Stiga GT 100e Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiga GT 100e (41 pagina’s), behorend tot de categorie Grastrimmer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Stiga GT 100e of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiga |
| Categorie: | Grastrimmer |
| Model: | GT 100e |
Handleiding Stiga GT 100e – volledige tekst
[1] NL - TECHNISCHE GEGEVENS[2] Spanning en frequentie voeding MAX[3] Spanning en frequentie voeding NOMINAL[4] Maximale rotatiesnelheid van het werktuig (draadhouder)[5] Snijbreedte (draadhouder)[6] Diameter draadhouder (max)[7] Code snij-inrichting[8] Code bescherming[9] Gewicht zonder batterij-eenheid and without cutting means[10] Niveau geluidsdruk [11] Meetonzekerheid[12] Gemeten geluidsvermogenniveau[13] Gegarandeerd geluidsniveau[14] Trillingen [15] - Voorste handgreep[16] - Achterste handgreep[17] OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES[18] Accugroep, mod. [19] Batterijladera) OPMERING: de totale verklaarde waarde van de trillingen werd gemeten met een genormaliseerde testmethode en kan gebruikt worden voor een ver-gelijking tussen twee werktuigen. De totale waarde van de trillingen kan ook gebruikt worden in een voorafgaande evaluatie van de blootstelling.
b) WAARSCHUWING: de emissie van trillingen bij het eectief gebruik van het werktuig kan verschillen van de totale verklaarde waarden, al naar gelang de manieren waarop het werktuig gebruikt wordt. Daarom is het noodzake-lijk, tijdens het werk, de volgende veiligheidsmaatregelen toe te passen om de bediener te beschermen: handschoenen te gebruiken tijdens het gebruik, het gebruik van de machine te beperken en de de bedieningshendel van de versnelling zo kort mogelijk ingedrukt te houden.
NL - 1LET OP. : VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeften. NL1. ALGEMEEN 1. 1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aan-vulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtza-ming van de waarschuwing leidt tot mogelijke per-soonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen 'voor', 'achter', 'rechts' en 'links' heb-ben betrekking op de werkpositie van de bediener. 2.
VEILIGHEIDSVOOR-SCHRIFTEN 2. 1 TRAINING Lees deze instructies aan-dachtig vooraleer de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Het niet in acht nemen van de voor-schriften en de instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor toekomstig ge-bruik. • Laat de machine nooit gebruiken door kinderen of personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke bevoegdheden, of die niet over de nodige ervaring INHOUDSOPGAVE1. ALGEMEEN. 12. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 13. LEER DE MACHINE KENNEN. 6 3. 1 Beschrijving machine en beoogd gebruik. 6 3. 2 Belangrijkste onderdelen (Afb. 1):. 7 3. 3 Productidenticatielabel (Afb. 1 ). 7 3. 4 Veiligheidssignaleringen (Afb. 2). 74. MONTAGE. 8 4. 1 Uitpakken. 8 4.
2 Veiligheidshendel/-knop voor versnelling. 96. GEBRUIK VAN DE MACHINE. 9 6. 1 Voorafgaande werkzaamheden. 9 6. 2 Veiligheidscontroles. 9 6. 3 Starten. 10 6. 4 Het werk. 10 6. 5 Suggesties voor het gebruik. 11 6. 6 Stoppen. 11 6. 7 Na het gebruik. 117. ONDERHOUD. 11 7. 1 Algemeen. 11 7. 2 Accu. 12 7. 3 Reiniging van de machine en van de motor. 12 7. 4 Moeren en schroeven voor bevestiging. 12 7. 5 snij-inrichting. 12 7. 6 Bijslijpen van de draadsnijder. 138. STALLING. 13 8. 1 Stalling van de machine. 13 8. 2 Stalling van de accu. 139. HANTERING EN TRANSPORT. 1310. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN. 1311. GARANTIEDEKKING. 1412. IDENTIFICATIE PROBLEMEN. 1513. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES. 16 13. 1 accu's. 16 13. 2 Batterijlader. 16.
NL - 2en kennis beschikken, of door personen die de aanwijzingen niet goed genoeg kennen. De mini-male leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn. • Gebruik de machine nooit met personen, vooral kinderen, of die-ren in de buurt. De kinderen moe-ten onder toezicht van een andere volwassene staan. Kinderen mo-gen niet met de machine spelen. • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatie-ve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht. • Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendom-men kunnen overkomen.
Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan bren-gen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen. • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzin-gen in dit handboek doorneemt. 2. 2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDENPersoonlijke bescher-mingsmiddelen (PBM)• Draag geschikte kleding, stevige werkschoenen met antislipzolen en een lange broek. Schakel de ma-chine niet wanneer u geen schoe-nen draagt of met open sandalen. Gebruik gehoorbescherming, an-titrilhandschoenen, een bescher-mende bril en een antistofmasker.
• Het gebruik van gehoorbescher-mers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alar-men) te horen, verminderen. Ver-leen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
• Draag geen sjaal, hemd, halsket-ting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machi-ne of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats. • Lang haar wordt zorgvul-dig bijeengebonden. Werkzone / Machine• Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of de snij-inrichting/draaiende organen zou kunnen bescha-digen worden (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz. ). • Om brandgevaar te voorko-men, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren of droog gras. 2. 3 TIJDENS HET GEBRUIKWerkzone • Gebruik de machine niet in omge-vingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. De elek-trische gereedschappen gene-reren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
NL - 3• Controleer of andere perso-nen zich op minstens 15 meter afstand van de actieradius van de machine bevinden, of op minstens 30 meter in geval van zwaardere werkzaamheden. • Werk niet op nat gras, bij re-gen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat. • Stel de machine niet bloot aan regen of vochtige omge-ving. Water dat in gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken. • Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het wer-ken niet kunnen garanderen. • Let bijzonder goed op de onre-gelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellin-gen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaar-heid zouden kunnen beperken.
• Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken. • Werk op een helling dwars en nooit in de richting stijging/daling, let goed op bij de veran-deringen van richting, contro-leer uw steunpunt goed en blijf steeds onder de snij-inrichting. • Let goed op het verkeer, wan-neer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. • Voer de start uit op een vlak-ke en stevige ondergrond. Gedrag• Tijdens het werk moet de machine altijd met beide handen vastgeno-men worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem. Strek de armen niet te ver uit. • Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaar-de oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koelkas-ten. Het risico voor elektrische schokken vermindert wan-neer het lichaam geaard is. • Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees altijd voorzichtig.
• Ga niet overhellen. • Ga niet overleunen. • Loop nooit, maar stap. • Houd altijd de handen en voeten ver van de snij-inrich-ting, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
• Let op: het snij-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitscha-keling van de motor draaien. De draaiende delen kunnen ern-stige letsels veroorzaken, ver-mijd aanraking met deze delen wanneer deze nog draaien. • Let op eventueel materiaal dat door de beweging van de snij-inrichting wegspringt. • Let erop niet hard met de snij-in-richting tegen vreemde voorwer-pen/hindernissen te stoten. Indien de snij-inrichting een hindernis/voorwerp tegenkomt, kan er zich een terugslag (kickback) voordoen. Dit kan een zeer snelle sprong in de tegenovergestelde richting ver-oorzaken, en de snij-inrichting naar boven en naar de bediener toe duwen. Door de terugslag kan men de controle over de machine ver-liezen, met mogelijk ernstige gevol-gen.
NL - 4die u toestaat te weerstaan aan de kracht van de tegenslag. – Steek de armen niet te hoog uit en maai niet boven het niveau van de riem. – Gebruik enkel de door de fabrikant aangege-ven snij-inrichtingen. – Volg de aanwijzingen van de fabrikant met betrek-king op het onderhoud van de snij-inrichting. • Let op het risico op letsels veroorzaakt door eender wel-ke inrichting voor het snijden van de lengte van de draad. In geval van breuken of inci-denten tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwij-deren om geen verdere schade te berokkenen; in geval van on-gevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen.
Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vascu-laire letsels en problemen ver-oorzaken (ook bekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"), vooral bij per-sonen met circulatiestoornissen. De symptomen kunnen betrek-king hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze ef-fecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstem-peratuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het nood-zakelijk een arts te raadplegen.
Beperkingen voor het gebruik• De machine mag niet gebruikt worden door personen die niet in staat zijn om het stevig met beide handen vast te houden en/of tijdens het werk in stabiel even-wicht op hun benen te staan. • Monteer nooit metalen snij-ele-menten. Op deze machine mogen geen metalen of harde messen gebruikt worden.
• Gebruik de machine nooit in-dien de beschermingen be-schadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn. • Gebruik de machine niet in-dien de toebehoren/werk-tuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn. • De aanwezige veiligheidsin-richtingen/microschakelaars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden. • Gebruik het elektrisch gereed-schap indien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschake-len. Een elektrisch gereedschap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. • Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwali-teit van het werk verbeteren.
NL - 5 2. 4 ONDERHOUD, STALLINGRegelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud• Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of be-schadigd zijn. De defecte of be-schadigde onderdelen moeten vervangen worden en mogen niet gerepareerd worden. Gebruik al-leen originele reserveonderdelen. • Tijdens de afstellingen van de ma-chine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegende snij-inrichting en de vaste delen van de machine geklemd geraken. De in deze instructies opge-voerde geluids- en trilling-sniveaus zijn maximale grens-waarden voor gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd snij-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig on-derhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen.
Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maat-regelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van tril-lingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machi-ne, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling• Laat geen houders met restma-teriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen. 2. 5 RESTRISICO’SOok al worden alle veiligheidsvoor-schriften opgevolgd, kunnen er zich nog enkele risico’s voordoen: – gevaar op letsels aan vin-gers en handen indien deze terecht komen in de rotatie van de draad op het kopje; – gevaar op letsels aan de voe-ten indien deze geraakt worden door de draad van het kopje; – wegschieten van ste-nen en aarde. 2.
Een niet geschikte acculader kan leiden tot elektroshock, over-verhitting of lekken van de cor-rosieve vloeistof van de accu. • Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand. 2. 7 BESCHERMING VAN DE OMGEVING• Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speci-ale verzamelcentra toevertrouwd.
NL - 6worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen. • Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval. • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een container park gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoude-lijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkom-stig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische appara-tuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de on-dergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn.
Neem voor meer informatie over de afdanking van dit product contact op met de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levens-duur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het mili-eu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet ver-wijderd worden en gescheiden inge-zameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materia-len toe. Het hergebruik van gerecy-cleerd materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en ver-mindert de vraag naar grondstoen. 3. LEER DE MACHINE KENNEN 3. 1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIKDeze machine is een tuingereedschap en met name een draagbare grasmaaier/trimmer met accutoevoer.
De snij-inrichting werkt op een vlak dat onge-veer evenwijdig is met het terrein (bij gebruik als grasmaaier) ofwel ongeveer loodrecht op het terrein (bij gebruik als trimmer). De bediener kan de belangrijkste com-mando’s bedienen terwijl hij steeds op veili-ge afstand van de draaiende delen blijft. 3. 1. 1 Voorzien gebruikDeze machine is ontworpen en gebouwd voor: – het maaien van gras en niet-houtige begroei-ing (bijv. op randen van bloemperken, aan-plantingen, muren, omheiningen, of groene plekken met een beperkte oppervlakte); – het afwerken van het snijden met een maaier; – gebruik door een enkele bediener. 3. 1. 2 Onjuist gebruikEender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken.
De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – Gebruik de machine niet om te vegen, door de draadhouder over te hellen. De kracht van de motor kan voorwerpen of keitjes tot 15 meter ver werpen en scha-de of verwondingen veroorzaken; – heggen knippen of andere werkzaam-heden waarbij de snij-inrichting niet op grondhoogte gebruikt wordt; – struiken, planten en bloe-men snijden en hakselen; – gebruik van de machine voor het snij-den van niet plantaardig materiaal; – gebruik van de machine met de snij-inrichting boven de riemhoogte van de bediener;.
NL - 7 – gebruik van de machine in openba-re tuinen, parken, sportcentra, op rij-banen, in velden en bossen; – andere snij-inrichtingen gebruiken dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gege-vens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren. – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprake-lijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor scha-de of letsel die hijzelf of anderen oplopen. 3. 1. 3 Type gebruikerDeze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d. w. z. door niet professionele be-dieners. Ze is bestemd voor 'hobby-gebruik'. 3. 2 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN (AFB. 1):A. Aandrijfeenheid: geeft de beweging aan de snij-inrichting door middel van een aandrijvingsas. B. Staaf: verbindt de achterste hand-greep aan de motor. C.
Snij-inrichting: dit is het ele-ment dat de vegetatie snijdt. 1. Draadhouder: snij-inrichting met nylondraad. D. Bescherming van de snij-inrichting: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwer-pen, die door de snij-inrichting meegenomen wor-den, ver van de machine weg kunnen schieten. E. Voorste handgreep: met een halfronde vorm, voor de bediening van de machine. F. Achterste handgreep : staat de bediening van de machine toe; op de handgreep be-vinden zich de belangrijkste commando's voor inschakelen/uitschakelen/versnellen. G. Accu(indien niet met de machine geleverd, zie hst. 13 “op aanvraag leverbare accessoires): in-richting die elektrische energie verschaft aan het werktuig; de kenmerken en de gebruiksnormen er-van zijn in een specieke handleiding beschreven. H. Acculader (indien niet bij de machine geleverd, zie hst.
Spanning en frequentie voeding6. Serienummer7. Artikelcode8. BouwjaarSchrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatie-gegevens die aangegeven zijn op het iden-ticatielabel van het product bij ieder con-tact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de ver-klaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding. 3. 4 VEILIGHEIDSSIGNALERINGEN (Afb. 2)Op de machine staan verschillende symbolen. Betekenis van de symbolen:LET OP. GEVAAR. Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderenLET OP. Voordat u deze machine in gebruik neemt eerst de gebruiksaanwijzingen lezen.
De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik gehoorbescherming en brillen. GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN. Let goed op voor mogelijk wegschieten van materiaal, veroorzaakt door de snij-inrichting, die ernstige schade kan berokkenen aan personen of zaken. GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN. Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine.
NL - 9 Door de machine op te star-ten, wordt tegelijkertijd de rotatie van de snij-inrichting ingeschakeld. De machine stopt automatisch wanneer de versnellingshendel losgelaten worden. 5. 2 VOOR VERSNELLINGDe veiligheidshendel/-knop voor versnel-ling (afb. 6. B) geeft de bediening van de versnellingshendel (afb. 6. A) vrij. 6. GEBRUIK VAN DE MACHINEBELANGRIJK De in acht te nemen veilig-heidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ern-stige risico's of gevaren te lopen. 6. 1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDENPlaats de machine horizontaal en stevig op het terrein. Controleer dat de accu niet in zijn huizing zit; 6. 1. 1 Controleren en opladen (Afb. 7)Controleer, vòòr ieder gebruik, de sta-tus van de accu volgens de aanwijzin-gen in de handleiding van de accu. 6. 1. 2 1.
Draai de knop los (Afb. 8. A)2. Richt de handgreep tot de meest ergonomische positie voor de bediener wordt gevonden; de handgreep kan alleen vooruit gericht worden. 3. Draai de knop vast (Afb. 8. A). 6. 1. 3 Voor model TR 20 Li A1. Druk op de knop (Afb. 9. A)2. Trek of duw aan de staaf (Afb. 9. B) om de gewenste lengte te verkrijgen3. Zodra is afgesteld, laat u de knop los tot de staaf stevig in de gewenste positie is vergrendeld. Voor model TR 20 Li S1. Open de haak (Afb. 10. A) 2. Trek of duw aan de staaf (Afb. 10. B) om de gewenste lengte te verkrijgen3. Zodra is afgesteld, sluit u goed de haak. De staaf moet stevig vergren-deld zijn in de gewenste positie. 6. 1. 4 Voor model TR 20 Li A1. Druk het pedaal in (Afb. 11. A)2.
Hel de houder (Afb. 11. B) in een van de voorziene posities. 3. Controleer dat de houder stevig is vergrendeld. Voor model TR 20 Li S1. Druk de twee zijdelingse knoppen in (Afb. 12. A)2. Hel de houder (Afb. 12. B) in een van de voorziene posities. 3. Controleer dat de houder stevig is vergrendeld. 6. 1. 5 inrichting (Mod. TR 20 Li S)Door de positie van de snij-inrichting te veranderen, kunt u van de modus grasmaaier naar de modus trimmer overschakelen en omgekeerd. Voor gebruik als trimmer:1. Druk op de knop (Afb. 13. A);2. Draai de snij-inrichting 90° naar links (Afb. 13. B), en verzeker u ervan dat ze in deze stand geblokkeerd blijft. Voer deze handeling steeds uit wanneer de machine en de snij-inrichting stilstaan. 6. 2 VEILIGHEIDSCONTROLES Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken. 6. 2.
NL - 10Accu (Afb. 1. G) Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoenDoorgangen van de koellucht (par 7. 3)Niet verstoptMachine Geen tekens van beschadiging of slijtage. Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluidVersnellingshendel (afb. 6. A), veiligheidshendel/-knop versnelling (afb. 6. B)Ze moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen. 6. 2. 2 Test werking van de machineActie Resultaat1. De machine starten (par. 6. 3 )2. Laat de versnellingshendel (afb. 6. A)en de veiligheidshendel/-knop voor versnelling (afb. 6. B) los. 1. De snij-inrichting mag niet bewegen. 2. De bedieningen moeten automatisch en snel naar de neutrale stand terugkeren en de snij-inrichting moet stilvallen. Druk enkel de versnelling-shendel in (Afb. 6. A). De versnellingshendel blijft geblokkeerd.
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabellen, mag de machine niet gebruikt wor-den. Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling. 6. 3 STARTEN Door de machine op te star-ten, wordt tegelijkertijd de rotatie van de snij-inrichting ingeschakeld. OPMERKING Voer de start uit op een vlakke en stevige ondergrond. 1. Controleer dat de snij-inrichting niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen2. Plaats de accu (afb. 14. A) in diens behui-zing en druk deze helemaal naar beneden totdat u de "klik" hoort die de accu vergren-delt en zorgt voor elektrisch contact3. Blijf stil en stabiel staan4. druk tegelijkertijd de bedieningshendel voor versnelling (afb. 6. A) en de veiligheidshen-del/-knop voor versnelling in (afb. 6. B).
4 HET WERK OPMERKING Vooraleer de eerste keer te gaan maaien, moet men vertrouwd raken met de machine en met de meest gepaste maaitechnieken, neem de ma-chine stevig vast en voer de vereiste handelingen uit. Houd de machine tijdens de werkzaamhe-den steeds stevig vast met twee handen, en houd de snij-inrichting onder de gordelhoogte. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uit-schakelt en de werking ervan blokkeert. OPMERKING De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die gesneden kan worden alvorens de accu weer op te laden) wordt beïnvloed door verschil-lende factoren, beschreven in (par. 7. 2. 1). 6. 4. 1 WerktechniekenGebruik ALLEEN nylondraad. Het gebruik van metalen draden, geplasticeerde metaal-draad of draad die niet geschikt is voor de kop, kan ernstige verwondingen veroorzaken.
a. In beweging snijden (Maaien) – Verzeker u ervan dat de snij-inrichting in werkwijze grasmaaier staat (par. 6. 1. 5); – ga met een correcte houding te werk, met een boogbeweging zoals bij traditioneel maaien, zonder de draadhouder over te hellen (Afb. 15). Probeer de juiste maaihoogte eerst uit in een kleine omgeving, om een uniform maairesultaat te verkrijgen door de draadhouderkop op een constante afstand van het terrein te houden. Voor zwaarder werk, kan het handig zijn de draad-houder ongeveer 30° naar links te laten hellen. Doe dit niet wanneer voorwerp kunnen wegspringen die personen of dieren kunnen verwonden of schade kunnen aanrichten. b.
Precisiesnijden (Recht afsnijden)Houd de machine lichtjes schuin zodat de on-derkant van de draadhouder niet in aanraking komt met het terrein en de snijlijn zich op het gewenste punt bevindt, waarbij de snij-inrichting altijd ver van de gebruiker gehouden wordt. c. Maaien nabij omheiningen / funderingen – Nader met de draadhouder langzaam de omheining, paaltjes, stenen, muren, enz. zonder kracht toe te passen (Afb. 16).
NL - 11Wanneer de draad een omvangrijke hindernis raakt kan hij breken of verslijten; wanneer hij blijft steken in een omheining, kan hij bruusk afknakken. In elk geval kan het snijden rond trottoirs, funderingen, muren, enz. een overmati-ge slijtage van de draad veroorzaken. d. Maaien rond bomen – loop rond de boom van links naar rechts en nader de stam langzaam om er niet met de draad tegen te komen; houd de draadhou-der een beetje naar voren gekanteld. Hou er rekening mee dat de nylondraad klei-ne heesters kan doorsnijden of beschadigen en dat het contact tussen de nylondraad en de stam van heesters of bomen met een zachte schors de plant ernstig kan beschadigen. 6. 4.
2 Afstelling van de lengte van de draad van de draadhouder tijdens het werkDe lengte van de draad van de draad-houder moet afgesteld worden: – wanneer de draad verslijt en korter wordt; – wanneer men voelt dat de rotatie van de motor groter is dan normaal; – wanneer de werkzaamheid van het maaien vermindert. • Automatische vrijgave van de draadDeze machine is uitgerust met een draadhou-der met automatische vrijgave van de draad. Om nieuwe draad vrij te geven:1. Leg de machine stil (par. 6. 6);2. wacht twee seconden en herstart de machine. De draad wordt ongeveer 6,35 mm vrijgegeven. Herhaal de procedure tot de draad reikt tot aan de draadsnijder, die vervolgens de even-tuele overtollige lengte zal afsnijden. • Handmatige vrijgave van de draadOm nieuwe draad vrij te geven:1. Leg de machine stil (par. 6. 6);2. Verwijder de accu (par 7. 2. 2)3. Druk op de toets op de draadhouder (Afb. 17.
A) en trek gelijktijdig de draad hand-matig uit voor de lengte die nodig is om de draadsnijder te bereiken (Afb. 17. B);4. Stel de machine opnieuw in de werkcondities;5. Plaats de accu in zijn zitting (Afb. 14. A). 6. 5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIKMen raadt aan, tijdens het gebruik het gras dat zich rond de machine wikkelt, regelmatig te verwijderen, om de oververhitting van de mo-tor te vermijden (Afb. 1.
A), die te wijten zou zijn aan het gras dat onder de beveiliging van de snij-inrichting verklemd geraakt (Afb. 1. D). Ga als volgt te werk:1. Arrestare la macchina (par. 6. 6)2. Verwijder de accu (par 7. 2. 2)3. Draag werkhandschoenen4. het gras verwijderen met een schroe-vendraaier, om ervoor te zorgen dat de motor correct afgekoeld wordt. 6. 6 STOPPENOm de machine te stoppen:1. Laat de versnellingshendel los (Afb. 6. A)2. Wachten tot de snij-inrichting stilvalt. Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten voor-aleer de snij-inrichting tot stilstand komt. BELANGRIJK De machine steeds stoppen tijdens verplaatsingen tussen werkzones. 6. 7 NA HET GEBRUIK1. De accu uit zijn zitting ha-len en opladen (par 7. 2. 2). 2. Laat de motor eerst afkoelen vóór de machi-ne in elke willekeurige ruimte op te bergen. 3. Reinig de machine (par. 7. 3). 4.
Controleer of er geen onderdelen los of bescha-digd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum. 5. Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. BELANGRIJK Verwijder altijd de accu (par 7. 2. 2) wanneer de machine onge-bruikt of onbewaakt gelaten wordt. 7. ONDERHOUD 7. 1 ALGEMEENBELANGRIJK De in acht te nemen veilig-heidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ern-stige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/af-stelling op de machine uit te voeren:• Leg de machine stil.
NL - 12• Verwijder de accu uit de zitting en laad ze op (par. 7. 2. 2) (laat de accu nooit in de zitting zitten en houd ze buiten het bereik van kinderen en ongeschikte personen);• laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;• Draag geschikte kleding, werkhand-schoenen en een veiligheidsbril;• Lees de desbetreende instructies. Alle werkzaamheden voor on-derhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum. 7. 2 ACCU 7. 2. 1 De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van:a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – maaien bij dikke, hoge, vochtige begroeiing;b.
gedrag van de bediener, die moet vermijden: – de machine vaak aan- en uit te scha-kelen tijdens het werken; – gebruik van een snijtechniek die niet is be-stemd voor het uit te voeren werk (par. 6. 4. 1). Om de autonomie van de accu te op-timaliseren, raadt men aan:• het gras te snijden wanneer het droog is;• de techniek te gebruiken die het meest geschikt is voor het uit te voeren werk (par. 6. 4. 1). Indien men de machine met langere werk-beurten wenst te gebruiken dan wat moge-lijk is met de standaard-accu, kan men:• een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen;• een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 13. 1). 7. 2. 2 laden (Afb.
OPMERKING De accu is voorzien van een be-scherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen wor-den, zonder risico op beschadiging. 7. 3 REINIGING VAN DE MACHINE EN VAN DE MOTOR• Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal rei-nigingsmiddel bevochtigd doek. • Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie. • Gebruik geen agressieve reinigingsmid-delen of oplosmiddelen om de plastic de-len of de handgrepen te reinigen. • Houd, om risico voor ontbranding te verminde-ren, de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet.
• Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn. • Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken. 7. 4 MOEREN EN SCHROEVEN VOOR BEVESTIGING• Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt. • Controleer regelmatig of de hand-grepen stevig bevestigd zijn. 7. 5 Raak de snij-inrichting niet aan voordat de accu verwijderd is en de snij-inrichting volledig stilstaat. Gebruik steeds origine-le snij-inrichtingen, met de code aangege-ven in de tabel “Technische Gegevens”.
NL - 132. verwijder de spoel (Afb. 22. C);3. voer de nieuwe spoel (Afb. 23. A) in en zorg ervoor het uiteinde van de draad uit de ope-ning van de draadhouder steekt (Afb. 23. B);4. Hermonteer het deksel (Afb. 23. C) door de twee lipjes aan de zijkanten (Afb. 23. D) in de openingen van de draadhouder te voeren (Afb. 23. E). 7. 5. 2 Vervanging van de draad van de draadhouder1. Verwijder de spoel (par. 7. 5. 1);2. verwijder de draad die binnenin gebleven is;3. gebruik enkel draad met doorsnede 1,65 mm en snijd een lengte van 3 m af. 4. steek een uiteinde van de daad in de ope-ning binnenin de spoel (Afb. 24. A)5. rol de draad rechtsom op, zoals aangege-ven door de pijltjes (Afb. 24. B) en laat hem ongeveer 15 cm uit de spoel steken6. haak de draad vast aan een van de bevestigings-punten (Afb. 24. C) die voorzien zijn op de spoel7. herplaats het spoel en hermon-teer het deksel (hst. 7. 5. 1).
7. 6 BIJSLIJPEN VAN DE DRAADSNIJDER1. Verwijder de draadsnijder (afb. 25. A) uit de bescherming van de snij-inrichting (afb. 25. B), door de schroeven (afb. 25. C) los te draaien;2. zet de draadsnijder vast in een bankschroef en vijl met behulp van een platte vijl, zorg ervoor dat de originele snijhoek behouden blijft3. monteer de draadsnijder (afb. 25. A) opnieuw op de bescherming van de snij-inrichting (afb. 25. B). 8. STALLINGBELANGRIJK De in acht te nemen veilig-heidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ern-stige risico's of gevaren te lopen. 8. 1 STALLING VAN DE MACHINEWanneer de machine gestald moet worden:1. Haal de accu uit de zitting, en laad ze op (par. 7. 2. 2);2. Laat de motor eerst afkoelen vóór de machi-ne in elke willekeurige ruimte op te bergen3. Voer de reiniging uit (par. 7. 3)4.
Berg de machine op:1. in een droge ruimte2. beschermd tegen slechte weersomstandigheden3. buiten bereik van kinderen4. Na zich ervan verzekerd te hebben de sleu-tels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben. 8. 2 STALLING VAN DE ACCUAls de accu gedurende lange tijd niet wordt opgela-den, moet deze altijd in de schaduw, op een koele plaats en in een vochtvrije omgeving met een omge-vingstemperatuur tussen 0~45°C worden bewaard. OPMERKING In geval van langdurig niet-ge-bruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen. 9. HANTERING EN TRANSPORTTelkens wanneer de machine verplaatst of ver-voerd moet worden, is het noodzakelijk:1. Leg de machine stil (par. 6. 6)2. Controleer dat alle bewegen-de delen volledig stilstaan3. Haal de accu uit de zitting, en laad ze op (par. 7. 2. 2);4. Draag stevige werkhandschoenen5.
De machine alleen vastnemen aan de hand-grepen en de snij-inrichting in de richting tegenover de loop- of rijrichting houden. 6. U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken. Wanneer men de machine met een wa-gen vervoert, moet men:1. De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt. 2. De machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen. 10. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGENDeze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhouds-werkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle handelingen van de afstelling en het onderhoud die niet in deze handlei-ding worden beschreven, moeten worden uitgevoerd door uw dealer of een gespecialiseerd centrum.
NL - 14niet originele wisselstukken en toebeho-ren leidt tot verval van de garantie. 11. GARANTIEDEKKINGDe garantiedekking is enkel bestemd voor de con-sumenten, d. w. z. niet professionele bedieners. De garantie dekt alle kwaliteits- en fabrica-gefouten die tijdens de garantieperiode door uw Wederverkoper of door een gespecia-liseerd Centrum vastgesteld worden. De toepassing van de garantie is be-perkt tot de herstelling of vervanging van het defect geachte onderdeel. Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstencentrum toe te ver-trouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen. De toepassing van de garantie is ondergeschikt aan een regelmatig onderhoud van de machine. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:• Onvoldoende kennis van de vergezellen-de documentatie (Gebruiksaanwijzing). • Professioneel gebruik.
• Achteloosheid, nalatigheid. • Externe oorzaak (bliksem, stoten, aanwezigheid van vreemde voorwerpen in de machine) of incident. • Onjuist of niet door de fabrikant toe-gestaan gebruik en montage. • Gebrekkig onderhoud. • Wijziging van de machine. • Gebruik van niet originele wisselstuk-ken (aanpasbare stukken). • Gebruik van toebehoren dat niet door de fa-brikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:• De onderhoudshandelingen (beschre-ven in de gebruiksaanwijzing). • De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouten. • Normale slijtage. • Esthetische slijtage van de ma-chine wegens het gebruik.
NL - 1512. IDENTIFICATIE PROBLEMENPROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING1. Met de bedieningshendel van de versnelling en de veiligheidshendel/-knop voor de versnelling ingeschakeld, start de machine niet en draait de snij-inrichting nietGeen accu of accu niet correct geplaatst Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is (par. 14)Accu plat Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7. 2. 1)Defecte versnellingshendel, veiligheidshendel/-knop voor de versnellingGebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Machine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. 2. Oververhitting van de motorGras verklemd onder de bescherming van de snij-inrichting;Verwijder het verklemde gras (par. 6. 5)3.
Het gras wordt rond de huizing van de motor en aan de draadhouder opgehooptHet hoge gras wordt te dicht bij de grond gemaaidMaai het gras met een beweging van boven naar beneden, om te vermijden dat het zich ophoopt. 4. De draad wordt niet vrijgegeven bij de werkwijze automatische vrijgaveDe draad kleeft vast aan zichzelf Smeer in met een silicone-sprayNiet voldoende draad op de spoel of draad ten eindeVervang de spoel (hst. 7. 5. 1) of de draad (hst. 7. 5. 2)De draad is versleten of te kort Stel de draadlengte in (hoofdstuk 6. 4. 2)De draad is verward op de spoel of binnenin gebrokenHaal de draad van de spoel en wikkel hem weer op (hst. 7. 5. 1)5. De snij-inrichting komt in aanraking met een vreemd voorwerp.
- Leg de machine stil- Verwijder de accu- Controleer de schade- Controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast- Voer de vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum. 7. Er komt rook uit de machine tijdens de werkingMachine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. 8. Kleine autonomie van de accuZware gebruiksconditie met groterestroomabsorptieOptimaliseer het gebruik (par. 7. 2. 1)Accu niet voldoende voor de werkbehoeften Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 13. 1)Verslechtering van de capaciteit van de accuKoop een nieuwe accu.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiga GT 100e stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grastrimmer Stiga
Handleiding Grastrimmer
Nieuwste handleidingen voor Grastrimmer