Stiebel Eltron VRC-W 450 E Premium Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron VRC-W 450 E Premium (308 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen. Heb je een vraag over Stiebel Eltron VRC-W 450 E Premium of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

STIEBEL
ELTRON
Operation
and
installation
Utilisation
et
installation
Gebruik
en
Installatie
Uso
e
installazione
Obsługa
i
instalacja
Obsluha
a
instalace
Kezelés
és
telepités
Obsluha
a
inštalácia
Upravljanje
in
montaža
VRC-W
450
Premium
VRC-W
450
E
Premium
VRC-W
600
Premium
VRC-W
600
E
Premium
Central
ventilation
unit
with
heat
recovery
2
VMC
centralisée
avec
récupération
de
chaleur
36
Centraal
ventilatietoestel
met
warmteterugwinning
70
Unità
di
ventilazione
centralizzata
con
recupero
di
calore
104
Centralne
urządzenia
wentylacyjne
z
odzyskiem
ciepła
138
Centralni
větrací
přistroj
s
rekuperaci
tepla
172
Hôvisszanyerôs
központi
szellôztetôberendezés
205
Centralna
vetracia
jednotka
s
rekuperáciou
tepla
239
Prezračevalna
naprava
z
re
ku
pera
cijo
to
plote
272

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Stiebel Eltron
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: VRC-W 450 E Premium

Handleiding Stiebel Eltron VRC-W 450 E Premium – volledige tekst

Inhoudsopgave 1 Bijzondere info. 71 2 Algemene aanwijzingen. 71 2. 1 Symbolen in dit document. 71 2. 2 Symbolen op het toestel. 71 2. 3 Meeteenheden. 71 2. 4 Keurmerk. 71 2. 5 Prestatiegegevens conform norm. 71 2. 6 Doelgroepen. 71 3 Veiligheid. 71 3. 1 Structuur van de waarschuwingen. 71 3. 2 Reglementair gebruik. 72 3. 3 Voorzienbaar verkeerd gebruik. 72 3. 4 Veiligheidsinstructies. 72 3. 5 Werking van het toestel in gebouwen met vuurhaarden (installateur). 72 3. 6 EU-conformiteitsverklaring. 73 4 Toestelbeschrijving. 73 4. 1 Leveringsomvang. 73 4. 2 Toebehoren. 73 4. 3 Functiebeschrijving. 73 4. 4 WLAN. 74 5 Transport (vakman). 74 6 Montage (installateur). 75 6. 1 Montageplaats. 75 6. 2 Toestel ophangen. 75 6. 3 Condensaatslang aansluiten. 75 6. 4 Ombouw rechter/linker variant. 76 6. 5 Bedieningseenheid uit het toestel aan de wand monteren (optioneel). 81 6. 6 Frontbekleding monteren.

Bijzondere info 1 Bijzondere info - Neem bij de installatie alle nationale en re¬ gionale voorschriften en bepalingen in acht. - Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglij¬ ke of geestelijke beperkingen of met een ge¬ brek aan ervaring en kennis gebruikt wor¬ den op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrij¬ pen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudsta-ken uitvoeren. - Om letsel en schade te vermijden, mogen alleen door de fabrikant erkende installa¬ teurs de stroomkabel vervangen. Gebruik het originele vervangingsonderdeel. 2 Algemene aanwijzingen ► Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze. © 2.

1 Symbolen in dit document Symbool Betekenis Dit symbool geeft mogelijke materiële schade, toe-stelschade, gevolgschade of milieuschade weer. Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het hiernaast afgebeelde symbool. Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. Dit symbool toont de voorwaarden waaraan moeten worden voldaan voordat u de volgende stappen kunt uitvoeren. _ c> Dit symbool toont een resultaat of tussenresultaat. Deze symbolen tonen het niveau van het software¬ menu (in dit voorbeeld niveau 3). [ a] Dit symbool toont een verwijzing naar het bijbeho¬ rende paginanummer (in dit voorbeeld pagina 11). 2. 2 Symbolen op het toestel Symbool Betekenis 2. 3 Meeteenheden Tenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeter aangegeven. 2. 4 Keurmerk Zie het typeplaatje op het toestel. 2.

EN 13141-7 De prestatiegegevens die met name in tekst, grafieken en het technisch blad zijn vermeld, werden volgens de meetvoorwaar-den van de in de titel van deze paragraaf aangegeven norm be¬ paald. De bovengenoemde meetomstandigheden komen doorgaans niet volledig overeen met de bestaande omstandigheden bij de gebruiker. Afhankelijk van de geselecteerde meetmethode en de mate waarin de geselecteerde methode afwijkt van de in de eerste alinea van deze paragraaf gedefinieerde meetomstandig¬ heden, kunnen de afwijkingen aanzienlijk zijn. Andere factoren die de meetwaarden beïnvloeden, zijn de meetorganen, de in-stallatie-opbouw, de leeftijd van de installatie en de debieten. Bevestiging van de aangegeven prestatiegegevens is slechts mogelijk, wanneer ook de meting die in dit kader is uitgevoerd, de in de eerste alinea van deze paragraaf aangegeven meetom¬ standigheden respecteert. 2.

Veiligheid Lichamelijk letsel VOORZICHTIG Soort en bron van het gevaar Gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt gene¬ geerd ► Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar Materiële schade, gevolgschade, milieuschade LET OP ©Soort en bron van het gevaar Gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt gene geerd ► Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar 3. 1. 2 Ingebedde waarschuwingen Ingebedde waarschuwingen gelden alleen voor de daarop vol gende handelingsstap. ► TREFWOORD: gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt genegeerd. Maatregel(en) voor het afwenden van het ge¬ vaar. Handelingsstap waarop de waarschuwing betrekking heeft 3. 1. 3 Verklaring van de symbolen 3. 1. 4 Trefwoorden Tref¬ woord Betekenis GEVAAR Aanwijzingen die leiden tot overlijden of zware let-_seis, wanneer deze niet in acht worden genomen.

WAAR- Aanwijzingen die kunnen leiden tot overlijden of SCHU- zware letsels, wanneer deze niet in acht worden ge-WING nomen. _ VOOR- Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig ZICHTIG zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht wor-_den genomen. _ LET OP Aanwijzingen die kunnen leiden tot materiële scha¬ de, gevolgschade of milieuschade, wanneer deze _niet in acht worden genomen. _ 3. 2 Reglementair gebruik Het toestel is bestemd voor de gecontroleerde woningventilatie met centrale luchttoevoer en luchtafvoer. Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke om¬ geving. Het kan op een veilige manier worden bediend door niet-geïnstrueerde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden worden gebruikt, bijv, in een klein bedrijf, voor zo¬ ver het op dezelfde wijze wordt gebruikt.

Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebe¬ horen. 3. 3 Voorzienbaar verkeerd gebruik Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschre¬ ven, geldt als niet reglementair. Het toestel is niet bestemd voor opstelling in de open lucht.

Sluit geen afzuigkappen en wasdrogers met afvoerlucht op het ventilatiesysteem aan. 3. 4 Veiligheidsinstructies Lichamelijk letsel - Alleen installateurs mogen de installatie, ingebruikname evenals onderhoud en reparatie aan het toestel uitvoeren. - Wanneer u werkzaamheden verricht aan het apparaat ter¬ wijl het nog onder spanning staat, kunt u een elektrische schok krijgen. Ontkoppel het toestel van de spanningsvoor-ziening, voordat u aan het toestel werkt. - Als radiomeldingen of de politie u opdragen om de ramen en deuren gesloten te houden, schakelt u in het menu "In¬ stellingen" de parameter "Vrijg. ventilatie" naar "Uit". Als de gevaarlijke situatie niet meer bestaat, schakelt u de para¬ meter "Vrijg. ventilatie" weer naar "Aan". Als de ventilato¬ ren continu uitgeschakeld zijn, is de vochtbescherming niet gegarandeerd.

- Ongeschikte vervangingsonderdelen en ongeschikt toebe¬ horen kunnen de veiligheid van de gebruiker en het toestel in gevaar brengen. Gebruik alleen originele vervangingson¬ derdelen en origineel toebehoren. - Wanneer de behuizing tijdens de werking is geopend, be¬ staat er letselgevaar. Gebruik het toestel alleen met de ge¬ sloten behuizing. - Neem wat de brandveiligheidstechnische installatievoor¬ schriften voor de bouw van de ventilatie-installatie betreft de nationale regels en voorschriften in acht. In Duitsland is dit bepaald in de laatste versie van de bouwtechnische richtlijn inzake de brandveiligheidstechnische vereisten voor ventilatie-installaties. Materiële schade, gevolgschade, milieuschade - Vervuilde omgevingslucht kan het toestel beschadigen. Be¬ scherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. - Een slechte luchtkwaliteit kan het toestel beschadigen.

Houd de opstellocatie vrij van stof, haarspray, chloor- en ammoniakhoudende stoffen. - Veranderingen aan de luchtvolumestromen kunnen tot overdruk of onderdruk in de ruimtes leiden. Wanneer er te¬ gelijkertijd een vuurhaard in werking is, kunnen verbran¬ dingsgassen in de opstelruimte van de vuurhaard terecht¬ komen. Wijzig de instellingen van de ventielen voor toe¬ voer- en afvoerlucht in de ruimten niet. Deze zijn tijdens de ingebruikname door de installateur ingesteld. 3. 5 Werking van het toestel in gebouwen met vuurhaarden (installateur) Het begrip vuurhaard omvat bijv, kachels, open haarden en toe¬ stellen met gasverbranding. Ventilatietoestellen kunnen een onderdruk in de woning gene¬ reren. Wanneer er tegelijkertijd een vuurhaard in werking is, kunnen verbrandingsgassen in de opstelruimte van de vuur¬ haard terechtkomen.

Toestelbeschrijving Het ontwerp, de inbouw en de werking van het ventilatietoestel en de vuurhaarden moeten worden uitgevoerd volgens de nati¬ onale en regionale voorschriften en bepalingen. Wij adviseren om voor het gebruik van iedere vuurhaard een koolmonoxidemelder conform EN 50291 te installeren en perio¬ diek te onderhouden. 3. 5. 1 Planning van de veiligheidsmaatregelen De ontwerper plant met de verantwoordelijke autoriteiten welke veiligheidsmaatregelen er noodzakelijk zijn voor de gelijktijdige werking van ventilatietoestel en vuurhaard. Afwisselend gebruik Afwisselend gebruik betekent dat bij de ingebruikname van de vuurhaard de woningventilatie wordt uitgeschakeld resp. niet in werking kan gaan. Het afwisselende gebruik moet gewaarborgd worden door geschikte maatregelen, bijv, een geforceerde auto¬ matische uitschakeling van het ventilatietoestel.

Gezamenlijk gebruik Gebruik geen drukverschilschakelaars die het drukverschil tus¬ sen de buitenluchtdruk en de druk in de opstelruimte van de vuurhaard als activeringscriterium gebruiken. Er kan een sto¬ ring optreden door te regelmatig schakelen. Voor de gezamenlijke werking van vuurhaarden en ventilatie¬ systemen voor woningen, raden wij aan te kiezen voor een ka-merluchtonafhankelijke vuurhaard met vergunning, in Duitsland de DIBt-vergunning. Indien een kamerluchtafhankelijke vuurhaard in de woning te¬ gelijkertijd met het ventilatietoestel gebruikt wordt, mogen door een mogelijke onderdruk in de ruimte geen verbrandingsgassen in de woning terechtkomen. Het ventilatietoestel mag alleen in combinatie met vuurhaarden gebruikt worden die intrinsiek veilig zijn.

Deze vuurhaarden hebben bijv, een stromingsbeveiliging of een rookgasdetector en zijn voor het gemeenschappelijke gebruik met ventilatietoe-stellen toegelaten. Optioneel kan een externe, goedgekeurde veiligheidsinrichting aangesloten worden, die de werking van de vuurhaard bewaakt.

U kunt bijv, een drukverschilbewaking installeren die de schoor¬ steentrek bewaakt en in geval van storingen het ventilatietoestel uitschakelt. De inrichting van de drukverschilbewaking moet aan de volgen¬ de vereisten voldoen: - Bewaking van het drukverschil tussen het verbindingsele¬ ment naar de schoorsteen en de opstelruimte van de vuur¬ haard. - Mogelijkheid voor het aanpassen van de uitschakelwaarde voor het drukverschil aan de minimale trekbehoefte van de vuurhaard - PotentiaaIvrij contact voor het uitschakelen van de ventila-tiefunctie - Aansluitmogelijkheid van een temperatuurmeetsysteem, zodat de drukverschilbewaking enkel geactiveerd wordt wanneer de vuurhaard in werking is en foutieve uitschake¬ lingen door externe factoren vermeden worden 3. 5.

2 Ingebruikname in gebouwen met vuurhaarden Bij de ingebruikname van het ventilatietoestel moet gecontro¬ leerd worden en moet in het ingebruiknameprotocol gedocu¬ menteerd worden dat verbrandingsgassen niet in een hoeveel¬ heid in de woning terechtkomen die schadelijk is voor de ge¬ zondheid. Ingebruikname in Duitsland De verantwoordelijke schoorsteenveger voert de oplevering uit. Ingebruikname buiten Duitsland Een deskundige moet de oplevering uitvoeren. In geval van twij¬ fel moet u een onafhankelijke expert bij de oplevering betrek¬ ken. 3. 5. 3 Onderhoud van de vuurhaarden Regelmatig onderhoud van de vuurhaarden is voorgeschreven. Het onderhoud omvat het controleren van de rookgastrek, de vrije leidingdiameters en de veiligheidsvoorzieningen. De ver¬ antwoordelijke installateur moet aantonen dat een voldoende "č hoeveelheid verbrandingslucht kan nastromen. 3.

3 Functiebeschrijving Het toestel zuigt buitenlucht aan met een ventilator. Een tweede ventilator zuigt afvoerlucht uit de met geurtjes of vocht belaste ruimten, bijv, keuken, badkamer, toilet. Afvoerlucht en buiten¬ lucht worden in gescheiden luchtkanalen geleid. Afvoerlucht en buitenlucht worden elk met een filter gefilterd. De afvoerlucht en de buitenlucht stromen door een kruistegen-stroomwarmtewisselaar. Daarbij neemt de buitenlucht de warmte van de afvoerlucht op. Daardoor wordt een groot deel van de warmte-energie teruggewonnen. www. stiebeL-eLtron. com VRC-W 450/600 Premium | 73.

Transport (vakman) Bedrijfsmo-dus Ventila¬ tortrap Beschrijving Vochtbeveili- 0 Vereiste ventilatie om de bescher-ging ming van het gebouw te verzekeren in normale gebruiksomstandigheden bij gedeeltelijk gereduceerde vocht-belastingen, bijv, lijdelijke afwezig¬ heid van de gebruikers en geen was¬ goed drogen in de gebruikseenheid Gereduceerde 1 Gereduceerde ventilatie is de noodza-ventilatie kelijke ventilatie om de hygiënever-eisten te waarborgen alsmede het gebouw te beschermen (vocht) onder normale gebruiksomstandigheden bij gedeeltelijk gereduceerde vocht- en stofbelastmg, bijv, door de tijdelijke afwezigheid van de gebruikers. Nominale 2 Nominale ventilatie is de noodzakelij-ventilatie ke ventilatie om de hygienevereisten te waarborgen alsmede het gebouw te beschermen bij aanwezigheid van de gebruikers.

Intensieve 3 Intensieve ventilatie is de ventilatie ventilatie met een verhoogde luchtvolume¬ stroom voor het afbouwen van belas-tingpieken, bijvoorbeeld voor de snelle ventilatie tijdens of na een feest. U kunt de intensieve ventilatie met de bedieningseenheid of met een optioneel aan te sluiten externe knop inschakelen. Tijdprogram- 0 - 2 Tijdgestuurd ventilatorprogramma mamodus met verschillend instelbare ventila¬ torstanden Volumestroomregeling De installateur stelt bij de ingebruikname voor elke ventilator¬ stand de luchtvolumestroom in. De regeling van het constante debiet zorgt ervoor dat het luchtdebiet van de toevoerlucht- en afvoerluchtventilators onafhankelijk van de kanaaldruk wordt gerealiseerd. 4. 3. 1 Vorstbescherming Het toestel heeft een vorstbeschermingsregeling, zodat het toe¬ stel ook bij lage buitentemperaturen optimaal functioneert.

Wanneer de temperatuur van de buitenlucht lager is dan de in¬ gestelde vorstbeschermingswaarde, wordt het geïntegreerde elektrische voorverwarmingsregister ingeschakeld. Op die ma¬ nier moet het bevriezen van de kruistegenstroomwarmtewisse-laar voorkomen worden.

Het geïntegreerde elektrische voorver¬ warmingsregister wordt in deze handleiding kortweg "Voorver¬ warmingsregister" genoemd. Wanneer het voorverwarmingsre¬ gister actief is, verschijnt op het display het symbool "Vorstbe¬ scherming". Als de vermogensgrens van het voorverwarmingsregister be¬ reikt is, reduceert het toestel de luchtvolumestroom. Daarom kan het bij koude buitentemperaturen en hoge luchtvolumestro-men voorkomen dat het toestel de luchtvolumestroom redu¬ ceert. De vorstbeschermingsfunctie beschermt het toestel tegen vorst, niet het gebouw. 4. 3. 2 Bypass-werking Er is een bypass-klep in het toestel ingebouwd. De bypassklep maakt de toevoer van gefilterde verse lucht mogelijk die niet door de kruistegenstroomwarmtewisselaar stroomt. Koele buitenlucht gebruiken Met name tijdens zomerse nachten bestaat er behoefte aan koe¬ le verse lucht.

In dergelijke gevallen wordt in de automatische modus de warme lucht in de woning zoveel mogelijk door koe¬ lere verse lucht verdrongen. Deze functie wordt ook wel passie¬ ve koeling genoemd. Warme buitenlucht gebruiken In het overgangsseizoen kan het toestel de kamertemperatuur verhogen, doordat het toestel in de automatische modus de by-pass-klep opent en warmere buitenlucht in het gebouw zuigt. 4. 3. 3 Rechter/linker variant Het toestel biedt de mogelijkheid om bij de installatie de lucht¬ kanalen aan de kant van de woonkamer (afvoerlucht/luchttoe-voer) van rechts naar links te verwisselen met de luchtkanalen aan de kant van de buitenlucht (uitlaatlucht/buitenlucht). Positie van de aansluitingen "Bui¬ tenlucht" (g03) en "Uitlaatlucht" (g04) op het deksel Rechter variant (leve- rechts ringstoestand)_ Variant links links 4. 4 WLAN In het toestel is een WLAN-module ingebouwd. 4. 4.

- MyStiebel Na de pairing kunt u in de app vele functies aansturen die u normaal gesproken met de bedieningseenheid van het ventila-tietoestel aanstuurt. 4. 4. 2 Voorwaarden Eisen aan de router - Ondersteunde versleutelingsmethoden: - WPA™ PSK - WPA2™ PSK - WPA3™ PSK - Poort 443 moet geopend zijn Eisen aan het mobiele eindtoestel - Controleer in Apple App Store® of Google Play Store™ of uw mobiele eindtoestel voldoet aan de eisen die in de app wor¬ den genoemd. Algemene eisen - U accepteert de gebruiksvoorwaarden van de app. - Internettoegang beschikbaar - Bedrijfsnetwerken worden niet ondersteund. - Verbind de WLAN-module niet met onbeveiligde of openba¬ re netwerken. - Gebruik voor de pairing geen WLAN-gasttoegang. Enkele WLAN-netwerken met gasttoegang staan pairing van de WLAN-module en het mobiele eindtoestel niet toe.

Montage (installateur) ► Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware sto¬ ten. ► Als u het toestel zonder verpakking en zonder pallet trans¬ porteert, moet u erop letten dat de toestelbekleding niet be¬ schadigd raakt. ► Gebruik voor het dragen de handgrepen aan de onderzijde van het toestel. 6 Montage (installateur) 6. 1 Montageplaats De naar buiten stromende koude lucht kan in de omgeving van de luchtafvoer tot condensaatvorming leiden. ► Voorkom bij lage temperaturen dat er slipgevaar ontstaat door natheid of ijsvorming op aangrenzende voetpaden en rijbanen. De montagelocatie moet voldoen aan de volgende vereisten: - Vorstvrij - belastbaar (gewicht van het toestel, zie hoofdstuk Gegeven-stabe. ƒ> 102]} Een wand van gipsbeton of met metaalondersteuning is niet vol¬ doende. Dan zijn aanvullende maatregelen vereist, zoals dubbe¬ le ommanteling of extra steunen.

In de opstelruimte moet een voldoende gedimensioneerde con-densaatafvoer met sifon zijn gewaarborgd. De uitvoering en positie van de buitenluchtaanzuiging moet er¬ voor zorgen dat in het bereik van het gebouw en de omgeving zo min mogelijk belaste buitenlucht wordt aangezogen. v' De buitenluchtaanzuiging voor de gecontroleerde woon-ruimteventilatie moet ten minste op de volgende hoogte bo¬ ven het maaiveld plaatsvinden: 700 mm. ► Neem bovendien de minimale aanzuighoogte uit de voor u geldende norm in acht. ► Vermijd buitenluchtaanzuiging op plaatsen met belaste lucht: - op parkeerplaatsen en straten; - onder struiken en bomen; - in de buurt van afvalcontainers; - op plaatsen die zijn belast met micro-organismen, stof of as 6. 2 Toestel ophangen Toestel uitpakken ► Verwijder de verpakking. ► Leg de bijbehorende toebehoren voor later gebruik aan de zijkant.

Wandbevestiging monteren ► Houd de meegeleverde wandbevestiging als montagesja-bloon op de gewenste montageplaats. Het opschrift "TOP" moet zich bovenaan bevinden. ► Om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk te maken, dient u de minimale afstanden aan te houden. ► LET OP: Als het toestel niet waterpas gemonteerd wordt, kan het condensaat niet naar behoren wegstromen. Onge¬ controleerd uitlopend condensaat kan de vloer of voorwer¬ pen in de buurt van het toestel beschadigen. Vanwege hy¬ giënische redenen mag er geen condensaat in het toestel achterblijven. Teken door de lengtegaten en de gaten van de wandbevestiging de boorgaten op de wand. ► Boor de gaten. ► Bevestig de wandbevestiging met geschikt bevestigingsma¬ teriaal (schroeven, pluggen). ► Compenseer met de lengtegaten eventuele afwijkingen van de boorgaten.

► Lijn de wandbevestiging horizontaal uit. ► Schroef de inbegrepen stergrepen als afstandshouder aan de achterzijde onder in het toestel. ► Haak het toestel in de haken van de wandbevestiging. ► Draai de stergrepen iets in of uit als het toestel niet water¬ pas hangt. 6. 3 Condensaatslang aansluiten LET OP ©Materiële schade Ongecontroleerd uitlopend condensaat kan de vloer of voorwerpen in de buurt van het toestel beschadi¬ gen. ► Knik de condensaatslang niet bij het leggen. ► Leg de condensaatslang met een gradiënt van minimaal 10 %. De condensaatslang mag slechts één sifon hebben. Daarna moet het condensaat vrij kunnen uitlopen. ► Leid het condensaat in de riolering van de woning. www. stiebel-eltron. com VRC-W 450/600 Premium | 75.

Montage (installateur) De leidingen in de riolering van de woning mogen achter de si¬ fon niet stijgen. De condensaatafvoer moet vorstvrij zijn. Een vlotterschakelaar voorkomt dat het condensaat de delen in het toestel bereikt die onder spanning staan. Indien de conden-saatslang verkeerd geïnstalleerd is, kan de vlotterschakelaar een ongecontroleerde uitloop van condensaat niet voorkomen. In de condensaatafvoer mag tussen het toestel en de sifon geen onderbreking zijn, zodat het toestel luchtdicht is. Gebruik de condensaatslang en de ophangbeugel die zijn meegeleverd. De condensaatslang moet op de aansluiting "Condensaatafvoer" (d45) aan de uitlaatluchtzijde van het toestel worden aangeslo¬ ten. Positie van de condensaat¬ slang Rechter variant (leveringstoe- rechts stand)_ Variant links links ► Verwijder de condensaatsluiting van aansluiting "Conden¬ saatafvoer".

In de nis rond de aansluiting "Condensaatafvoer" steekt een iso latie-element. ► Trek het isolatie-element er naar onderen uit. ► Schuif het isolatie-element op de condensaatslang. ► Bevestig met de slangklem de condensaatslang op de aan¬ sluiting "Condensaatafvoer". ► Schuif het isolatie-element in de nis rondom de aansluiting "Condensaatafvoer". ► Stel met de ophangbeugel in de condensaatslang een sifon op met een blokkeerwaterhoogte van minimaal 80 mm. ► Giet water in de sifon. ► Monteer ook op de niet gebruikt aansluiting "Condensaataf¬ voer" een isolatie-element. Als u het toestel op locaties met een tropisch buitenklimaat (vochtige lucht en hoge buitentemperaturen) installeert, sluit u ook op de tweede aansluiting "Condensaatafvoer" een conden¬ saatslang aan. 6.

Positie van de aansluitingen "Bui¬ tenlucht" (g03) en "Uitlaatlucht" (g04) op het deksel Rechter variant (leve- rechts ringstoestand)_ Variant links_links_ Vereiste werkzaamheden: - Frontbekleding demonteren ƒ> 76] - Voorverwarmingsregister verplaatsen ƒ> 77] - FHterindeHng wijzigen ƒ> 78] - Condensaatslang weer aansluiten ƒ> 78] - Bypass ombouwen [k 78] De werkzaamheden zijn altijd in een hoofdstuk beschreven. Er is een sticker meegeleverd die de luchtaansluitingen mar¬ keert, indien het toestel als linker variant wordt gebruikt. ► Plak de meegeleverde sticker over de in de fabriek op het toesteldeksel aangebrachte sticker. 6. 4. 1 Frontbekleding demonteren ► Druk aan beide zijden van het toestel op de kapbevestiging om de filterkap los te maken. ► Trek de filterkap naar voren van het toestel af. 76 I VRC-W 450/600 Premium www. stiebel-eltron. com.

Montage (installateur) ► Maak de schroeven aan de beide beugels bovenaan de frontplaat los. ► Maak de schroeven aan de onderzijde van de frontplaat los. D0000115669 ► Schuif de frontplaat naar onderen en neem de frontplaat van het toestel af. ► Maak de schroeven aan de binnenste voorwand los. De interne voorwand steekt met beugels onderin het toestelfra me. ► Kantel de interne voorwand boven licht naar voren en neem deze naar boven van het toestel af. 6.4.2 Voorverwarmingsregister verplaatsen Trek de beide kabels van het voorverwarmingsregis¬ ter niet volledig uit het kabelkanaal. In het verticale bereik van het kabelkanaal in het midden van het toestel kunnen de kabels in het kabelkanaal blijven.

Montage (installateur) ► Trek het voorverwarmingsregister naar voren uit het toestel. ► Schuif het voorverwarmingsregister naar de nieuwe positie in het toestel. ► Steek de stroomkabel en de stuurkabel weer in het voorver¬ warmingsregister. ► Druk de stroomkabel en de stuurkabel voorzichtig in de ka¬ belkanalen in EPS. 6. 4. 3 Filterindeling wijzigen ► Maak met een omwenteling van 90° de kartelschroeven van de filterafdekking los. ► De filterafdekking is aan de onderzijde met veerbeugels vastgehaakt. Schuif de filterafdekking iets naar boven en neem de filterafdekking naar voren van het toestel af. ► Pak de platen aan de kopzijde van het filter vast en haal het filter uit het toestel. ► Vervang het filter. Let op de doorstroomrichting van het fil¬ ter. De op het filter weergegeven pijl moet altijd naar onde¬ ren wijzen.

Positie van het buiten Luchtfilter (in leveringstoestand fiLterklasse ISO ePM1 55 %) Rechter variant (leve- rechts ringstoestand)_ Variant links_links_ 6. 4. 4 Condensaatslang weer aansluiten ► Om de condensaatslang van het toestel te demonteren, maakt u de vleugelschroef van de slangklem los. ► Trek de condensaatslang van het toestel af. ► Trek de af fabriek gemonteerde condensaatsluiting van de tweede condensaataansluiting in de bodem van het toestel af. ► Schuif de condensaatslang op deze condensaataansluiting. ► Om de condensaatslang op de condensaataansluiting van het toestel te bevestigen, draait u de vleugelschroef van de slangklem vast. ► Monteer de condensaatsluiting op de vrijgekomen conden¬ saataansluiting. 6. 4. 5 Bypass ombouwen De bypass is in de leveringstoestand aan de rechterzijde gemon¬ teerd. v' De filterplaat, de frontplaat en de interne voorwand zijn ge demonteerd.

Montage (installateur) ► Trek aan de tegenoverliggende de bypass-sluiting eruit. ► Controleer de correcte zitting van de rolringdichting op de bypass-sluiting. De rolringdichting moet in de interne gelei dingsgroef van de bypass-sluiting liggen. ► Plaats de bypass-sluiting op de tegenoverliggende zijde in het toestel. ■=> Bij het indrukken van de bypass-sluiting is de rolring¬ dichting in de buitenste geleidingsgroef geschoven. ► Let erop dat de rolringdichting niet scheef zit. Als de buitenste geleidingsgroef nog te zien is. is de bypass sluiting niet diep genoeg ingezet. ► Schuif de glijlager in de daarvoor aanwezige opening van het EPS-lichaam. ► Monteer de bypassklep. ► Zet voor en achter een aspen in de uitsparingen van de by¬ passklep en vergrendel de aspennen door zijdelings ver¬ schuiven. 80 I VRC-W 450/600 Premium www.stiebel-eltron.com

Montage (installateur) ► Sluit de kabel op de bypassmotor aan. ► Schuif de bypassmotor in de daarvoor aanwezige opening van het EPS-lichaam. ► Druk de kabel in het kabelkanaal in het EPS-lichaam. 6.5 Bedieningseenheid uit het toestel aan de wand monteren (optioneel) Als de luchtkwaliteit in speciale zones of ruimtes invloed op de werking van het ventilatietoestel moet hebben, installeert u de bedieningseenheid in deze ruimtes en activeert u de omge¬ vingssensor. De lengte van de BUS-kabel tussen de bedieningseenheid en het ventilatietoestel mag niet langer zijn dan 20 m. Plaats een vieraderige BUS-kabel van het ventilatietoestel naar de plaats van montage van de bedieningseenheid. Gebruik een afgeschermde elektriciteitskabel, bijv. LiYCY 2x2x0,8 mm2. Leg de kabel niet parallel met een draaistroomkabel. De BUS-kabel moet voor de montage 20 tot 30 cm uit de wand steken.

Bedieningseenheid uit het toestel halen ► Onderbreek de stroomvoorziening door de stekker uit de contactdoos te trekken. D0000115667 ► Druk aan beide zijden van het toestel op de kapbevestiging om de filterkap los te maken. ► Trek de filterkap naar voren van het toestel af. DO 000116645 ► Draai van bovenaf de schroeven eruit, waarmee de boven¬ ste frontplaat op het ventilatietoestel is bevestigd. Aan de achterzijde van de bedieningseenheid is een kabel aan gesloten. ► Om de kabel en de bedieningseenheid niette beschadigen, tilde bovenste frontplaat voorzichtig van het ventilatietoe¬ stel af. D0000105733 www.stiebel-eltron.com VRC-W 450/600 Premium | 81

Montage (installateur) ► Trek de kabel van de achterzijde van de bedieningseenheid af. ► Trek de kabel van de steekplaats van de regelaarmodule af. ► Duw aan de achterzijde van de bedieningseenheid de zijde lingse vergrendelhaken naar binnen en trek het frame van de bedieningseenheid af. 1 blindplaat ► Zet de meegeleverde blindplaat van voren in de bovenste frontplaat. ► Plaats het frame tegen de achterzijde van de blindplaat. ► Duw voorzichtig tot de blindplaat in het frame vergrendeld. ► Monteer de bovenste frontplaat aan het ventilatietoestel. Montage met inbouwcontactdoos Voor de wand bevestiging adviseren wij een inbouwcontactdoos die het stuk van de BUS-kabel dat uit de wand steekt, kan her¬ bergen. ► Let erop dat de schroefopeningen van de inbouwcontact-doos horizontaal of verticaal ten opzichte van elkaar zijn ge¬ plaatst.

► Leid de BUS-kabel achterlangs door de opening in de wandopbouwbehuizing. ► Boor voor de bevestiging van de wandopbouwbehuizing vier gaten (0 5 mm). ► Let er bij het leggen van de BUS-kabel op dat u bij het bo¬ ren van de bevestigingsgaten de kabel niet beschadigt. In het gebied van de kabeldoorvoeropening (achter de wandop bouwbehuizing) moet een ruimte van 20 tot 30 cm voor het her bergen van de datakabel beschikbaar zijn. D0000064577 ► Breek een van de breukpunten uit aan de wandopbouwbe huizing. ► Leid de BUS-kabel achterlangs door de ontstane opening. Wandopbouwbehuizing monteren D0000064576 1 Inbouwcontactdoos ► Bevestig de wandopbouwbehuizing met de meegeleverde schroeven op de inbouwcontactdoos of op de wand. Elektrische aansluiting ► Sluit de BUS-kabel aan op het ventilatietoestel.

Montage (installateur) ► Sluit de BUS-kabel aan op de busstekker. 6-polige busstekker Veilig heid slaag spanning 1 niet gebruikt 2 niet gebruikt 3 GND 4 +5 V DC 5 SDA 6 SCL ► Sluit de busstekker aan op de achterzijde van de bedie-ningseenheid. Montage afsluiten ► Klik de bedieningseenheid voorzichtig in de wandopbouw behuizing. 6. 6 Frontbekleding monteren ► Monteer de interne voorwand. ► Monteer de bovenste frontplaat. ► Monteer de filterplaat. 6. 7 Luchtkanalen LET OP Materiële schade Voorwerpen in de luchtstroom kunnen de ventilator beschadigen. ► Let er bij de montage op dat er geen metalen splinters in het buissysteem terechtkomen. ► Verwijder verontreinigingen. ► Gebruik het insta I latiemateriaa I dat u bij ons kunt verkrij¬ gen. 6. 7. 1 Isolatie tegen condensaatvorming LET OP Materiële schade Wanneer warme lucht op koude oppervlakken te¬ rechtkomt, kan condensaat ontstaan.

► Gebruik voor de buitenlucht- en uitlaatluchtkanå¬ len dampdicht geïsoleerde buizen. ► Isoleer in onverwarmde ruimtes de toevoer- en afvoerluchtkanalen. 6. 7. 2 Luchtkanalen op het toestel aansluiten ► Sluit het luchtkanaal bijv, met een dubbele nippel luchtdicht op het toestel aan. 6. 7. 3 Geluidsreductie ► Om overdracht van contactgeluid te voorkomen, moet de overgang van het toestel naar het luchtkanaal flexibel wor¬ den uitgevoerd. ► Installeer direct in de buurt van het toestel een geluiddem¬ per in de toevoer- en afvoerluchtleiding om het geluid van het toestel te minimaliseren. ► Installeer bij de bundelverdeling op een geschikt punt een telefoniegeluiddemper of bij de sterdistributie een voldoen¬ de lange afzonderlijke bundel om telefoongeluid in een luchtgeleidingssysteem te voorkomen.

4 Overstroomopeningen In woon- en slaapkamers wordt de lucht alleen aangevoerd. In de met geuren en vocht belaste ruimten wordt de lucht alleen afgezogen. Ongehinderd overstromen en daardoor een luchtba¬ lans moet gewaarborgd worden. ► Monteer het ventilatierooster in de verbindingsdeuren of de wanden of vergroot de luchtspleet onder de deur op > 8 mm. 6. 7. 5 Reinigingsopeningen ► Installeer bij de inbouw van de luchtkanalen reinigingsope¬ ningen, zodat de luchtkanalen periodiek gecontroleerd en gereinigd kunnen worden. De reinigingsopeningen, bijv, op de luchtverdeler, moeten voor de regelmatige reiniging toegankelijk zijn. 6. 7. 6 Buitenwanddoorvoeren ► Positioneer de luchttoevoer in het gebouw zodanig dat de aangezogen lucht weinig belast is. Vermijd de aanzuiging van stof, roet, geuren, rookgassen, micro-organismen of as. ► Vermijd een kortsluiting tussen uitlaatlucht en buitenlucht.

Positioneer de buitenmuurdoorvoeringen in de buitenwan¬ den diagonaal. Als de buitenluchtinlaat en de uitlaatlucht-uitlaat aan dezelfde gebouwzijde zitten, moet daartussen een minimale afstand van 2 m aanwezig zijn. Als dit niet mogelijk is, moet voor een scheiding van de luchtvolume-stromen worden gezorgd, bijv, door een tussenwand of be¬ planting tussen de buitenluchtinlaat en uitlaatluchtuitlaat. ► Installeer de openingen niet in de richting van de naburige ramen van woon- en slaapkamers. 6. 7. 7 Luchttoevoer- en -afvoerventielen Voor de woonruimte zijn er luchttoevoer- en luchtafvoerkleppen voor installatie in een wand of plafond. Installeer in de keuken de luchtafvoerklep zo ver mogelijk van het fornuis verwijderd. Luchttoevoer- en luchtafvoerkleppen moeten worden geplaatst en ingesteld overeenkomstig de instructies van de fabrikant. www. stiebel-eltron.

Bediening 6. 8 Elektrische aansluiting LET OP Overspanning Door overspanning kan er schade aan het toestel ont¬ staan en kan het toestel defect raken. ► Let erop dat de op het typeplaatje aangegeven spanning overeenstemt met de netspanning. 6. 8. 1 Aansluitingen in de schakelkast Let er bij het plaatsen van de elektrische aansluitkabels op dat deze waterdicht door de kabeldoorvoer worden geleid. Het deksel van de schakelkast zit aan de bovenzijde van het toe¬ stel. ► Maak de schroeven van het deksel van de schakelkast los. ► Klap het deksel van de schakelkast voorzichtig omhoog. ► Boor of breek een van de voorgetekende openingen op het deksel van de schakelkast eruit. ► Schuif voor de afdichting een kabelschroefverbinding over de kabel. ► Bevestig de kabelschroefverbinding in het deksel van de schakelkast. ► Sluit de kabel volgens het elektrisch schakelschema aan.

Zie hoofdstuk Elektrisch schakelschema [k 99], 0-10V-ingang Via deze ingang kunt u het toestel aansturen. Zie parameter "0-10 V ingang" in hoofdstuk Menu "Instellingen" [k 91], X20. 3_GND_ X20. 4_HO V_ schakelcontact intensieve ventilatie U kunt een potentiaalvrij schakelcontact aansluiten, zodat het toestel naar intensieve ventilatie schakelt wanneer dit bediend wordt. De duur van de intensieve koeling kunt u in parameter "Duur intensieve ventilatie" instellen. Na afloop van deze tijd schakelt het toestel terug naar de vorige toestand. ► Sluit de externe knop aan op de klemmen. X19. 1_GND_ X19. 2_+5V_ Externe bedieningseenheid 1/2, extern verwarmingsregister, connectiviteit X121_SPA_ X122_+5V_ X123_GND_ X124_SCL_ Veiligheidsuitschakeling onderdruk X30 Af fabriek is een brug aangesloten. Aan deze klem is er geen netspanning.

► Om een veiligheidsinrichting aan te sluiten, vervang de brug door de als toebehoren ver¬ krijgbare adapterkabel. ► Sluit de adapterkabel op de veiligheidsin¬ richting aan. Schakelkast sluiten ► Schroef het deksel van de schakelkast op het toestel aan. 6. 8.

2 Aansluiting op een geaard stopcontact Het toestel wordt stekkerklaar geleverd. ► Neem het verbruik van het voorverwarmingsregister in acht. ► LET OP: Door overspanning kan er schade aan het toestel ontstaan en kan het toestel defect raken. Let erop dat de op het typeplaatje aangegeven spanning overeenstemt met de netspanning. Steek de stekker van het toestel in een geaard stopcontact. 7 Bediening 7. 1 Bedieningseenheid Er kunnen andere bedieningseenheden worden aangesloten op het toestel. Daartoe horen ook de af fabriek in het toestel inge-bouwde bedieningseenheden. 5 Aanraakwiel Wanneer u gedurende langere tijd geen instelling wijzigt, scha kelt de verlichting van het display uit en verschijnt de startweer gave. ► Druk op een willekeurige toets om de verlichting in te scha¬ kelen. 7. 1.

2 Symbolen SymbooL Betekenis XoX1Tijd program ma mod us Het ingestelde ventilatorprogramma is actief. Afhan¬ kelijk van de instelling werkt het toestel met ver¬ schillende ventilatorstanden. Het getal geeft de ven¬ tilatorstand weer. Intensieve ventilatie Het toestel werkt gedurende de ingestelde tijd op de hoogste ventilatorstand. _ Filter vervangen Wanneer dit symbool verschijnt, vervangt u de fil¬ ters. _ Fout Het symbool verschijnt continu bij fouten die de ba-siswerking van het toestel niet in gevaar brengen. 84 I VRC-W 450/600 Premium www. stiebel-eltron. com.

Bediening Symbool Betekenis U Bypass-werking De luchtstroom omzeilt de kruistegenstroomwarm-tewisselaar. Daarbij vindt geen warmteterugwinning plaats. _ Vorstbescherming Het voorverwarminesreeister voor de vorstbescher¬ ming is ingeschakerd. Als het symbool knippert is de ventilatie op basis van de vorstbeschermingsstrate-gie gedeactiveerd. _ Ventilatorblokkering Het symbool verschijnt, wanneer parameter "Vrijga-ve ventilatie" op “Uit“ staat. _ Vakantieprogramma Het ingestelde vakantieprogramma is actief. 7. 1. 3 WLAN-symbool • Betekenis Permanent verlicht De WLAN-module is verbonden met het thuisnetwerk. knippert langzaam pairing-modus geactiveerd geen symbool zichtbaar niet verbonden 7. 1. 4 Bedieningselementen Betekenis Toets Uit de startweergave roept u het menu op door deze "Menu" toets ca. een seconde ingedrukt te houden.

Wanneer u in het menu bent, gaat u met deze toets telkens een menuniveau terug. Wanneer u bij de instelling van een parameterwaar-de bent, beëindigt u met deze toets de instelling van de parameter. Aangebrachte wijzigingen worden _dan niet opgeslagen. _ Toets Binnen de menu's bevestigt u met de toets "OK" de "OK" gemarkeerde parameter en gaat u naar het volgen¬ de lagere menuniveau. Om de waarde van een parameter te kunnen instel¬ len, moet u de parameter met de toets "OK" omscha¬ kelen, zodat deze kan worden bewerkt. Daarna kunt u de waarde wijzigen met het aanraakwiel. Nadat u een parameter ingesteld hebt, moet u met _de toets "OK" uw invoer bevestigen. _ Aanraak- Vanuit de startweergave kunt u met draaibewegin-wiel gen aan het aanraakwiel de bedrijfsstanden selecte¬ ren. ► Bevestig de selectie met "OK". In het menu selecteert u met het aanraakwiel een parameter of waarde.

Bij snelle draaibewegingen met het aanraakwiel _wijzigt na enige tijd oe stapgrootte. _ Door handschoenen, natte handen of vochtigheid op aanraakge-voelige bedieningselementen wordt het invoeren van gegevens bemoeilijkt. 7.

2 Principe van het gebruik ► Druk op de toets "Menu" om vanuit de startweergave naar de menu's te gaan. ► Om naar de volgende parameter te gaan, veegt u met draaibewegingen over het aanraakwiel. ► Om de waarde van de weergegeven parameter te kunnen wijzigen, drukt u op de toets "OK". ► Stel de waarde in met het aanraakwiel. ► Druk op de toets "OK" om de ingestelde waarde op te slaan. Wanneer u de wijziging van de parameter niet met de toets "OK" afsluit, wordt de wijziging niet opgeslagen. Wanneer u gedurende langere tijd geen instelling wijzigt, keert het display automatisch van de menustructuur terug naar de startweergave. Eerder uitgevoerde parameterwijzigingen die nog niet met "OK" zijn bevestigd, gaan verloren. Wanneer het aanraakwiel en de toetsen gedurende langere tijd niet worden gebruikt, wordt de bedieningseenheid geblokkeerd.

► Om de bedieningseenheid te deblokkeren, druk 3 seconden lang op de toets "Menu". "ë 7. 3 In de startweergave instelbare bedrijfsstanden Vochtbeveiliging activeren ► Draai in de startweergave aan het aanraakwiel totdat "Vochtbeveiliging" verschijnt. ■=> De vorstbeveiligingsregeling is actief. De vochtigheid van de afvoerlucht wordt gemeten en bij hoge vochtigheid begint het toestel te ventileren. Ventilatorstand kiezen ► Selecteer met het aanraakwiel de ventilatorstand "Stand 1" of "Stand 2". ■=> De ingestelde ventilatorstand is actief. Tijdprogrammamodus activeren Wanneer u het toestel naar de Tijdprogrammamodus schakelt, moet in het menu "Programma's" een ventilatorprogramma zijn ingevoerd. Anders werkt het toestel onbeperkt in ventilatorstand 2. Het symbool "Tijdprogrammamodus" geeft aan dat het ventila¬ torprogramma is geactiveerd.

Intensieve ventilatie inschakelen ► Schakel de intensieve ventilatie met het aanraakwiel en de toets "OK" of met een externe knop in. ■=> Bij een ingeschakelde intensieve ventilatie verschijnt het symbool "Intensieve ventilatie". Na het verstrijken van de in de parameter "Duur intensieve ven¬ tilatie" ingestelde tijd schakelt het toestel terug naar de eerder ingestelde ventilatorstand. Bij een uitgeschakelde intensieve ventilatie dooft het symbool "Intensieve ventilatie”. Favorieten instellen ► Selecteer met het aanraakwiel "Favorieten". ■=> Zo komt u vanuit de standaardweergave direct bij de favo¬ rieten in het menu "Instellingen". De actueel als favorieten geselecteerde parameters zijn met Fl, F2 en F3 gemarkeerd. ► Selecteer uit de lijst een parameter die u als favoriet wilt markeren. ► Druk op de toets "OK”. ■=> De favorietenlijst wordt weergegeven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron VRC-W 450 E Premium stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden