Superior Milly Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Superior Milly (52 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Superior Milly of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Superior |
| Categorie: | Heater |
| Model: | Milly |
Handleiding Superior Milly – volledige tekst
Beste klant,Wij danken u dat u gekozen heeft voor één van onze producten, die het resultaat zijn van jarenlange ervaring en continu onderzoek, bedoeld om voor wat betreft veiligheid, betrouwbaarheid en prestaties een superieur product te kunnen bieden. Dit boekje bevat informatie en advies voor een veilig en efciënt gebruik van uw toestel. BELANGRIJKE AANWIJZINGEN•Dit boekje is opgesteld door de fabrikant en maakt een wezenlijk deel uit van het product. In geval van doorverkoop of overdracht van het product moet er altijd voor gezorgd worden dat het boekje bij het product gevoegd is, omdat de informatie die erin staat bestemd is voor de koper en alle personen die op enige wijze betrokken zijn bij de installatie, het gebruik en het onderhoud van het product.
•Lees de aanwijzingen en de technische informatie die dit boekje bevat aandachtig voordat het toestel geïnstalleerd wordt, er gebruik van gemaakt wordt en eventuele reparaties eraan uitgevoerd worden. •Het in acht nemen van de aanwijzingen die in dit boekje staan garandeert de veiligheid van personen en eigendommen en verzekert eveneens van een efciëntere werking en langere levensduur van het toestel. •De fabrikant kan op geen enkele manier aansprakelijk gesteld worden voor schade die veroorzaakt is doordat de installatie-, gebruiks- en onderhoudsvoorschriften die in dit boekje zijn vermeld niet opgevolgd zijn. Dit geldt ook voor veranderingen aan het toestel waar u geen toestemming voor heeft of het gebruik van niet originele onderdelen.
•De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor defecten, gebreken en eventuele beschadigingen voortvloeiende uit veranderingen of manipulaties van het toestel waaronder begrepen het veranderen van de waarde van één of meer parameters die bepalend zijn voor de werking van het toestel.
Eventuele veranderingen, met inbegrip van het veranderen van de oorspronkelijke parameters, mogen uitsluitend uitgevoerd worden door personeel dat uitdrukkelijk toestemming daarvoor van het bedrijf heeft en met waarden die door het bedrijf vastgesteld zijn. •Het installeren en het gebruik van het product moet gebeuren in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant en met inachtneming van de Europese en landelijke normen en de plaatselijke voorschriften. •Het installeren, de elektrische aansluiting, het testen van de werking, het onderhoud en reparaties zijn werkzaamheden die uitsluitend door erkende vakmensen uitgevoerd mogen worden, die daartoe bevoegd zijn en over de nodige kennis van het product beschikken. •Het product mag niet tegen houten wanden of wanden van ander brandbaar materiaal geïnstalleerd worden.
Voor de juiste installatie moet datgene wat in de paragraaf “MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDEN” vermeld is in acht genomen worden. •Voordat het product geïnstalleerd wordt moet u, indien voorhanden, alle eventuele gebruiksaanwijzingen van de volgende onderdelen lezen: bekleding, ventilatieset, andere accessoires. •Controleer of de vloer waar het product geïnstalleerd zal worden volledig vlak is. •Bij het verplaatsen van de stalen delen van de bekleding wordt geadviseerd om schone katoenen handschoenen aan te trekken om te voorkomen dat u vingerafdrukken erop achterlaat die tijdens de eerste schoonmaakbeurt moeilijk te verwijderen zijn. •Het monteren van het toestel moet door minimaal twee personen gedaan worden. Voor wat betreft de termijnen, de beperkingen en de uitsluitingen van de garantie, zie het garantiebewijs dat bij het product gevoegd is.
Dit document is eigendom van de fabrikant; niets uit dit document mag, noch geheel noch gedeeltelijk, bekend gemaakt worden aan derden zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant Alle volgens de wet bepaalde rechten zijn voorbehouden aan de fabrikant. •Het pellettoestel mag pas op het elektriciteitsnet aangesloten worden nadat het toestel op een deugdelijke manier op het rookkanaal aangesloten is. •De stekker van de elektrische kabel moet ook na het installeren van het toestel bereikbaar zijn. •Gebruik het alleen met goedgekeurde houtpellets (zie het hoofdstuk pellettoestelgetiteld “BRANDSTOF”). •Gebruik nooit vloeibare brandstoffen om het aan te steken of om de pellettoestelaanwezige verkoolde brandstof weer te laten opvlammen of om het vuur aan te wakkeren. •Verzeker u ervan dat er voldoende ventilatie is in de ruimte waar het toestel brandt.
•In geval van storingen in de werking wordt de toevoer van brandstof onderbroken. Zet het toestel pas weer aan nadat u de oorzaak van de storing verholpen heeft. •Gebruik het product niet als het product defect is of slecht functioneert. •Verwijder het beschermrooster dat in het pelletreservoir aangebracht is niet. •Alle resten van onopgebrande pellets in het rooster, die achtergebleven zijn na een aantal mislukte pogingen om het toestel aan te steken, moeten eerst verwijderd worden voordat u het toestel opnieuw probeert aan te steken. •Door de werking van het kunnen de oppervlakken, de hendels, het pellettoestelrookkanaal en het glas heel erg heet worden. Raak, wanneer het toestel brandt, die onderdelen dan ook alleen aan met beschermende kleding of met geschikte hulpmiddelen.
•Door de warmteontwikkeling op het glas moet u erop letten dat er zich geen personen die geen verstand hebben van de werking van het toestel in de buurt van de plaats waar het toestel geïnstalleerd is bevinden.
•Dit toestel is niet bestemd voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) waarvan de lichamelijke, sensoriële of mentale capaciteiten beperkt zijn, of personen zonder ervaring of kennis, behalve onder toezicht van een persoon die instaat voor hun veiligheid of voorafgaande instructies over het gebruik van het toestel. •Tijdens de werking en/of het afkoelen van het toestel kunnen er zachte kraakgeluiden te horen zijn. Dit wijst niet meteen op een defect maar is te wijten aan de normale uitzetting van de materialen wanneer deze warm worden. •De afbeeldingen die in dit boekje staan zijn bedoeld ter verduidelijking maar het kan soms gebeuren dat deze niet exact kloppen met uw product. a Bij problemen of als u iets uit de gebruiksaanwijzing niet begrijpt kunt u altijd terecht bij uw verkoper.
d Het is verboden om voorwerpen die niet hittebestendig zijn op het toestel te leggen of binnen de voorgeschreven minimum veiligheidsafstand te zetten. d Het is verboden om de deur van het toestel tijdens de werking open te doen of het toestel met gebroken glas te laten functioneren. H072014NL2 / DT2001126 – 012NederlandsDT2010208-08DT2010001-01.
1. 0 ALGEMENE VOORSCHRIFTEN 41. 1 Schoorsteenpijp of enkel rookkanaal 51. 2 Inspectie van de roetverzamelplaats 51. 3 Schoorsteen 61. 4 Buitenluchtaanvoer 71. 5 Installatieomgeving 71. 6 Draagvermogen van de vloer 81. 7 Verwarmingscapaciteit 81. 8 Geschikt thermisch isolatiemateriaal 81. 9 Rookafvoerkanaal 91. 10 Aansluiting op een traditionele schoorsteen 101. 11 Gebruik van een extern rookafvoerkanaal 111. 12 Preventie van brand in huis 121. 13 Minimum veiligheidsafstanden 122. 0 SPECIFICATIES EN TECHNISCHE GEGEVENS 132. 1 Specificaties 132. 2 Technische gegevens 132. 3 Accessoires en toebehoren 142. 4 Afmetingen 142. 5 Identificatiegegevens van het product 153. 0 VOORBEREIDINGEN VOOR DE INSTALLATIE 154. 0 INSTALLATIE 164. 1 Elektrische aansluitingen en controlesystemen 164. 2 Installatie van een externe thermostaat 174. 3 Verwijderen van de mantel 174.
8 Het glas reinigen (dagelijks) 437. 9 Het glas vervangen 447. 10 Batterijen van de afstandsbediening vervangen 447. 11 De ventilatoren reinigen 447. 12 Als het product niet gebruikt wordt 447. 13 Gepland onderhoud 457. 14 Zekeringen vervangen 458.
Elk product moet voorzien zijn van een verticaal rookgaskanaal, om de door de verbranding ontwikkelde rook naar buiten af te voeren, middels natuurlijke trek. Het rookgaskanaal moet voldoen aan de volgende vereisten: - aan de voorschriften voldoen die gelden op de plaats waar het product geïnstalleerd wordt; - aangepast zijn aan het brandstofproduct, waterbestendig, passend geïsoleerd, gemaakt van corrosiebestendig materiaal (rook) en bestand zijn tegen mechanische belasting; - er mag slechts één kachel, open haard of afzuigkap op aangesloten zijn (g. 2); - de gepaste capaciteit hebben, steeds vrij zijn, dezelfde of grotere diameter hebben dan de rookafvoer van het product en met een lengte van niet minder dan 3,5 m (g. 2); - overwegend verticaal zijn met een afwijking op de as van maximum 45° (g.
2); - zich op gepaste afstand bevinden van brandbare of brandbare materialen middels lucht in de tussenruimte of geschikte isolatie; - een gelijke inwendige doorsnede hebben, bij voorkeur rond: vierkante of rechthoekige doorsneden moeten afgeronde hoeken hebben met een radius van niet minder dan 20 mm; met een maximale verhouding tussen de zijden van 1,5 (g. 3-4-5); - de wanden moeten zo glad mogelijk zijn en zonder vernauwingen; de bochten moeten regelmatig zijn en zonder onderbrekingen (g. 6). d Het is verboden om vaste of losse openingen in het rookkanaal te maken om andere product aan te sluiten dan het product waarvoor het rookkanaal oorspronkelijk bedoeld is. d Het is verboden om andere luchttoevoerkanalen of leidingen voor installatietechnische doeleinden in het rookkanaal te laten lopen, ook indien het rookkanaal groter is dan voorgeschreven.
a In geval het rookkanaal niet de vereiste afmetingen heeft of niet geïnstalleerd werd volgens de hierboven beschreven vereisten, kan de fabrikant op geen enkele wijze aansprakelijk gesteld worden voor een slechte werking van het product of schade aan voorwerpen, personen of dieren.
Het is aan te raden om het rookkanaal te voorzien van een kamer voor de verzameling van materialen en eventuele condens, ter hoogte van het begin van de aansluiting, zodat deze makkelijk geopend en geïnspecteerd kan worden met een luchtdicht luik (g. 1). DT2010024-021. 1 SCHOORSTEENPIJP OF ENKEL ROOKKANAALDT2010031-011. 2 INSPECTIE VAN DE ROETVERZAMELPLAATSMAX 45°NEEXMIN 3,5 mFig. 2 Ophoping van creosootR (min. 20)ØFig. 3 Fig. 4 NEEOphoping van creosootR (min. 20) PL(.
De schoorsteen moet beantwoorden aan de volgende vereisten: - de doorsnede en de vorm aan de binnenkant moet dezelfde zijn als die van de schoorsteenpijp (A); - de doorsnede aan de uitgang (B) mag niet minder zijn dan het dubbele als die van de schoorsteenpijp (A); - de uitmonding (het deel van de schoorsteenpijp dat boven het dak uitsteekt) die volledig in contact is met de buitenlucht (bijvoorbeeld bij een plat dak) moet volledig bedekt zijn met bakstenen en moet ieder geval goed geïsoleerd zijn; - moet zodanig gebouwd zijn dat het niet in de schoorsteenpijp kan regenen of sneeuwen en er geen vreemde voorwerpen in terecht kunnen komen en zodanig dat wind uit geen enkele richting of hellingsgraad de afvoer van de verbrandingsgassen kan belemmeren (windbestendige schoorsteen).
Optimale afstanden voor een goede werking van de schoorsteenpijpOm een goede werking van de schoorsteenpijp te garanderen en een goede verspreiding van de verbrandingsgassen in de atmosfeer mogelijk te maken is het belangrijk dat voor wat de schoorsteen betreft de hieronder vermelde afstanden aangehouden worden: - 6 tot 8 meter afstand van eventuele gebouwen of andere obstakels die boven de hoogte van de schoorsteen uitkomen; - 50 centimeter hoger dan eventuele obstakels die zich op een afstand van 5 meter of minder bevinden; - buiten het terugstroomgebied. Dit gebied heeft verschillende afmetingen en vormen afhankelijk van de hellingshoek van de dakbedekking, waardoor het noodzakelijk is om de hieronder vermelde minimum hoogten aan te houden. DT2010025-031. 3 SCHOORSTEENAB** B gelijk aan het dubbele van AB BAFig. 7 Fig.
8 Hellingsgraad van het dak Horizontale breedte tussen het terug-stroomgebied en de as van de nokMinimum hoogte boven het dakHoogte van het terugstroom-gebiedαA H Z15° 1,85 m 1,00 m 0,50 m30° 1,50 m 1,30 m 0,80 m45° 1,30 m 2,00 m 1,50 m60° 1,20 m 2,60 m 2,10 mVoorbeeld: kolom Controleer de helling van het dak ( α) en de beoogde afstand van de schoorsteen tot de as van de nok ( ), als de afstand groter is dan “ ” dan is kolom A Ade hoogte van de schoorsteen af te lezen in. Als de afstand kleiner is dan “ ” dan moet de schoorsteen 0,5 meter hoger zijn dan de nok. kolom H A6-8 mFig. 9 PLAT DAKgelijk aan ofminder dan 5 mmeer dan 5 m0,50 mgelijk aan ofminder dan 5 m0,50 mSCHUIN DAKhoogte van hetterugstroomgebied Zgrotere afstand dan Amin. Hkleinere afstandof gelijk aan A0,50 m boven de nokas van de nokαTERUGSTROOMGEBIEDFig. 10 Fig.
Het toestel moet op een plaats geïnstalleerd worden waar er op een veilige en makkelijke manier gebruik van gemaakt kan worden en waar het onderhoud makkelijk uitgevoerd kan worden. Als het product dat geïnstalleerd wordt een stroomaansluiting nodig heeft moet deze plaats ook voorzien zijn van een geaarde elektrische installatie zoals bepaald door de geldende voorschriften. De installatieruimte moet beantwoorden aan de volgende vereisten: a De ruimte mag niet bestemd zijn als garage, opslag van brandbaar materiaal of plaats waar activiteiten met brandgevaar verricht worden. a In de ruimte mag geen onderdruk gevormd worden ten opzichte van de buitenomgeving door de tegentrek die veroorzaakt wordt doordat er in de ruimte waar de haard geïnstalleerd is een ander toestel of een afzuigsysteem is.
a In dezelfde ruimte mogen niet twee kachels, een haard en een kachel, een kachel en een kooktoestel op hout enz. gebruikt worden omdat de trek van het ene toestel schadelijk kan zijn voor de trek van het andere toestel. •Alleen in ruimten die als keuken gebruikt worden mogen er toestellen gebruikt worden om te koken met bijbehorende afzuigkappen zonder extractie. •Gastoestellen van type C zijn toegestaan (zie de voorschriften die op de plaats van installatie gelden). Voor een goede werking en een goede verbranding moet het toestel via een buitenluchtaanvoer over de benodigde lucht voor de verbranding kunnen beschikken.
De luchtaanvoer moet: - een totale vrije doorsnede hebben gelijk aan of groter dan de afmetingen die in de paragraaf “ ” vermeld TECHNISCHE GEGEVENSzijn; - beschermd worden door een rooster of een andere geschikte bescherming, mits de voorgeschreven minimum doorsnede niet verkleind wordt; - zo geplaatst worden dat er geen verstopping mogelijk is.
De aanvoer van de voor de verbranding benodigde lucht kan op verschillende manieren verkregen worden: - via een rechtstreekse aanvoer in de kamer waar het toestel geïnstalleerd is; - via een ernaast gelegen ruimte op voorwaarde dat de luchtdoorgang is verzekerd door permanente openingen die in verbinding staan met buiten. a In de ernaast gelegen ruimte, van waaruit de luchtaanvoer komt, mag geen onderdruk zijn ten opzichte van de buitenlucht via een effect van tegengestelde trek veroorzaakt doordat er een apparaat of een toestel voor afzuiging in die ruimte is. In de ernaast gelegen ruimte moeten de permanente openingen beantwoorden aan de vereisten beschreven in de vorige punten. d Het is verboden om de lucht voor de verbranding aan te voeren uit ernaast gelegen ruimten die als garage, opslag van brandbaar materiaal of activiteiten met brandgevaar dienen. DT2010539-031.
d Gastoestellen van type B zijn niet toegestaan (zie de voorschriften die op de plaats van installatie gelden). d Het is verboden het toestel gelijktijdig met gemeenschappelijke ventilatiesystemen (met of zonder extractie) of andere toestellen te gebruiken zoals: geforceerde ventilatiesystemen of andere verwarmingssystemen met gebruik van ventilatie voor luchtverversing. Deze kunnen onderdruk in de installatieruimte veroorzaken, ook indien zij in een naast de installatieruimte gelegen ruimte of in een met de installatieruimte in verbinding staande ruimte geïnstalleerd zijn. d Het is verboden om het toestel te gebruiken: in trappenhuizen, met uitzondering van gebouwen met een maximaal aantal van twee appartementen, in gangen voor gemeenschappelijk gebruik, in slaapkamers, in bad- of doucheruimten.
Controleer het draagvermogen van de vloer door de volgende gegevens op te tellen: het gewicht van de de mantel (muurpanelen), het isolatiemateriaal, de bekleding en het blok (vermeld in de paragraaf “ ”). TECHNISCHE GEGEVENSAls de vloer niet over voldoende draagvermogen beschikt, dan dienen de nodige maatregelen getroffen te worden. Controleer de verwarmingscapaciteit van het toestel en vergelijk het nominale vermogen dat in de paragraaf “ ” vermeld is TECHNISCHE GEGEVENSmet het vermogen dat door de ruimten die verwarmd moeten worden gevraagd wordt. De berekening bij benadering van de behoefte aan vermogen wordt verkregen door het aantal vierkante meter met de hoogte van het plafond te vermenigvuldigen; de uitkomst wordt vermenigvuldigd met een coëfciënt die van de mate van isolatie van het gebouw afhangt, d. w. z.
-Externe factoren: geograsche ligging, gemiddelde buitentemperatuur, ligging ten opzichte van de windstreken, windkracht, breedte, hoogte enz. Berekeningsvoorbeeld bij benadering van de behoefte aan energie om een bepaald volume tot 18/20°C te verwarmen:De die normaal wordt, wordt bepaald op basis van de werkelijke omstandigheden die zich telkens voordoen. coëfciënt toegepast•Van tot per kubieke meter. 0,04 0,05 kW in een goed geïsoleerde ruimte•Van tot per kubieke meter. 0,05 0,06 kW in een slecht geïsoleerde ruimte3 ruimten van 20 m2 x (hoogte plafond) 2,7 m = 162 m3 (volume).
Uitgaande van een ruimte met een goede mate van isolatie kan een gemiddelde waarde (coëfciënt) van 0,045 kW gekozen worden162 (volume) x 0,045 (kW) = 7,3 kW benodigd (6300 kcal/h)Omgerekend 1 kW = 860 kcal/h a Voor een controle en een goede berekening van de behoefte van de te verwarmen ruimten moet u een verwarmingstechnicus inschakelen (zie “REFERENTIENORMEN”). DT2010171-001. 6 DRAAGVERMOGEN VAN DE VLOERDT2010130-011. 7 VERWARMINGSCAPACITEITType geschikte thermische isolatiematerialen. Materiaal: mineraalvezel; keramische vezel; rotsvezel. Vorm: platen, dekens, schalen. Eigenschappen: soortelijk gewicht gelijk aan of hoger dan 245 kg/m³ met een grenstemperatuur met betrekking tot het gebruik van minstens 1000°C. Warmtegeleidingsvermogen λ (400°C) ≤ 0,1 W/mKDikte: zoals afgebeeld in de paragraaf “VEILIGHEIDSAFSTANDEN”.
a Als het isolatiemateriaal niet in de muur aangebracht is, dan moet het op het volledige oppervlak bevestigd worden met bevestigingspunten om de 30 cm. Voor de warmte-isolatie is “AGI Q132” of “DIN 18895” gecodeerd materiaal toegestaan. DT2010173-011. 8 GESCHIKT THERMISCH ISOLATIEMATERIAALH072014NL2 / DT2001126 – 018Nederlands.
a Een pellettoestel is niet zoals andere kachels. De trek van de rook is geforceerd dankzij een ventilator die de druk in de verbrandingskamer verlaagt en zo het afvoerkanaal onder lichte druk zet; daarom is het van belang dat dit afvoerkanaal helemaal luchtdicht en goed geïnstalleerd is zowel voor de goede werking als voor de veiligheid. •De bouw van het afvoerkanaal moet gedaan worden door vakmensen of gespecialiseerde bedrijven volgens hetgeen in deze handleiding vermeld is. •De afvoer moet altijd zodanig gerealiseerd worden dat periodieke reiniging mogelijk is zonder dat er onderdelen gedemonteerd hoeven te worden. •De pijpen met silicone ( ) of gepaste dichtingen , die hun elastische en weerstandskenmerken moeten altijd niet cementerend afgedicht wordenbij hoge temperaturen (250°C) behouden en moeten met een zelftappende schroef met Ø 3,9 mm bevestigd worden.
a Bevestig het rookkanaal waarvan het gewicht de rookventilator niet mag belasten met speciale beugels aan de muur. d Het is verboden om afsluiters of ventielen in het rookkanaal te installeren waardoor de doorgang van de verbrandingsgassen belemmerd kan worden. d Het is verboden om stoom of gassen afkomstig van andere toestellen (ketels, afzuigkappen enz. ) in het rookkanaal te kanaliseren. DT2010229-051. 9 ROOKAFVOERKANAALPijpen en maximale bruikbare lengtenEr kunnen pijpen van vernist alu-staal (minimum dikte 1,5 mm), pijpen van roestvast staal (AISI 316) of pijpen van porseleinlak (minimum dikte 0,5 mm) met een nominale diameter van of gebruikt 80 mm 100 mmworden (voor pijpen binnenin het rookkanaal max. 150 mm). De verbindingsstukken met buiten-/binnendraad moeten een minimum lengte hebben van 50 mm.
De diameter van de pijpen hangt af van het type installatie; het toestel is ontworpen voor installatie met pijpen met Ø 80 mm maar, zoals te zien is in tabel 1, wordt in bepaalde gevallen het gebruik van dubbelwandige pijpen met Ø 100 mm aangeraden.
TABEL 1 PIJPLENGTENTYPE INSTALLATIE MET PIJPEN MET Ø 80 mmMET DUBBELWANDIGE PIJPENMET Ø 100 mm Max. lengte (met 3 bochten van 90°) 4,5 m 8 mVoor installaties op plaatsen van meer dan 1200 meter boven de zeespiegel- VerplichtMaximum aantal bochten 3 4Lengte van de horizontale stukken met helling van min. 3%2 m 2 m a De drukverliezen van een bocht van 90° kunnen gelijkgesteld worden met die van 1 meter pijp; het inspecteerbare T-stuk moet beschouwd worden als een bocht van 90°. Ø 100 mmØ 80 mmT-STUKØ 80 > Ø 100T-STUK MET AFSLUITPLUGFig. 16 VOORBEELD: Als er een lengte van meer dan 4,5 m met pijpen met Ø 80 mm geïnstalleerd moet worden, moet de maximale lengte op de volgende manieren berekend worden:•Indien er op de totale lengte maximaal gebruikt worden, dan is de maximale afstand.
3 bochten van 90° 4,5 m•Indien er op de totale lengte maximaal gebruikt worden en rekening houdend met het feit dat een bocht van 90° vervangen 2 bochten van 90°kan worden door 1 m pijp, dan is de maximale afstand. 4,5 m + 1 m = 5,5 m•Indien er op de totale lengte maximaal gebruikt wordt en rekening houdend met het feit dat een bocht van 90° vervangen kan 1 bocht van 90°worden door 1 m pijp, dan is de maximale afstand. 4,5 m + 1 m + 1 m = 6,5 mAls er pijpen met Ø 100 mm gebruikt moeten worden moet er een verbinding met een T-stuk met Ø 80 mm voor de afvoer van het toestel gebruikt moeten worden en dus een verloopstuk met Ø 80 > Ø 100 (dit onderdeel wordt niet geleverd door de fabrikant) (g. 16). H072014NL2 / DT2001126 – 01 9NederlandsDT2030337-00.
T-stukHet gebruik van een T-stuk maakt het mogelijk om de condens vermengd met roet die zich binnenin de pijp ophoopt op te vangen en staat de periodieke reiniging van het kanaal toe zonder dat de pijpen gedemonteerd hoeven te worden. Het T-stuk kan samen met de pijpen bij een erkende verkoper van de fabrikant gekocht worden. Hiernaast is een voorbeeld van een verbinding opgenomen waarbij de volledige reiniging mogelijk is zonder dat de pijpen van de installatie gedemonteerd hoeven te worden (g. 17). REINIGINGSRICHTINGREINIGINGSRICHTINGT-STUKREINIGINGSRICHTINGT-STUKISOLATIEMax. 2 m(min. 3 %)Fig. 17 Als u een bestaande schoorsteen wilt gebruiken dan wordt geadviseerd om die te laten nakijken door een vakkundige schoorsteenveger om te zien of deze volledig luchtdicht is.
Dit omdat deze onder lichte druk staat en de rook daardoor in eventuele scheuren kan dringen en zo een weg kan zoeken naar bewoonde ruimten. Indien na inspectie blijkt dat het rookkanaal niet helemaal luchtdicht is, dan moet dit weer volledig hersteld worden door nieuwe pijpen in het rookkanaal in te brengen. Wanneer het bestaande rookkanaal zeer groot is, dan wordt aangeraden om een pijp met een maximum diameter van 150 mm in te brengen; er wordt bovendien geadviseerd om het rookkanaal goed te isoleren (g. 18-19). •Indien de aansluiting door muren of andere materialen geleid moet worden die brandbaar of warmtegevoelig zijn, moet er isolatiemateriaal van 10 cm van minerale oorsprong (zoals rotswol, keramische vezel) rond het verbindingsstuk aangebracht worden met een nominale dichtheid van meer dan 80 kg/m3.
•Indien de aansluiting door geleid moet worden muren of wandendie niet brandbaar zijn, dan moet er toch isolatiemateriaal van 5 cm van minerale oorsprong (zoals rotswol, keramische vezel) rond het verbindingsstuk aangebracht worden met een nominale dichtheid van meer dan 80 kg/m3. DT2010230-031. 10 AANSLUITING OP EEN TRADITIONELE SCHOORSTEENSCHOORSTEENØ 80 mmMAX.
AFSLUITFLENSAFDICHTINGSFLENSVAN ROESTVASTSTAAL OF ALUMINIUMVERSE LUCHTAANVOER METNIET SLUITBAAR ROOSTERFig. 19 •Controleer of de aansluiting op het rookkanaal zodanig uitgevoerd is dat er onder lichte druk een volledige afsluiting van de rookgassen is als het toestel in werking is.•Controleer of de pijp niet te ver in het rookkanaal zit, dit kan een vernauwing bij de doorgang van de rookgassen creëren. a Verzeker u ervan dat alles volgens de regels van goed vakmanschap is geïnstalleerd.Het is mogelijk om een rookkanaal te gebruiken alleen als deze voldoet aan de volgende vereisten: - alleen met gebruik van geïsoleerde (dubbelwandige) pijpen van roestvast staal die bevestigd zijn aan het gebouw (g.
20); - aan de onderkant van dit kanaal moet er een mogelijkheid zijn om te inspecteren, voor controle en periodiek onderhoud; - er moet een windbestendige schoorsteen geïnstalleerd zijn en de afstanden tussen de nok van het gebouw en de schoorsteen moeten aangehouden worden, zoals vermeld in de paragraaf “ ”.SCHOORSTEEN a Alle SUPERIOR kunnen ook met muurafvoer, pellettoestellenminimum hoogte 2 m en met verbrandingslucht uit een coaxiale pijp functioneren (g. 21).In de technische norm 14/08-1303 van CSTB zijn de installatie-uitvoeringen vermeld (zie verklaring pag. 50). a Verzeker u ervan dat alles volgens de regels van goed vakmanschap is geïnstalleerd.DT2010232-021.11 GEBRUIK VAN EEN ExTERN ROOKAFVOERKANAALVERSE LUCHTAANVOER METNIET SLUITBAAR ROOSTERdMin. 2 mVERBRANDINGSLUCHTINLAATMET COAXIALE PIJPFig. 20 Fig.
Het installeren en het gebruik van het product moet gebeuren in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant en met inachtneming van de Europese en landelijke normen en de plaatselijke voorschriften. a Als een rookafvoerpijp door een muur of een plafond loopt moeten er speciale installatiemethoden toegepast worden (bescherming, thermische isolatie, afstanden ten opzichte van hittegevoelige materialen enz. ). Zie de paragraaf “AANSLUITING OP DE SCHOORSTEENPIJP”. •Er wordt bovendien geadviseerd om alle voorwerpen van brandbaar of ontvlambaar materiaal uit het stralingsgebied van de vuurhaard te houden en in ieder geval op minstens 80 cm afstand van de vuurkern. •Voor andere aspecten van verantwoord stoken zie de paragraaf “MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDEN” en “AANSLUITING OP DE SCHOORSTEENPIJP”.
•De rookafvoerpijp, de schoorsteen, de schoorsteenpijp en de verse luchtaanvoer moeten altijd vrij van verstoppingen en schoon zijn en moeten geregeld nagekeken worden (minstens twee keer) tijdens het seizoen, vanaf de eerste keer aansteken van het product en tijdens het gebruik ervan. Wanneer het toestel gedurende een bepaalde periode niet werd gebruikt, is het raadzaam om eerst het bovenstaande te controleren. Neem voor meer informatie contact op met een schoorsteenveger. •Gebruik alleen geadviseerde brandstoffen (zie het hoofdstuk “ ”). BRANDSTOFDT2010027-021. 12 PREVENTIE VAN BRAND IN HUISInstalleer het product met inachtneming van de minimum veiligheidsafstanden ten opzichte van temperatuurgevoelige of brandbare materialen.
In geval van temperatuurgevoelige of brandbare vloeren moet er een bescherming van onbrandbaar isolatiemateriaal toegepast worden zoals bijvoorbeeld: een plaat van plaatstaal, marmer, tegels enz. De minimum afstanden die van de kachel aangehouden moeten worden zijn (zie “TECHNISCHE GEGEVENS”):AAfstand van de kachel tot een hittebestendige/brandbare achterwand. B Afstand van de kachel tot de zijwanden.
C Afstand ten opzicht van brandbare voorwerpen. D Voorste uitstekende deel vloerbescherming. EAfstand tussen de binnenste hoek van de opening van de vuurhaard en de rand van de vloerbeschermingFAfstand van de afvoer tot hittebestendige wanden. Voor temperatuurgevoelige of brandbare wanden zie de technische documentatie die bij het rookkanaal verstrekt wordt. G Afstand tussen de kachel en de afvoer. Voor het rookkanaal moeten de minimum afstanden ten opzichte van temperatuurgevoelige of brandbare materialen (betimmering, houten balken of plafonds enz. ) aangehouden worden zoals getoond op de afbeelding. a Het rookkanaal moet geschikt zijn om aangesloten te worden op een pellettoestel in overeenstemming met de geldende landelijke voorschriften. a Houd elk ontvlambaar materiaal zoals: houten meubels, gordijnen, kleden, ontvlambare vloeistoffen enz.
tijdens de werking ervan goed uit de buurt (minimum 80 cm). a Rondom de kachel wordt geadviseerd om grotere afstanden dan aangegeven aan te houden om eventuele werkzaamheden aan het toestel makkelijker uit te kunnen voeren. DT2012487-011. 13 MINIMUM VEILIGHEIDSAFSTANDENStraalgebied van deopening van de vuurhaardAchterwandZijwandZijwandPELLETKACHELEEBBGGFFACDBeschermingvloerFig. 22 MIN. 25 cm*MIN. 5 cm*MIN. 40 cmFig. 23 Fig. 24 * = Waarden die betrekking hebben op de toepassing van originele afvoerpijpen; als er andere pijpen toegepast worden, moet u de technische documentatie die bij de pijpen verstrekt wordt raadplegen. H072014NL2 / DT2001126 – 0112NederlandsDT2033681-01DT2030335-00 DT2032226-00.
NB: De hierboven vermelde gegevens kunnen verschillen op basis van de afmetingen en het soort pellets die gebruikt worden (zie het hoofdstuk “BRANDSTOF”).
Maateenheid MILLY(op nominaal vermogen) (op minimum vermogen)Thermisch vermogen kW 8,2 2,6Brandstofverbruik per uur kg/h 1,9 0,6Rendement % 89,2 86,8CO-uitstoot bij 13% O2% / (mg/m3) 0,020 / (242,4) 0,026 / (324,4)Uitstoot jn stof mg/Nm324,8Maximum opgenomen vermogen W 370Opgenomen vermogen tijdens de werking W 90Stroomvoorziening V 230Frequentie Hz 50Inhoud van het pelletreservoir kg / (l) 16 / (25)Diameter rookgasafvoer cm ø8Buitenluchtinlaat (minimum nuttige doorsnede) cm2100Gewicht haard zonder mantel kg 146Testrapport N° K4882012T1VKF N° -Technische gegevens voor het berekenen van de schoorsteenpijp Maateenheid MILLY(op nominaal vermogen) (op minimum vermogen)Thermisch vermogen kW 8,2 2,6Capaciteit van de rookgassen g/s 6,2 4,3Gemiddelde rookgasafvoertemperatuur °C 178,0 107,4Minimale trek 12PaMinimum veiligheidsafstanden cmA Afstand van de kachel tot een hittebestendige/brandbare achterwand.
Elk product kan geïdenticeerd worden aan de hand van een typeplaatje, waar het model en de prestaties van het toestel op vermeld zijn en eplaatje waar het serienummer op vermeld is. Het typeplaatje is op het achterpaneel van de kachel aangebracht, terwijl het plaatje met het serienummer aan de binnenkant van de deksel van hreservoir aangebracht is. Er is ook een plaatje met het serienummer op de laatste bladzijde van de omslag van het boekje “INSTALLATIE-, GEBRUIKSONDERHOUDSHANDLEIDING” opgenomen. In geval van aanvragen van technische service of het bestellen van reserveonderdelen moet u deze gegevens altijd aan de verkoper of het technisservicecentrum doorgeven. DT2011541-002.
5 IDENTIFICATIEGEGEVENS VAN HET PRODUCTOm ongelukken te voorkomen en om te voorkomen dat het product beschadigd wordt, worden hieronder enkele adviezen op een rijtje gezet: - het uitpakken en installeren moet door minimaal twee personen gedaan worden; - alle werkzaamheden om het product te verplaatsen moeten met geschikte werktuigen gedaan worden en volledig in naleving van de geldende normen op het gebied van de veiligheid; - de stand van het verpakte product moet gehandhaafd worden zoals blijkt uit de aanwijzingen die verstrekt worden door de symbolen en de opschriften die op de verpakking aangebracht zijn; - als er hijskabels, -banden, -kettingen enz.
gebruikt worden moet gecontroleerd worden of zij geschikt zijn voor het te lossen gewicht en of zij in goede staat zijn; - tijdens het verplaatsen van de verpakking moeten langzame en continue bewegingen gemaakt worden om rukbewegingen aan de hijskabe-banden, -kettingen enz. te vermijden; - de last mag niet te schuin gehouden worden om kantelen te voorkomen; - men mag nooit in de actieradius van de laad-/loswerktuigen (heftruck, hijskraan enz. ) gaan staan. Alvorens tot het installeren over te gaan moeten de bevestigingsbeugels (A) verwijderd worden door aan de betreffende bevestigingsschroevedraaien (g. 28).
a Pak het product uit waarbij u moet opletten dat het product niet beschadigd wordt of dat er krassen in komen, haal het zakje met accessoires en eventuele piepschuim of kartonnen delen die gebruikt zijn om de losse delen vast te zetten enz. uit de vuurhaard van de kachel. Om de kachel tijdens het installeren makkelijker te kunnen verplaatsen wordt geadviseerd om de mantel te verwijderen, waarbij de procedure die in de paragraaf “VERWIJDEREN VAN DE MANTEL” vermeld is aangehouden moet worden en de mantel na aoop vanhet installeren weer aan te brengen. Als u te werk wilt gaan zonder de panelen te verwijderen wordt geadviseerd om heel voorzichtig te zijn om de onderkant van de zijpanelen en de onderste frontplaat niet te vervormen, ervoor te zorgen dat er geen krassen in komen en hoe dan ook niet te beschadigen. 3. 0 VOORBEREIDINGEN VOOR DE INSTALLATIEPRODUCTNAAMSERIENUMMERFig. 26 Fig.
Volgens de van kracht zijnde regelgeving met betrekking tot de veiligheid van elektrische toestellen en elektrische systemen in het algemeen, moet u zich tot een technisch servicecentrum of vakmensen wenden voor alle installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, die toegang tot de bekleding en de rookkamer vragen. BekledingNadat de montagewerkzaamheden uitgevoerd zijn en er eventueel een externe kamerthermostaat geïnstalleerd is (zie de paragraaf “INSTALLATIE VAN EEN EXTERNE OMGEVINGSTHERMOSTAAT”) de bovenblad von majolica uitpakken (A) en in zijn positie opzetten (B). (Fig. 29), waarbij u eerst moet controleren of de luchtbevochtiger (optie) goed in de betreffende ruimte geplaatst is (zie de paragraaf “LUCHTBEVOCHTIGER”). 4. 0 INSTALLATIEStroomkabel (6)•De kachel wordt geleverd met een stroomkabel die op een stopcontact van 230V 50Hz aangesloten moet worden.
De aansluiting op het stopcontact aan de achterkant van de kachel wordt getoond op guur 31. •Het opgenomen vermogen is in de paragraaf “TECHNISCHE GEGEVENS” vermeld. a Het toestel moet op een deugdelijk geaard elektriciteitsnet aangesloten worden. Controleer of de stroomkabel op de denitieve plaats niet in aanraking komt met hete delen. Controleer of de stekker voor de elektrische aansluiting ook na installatie van het toestel toegankelijk is. Omgevingstemperatuursensor (5) aansluiten•Op het moment dat de kachel geïnstalleerd wordt moet de meegeleverde omgevingstemperatuursensor op de daartoe bestemde plaats aangesloten worden (g. 30). De sensor kan geplaatst worden zoals getoond op guur 31 of de klem kan verwijderd worden en de bol kan op een plaats aangebracht worden waar de omgevingstemperatuur getrouwer waargenomen kan worden.
Dit moet door erkende vakmensen gedaan worden op het moment dat de kachel geïnstalleerd wordt of als er onderhoud aan gepleegd wordt. Seriële aansluiting DB9 (7)•Het toestel is voorzien van een seriële aansluiting DB9 die gebruikt wordt om controles van de werking van het toestel te verrichten. Deze controles moeten door erkende vakmensen verricht worden op het moment dat de kachel geïnstalleerd wordt of als er onderhoud aan gepleegd wordt. •Op de seriële aansluiting DB9 kan de eventuele GPRS set, die als optie verkrijgbaar is, aangesloten worden. DT2011601-014. 1 ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN EN CONTROLESYSTEMENFig.
Het toestel is ingesteld om aangesloten te worden op een externe omgevingsthermostaat (niet geleverd door de fabrikant). De thermostaat moet aangesloten worden met behulp van een kabel type 2x0,5 mm2 die vastgezet moet worden met een kabelwartel PG7 die in de daarvoor bestemde opening in het achterpaneel van de kachel aangebracht moet worden. Dit moet door erkende vakmensen gedaan worden. a Leder type kamerthermostaat kan geïnstalleerd worden waarbij het noodzakelijk is een kabelwartel PG7 te gebruiken zoals die op guur afgebeeld is. Om de kamerthermostaat op de elektronische kaart aan te sluiten moet u het elektrische schema bekijken.
Voor de installatie moet u als volgt te werk gaan: - schakel de stroom uit alvorens het toestel open te maken; - verwijder het beschermpaneel van de elektronische kaart en het achterpaneel (zie “VERWIJDEREN VAN DE MANTEL”); - verwijder het voorgeperforeerde gedeelte in het paneel aan de achterkant (nr. 4 - g. 30); - steek de thermostaatkabel in de kabelwartel PG7 en doe deze daarna in de daarvoor bestemde opening in het achterpaneel van het toestel; - verbind het uiteinde van de kabel van de kamerthermostaat met de 2-pins klem van de elektronische kaart (zie “ELEKTRISCH SCHEMA”); - breng het achterpaneel weer aan en let daarbij op waar de draad binnenin de kachel loopt omdat deze niet in contact mag komen met warme of bewegende delen; - breng het beschermpaneel van de elektronische kaart weer aan. a Houd er rekening mee dat het een schoon contact is (normaal geopend) zonder vermogen.
Er mag bijgevolg geen enkel element onder spanning op aangesloten worden. DT2011598-004. 2 INSTALLATIE VAN EEN ExTERNE THERMOSTAATIndien er ingrepen aan de binnenkant moeten uitgevoerd worden, moeten de zijpanelen verwijderd worden door het volgende te doen: - Verwijder het bovenblad van majolica. - Verwijder het bovenste rooster (A) door de 4 bevestigingsschroeven (B) eruit te draaien (g. 35).
- Verwijder de onderste zijpanelen en de bovenste zijpanelen door de voorste (E) en achterste schroeven (F) eruit te draaien (g. 37-38). a De onderste panelen mogen alleen verwijderd worden om iets aan de rookgasafvoer te doen.Om het bovenste linker zijpaneel te verwijderen moet de deur verwijderd worden: doe de deur open en haal de 2 pennen eruit (g. 39). - Om te monteren moet u dezelfde stappen in de omgekeerde volgorde uitvoeren.Het product wordt geleverd met de rookgasafvoer aan de achterkant.Het is echter ook mogelijk, door de speciale set te bestellen, om ervoor te kiezen de rookgasafvoer aan de linkerkant van de kachel te plaatsen, door het volgende te doen: - Verwijder de zijpanelen (zie de paragraaf “VERWIJDEREN VAN DE MANTEL”). - Verwijder het achterpaneel (A) van de kachel (g. 40).DT2012691-004.4 ZIJWAARTSE ROOKAFVOER (OPTIE)EFFGGGFig. 37 Fig. 38 Fig. 39 AFig.
- Verwijder het voorgeperforeerde gedeelte dat aan de onderkant aangebracht is uit het zijpaneel aan de linkerkant dat u daarvoor verwijderd heeft.Gebruik een boor Ø 6 mm om dit te doen en maak daarbij gebruik van de 3 gaten in het paneel die als middelpunten dienen en pas op dat er geen krassen in het paneel komen en/of dat het paneel beschadigd wordt. - Breng de meegeleverde randafdichting [G] op de rand van het in het paneel verkregen gat aan. Knip het stuk van de afdichting dat eventueel te lang is eraf (g. 45). a Er wordt geadviseerd om de afdichting met een paar druppels silicone die geschikt is voor hoge temperaturen vast te zetten. - Breng het zijpaneel aan de onderkant weer aan en ga daarbij in de tegenovergestelde volgorde als bij het demonteren te werk..
a In geval van plaatsing met de rookgasafvoer aan de zijkant moet de MINIMUM afstand van de rookgasafvoerpijp van de kachel die is aangegeven in de paragraaf “AFMETINGEN” aangehouden worden. In geval van afvoer aan de rechterkant wordt deze maat verkregen door tussen de zijrookgasafvoerkoppeling en de T-koppeling een pijp met diameter 80 mm en een lengte van 130 mm (maat H – g. 46) te plaatsen. In geval van afvoer aan de linkerkant moet de bocht van 30° die bij de set inbegrepen is 44 mm ingekort worden. - Breng de bekleding weer aan. HFig. 46 Houtpellets zijn een brandstof die verkregen wordt dankzij het persen van houtzaagsel gewonnen uit bewerkingsrestanten en het omzetten van gedroogd natuurlijk hout. De typerende vorm van kleine cilinders wordt verkregen door middel van een draadtrekproces.
Dankzij lignien, een natuurlijk bestanddeel, dat door het persen van de grondstof vrijkomt, krijgen de pellets consistentie, worden zij compact en hoeven zij niet met toevoegingen of lijm behandeld te worden. Aangezien de eigenschappen en de kwaliteit van de pellets de autonomie, het rendement en de goede werking van de kachel sterk beïnvloeden wordt geadviseerd om pellets van hoogwaardige kwaliteit te gebruiken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Superior Milly stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Superior
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater