Smeg SR975XGHNLK Handleiding

Smeg Fornuis SR975XGHNLK

Bekijk gratis de handleiding van Smeg SR975XGHNLK (26 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Smeg SR975XGHNLK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/26
Inhoudsopgave
3
NL
1 Waarschuwingen4
1.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen4
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant7
1.3 Beoogd gebruik7
1.4 Identificatieplaatje7
1.5 Deze gebruiksaanwijzing7
1.6 Verwerking7
1.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing8
2 Beschrijving9
2.1 Algemene beschrijving9
2.2 Knoppen branders11
2.3 Beschikbare accessoires11
3 Gebruik12
3.1 Waarschuwingen12
3.2 Eerste gebruik12
3.3 Gebruik van de accessoires12
3.4 Het gebruik van de kookplaat13
4 Reiniging en onderhoud16
4.1 Waarschuwingen16
4.2 Reiniging van het apparaat16
5 Installatie18
5.1 Veiligheidswaarschuwingen18
5.2 Insnijding van het werkblad18
5.3 Inbouw19
5.4 Bevestiging op de steunende structuur20
5.5 Gasaansluiting21
5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes23
5.7 Elektrische aansluiting28
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
Deze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat
zijn aangeduid.
Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Smeg
Categorie: Fornuis
Model: SR975XGHNLK

Handleiding Smeg SR975XGHNLK – volledige tekst

Inhoudsopgave3NL1 Waarschuwingen 41.1 Algemene veiligheidswaarschuwingen 41.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 71.3 Beoogd gebruik 71.4 Identificatieplaatje 71.5 Deze gebruiksaanwijzing 71.6 Verwerking 71.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzing 82 Beschrijving 92.1 Algemene beschrijving 92.2 Knoppen branders 112.3 Beschikbare accessoires 113 Gebruik 123.1 Waarschuwingen 123.2 Eerste gebruik 123.3 Gebruik van de accessoires 123.4 Het gebruik van de kookplaat 134 Reiniging en onderhoud 164.1 Waarschuwingen 164.2 Reiniging van het apparaat 165 Installatie 185.1 Veiligheidswaarschuwingen 185.2 Insnijding van het werkblad 185.3 Inbouw 195.4 Bevestiging op de steunende structuur 205.5 Gasaansluiting 215.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes 235.7 Elektrische aansluiting 28We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.comDeze aanwijzingen zijn uitsluitend geldig in de landen die op het plaatje van het apparaat zijn aangeduid.Deze inbouw kookplaat behoort tot klasse 3.

Waarschuwingen41 Waarschuwingen1. 1 Algemene veiligheidswaarschuwingenPersoonlijk letsel• Het apparaat en de bereikbare delen ervan worden heel warm tijdens het gebruik. • Raak geen verwarmingselementen aan tijdens gebruik van het apparaat. • Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan verwijderd van het apparaat. • Kinderen jonger dan 8 jaar mogen het apparaat tijdens zijn werking niet benaderen. • Gebruik van dit apparaat door kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. • Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn. • Let op voor de snelle verwarming van de kookzones.

Plaats geen lege potten of pannen op de ingeschakelde plaat. Gevaar op oververhitting. • Laat kinderen niet spelen met het apparaat. • Vetten en oliën kunnen vlam vatten als ze oververhit raken. Het is aanbevolen bij het apparaat te blijven tijdens de voorbereiding van voedsel dat olie of vet bevat. Als de oliën of vetten vlam zouden vatten, mag geen water gebruikt worden om te blussen. Plaats het deksel op de pan en schakel de kookzone uit. • Tijdens het gebruik geen metalen voorwerpen zoals vaatwerk of bestek op het oppervlak van de kookplaat plaatsen omdat deze oververhit zouden kunnen raken. • Het kookproces moet altijd bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden. • Na gebruik het apparaat uitschakelen. • Probeer geen vlammen/brand te doven met water: schakel het apparaat uit en bedek het vuur met een deksel of een brandwerende deken.

• Werkzaamheden voor schoonmaak en onderhoud van het apparaat mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan. • Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.

Waarschuwingen5NL• Voer geen wijzigingen uit op het apparaat. • Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat. • Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat terwijl het werkt. • Dit apparaat mag niet geïnstalleerd worden in boten of caravans. • Voorafgaand op iedere ingreep op het apparaat (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing) moet u altijd zorgen voor persoonlijke beschermingsmiddelen. • Gebruik, daar waar nodig, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm. • Het aansluiten met een flexibele buis moet zodanig uitgevoerd worden dat de lengte van de buis niet langer is dan 2 meter bij maximale uitschuiving voor flexibele stalen buizen en 1,5 meter voor rubberen buizen. • De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.

• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam. • De aardverbinding van het elektrische systeem is verplicht en moet in overeenstemming met de geldende veiligheidsnormen worden uitgevoerd. • Probeer nooit om zelf het apparaat te repareren, zonder tussenkomst van een gekwalificeerde technicus. • Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen. • Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C. • Als de stroomkabel beschadigd is, moet men onmiddellijk contact opnemen met de technische dienst die voor de vervanging van de kabel zal zorgen. • Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen. • Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.

• Plaats het apparaat met behulp van een tweede persoon in het meubel. Beschadiging van het apparaat• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).

Waarschuwingen6• Laat het apparaat niet onbeheerd tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën vrijkomen die heet worden en vlam kunnen vatten. Wees heel voorzichtig.• Laat geen voorwerpen achter op de kookoppervlakken.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.• Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.• Gebruik geen plastic vaatwerk of recipiënten om voedsel te bereiden.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.

• Alle recipiënten moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.• Geen zure stoffen zoals citroensap of azijn op de kookplaat morsen.• Plaats geen lege potten of pannen op ingeschakelde kookzones.• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv.

elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.• Om de mogelijke oververhitting van het apparaat te vermijden moet het niet achter een decoratieve deur of een paneel geïnstalleerd worden.• Het apparaat mag niet geïnstalleerd worden op een voetstuk.Voor dit apparaat• Zorg er voor dat de openingen en de spleten voor de ventilatie en de warmte-afvoer niet verstopt raken.• Plaats geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of gereedschappen) in de spleten van het apparaat.• Gebruik het apparaat nooit om de ruimte te verwarmen.• Het apparaat is niet ontworpen om te functioneren met externe kookwekkers of afstandsbedieningssystemen.

Waarschuwingen7NL1. 2 Aansprakelijkheid van de fabrikantDe fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen ten gevolge van:• ander gebruik van het apparaat dan wordt voorzien,• het niet in acht nemen van de voorschriften van de gebruiksaanwijzing,• het forceren van ook slechts één deel van het apparaat;• het gebruik van niet-originele reserveonderdelen. 1. 3 Beoogd gebruik• Dit apparaat is bedoeld om thuis voedsel te bereiden. Elk ander gebruik is oneigenlijk. 1. 4 IdentificatieplaatjeHet identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de markering. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd1. 5 Deze gebruiksaanwijzingDeze gebruiksaanwijzing is een belangrijk onderdeel van het apparaat en moet gedurende de volledige levensduur intact en op een eenvoudig te bereiken plaats worden bewaard.

Deze gebruiksaanwijzing aandachtig voor het gebruik van het apparaat doorlezen. 1. 6 VerwerkingHet apparaat moet gescheiden ingezameld worden (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG). Het product bevat geen delen die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese Richtlijnen. Verwijdering van het apparaat:• Verwijder de deuren en laat de accessoires (roosters en ovenschalen) op hun plaats om te voorkomen dat kinderen in het apparaat opgesloten kunnen raken. • Snijd de voedingskabel af en verwijder de elektrische kabel en de stekker. • Oude of gebruikte apparaten aan het einde van hun levensduur moeten door de gebruiker worden ingeleverd bij geschikte centra voor de gescheiden inzameling van elektrisch en elektronisch afval, of overhandigd worden aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.

Elektrische spanning Gevaar voor elektrische schok• Schakel de algemene stroomtoevoer uit. • Haal de stekker uit het stopcontact. Plastic verpakkingGevaar voor verstikking• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter. • Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken van de verpakking.

Waarschuwingen81.7 Wegwijs in de gebruiksaanwijzingIn deze gebruiksaanwijzing komen de volgende begrippen voor:1. Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.• Enkele gebruiksaanwijzing.WaarschuwingenAlgemene waarschuwingen in verband met de gebruiksaanwijzing, veiligheid en verwerking van afgedankte producten.BeschrijvingBeschrijving van het apparaat en de accessoires.GebruikInformatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, kooktips.Reiniging en onderhoudInformatie over correcte schoonmaak en onderhoud van het apparaat.InstallatieInformatie voor gekwalificeerde technici: installatie, inbedrijfstelling en keuring.VeiligheidswaarschuwingenInformatieSuggestie

Beschrijving11NL2.2 Knoppen brandersNuttig voor de inschakeling en de regeling van de branders van de kookplaat. Druk de knoppen in en draai ze linksom op de waarde om de overeenkomstige branders te ontsteken. Om de vlam te regelen, moet de knop in de zone tussen het maximum en het minimum gedraaid worden. Om de branders uit te schakelen, moeten de knoppen op geplaatst worden.2.3 Beschikbare accessoiresReductieroosterNuttig voor het gebruik van kleine recipiënten. Uitsluitend gebruiken op de brander AUX (hulpbrander).Reductierooster WokNuttig voor het gebruik van een Wok.Op sommige modellen zijn niet alle accessoires aanwezig.De accessoires die in contact kunnen komen met het voedsel zijn gemaakt van materialen conform de van kracht zijnde wetsbepalingen.De bijgeleverde of optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij erkende verkopers.

Gebruik123 Gebruik3.1 Waarschuwingen3.2 Eerste gebruik1. Verwijder eventuele beschermfolie aan de binnen- en buitenzijde van het apparaat en de accessoires.2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires.3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).3.3 Gebruik van de accessoiresReductieroostersDe reductieroosters moeten op de roosters van de kookplaat gelegd worden. Controleer of ze correct geplaatst zijn.Incorrect gebruikGevaar op verbranding• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• Vetten en oliën kunnen vlam vatten bij oververhitting.

Wees heel voorzichtig.• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten en oliën kunnen vrijkomen.• Gebruik geen spuitbussen in de nabijheid van het apparaat.• Raak de warmte-elementen niet aan als het apparaat werkt. Laat ze afkoelen vóór u het apparaat eventueel reinigt.• Kinderen jonger dan 8 jaar mogen het apparaat tijdens zijn werking niet benaderen.Incorrect gebruikGevaar voor beschadiging van de oppervlakken• Dek de branders of de kookplaat niet af met zilverfolie.• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct in de zittingen gepositioneerd zijn.• De recipiënten of de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden. • Alle recipiënten moeten een vlakke en regelmatige bodem hebben.• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.

Gebruik13NL3.4 Het gebruik van de kookplaatAlle bedieningen en schakelaars bevinden zich op het frontpaneel. Naast elke knop wordt de bijhorende brander aangeduid. Het apparaat is voorzien van een elektronisch ontstekingsmechanisme. Het is voldoende om op de knop te drukken en hem linksom te draaien op het symbool van de maximale vlam, tot de brander wordt ingeschakeld. Draai de knop op als de brander niet binnen 15 seconden wordt ontstoken. Wacht vervolgens 60 seconden, alvorens de volgende poging te verrichten. Na de ontsteking moet de knop enkele seconden ingedrukt gehouden worden, zodat het thermokoppel kan opwarmen. Het kan voorvallen dat de brander uitgaat wanneer de knop wordt losgelaten: dit betekent dat het thermokoppel onvoldoende is opgewarmd. Wacht enkele ogenblikken en herhaal de handeling.

Houd de knop langer ingedrukt.Correcte positie van de vlamverdelers en van de dekselsVoordat de branders van de kookplaat ingeschakeld worden, moet gecontroleerd worden of de vlamverdelers correct met de respectievelijke deksels gepositioneerd zijn. Let op dat de openingen van de brander overeenstemmen met de vonkontstekers en de thermokoppels. Controleer bovendien of de pinnen van de vlamverdelers perfect in de openingen van de brander zijn aangebracht.Praktisch advies voor het gebruik van de kookplaatVoor een optimaal rendement van de branders en een minimaal gasverbruik moeten recipiënten met een deksel gebruikt worden die geschikt zijn voor de brander, om te voorkomen dat de vlam langs de zijkanten lekt.In geval van een toevallige uitschakeling zorgt een veiligheidssysteem voor de blokkering van de gastoevoer, ook wanneer de kraan open staat. Draai de knop op .

Gebruik14Wanneer de vloeistof begint te koken, moet de vlam laag gedraaid worden om te vermijden dat de vloeistof overkookt.Om brandwonden te vermijden en schade aan de kookplaat of het werkblad te voorkomen, moeten tijdens de bereiding alle recipiënten en vleesroosters binnen de omtrek van de kookplaat blijven.Gebruiksbeperkingen van het vleesroosterWanneer u een vleesrooster wilt gebruiken, moet het volgende advies opgevolgd worden:• de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.• houd de zijwand op 160 mm van de rand van het vleesrooster;• als een van de branders nabij de houten achterwand een ultrasnelle brander is, moet u tussen het vleesrooster en die wand een afstand van 160mm bewaren;• let op dat de vlammen van de branders niet voorbij de rand van het vleesrooster komen;• Gebruik het vleesrooster maximaal 40 minuten.• Om bij het gebruik van teflon vleesroosters schade aan het apparaat en de teflon bekleding te vermijden, mogen de aluminium vleesroosters met teflonlaag maximaal 5 minuten leeg worden opgewarmd.

Breng vervolgens het voedsel aan op het vleesrooster en bereid het. Gebruik het vleesrooster maximaal 40 minuten lang.Diameter van de recipiënten:• Hulpbrander: 12 - 14 cm.• Halfsnelle brander: 16 - 20 cm.• Snelle brander: 22 - 26 cm.• Gered. snelle brander: 22 - 26 cm.• Ultrasnelle brander: 22 - 26 cm.

Gebruik15NLIncorrect gebruikGevaar voor beschadiging van het apparaat• De plaat niet leeg in werking stellen, tenzij dit gebeurt voor de eerste inschakeling en om na een lange inactiviteit het opgehoopte vocht te verwijderen.• Gebruik pannen met een dikke en vlakke bodem.• Nooit pannen gebruiken die kleiner dan de plaat zijn.• Maak de onderkant van de pan droog alvorens deze op de plaat te plaatsen.• Aluminiumfolie nooit direct op het oppervlak van de plaat aanbrengenIncorrect gebruikGevaar voor persoonlijk letsel• Blijf tijdens het bereiden van levensmiddelen met eenvoudig ontvlambare olie en vet altijd in de buurt van de kookplaat.• De platen blijven ook na het gebruik lange tijd warm.

Breng er geen handen of andere voorwerpen op aan om brandwonden te vermijden.• Koppel het apparaat van het elektriciteitsnet los en neem contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum zodra een barst in het oppervlak van de platen wordt waargenomen.

Reiniging en onderhoud164 Reiniging en onderhoud4.1 Waarschuwingen4.2 Reiniging van het apparaatOm de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat ze afgekoeld zijn.Dagelijkse gewone reinigingGebruik steeds en uitsluitend specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig af, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Voedselresten of -vlekkenGebruik absoluut geen metalen sponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.Gebruik normale en niet-schurende producten, en eventueel houten of plastic gerei. Spoel zorgvuldig, en droog met een zachte doek of met een microvezeldoek.Laat etensresten op basis van suiker (bijv.

marmelade) in het apparaat niet opdrogen, dit kan het email binnenin aantasten.Incorrect gebruikGevaar voor beschadiging van de oppervlakken• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.• Laat de kookplaat afkoelen en maak onmiddellijk schoon bij aanraking met te agressieve reinigingsmiddelen, hard water of overgekookte producten (water, sauzen, koffie, enz.).• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).• Gebruik geen ruw, schurend of scherp materiaal.• Stop de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.

Reiniging en onderhoud17NLRoosters van de kookplaatVerwijder de roosters en reinig deze met behulp van lauw water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen. Droog de roosters en plaats ze weer op de kookplaat.Vlamverdelers en dekselsDe deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is. Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.Vonkontstekers en thermokoppelsVoor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek.

Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.De roosters staan steeds in contact met de vlam waardoor de glans van de delen van het staal, die het meest de warmte moeten verdragen, mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.

Installatie185 Installatie5.1 VeiligheidswaarschuwingenFineerbewerkingen, kleefstoffen of kunststof bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn ( ), >90°Canders kunnen deze mettertijd vervormen.Ook de minimumafstanden van de vrije delen van het vlak op de achterzijde moeten gerespecteerd worden, zoals wordt aangeduid op de afbeelding van de montage.5.2 Insnijding van het werkbladMaak een opening (zie de aangeduide afmetingen) in het werkblad van het meubel.Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaatBrandgevaar• Controleer of het materiaal van het meubel brandbestendig is.• Controleer of het meubel voorzien is van de vereiste openingen.De minimumafstand die gerespecteerd moet worden tussen afzuigkappen en de kookvlakken moet minstens overeenkomen met diegene die aangeduid wordt in de aanwijzingen voor de montage van de afzuigkap.De volgende ingreep vergt metsel- en/of timmerwerk, en moet dus uitgevoerd worden door een bevoegd technicus.De installatie kan uitgevoerd worden op structuren van verschillende materialen, zoals metselwerk, metaal, massief hout en met kunststof gelamineerd hout, mits het hittebestendig is ( ).>90°CL (mm) X (mm) Y (mm)700 555÷560 478÷482A (mm) B (mm) C (mm) D (mm) E (mm)min 150 min 460 min 750 20÷60 min 50

Installatie19NL5.3 InbouwOp inbouwruimte voor ovenDe afstand tussen de kookplaat en de keukenmeubels of de inbouwapparaten moet zodanig zijn dat een voldoende ventilatie en een voldoende luchtafvoer gegarandeerd wordt.Bij installatie boven een oven moet een tussenruimte worden gelaten tussen de onderkant van de kookplaat en de bovenzijde van het onderaan geplaatste apparaat.met opening onderaanmet opening onderaan en achteraanOp neutrale ruimte of ladenWanneer andere meubelen (zijwanden, laden, enz.), afwasautomaten of koelkasten aanwezig zijn onder de kookplaat, moet een dubbele houten bodem worden geïnstalleerd op een minimum afstand van 10 mm van de onderkant van de kookplaat, zodat toevallig contact wordt vermeden.

De dubbele bodem mag alleen met geschikt gereedschap worden verwijderd.met opening onderaanWanneer de kookplaat boven een oven wordt geïnstalleerd, moet deze voorzien worden van een ventilator voor de koeling.

Installatie20met opening achteraanPakking van de kookplaatBreng voor de montage de bijgeleverde pakking aan om te voorkomen dat vloeistoffen tussen de omlijsting van de kookplaat en het werkblad kunnen komen, zie de onderstaande afbeelding.1. Raadpleeg de afmetingen die worden aangeduid op de afbeelding; de zijden “A” van de pakking moeten de gaten net raken.2. Breng de pakking met een lichte druk aan over de hele omtrek van het gat in het werkblad.3. Snij de rand van de pakking (C) die te veel is zorgvuldig af.5.4 Bevestiging op de steunende structuurBevestig de kookplaat op het meubel met behulp van de daarvoor bestemde bijgeleverde beugel (A). Als geen dubbele houten bodem wordt geïnstalleerd, kan de gebruiker ongewenst hete of scherpe onderdelen raken.Zet de kookplaat niet met siliconenkit vast. Omdat het dan niet het langer kan worden verwijderd zonder het te beschadigen.

Installatie21NL5.5 GasaansluitingAlgemene informatieDe aansluiting op het gasnet kan uitgevoerd worden met een vaste koperen buis of met een flexibele stalen slang op een doorlopende wand volgens de voorschriften van de van kracht zijnde norm. Het apparaat werd gekeurd voor methaan G20 (2H) met een druk van 20 mbar. Raadpleeg voor de voeding met andere gastypes het hoofdstuk “5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypes”.

De gasaansluiting heeft een extern schroefdraad ½” (ISO 228-1).Aansluiting met een flexibele stalen slangVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm.Draai de aansluiting zorgvuldig op de 3gasaansluiting van het apparaat en 1breng altijd de meegeleverde pakking 2ertussen aan.GaslekkageExplosiegevaar• Controleer na elke ingreep of het aandraaimoment van de gasaansluitingen zich tussen 10 Nm en 15 Nm bevindt.• Gebruik, daar waar nodig, een drukregelaar in overeenstemming met de van kracht zijnde norm.• Na de installatie moet u eventuele lekken opsporen met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam.• De buizen mogen niet in aanraking komen met beweegbare delen, en mogen niet geplet worden.

Installatie22Aansluiting met een flexibele stalen slang met conische verbindingVoer de aansluiting op het gasnet uit met een flexibele stalen slang met continue wand, conform de kenmerken van de geldende norm. Draai de verbinding zorgvuldig vast op 3de gasaansluiting 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1) van het apparaat, en breng altijd de bijgeleverde pakking aan. Breng 2isolatiemateriaal aan op de schroefdraad van de verbinding en draai de flexibele 3stalen buis vast op de verbinding. 4 3Aansluiten op LPGGebruik een drukregelaar en voer de aansluiting op de gasfles uit volgens de voorschriften van de van kracht zijnde normen. De toevoerdruk moet de waarden respecteren die worden aangeduid in de tabel “Tabel met de kenmerken van de branders en de gasmondstukken”.

Ventilatie van de vertrekkenHet apparaat mag enkel in permanent geventileerde ruimten worden geïnstalleerd, zoals voorzien wordt door de toepasselijke normen. In de ruimte waar het apparaat geïnstalleerd is, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn die nodig is voor de regelmatige gasverbranding en de luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen hebben in overeenstemming met de van kracht zijnde normen en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden. De ruimte moet goed geventileerd worden zodat de hitte en de vochtigheid, die door de bereidingen geproduceerd worden, geëlimineerd kunnen worden: vooral nadat het apparaat lang niet gebruikt is, wordt aanbevolen om een venster te openen of om de snelheid van eventuele ventilatoren te verhogen.

Afvoer van de verbrandingsproductenDe afvoer van de verbrandingsproducten kan verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte natuurlijke trek of met een geforceerde afzuiging.

Installatie23NLNa het voltooien van de ingreep moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.1 Evacuatie door middel van een afzuigkap2 Evacuatie zonder afzuigkapA Evacuatie in enkel rookkanaal met natuurlijke trekB Evacuatie in enkel rookkanaal met elektrische ventilatorC Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer met elektrische ventilator op de wand of in de ruitD Evacuatie rechtstreeks in de atmosfeer via de wand Lucht Verbrandingsproducten Elektrische ventilator5.6 Aanpassing aan de verschillende gastypesWanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de gasmondstukken op de branders vervangen worden en moet de primaire lucht geregeld worden. Voor het vervangen van de gasmondstukken en het afstellen van de branders moet de plaat verwijderd worden.Verwijdering van de plaat1. Verwijder de roosters van de plaat.2.

Installatie243. Verwijder de vlamverdelers en de deksels.4. Draai de schroeven onder iedere brander los en verwijder het bevestigingsplaatje.5. Verwijder de pakking op de thermokoppels en de vonkontstekers van iedere brander.6. Verwijder de plaat.Vervanging gasmondstukken/luchtregeling1. Draai de schroef “A” los en duw de luchtregelaar “ ” helemaal in.B2. Verwijder de gasmondstukken “C” met een steeksleutel en monteer de gasmondstukken die voor het nieuwe gastype geschikt zijn, neem daarbij de aanwijzingen van de desbetreffende tabellen in acht (zie “Tabel met de kenmerken van de branders en de gasmondstukken”).

Installatie25NL3. Stel de houder “B” weer in de aanvankelijke stand zodat het gasmondstuk “ ” volledig wordt bedekt.C4. Regel de luchtdoorstroom door de Venturi-leiding “ ” te verplaatsen tot een Dafstand “X” wordt verkregen (zie “Primaire lucht (mm)” in de “Tabel met de kenmerken van de branders en de gasmondstukken”) en draai de schroef “A” aan.5. Hermonteer het apparaat op correcte wijze als u iedere brander heeft afgesteld.Regeling van het minimum voor methaan of stadsgasSchakel de brander in en laat hem op de lage stand branden. Verwijder de knop van de gaskraan, en handel op de regelschroef die zich naast het staafje van de kraan bevindt (afhankelijk van het model) tot een regelmatige minimum vlam wordt verkregen.Monteer de knop opnieuw en controleer de stabiliteit van de vlam van de brander.

Draai de knop snel vanaf de maximum positie naar de minimum positie: de vlam zou niet mogen uitgaan. Herhaal deze handeling voor alle gaskranen.Het aandraaimoment van het gasmondstuk mag niet meer dan 3 Nm bedragen.

Installatie26Regeling van het minimum voor vloeibaar gasDraai de schroef naast het staafje van de kraan helemaal rechtsom.Smering van de gaskranenHet kan zijn dat de gaskranen mettertijd moeilijk draaien en geblokkeerd raken. Reinig ze van binnen, en vervang het smeervet.Na de regeling met een ander gas dan het gas dat in de fabriek werd afgesteld moet het etiket voor de regeling van het gas, dat is aangebracht op het apparaat, vervangen worden door het etiket voor het nieuwe gas. Het etiket bevindt zich in het zakje van de gasmondstukken (indien aanwezig).Laat de gaskranen door een gespecialiseerde technicus smeren.

Installatie285.7 Elektrische aansluiting Algemene informatieControleer of de kenmerken van het stroomnet overeenstemmen met de gegevens op het identificatieplaatje.Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat en is zichtbaar op het apparaat aangebracht.Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.Zorg voor de aardverbinding met een kabel die ten minste 20 mm langer is dan de andere kabels.Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren: 220-240 V 1N~Gebruik een kabel .driepolige 3 x 1 mm²Vaste aansluitingRust de voedingslijn uit met een meerpolige onderbrekingsinrichting, overeenkomstig de installatienormen.De onderbrekingsinrichting dient op een eenvoudig te bereiken plaats en in de nabijheid van het apparaat te zijn aangebracht.Aansluiting met stekker en stopcontactControleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.Gebruik geen verloopstekkers, adapters of aftakkingen, omdat ze oververhitting of brand zouden kunnen veroorzaken.Elektrische spanningGevaar voor elektrische schok• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.• Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.• De aardverbinding van het elektrische systeem is verplicht en moet in overeenstemming met de geldende veiligheidsnormen worden uitgevoerd.• Schakel de algemene stroomtoevoer uit.• Trek nooit aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te halen.• Gebruik kabels die bestand zijn tegen temperaturen van minstens 90 °C.• Het aandraaimoment van de schroeven van de stroomgeleiders van het klemmenbord moet 1,5-2 Nm bedragen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Smeg SR975XGHNLK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden