Sony DPP-FP67 Handleiding

Sony Printer DPP-FP67

Bekijk gratis de handleiding van Sony DPP-FP67 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 105 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Sony DPP-FP67 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
4-129-145-42 (1)
Printer voor
digitale foto’s
DPP-FP67/FP77
Lees de bijgeleverde "Lees dit eerst" en
"Over afdrukpakketen" door.
© 2009Sony Corporation
Voordat u begint
Voorbereidingen
Direct afdrukken
Afdrukken vanaf een PictBridge
digitale camera
Afdrukken vanaf een apparaat
dat geschikt is voor Bluetooth
Afdrukken vanaf een PC
Foutmeldingen
Oplossen van problemen
Aanvullende informatie
Gebruiksaanwijzing
Voordat u deze printer gaat gebruiken, moet u de bijgeleverde
"Lees dit eerst" , "Over afdrukpakketen" en deze
"Gebruiksaanwijzing" aandachtig doorlezen. Bewaar de
handleidingen voor het geval u deze later als referentiemateriaal
nodig hebt.
Deze modellen zijn niet verkrijgbaar in alle regio's
of landen.

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Sony
Categorie: Printer
Model: DPP-FP67

Handleiding Sony DPP-FP67 – volledige tekst

4-129-145-42 (1)Printer voor digitale foto’sDPP-FP67/FP77Lees de bijgeleverde "Lees dit eerst" en "Over afdrukpakketen" door. © 2009 Sony CorporationVoordat u begintVoorbereidingenDirect afdrukkenAfdrukken vanaf een PictBridgedigitale cameraAfdrukken vanaf een apparaatdat geschikt is voor BluetoothAfdrukken vanaf een PCFoutmeldingenOplossen van problemenAanvullende informatieGebruiksaanwijzingVoordat u deze printer gaat gebruiken, moet u de bijgeleverde "Lees dit eerst" , "Over afdrukpakketen" en deze "Gebruiksaanwijzing" aandachtig doorlezen. Bewaar de handleidingen voor het geval u deze later als referentiemateriaal nodig hebt.Deze modellen zijn niet verkrijgbaar in alle regio's of landen.

2 NLWAARSCHUWINGOm het gevaar van brand of elektrische schokken te verkleinen, mag het apparaat niet worden blootgesteld aan regen of vocht. Waarschuwing voor klanten in EuropaDit product is getest en voldoet aan de beperkingen die zijn uiteengezet in de EMC-richtlijn voor het gebruik van een verbindingskabel van minder dan 3 meter. Let opDe elektromagnetische velden kunnen bij de opgegeven frequenties het beeld van deze digitale fotoprinter beïnvloeden. OpmerkingAls de gegevensoverdracht wordt onderbroken (mislukt) door statische elektriciteit of elektromagnetische storing, moet u de toepassing opnieuw starten of de verbindingskabel (USB, enzovoort) loskoppelen en opnieuw aansluiten. Kennisgeving voor klanten in de landen waar EU-richtlijnen van toepassing zijnDe fabrikant van dit product is Sony Corporation, 1-7-1 Konan Minato-ku Tokyo, 108-0075 Japan.

De geautoriseerde vertegenwoordiger voor EMC en productveiligheid is Sony Deutschland GmbH, Hedelfinger Strasse 61, 70327 Stuttgart, Duitsland. Voor kwesties met betrekking tot service of garantie kunt u het adres in de afzonderlijke service- en garantiedocumenten gebruiken. Verwijdering van oude elektrische en elektronische apparaten (Toepasbaar in de Europese Unie en andere Europese landen met gescheiden ophaalsystemen)Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling.

Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht. Het kopiëren, bewerken of afdrukken van CD’s, televisieprogramma’s, auteursrechtelijk beschermde materialen, zoals beelden en publicaties, en alle andere materialen met uitzondering van eigen opnamen en creaties is beperkt tot huishoudelijk of privé-gebruik. Tenzij u in het bezit bent van de auteursrechten of toestemming hebt van de houder van de auteursrechten om deze materialen te kopiëren, kan gebruik van deze materialen een overtreding van de auteursrechtwetten betekenen en moet u wellicht schadevergoeding betalen aan de houder van de auteursrechten. Als u foto’s gebruikt met deze printer, moet u ervoor zorgen dat u de auteursrechtwetten niet overtreedt.

Ongeoorloofd gebruik of aanpassing van portretten van andere personen kan ook een inbreuk op hun rechten betekenen. Op bepaalde demonstraties, optredens en tentoonstellingen is het nemen van foto’s niet toegestaan. ReservekopiëenU kunt het beste een reservekopie van uw gegevens opslaan om gegevensverlies door een bedieningsfout of storing van de printer te voorkomen.

3 NLOpmerkingen over het LCD-scherm • Het weergegeven beeld heeft niet dezelfde beeldkwaliteit en kleuren als het afgedrukte beeld omdat de fosformethoden en -profielen anders zijn. U moet het weergegeven beeld beschouwen als indicatie. • Druk niet op het LCD-scherm. Het scherm kan dan verkleuren, waardoor een storing wordt veroorzaakt. • Als het LCD-scherm langdurig wordt blootgesteld aan direct zonlicht, kan dit tot defecten leiden. • Het LCD-scherm is vervaardigd met behulp van precisietechnologie, waardoor meer dan 99,99% van de pixels effectief bruikbaar is. Deze punten duiden niet op fabricagefouten en hebben geen enkele invloed op de afdrukken. • In een koude omgeving kunnen de beelden op het LCD-scherm nasporen vertonen. Dit is normaal.

Handelsmerken en auteursrechten • Cyber-shot, , "Memory Stick", , "Memory Stick Duo", , "MagicGate Memory Stick", "Memory Stick PRO", , "Memory Stick PRO Duo", , "Memory Stick PRO-HG Duo", , "Memory Stick Micro", , , "Memory Stick-ROM", , "MagicGate", en zijn handelsmerken van Sony Corporation. • Microsoft, Windows, Windows Vista en DirectX zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. • Intel en Pentium zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Intel Corporation. • of xD-Picture Card™ is een handelsmerk van FUJIFILM Corporation. • is een handelsmerk van FotoNation Inc. in de Verenigde Staten. • Dit product bevat lettertypen van Monotype Imaging Inc. • Alle andere bedrijven en productnamen die hierin worden vermeld, kunnen de handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken zijn van hun respectieve bedrijven.

Bovendien worden "™" en "®" niet elke keer vermeld in deze gebruiksaanwijzing. • Het Bluetooth woordmerk en logo’s zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en elk gebruik van dergelijke merken door Sony Corporation gebeurt onder licentie.

• Andere handelsmerken en handelsnamen zijn van hun respectievelijke eigenaren. InformatieIN GEEN GEVAL IS DE VERKOPER AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE DIRECTE OF INCIDENTELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE VAN WELKE SOORT DAN OOK, OF VOOR VERLIEZEN OF KOSTEN ALS GEVOLG VAN EEN DEFECT PRODUCT OF HET GEBRUIK VAN EEN PRODUCT. Sony is niet aansprakelijk voor enige incidentele schade of gevolgschade of verlies van opgenomen gegevens als gevolg van het gebruik van of een storing aan de printer of de geheugenkaart.

4 NLKennisgeving voor gebruikersProgramma © 2009 Sony CorporationDocumentatie © 2009 Sony CorporationAlle rechten voorbehouden. Deze handleiding en de software die hierin wordt beschreven, geheel of gedeeltelijk, mogen niet worden gereproduceerd, vertaald of omgezet in een machineleesbare vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Sony Corporation. IN GEEN GEVAL IS SONY CORPORATION AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE INCIDENTELE OF SPECIALE SCHADE OF GEVOLGSCHADE HETZIJ ONDER DWANG, CONTRACT OF ANDERSZINS VOORTKOMEND UIT OF IN VERBAND MET DEZE HANDLEIDING, DE SOFTWARE OF ANDERE INFORMATIE DIE HIERIN WORDT VERMELD OF HET GEBRUIK ERVAN. Door het zegel van de CD-ROM-verpakking te verbreken, accepteert u alle bepalingen en voorwaarden van deze overeenkomst.

Als u deze bepalingen en voorwaarden niet accepteert, retourneert u de ongeopende CD-ROM-verpakking samen met de rest van het pakket aan de handelaar bij wie u het pakket hebt gekocht. Sony Corporation behoudt zich het recht voor om te allen tijde deze handleiding of de informatie in deze handleiding te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving. De software die hierin wordt beschreven, kan ook vallen onder de bepalingen van een afzonderlijke gebruiksrechtovereenkomst. Ontwerpgegevens, zoals de voorbeelden in deze software, mogen uitsluitend voor persoonlijk gebruik worden aangepast of gekopieerd. Het ongeoorloofd kopiëren van deze software is volgens de auteursrechtwetten verboden.

Houd er rekening mee dat het ongeoorloofd kopiëren of aanpassen van portretten van andere personen of van auteursrechtelijk beschermd werk een inbreuk op de rechten van de houders van de auteursrechten kan betekenen. U wordt wellicht verwezen naar de bijgeleverde "Lees dit eerst" en "Over afdrukpakketen" als deze gedetailleerde beschrijvingen bevat.

5 NLInhoudsopgave Kennisgeving voor gebruikers. 4Voordat u begintAanduiding van de onderdelen. 7VoorbereidingenDe inhoud van de verpakking controleren. 9 Het inktlint instellen. 9Het afdrukpapier inleggen. 10Aansluiten op de netspanning. 12Bedieningshandelingen in een beginstadium. 13Direct afdrukkenLCD-schermweergave. 14Een afdrukvoorbeeld van een afbeelding. 14Lijst van afbeeldingen. 15 Lijst van pictogrammen. 16 Eenvoudig afdrukken. 17 Een geheugenkaart plaatsen. 17Geselecteerde afbeeldingen afdrukken. 17Genieten van diverse afdrukmogelijkheden. 19Belichting en Rode ogen-correctie. 22 Een afbeelding bewerken. 23De grootte van een afbeelding laten toenemen of afnemen. 23 Een afbeelding verplaatsen. 23 Een afbeelding draaien. 23 Een afbeelding aanpassen. 23Een bewerkte afbeelding afdrukken. 24Bewerkingen ongedaan maken. 24 Menu aan het verlaten. 25Een Lay-outafdruk maken.

25Maken van een Batch Afdruk (Index Afdruk/Alles afdrukken/DPOF Afdruk). 26 Een Kalender maken. 27Een ID-foto maken. 28Veranderen van de instellingen. 29 Datumafdruk instellen. 29Instellen van de afdrukopmaak (afdruk met randen/zonder randen). 30Instellen van de schermweergave. 31Veranderen van de kleurinstellingen. 31Verbergen of weergeven van de weergave printerinformatie. 32Terugzetten naar fabrieksinstellingen. 32Afdrukken vanaf een USB-geheugen. 33Afdrukken vanaf een PictBridge digitale cameraAfdrukken vanaf een PictBridge digitale camera. 34Vervolg.

7 NLVoordat u begintVoordat u begintAanduiding van de onderdelen Zie voor nadere bijzonderheden de bladzijden die tussen haakjes worden genoemd.Afbeeldingen zijn van de DPP-FP77. De plaatsing van de toetsen en de namen van de DPP-FP67 zijn gelijk, maar het LCD-scherm heeft andere afmetingen.Voorpaneel van de printer A 1 (aan/standby)-toets/STANDBY aanduiding BCANCEL/ (Index Weergave) toets C MENU-toets D LCD-scherm type 2,4 DPP-FP67 type 3,5 DPP-FP77 E ENTER-toets F Pijl (g G f F/ / / ) toetsen G AUTO TOUCH-UP-toets (.blz. 22) H PRINT-toets/aanduiding I Papierladehouder (.blz. 10) J Klep van de papierladehouder K "Memory Stick PRO" (Standaard/Duo) sleuf (.pagina’s 17, 63) L xD-Picture Card-sleuf (.pagina’s 17, 64) M SD-geheugenkaartsleuf (.pagina’s 17, 64) N Uitwerphendel voor het inktlint (.blz. 9) O Inktlint (apart verkocht) (.blz. 9) P Klep voor inktlinthouder (.blz. 9)Vervolg

8 NLAchterpaneel van de printer A HendelBreng, wanneer u de printer draagt, de hendel omhoog, zoals de illustratie hieronder laat zien.Zet de hendel terug in de oorspronkelijke stand, wanneer u de printer gebruikt.Opmerkingen • Het is belangrijk dat, wanneer u de printer draagt, u de geheugenkaarten, het USB-geheugen, de papierlade, netspanningsadapter en de andere kabels verwijdert. Er zouden anders storingen kunnen optreden. • Zet, wanneer u de DPP-FP77 gebruikt, het LCD-paneel in de oorspronkelijke stand. B Ventilatieopeningen C Papieruitgang D DC IN 24 V- aansluiting (.blz. 12)Steek de geleverde netspanningsadapter in deze aansluiting. Steek vervolgens de stekker van de netspanningsadapter in het stopcontact.Linkerzijpaneel van de printer E USB-aansluiting (.blz. 39)Koppel deze tijdens het gebruik van uw computer via een USB-kabel aan deze aansluiting.

F PictBridge/EXT INTERFACE-aansluiting (.pagina 33 tot 35)Koppel deze tijdens gebruik van een voor PictBridge geschikte digitale camera, een USB-geheugen, een Bluetooth USB-adapter (DPPA-BT1*), of ander extern USB-apparaat aan deze aansluiting.*In sommige regio's wordt de DPPA-BT1 Bluetooth USB-adapter niet verkocht.

9 NLVoorbereidingenVoorbereidingenDe inhoud van de verpakking controlerenControleer of de volgende accessoires met uw printer worden bijgeleverd. • Papierlade (1) • Netspanningsadapter (1) • USB-kabel (1)• Netsnoer*1 (1) • Reinigingscartridge (1)/Reinigingsvel (1) • CD-ROM (Windows Printer Driver Software Ver.1,0 en PMB (Picture Motion Browser) Ver.4,2) • Gebruiksaanwijzing (dit boekje) • Lees dit eerst (1) • Over afdrukpakketen (1) • Garantie (In sommige regio's wordt geen garantie bijgeleverd.) • Gebruiksrechtovereenkomst van Sony*1 De vorm van de stekker en de specificaties van het netsnoer verschillen afhankelijk van de regio waar u de printer hebt aangeschaft. Over Sony Afdrukpakketten (apart verkocht)Wij verzoeken u een als optie verkrijgbaar en voor de printer ontworpen Sony afdrukpakket voor kleuren te gebruiken. Voor informatie, zie de meegeleverde "Over de Afdrukpakketten".

Het inktlint instellen 1 Trek de klep voor de inktlinthouder open. 2 Zet het inktlint in de richting van de pijl totdat het op zijn plaats klikt. 3 Sluit de klep van de inktlinthouder.Het inktlint uitnemenDuw de uitwerphendel voor het inktlint omhoog en neem het gebruikte inktlint uit de printer.Vervolg

10 NLOpmerkingen • Raak het inktlint niet aan en zet het niet op een stoffige plek. Vingerafdrukken of stof op het inktlint kunnen minder goede afdrukken tot gevolg hebben. • Wind het inktlint niet opnieuw op en gebruik het opnieuw opgewonden inktlint niet opnieuw voor het afdrukken. Anders worden geen goede afdrukresultaten bereikt en kunnen er zelfs storingen optreden. Als het niet lukt het inktlint op zijn plaats te klikken, verwijder het dan en plaats het daarna opnieuw. Alleen wanneer het inktlint niet voldoende is opgewonden en u het niet kunt inzetten, drukt u op het middelste gedeelte van het lint en windt u het lint op in de richting van de pijl zodat de vrije slag in het lint verdwijnt. • Haal het inktlint niet uit elkaar. • Trek het lint niet uit de inktcartridge. • Haal het inktlint niet uit de printer tijdens het printen.

• Berg het inktlint niet op een plaats waar hoge temperaturen of een hoge luchtvochtigheid heerst, waar het zeer stoffig is of waar het zonlicht direct toegang heeft. Berg het op op een koele en donkere plaats en gebruik het korte tijd na de productiedatum. De kwaliteit van het inktlint kan afnemen afhankelijk van de omstandigheden waaronder het wordt bewaard. Het gebruik van een dergelijk inktlint kan gevolgen hebben voor de afdrukresultaten en wij kunnen daarvoor geen garantie of vergoeding bieden.Het afdrukpapier inleggen 1 Open de afdekplaat van de papierlade.Pak de afdekplaat van de papierlade aan weerszijden vast (aangeduid met de pijlen) en open de afdekplaat van de papierlade. 2 Leg het afdrukpapier in de papierlade.Wind het lint niet op in de richting zoals hier afgebeeld.

11 NLVoorbereidingen 3 Sluit de afdekplaat van de papierlade. 4 Open de schuif. 5 Schuif de papierlade in de printer. Opmerkingen • U kunt tot 20 vel afdrukpapier in de lade doen. Waaier het afdrukpapier grondig los. Leg het afdrukpapier zo in de printer dat het beschermvel bovenop ligt. Haal het beschermvel uit de lade. • Als er geen beschermvel is, leg het papier dan in de papierlade met de afdrukzijde (de zijde zonder opdruk) omhoog. • Raak het afdrukoppervlak niet aan. Vingerafdrukken of verontreiniging op het afdrukoppervlak kunnen leiden tot onvolkomenheden in de afdruk. • Buig het afdrukpapier niet en snijd het afdrukpapier niet los van de perforaties vóór het afdrukken. • Om te voorkomen dat er papier vast komt te zitten in de printer of dat de printer niet goed functioneert, is het is belangrijk dat u: – Niet op het afdrukpapier schrijft of typt.

– Geen stickers of zegels op het afdrukpapier plakt. – Wanneer u afdrukpapier toevoegt in de papierlade, dient u erop te letten dat er in totaal niet meer dan 20 vellen afdrukpapier in de lade zit. – Geen verschillende typen afdrukpapier bij elkaar in de papierlade legt. – Niet afdrukt op gebruikt afdrukpapier. Het twee keer afdrukken van dezelfde afbeelding op hetzelfde vel papier maakt de afbeelding niet dikker. – Gebruik het afdrukpapier alleen voor deze printer. – Gebruik het afdrukpapier dat zonder afdruk uit de printer komt niet nogmaals. Opmerkingen over het opslaan van papier • Als u papier in de lade wilt opbergen, verwijdert u de papierlade uit de printer en sluit u de schuif van de papierlade.

• Berg het afdrukpapier niet op op een plaats waar hoge temperaturen of een hoge luchtvochtigheid heerst, waar het zeer stoffig is of waar het zonlicht direct toegang heeft. • Wanneer u een gedeeltelijk gebruikt pak afdrukpapier opbergt, plaats het dan in de oorspronkelijke of vergelijkbare verpakking.

12 NLAansluiten op de netspanning 1 Steek de stekker van de netspanningadapter in de DC IN 24 V - aansluiting aan de achterzijde van de printer. 2 Steek de ene stekker van het netsnoer in de aansluiting van de netspanningsadapter en de andere stekker in het stopcontact.Opmerkingen • Plaats de printer niet op een instabiele ondergrond, zoals een wankele tafel. • Bewaar voldoende ruimte rondom de printer. Het afdrukpapier komt tijdens het afdrukken enkele keren uit de achterzijde te voorschijn. Houd 10 cm of meer ruimte aan aan de achterzijde van de printer. • Sluit de netspanningsadapter aan op een gemakkelijk bereikbaar stopcontact dicht bij de printer. Als er iets misgaat bij het gebruik van de adapter, verbreek dan onmiddellijk de netspanning door de stekker uit het stopcontact te trekken.

• Sluit de stekker van de netspanningadapter niet kort met een metalen voorwerp, dit zou tot storingen kunnen leiden. • Plaats de netspanningsadapter niet in een smalle ruimte, dus bijvoorbeeld niet tussen een wand en een meubelstuk. • Nadat u klaar bent met het gebruik van de netspanningadapter, trek de plug dan uit deDC IN 24 V aansluiting van de printer en de netspanning. • Zo lang de stekker in het stopcontact zit, is de printer aangesloten op de netspanning, zelfs als de printer zelf is uitgeschakeld. • Het stopcontact dient zo dichtbij mogelijk te zijn en makkelijk bereikbaar.10 cm Netspan-ningsadapterNetsnoerNaar het stopcontact

13 NLVoorbereidingenWanneer u de fotoprinter aanzet zonder dat er een geheugenkaart is ingevoerd of een PC is aangesloten, verschijnt de onderstaande begindisplay op het scherm.Wanneer de printer 5 seconden lang niet wordt bediend, wordt de demostand weergegeven. Als een andere toets dan de toets 1 (on/standby) wordt ingedrukt, keert het scherm terug naar de begindisplay. Als er een geheugenkaart is geplaatst of een PC is aangesloten, worden de afbeeldingen op de kaart of de PC weergegeven.Als u direct wilt afdrukken van een geheugenkaart of een extern toestel, zie dan blz. 14. Als u wilt afdrukken van een PC, zie dan blz. 37.Bedieningshandelingen in een beginstadium

14 NLDirect afdrukkenLCD-schermweergave U kunt vanaf het menu de weergave van een afdrukvoorbeeld van een afbeelding veranderen door het instellen van "Schermweergave". (blz. 31) A Toegangslampje Verschijnt als de printer toegang tot een geheugenkaart of een USB-geheugen heeft. OpmerkingAls het toegangslampje wordt weergegeven, verwijder dan niet de geheugenkaart of USB-geheugen en schakel de netspanning niet uit. Gegevens kunnen beschadigd raken. B Aanduidingen invoer/instellingEr worden aanduidingen voor de invoer en informatie over de instellingen voor een afbeelding weergegeven. C Aantal geselecteerde afbeeldingen/Totaal aantal van afbeelding D Aanduiding inktlint: P-afmeting: Reinigingscartridge E Bestandinformatie Afbeelding ( bestandsindeling, bestandsgrootte, afbeeldingnummer (map-bestandsnummer)*)*alleen voor DCF-geschikte bestanden.

Bij andere bestandsindelingen, wordt slechts een deel van de bestandsnaam weergegeven. F Bedieningstips G Opname of opslag -datum H Instelling afdrukhoeveelheidEen afdrukvoorbeeld van een afbeeldingSchermweergave: Aan Schermweergave: UitPictog-rammenBetekenis"Memory Stick"-invoerSD Geheugenkaart-invoer xD-Picture Card-invoerUSB geheugeninvoerAanduiding DPOF afdrukinstelling

15 NLDirect afdrukkenGeeft een lijst weer van de afbeeldingen die op het geselecteerde medium opgeslagen zijn. DPP-FP67DPP-FP77 A Cursor (oranje kader)U kunt de cursor verplaatsen (selectie) door te drukken op g G f F/ / / . B Instelling afdrukhoeveelheidVerschijnt alleen wanneer het aantal afdrukken wordt ingesteld. C BladerbalkGeeft een aanduiding van de positie van de afbeelding in het totale aantal afbeeldingen. D Aanduiding DPOF afdrukinstelling Lijst van afbeeldingenEen ander afdrukvoorbeeld van een afbeelding of een andere lijst van afbeeldingen kiezenU kunt als volgt een andere weergave kiezen: • De lijst van afbeeldingen weergeven Druk in een afdrukvoorbeeld op de (Index weergave)-toets.Als er meerdere pagina’s zijn, kunt u de pagina’s afwisselen door op f F/ te drukken.

• Een afdrukvoorbeeld van een afbeelding weergevenDruk in de lijst van afbeeldingen op g G f F/ / / zodat de cursor naar de afbeelding van uw keuze wordt verplaatst en druk op ENTER. U kunt in een afdrukvoorbeeld de weergegeven afbeelding wijzigen door op g G/ te drukken. • Een afbeelding vergrotenDruk in het afdrukvoorbeeld van een afbeelding op ENTER. Ieder keer als u op de toets drukt, vergroot de afbeelding tot 5 keer ten opzichte van de oorspronkelijke schaalgrootte: x1,5, x2, x3, x4 en vervolgens x5. U kunt in een vergroot afdrukvoorbeeld het weergegeven afbeeldinggedeelte wijzigen door op g G f F/ / / te drukken. x1 x2 c x1,5 c c x3 c x4 c x5Vervolg

U kunt met de werking doorgaan door het kiezen van het gewenste pictogram met g G f F/ / / , en vervolgens te drukken op ENTER.Zie voor nadere uitleg de bladzijden tussen haakjes.Lijst van pictogrammenPictog-rammenBetekenisBewerken (23)Opmaakafdruk (25)Batch-afdruk (26)Kalender (27)ID foto (28)Afdrukinstelling (29)Bewerken/Lay-outafdruk/Kalender/ID-fotoDe grootte van een afbeelding laten toenemen of afnemen (23)Een afbeelding verplaatsen (23)Een afbeelding draaien (23)(draait 90 rechtsom.)Past de beeldkwaliteit van een afbeelding aan (23)Een foto veranderen in een monochrome plaat (29) (Deze optie is uitsluitend in ID fotobewerking beschikbaar.)Terugzetten van de bewerkingen (24)Een bewerkte afbeelding afdrukken (24)Menu aan het verlaten (25)Batch-afdrukIndexafdruk (26)(Drukt alle afbeeldingen af in deelschermen.)Alles afdrukken (26)(Drukt van iedere afbeelding één kopie af.)DPOF-afdruk (26)(Drukt de afbeeldingen met de afdrukmarkering ( ) af in een afdrukvoorbeeld met het vooraf ingestelde aantal kopieën in de volgorde van weergave.)AfdrukinstellingDatumafdruk (29)Randen/Randloos (30)Schermweergave (31)Kleurinstelling (31)Weergave van de printerinformatie (32)Standaardinstelling (32)(Zet de instellingen terug naar de fabrieksinstellingen.)Pictog-rammenBetekenis

17 NLDirect afdrukkenEenvoudig afdrukkenMaak een geheugenkaart met afbeeldingen gereed om af te drukken: "Memory Stick", "Memory Stick Duo", SD Geheugenkaart of een xD-Picture Card. Schuif de gewenste kaart met de gelabelde zijde naar boven in de juiste sleuf en duw de kaart naar binnen tot u een klik hoort. Op de pagina's 63 tot 65 vindt u de typen geheugenkaarten die u bij deze printer kunt gebruiken. Vanaf de linkerzijde met de gelabelde zijde naar boven, "Memory Stick", ( "Memory Stick Duo"), SD Geheugenkaart en xD-Picture Card Een geheugenkaart uitwerpenAls u de geheugenkaart uit de sleuf wilt nemen, trekt u de kaart langzaam naar buiten. Opmerkingen • Plaats alleen de geheugenkaart die u voor het afdrukken wilt gebruiken. Wanneer meerdere geheugenkaarten zijn geplaatst, heeft de geheugenkaart die het eerst is geplaatst prioriteit.

• The printer ondersteunt kaarten van zowel standaardformaat als klein formaat. Een "Memory Stick Duo"-adapter is niet nodig. • Volg de opmerkingen op de pagina's 63 tot 65 , als u een geheugenkaart wilt gebruiken. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de afbeeldingen op een geheugenkaart of op een USB-geheugen op het LCD-scherm van de printer kunt weergeven en de geselecteerde afbeeldingen kunt afdrukken (Direct Afdrukken). Zie blz. 33 voor aanwijzingen voor het afdrukken vanaf een USB-geheugen. Afdrukhoeveelheid instellen 1 Druk op de toets 1 (aan/standby) als u de printer wilt aanzetten. De STANDBY indicator gaat uit. Een afbeelding die op de geheugenkaart of op een USB-geheugen dat in de printer is geplaatst, is opgeslagen, wordt op het LCD-scherm weergegeven. 2 Geef de afbeelding die u wilt afdrukken, weer door op g G/ te drukken. 3 Stel de afdrukhoeveelheid in.

Sla deze procedure over en ga naar de volgende stap als u één exemplaar van de weergegeven afbeelding wilt afdrukken. Geef de aanduiding van het aantal afdrukken weer door op f te drukken. Druk daarna op f F/ zodat u het aantal afdrukken kunt opgeven.

18 NL 4 Druk op PRINT. Wanneer de toets PRINT groen brandt, is de printer gereed voor het maken van afdrukken. De weergegeven afbeelding wordt afgedrukt. Meerdere afbeeldingen afdrukkenHerhaal de stappen 2 en 3. Het aantal afdrukken wijzigen Geef de afbeelding weer waarvan u het aantal afdrukken wilt aanpassen en wijzig het aantal afdrukken met f F/. Selecteert u "0", dan worden er geen afdrukken gemaakt. Vergroten van een af te drukken afbeelding (Afdruk kaderen)Druk herhaaldelijk op ENTER totdat de afbeelding tot de gewenste afmeting is vergroot. U kunt een afbeelding tot vijf keer de oorspronkelijke schaal vergroten. Druk op g G f F/ / / als u de afbeelding wilt verplaatsen. Druk op PRINT om voor het afdrukken het afdrukvoorbeeld weer te geven. Druk vervolgens nogmaals op PRINT om de bekeken afbeelding af te drukken.

Zelfs wanneer u het aantal afdrukken voor andere afbeeldingen hebt ingesteld, wordt alleen de afbeelding die bekeken wordt, afgedrukt. Opmerkingen • Het is belangrijk dat u de printer tijdens het afdrukken nooit verplaatst of uitzet, het inktlint of het afdrukpapier zou vast kunnen komen te zitten. Als u de printer uitzet, laat de papierlade dan in de printer zitten en zet de printer weer aan. Als er papier waarop werd afgedrukt in de printer achterblijft, verwijder dan het papier dat automatisch wordt uitgeworpen en ga verder met afdrukken. • Haal niet de papierlade uit de printer tijdens het afdrukken. Er zou zich anders een storing kunnen voordoen. • Het afdrukpapier komt tijdens het afdrukken enkele keren te voorschijn. Raak het papier tijdens het afdrukproces niet aan. • Zie blz. 60, als er papier in de printer blijft steken.

Over het selecteren van invoerDe printer is niet uitgerust met een schakelaar voor het selecteren van de invoer. Wanneer u een geheugenkaart in de printer steekt of USB-geheugen op de printer aansluit, worden de afbeeldingen op de aangesloten media automatisch weergegeven.

Als meerdere geheugenkaarten of een USB-geheugen zijn aangesloten, heeft de media die het eerst is aangesloten voorrang. Wanneer u de printer aanzet terwijl er meerdere media is geplaatst of aangesloten, detecteert de printer de media in de volgorde "Memory Stick", SD geheugenkaart, xD-Picture Card, en vervolgens een USB-geheugen die gekoppeld is met de PictBridge/EXT INTERFACE aansluiting.

19 NLDirect afdrukkenGenieten van diverse afdrukmogelijkhedenz Bediening met behulp van de printertoetsen MENUDruk op de toets AUTO TOUCH-UP als u automatisch een foto met problemen, zoals tegenlicht of het rode-ogenverschijnsel, wilt aanpassen.Druk op MENU en selecteer daarna het pictogram van de bedieningshandeling van uw keuze.Belichting en Rode ogen-correctie .blz. 22AUTO TOUCH-UPAfdrukdiversiteit • Druk op g G f F/ / / , selecteer het gewenste pictogram en druk op ENTER.1 Bewerken2 Afdrukopmaak3 Batch Afdruk4 Kalender5 ID-foto6 Afdrukinstelling • Druk opnieuw op CANCEL of druk nogmaals op MENU als u het menu wilt afsluiten.Vervolg

20 NLU kunt het formaat, de positie, de tint of andere beeldeigenschappen van de geselecteerde afbeelding aanpassen. U kunt meerdere foto’s op deelschermen plaatsen om een afdruk te maken U kunt een groot aantal afbeeldingen ineens van een geheugenkaart of een USB-geheugen afdrukken. U kunt een originele kalender maken door afbeeldingen te selecteren.U kunt de gewenste breedte en hoogte van een foto specificeren. 1 Bewerk .blz. 23Zie blz. 16 voor de pictogrammen die u kunt gebruiken. 2 Afdrukopmaak .blz. 25U kunt een afdruk maken met 2, 4, 9, 13 of 16 afbeeldingen. 3 Batch Afdruk .blz. 26U kunt kiezen uit afdrukopties zoals "indexafdruk", "alles afdrukken" en "DPOF-afdruk". 4 Kalender .blz. 27 5ID-foto .blz. 28U kunt een foto gebruiken voor bijvoorbeeld een paspoort.

22 NLBelichting en Rode ogen-correctie 1 Breng een afbeelding op het scherm die u wilt aanpassen en druk daarna op de toets AUTO TOUCH-UP. De correctie van de geselecteerde afbeelding wordt gestart. De resultaten van de aanpassing worden op het scherm weergegeven. Weer de oorspronkelijke afbeelding (van vóór de correctie) weergevenDruk op de toets AUTO TOUCH-UP. Druk opnieuw op de toets AUTO TOUCH-UP als u de aangepaste afbeelding wilt weergeven. Correctie afbrekenDruk op CANCEL. TipU kunt de belichting en de status van Rode ogen-correctie controleren door te drukken op ENTER en u kunt de afbeelding vergroten, maar de afbeelding die wordt afgedrukt, wordt niet vergroot. Als u een vergrote en gecorrigeerde afbeelding wilt afdrukken, vergroot u eerst een afbeelding en voert u daarna de correctie uit.

Als u het aantal afdrukken voor meerdere afbeeldingen hebt ingesteldAlle afbeeldingen waarvoor u een aantal voor de afdrukken hebt ingesteld, worden aangepast. Druk op g G/ als u andere afbeeldingen wilt weergeven. De afdrukhoeveelheid instellen Stel, voordat u op de toets AUTO TOUCH-UP drukt, de afdrukkwaliteit in (blz. 17). U kunt niet de afdrukhoeveelheid instellen of wijzigen nadat u de correctie hebt voltooid. Annuleer de correctie als u de instelling van de afdrukhoeveelheid wilt wijzigen. Tips • Als er geen afbeeldingen zijn met instelling van de afdrukhoeveelheid, past de correctie de afbeelding aan waarvan een afdrukvoorbeeld wordt getoond. • Als er andere afbeeldingen met instellingen voor de afdrukhoeveelheid zijn en het aantal afdrukken van de afbeelding die bekeken wordt, is niet ingesteld, zal de afbeelding die bekeken wordt niet worden gecorrigeerd.

De afbeeldingen met instellingen voor de afdrukhoeveelheid worden aangepast. • Als u een afbeelding vergroot, zal alleen de vergrote afbeelding worden aangepast en dan afgedrukt. 2 Druk op PRINT. Het afdrukken van de afbeelding die wordt aangepast, begint.

Als het aantal afdrukken is ingesteld, zal het overeenkomstige aantal exemplaren worden afgedrukt. Tips • Aanpassingen zijn alleen van invloed op de afbeelding die wordt afgedrukt. De oorspronkelijke afbeelding wordt niet aangepast. • U kunt geen bewerkingen uitvoeren op een afbeelding na de correctie. Opmerkingen • Afhankelijk van de afbeelding kan het zijn dat het niet mogelijk is de belichting te corrigeren. Selecteer in dat geval "Aanpassen" uit het menu Bewerken zodat u de helderheid zelf handmatig kunt aanpassen (blz. 23). • Afhankelijk van de afbeelding kan het zijn dat het verschijnsel van de rode ogen niet wordt gecorrigeerd. • Wanneer u de bewerkingen annuleert door (Reset) te selecteren in het menu Bewerken, wordt de correctie ook geannuleerd.

• Tijdens het correctieproces wordt een animatie weergegeven die het lezen en behandelen van gegevens van een geheugenkaart of USB-geheugen laat zien. Verwijder niet de geheugenkaart, zolang de animatie wordt weergegeven, en koppel ook niet het USB-geheugen los. • U kunt niet alleen Rode ogen-correctie of alleen Belichtingscorrectie selecteren. • Afhankelijk van de staat van de afbeelding kan de correctie enige tijd in beslag nemen. De automatische rode-ogencorrectie van deze printer gebruikt de technologie van FotoNation Inc. in de V. S.

23 NLDirect afdrukkenEen afbeelding bewerken 1Druk vanaf het menu Bewerken (blz. 20) op g G/ om (Vergroten) te selecteren om een afbeelding te vergroten of (Verkleinen) om het te verkleinen en druk vervolgens op ENTER.Iedere keer dat u op de toets drukt, wordt de afbeelding groter of kleiner: : tot 200% vergroot : tot 60% verkleind 2 Druk op PRINT.OpmerkingDe beeldkwaliteit van een vergrote afbeelding kan afhankelijk van het formaat afnemen. 1Druk in het menu Bewerken (blz. 20), druk op g G/ om (Verplaatsen) te selecteren en druk vervolgens op ENTER.De g/ / /G f Fverschijnt links/rechts/boven/onder de afbeelding en u kunt de afbeelding verplaatsen. 2 Druk op g G f F/ / / als u de afbeelding wilt verplaatsen.De afbeelding wordt verplaatst in de geselecteerde richting. 3 Druk op ENTER.De afbeelding staat vast in de huidige positie. 4 Druk op PRINT. 1Druk in het menu Bewerken (blz.

20), druk op g G/ om (Draaien) te selecteren en druk vervolgens op ENTER. Iedere keer dat u op ENTER drukt, draait de afbeelding 90° rechtsom. 2 Druk op PRINT. 1Druk in het menu Bewerken (blz. 20), druk op g G/ om (Aanpassen) te selecteren en druk vervolgens op ENTER.Het menu Aanpassen wordt weergegeven. 2 Selecteer met een druk op g G/ het aanpassingsgereedschap van uw keuze en druk daarna op ENTER.Het aanpassingscherm van het geselecteerde gereedschap verschijnt.De grootte van een afbeelding laten toenemen of afnemen Een afbeelding verplaatsen Een afbeelding draaien Een afbeelding aanpassenPictog-rammenBetekenisBrightnessAanpassen van de helderheidTint Aanpassen van de tint SaturationAanpassen van de kleurverzadigingSharpness Aanpassen van de scherpteHet menu Aanpassen afsluiten. Slaat de uitgevoerde bewerkingen op en past ze toe en keert terug naar de vorige stap.Vervolg

24 NL Als (Brightness) wordt geselecteerdDruk op g G/ als u een afbeelding wilt aanpassen terwijl u bijvoorbeeld het niveau controleert. • Brightness: Druk op Gals u het beeld helderder wilt maken of gals u het donkerder wilt maken. • Tint: Druk op Gals u het beeld een groene tint wilt geven of gals u het een rode tint wilt geven. • Saturation: Druk op Gals u de kleuren dieper wilt maken gals u de kleuren lichter wilt maken. • Sharpness: Druk op Gals u de contouren scherper wilt maken of gals u de contouren zachter wilt maken. 3 Druk op ENTER.De aanpassing wordt uitgevoerd en u kunt andere opties voor aanpassingen selecteren. 4 Druk op g G/ om (Exit) te selecteren en druk vervolgens op ENTER.Het aanpassingmenu wordt gesloten. 5 Druk op PRINT. 1Druk op g G/ om (Afdrukken) te selecteren en druk vervolgens op ENTER. Of druk op PRINT.Het afdrukvenster wordt nu weergegeven.

De afdrukhoeveelheid wordt nu weergegeven. 2 Stel de afdrukhoeveelheid in. • U kunt de afdrukhoeveelheid steeds met één laten toenemen door herhaaldelijk op f te drukken. • U kunt de afdrukhoeveelheid steeds met één laten afnemen door herhaaldelijk kort op F te drukken. 3 Druk op ENTER. 1 Druk op g G/ om (Opnieuw instellen) te selecteren en druk vervolgens op ENTER.Het bevestigingsvenster wordt nu weergegeven. 2 Druk op f F/ , om "OK" te selecteren en druk op ENTER.De instellingen in het menu Bewerken en correctie van de belichting en van rode ogen worden uitgeschakeld en de afbeelding wordt teruggebracht in de staat van voor het bewerken. Het scherm Bewerken of Aanpassen wordt opnieuw weergegeven. Als u op CANCEL drukt of "CANCEL" selecteert en op ENTER drukt, wordt het vorige scherm weergegeven. SchuifbalkEen bewerkte afbeelding afdrukken Bewerkingen ongedaan maken

25 NLDirect afdrukken 1 Druk op g G/ om (Exit) te selecteren en druk vervolgens op ENTER.Het bevestigingsvenster wordt nu weergegeven. 2 Druk op f F/ , om "OK" te selecteren en druk op ENTER.De menubewerkingen worden afgebroken en het scherm voorafgaand aan die van het menu wordt opnieuw weergegeven. Als u op CANCEL drukt of "CANCEL" selecteert en op ENTER drukt, wordt het vorige scherm weergegeven. Een Lay-outafdruk maken 1 Druk in het hoofdmenu (blz. 19), op g G f F/ / / om (Afdruk opmaken) te selecteren en druk vervolgens op ENTER.De opmaaksjablonen voor het afdrukken worden weergegeven.

2 Selecteer met een druk op g G f F/ / / de sjabloon van uw keuze en druk daarna op ENTER.Het afdrukvoorbeeld van de geselecteerde sjabloon wordt weergegeven 3 Selecteer een afbeelding.Wanneer u een sjabloon met meerdere afbeeldingen selecteert, herhaalt u de onderstaande procedures en selecteert u een afbeelding voor elk gebied.1Druk op g///G f F, selecteer een afbeeldingsgebied en druk op ENTER.De lijst van afbeeldingen wordt weergegeven.2Druk op g///G f F, selecteer de afbeelding van uw keuze en druk op ENTER.Het venster dat wordt gebruikt voor het aanpassen van de afbeelding wordt weergegeven.Voor aanpassingen, zie "Een afbeelding aanpassen" op pagina 23. U kunt de afbeelding automatisch aanpassen door op de toets AUTO TOUCH-UP te drukken (blz. 22). Nadat de correctie is uitgevoerd, kunt u verder geen aanpassingen aanbrengen.

Het is belangrijk dat u de correctie uitvoert nadat u andere aanpassingen hebt voltooid. 4Druk op g G/ om te selecteren en druk op ENTER.De geselecteerde afbeelding wordt aan het afbeeldinggebied toegevoegd. 5 Druk op PRINT.Menu aan het verlaten

26 NLMaken van een Batch Afdruk (Index Afdruk/Alles afdrukken/DPOF Afdruk) • IndexafdrukU kunt een lijst (index) afdrukken van alle afbeeldingen die in een geheugenkaart of een USB-geheugen opgeslagen staan, zodat u gemakkelijk kunt zien wat er op het geselecteerde medium staat. Het aantal afbeeldingen op een vel is gefixeerd op 8 horizontaal bij 6 verticaal. • Alles afdrukkenU kunt alle afbeeldingen die op een geheugenkaart of op een USB-geheugen zijn opgeslagen, in één keer afdrukken. • DPOF-afdrukDe afbeeldingen die voor het afdrukken zijn ingesteld op DPOF (Digital Print Order Format) worden met een afdruk-merkteken ( ) weergegeven in een afdrukvoorbeeld van een afbeelding. U kunt deze afbeeldingen in één keer afdrukken. De afbeeldingen worden afgedrukt met het vooraf ingestelde aantal kopieën in de volgorde waarin zij zijn weergegeven.

Opmerkingen • Raadpleeg de handleiding van uw digitale camera voor instructies voor het vooraf instellen van afbeeldingen voor het afdrukken. • Sommige typen digitale camera’s ondersteunen de DPOF-functie niet, of the printer ondersteunt misschien niet alle functies van de digitale camera. 1 Druk in het hoofdmenu (blz. 19), op g G f F/ / / om (Batch afdruk) te selecteren en druk vervolgens op ENTER. Het menu Batchafdruk wordt weergegeven. 2Druk op g G/ voor (Index afdrukken), (Alle afdrukken), of (DPOF afdrukken) te selecteren en druk vervolgens op ENTER. Het dialoogvenster voor bevestiging wordt weergegeven. OpmerkingAls er geen afbeeldingen zijn die vooraf zijn ingesteld op DPOF toen u "DPOF afdruk" selecteerde, wordt een foutmelding weergegeven. 3 Om het afdrukken te starten, druk op f F/ om "OK" te selecteren en druk op ENTER. Wanneer u "OK" selecteert, wordt het afdrukken gestart.

27 NLDirect afdrukkenEen Kalender maken U kunt een kalender maken door een afbeelding die is opgeslagen op de geheugenkaart of op een USB-geheugenapparaat te combineren met een sjabloon van uw keuze. 1 Druk in het hoofdmenu (blz. 19) op g G f F/ / / , selecteer (Kalender) en druk daarna op ENTER. Het venster dat wordt gebruikt voor het selecteren van het kalender-sjabloon, wordt weergegeven. 2 Selecteer met een druk op g/ / / G f Fhet sjabloon van uw keuze en druk daarna op ENTER. Het afdrukvoorbeeld van het geselecteerde sjabloon wordt weergegeven. TipU kunt een afbeeldingsgebied of kalendergebied in elke gewenste volgorde selecteren en instellen. 3 Selecteer een afbeelding. Wanneer u een sjabloon met meerdere afbeeldingen selecteert, herhaalt u de onderstaande procedures en selecteert u een afbeelding voor elk gebied.

1Druk op g///G f F, selecteer een afbeeldingsgebied en druk daarna op ENTER. De afbeeldingenlijst wordt weergegeven. 2Druk op g///G f F, selecteer de afbeelding van uw keuze en druk daarna op ENTER. Het venster dat wordt gebruikt voor het aanpassen van de afbeelding wordt weergegeven. Zie voor de aanpassing "Een afbeelding aanpassen" op pagina 23. U kunt de afbeelding automatisch aanpassen door op de toets AUTO TOUCH-UP te drukken (blz. 22). Nadat de correctie is uitgevoerd, kunt u verder geen aanpassingen aanbrengen. Het is belangrijk dat u de correctie uitvoert nadat u andere aanpassingen hebt voltooid. Wanneer u een afbeelding aanpast, wordt de afbeelding toegevoegd aan het afbeeldingsgebied. TipVoer bewerkingshandelingen zoals vergroten, de afmeting verkleinen van, roteren of verplaatsen van een afbeelding eerst uit, en druk daarna op de toets AUTO TOUCH-UP.

Als Auto Touch-up eerst wordt uitgevoerd, worden de andere aanpassingen niet uitgevoerd. Afbeeldingsgebied Kalendergebied Items Procedures/Vergroot of verkleint het formaat van een afbeelding wanneer ENTER wordt ingedrukt. Verplaats de afbeelding met g///G f F, en druk daarna op ENTER.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Sony DPP-FP67 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden