Stiebel Eltron WWK 301 electronic SOL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WWK 301 electronic SOL (120 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 224 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WWK 301 electronic SOL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiebel Eltron |
| Categorie: | Ketel & boiler |
| Model: | WWK 301 electronic SOL |
Foutcodes Stiebel Eltron WWK 301 electronic SOL
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| 16 | Kortsluiting van de gelijkspanningsanode opgetreden of de veiligheidsanode is defect. | Neem onmiddellijk contact op met een installateur omdat het toestel met een defecte gelijkspannigs anode niet tegen corrosie beschermd is. |
| 2 | Koepelsensor is defect. | Waarschuw een installateur. De weergave van de actuele temperatuur schakelt om van de koepelsensor naar de integraalsensor. Het toestel verwarmt verder zonder in te boeten op het comfort. Het mengwatervolume kan niet worden berekend en wordt aangegeven met '- -'. |
| 4 | Integraalsensor is defect. | Waarschuw een installateur. Bij een defecte integraalsensor wordt de integraalsensor op de waarde van de koepelsensor ingesteld en wordt met deze waarde het mengwatervolume berekend. Het toestel verwarmt verder met verlaagde inschakelhysteresis. |
| 6 | Koepelsensor en integraalsensor zijn beide defect. | Waarschuw een installateur. Het toestel warmt niet meer op. |
| 8 | Het toestel heeft vastgesteld dat, ondanks een aanvraag binnen de maximale temperatuurverhogingsduur, de warmwaterboiler niet opgewarmd is. | U kunt het toestel tijdelijk verder gebruiken door de noodopwarmingswerking te activeren met een druk op de toets 'Snelopwarming'. Zie het hoofdstuk 'Toestelbeschrijving/noodopwarmingswerking'. |
Handleiding Stiebel Eltron WWK 301 electronic SOL – volledige tekst
80 | WWK 221-301 electronic www. stiebel-eltron. comINHOUD | BIjzONDERE INSTRUCTIES BIJZONDERE INSTRUCTIESBEDIENING1. Algemene aanwijzingen ����������������������������������� 811. 1 Veiligheidsaanwijzingen �������������������������������������� 811. 2 Andere aandachtspunten in deze documentatie ��������� 811. 3 Meeteenheden �����������������������������������������������1. 4 Prestatiegegevens conform norm ��������������������������� 822. Veiligheid �������������������������������������������������2. 1 Reglementair gebruik ������������������������������������������ 822. 2 Algemene veiligheidsaanwijzingen �������������������������822. 3 Keurmerk �������������������������������������������������3. Toestelbeschrijving ���������������������������������������� 833. 1 Werkingsprincipe warmtepomp �����������������������������843. 2 Opwarming van het tapwater �������������������������������� 843.
7 Kleppen �����������������������15. 8 Condensaatafvoer �������������������15. 9 Elektrische aansluitkabel vervangen������������15. 10 Behuizingsring monteren ����������������15. 11 Toesteldeksel monteren �����������������16. Technische gegevens������������������16. 1 Afmetingen en aansluitingen���������������16. 2 Elektrisch schakelschema ����������������16. 3 Storingsomstandigheden �����������������16. 4 Gegevenstabel ���������������������16. 5 Toestelparameter ��������������������BIJZONDERE IN-STRUCTIES - Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, als-mede door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben.
Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruiker-sonderhoudstaken uitvoeren. - Neem bij de installatie alle nationale en regionale voorschriften en bepalingen in acht. - Het toestel is niet toegelaten voor buitenopstelling.
NEDERLANDSwww. stiebel-eltron. com WWK 221-301 electronic | 81 - Respecteer de minimumafstanden (zie hoofdstuk "Installatie/voorbereidingen/toestel opstellen"). - Houd rekening met de voorwaarden voor de opstelruimte (zie het hoofdstuk "Technische gege-vens/ Gegevenstabel"). - Als u het toestel vast op de stroomvoorziening aansluit, moet het toestel door middel van een inrichting met een afstand van minstens 3 mm op alle polen van de netaansluiting kunnen worden ontkoppeld. Hiervoor kunt u veiligheidsschake-laars, LS-schakelaars of zekeringen installeren. - Houd rekening met de beschermingsmaatregelen tegen te hoge contactspanning. - Let op de voor het toestel vereiste zekering (zie het hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel").
- De elektriciteitskabel mag bij beschadiging of vervanging alleen worden vervangen door het originele onderdeel en door een installateur die daartoe door de fabrikant gemachtigd is (aanslu-ittype X). - Het warmwatervat van het toestel staat onder druk. Tijdens het verwarmingsproces druppelt expansiewater uit het veiligheidsventiel. - Stel het veiligheidsventiel regelmatig in werk-ing, zodat het niet gaat blokkeren door bijv. kalkafzettingen. - Tap het toestel af zoals beschreven in het hoofds-tuk "Installatie/onderhoud en reiniging/de boiler aftappen". - Monteer een gehomologeerd veiligheidsventiel in de koudwateraanvoerleiding. - De maximale druk in de koudwateraanvoerlei-ding moet ten minste 20% lager zijn dan de aan-spreekdruk van het veiligheidsventiel. Bij hogere maximale druk in de koudwateraanvoerleiding moet een reduceerventiel geïnstalleerd worden.
- Monteer de afblaasleiding van het veiligheidsven-tiel met een constante afwaartse helling in een vorstvrije ruimte. - De afblaasopening van de veiligheidsventiel moet geopend blijven naar de atmosfeer. BEDIENING1. Algemene aanwijzingenDe hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en de installateur. Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur. InfoLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze. Geef de handleiding door aan een volgende gebruiker indien van toepassing. 1. 1 Veiligheidsaanwijzingen1. 1. 1 Opbouw van veiligheidsaanwijzingen. TREFWOORD Soort gevaarHier worden de mogelijke gevolgen vermeld, wanneer de veiligheidsaanwijzing genegeerd wordt. f Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen. 1. 1.
2 Symbolen, soort gevaarSymbool Soort gevaar Letsel Elektrische schok Verbranding(verbranding, verschroeiing) 1. 1. 3 TrefwoordenTREFWOORD BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht genomen worden. WAARSCHUWING Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlij-den, wanneer deze niet in acht genomen worden. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht genomen worden. 1. 2 Andere aandachtspunten in deze documentatie InfoAlgemene aanwijzingen worden aangeduid met het hier-naast afgebeelde symbool. f Lees de aanwijzingsteksten grondig door. Symbool Betekenis Materiële schade(toestel-, gevolg-, milieuschade).
BEDIENING Veiligheid82 | WWK 221-301 electronic www. stiebel-eltron. comSymbool Betekenis Het toestel afdanken f Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste han-delingen worden stap voor stap beschreven. Deze symbolen geven het niveau van het softwaremenu aan (in dit voorbeeld het 3eniveau). 1. 3 Meeteenheden InfoTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in milli-meter aangegeven. 1. 4 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegeven prestatiegegevens conform de normNorm: EN 16147De prestatiegegevens die met name in tekst, grafieken en het technisch blad zijn vermeld, werden volgens de meetvoorwaarden van de in de titel van deze paragraaf aangegeven norm bepaald. Deze genormeerde meetvoorwaarden komen doorgaans niet voll-edig overeen met de bestaande omstandigheden bij de gebruiker.
Afhankelijk van de geselecteerde meetmethode en de mate waa-rin de geselecteerde methode afwijkt van de voorwaarden van de in de titel van deze paragraaf aangegeven norm, kunnen de afwijkingen aanzienlijk zijn. Andere factoren die de meetwaar-den beïnvloeden, zijn de meetmiddelen, de systeemopbouw en ouderdom van de installatie en de debieten. Bevestiging van de aangegeven prestatiegegevens is slechts mo-gelijk wanneer ook de hiervoor uitgevoerde meting volgens de omstandigheden van de in de titel van dit hoofdstuk aangegeven norm wordt uitgevoerd. 2. Veiligheid2. 1 Reglementair gebruikHet toestel is bestemd voor het opwarmen van tapwater binnen het werkingsgebied dat in het hoofdstuk "Technische gegevens/Gegevenstabel" vermeld wordt. Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omge-ving. Het kan op een veilige manier bediend worden door onge-schoolde personen.
Het toestel kan ook buiten het huishouden gebruikt worden, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op de-zelfde wijze gebruikt wordt. Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet reglementair.
Onder reglementair gebruik valt ook het in acht nemen van deze handleiding alsmede de handleidingen voor het gebruikte toebehoren. 2. 2 Algemene veiligheidsaanwijzingenGebruik het toestel alleen als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn. WAARSCHUWING letselHet toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsmede door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beper-kingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebru-ikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudstaken uitvoeren.
WAARSCHUWING verbrandingHet toestel is in de fabriek met een koudemiddel gevuld. Vermijd in het geval van lekkage direct contact met het koudemiddel en voorkom het inademen van evt. vrijko-mende dampen. Ventileer de betreffende ruimtes. WAARSCHUWING elektrische schokGebruik het toestel nooit met geopende behuizing, zon-der deksel of zonder luchtaansluitingen aan de zijkant. VOORZICHTIG letselObjecten die op het toestel liggen, kunnen door trillingen de geluidsontwikkeling vergroten en letsel veroorzaken als ze eraf vallen. f Plaats geen objecten op het toestel.
BEDIENING ToestelbeschrvingNEDERLANDSwww. stiebel-eltron. com WWK 221-301 electronic | 83. Materiële schadeHoud het toestel alsmede de waterleidingen en veilig-heidsventielen vorstvrij. Wanneer het toestel wordt los-gekoppeld van de stroomvoorziening, is het niet tegen vorst en corrosie beschermd. f Onderbreek nooit de stroomvoorziening van het toestel. Indien de stroomvoorziening voor de externe strooma-node en de elektronica afzonderlijk plaatsvindt, blijft het toestel beschermd tegen corrosie. Materiële schadeZorg ervoor dat er op de opstellocatie van het toestel geen olieachtige en zouthoudende (chloorhoudende) lucht, bijtende of explosieve stoffen aanwezig zijn. Houd de opstellocatie vrij van stof, haarspray, chloor- en am-moniakhoudende stoffen. Materiële schadeAfdekken van de luchttoevoer of luchtafvoer leidt tot een verminderde luchttoevoer.
Bij een verminderde luchttoe-voer is de veilige werking van het toestel niet gewaar-borgd. f Dek het toestel niet af. Materiële schadeGebruik het toestel alleen met een gevulhet warmwa-tervat. Mocht het warmwatervat leeg zijn, dan wordt het toestel door een veiligheidsvoorziening uitgeschakeld. Materiële schadeHet opwarmen van andere vloeistoffen dan tapwater is niet toegestaan. InfoHet warmwatervat van het toestel staat onder druk. Tij-dens het verwarmingsproces druppelt expansiewater uit het veiligheidsventiel. f Waarschuw uw installateur, als er na het verwarmen nog water uitdruppelt. 2. 3 KeurmerkZie het typeplaatje op het toestel. 3. ToestelbeschrijvingHet met stekker uitgeruste toestel maakt een efficiënte warm-watervoorziening van meerdere tappunten mogelijk met gebruik van duurzame energie. Het toestel onttrekt warmte aan de aan-gezogen lucht.
Deze warmte wordt gebruikt om met behulp van elektrische energie het water in het warmwatervat op te warmen. De behoefte aan elektrische energie, alsmede de opwarmduur voor de tapwateropwarming zijn afhankelijk van de temperatuur van de aangezogen lucht.
Naarmate de temperatuur van de aan-zuiglucht daalt, neemt ook de capaciteit van de warmtepomp af, waardoor er sprake is van een langere opwarmtijd. Het toestel is bestemd voor binnenopstelling. De vrije keuze tussen luchttoevoer en luchtafvoer van de zijkant of via de bovenkant biedt een zekere flexibiliteit met betrekking tot de opbouwlocatie. Voor de verticale luchttoevoer en/of luchtafvoer is toebehoren vereist. Het toestel is te installeren als circulatie-unit, zodat de afgege-ven warmte van bijv. vrieskisten of andere warmtegeneratoren efficiënt kan worden benut. Er kunnen ook luchtkanalen worden aangesloten om de buitenlucht te benutten als warmtebron of de lucht uit een andere ruimte aan te zuigen. In de opstelruimte of de ruimte waaruit de lucht wordt aangezogen, kan de omgevingslucht door warmteontrekking met 1°Ctot3°C afgekoeld worden.
Het toestel onttrekt ook vochtigheid aan de lucht die als condensaat achterblijft. Het condensaat wordt door de condensaatafvoer uit het toestel afgevoerd. Het toestel is uitgerust met een elektronische regeling, compleet met LCD-display. U kunt bijvoorbeeld de beschikbare hoeveelheid warm mengwater (40°C) aftappen. Met de elektronische regeling is een energiebesparende instelling gemakkelijker te regelen. Het water wordt, afhankelijk van de stroomvoorziening en uw gebru-iksgedrag, automatisch verwarmd tot aan de ingestelde gevraagde temperatuur. Wanneer het onderste werkingsgebied van de warmtepomp wordt overschreden, bijv. tijdens het aanzuigen van buitenlucht, dan neemt de elektrische nood-/bijverwarming de opwarming van het drinkwater over.
Op de ingebouwde contactingang kunnen externe signaalgevers worden aangesloten, zoals een fotovoltaïsche installatie voor het opwekken van zonne-energie. Nadat een warmwatertappunt is geopend, wordt warm tapwater door instromend koud tapwater uit het toestel verdreven. Het warmtepomp bevindt zich in het bovenste gedeelte van het toestel.
Het warmwatervat bevindt zich in het onderste gedeelte van het toestel. Het warmwatervat is ter bescherming tegen cor-rosie aan de binnenzijde uitgevoerd met een speciale emaillering en beschikt bovendien over een veiligheidsanode die niet verbruikt wordt. Materiële schadeWanneer het toestel wordt losgekoppeld van de stroom-voorziening, is het niet tegen vorst en corrosie beschermd. f Onderbreek nooit de stroomvoorziening van het toestel. Materiële schadeAls bij lage buitentemperaturen buitenlucht wordt gebru-ikt als warmtebron, kan vocht condenseren in het toestel bij een ongebruikelijk hoge relatieve luchtvochtigheid van meer dan 75 % en een temperatuur van meer dan 22 °C in de ruimte. Een dermate hoge luchtvochtigheid is schadelijk voor het bouwwerk en moet worden voorko-men met ventilatie.
Nuttige warmwatervolumeHet maximale nuttige warmwatervolume van het toestel is ont-worpen voor het aanbevolen aantal gebruikers met een gemiddeld gebruikersgedrag. Indien het warmwatervolume onvoldoende is, ondanks de nale-ving van het aanbevolen aantal gebruikers, kan dit de volgende oorzaken hebben: - De individuele warmwaterbehoefte is bovengemiddeld.
BEDIENING Toestelbeschrving84 | WWK 221-301 electronic www. stiebel-eltron. com - De optioneel geïnstalleerde circulatieleiding is onvoldoende geïsoleerd. - De circulatiepomp wordt niet thermisch of op tijd geregeld. 3. 1 Werkingsprincipe warmtepompEen gesloten circuit binnen het toestel bevat een koudemiddel (zie "Technische gegevens/Gegevenstabel"). Het koudemiddel heeft de eigenschap om al bij lage temperaturen te verdampen. In de verdamper, die warmte aan de aangezogen lucht onttrekt, gaat het koudemiddel over van de vloeibare naar de gasvormige toestand. Een compressor zuigt het gasvormige koudemiddel aan en comprimeert dit. Door de drukverhoging stijgt de temperatuur van het koudemiddel. Hiervoor is elektrische energie nodig. De energie (motorwarmte) gaat niet verloren, maar komt met het gecomprimeerde koudemiddel in de nageschakelde condensor te-recht.
Hier geeft het koudemiddel warmte af aan het warmwater-vat. Vervolgens wordt met een expansieventiel de nog altijd aan-wezige druk afgebouwd en begint het circulatieproces opnieuw. De compressor wordt pas door het toestel geactiveerd na aoop van de aanlooptijd van de ventilator. Binnen deze tijd controleert het toestel of aan alle voorwaarden voor het opstarten van de compressor is voldaan. InfoNa een spanningsonderbreking is de compressorwerking gedurende ten minste één minuut geblokkeerd. De re-gelaar vertraagt het op elektrische wijze inschakelen met één minuut gedurende dewelke het toestel initialiseert. Wanneer de compressor daarna niet werkt, is het moge-lijk dat deze door extra veiligheidselementen (motorbe-veiligingsschakelaar en hogedrukbeveiligingsschakelaar) geblokkeerd is. Na 1 tot 10 minuten dient deze blokkering opgeheven te zijn.
2 Opwarming van het tapwater21D00000503351 Koepelsensor2 IntegraalsensorHet toestel beschikt over twee temperatuursensoren. - De koepelsensor berekent de watertemperatuur in de bo-venste boilerzone. - De integraalsensor is een over de volledige boilerhoogte vastgelijmde temperatuursensor. De integraalsensor bere-kent de middelste boilertemperatuur. Op het display van het toestel wordt de temperatuur van de bo-venste boilerzone weergegeven, gemeten door de koepelsensor. De regeling van het toestel werkt met de gemiddelde boilertem-peratuur, gemeten door de integraalsensor. Wanneer het beschikbare mengwatervolume daalt naar het in de parameter "Oplaadgraad" ingestelde procentueel aandeel van het maximale mengwatervolume, start de drinkwateropwarming. Het kan gebeuren dat de door de koepelsensor gemeten tempe-ratuur nog steeds overeenkomt met de gevraagde temperatuur.
Zie hoofdstuk "Technische gegevens" voor meer informatie over de opwarmtijd. De berekening van het beschikbare mengwater-volume is op basis van de gemiddelde boilertemperatuur. Het mengwatervolume wordt alleen berekend, wanneer de watertem-peratuur in de bovenste boilerzone hoger is dan 40°C. De opwarming van het tapwater gebeurt normaliter door de warmtepomp van het toestel binnen het werkingsgebied (zie hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel"). Elektr. nood-/bijverwarmingWanneer in de warmtepompwerking het werkingsgebied wordt over- of onderschreden, wordt de warmtepompwerking onder-broken. De elektrische nood-/bijverwarming neemt de opwarming van het tapwater over met de ingestelde, gevraagde temperatuur. Wanneer het toestel weer binnen het werkingsgebied is, schakelt de elektrische nood-/bijverwarming uit en wordt de opwarming van het tapwater voortgezet met de warmtepomp.
Bij een evt. defect aan het toestel kunt u, wanneer het symbool "Service/fout" knippert, via de functie Noodverwarming de elektri-sche nood-/bijverwarming activeren.
Zie hoofdstuk "Instellingen/ Toets Snelopwarming/ Noodverwarming". Wanneer er een keer een warmwaterbehoefte is die buiten de instellingen valt, activeer dan met de toets "Snelopwarming" de elektrische nood-/bijverwarming handmatig voor eenmalig op-warmen als aanvulling op de warmtepomp. Zie hoofdstuk Instel-lingen/ Toets Snelopwarming/ Snel-/comfortopwarming”. Aanpassing van de gevraagde temperatuur afhankelijk van de luchttemperatuurBij het aanzuigen van koude lucht kan het voorkomen dat het heetgas zijn maximale temperatuur bereikt. In dit geval verlaagt het toestel tijdelijk de gevraagde temperatuur. Terwijl het toestel werkt met de verlaagde gevraagde temperatuur, wordt op het display het symbool "Aanpassing gevraagde temperatuur" weer-gegeven. Looptijdafhankelijke snelopwarmingTer verhoging van uw comfort beschikt het toestel over een looptij-dafhankelijke snelopwarming.
Wanneer deze functie ingeschakeld is en de gevraagde temperatuur m. b. v. de warmtepomp na een vrij instelbare tijd niet wordt bereikt, schakelt het toestel de elek-trische nood-/bijverwarming in parallelbedrijf ter ondersteuning in. Deze functie is standaard uitgeschakeld. Naarmate de temperatuur van de aanzuiglucht daalt, neemt ook de capaciteit van de warmtepomp af, waardoor er sprake is van een langere opwarmtijd. Bij een installatie met buitenluchtaanzuiging adviseren wij de functie "Looptijdafhankelijke snelopwarming" tijdens de wintermaanden en steeds naar behoefte bij dalende buitentemperaturen in het overgangsseizoen in te schakelen. Houd er rekening mee dat het opwarmen van tapwater m. b. v. de elektrische nood-/bijverwarming meer stroom verbruikt dan wanneer uitsluitend de warmtepomp wordt gebruikt.
BEDIENING ToestelbeschrvingNEDERLANDSwww. stiebel-eltron. com WWK 221-301 electronic | 85deze functie is ingeschakeld adviseren we om dezelfde redenen de in de fabriek ingestelde werkingstijd van 8 uur slechts wanneer dat nodig is te reduceren. WWK 301 electronic SOL : Aansluiting van een externe warmtegenerator. Materiële schadeHet toestel mag ook bij het aansluiten van een externe warmtegenerator niet van de stroomvoorziening worden gescheiden, omdat het dan niet tegen vorst en corrosie beschermd is. Ook in de winter, als mogelijkerwijs de verwarming van tapwater alleen door de externe warm-tegenerator verzorgd moet worden, mag de stroomvoor-ziening niet worden onderbroken. Het toestel is uitgerust met een geïntegreerde warmtewisselaar met gladde buis, waarop een externe warmtegenerator kan wor-den aangesloten (bijv. een zonnewarmte-installatie of een cen-trale-verwarmingsinstallatie).
Het warmwatervat is daarvoor op diverse plaatsen voorzien van sensorhulzen. De afstemming tus-sen toestel en externe warmtegenerator moet door de installateur bij de eerste ingebruikname worden geregeld. 3. 3 Werking van het toestel buiten het werkingsgebiedf Zorg ervoor dat het toestel binnen het werkingsgebied gebruikt wordt, om een storingsvrije werking van het to-estel te waarborgen (zie hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel"). 3. 3. 1 Werkingsgebied voor werking met warmtepompTemperatuur aangezogen lucht onder toepassingsgrensWanneer de aangezogen lucht de onderste toepassingsgrens overschrijdt, blokkeert het toestel de compressor. Het compres-sorsymbool knippert. d. w. z. de compressor ontvangt een verzoek om warm water, maar wordt door de regeling geblokkeerd. De verwarmingsfunctie werkt alleen nog met de elektrische nood-/bijverwarming.
Na een pauze van een uur start het toestel de ventilator (aanloop-tijd van de ventilator kan worden ingesteld door de installateur) en controleert de voorwaarden voor het opnieuw inschakelen van de compressor.
Wanneer de luchttemperatuur van de onderste toepassingsgrens de hysteresewaarde overschrijdt, wordt de com-pressor vrijgeschakeld. De elektrische nood-/bijverwarming blijft actief tot de ingestel-de gevraagde watertemperatuur bereikt wordt of tot de onderste toepassingsgrens met de hysteresewaarde (ca. 1K) overschreden wordt. Temperatuur aangezogen lucht boven toepassingsgrensWanneer de temperatuur van de aangezogen lucht de bovenste toepassingsgrens overschrijdt, blokkeert het toestel de compres-sor. De verwarmingsfunctie werkt alleen nog met de elektrische nood-/bijverwarming. Na een pauze van een uur start het toestel de ventilator (aanlooptijd van de ventilator kan worden inges-teld door de installateur) en controleert de voorwaarden voor het opnieuw inschakelen van de compressor.
Wanneer de luchttem-peratuur de bovenste toepassingsgrens met de hysteresewaarde overschrijdt, wordt de compressor vrijgeschakeld. De elektrische nood-/bijverwarming blijft actief tot de ingestelde gevraagde watertemperatuur bereikt wordt of tot het bovenste werkingsgebied met de hysteresewaarde (ca. 1K) overschreden wordt. 3. 4 OntdooiingKoude aanzuiglucht kan, afhankelijk van de luchtvochtigheid en de temperatuur van het warme tapwater, tot bevriezing van de verdamper leiden. Het toestel is uitgerust met een elektronische ontdooiingscontrole. Tijdens het ontdooiproces wordt het opwar-mingsproces van het tapwater onderbroken. en de ventilator uit-geschakeld. De compressor loopt verder. Het ontdooiproces wordt op het display van het toestel weergegeven. Het toestel is ingesteld op een maximale ontdooiingstijd.
Wanneer de maximale ontdooiingstijd wordt overschreden, beëindigt het toestel het ontdooiingsproces en schakelt het de elektrische nood-/bijverwarming vrij. InfoHet ontdooien van de verdamper leidt tot langere op-warmprocessen. InfoHet toestel start met het ontdooiingsproces wanneer de looptijd van de compressor de in het toestel opgeslagen ontdooiingstijd bereikt. 3.
5 VorstbeschermingWanneer de door de integraalsensor berekende temperatuur daalt onder een grenswaarde, schakelt het toestel een vorstbescher-mingsfunctie in. Zie het hoofdstuk "Technische gegevens/toestel-parameters". Het toestel warmt het water met de warmtepomp en de elektrische nood-/bijverwarming op. Als de door de integraal-sensor berekende temperatuur van 18°C is bereikt, schakelen de warmtepomp en de elektrische nood-/bijverwarming uit. 3. 6 Minimale looptijd en minimale pauzetijd. Materiële schadeBij de werking met externe schakelinrichtingen die de voeding van het toestel onderbreken, bijv. timers, ener-giebeheersystemen of huisregelinstallaties, moeten de volgende voorwaarden in acht genomen worden: - De minimale inschakeltijd is 60 minuten. - De minimale pauzetijd na het uitschakelen is 20 mi-nuten. - Het aantal in- resp. uitschakelprocessen mag per dag niet meer zijn dan 10.
BEDIENING Instellingen86 | WWK 221-301 electronic www. stiebel-eltron. com3. 7 Aansluiting van een externe signaalgever InfoDe aansluitvariant mag alleen door een installateur uit-gevoerd worden. Op de ingebouwde contactingang kunnen externe signaalgevers worden aangesloten, zoals een fotovoltaïsche installatie voor het opwekken van zonne-energie. Het toestel heeft een in de fabriek vooringestelde, tweede gev-raagde temperatuurwaarde. Deze wordt geactiveerd, wanneer er een extern schakelsignaal is opgetreden. gevraagde temperatuur 2 is heeft prioriteit op de standaard gevraagde temperatuur, zo lang het externe schakelsignaal aanwezig is. gevraagde tempe-ratuur2 is na een eenmalige activering (signaal was ten minste 1 minuut aanwezig) gedurende minstens 20minuten geldig en krijgt prioriteit boven gevraagde temperatuur1.
U kunt de gevraagde temperatuur 2 op het toestel wijzigen (zie hoofdstuk "Instellingen/Instellingen/gevraagde temperatuur 2"). 4. Instellingen4. 1 Display en bedieningselementen Info15 seconden na elke bediening van het toestel wordt de standaardweergave automatisch hersteld (mengwatervo-lume) en wordt de ingestelde waarde opgeslagen. electronic254D0000059162311 Display2 Toets "Plus"3 Toets "Min"4 Toets "Snelopwarming"5 Toets "Menu"4. 1. 1 SymbolenSym-boolBeschrijving Mengwatervolume: Het op dat moment beschikbare mengwatervo-lume van 40°C wordt aangegeven bij 15°C koudwatertemperatuur. Aanpassing gevraagde temperatuur: Het toestel verlaagt, afhan-kelijk van de aanzuig- en heetgastemperatuur, evt. tijdelijk de gevraagde temperatuur naar de actuele meetwaarde van de integ-raalsensor.
Het toestel toont het symbool "Aanpassing gevraagde temperatuur" en blokkeert de opwarming van het tapwater tot de meetwaarde van de integraalsensor met de verlaagde inscha-kelhysteresis onder de tijdelijke gevraagde waarde uitkomt.
Het opwarmingsproces van het tapwater wordt vervolgens weer vrijge-schakeld en de oorspronkelijk ingestelde, gevraagde temperatuur wordt in acht genomen. Actuele temperatuur: De huidige, actuele temperatuur wordt weergegeven. De actuele temperatuur toont de temperatuur in de bovenste zone van het warmwatervat en komt dus in grote mate overeen met de uitlooptemperatuur. Gevraagde temperatuur Externe signaalgever: De gevraagde temperatuur2 is de warmwa-tertemperatuur voor regeling van het toestel, wanneer er een ex-terne signaalgever aangesloten en ingeschakeld is. Stand-by: Het symbool knippert, wanneer de elektronica en de last (compressor) van het toestel apart met stroom gevoed worden. Deze aansluitvariant is bijv. noodzakelijk, wanneer het toestel via schakelcontactdozen van een energiebeheersysteem gebruikt dient te worden (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting").
elektrische nood-/bijverwarming: Dit symbool wordt weergegeven, wanneer er een aanvraag voor deze toestelcomponent bestaat. De elektrische nood-/bijverwarming is bij weergave van het symbool niet noodzakelijkerwijs in werking. Warmtepomp: Dit symbool wordt weergegeven, wanneer er een aanvraag voor deze toestelcomponent bestaat. De compressor is bij de weergave van het symbool niet noodzakelijkerwijs in werking. Ontdooien actief Service/Fout: Wanneer het symbool "Service/Fout" op het display verschijnt, informeer dan uw installateur. Als het symbool continu is verlicht, gaat het om een storing die de werking van het toestel niet onderbreekt. Als het symbool "Service/Fout" knippert, wordt het water niet opgewarmd en is het beslist vereist dat u de installa-teur waarschuwt. Wanneer de noodopwarmingswerking ingescha-keld wordt, doet zich een bijzonder geval voor.
De symbolen "Elektrische nood-/bijverwarming" en "Warmte-pomp" worden weergegeven, wanneer er een aanvraag voor deze toestelcomponenten is. De elektrische nood-/bijverwarming en de warmtepomp zijn bij weergave van de symbolen niet noodzake-lijkerwijs in werking. Voorbeeld: Het toestel staat in de stand snel-/comfortopwarming. De elektrische nood-/bijverwarming schakelt uit, wanneer in de bovenste boilerzone 65°C bereikt is. De warmtepomp heeft de onderste zone nog niet tot 65°C opgewarmd en daardoor is de werkwijze Snel-/comfortopwarming nog niet beëindigd. Het sym-bool "Elektrische nood-/bijverwarming" wordt net zo lang weer-gegeven tot de snel-/comfortopwarming beëindigd is.
BEDIENING InstellingenNEDERLANDSwww. stiebel-eltron. com WWK 221-301 electronic | 874. 2 InstellingenMenuIn de standaardweergave toont het display het mengwatervolume. Met de toets "Menu" roept u één voor één alle informatie en instelmogelijkhe-den op. Het overeenkomstige symbool verschijnt. Menu Weergave "Mengwatervolume" Weergave "Actuele temperatuur" Gevraagde temperatuur 1 Gevraagde temperatuur 2 Ventilatortoerental Weergave "Temperatuur aanzuiglucht" Activeer de functie "Looptijdafhankelijke snelopwarming" Tijdsinvoer voor de functie "Looptijdafhankelijke snelopwarming" Eenheden omschakelen Foutcode E-foutcode Weergave "Mengwatervolume"Het op dat moment beschikbare meng-watervolume van 40°C wordt aangege-ven bij 15°C koudwatertemperatuur. Wanneer er op een bepaald moment minder dan 10l mengwater beschikbaar is, wordt "-- L" aangegeven.
Warmwaterbehoefte voor Mengwatervolume van 40°CBaden 120 - 150 lDouchen 30 - 50 lHanden wassen 2 - 5 lHet verkrijgbare mengwatervolume is afhankelijk van de grootte van de boiler en van de ingestelde gevraagde temperatuur. Weergave "Actuele temperatuur"Druk in het menu "Mengwatervolume" één keer op de toets "Menu" om naar het menu "Actuele temperatuur" te gaan. Het symbool "Actuele temperatuur" wordt weergegeven. De huidige, actuele temperatuur wordt weergegeven. De actuele temperatuur toont de temperatuur in de bovenste zone van het warmwatervat en komt in grote mate overeen met de uitlooptem-peratuur. Gevraagde temperatuur 1 InfoStel om redenen van hygiëne de warmwatertemperatuur niet lager in dan 50°C. gevraagde temperatuur1 is de warmwatertemperatuur voor regeling van het toestel, wanneer er geen externe signaalgever aangesloten en ingeschakeld is.
Druk in het menu "Actuele temperatuur" één keer op de toets "Menu" om naar het menu "gevraagde temperatuur 1" te gaan. Het symbool "gevraagde temperatuur1" wordt weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de to-etsen "Plus" en "Min". Instelbereik: 20 - 65 °C InfoU gaat ook naar de instelling van gevraagde temperatu-ur1 door in de standaardweergave (mengwatervolume) op de toetsen "Plus" of "Min" te drukken. VorstbeschermingWanneer u de gevraagde temperatuur met de toets "Min" instelt op minder dan 20°C, is alleen nog de vorstbescherming actief. Op het display wordt "--°C" weer-gegeven. Gevraagde temperatuur 2 InfoStel om redenen van hygiëne de warmwatertemperatuur niet lager in dan 50°C. De gevraagde temperatuur2 is de warmwatertemperatuur voor regeling van het toestel, wanneer er een externe signaalgever aangesloten en ingeschakeld is.
Druk in het menu "gevraagde tempera-tuur 1" één keer op de toets "Menu" om naar het menu "gevraagde temperatuur 2" te gaan. Het symbool "Externe signaalgever" wordt weergegeven. U kunt de waarde wijzigen met de to-etsen "Plus" en "Min". Instelbereik: 20 - 65 °C.
BEDIENING Instellingen88 | WWK 221-301 electronic www. stiebel-eltron. comWerking met externe signaalgever. Materiële schadeZie "Toegelaten spanningsbereik van externe signaalge-ver" in hoofdstuk "Technische gegevens/Gegevenstabel". De toestellen zijn standaard zo uitgevoerd dat u aan een aan-gesloten, externe signaalgever, zoals een PV-installatie of een signaalgever voor het daltarief, een eigen, individuele gevraagde waarde voor de warmwatertemperatuur toewijzen kunt ("gev-raagde temperatuur2"). Deze gevraagde temperatuur2 wordt geactiveerd, wanneer er op de voor de externe signaalgever voorziene klem een signaal aanwezig is (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting/Aansluitvariant met externe signaalgever"). gevraagde temperatuur2 vervangt in de periode waarin deze is ingeschakeld, de standaard gevraagde waarde voor de warmwatertemperatuur ("gevraagde tempera-tuur1").
Als de gevraagde temperatuur2 door de externe signaalgever wordt ingeschakeld, blijft deze gevraagde temperatuur daarna ge-durende een minimale looptijd van 20minuten ingeschakeld. Als het signaal na het verstrijken van deze 20minuten nog aanwezig is, loopt de compressor door totdat het externe signaal verdwijnt of totdat de nominale temperatuur 2 bereikt wordt. Daarna is de ingestelde nominale temperatuur1 geactiveerd. Indien de overeenkomstige gevraagde waarde van de warmwa-tertemperatuur bereikt is, schakelt de compressor uit en blijft gedurende een minimale rusttijd van 20minuten uitgeschakeld. De volgende illustratie licht de samenhang toe aan de hand van een voorbeeld van het signaalverloop van een externe signaal-gever.
Voorbeeld: - Watertemperatuur = 55 °C - Gevraagde temperatuur 1 = 50 °C - Gevraagde temperatuur 2 = 65 °CA100 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 t [min]B110 20 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 t [min]D0000034613A Extern signaalB Compressor1 20 min minimuminschakeling gevraagde temperatuur22 20 min minimumrusttijd compressor InfoEen extern signaal moet minstens 60seconden aanhou-den voordat het door de regeling herkend wordt. Dit voorkomt bijv. dat zonnestraling die slechts enkele se-conden duurt, een opwarmproces start dat vervolgens wegens gebrek aan zonneschijn niet met zelf geprodu-ceerde fotovoltaïsche stroom gevoed kan worden. VentilatortoerentalDe actueel ingestelde ventilatorcapaciteit verschijnt, voorafgegaan door de letter F. InfoVerander nooit de capaciteit van de ventilator. Deze is bij de eerste ingebruikname ingesteld door de installateur.
Weergave temperatuur aanzuigluchtEr verschijnt een "A" als symbool voor de aanzuigtemperatuur. De actuele temperatuur van de aangezo-gen lucht wordt weergegeven. De temperatuur van de aanzuiglucht wordt alleen weergegeven wanneer de ventilator van het toestel actief is. Wan-neer de temperatuur van de aanzuiglucht niet kan worden vastgesteld, verschijnen er twee streepjes. Activeer de functie "Looptijdafhankelijke snelopwarming" InfoGebruik de looptijdafhankelijke snelopwarming alleen wanneer dat nodig is en alleen bij lage aanzuigtempera-turen, bijv. bij gebruik in de buitenlucht in de winter en zo nodig in het overgangsseizoen. Vermijd gebruik van de looptijdafhankelijke snelopwarming bij aanzuigtem-peraturen waarbij opwarming zonder elektrische nood-/bijverwarming doorgaans de behoefte dekt. In dergelijke gevallen zou een te kort gekozen looptijd onnodig veel energie kosten.
Schakel de functie in de zomer, en waar mogelijk in het overgangsseizoen, uit om een verhoogd stroomverbruik te voorkomen. Ter verhoging van uw comfort beschikt het toestel over een loop-tijdafhankelijke snelopwarming. Wanneer de gevraagde tempera-tuur m. b. v. de warmtepomp na een vrij instelbare tijd niet wordt bereikt, dan schakelt het toestel (bij activering van deze functie) het toestel in de parallelle werking bij ter ondersteuning van de elektrische nood-/bijverwarming. Na het bereiken van de nomi-nale waarde blijft de elektrische nood-/bijverwarming inactief tot de ingestelde tijd na een warmteaanvraag weer is verlopen. Deze functie is standaard uitgeschakeld.
Bij een installatie met buitenluchtaanzuiging adviseren wij de functie "Looptijdafhankelijke snelopwarming" tijdens de winter-maanden en steeds naar behoefte bij dalende buitentempera-turen in het overgangsseizoen in te schakelen. Zo voorkomt u bijv. comfortverlies wanneer het verwarmingsvermogen van de.
BEDIENING InstellingenNEDERLANDSwww. stiebel-eltron. com WWK 221-301 electronic | 89warmtepomp vanwege een dalende buitentemperatuur afneemt, waardoor er sprake is van een langere opwarmtijd. De vrijelijk in te stellen tijd waarna de elektrische nood-/bijver-warming automatisch ondersteuning moet bieden, dient u te bepalen aan de hand van lokale omstandigheden. Daarbij dient u rekening te houden met het warmwaterverbruik en de te ver-wachten aanzuigtemperaturen. De instelling van deze functie vindt plaats in twee stappen. Eerst activeert u de functie en vervolgens stelt u in de tweede para-meter de looptijd in. De instelling tHE0 bewerkstelligt dat de functie "Looptijdafhankelijke snelop-warming" gedeactiveerd is. Deze functie wordt weer geactiveerd met thE1. De functie is standaard gedeactiveerd. Schakel met de toetsen "Plus" en "Min" tussen de instellingen tHE0 en tHE1.
In-stelling tHE1 bewerkstelligt dat de elekt-rische nood-/bijverwarming kan worden ingeschakeld, wanneer de gevraagde temperatuur na de desbetreffende in-gestelde looptijd niet bereikt wordt. Tijdsduur voor de functie "Looptijdafhankelijke snelopwarming"Om een verhoogd stroomverbruik te voorkomen, verlaagt u de af fabriek ingestelde tijdsduur voor de looptijdafhankelijke snelop-warming alleen indien dat nodig is. Zie het hoofdstuk "Technische gegevens/toestelparameters". Stel de looptijd in m. b. v. de toetsen "Plus" en "Min". Na het opgegeven aantal uur controleert het toestel of de gevraagde temperatuur bereikt is. Indien niet, dan schakelt het toestel de elektrische nood-/bijverwarming in. De standaardinstelling is 8uur.
thE1tE08thE0tD0000052266121 Symbool "Warmtepomp"2 Symbool "Elektrische nood-/bijverwarming"tHE0 Looptijdafhankelijke snelopwarming uitgeschakeldtHE1 Looptijdafhankelijke snelopwarming ingeschakeldtE08 Instelbare aantal uren (hier bij wijze van voorbeeld 8), waarbij de opwarming uitsluitend plaats vindt met de warmtepomp Eenheden omschakelenU kunt kiezen of de temperaturen en de volumegegevens in SI-eenheden of US-eenheden weergegeven worden. Wanneer u 1 instelt, worden de waarden in Celsius en liter weergegeven. Wanneer u 0 instelt, worden de waarden in Fahrenheit en gallon weergegeven. Druk op de toets "Menu" totdat op het display "SI" verschijnt. Stel met de toetsen "Plus" en "Min" in of de weergave in SI-eenheden (1) of US-eenheden (0) dient te zijn.
LaadgraadAls het minimaal ter beschikking gestelde mengwatervolume bij de ingestelde gevraagde temperatuur niet volstaat, kunt u de naverwarmingshysteresis verlagen door de oplaadgraad te ver-hogen. Op die manier verhoogt u het minimaal ter beschikking gestelde warmwatervolume. Dit effect is vergelijkbaar met een virtuele verschuiving naar beneden van de temperatuursensor. Daardoor stijgt het warmwatercomfort. De efciëntie van het to-estel wordt daardoor lichtjes nadelig beïnvloed. Wanneer het beschikbare mengwatervolume daalt naar het in de parameter "Oplaadgraad" ingestelde procentueel aandeel van het maximale mengwatervolume, start de drinkwateropwarming. FabrieksinstellingLaadgraad % 40Het weergegeven mengwatervolume heeft betrekking op een mengwatertemperatuur van 40°C. Bij watertemperaturen onder 40°C (±1K) wordt het mengwatervolume niet berekend en weer-gegeven.
Een andere inschakelvoorwaarde, die de inschakelvoorwaarden voor de oplaadgraad overlapt, is het dalen van de door de koepel-sensor bepaalde temperatuur met 6K onder de actieve gevraagde temperatuur. Druk op de toets "Menu" tot op het dis-play een "L" verschijnt, gevolgd door een getal.
U kunt de waarde wijzigen met de to-etsen "Plus" en "Min". Instelbereik: 30 - 100 % FoutcodeWanneer het symbool "Service/Fout" oplicht of knippert, kunt u de foutcode opvragen via de toets "Menu". Indien er geen fout opgetreden is, is dit menu niet ingeschakeld. Zie hoofdstuk "Probleemoplossing/foutcode".
BEDIENING Instellingen90 | WWK 221-301 electronic www. stiebel-eltron. com E-foutcodeWanneer er sprake is van een storing in het koelcircuit, verschijnt er een foutcode voorafgegaan door de letter E. Waarschuw een installateur. 4. 3 Toets "Snelopwarming" InfoOm met de toets "Snelopwarming" de snel-/comfortop-warming te starten, moet het display op het startbeeld-scherm staan. Druk twee seconden op de toets "Sne-lopwarming". De symbolen "Warmtepomp" en "Elek-trische nood-/bijverwarming" worden getoond. 4. 3. 1 Snel-/comfortopwarmingDoorgaans wordt met de toets "Snelopwarming" de snel-/com-fortopwarming ingeschakeld, zodat een ongepland hoge warm-waterbehoefte afgedekt kan worden zonder de basisinstellingen op het toestel te veranderen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WWK 301 electronic SOL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ketel & boiler Stiebel Eltron
Handleiding Ketel & boiler
Nieuwste handleidingen voor Ketel & boiler