Solo 130 MT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Solo 130 MT (344 pagina’s), behorend tot de categorie Multitool. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Solo 130 MT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Solo |
| Categorie: | Multitool |
| Model: | 130 MT |
Handleiding Solo 130 MT – volledige tekst
443443_a 39Vertaling van de originele gebruikershandleidingVERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDINGInhoudsopgave1 Over deze gebruiksaanwijzing. 391. 1 Symbolen op de titelpagina. 401. 2 Verklaring van pictogrammen en sig-naalwoorden. 402 Productomschrijving. 402. 1 Beoogd gebruik. 402. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik. 402. 3 Overige risico's. 402. 4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen. 412. 5 Symbolen op het apparaat. 412. 5. 1 Veiligheidstekens. 412. 5. 2 Bedieningstekens. 422. 6 Productoverzicht (01). 422. 7 Toegestane maaigereedschappen. 422. 8 Leveringsomvang. 423 Veiligheidsinstructies. 433. 1 Gebruiker. 433. 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen. 433. 3 Veiligheid op de werkplek. 433. 4 Veiligheid van het apparaat. 433. 5 Veiligheid van personen, dieren eneigendommen. 443. 6 Belasting door trillingen. 443. 7 Het hanteren van benzine en olie. 454 Montage. 454.
5414 Klantenservice/service centre. 5415 Garantie. 541 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING■De Duitse versie is de originele gebruiksaan-wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing. ■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-.
NL40 443443_aProductomschrijvingvinden wanneer u informatie over de machi-ne nodig heeft. ■Draag de machine alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover. ■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1. 1 Symbolen op de titelpaginaSymbool BetekenisLees voor de ingebruikname dezegebruiksaanwijzing absoluut zorg-vuldig door. Dit is de voorwaardevoor veilig werken en een storings-vrij gebruik. GebruiksaanwijzingGebruik het benzineapparaat niet inde buurt van open vlammen of hitte-bronnen. 1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoorden GEVAAR. Wijst op een direct gevaarlijke si-tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieelgevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme-den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kanleiden. VOORZICHTIG.
Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei-den. LET OP. Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële schade kanleiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING2. 1 Beoogd gebruikOp het Multitool-basisapparaat MT130 kunnende volgende hulpstukken worden gebruikt:■Hulpstuk zeis / gazontrimmer, toepasbaarals:■Bosmaaier: Maaien van dikkere plantenen soortgelijke vegetatie■Gazontrimmer: Maaien van zacht gras ensoortgelijke vegetatie■Hulpstuk boomzaag CSA130MT (Art. -Nr. 127635)*: Snoeien van vaststaande bomenen andere gewassen. Te gebruiken vanaf degrond. ■Hulpstuk heggenschaar HTA130MT (Art. -Nr. 127636)*: Verwijderen van dunne takkenen nieuwe scheuten van heggen en struiken. Te gebruiken vanaf de grond.
Het basisapparaat en de opzetstukken zijn uit-sluitend bedoeld voor particulier gebruik buiten:Elke andere toepassing, alsook een verbodenom- of aanbouw, worden beschouwd als niet be-oogd gebruik en leidt tot het vervallen van de ga-rantie, het verlies van de conformiteit (CE-marke-ring) en de weigering van elke verantwoordelijk-heid door de fabrikant wat betreft schade aan degebruiker of aan derden. 2. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruikHet apparaat is noch bedoeld voor de commerci-ele toepassing in openbare parken en sportfacili-teiten, noch voor de toepassing in land- en bos-bouw. Basisapparaat:■Gebruik geen andere dan de goedgekeurdehulpstukken. Hulpstuk zeis / gazontrimmer:■Maai geen struiken, hagen, bomen of bloe-men. ■Til het apparaat tijdens het maaien niet opvan de grond.
■Gebruik geen andere snijgereedschappen,dan de originele, door de fabrikant geleverdegereedschappen (mesblad, draadspoel)2. 3 Overige risico'sOok bij doelmatig gebruik van het gereedschapblijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan.
443443_a 41Productomschrijvingworden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijzevan het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge-bruik, de volgende potentiële gevaren worden af-geleid:Basisapparaat:■Schade van de gezondheid vanwege hand-arm-trillingen bij langer ononderbroken wer-ken en onjuist onderhoud■Gevaar voor brandwonden bij aanraken vanhete onderdelen■BrandgevaarHulpstuk zeis / gazontrimmer:■Wegslingeren van gesnoeid product en ina-demen van gesneden deeltjes■Snijletsel wanneer in het draaiende maai-draad wordt gegrepen. ■Gevaar voor voetletsel door aanraking methet draaiende snijgereedschap. 2. 4 Veiligheids- enbeveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werking gestelde veiligheids-en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letselveroorzaken. ■Laat defecte veiligheids- en beschermingsap-paratuur repareren.
■De veiligheids- en beschermingsuitrustingnooit buiten werking stellen. NoodstopSchakel in noodgevallen altijd de motor uit metde aan/uit-schakelaar. Laat de gashendel los. AfschermkapDe beschermplaat beschermt de bediener tegencontact met de roterende maaidraad en wegge-slingerde objecten. "Loop"-greep met afstandhouderDe "Loop"-handgreep voorkomt dat de voetenvan de bediener in de buurt van de draaiendemaaidraad of het mesblad kunnen komen. SnelactiveringsmechanismeAan het dubbele draagharnas bevindt zich eensnelactiveringsmechanisme voor noodgevallenzodat u zich kunt losmaken van het apparaat ensnel van de werkplek weg kunt komen. 2. 5 Symbolen op het apparaat2. 5. 1 VeiligheidstekensSymbool BetekenisWees bijzonder voorzichtig bij dehantering. Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing. Draag een veiligheidshelm, gehoor-bescherming en oogbescherming. Draag stevige schoenen.
NL42 443443_aProductomschrijving2. 5. 2 BedieningstekensSymbool BetekenisBediening van de choke-draaiknop:Als de choke-draaiknop linksomwordt gedraaid, wordt de choke ge-sloten. Als de choke sluit, moet deknop weer rechtsom worden ge-draaid om de choke te openen. 2. 6 Productoverzicht (01)Nr. OnderdeelBasisapparaat1 Motorblok met:2■Ventilatorhuis3■Ventilatorbout4■Brandstoftoevoerknop5■Brandstoftank6■Dop brandstoftank7■Starthandgreep8■Bougiekap9■Chokehendel10 Combi-schakelaar met:11■Aan-/uitschakelaar voor de motor12■Blokkeerknop13■Gashendel14 Oog voor draagharnas15 "Loop"-greep16 Bevestiging gedeelde steel met splitpen17 Dubbele draagharnas18 Enkele draagharnas (voor hulpstukboomzaag en hulpstuk heggenschaar)Hulpstuk zeis / gazontrimmer19 Gedeelde bedieningssteel20 Afschermkap21 Haakse aandrijving22 Draadsnijder23 DraadkopNr. Onderdeel24 2-tands mulchmes25 3-tands mesblad2.
7 Toegestane maaigereedschappenMet deze bosmaaier mogen uitsluitend de hieron-der genoemde originele maaigereedschappenvan de fabrikant worden gebruikt:■Draadkop Fast and Easy Semiprofi 115 mm:Artikelnr. 127619■Draadkop Fast and Easy Profi 130 mm: Arti-kelnr. 127620*■3-tands mesblad: Artikelnr. 112906■2-tands mulchmes: Artikelnr. 127641* Niet in de leveringsomvang inbegrepen, is apartverkrijgbaar. GEVAAR. Levensgevaar door maaige-reedschappen. Het gebruik van niet toegestanemaaigereedschappen (bijv. uit meerdere delenbestaande, metalen maaigereedschappen metzwenkkettingen en klepelmessen) en beschadig-de maaigereedschappen (bijv. met barsten of af-gebrokkelde randen) kan leiden tot zeer ernstigletsel, tot de dood toe. ■Gebruik altijd uitsluitend originele, door de fa-brikant toegestane maaigereedschappen. ■Beschadigde maaigereedschappen moetenaltijd direct worden vervangen.
443443_a 43Veiligheidsinstructies■Draadkop Fast & Easy Semiprofi, incl. draadspoel■3-tands mesblad■2-tands mulchmes■Enkele draagharnas (voor hulpstuk boom-zaag en hulpstuk hoogheggenschaar)■Dubbele draagharnas■Gereedschapsset:■Gecombineerde bougiesleutel met kruis-schroevendraaier■Dubbele muilsleutel■3 inbussleutels■2 splitpennen voor de borging van hetmesblad resp. mulchmes (daarvan 1 re-servesplitpen)■Brandstofmengfles3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOORZICHTIG. Gevaar voor gehoorbe-schadiging. Tijdens het gebruik produceert hetapparaat erg veel lawaai. Dit kan bij de gebruikeren bij personen en dieren die zich in de nabijheidbevinden tot gehoorbeschadiging leiden. ■Draag tijdens de werkzaamheden altijd ge-hoorbescherming. ■Houd een veiligheidsafstand aan tot perso-nen en dieren of schakel het apparaat uit alspersonen of dieren naderen.
OPMERKING Zorg er beslist voor dat u be-kend bent met de bediening van het apparaat. Zorg er met name voor, dat u weet hoe het appa-raat onmiddellijk kan worden gestopt. 3. 1 Gebruiker■Personen van jonger dan 16 jaar en perso-nen die de gebruikershandleiding niet heb-ben gelezen, mogen het apparaat niet ge-bruiken. Neem eventueel van toepassingzijnde nationale veiligheidsvoorschriften om-trent de minimum leeftijd van de gebruiker inacht. ■Wanneer u voor het eerst met een dergelijkapparaat werkt: Laat u door de verkoper ofeen andere deskundige de werking van hetapparaat uitleggen. Of volg een cursus. ■Iedereen die met dit apparaat werkt, moet uit-gerust en gezond zijn en in een goede condi-tie verkeren. Wie zich uit gezondheidsover-wegingen niet overmatig mag inspannen,moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met dit apparaat te werken.
2 Persoonlijke beschermingsmiddelen■Om letsel aan hoofd en ledematen evenalsgehoorschade te voorkomen, moet verplichtbeschermende kleding en uitrusting wordengedragen. ■De kleding moet doelmatig (nauwsluitend)zijn en mag bij het gebruik niet hinderen. ■De persoonlijke beschermingsmiddelen be-staan uit:■gehoorbescherming (bijv. oorschelpen),met name bij een dagelijkse arbeidsduurvan meer dan 2,5 uur■veiligheidsbril■stevige werkhandschoenen, trilling- enschokdempend■veiligheidsschoenen met slipvaste zolenen stalen neuzen3. 3 Veiligheid op de werkplek■Gebruik het apparaat uitsluitend in de buiten-lucht en nooit in afgesloten ruimten. ■Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht. ■Verwijder voor aanvang van werkzaamhedengevaarlijke producten en voorwerpen uit hetwerkgebied, bijv. takken, stukken glas, scher-pe voorwerpen, stukken metaal of stenen. ■Let daarbij op uw stabiliteit.
Vermeid natte,gladde bodems. ■Beweeg tijdens het werken voorzichtig enlangzaam. Loop niet hard. Let op obstakels. 3. 4 Veiligheid van het apparaat■Gebruik de machine alleen onder de volgen-de voorwaarden:■Het apparaat is niet vervuild, met nameniet met benzine en olie. ■Het apparaat vertoont geen beschadigin-gen, met name niet aan beschermroos-ters. ■Alle bedieningselementen werken. ■Alle voor de betreffende werkzaamhedenbedoelde accessoires zijn op het appa-raat gemonteerd. ■Overbelast de machine niet. Het is voor lichteparticuliere werkzaamheden bedoeld. Over-belasting leidt tot beschadiging van de ma-chine.
NL44 443443_aVeiligheidsinstructies■Blokkeer tijdens het gebruik nooit de aan-zuig- en ventilatierooster, om het oververhitraken van de motor te voorkomen. ■Schakel het apparaat onmiddellijk uit, wan-neer de motor abnormaal en hevig begint tetrillen. Dit betekent dat zich in het apparaateen storing voordoet. ■Gebruik de machine nooit met versleten ofdefecte onderdelen. Vervang defecte onder-delen altijd door originele reserve-onderdelenvan de fabrikant. Wanneer de machine metversleten of defecte onderdelen wordt ge-bruikt, kan tegenover de fabrikant geen aan-spraak op garantie worden gemaakt. 3. 5 Veiligheid van personen, dieren eneigendommen■Gebruik de machine alleen voor werkzaam-heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle-mentair gebruik kan letsel en materiële scha-de veroorzaken. ■Schakel het apparaat alleen in als er geenpersonen of dieren in het werkgebied aanwe-zig zijn.
■Houd een veiligheidsafstand aan tot perso-nen en dieren of schakel het apparaat uit alspersonen of dieren naderen. ■Houd de stroom van uitlaatgassen nooit ge-richt op personen of dieren, of op brandbareproducten en voorwerpen. ■Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als demotor draait. De draaiende onderdelen kun-nen letsel veroorzaken. ■Schakel het apparaat altijd uit wanneer u hetniet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naareen ander werkgebied, bij onderhoudswerk-zaamheden, bij het tanken van het benzine-oliemengsel. ■Schakel het apparaat bij een ongeval onmid-dellijk uit om verder letsel en materiële scha-de te voorkomen. ■Gebruik de machine nooit met versleten ofdefecte onderdelen. Versleten of defecte on-derdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken. ■Bewaar het apparaat buiten het bereik vankinderen. 3.
Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:■Wordt het apparaat gebruikt voor het be-oogde gebruik. ■Wordt het materiaal op de juiste wijze ge-sneden of verwerkt. ■Bevindt het apparaat zich in een goedestaat van gebruik. ■Is het snijblad goed scherp en is het juis-te snijblad ingebouwd. ■Zijn de handgrepen en, indien nodig, op-tionele trillingsdempende handgrepen ge-monteerd en zijn deze vast verbondenmet het apparaat. ■Gebruik het apparaat alleen met het toerentalvan de verbrandingsmotor dat nodig is voorde uit te voeren werkzaamheden. Gebruikhet maximale toerental zo min mogelijk omgeluid en trillingen te beperken. ■Als gevolg van verkeerd gebruik en onder-houd kunnen de trillingen en het lawaai vanhet apparaat toenemen. Dit leidt tot schadeaan de gezondheid.
Schakel in dit geval hetapparaat onmiddellijk uit en laat het repare-ren door een geautoriseerde servicewerk-plaats. ■De mate van belasting als gevolg van trillin-gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-zaamheden of van de toepassing van het ap-paraat. Schat hem in en las voldoende pau-zes in. Daardoor wordt de belasting door tril-lingen gedurende de volledige werktijd in be-langrijke mate verminderd. ■Door een langer gebruik van het apparaatwordt de bediener blootgesteld aan trillingen,waardoor problemen kunnen ontstaan met debloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risicote verminderen, handschoenen dragen en dehanden warmhouden. Wanneer een symp-toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen,onmiddellijk medische hulp inroepen.
Tot de-ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver-lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn,vermindering van de kracht, verandering vankleur of van de conditie van de huid. Meestalworden deze symptomen waargenomen aanvingers, handen of polsen. Bij lage tempera-turen (ca. beneden 10°C) neemt het gevaartoe. ■Las langere pauzes in tijdens uw werkdag,zodat u kunt herstellen van het geluid en vande trillingen.
443443_a 45Montageveroorzaken, wordt verspreid over meerderedagen. ■Wanneer u een onaangenaam gevoel of eenverkleuring van de huid tijdens het gebruikvan het apparaat waarneemt aan uw handen,onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol-doende pauzes in. Zonder voldoende pauzeskan een trillingensyndroom ontstaan aanhanden en armen. ■Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo-gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorghet apparaat volgens de aanwijzingen in degebruiksaanwijzing. ■Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemtu contact op met uw dealer om trillingsdem-pende accessoires (bijv. handgrepen) aan teschaffen. ■Leg in een werkschema vast hoe de belas-ting door trillingen kan worden begrensd. 3. 7 Het hanteren van benzine en olie■Explosie- en brandgevaar:Bij het ontsnappen van een benzine-lucht-mengsel ontstaat potentieel explosieve atmo-sfeer.
Door een ondeskundige omgang metbrandstoffen kunnen deze ontsteken, explo-deren en ontbranden, wat tot zwaar letsel enzelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het vol-gende in acht:■Rook nooit, terwijl u met benzine werkt. ■Werk uitsluitend in de buitenlucht metbenzine en nooit in afgesloten ruimten. ■Neem beslist altijd de volgende gedrags-regels in acht. ■Transporteer en bewaar benzine en olie uit-sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine enolie niet toegankelijk zijn voor kinderen. ■Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieube-scherming) te vermijden, dat bij het tankengeen benzine en geen olie in de aarde te-rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trech-ter. ■Tank het apparaat nooit af in gesloten ruim-ten. Op de vloer kunnen zich benzinedampenverzamelen waardoor het tot een explosieveverbranding of zelfs explosie kan komen.
■Bij het morsen van benzine ontstaan benzin-edampen. Start de motor daarom niet op de-zelfde plaats, maar op minstens3 m afstand. ■Vermijd huidcontact met producten van mine-rale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen ombrandstof bij te vullen. Vervang en reinig debeschermende kleding regelmatig. ■Let erop dat uw kleding niet in contact komtmet benzine. Vervang uw kleding onmiddel-lijk wanneer benzine op uw kleding terecht-gekomen is. ■Tank het apparaat nooit af, bij draaiende ofhete motor. 4 MONTAGE WAARSCHUWING. Gevaren door onvol-ledige montage. De werking van een onvolledigapparaat kan ernstig letsel veroorzaken. ■Gebruik het apparaat alleen als het volledigis gemonteerd. ■Controleer voor het inschakelen alle veilig-heids- en beschermingsvoorzieningen opaanwezigheid en functionaliteit. WAARSCHUWING.
Gevaar voor letseldoor losrakende onderdelen van het apparaat. Tijdens de werking losrakende onderdelen kun-nen ernstig letsel veroorzaken. ■Bevestig maaigereedschappen zo dat ze, tij-dens het gebruik, niet kunnen loskomen. 4. 1 Monteren van de handgreep (02)1. Schuif de rubberen manchet (02/1) over desteel (02/2). 2. "Loop"-greep (02/3) van boven en contraklem(02/4) van onderen rond de rubberen man-chet leggen. 3. Steek een inbusbout (02/5) van de bovenzij-de door de handgreep en draai hier, vanaf deonderzijde, losjes een moer (02/6) op. Her-haal deze stap met de overige inbusboutenen moeren. 4. Draai alle inbusbouten vast. 4. 2 Afschermkap monteren (03, 04)1. De 4 kruisschroeven M5x16 (03/1) door degaten aan de afschermkap (03/2) steken. 2. Afschermkap aan de afschemkapbevestiging(03/3) stevig vastdraaien. 3.
NL46 443443_aInbedrijfstellingschermkap (04/3) en zet deze vervolgensvast met de kunststof borgschroef (04/4). 4. 3 Draadkop monteren (05)1. Meeneemschijf (05/1) op geleidepen (05/2)van de hoekoverbrenging plaatsen. 2. Voor het vastzetten de inbussleutel (05/3) inde opening van de meeneemschijf steken. 3. Draadkop (05/4) op de hoekoverbrengingschroeven en vastdraaien. Opmerking:Linkse schroefdraad. Draai dedraadspoel linksom vast. 4. 4 Mesblad resp. mulchmes monteren (06) WAARSCHUWING. Gevaar voor ernstigletsel. Door een versleten waaierschijf (06/5) kanhet mesblad resp. het mulchmes tijdens de wer-king losraken en ernstig letsel veroorzaken. ■Monteer beslist de meergeleverde splitpen(06/8). 1. Leg de bosmaaier zo neer, dat de maaikopomhoog wijst. 2. Meeneemschijf (06/1) op de geleidepen(06/2) van de hoekoverbrenging plaatsen. 3. Het mesblad resp.
mulchmes (06/3) zodanigop de meeneemschijf (06/1) plaatsen dat deboring van het mesblad/mulchmes precies opde centreerring van de meeneemschijf ligt. 4. De flens (06/4) zodanig op het mesblad resp. mulchmes (06/3) steken dat de platte zijdenaar het snijmes/mulchmes wijst. 5. Getande borgring (06/5) aanbrengen. 6. Bevestigingsmoer (06/6) vastdraaien op degeleidepen (06/2). Daartoe de inbussleutel(06/7) in de daarvoor bedoelde boring plaat-sen en met de bougiesleutel linksom aanha-len. Opmerking:Linkse schroefdraad. 7. De bevestigingsmoer (06/6) met de splitpen(06/8) borgen. 5 INBEDRIJFSTELLING OPMERKING Controleer het apparaat altijdop beschadigingen voor de dagelijkse ingebruik-name, nadat het apparaat is gevallen of ergenstegenaan is gestoten. Laat eventuele schadevoor gebruik repareren. 5. 1 Opzetsuk opsteken en afnemen (07, 08)De hulpstukken worden bevestigd aan de deelba-re steel.
Splitpen weer insteken (07/c) en de vastzet-moer aandraaien. Hulpstuk afnemen1. De vastzetmoer (08/1) vastdraaien en desplitpen (08/2) iets naar buiten trekken (08/a). 2. Deelbare steel (08/3) uit de bevestiging(08/4) trekken (08/b). 3. Splitpen weer insteken (08/c). 5. 2 Draagharnas instellen1. Draagharnas omdoen (zie Hoofdstuk 6. 1"Dubbele draagharnas omdoen(10)", pagi-na47). 2. Karabijnhaak van het draagharnas in het oog(01/14) van het apparaat haken. 3. Voer een paar horizontale zwaaibewegingenuit boven de bodem, zonder hiervoor de mo-tor te starten. De maaikop moet daarbijsteeds op dezelfde hoogte boven de bodembewegen. 4. Indien niet: Pas de lengte van het draaghar-nas aan en herhaal de zwaaibewegingen. 5. 3 Benzine-oliemengsel aanmaken entanken (09)LET OP. Gevaar voor beschadiging van demotor.
Het gebruik van zuivere benzine leidt totbeschadiging van de motor tot het uitvallen vande motor toe. In dergelijke situaties kunnen bij defabrikant geen aanspraken worden gemaakt opgarantie. ■Gebruik in de motor altijd een benzine-olie-mengsel met de voorgeschreven mengver-houding. Aanmaken van het benzine-oliemengselVoor de 2-taktmotor heeft u nodig:■Schone, loodvrije benzine met een octaange-tal van minimaal 90. Benzine die langer dan2 maanden is opgeslagen veroorzaakt afzet-tingen in de motor die tot storingen leiden. ■Kwalitatief hoogwaardige, synthetische olievoor 2-taktmotoren.
443443_a 47BedieningMaak met deze twee componenten een benzine-oliemengsel met een verhouding van 50:1 aan:Mengverhouding Benzine [li-ter]2-taktolie[millimeter]50 delen benzine:1 deel 2-taktolie1l 20ml3l 60ml5l 100ml1. Giet de benzine en de 2-taktolie in eenmengfles voor brandstof (zie de tabel voor dehoeveelheden, afhankelijk van de grootte vande mengfles). 2. Sluit de mengfles af en schud deze herhaalden krachtig, zodat de benzine en de olie goedvermengd worden. Tanken van het benzine-oliemengsel (09)1. Plaats het apparaat op een vlakke, stevigeondergrond. De dop (09/1) van de brandstof-tank moet naar boven wijzen. 2. Veeg de dop van de brandstoftank (09/1), debrandstoftank (09/2) en de omliggende delenvan het apparaat schoon, zodat bij het tan-ken van het benzine-oliemengsel geen vuil inde brandstoftank kan belanden. 3.
Draai de dop van de brandstoftank langzaamlos, zodat de druk van het benzine-oliemeng-sel langzaam uit de brandstoftank kan ont-snappen naar de buitenlucht. Laat de dopaan de brandstoftank hangen. 4. Steek een trechter (09/3) in de vulopening(09/4) van de brandstoftank. 5. Giet het voorbereide benzine-oliemengsel uitde mengfles (09/5) in de brandstoftank en vuldeze tot aan de onderkant van de vulopening– maar niet verder. 6. Neem de trechter uit de vulopening en draaide dop handvast op de brandstoftank. 7. Veeg eventueel gemorst benzine-oliemeng-sel van het apparaat en de ondergrond af. 6 BEDIENING WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel alsgevolg van loskomende delen van het appa-raat. Delen van het apparaat die loskomen tij-dens het gebruik kunnen ernstig letsel veroorza-ken. ■Controleer voordat het apparaat wordt inge-schakeld of alle delen van het apparaat ste-vig zijn vastgeschroefd.
■Bevestig snijbladen zo dat ze niet kunnenloskomen tijdens het gebruik. 6. 1 Dubbele draagharnas omdoen(10)Ga bij het omdoen van het dubbele draagharnaste werk volgens de afbeelding (10).
■Gebruik bij de maaiwerkzaamheden altijdeen draagharnas. ■Haak het apparaat pas vast, nadat u de mo-tor heeft gestart en deze stationair draait. 6. 2 Motor starten/stoppen6. 2. 1 Informatie bij de motorwerkingVoor het starten■Leg de bosmaaier vlak en uit de buurt vanobstakels op de grond. Het maaigereedschapmag geen voorwerpen raken en niet op degrond rusten. Tijdens het starten■Ga niet op de steel staan, om beschadigingvan de steel en de door de steel lopendehoekoverbrenging te voorkomen. ■Zorg dat u stabiel staat en houd de bosmaai-er stevig vast aan de behuizingsflens. Standen van de chokehendelCHOKE RUNKoude start (chokehendel op stand CHOKE)Wanneer de motor koud is, d. w. z. wanneer dezelanger dan 5 minuten niet heeft gedraaid, wordteen “koude start” uitgevoerd. Warme start (chokehendel op stand RUN)Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is,d. w. z.
NL48 443443_aWerkhouding en werktechniek6. 2. 2 Koude/warme start uitvoeren (11, 12) OPMERKING Met de „Ready to Start“-functie staat de Aan-/Uit-schakelaar altijd opstand AAN. Druk de Aan-/Uit-schakelaar naarUIT om het apparaat te stoppen. Na de bedieningvan de schakelaar beweegt die automatisch weerterug naar de stand AAN. OPMERKING Automatisch terugzettenvan de chokehendel. In geval van een onmid-dellijke start van de motor beweegt de chokehen-del door bediening van de gashendel automa-tisch terug naar de epositie RUN. Koude start1. Draai de chokehendel (11/1) naar de standCHOKE (11/a). 2. Druk de brandstoftoevoerknop (11/2) 7- tot10-maal kort en stevig in. 3. De motor starten:■Duw het apparaat met een hand stevigtegen de grond. ■Trek met de andere hand de starthendel(11/3) eerst voorzichtig en langzaam uit,tot een weerstand voelbaar wordt.
Trekde greep dan krachtig en snel omhoog,tot u weer een weerstand voelt (ca. 1armlengte). ■Laat het startkoord oprollen, echter zon-der de handgreep los te laten. ■Bovenstaande stappen meerdere kerenherhalen totdat de motor start. 4. Laat de motor een aantal minuten warm-draaien. 5. Draai de chokehendel naar de stand RUN(11/b). Warme startWanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is,d. w. z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordteen “warme start” uitgevoerd. Hierbij wordt dechoke niet gebruikt. 1. (Optioneel) Chokehendel (11/1) naar standCHOKE draaien en meteen weer terugdraai-en naar de stand RUN. Het automatischehalfgas is ingesteld. ■Duw het apparaat met een hand stevigtegen de grond. ■Trek met de andere hand de starthendel(11/3) eerst voorzichtig en langzaam uit,tot een weerstand voelbaar wordt. Trekde greep dan krachtig en snel omhoog,tot u weer een weerstand voelt (ca.
Opmerking:Druk de gashendel (12/1) in wan-neer de motor niet meer rustig en constant draait. Met de blokkeertoets (12/3) kan het motortoeren-tal vast ingesteld worden. Motor stoppen1. Gashendel (12/1) loslaten en motor stationairlaten draaien. 2. Zet de Aan/Uit-schakelaar (12/2) op STOPen houd hem een paar seconden vast. 3. Wacht tot het maaigereedschap tot stilstandis gekomen. 6. 3 Snelactiveringsmechnanisme bedienen(17)1. Stevig aan de oranje riem (17/1) trekken (17/a). Het apparaat glijdt samen met de karabijnhaak(17/2) uit de houder en valt op de grond. 7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK7. 1 Werken met draadkop7. 1. 1 Trimmen■Kantel het apparaat iets naar voren en be-weeg dit met gepaste en gelijkmatige snel-heid van links naar rechts. ■De beste resultaten worden verkregen als erdroog gras wordt gemaaid.
■Haal de snijdraad niet pal langs muren en te-gels, op deze manier zal het snijdraad snelafslijten. ■Hoog gras en dichte begroeiing kan het besttrapsgewijs worden gemaaid, zodat dedraadspoel niet verstopt raakt. ■Pas het motortoerental en de maaihoogte al-tijd aan volgens de omstandigheden ter plek-ke. Bij een te laag motortoerental kan ermaaisel in het snijwerktuig verward raken ofklem komen te zitten. ■Wanneer er gras, takken of andere voorwer-pen in het snijwerktuig vast komen zitten ofals het apparaat ongewoon sterk gaat trillen,.
443443_a 49Onderhoud en verzorgingzet de motor dan meteen uit en controleerhet apparaat. ■Een geblokkeerde haakse aandrijving kankoppelingsschade veroorzaken. ■De snijdraad zal na uitzetten van hetdraadspoelopzetstuk nog even blijven draai-en. Wacht dan totdat de spoel stil staat voor-dat u het apparaat weer aanzet. ■Als de draadspoel leeg is, moet de snijdraadworden vervangen. 7. 1. 2 Maaidraad verlengen tijdens hetbedrijf (13)De maaidraad wordt korter tijdens het gebruik enrafelt uit. 1. Laat de motor vol gas draaien. 2. Draadkop (13/1) herhaaldelijk op het gazontikken (13/a). Daardoor wordt een stuk nieu-we maaidraad van de draadspoel afgewik-keld en het verbruikte draadeinde afgesne-den door de draadafsnijder (13/2). 7. 2 Werken met mesblad7. 2. 1 Terugslageffect voorkomen■Zorg voor een stevige stand.
Zet uw voetenin een comfortabele spreidstand neer enhoud altijd rekening met een eventuele terug-slag. ■Voor het begin van het snijden moet het snij-blad het totale werktoerental hebben bereikt. 7. 2. 2 Maaien■Kantel het apparaat iets naar voren en be-weeg dit met gepaste en gelijkmatige snel-heid van rechts naar links. Op deze manierkomt het maaisel terecht op het zojuist ge-maaide oppervlak. ■Hoog gras en dichte begroeiing kan het besttrapsgewijs worden gemaaid. Kort dan eersthet bovenste gedeelte van het te maaien ma-teriaal in, door het apparaat naar rechts tebewegen. Haal het apparaat vervolgens in deteruggaande beweging naar links en maaihet onderste gedeelte. ■Maai hellingen bij voorkeur in stroken. Maaieen strook parallel aan de helling; ga danover het gemaaide gedeelte terug en maai devolgende strook.
■Pas het motortoerental en de maaihoogte al-tijd aan volgens de omstandigheden ter plek-ke. Bij een te laag motortoerental kan ermaaisel in het snijwerktuig verward raken ofklem komen te zitten.
■Wanneer er gras, takken of andere voorwer-pen in het snijwerktuig vast komen zitten ofals het apparaat ongewoon sterk gaat trillen,zet de motor dan meteen uit en controleerhet apparaat. ■Een geblokkeerde haakse aandrijving kankoppelingsschade veroorzaken. ■Vastgeklemd maaisel mag nooit worden ver-wijderd terwijl het snijblad nog draait. Wachtdan totdat het mesblad stilstaat. ■Als het mesblad bot, ingekerfd of verbogenis, moet dit altijd door een origineel reserve-onderdeel worden vervangen. 8 ONDERHOUD EN VERZORGING GEVAAR. Levensgevaar door ondeskun-dig onderhoud. Onderhoudswerkzaamhedendoor ongekwalificeerd personeel en het gebruikvan niet toegestane reservedelen kunnen tijdenshet gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot dedood toe. ■Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en steldeze nooit buiten werking. ■Gebruik uitsluitend originele, toegelaten re-servedelen.
■Zorg door regelmatig en deskundig onder-houd ervoor, dat het apparaat steeds in eenfunctionele en schone staat verkeert. VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. On-derdelen met scherpe randen en draaiende on-derdelen kunnen letsel veroorzaken. ■Draag bij onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden altijd beschermende handschoe-nen. Correct onderhoud is noodzakelijk, om de functi-onaliteit en de veiligheid van het apparaat instand te houden. Let hierbij op de volgende pun-ten:■Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamhedenuit, wanneer u beschikt over de benodigdekennis en gereedschappen. ■Wacht tot de motor geheel is afgekoeld. ■Vervang versleten of defecte onderdelen uit-sluitend door originele reservedelen van defabrikant. ■U mag geen onderhoudswerkzaamheden uit-voeren, die niet in deze gebruikshandleidingworden beschreven. Neem hiervoor contactop met een erkende servicewerkplaats. Bij.
NL50 443443_aOnderhoud en verzorginghet niet opvolgen van deze aanwijzingen ver-valt de garantie van de fabrikant. De intervallen voor de genoemde onderhouds-werkzaamheden vindt u in het onderhoudssche-ma (Onderhoudsschema). Gebruik altijd uitsluitend toegestane maaigereed-schappen (Toegestane maaigereedschappen). 8. 1 Snijdraad vervangen (14)1. Draaiknop (14/1) zodanig draaien dat de pij-len (14/2, 14/3) op één lijn liggen. 2. Snijdraad zo ver in de opening (14/4) duwendat hij aan beide zijden van de draadkopeven lang is. 3. Snijdraad in de draadkop draaien: Draaiknop(14/1) zo lang in de richting van de pijlen(14/5) draaien dat de snijdraad aan beide zij-den nog ca. 10cm uit de draadkop steekt. 8. 2 Luchtfilter reinigen/vervangen (15)LET OP. Gevaar voor beschadiging van demotor. Het gebruik van de motor zonder luchtfil-ter leidt tot ernstige beschadiging van de motor.
■Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter. ■Reinig het luchtfilter regelmatig. ■Vervang een beschadigd luchtfilter. 1. Luchtfilter demonteren:■Draai de bevestigingsschroef (15/1) vanhet luchtfilterhuis los, tot het deksel vanhet luchtfilterhuis (15/2) los zit. ■Neem het deksel van het luchtfilterhuisweg. ■Trek de filterspons (15/3) los van hetrooster (15/4). 2. Reinigen van de filterspons (15/3):■Knijp de filterspons uit en was deze metwater en zeep schoon. Gebruik hierbijgeen benzine of andere oplosmiddelen. ■Laat de filterspons goed drogen, totdatdeze geen water meer bevat. Een voch-tig filter kan ertoe leiden, dat de motormoeilijk start. 3. Wis het filterhuis grondig schoon met eenpoetsdoek. 4. Vervangen van de filterspons (15/3):■Vervang de filterspons wanneer deze nietmeer elastisch is, of uit elkaar valt. 5.
■Draai de bevestigingsschroef van hetluchtfilter (15/1) vast, tot het deksel vanhet luchtfilterhuis stevig is bevestigd. 8. 3 Brandstoffilter controleren/vervangenHet viltachtige brandstoffilter bevindt zich in debrandstoftank en is op de zuigkop gestoken. Wanneer het brandstoffilter verhard, vervuild ofverstopt is, stroomt minder benzine naar de mo-tor. In dit geval moet het brandstoffilter wordenvervangen. Wij raden aan deze klus door een erkende ser-vicewerkplaats te laten uitvoeren. 8. 4 Bougie onderhouden (16)1. Bougie demonteren:■Trek de bougiedop (16/1) los. ■Draai de bougie (16/3) met behulp vaneen bougiesleutel (16/2) uit de motor. 2. Beoordelen van de bougie:■Wanneer de bougie roodbruin is: De mo-tor werkt correct en de bougie is in orde. Indien nodig: Borstel de bougie voorzich-tig schoon met een staalborstel (16/4).
■Wanneer de bougie is aangetast doorroet of olie, is aangekoekt of deels ge-smolten, of overbrugd zijn: De bougie isdefect. Vervang de bougie door een nieu-we exemplaar. Gebruik het voorgeschre-ven type bougie (zie Technische gege-vens). ■Wanneer de bougie na kort gebruik weerdefect is, moeten de motor en de afstel-ling van de carburateur worden gecontro-leerd door een erkende servicewerk-plaats. 3. Controleren van de elektrodenafstand:■Controleer met een voelermaat (16/5), ofde elektrodenafstand (16/6) 0,6 - 0,7 mmbedraagt. Wanneer dit niet het geval is,kunt u de elektroden voorzichtig naar el-kaar toe tikken of uit elkaar buigen. 4. Wanneer de voorgeschreven vervangingsin-terval is bereikt of de bougie defect is:■Vervang de bougie door een nieuwe ex-emplaar. Gebruik het voorgeschreven ty-pe bougie (zie Technische gegevens). 5.
443443_a 51Onderhoud en verzorging■Schroef de bougie met hand weer in demotor en trek deze daarna vast met eenbougiesleutel (aanhaalmoment 12 - 15Nm).■Steek de bougiedop weer stevig op debougie.8.5 Stationaire instellingHet snijgereedschap mag niet bewegen als demotor stationair draait. Als het snijgereedschapbeweegt wanneer de motor stationair draait, dientu beslist contact op te nemen met uw dealer omde motor correct te laten afstellen.8.6 OnderhoudsschemaVolgende werkzaamheden mogen door de ge-bruiker zelf worden uitgevoerd. Alle overige on-derhouds-, service- en reparatiewerkzaamhedenmoeten door een erkende service reparatiewerk-plaats worden uitgevoerd.
OPMERKING Neem contact op met onzeklantenservice bij storingen die niet in deze tabelstaan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.Storing Oorzaak MaatregelMotor start niet of moei-zaam.De motor is op onjuiste wijze ge-start.zie Hoofdstuk 6.2 "Motor starten/stoppen", pagina47De bougie is vervuild, defect ofde elektrodenafstand klopt niet.zie Hoofdstuk 8.4 "Bougie onderhou-den (16)", pagina50Het luchtfilter is vervuild. zie Hoofdstuk 8.2 "Luchtfilter reini-gen/vervangen (15)", pagina50Het brandstoffilter is versleten. Brandstoffilter controleren/vervan-gen (16)De afstelling van de carburateuris onjuist.Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats.Chokehendel staat in standCHOKE.Schuif de chokehendel in standRUN.De motor start, maarheeft maar weinig vermo-gen.Chokehendel staat in standCHOKE.Schuif de chokehendel in standRUN.Het luchtfilter is vervuild.
443443_a 53TransportStoring Oorzaak MaatregelMotor loopt onregelmatigen het toerental neemtniet toe wanneer gaswordt gegeven. De bougie is vervuild, defect ofde elektrodenafstand klopt niet. zie Hoofdstuk 8. 4 "Bougie onderhou-den (16)", pagina50De afstelling van de carburateuris onjuist. Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats. Motor stoot veel,blauwachtige rook uit. Oliegehalte in benzine-oliemeng-sel te hoog. Vul de brandstoftank met een benzi-ne-oliemengsel met een juistemengverhouding,Maak een benzine-oliemengsel aanen tank het apparaat volDe afstelling van de carburateuris onjuist. Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats. De motor begint abnor-maal sterk te trillen. Onderdelen van het apparaat/demotor zijn losgeraakt en/of zijnbeschadigd. 1. Stop de motor. 2. Controleer het apparaat op be-schadigingen. 3. Bougie controleren, zie Hoofd-stuk 8.
4 "Bougie onderhouden(16)", pagina504. Neem contact op met een er-kende servicewerkplaats. 10 TRANSPORTTransporteren van het apparaat tussen tweewerkplekken1. Motor uitzetten. 2. Plaats de transportbescherming over hetmesblad. 3. Houd de bosmaaier stevig vast aan het mo-torblok en aan de handgreep. 4. Begeef u voorzichtig naar de volgende werk-plek. Breng dieren en personen niet in ge-vaar. Apparaat in een voertuig transporteren1. Indien mogelijk: Maak de brandstoftank leegdoor de motor te laten draaien. 2. Motor uitzetten. 3. Plaats de transportbescherming over hetmesblad. 4. Voorkom dat het apparaat tijdens het rijdenomvalt en zo benzine-oliemengsel morst:■Leg het apparaat zo neer, dat de dop vande brandstoftank omhoog wijst. De dopmoet stevig op de brandstoftank zijn ge-draaid. ■Zet het apparaat vast op de vloer.
11 OPSLAGWanneer u de machine langer dan 2 à 3 maan-den niet gaat gebruiken, moeten de volgendewerkzaamheden worden uitgevoerd, om bescha-digingen te voorkomen:1. Maak de brandstoftank leeg:■Laat de motor draaien totdat deze van-zelf stopt.
NL54 443443_aVerwijderen■Trek langzaam aan de starthandgreep,zodat de zuiger beweegt en de olie in decilinder wordt verdeeld. ■Schroef de bougie weer vast en plaats debougiedop. 4. Plaats de transportbescherming over hetmesblad. 5. Apparaat op een zo droog mogelijke plaatsopbergen. VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. Alskinderen en onbevoegden tijdens de opslag toe-gang tot het apparaat hebben, is er gevaar op let-sel. ■Bewaar het apparaat op een plek die ontoe-gankelijk is voor kinderen en onbevoegdepersonen. 12 VERWIJDEREN■Benzine en motorolie horen niet bijhet gewone huisvuil of in de riolering,maar moeten afzonderlijk wordenweggedaan. ■Voordat de machine wordt afgedankt moetende brandstof- en de motorolietank wordengeleegd. ■Verpakking, apparaat en toebehoren zijn ver-vaardigd van materialen die voor hergebruikgeschikt zijn. Verwijder deze daarom dien-overeenkomstig.
13 AANVULLENDE INFORMATIE OVERCO2-WAARDENVolgens artikel 43 lid 4 van de EU-verordeningnr. 2016/1628 zijn wij verplicht de CO2-waarde teverstrekken die in het kader van de EU-type-goedkeuringsprocedure is vastgesteld. De CO2-waarden van de motoren met EU-type-goedkeuring zijn ophttps://www. al-ko. com/shop/media/al-ko-engines/co2. pdf gepubliceerd. Deze CO2-meting is het resultaat van het testenvan een basismotor die representatief is voor hetmotortype of de motorfamilie in een vaste testcy-clus onder laboratoriumomstandigheden envormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantievoor de prestaties van een bepaalde motor. 14KLANTENSERVICE/SERVICE CENTREVoor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met hetdichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindtu op internet op het volgende adres: www. al-ko.
com/service-contacts15 GARANTIEEventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou-ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le-vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval afvan de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:■naleving van deze gebruiksaanwijzing■Deskundig gebruik■Gebruik van originele reserveonderdelenDe garantie vervalt bij:■Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen■Eigenhandig aangebrachte technische wijzi-gingen■Gebruik voor andere doeleinden dan het ge-bruiksdoelVan de garantie zijn uitgesloten:■lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik■Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid■Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo-torfabrikant)De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da-tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naarde dichtstbijzijnde klantenservice.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Solo 130 MT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multitool Solo
Handleiding Multitool
Nieuwste handleidingen voor Multitool