseEnergiebesparend (Energy Conserving)Suzuki raadt het gebruik van oliënmet de aanduiding “ENERGY CON-SERVING” of “RESOURCE CON-SERVING” af. Sommige motoroliëndie API klasse SH, SJ of SL zijn, heb-ben de aanduiding “ENERGY CON-SERVING” in het ringvormige APIclassificatiemerkteken.

2-5SLEUTELBij dit voertuig worden twee sleutelsgeleverd. Bewaar de reservesleutelop een veilige plaats.CONTACTSLOTHet contactslot heeft twee standen.“OFF” standHet ontstekingscircuit is uitgescha-keld en de motor kan niet gestart wor-den. De sleutel kan uit het contactslotworden getrokken.“ON” standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan gestart worden.De sleutel kan in deze stand niet uithet contactslot worden getrokken. WAARSCHUWINGAls de ATV omvalt als gevolg vanslippen of een ongeluk, is hetmogelijk dat de motor door eenplotseling opgetreden beschadi-ging aan de ATV blijft draaien, watkan resulteren in brand of in even-tueel letsel door bewegendeonderdelen zoals de wielen.Als de ATV omvalt, moet u hetcontact meteen afzetten. Neemcontact op met een officiëleSuzuki-dealer om de ATV op nietzichtbare beschadigingen te latencontroleren.

2-6LINKER HANDVATAchterremhendel 1Om de achterrem te gebruiken, knijptu de achterremhendel in de richtingvan de handgreep in.Parkeerremknop 2Deze knop wordt gebruikt om de par-keerrem te vergrendelen. Met de par-keerrem kunt u voorkomen dat deATV gaat bewegen wanneer het voer-tuig geparkeerd staat, gestart wordtof stationair draait. Vergrendel de par-keerrem door de achterremhendel inte trekken en dan op deze knop tedrukken zodat de hendel in de inge-trokken stand blijft staan.Motorstopschakelaar 3“” standHet ontstekingscircuit is uitgescha-keld en de motor kan niet gestart wor-den of draaien.“” standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan draaien.Elektrische startschakelaar “” 4Deze schakelaar wordt gebruikt omde motor te starten. Voordat u demotor start, moet u controleren of hetcontactslot in de “ON” stand staat ende parkeerrem is aangetrokken.

Drukop de elektrische startschakelaar omde motor te starten.OPMERKING: Dit voertuig is uitge-rust met een startblokkeerschakelaardie voorkomt dat de startmotor draaitwanneer de parkeerrem niet is aan-getrokken.LET OPWanneer de startmotor langer danvijf seconden per keer wordt inge-schakeld, kunnen de startmotoren de kabelbundels wordenbeschadigd door oververhitting.Schakel de startmotor niet langerdan vijf seconden per keer in. Alsde motor na verscheidene pogin-gen niet aanslaat, dient u debrandstoftoevoer en het ontste-kingssysteem te controleren.Raadpleeg het hoofdstuk STO-RINGZOEKEN in deze handlei-ding.

2-7RECHTER HANDVATGashendel 1Het motortoerental wordt bepaalddoor de stand van de gashendel.Bedien deze hendel met uw duim.Duw de hendel naar voren om hettoerental te verhogen. Laat de hendellos om het toerental te verlagen.Voorremhendel 2Om de voorrem te gebruiken, knijpt ude voorremhendel in de richting vande handgreep in.GASBEGRENZERGebruik de gasbegrenzer om hetmaximale motorvermogen te beper-ken door het bereik van de gashendelte verkleinen. Stel deze begrenzer afop de vaardigheden en de ervaringvan de rijder.OPMERKING: Bij het verlaten van defabriek is de positie van de gas-begrenzer A ingesteld op 7 mm.Afstellen van de gasbegrenzer:1. Draai de borgmoer 1 los.2. Draai de gasbegrenzerschroef 2naar rechts of links om het maxi-male motorvermogen af te stellen.Draai de schroef naar rechts omhet maximale motorvermogen tebeperken.3. Draai de borgmoer 1 vast.

2-8Bij het verlaten van de fabriek is ereen maximumsnelheid-reductiering inhet aandrijfsysteem van de ATVgemonteerd en is de gasbegrenzeringesteld op een maximumsnelheidvan ongeveer 24 km/uur. Om demaximale rijsnelheid verder te verla-gen, stelt u de gasbegrenzer af over-eenkomstig de voorgaandeprocedure. Om de maximale rijsnel-heid van de ATV te verhogen wanneerde rijder voldoende vaardigheid enervaring heeft om met hogere snel-heid te rijden, verwijdert u de maxi-mumsnelheid-reductiering uit hetaandrijfsysteem van de ATV zodat debeschikbare maximumsnelheid hogerwordt.OPMERKING: Voor het verwijderenvan de maximumsnelheid-reductie-ring hebt u speciale gereedschappennodig om de moer los te draaien enweer aan te halen.

Neem contact opmet uw Suzuki-dealer om de ring telaten verwijderen. WAARSCHUWINGAls u de maximumsnelheid-reduc-tiering verwijdert wanneer de rij-der nog niet voldoendevaardigheid heeft om veilig met deATV te rijden, ontstaat een bijzon-der gevaarlijke situatie. Bij het rij-den met te hoge snelheid neemtde kans toe dat de rijder de machtverliest over de besturing van deATV, met mogelijk een ongeluk totgevolg.Verwijder de maximumsnelheid-reductiering niet voordat de rijdervoldoende vaardigheid bezit omveilig, met de maximumsnelheid-reductiering aangebracht, op demaximumsnelheid met de ATV terijden. WAARSCHUWINGAls u de gasbegrenzer niet afsteltnadat de maximumsnelheid-reductiering is verwijderd, kan eengevaarlijke situatie ontstaan. Bijhet verwijderen van de maximum-snelheid-reductiering wordt debeschikbare maximumsnelheidverhoogd.

2-9CHOKEHENDELDit voertuig is voorzien van eenchokesysteem om het starten vaneen koude motor te vergemakkelijken.Om de choke te gebruiken, moet u dechokehendel naar beneden duwen.De choke werkt het beste wanneer degashendel in de gesloten stand staat.Bij het starten van een warme motoris het niet nodig om de choke tegebruiken.BENZINEKRAANDit voertuig heeft een handbediendebenzinekraan. De benzinekraan heeftdrie standen: “ON”, “RES” en “PRI”.“ON” standDe benzinekraan moet gewoonlijk inde “ON” stand worden gezet. In dezestand loopt de benzine naar de carbu-rateur.“RES” (RESERVE) standAls er nog maar weinig benzine in debenzinetank is en de motor niet meerwerkt met de benzinekraan in de“ON” stand, moet u de benzinekraanop “RES” zetten om de reserveben-zine te gebruiken.Hoeveelheid reservebenzine: 1,6 LFUELPRIRESONONFUELPRIRESONRES

2-10“PRI” (PRIME) standIn deze stand loopt de benzine recht-streeks naar de carburateur, ook wan-neer de motor niet draait of nietgestart wordt. Gebruik deze stand alser helemaal geen benzine meer in hetvoertuig is of als het voertuig gedu-rende langere tijd gestald is geweest,aangezien het mogelijk is dat er geenbenzine meer in de carburateur is.TERUGLOOPSTARTERDit voertuig is uitgerust met eenterugloopstarter om de motor te star-ten. Om de terugloopstarter te gebrui-ken, pakt u het handvat vast van hetstarterkoord op het CVT-deksel. Trekvoorzichtig aan het koord totdat uvoelt dat de startmotor aangrijpt. Trekdaarna hard aan het koord om demotor te starten.

Meteen nadat demotor aanslaat, moet u het starter-koord weer voorzichtig naar de oor-spronkelijke positie laten terugkeren.OPMERKING: De motor kan niet metde terugloopstarter gestart wordenals de parkeerrem niet vergrendeld is. WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn om de ben-zinekraan in de “PRI” stand telaten staan wanneer de motor isafgezet. De carburateur zou kun-nen overstromen waardoor er ben-zine in de motor loopt. Dit kanresulteren in brand of in ernstigebeschadiging van uw ATV wan-neer u de motor start.Zet de benzinekraan altijd terug inde “ON” of “RES” stand wanneerde motor niet draait.FUELPRIRESONPRI

2-11DOP VAN BENZINETANKOm de dop van de benzinetank teopenen, verwijdert u het uiteinde vande ontluchtingsslang uit het voertuig.Draai de dop naar links en verwijderdeze. Om de dop te sluiten, draait udeze naar rechts tot hij goed vastzit.Zorg dat de ontluchtingsslang stevigop de dop is aangesloten en op deafgebeelde wijze loopt.Vul de brandstoftank altijd met versebenzine. Gebruik geen benzine die aleen tijd staat en vervuild kan zijn doorstof, vuil, water of andere vloeistoffen.Let bij het vullen van de tank goed opdat er geen stof, vuil of water in debrandstoftank kan komen.1Benzineniveau2 Vulhals WAARSCHUWINGAls u de benzinetank te vol maakt,kan er benzine overlopen wanneerdeze uitzet door de warmte van demotor of door de zon.

Wanneer erbenzine overloopt, kan deze vlamvatten.Stop met bijvullen wanneer debenzine de onderzijde van de vul-hals bereikt. WAARSCHUWINGAls u de veiligheidsmaatregelenniet in acht neemt bij het bijvullenvan benzine, kan er brand ont-staan of is het mogelijk dat u gif-tige dampen inademt.Tank uitsluitend in een goedgeventileerde ruimte. Zorg dat demotor is afgezet en let op dat ergeen benzine op een warme motorwordt gemorst. Rook niet en houdopen vuur en vonken uit de buurt.Vermijd benzinedampen in te ade-men. Houd kinderen en huisdierenuit de buurt van de ATV wanneer ubenzine bijvult.

2-12ZADELVERGRENDELINGOm het zadel te verwijderen, trekt ude zadelblokkeerhendel 1 naar ach-teren. Til het achtereind van het zadelomhoog en schuif het zadel naar ach-teren. Om het zadel te vergrendelen,schuift u de zadelhaken in de zadel-haakhouders en duwt het zadel danflink naar beneden.VLAG-BEVESTIGINGSBEUGELDeze beugel kan gebruikt worden omeen vlag aan de ATV te bevestigen. WAARSCHUWINGIndien het zadel niet stevig ver-grendeld is, kan dit gaan verschui-ven waardoor de rijder de controleover de motorfiets verliest.Zorg dat het zadel correct en ste-vig is aangebracht.

3-2RIJDEN MET UW ATVWAT U MOET WETEN VOORDAT U GAAT RIJDENVoordat u gaat rijden, moet u de vol-gende informatie zorgvuldig doorle-zen. Als u goed voorbereid bent, zultu een veilige rit hebben waarvan u tenvolle kunt genieten.Voordat u gaat rijden, moet u eersteen plaats uitzoeken waar u veiligkunt oefenen met het gebruik van deATV. Zoek een vlak en groot terreinmet voldoende ruimte om uw vaardig-heden te testen.Zorg dat het wettelijk is toegestaanom in het gebied te rijden dat u hebtuitgekozen. Neem alle plaatselijke enlandelijke bepalingen in acht. Neemcontact op met uw ATV-dealer of deplaatselijke politie als u niet weet opwelke plaatsen u wel en niet mag rij-den.Bescherm de natuur. Wanneer u rijdt,moet u ervoor zorgen dat het terreinin goede conditie blijft. Verniel geenplanten e.d. Laat geen vuil achter enlet op dat dieren niet wordengestoord.

Door deze aanbevelingenop te volgen zullen uw rijgebiedenook in de toekomst beschikbaar blij-ven voor gebruik.Nadat u een goede plaats hebtgevonden om te oeferen, bekijkt u debedieningsorganen van uw ATV voor-dat u gaat rijden. Onthoud waar debedieningsorganen zijn zodat u zekunt vinden zonder te kijken. Tijdenshet rijden hebt u namelijk geen tijd omnaar de bedieningsorganen te zoe-ken. WAARSCHUWINGRijden met de ATV door kinderenonder 12 jaar kan leiden tot ern-stig en zelfs fataal letsel. Kinderendie jonger zijn dan 12 jaar hebbenniet de lichaamsgrootte, vervaar-digheden of het beoordelingsver-mogen dat vereist is voor hetveilig bedienen van deze ATV.Laat dus niemand onder 12 jaar opdeze ATV rijden. WAARSCHUWINGBediening van deze ATV nagebruik van alcohol of medicijnenkan leiden tot een ongeluk.

3-3CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN WAARSCHUWINGAls u uw ATV niet voor het rijdeninspecteert en de ATV niet juistonderhoudt, vergroot dit de kansop een ongeluk of schade aan deATV.Inspecteer de ATV telkens voor-dat u gaat rijden, zodat u zekerweet dat het voertuig in een vei-lige toestand verkeert. Raadpleeghet hoofdstuk INSPECTIE ENONDERHOUD in deze handleiding. WAARSCHUWINGAls u verkeerde banden op de ATVgebruikt of als de banden niet opde juiste spanning zijn, kunt u decontrole over de ATV verliezen. Ditzou kunnen leiden tot een onge-luk.Gebruik altijd de maat en het typebanden dat in deze handleidingwordt voorgeschreven.

Houd debandenspanning aan die is opge-geven in het hoofdstuk INSPEC-TIE EN ONDERHOUD. WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoi-res of modificaties aan het voer-tuig kunnen destuureigenschappen beïnvloeden.Dit kan in sommige gevallen lei-den tot een ongeluk.Rust de ATV nooit uit met onjuisteof slecht gemonteerde accessoi-res. Raadpleeg het hoofdstukGEBRUIK VAN ACCESSOIRES ENBELADING VAN HET VOERTUIG indeze handleiding. WAARSCHUWINGOverbeladen kan resulteren in wij-ziging van de stuureigenschappenmet mogelijk een ongeluk totgevolg.Zorg dat het opgegeven laadver-mogen voor de ATV nooit over-schreden wordt. Raadpleeg hethoofdstuk GEBRUIK VAN ACCES-SOIRES EN BELADING VAN HETVOERTUIG in deze handleiding.

U zou zich ern-stig kunnen verwonden als uwhanden of kleding vast komen tezitten.Zet de motor af wanneer u onder-houdscontroles uitvoert, behalvewanneer u de motorstopschake-laar en het gas controleert.WAT TE CON-TROLERENCONTROLEER:Stuurinrich-tingGeen ratelen, mag niet loszittenRemmen( 2-6, 2-7, 6-26)• Juiste werking van de hendel• Juiste speling van de hendel• Remschoenen niet voorbij de slijtagegrens afgesleten• Juiste werking van de parkeerremBanden( 6-23)• Juiste bandenspanning• Genoeg profiel• Geen barsten, scheuren of andere beschadigingenBenzine( 2-11, 6-11)• Voldoende benzine voor de geplande rit• Benzineslang is stevig aangesloten• Geen beschadiging aan de benzinetank of de dop• Dop van benzinetank is stevig dichtgedraaidMotorstop-schakelaar( 2-6)Juiste werkingMotorolie( 6-11)Juiste niveauGashendel( 6-9)• Juiste speling van de gaskabel• Soepele werking• Snelle terugkeer naar de stationair-standKetting( 6-20)Voldoende smeringAlgemene toestand• Bouten en moeren zijn stevig vastgedraaid• Geen ratelen van de onderdelen wanneer de motor draait• Geen zichtbare beschadigingen

3-5WELKE KLEDING MOET U DRAGENEen helm is de belangrijkste uitrus-ting om u te beschermen. Een helmkan ernstig hoofdletsel voorkomen.Zorg dat u een helm draagt die goedpast. Vraag uw dealer voor advies bijhet uitkiezen van een degelijke, goedpassende helm.U dient ook oogbescherming te dra-gen wanneer u rijdt. Als een steen oftak in uw ogen terechtkomt, kunt uernstig letsel oplopen. Draag een vei-ligheidsbril of gezichtsbescherming.Draag de juiste kleding wanneer urijdt. De juiste kleding kan letsel enverwondingen voorkomen. Draag ste-vige handschoenen, sterke laarzentot boven de enkels, een lange broek,en een hemd of jas met lange mou-wen. WAARSCHUWINGWanneer u geen goedgekeurdehelm of oogbescherming op dezeATV draagt, vergroot u de kans opernstig of fataal hoofdletsel ingeval van een ongeluk.

Wanneer ugeen beschermende kleding op deATV draagt, vergroot u de kans opernstig letsel in geval van eenongeluk.Draag altijd een goedgekeurdemotorfietshelm die goed past.Draag ook altijd oogbescherming(veiligheidsbril of gezichtsbe-scherming). Draag tevens hand-schoenen, laarzen, een hemd ofjas met lange mouwen en eenlange broek.OK

3-6HET INRIJDENDe eerste maand is de belangrijkstetijd voor uw voertuig. Een strict nage-volgde inrijperiode verzekert eenmaximale duurzaamheid en optimalewerking. De volgende richtlijnenbetreffen de juiste inrijprocedures.Aanbevolen maximumstand van de gashendelTijdens de eerste 10 gebruiksurenmag u niet meer dan 1/2 gas geven.Wissel het motortoerental afWissel het motortoerental af tijdensde inrijperiode. Zodoende worden deonderdelen met druk belast (nodigvoor de aanpassing van de onderde-len) en vervolgens ontlast (nodig voorhet afkoelen van de onderdelen).

Omhet aanpassingsproces mogelijk temaken, is het van belang dat demotoronderdelen belast worden tij-dens de inrijperiode, maar u moet erwel op letten dat u de motor niet over-belast.Vermijd een constant laag toerentalBij gebruik van de motor met een con-stant laag toerental (lichte belasting)kunnen de onderdelen “verglazen”waardoor deze zich niet juist zetten.Laat de motor vrij door alle versnellin-gen accelereren, zonder de aanbevo-len maximumstand voor degashendel te overschrijden.Laat de motorolie circuleren voor het rijdenNeem een voldoende wachttijd inacht na warm of koud starten alvo-rens de motor te belasten. Daardoorkan de smeerolie alle belangrijkemotoronderdelen bereiken.Eerste en belangrijkste onderhoudsbeurtDe eerste onderhoudersbeurt (onder-houdsbeurt na de inrijperiode) is demeest belangrijke onderhoudsbeurt inhet leven van uw voertuig.

Tijdens deinrijperiode hebben de afgewerkteoppervlakken elkaar ingesmeerd enzich harmonieus aan elkaar aange-past. Bij de eerste onderhoudsbeurtworden alle afstellingen gecorrigeerden eventueel bijgesteld, alle bevesti-gingsdelen worden opnieuw aange-haald en de afgewerkte olie wordtververst. Het tijdig uitvoeren van dezeonderhoudsbeurt zal garant staanvoor een lange levensduur en top-prestatie van uw motor.

3-7STARTEN VAN DE MOTORVoer de volgende stappen uit voordatu de motor start. 1. Vergrendel de parkeerrem. 2. Draai de contactsleutel in de “ON”stand. 3. Zet de motorstopschakelaar in de“” stand. 4. Draai de benzinekraan in de “ON”stand. Dit voertuig heeft twee systemen voorhet starten van de motor. U kunt deelektrische startschakelaar of deterugloopstarter gebruiken. Om deelektrische starter te gebruiken, hoeftu enkel op de elektrische startschake-laar te drukken. Wanneer u de terug-loopstarter wilt gebruiken, gaat u alsvolgt te werk. • Trek langzaam aan het starter-koord totdat u voelt dat de start-motor aangrijpt. Trek daarna hardaan het koord om de motor testarten. Wanneer de motor koud is:1. Duw de chokehendel helemaalomlaag. 2. Sluit het gas. Druk op de elektri-sche startschakelaar of gebruikde terugloopstarter zoals hierbo-ven is beschreven. 3.

Zodra de motor soepel draait zon-der gebruik van de choke, haalt ude chokehendel weer helemaalomhoog. OPMERKING: Als de ATV bij zeerkoude omstandigheden wordtgebruikt, moet u aan uw officiëleSuzuki-dealer vragen om de motorsoepel te laten starten bij zeer koudeomstandigheden. Wanneer de temperatuur beneden0°C is:1. Controleer de toestand van deaccu. 2. Controleer de toestand van debougie. Wanneer de temperatuur beneden –10°Cis:Vervang de motorolie door SAE 5W-30. Bij zeer koude omstandigheden:Vervang de startsproeier van de car-burateur van een standaardsproeierin een rijkere sproeier. Wanneer de motor warm is:In dit geval hoeft de choke niet te wor-den gebruikt. Open het gas eenbeetje en druk op de elektrische start-schakelaar of gebruik de terugloop-starter zoals hierboven is beschrevenom de motor te starten.

3-8WEGRIJDEN WAARSCHUWINGHet is mogelijk dat de ATV gaatbewegen zodra de motor aanslaat.Door de plotselinge beweging vande ATV zou u de controle over hetvoertuig kunnen verliezen.Zorg dat u parkeerrem aantrektvoordat u de motor start. WAARSCHUWINGDe uitlaatgassen bevatten koolmo-noxide; dit is een gevaarlijk gasdat moeilijk waargenomen kanworden omdat het kleurloos enreukloos is. Inademenen van kool-monoxide kan fataal zijn of ernstigletsel veroorzaken.U mag de motor nooit in een afge-sloten ruimte met weinig of geenventilatie starten of stationairlaten draaien. WAARSCHUWINGBij het vervoeren van een passa-gier worden de balans en hetstuurgedrag van de ATV nadeligbeïnvloed. Als u een passagiervervoert, kunt u de controle overde ATV verliezen met ernstig letselvan uzelf en de passagier totgevolg.Laat nooit een passagier meerij-den.

3-9 WAARSCHUWINGGebruik van de ATV op een ver-harde ondergrond, met inbegripvan stoepen, paden, parkeerplaat-sen, opritten en normale straten isgevaarlijk. De ATV banden zijnontworpen voor terreinrijden.Geasfalteerde wegen kunnen hetstuurgedrag en de bediening vande ATV wijzigen, waardoor u decontrole over het voertuig zoukunnen verliezen.Indien mogelijk, moet u hetgebruik van de ATV op een geas-falteerde weg vermijden. Is dit niette voorkomen is, rijd dan lang-zaam en vermijd abrupt draaien enstoppen. WAARSCHUWINGGebruik van de ATV op de open-bare weg of op autosnelwegen isgevaarlijk. U zou een botsing kun-nen veroorzaken.Rijd de ATV nooit op de openbareweg, zelfs een grintweg, of op eensnelweg. In de meeste landen ishet wettelijk verboden om de ATVop de openbare weg en op snel-wegen te gebruiken.

3-11 WAARSCHUWINGWanneer u niet voldoende voor-zichtigheid in acht neemt bij hetrijden over een zeer ruwe, gladdeof losse ondergrond, kunt u degrip op de ondergrond verliezen ofgeen controle meer over het voer-tuig hebben. Dit kan leiden tot eenongeluk, zoals omslaan van hetvoertuig.Gebruik de ATV niet bij dergelijkeomstandigheden totdat u de ver-eiste vaardigheden bezit voor hetrijden op dit soort terreinen. Neemextra voorzichtigheid in acht bijdeze omstandigheden. WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn wanneer uniet voorzichtig bent bij het rijdenmet de ATV over onbekend terrein.Er kunnen plotseling obstakelszijn, zoals verborgen stenen, hob-bels of gaten, en dan hebt u nietgenoeg tijd om te reageren. DeATV zou kunnen omslaan of nietmeer bestuurbaar zijn.Rijd langzaam en wees extra voor-zichtig bij gebruik van de ATV oponbekend terrein.

De voor-wielen kunnen van de grondkomen waardoor u de controleover de ATV verliest.Open het gas geleidelijk wanneeru accelereert. WAARSCHUWINGWanneer u remt tijdens het makenvan een bocht, kan de ATV gaanschuiven of is het mogelijk dat deATV omslaat.Rem af voordat u de bocht aan-snijdt. WAARSCHUWINGBij hard remmen op een gladdeondergrond kan de ATV gaan slip-pen en niet meer bestuurbaar zijn.Rem licht en voorzichtig op eengladde ondergrond. WAARSCHUWINGBediening van de parkeerrem ter-wijl de ATV in beweging is kangevaarlijk zijn. De achterwielenkunnen blokkeren, waardoor deATV slipt en er misschien eenongeluk gebeurt.Gebruik de parkeerrem pas nadatu de ATV hebt gestopt.

3-13DRAAIEN MAKENOm de ATV te draaien, moet de rijderde juiste techniek gebruiken. Dit voer-tuig heeft een starre achteras, dusbeide achterwielen draaien altijd metdezelfde snelheid rond. Dit betekentdat als de achterwielen een gelijketractie hebben, het voertuig rechtvooruit zal rijden. DIt komt omdat deachterwielen dan dezelfde afstandafleggen. Om een draai te maken,moet het buitenste achterwiel eengrotere afstand afleggen dan het bin-nenste achterwiel. Dit kan de rijdermogelijk maken door minder tractie tecreëren voor het binnenste wiel,zodat dit een beetje slipt. Dat wiel zaldan een kortere afstand afleggen danhet buitenste wiel. Dit gebeurtondanks dat beide wielen metdezelfde snelheid ronddraaien.Om de ATV te draaien, gebruikt u devolgende techniek:• Draai het stuur in de richting vande draai.• Verschuif uw gewicht enigszinsnaar voren en steun uw gewichtop de buitenste voetsteun.

Opdeze wijze wordt de belasting ophet binnenste achterwiel vermin-derd, waardoor de tractie van datwiel afneemt.• Leun uw bovenlichaam in de rich-ting van de draai.Bij HOGERE SNELHEDEN:Gebruik dezelfde techniek als bijlagere snelheden, maar leun uwlichaam verder in de richting van dedraai. De natuurlijke draaikracht (diehet voertuig naar de buitenkant vande draai kan duwen) neemt toe wan-neer de snelheid toeneemt. Dit bete-kent dat u uw bovenlichaam verder inde richting van de draai moet leunenwanneer u sneller rijdt. Op deze wijzewordt voorkomen dat het voertuigomkantelt naar de buitenkant van dedraai.

Vergeet echter niet dat u uwgewicht op de buitenste voetsteunmoet laten rusten. WAARSCHUWINGAls u een draai verkeerd maakt,zou de ATV kunnen omkantelen eneen ongeluk veroorzaken.Volg altijd de juiste proceduresvoor het maken van een draaizoals beschreven in dit hoofdstuk.Oefen eerst bij lage snelhedenvoordat u probeert om bij eenhogere snelheid te draaien. Maaknooit bij zeer hoge snelheden eendraai.

3-14SLIPPEN OF SCHUIVENHet is mogelijk dat u slipt of schuiftwanneer u niet remt. Volg de vol-gende technieken om deze situatieongedaan te maken.Als uw voorwiel slipt:Herstel de voorwieltractie door gasterug te nemen en uw lichaamsge-wicht een weinig naar voren te leu-nen.Als uw achterwiel slipt:Als de ruimte het toelaat, moet u in derichting van de slip sturen. Verschuifuw lichaamsgewicht een weinig wegvan de slip.

Vermijd het gebruik vanhet gas of de remmen totdat u weercontrole over de besturing van hetvoertuig hebt.RIJDEN OVER HEUVELS WAARSCHUWINGAls u niet leert hoe u op slippen ofschuiven moet reageren, kunt u decontrole over de ATV verliezen, ofis het mogelijk dat de tractie plot-seling wordt hersteld waardoor deATV omkantelt.• Leer hoe u veilig kunt slippen enschuiven door dit bij lage snel-heden op een horizontaal eneffen terrein te oefenen.• Bij een extreem gladde onder-grond, zoals ijs, moet u lang-zaam en voorzichtig rijden om tevoorkomen dat u geen controlemeer hebt over het slippen ofschuiven. WAARSCHUWINGRijden met de ATV over zeer steileheuvels kan gevaarlijk zijn.

3-15Een heuvel oprijden Om met de ATV een heuvel op te rij-den, volgt u de onderstaande richtlij-nen.1. Geef wat meer gas en houd eenconstante snelheid aan tot u hetbegin van de heuvel bereikt. Houder rekening mee dat u de heuvelmet een constante snelheid totboven moet oprijden.2. Verschuif uw lichaamsgewichtnaar voren door op het voorstegedeelte van het zadel te gaan zit-ten. Leun ook uw bovenlichaamnaar voren. Bij steile heuvels moetu op de voetsteunen gaan staanen over het voorwiel leunen.3. Houd een constante snelheid aanterwijl u de heuvel oprijdt.4.

Minder vaart wanneer u de topvan de heuvel bereikt. WAARSCHUWINGAls u een heuvel verkeerd oprijdt,kunt u de controle over de ATVverliezen of kan het voertuigomkantelen.• Volg altijd de juiste proceduresvoor het oprijden van heuvelszoals beschreven in dit hoofd-stuk.• Controleer het terrein zorgvul-dig voordat u een heuvel oprijdt.• Rijd nooit een heuvel op die ergglad is of die een losse onder-grond heeft.• Verplaats uw gewicht naarvoren.• Geef nooit plotseling gas. DeATV zou naar achteren kunnenomkantelen.• Ga nooit met hoge snelheid overde top van een heuvel. Er zoueen obstakel, een steile afda-ling, een ander voertuig of eenpersoon aan de andere kant vande heuvel kunnen zijn.OK

3-16Het is mogelijk dat u begint met hetoprijden van een heuvel, maar danniet tot de top kunt rijden. Als ditgebeurt, moet u de onderstaandeaanwijzingen opvolgen om rond tedraaien en de heuvel af te rijden.Als u nog steeds vooruit beweegt envoldoende ruimte hebt om te draaien,volg dan deze aanwijzingen.1. Draai op de heuvel voordat u geensnelheid meer hebt en stilstaat.Als u op de heuvel draait, moet uuw lichaamsgewicht heuvelop-waarts leunen.2. Nadat u bent gedraaid, rijdt u deheuvel af zoals beschreven in hethoofdstuk EEN HEUVEL AFRIJ-DEN.Als u niet meer vooruit beweegt, ofnaar achteren begint te rollen, volgdan deze aanwijzingen.1. Leun verder naar voren, heu-velopwaarts.2. Trek de voorrem aan om de ATVte stoppen. Trap niet op het ach-terrempedaal wanneer het voer-tuig naar achteren begint te rollen.3. Nadat het voertuig is gestopt, kuntu de achterrem en de voorremgebruiken.4.

Haal de parkeerrem aan en staprechts van het voertuig af terwijl unog steeds heuvelopwaarts leunt. WAARSCHUWINGAfslaan van de motor, terugrollenof verkeerd afstappen van de ATVtijdens het oprijden van een heu-vel kan ertoe leiden dat de ATVomkantelt.Gebruik de juiste versnelling enhoud een constante snelheid aanbij het oprijden van een heuvel.Volg altijd de juiste proceduresvoor het oprijden van heuvelszoals beschreven in dit hoofdstuk.

3-175. Gebruik een van de volgende pro-cedures om het voertuig rond tedraaien.a.Indien u dit kunt, draait u hetachtereind van de ATV rond tot-dat het voertuig heuvelafwaartswijst. Blijf aan de heuvelop-waarts-kant van het voertuigstaan wanneer u dit ronddraait.b. Draai het stuur helemaal naarrechts. Ga aan de heuvelop-waarts-kant van het voertuigstaan. Zet de parkeerrem vrij enbedien de voorrem pompendom de ATV langzaam naar ach-teren te laten rollen. Het voer-tuig zal dan zijwaarts op dehelling komen te staan. Ver-grendel opnieuw de parkeer-rem. Draai het stuur helemaalnaar links. Blijf aan de heu-velopwaarts-kant staan. Zet deparkeerrem vrij en bedien devoorrem pompend om de ATVlangzaam te laten rollen totdatdeze heuvelafwaarts wijst. Ver-grendel opnieuw de parkeer-rem.6.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki LT-Z90 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden