Stiga Combi 48 S H Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiga Combi 48 S H (256 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Stiga Combi 48 S H of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiga |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | Combi 48 S H |
Handleiding Stiga Combi 48 S H – volledige tekst
NL - 1NLLET OP: VOORALEER DE MACHINE TE GEBRUIKEN, DIENT MEN DEZE HANDLEIDING AAN-DACHTIG TE LEZEN. Bewaren voor eventuele raadpleging. INHOUDSOPGAVE1. ALGEMEEN. 12. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 13. LEER DE MACHINE KENNEN. 34. MONTAGE. 45. BEDIENINGSELEMENTEN. 46. GEBRUIK VAN DE MACHINE. 47. ONDERHOUD. 58. STALLING. 69. HANTERING EN TRANSPORT. 712. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES. 81. ALGEMEEN 1. 1 HOE DE HANDLEIDING LEZENIn de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:OPMERKING of BELANGRIJK |f verstrekt details of meer gegevens ter aanvulling op voorgaande informatie om te voor-komen dat schade wordt aangericht aan de machine of andere zaken. Het symbool wijst op een gevaar.
De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is. 1. 2. 2 TitelsDe handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragra-fen. De titel van de paragraaf "2. 1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of pa-ragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hst. 2” of “par. 2. 1”2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 2. 1 TRAINING Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken. • Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwij-zingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
• Start de machine nooit op de plaats waar de brandstof bijge-vuld werd; de motor moet steeds gestart worden op een af-stand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd. • Vermijd dat brandstof met kledij in contact komt. Als dit toch gebeurt, moet u eerst andere kledij aantrekken vooraleer de motor te starten. 2. 3 TIJDENS HET GEBRUIKWerkzone• Start de motor niet in gesloten ruimten waar zich gevaarlijke koolstofmonoxide kan concentreren. Het opstarten moet in openlucht of op een goed verluchte plaats plaatsvinden. Denk er altijd aan dat uitlaatgassen giftig zijn. • Richt, tijdens het opstarten van de machine, de geluids-demper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen. • Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ont-plong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof.
• Laat u niet door de grasmaaier trekken. • Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanis-me, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine. • Let op: het maai-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien. • Houd steeds afstand van de uitlaatopening. • De delen van de motor niet aanraken, omdat die tijdens het gebruik erg heet worden. Gevaar voor brandwonden. In geval van breuken of ongevallen tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-proce-dures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheids-structuur te richten voor de nodige zorgen.
• Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren. 2. 4 ONDERHOUD, STALLING EN VERVOERRegelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud• Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden. • Om brandgevaar te beperken, moet u regelmatig controleren of er geen olie en/of brandstof lekt. • Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop let-ten dat de vingers niet tussen het bewegende maaimecha-nisme en de vaste delen van de machine beklemd geraken.
De in deze aanwijzingen genoemde geluids- en vibratie-niveaus zijn bovengrenzen bij het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven bewegingssnelheid en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling• Zet de machine niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen komen. • Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen. 2.
BELANGRIJK|f Onjuist gebruik van de machine maakt de garantie en elke aansprakelijkheid van de Fabrikant ongel-dig; in dit geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor scha-de of letsel die hij/zij of anderen door dit gebruik oplopen. 3. 1. 2 Type gebruikerDeze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d. w. z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateuriëel gebruik". BELANGRIJK De machine mag door niet meer dan één bediener worden gebruikt. 3. 2 VEILIGHEIDSSIGNALENEr zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (afb. 2. 0). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen:Let op. Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken. Waarschuwing. Steek uw handen of voe-ten niet in de behuizing van het maaime-chanisme.
Haal de kap van de bougie af en lees de aanwijzingen voordat u welk onder-houd of welke reparatie dan ook uitvoert. Gevaar. Risico op wegschietende voor-werpen. Zorg tijdens het gebruik dat zich geen personen in de werkzone bevinden. Gevaar. Gevaar voor snijwonden. Bewegend maaimechanisme. Steek uw handen of voeten niet in de behuizing van het maaimechanisme. Opgelet voor het maaimechanisme: het maaimechanisme blijft draaien nadat de motor is stilgelegd. Haal de stekker uit het stopcontact voordat het onderhoud wordt uitgevoerd of wanneer de kabel is beschadigd. (Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding. )Opgelet. Houd de stroomkabel uit de buurt van het maaimechanisme. (Alleen voor elektrische grasmaaiers met netvoeding. )BELANGRIJK Beschadigde of onleesbaar geworden labels dienen te worden vervangen.
Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum. 3. 3 IDENTIFICATIELABELHet identicatielabel geeft de volgende gegevens aan (afb. 1. 0). 1. Geluidsniveau. 2. CE-conformiteitsteken. 3. Bouwjaar. 4. Machinetype. 5. Serienummer. 6. Naam en adres van de fabrikant. 7. Artikelcode. 8. Nominaal vermogen en maximum snelheid van de motor. 9. Massa van de machine met lege tank in kg. Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens aange-geven op het identicatielabel van het product wanneer u contact opneemt met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van confor-miteit bevindt zich op de laatste pagina's van de handleiding.
NL - 4 3. 4 VOORNAAMSTE ONDERDELEN Afb. 1) A. Chassis. B. Motor. C. maaimechanisme. D. E. F. G. H. Handgreep. I. Houdt u strikt aan de aanwijzingen en veiligheidsregels opgevoerd in hst. 2. 4. MONTAGE-instructies. De machine moet op een vlakke en solide onder-grond worden uitgepakt en gemonteerd, met voldoende bewegingsruimte voor machine en verpakking. Gebruik de machine niet voordat u alle aanwijzingen in de sectie "MONTAGE" hebt uitgevoerd. 4. 1 UITPAKKEN Fig. 3. 0)1. Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit de doos. 2.
2 BEDIENING ELEKTRISCHE STARTKNOP (Afb. 8. B) 5. 3 (Afb. 9. A)STOP14356687/2OPC (Hendel motorrem) hendel loslat-en: motorstop. (Afb. 9. A) 5. 4 Afb. 9. B)Activering van de transmissie. (Afb. 9. B) Motorstart dient te allen tijde worden uitgevoerd bij uitgeschakelde aandrijving. De machine niet achteruit trekken bij ingeschakelde aandrijving. 5. 5 AFSTELLING VAN DE MAAIHOOGTE Doe dit enkel wanneer het maaimechanisme stil staat. • (Zie Afb. 10. A)6. GEBRUIK VAN DE MACHINE Voor de aanwijzingen over motor en accu(in-dien voorzien), zie de betreende handleidingen. 6. 1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDENPlaats de machine horizontaal en stevig op het terrein. 6. 1. 1 De machine wordt geleverd zonder mo-torolie en brandstof.
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden. Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling. 6. 3 STARTENOPMERKING Start de machine op een vlakke ondergrond zonder hindernissen of hoog gras. 6. 3. 1 Modellen met handgreep voor handmatig opstarten Afb. 17. A /B)OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt de motor. 6. 3. 2 Modellen met elektrische startknop Afb. 18. A/B/C/D/E) Plaats de meegeleverde accu in de holte voorzien op de motor (Afb. 18.
Avan de motor. ). Op sommige modellen is er een motor met geïntegreerde Afb. 18. B). OPMERKING De remhendel motor/maaimechanisme dient ingetrokken te worden gehouden; zo niet, dan stopt de motor. 6. 4 HET WERKENBELANGRIJK Behoud tijdens het werk steeds de veilig-heidsafstand ten opzichte van het maaimechanisme, die over-eenstemt met de lengte van de steel. 6. 4. 1 Het gras maaien1. 2. -stand van het gazon aan (hoogte, dichtheid en vochtig-3. richtingen uit te voeren (Afb. 20).
In geval van “mulchen” of achterwaartse afvoer van het maaisel:• Maai nooit meer dan een derde van de totale hoogte • Houd het chassis steeds goed schoon (par. 7. 4. 2). In geval van zij-afvoer: het maaisel niet afvoeren aan 6. 4. 2 Lediging van de opvangzakIn geval van een opvangzak met een volume-aanwijzer:Hoog = leeg. Laag = vol *.
NL - 6 6. 5 UITSCHAKELINGFig. 22. A)Na stopzetting van de machine dient u enkele secon-den wachten totdat het maaimechanisme tot stilstand is gekomen. Na uitschakeling de motor niet aanraken. Gevaar voor brandwonden. BELANGRIJK Schakel de machine altijd uit:• Tijdens verplaatsingen tussen werkzones. • Bij het oversteken van oppervlaktes zonder gras. • In de buurt van een obstakel. • Vooraleer de snijhoogte af te stellen. • Elke keer dat u de opvangzak verwijdert of opnieuw beves-tigt. • Elke keer dat u de geleider voor de zij-afvoer verwijdert of opnieuw bevestigt. 6. 6 NA GEBRUIK Afb. 23. A/B/C/D)1. Reinig de machine (par. 7. 4). 2.
Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en BELANGRIJK Telkens wanneer u de machine ongebruikt of onbewaakt achterlaat:• De kap van de bougie af nemen (in modellen met handgreep voor handmatige start) (Afb. 23. B/C). • Druk op het lipje en verwijder de vrijgavesleutel (in modellen met elektrische startknop) (Afb. 23. D). 7. ONDERHOUD 7. 1 ALGEMEENDe veiligheidsnormen die in acht genomen moeten wor-den, worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's te lopen: Voordat u enigerlei controle, reiniging of onderhouds-werkzaamheid/afstelling op de machine uitvoert:• Zet de machine stil. • Vergewis u ervan dat elk bewegend onderdeel tot stil-stand is gekomen. • Wacht tot de motor is afgekoeld. • Haal het kapje van de bougie af (Afb. 23. B). • Verwijder de sleutel (Afb. 23.
BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moe-ten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum. 7. 2. 1 Brandstof bijvullenPlaats de machine horizontaal en stevig op het terrein. Wanneer u brandstof bijvult, dient de machine uitge-schakeld te zijn en het bougiekapje weggenomen. -de motor. Machines die in verticale stand kunnen worden gestald (hst. 8. 1) hebben een tank waarop van het brandstofpeil wordt aangegeven. De tank niet vullen boven de onderzijde van de peilaanwijzer (Afb. 24. A). BELANGRIJK Verwijder alle gemorste benzine, hoe weinig ook. De garantie dekt geen schade veroorzaakt door op de kunststofdelen gemorste benzine.
- 7. 3 BUITENGEWOON ONDERHOUD 7. 3. 1 maaimechanisme Alle werkzaamheden aan de maaimechanismen (demontage, slijpen, uitbalanceren, reparatie, terugmon-teren en/of vervangen) dienen in een Gespecialiseerd Centrum te worden uitgevoerd. Laat beschadigde, vervormde of versleten maai-mechanismen steeds tezamen met de bijbehorende schroeven vervangen, om de balans te behouden. BELANGRIJK Gebruik steeds originele maaimechanis-men, met de code als aangegeven in de tabel “Technische Gegevens”. 7. 4 REINIGING 7. 4.
Berg de machine op:• in een droge omgeving;• beschermd tegen slechte weersomstandigheden;• buiten bereik van kinderen;• na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben. 8. 1 VERTICALE STALLINGSommige modellen (zie de tabel Technische Gegevens) kunnen in verticale stand worden opgeslagen (Afb. 27). Sla de machine niet in verticale stand op wanneer de tank tot over de onderzijde van de brandstofpeil-aanwijzer gevuld is (Afb. 24. A). Ga als volgt te werk:1. Verwijder het kapje van de bougie (Afb. 23. B) of verwijder de sleutel (Afb. 23. D) of de accu (in modellen met een elek-trische startknop). 2. Breng de maaihoogte in de op een na laagste stand (zie hst. 5. 5);3. Vouw voorzichtig de handgreep in gesloten stand en zet de hendels vast (Afb. 27);4.
• U ervan te verzekeren dat de bewegingen van de machine geen schade of letsels veroorzaken. Wanneer men de machine met een wagen of aanhangwagen vervoert, moet men:• Opritten gebruiken met geschikte weerstand, breedte en lengte. • De machine laden met de motor uitgeschakeld, en ze op de oprit duwen met behulp van een geschikt aantal personen. • Het maaimechanisme omlaagbrengen (par 5. 5). • De machine zo plaatsen dat deze geen gevaar veroorzaakt. • De machine stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat deze kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou kunnen lekken. Machines die verticaal kunnen worden gestald, mogen niet in verticale positie worden getranspor-teerd.
NL - 810. TABEL ONDERHOUDIngreep Frequentie OpmerkingenMACHINEControle van alle bevestigingen; veiligheidscontroles / controle van de bedienings-elementen (Inclusief hendel van de motorrem); Controle van de beveiligingen van zij-afvoer; controle van het maaimechanisme. par. 6. 2. 2Algemene reiniging en controle; controle van eventuele schade aan de ma-chine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder ge-par. 7. 4Vervanging maaimechanisme - par. 7. 3. 1 ***MOTORControle/ aanvullen brandstofpeil; Controle / bijvullen motorolie par. 6. 1. 1 / 7. 2. 1 * / 7. 2. 2 *; Controle en reiniging bougiecontacten; Vervanging bougie; Lading van de batterij* * / par. 7.
IDENTIFICATIE PROBLEMEN-PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING1. De motor start niet, blijft niet draaien, draait onregelmatig of slaat af tijdens het Onjuiste startprocedure. Geen olie of benzine in de motor. Controleer olie- en benzinepeil (zie hst. 7. 2. 1 / 7. 2. 2). Vuile bougie of onjuiste afstand tussen Controleer de bougie (Zie de motor-handleiding). Problemen in de verbranding. Raadpleeg de motor-handleiding en neem contact op met een bevoegd service-centrum. 2.
De handgreep voor handmatige start is -(Raadpleeg de handleiding van de motor). 3. Het gemaaide langer in de terecht. Het maaimechanisme heeft een voor--troleer op eventuele schade en neem contact op met het ser-vice-centrum (par. 7. 3. 1). Vervuiling van de binnenzijde van het chassis. Reinig de binnenzijde van het chassis (par. 7. 4. 2). 4. Het maaien verloopt moei-zaam. Het maaimechanisme is niet in goede staat. Contacteer een dienstencentrum voor het bijslijpen en vervangen van het maaimechanisme. 5. Men hoort overdreven geluiden en/of trillingen tijdens het Beschadiging of geloste delen.
Bevestiging van het maaimechanisme -schadigd. (Fig. 23. B). Neem contact op met een servicecentrum (par. 7. 3. 1). 12. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES 12. 1 MULCHING KITAfb. 28)Versnippert het gemaaide gras en laat het achter op het terrein.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiga Combi 48 S H stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Stiga
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier