Stiga ESTATE 3384 H Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiga ESTATE 3384 H (118 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Stiga ESTATE 3384 H of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiga |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | ESTATE 3384 H |
Handleiding Stiga ESTATE 3384 H – volledige tekst
1NLLET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AANDACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor toekomstige behoeftenVoor de motor en de batterij wordt verwe-zen naar de relatieve handleidingen. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN . 12. LEER DE MACHINE KENNEN . 53. HET UITPAKKEN EN MONTEREN. 7 4. BEDIENINGSELEMENTEN . 85. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN. 10 5. 1 Veiligheidsaanbevelingen . 10 5. 2 Toepassingen voor de tussenkomst van de beveiligingssystemen . 10 5. 3 Uit te voeren werkzaamheden voor de ingebruikname . 11 5. 4 Gebruik van de machine . 11 5. 5 Gebruik op hellend terrein . 15 5. 6 Een aantal tips om altijd een mooi gazon te hebben . 156. ONDERHOUD. 16 6. 1 Veiligheidsaanbevelingen . 16 6. 2 Gewoon onderhoud . 16 6. 3 Ingrepen aan de machine . 177. RICHTLIJNEN OM PROBLEMEN VAST TE STELLEN. 188.
TOEBEHOREN. 20HOE DE HANDLEIDING LEZENIn de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK Verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of er schade veroorzaakt wordt. LET OP. Gevaar van persoonlijk letsel of letsel aan anderen in geval van niet in-achtneming. GEVAAR. Kans op ernstig persoonlijk letsel of ernstig letsel aan anderen met ge-vaar voor dodelijke ongelukken, in geval van niet inachtneming.
1) BELANGRIJK Voor alle gebruiks- en onder-houdswerkzaamheden met betrekking tot de mo-tor en de accu die niet beschreven zijn in deze handleiding, dienen de specifieke handleidingen, die een aanvullend deel op de geleverde docu-mentatie zijn, te worden geraadpleegd. 1. VEILIGHEIDSNORMEN die strikt moeten opgevolgd worden A) VOORBEREIDING1) LET OP. Lees deze aanwijzingen aandachtig alvorens de machine te gebruiken. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
Maai een hellend gazon altijd van boven naar beneden en nooit in de dwarsrichting. Pas erg goed op bij het veranderen van richting en let erop niet op obstakels te stuiten (bijv. stenen, takken, wortels, enz. ). Deze obstakels kunnen het zijwaarts glijden en het omkiepen van de machine veroorzaken of de macht over het stuur doen verliezen. 9) Vertraag de snelheid op hellingen alvorens van richting te veranderen. Op een helling dient de handrem altijd te worden ingeschakeld al-vorens de machine te verlaten en onbeheerd achter te laten. 10) Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grach-ten of dijken. De machine kan omkantelen indien een wiel over de rand gaat of indien de rand inzakt.
4deze niet gebruikt worden. 28) Geef gas terug vooraleer de motor stil te zet-ten. Sluit de toevoer van de brandstof af aan het einde van het werk, volgens de aanwijzingen in het handboekje. 29) Let goed op de snijgroep met meerdere snij-inrichtingen, aangezien een draaiende snij-inrichting ook de andere zou kunnen doen draaien. 30) LET OP: – In geval van breuken of ongeval-len tijdens het werk, dient men de motor onmid-dellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezond-heidsstructuur te richten voor de nodige zor-gen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kun-nen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
31) LET OP – Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze hand-leiding, zijn de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerde snij-inrichting, een over-dreven snelheid van de beweging en gebrekig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pau-zes tijdens het werk. D) ONDERHOUD EN OPSLAG1) LET OP.
7 OPMERKING De afbeeldingen die overeen-stemmen met de teksten van hoofdstuk 3 en daarop volgende bevinden zich op de pagina’s iii en daaropvolgende van deze handleiding. 3. HET UITPAKKEN EN MONTERENOm vervoers- en opslagredenen worden som-mige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de vol-gende instructies. BELANGRIJK De machine wordt zonder motorolie en benzine geleverd. Vòòrdat de motor in werking wordt gesteld dient er dan ook olie en benzine bijgevuld te worden aan de hand van de voorschriften die in het instructieboekje van de motor staan aangegeven. LET OP. De machine moet op een vlakke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewe-gingsruimte voor de machine en de verpak-king, en steeds met gebruik van geschikte werktuigen. 3.
8Besmeer de klemmen met siliconevet en let op de correcte positie van de beschermdop van de rode draad (5). BELANGRIJK Zorg er altijd voor de accu vol-ledig op te laden en volg hierbij de aanwijzingen die in het instructieboekje van de accu staan aangegeven. BELANGRIJK Om te voorkomen dat het beveiligingssysteem van de elektronische kaart in werking treedt, dient het starten van de motor absoluut vermeden te worden alvorens de accu volledig opgeladen is. 3. 5 MONTAGE VAN DE VOORBUMPER (indien aanwezig) • Bumper Type “I” (Afb. 3. 5)Monteer de voorbumper (1) aan de onderkant van het frame (2) met behulp van de vier schroe-ven (3). • Bumper Type “II” (Afb. 3. 6)Monteer de twee steunen (1) en (2) op het onderste deel van het frame (3) en draai de schroeven (4) stevig vast. Bevestig de voorste bumper (5) aan de steunen (1) en (2) met behulp van de schroeven (6) en van de moeren (7). 3.
21 KOPPELINGS-/REMPEDAAL (afb. 4. 2 n. 21)Dit pedaal heeft een dubbele functie: bij het intrappen van het eerste gedeelte dient het pedaal als koppelingspedaal waarbij de wielaandrijving in- of uitgeschakeld wordt en het tweede deel dient als rem, die op de achterwielen inwerkt. BELANGRIJK U moet bijzonder goed op-letten dat u tijdens de koppelingsfase niet te lang aarzelt om oververhitting en, als ge-volg daarvan, beschadiging van de overbren-gingsriem te vermijden. OPMERKING Tijdens het rijden is het ver-standig uw voet niet op dit pedaal te laten rusten. 4. 22 VERSNELLINGSPOOK (Afb. 4. 2 n. 22)Deze pook heeft zeven standen die overeen-stemmen met vijf versnellingen vooruit, de .
10stand om de versnelling in zijn vrij te zetten «N» en de achteruitrijdversnelling «R». Om van de ene versnelling naar de andere te schakelen moet u het pedaal (4. 21) half intrappen en de pook overeenkomstig de gegevens die op het plaatje staan in de ge-wenste versnelling zetten. LET OP. Het inschakelen van de achteruitversnelling dient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat. Hydrostatische aandrijving 4. 31 REMPEDAAL (Afb. 4. 3 n. 31)Dit pedaal stelt de rem van de achterwielen in werking. 4. 32 TREKPEDAAL (Afb. 4. 3 n. 32)Dit pedaal stelt het aandrijfsysteem voor de wielen in werking en regelt de snelheid van de machine, zowel bij het voor- als bij het achteruit rijden. – Om de machine vooruit te laten rijden dient het pedaal met de punt van de voet in richting «F» geduwd te worden; hoe meer druk er op het pedaal wordt uitge-voerd, hoe hoger de snelheid van de ma-chine.
– De achteruitversnelling wordt in werking gesteld door met de hak op het pedaal in richting «R» te drukken. – Als het pedaal wordt losgelaten komt het automatisch weer in de vrije stand «N» te-rug. LET OP. Het inschakelen van de achteruitversnelling dient uitgevoerd te worden als de machine stilstaat. OPMERKING Als het koppelingspedaal zowel bij het voor- als het achteruitrijden be-diend wordt met een ingeschakelde handrem (4. 4) slaat de motor af. 4. 33 ONTGRENDELING VAN DE HYDROSTATISCHE AANDRIJVING (Afb. 4. 3 n.
33)Deze hendel heeft twee standen die op de desbetreende sticker staan aangegeven: «A» = Aandrijving ingeschakeld: voor alle gebruikscondities, tijdens het rijden en het maaien; «B» = Aandrijving ontgrendeld: vermindert aanzienlijk de kracht die nodig is om de machine, met de motor uit-geschakeld, met de hand te verplaatsen. BELANGRIJK Teneinde te voorkomen dat de aandrijfunit beschadigd wordt, mag deze operatie alleen worden uitgevoerd met een stilstaande motor, met de pedaal (4. 32) in de stand «N». 5. GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN 5. 1 VEILIGHEIDSADVIEZENLET OP. Als er verwacht wordt de ma-chine voornamelijk op hellende terreinen (max. 10°) te gebruiken dan is het verstandig tegengewichten ((zie 8. 6) ) onder het dwars-profiel van de voorwielen te monteren, waar-door de stabiliteit aan de voorkant verhoogd wordt en de mogelijkheid dat de machine gaat steigeren zich beperkt.
3 Olie en benzine bijvullen OPMERKING Het type van olie en benzine dat gebruikt moet worden is aangegeven in de handleiding van de motor. Het oliepeil moet zich tussen de MIN. en de MAX. inkeping van de peilstok bevinden. (Afb. 5. 3)Het bijvullen van de brandstof dient uitgevoerd te worden met behulp van een trechter. Let daarbij op de tank niet te vol te vullen. (Afb. 5. 4)De inhoud van de tank bedraagt ongeveer 6,5 liter. GEVAAR. Het bijvullen dient altijd te ge-beuren met de motor uit. Doe dit in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte. Denk er altijd aan dat benzinedampen brand-baar zijn. GEEN OPEN VUUR IN DE BUURT VAN DE TANK BRENGEN OM DE INHOUD TE CONTROLEREN EN NIET ROKEN TIJDENS HET BIJVULLEN. BELANGRIJK Vermijden benzine op de plastic gedeelten te gieten zodanig dat ze niet beschadigd worden; bij toevallige lekken onmid-dellijk spoelen met water.
De garantie dekt geen schade aan de plastic onderdelen van de carros-serie of de motor, veroorzaakt door benzine. 5. 3. 4 Montage van de aaatbeveiligingen (opvangzak of achterste aaatbescherming)LET OP. Gebruik de machine nooit zon-der de aflaatbeveiligingen. Bevestig de opvangzak (1) aan de steunen (2) en centreer deze op de bovenste plaat. Centreer het geheel door de rechtersteun te ge-bruiken als lateraal steunpunt. Zorg dat de onderste pijp van de opvangzak-monding zich vast haakt aan de daarvoor be-stemde veerhaak (3). (Afb. 5. 5)Indien men wenst te werken zonder de opvang-zak, is er, op aanvraag, een kit voor de achterste aaatbeveiliging (zie 8. 4. ) leverbaar die, zoals aangegeven in de bijbehorende instructies, op de achterplaat bevestigd dient te worden. (Afb. 5. 6) 5. 3. 5 Controle van de veiligheid en de doeltreendheid van de machine1.
Controleer of de beveiligingen werken zoals aangegeven (zie5. 2). 2. Controleer of de rem correct werkt. 3. Begin niet te maaien indien de snij-inrichtin-gen trillen of men twijfels heeft omtrent de scherpe staat van de messen; denk er altijd aan dat: – Een botte snij-inrichting rukt het gras uit een veroorzaakt de vergeling van het ga-zon. – Een snij-inrichting die niet goed vastzit gaat op abnormale wijze trillen en is een potenti-ele gevarenbron. LET OP. Gebruik de machine niet indien men niet zeker is van de doeltreffendheid en veiligheid en contacteer de Verkoper voor de nodige controles of reparaties. 5. 4 GEBRUIK VAN DE MACHINE 5. 4. 1 Het startenOm de motor te starten (Afb. 5.
12voldoende de hendel tussen «LANGZAAM» en «SNEL» te zetten;– steek de sleutel in het contactslot en draai deze in de «DRAAIEN» stand om het elek-trische circuit in werking te stellen, draai de sleutel daarna in de «START» stand om de motor te starten;– laat de sleutel los zodra de motor gestart is. Als de motor eenmaal draait breng de gashen-del terug in de «LANGZAAM» stand; BELANGRIJK De choke dient uitgeschakeld te worden zodra de motor regelmatig draait; het gebruik van de choke bij een warmgedraaide motor kan de bougie bevuilen en een onregelma-tige werking van de motor veroorzaken. OPMERKING Als er moeilijkheden zijn bij het starten, blijf dan niet te lang aanhouden om de accu niet uit te putten en de motor niet te verzui-pen. Draai de sleutel weer in de «STOP» stand, wacht enkele seconden en probeer opnieuw te starten.
Indien het probleem voortduurt, raad-pleeg dan hoofdstuk «8» van deze handleiding en de handleiding van de motor. BELANGRIJK Denk er altijd aan dat de beveiligingssystemen het starten van de motor beletten wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen (zie 5. 2). Nadat in de bovenstaande gevallen het belet tot starten is hersteld, dient de sleutel in de «STOP» stand gedraaid te worden voordat de motor opnieuw gestart kan worden. 5. 4. 2 Vooruit rijden en verplaatsingenTijdens het vervoer:– de snij-inrichtingen uitschakelen; – de snijgroep in de hoogste stand (stand «7») zetten;– de gashendel in een tussenstand zetten tus-sen «LANGZAAM» en «SNEL». Mechanische aandrijvingTrap het pedaal zo ver mogelijk in (zie 4. 21) en zet de versnellingshendel in de stand voor de 1ste versnelling (zie 4. 22).
Houd het pedaal ingetrapt om zo de hand-rem uit te schakelen; laat het pedaal lang-zaam opkomen zodat het pedaal van de “remfunctie” naar de “koppelingsfunctie” overgaat, waarbij de achterwielen in werking gesteld worden (zie 4. 21). LET OP. U dient het pedaal geleide-lijk op te laten komen om te beletten dat de machine, door een te bruuske start, begint te steigeren en u de macht over het stuur kwijtraakt. Zorg dat u geleidelijk de gewenste snelheid bereikt door de gashendel en de versnel-lingspook te bedienen; om van de ene ver-snelling naar de andere over te gaan dient u de koppeling te bedienen door het pedaal half in te trappen (zie 4. 21). Hydrostatische aandrijvingSchakel de handrem uit en laat het rempe-daal opkomen (zie4. 31). Trap het pedaal van de aandrijving (zie 4.
32) in de richting «F» totdat de gewenste snel-heid bereikt is door een lichte druk op het pedaal uit te voeren en de gashendel te be-dienen. LET OP. Het inschakelen van de koppeling dient uitgevoerd te worden zo-als reeds eerder beschreven is (zie 4. 32) om te voorkomen dat de machine door een te bruuske bediening kan gaan stei-geren en u de macht over het stuur ver-liest, vooral op hellingen. 5. 4. 3 RemmenNeem eerst snelheid af door het aantal toeren van de motor te verminderen en trap daarna op het rempedaal (zie 4. 21 ofwel 4. 31) om nog meer snelheid af te nemen totdat de machine stilstaat. Hydrostatische aandrijvingEen waarneembare vermindering van de snelheid kan reeds worden verkregen door het koppelingspedaal los te laten. 5. 4. 4 Achteruit rijden BELANGRIJK Het inschakelen van de achter-uitversnelling dient altijd bij stilstand te gebeuren.
– begin heel langzaam en voorzichtig te rijden op de grasgrond, zoals reeds eerder beschre-ven is;– stel de juiste rijsnelheid en maaihoogte in (zie 4. 6) afhankelijk aan de toestand van het gazon (lengte, dichtheid en vochtigheid van het gras). LET OP. Bij het maaien van hellingen dient de rijsnelheid verminderd te worden om de veiligheidscondities te garanderen ( zie 1A – C7-8-9). Het is in ieder geval verstandig om, elke keer als er een afname in het aantal toeren van de motor wordt waargenomen, de snelheid te vertragen, denk eraan dat er nooit een mooi maaibeeld verkregen wordt als de rijsnelheid te hoog is ten opzichte van de hoeveelheid gras. Ontkoppel de snij-inrichtingen en zet de snijgroep in de hoogste stand als er over een obstakel heen moet worden gereden. 5. 4. 6 De opvangzak ledigen (Afb. 5.
9) OPMERKING Het legen van de opvangzak kan alléén worden uitgevoerd als de messen uitgeschakeld zijn; is dit niet het geval dan slaat de motor af. Zorg dat de opvangzak niet te vol raakt om ver-stopping van het uitwerpkanaal te voorkomen. Een geluidssignaal geeft aan dat de opvangzak vol is; voer dan het volgende uit:– de snij-inrichtingen uitschakelen (zie4. 5) en het signaal zal onderbroken worden;– snelheid afnemen;– de koppeling in de vrije stand zetten (N) (zie 4. 22 – Mechanische aandrijving - ofwel 4.
32 – Hydrostatische aandrijving) en stoppen met rijden;– de handrem inschakelen op hellingen;– de hendel (1 - indien aanwezig) naar buiten trekken of de achterste handgreep (1a) vast-pakken en de opvangzak omkiepen voor het legen;– de opvangzak weer sluiten op zo’n manier zodat deze zich vastkoppelt aan de veerhaak (2). 5. 4. 7 Het legen van het uitwerpkanaal In geval van hoog en nat gras gecombineerd met een te hoge snelheid kan er zich een ver-stopping van het uitwerpkanaal voordoen. Han-del dan als volgt:– de machine laten stoppen, de snij-inrichtin-gen uitschakelen en de motor afzetten;– de opvangzak of de achterste aaatbeveili-ging verwijderen ;– het opgehoopte gras bij de uitmonding van het uitwerpkanaal verwijderen. LET OP. Deze handeling dient altijd te worden uitgevoerd met een uitgeschakelde motor. 5. 4.
14rugweg dient de snijgroep in de hoogste stand te staan. 5. 4. 9 Na het werkBreng de machine tot stilstand, zet de gashen-del in de «LANGZAAM» stand en schakel de motor uit door de sleutel in de «STOP» stand te draaien. Als de motor is uitgeschakeld, sluit de benzinek-raan (1) (indien voorzien). (Afb. 5. 10). LET OP. Om een ontploffing in de knal-pot te vermijden dient u de gashendel, 20 seconden voordat u de motor afzet, in de «LANGZAAM» stand zetten. BELANGRIJK Om de lading van de accu in stand te houden, wordt de sleutel niet in de stand «DRAAIEN» of «KOPLAMPEN AAN» gelaten wanneer de motor niet aanstaat. 5. 4. 10 De machine reinigenMaak, na elk gebruik, de buitenkant van de machine schoon, leeg de opvangzak en klop deze goed uit om alle gras- en aarderesten te verwijderen. Reinig de delen in kunststof van de machine met een vochtige spons en een schoonmaak-middel.
Let er op dat de motor, de elektrische onderdelen en de elektronische kaart onder het dashboard niet nat worden. BELANGRIJK Gebruik in geen geval hoge-drukreinigers of bijtende middelen voor het reini-gen van de carrosserie en de motor. LET OP. Op de bovenkant van de snijgroep mogen zich geen afval en droge grasresten ophopen om de doeltreffendheid en de veiligheid van de machine op maxi-maal niveau te houden. Na ieder gebruik, de snijgroep zorgvuldig schoonmaken om alle grasresten en afval te verwijderen. LET OP. Draag tijdens het schoonma-ken van de snijgroep een beschermbril en verwijder mensen en dieren uit het omlig-gende gebied.
a) Het reinigen van de binnenkant van de snijgroep en het uitwerpkanaal dient, onder de volgende condities, op een harde ondergrond te gebeuren:– de gemonteerde opvangzak of achterste af-laatbeveiliging verwijderen ;– de gebruiker zit op de machine;– zet de snijgroep in stand «1»;– de motor draait;– de koppeling staat in de vrije stand;– de snij-inrichtingen zijn ingeschakeld. Sluit een waterslang eerst op de ene speciale tting (1) aan en daarna op de andere en laat voor enkele minuten in elke tting water lopen terwijl de snij-inrichtingen draaien. (Afb. 5. 11). BELANGRIJK Om de goede werking van de elektromagnetische koppeling niet te compromit-teren, dient men:– te vermijden dat de koppeling in aanraking komt met olie;– geen hogedruk-waterstralen direct op de groep van de koppeling te richten;– de koppeling nooit met benzine reinigen.
15 5. 4. 12 Beveiligingssysteem van de kaartDe elektronische kaart is voorzien van een zelfherstellende bescherming die het circuit onderbreekt van zodra er zich een storing voor-doet in de elektrische installatie; de ingreep veroorzaakt het stilvallen van de motor en wordt gemeld door het doven van het controlelampje. Het circuit herstelt zichzelf automatisch binnen enkele seconden; de oorzaak dient gevonden en verholpen te worden om herhaling van het voorval te voorkomen. BELANGRIJK Om te voorkomen dat het sys-teem in werking treedt – mogen de polen van de accu niet onderling verwisseld worden; – mag de machine niet gebruikt worden zon-der accu om geen afwijkingen aan de laad-regelaar te veroorzaken; – moet erop gelet worden dat er geen kortslui-ting veroorzaakt wordt. 5. 5 GEBRUIK OP HELLINGEN (Afb. 5. 13)De aangegeven limieten in acht nemen (max 10° - 17). LET OP.
Op hellingen dient het rijden zeer zorgvuldig te gebeuren om het steige-ren van de machine te voorkomen. Vertraag de snelheid bij het beginnen van een helling, vooral bij het afdalen. GEVAAR. Gebruik de achteruitversnel-ling nooit om snelheid te minderen; dit kan de macht over het stuur doen verliezen, vooral op gladde terreinen. Mechanische aandrijvingGEVAAR. Rijd nooit een helling af met de versnelling of de koppeling in de vrije stand. Schakel altijd een lage ver-snelling in voordat u de machine onbe-heerd achterlaat. Hydrostatische aandrijvingHet afdalen van een helling kan uitgevoerd worden zonder het koppelingspedaal te be-dienen (zie 4. 32) om zoveel mogelijk ge-bruik te maken van het remeect van de hy-drostatische aandrijving als de koppeling niet is ingeschakeld. 5. 6 TIPS OM ALTIJD EEN MOOI GAZON TE HEBBEN1.
Voor een mooi, groen en zacht gazon is het nodig dat het gras regelmatig en op de juiste manier gemaaid wordt. Het gazon kan van verschillende soorten gras zijn. Bij regel-matige maaibeurten, groeit het gras sneller, waardoor meer wortelgroei ontstaat en een mooi dicht gazon bekomen wordt; indien minder vaak gemaaid wordt, wordt ook de groei van hoog en wild gras bevorderd (kla-ver, margrieten, enz. )2. Het is beter het gras te maaien als het ga-zon goed droog is. 3. De snij-inrichtingen dienen geen gebreken te vertonen en goed scherp te zijn, zodat het gras op de juiste manier wordt afgesneden zonder uitgerukt te worden. Dit kan namelijk tot vergeling van de punten leiden. 4. De motor dient op volle toeren te draaien om zowel het gras op de juiste manier af te snijden als een goede afvoer van het gras naar het uitwerpkanaal te verkrijgen. 5.
De accu van uw machine dient steeds te worden opgeladen:– bij het eerste gebruik na de aankoop van de machine;– vóór elke langere periode waarin de machine niet zal worden gebruikt;– vóór de machine na een lange periode van stilstand opnieuw in gebruik te nemen. Lees met aandacht de oplaadprocedures die in de handleiding van de accu staan en volg ze op. Als deze procedures niet in acht worden geno-men of als de accu niet wordt opgeladen, kan er zich onherstelbare schade voordoen aan de elementen van de accu. Een lege accu moet zo snel mogelijk opgeladen te worden. BELANGRIJK Het opladen dient uitgevoerd te worden met gelijkspanning apparatuur. Andere oplaadsystemen kunnen de accu op een onher-stelbare manier beschadigen.
BELANGRIJK Deze connector mag uitslui-tend gebruikt worden voor de aansluiting op de acculader van behoud die voorzien is door de Fabrikant. Voor zijn gebruik:– de aanwijzingen volgen aangegeven in de des-betreffende gebruiksinstructies;– de aanwijzingen volgen aangegeven in het instructieboekje van de accu. 6. 3 INGREPEN AAN DE MACHINE 6. 3. 1 Uitlijning van de snijgroep (Afb. 6. 3) Een correcte afstelling van de snijgroep is belangrijk om een mooi eenvormig gazon te verkrijgen. Als het gras onregelmatig gemaaid wordt, de bandenspanning nakijken. Indien dat niet voldoende is voor een eenvormig gazon, neem dan contact op met uw verko-per voor de afstelling van de uitlijning van de snijgroep. 6. 3. 2 De wielen vervangen (Afb. 6. 4) Plaats de machine op een vlakke ondergrond en plaats aan de kant waar het wiel vervangen moet worden, een steunblok, onder een dra-gend deel van het chassis.
De wielen worden op hun plaats gehouden door een elastische ring (1) die verwijderd kan wor-den door middel van een schroevendraaier. OPMERKING Als een of beide wielen vervan-gen moeten worden, verzeker u er dan van dat eventuele verschillen in de buitendiameter niet groter zijn dan 8-10 mm; anders moet de uitlijning van de snijgroep afgesteld worden om te voorko-men dat het gras onregelmatig gemaaid wordt. BELANGRIJK Alvorens een wiel te hermon-teren, de wielas met vet insmeren. De elastische ring (1) en de borgring (2) weer precies op hun plaats zetten. 6. 3. 3 De banden repareren of vervangenDe banden zijn “Tubeless” en iedere vervanging of reparatie als gevolg van een lek dient dan ook door een vakman uitgevoerd te worden volgens de, voor dit type banden, geldende voorschrif-ten. 6. 3. 4 Vervanging koplamp (indien voorzien)• Lampen type “I” (gloeilampen) (Afb. 6.
18Demonteer de LED-verlichting (3) die met de schroeven bevestigd (4) is. 6. 3. 5 Een zekering vervangen (Afb. 6. 7) De machine is uitgerust met een aantal zeke-ringen (1) met verschillend vermogen en met de volgende functies en kenmerken:– Zekering van 10 A = bescherming van de al-gemene stroomcircuits en het vermogen van de elektronische kaart; het in werking treden van deze zekering veroorzaakt de stilstand van de machine. Tevens gaan alle lampjes uit op het dashboard. – Zekering van 25 A = bescherming van het laadcircuit; wanneer deze zekering in werking treedt, verliest de accu geleidelijk aan zijn la-ding en ontstaan problemen bij het starten. Het vermogen van de zekering is aangegeven op de zekering zelf. BELANGRIJK Een doorgebrande zekering dient altijd vervangen te worden door eenzelfde type met hetzelfde vermogen.
BELANGRIJK Het is raadzaam dat de mes-sen per koppel vervangen worden, vooral in ge-val van duidelijke verschillen in de slijtage. 7. RICHTLIJNEN OM PROBLEMEN VAST TE STELLEN PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING1. De sleutel staat in de stand “DRAAIEN” en het lampje brandt nietDe bescherming van de elektronische kaart is in werking getreden doordat:– de accu is niet goed aangesloten – de polen van de accu zijn omgewisseld– de accu is niet goed opgeladen– de zekering is doorgebrand– de kaart nat isZet de sleutel op stand «STOP» en zoek de oorzaken van het defect:– controleer de aansluitingen (zie 3. 4)– controleer de aansluitingen (zie 3. 4)– laad de accu opnieuw op (zie 6. 2. 3)– vervang de zekering (10 A) (zie 6. 3. 5)– drogen met lauwe lucht2.
Tijdens het maaien is er een krachtverlies van de motor – de rijsnelheid is te hoog ten opzicht van de snijhoogte (zie 5. 4. 5)– verminder de rijsnelheid en/of verhoog de stand van het maaidek (zie 5. 4. 5)7. De motor stopt tijdens het werk De bescherming van de elektronische kaart is in werking getreden doordat:– ingreep van de veiligheidsinrichtingZet de sleutel op stand “STOP”en zoek de oorzaken van het defect:– controleer of de toelatingsvoorwaarden worden gerespecteerd (zie 5. 2. b)8. De snij-inrichtingen schakelen zich niet in of stoppen niet onmiddellijk wanneer ze uitgeschakeld worden. – problemen bij de inschakeling – Contacteer uw Verkoper9.
Een onregelmatig maaibeeld en onvoldoende opvang van gras – de snijgroep staat niet evenwijdig ten opzichte van het terrein– onwerkzaamheid van de snij-inrichtingen– de rijsnelheid is te hoog ten opzichte van de hoogte van het gras– het kanaal is verstopt– controleer de bandenspanning ( zie 5. 3. 2)– herstel de uitlijning van de snijgroep ten opzichte van het terrein (zie 6. 3. 1)– Contacteer uw Verkoper– verminder de rijsnelheid en/of verhoog de stand van de snijgroep (zie 5. 4. 5)– wacht tot het gras droog is– verwijder de opvangzak en ledig het kanaal ( zie 5. 4. 7)10. Vreemde trillingen tijdens het werk – de snijgroep zit vol met gras– de snij-inrichtingen zijn uit balans of losgekomen– de bevestigingen zijn losgeraakt– reinig de snijgroep (zie 5. 4.
Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de machine: Grasmaaier met zittende bediener / grasmaaier a) Type / Basismodel b) Handelsmodel c) Bouwjaar d) Serienummer e) Motor: benzinemotor 3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen: f) Certificatie-instituut g) EG-onderzoek van het Type 4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen i) Gemeten niveau van geluidsvermogen j) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen k) Snijbreedte q) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier r) Plaats en Datum ESDeclaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A) 1. La Empresa 2. Declara bajo su propia responsabilidad que la máquina: Cortadora de pasto con conductor sentado/ Corte hierba a) Tipo / Modelo Base b) Modelo comercial c) Año de fabricación d) Matrícula e) Motor: motor de explosión 3.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiga ESTATE 3384 H stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Stiga
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier