Skoda Citigo (2017) Handleiding

Skoda Auto Citigo (2017)

Bekijk gratis de handleiding van Skoda Citigo (2017) (77 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Skoda Citigo (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/77
SIMPLY CLEVER
INSTRUCTIEBOEKJE
INSTRUCTIEBOEKJE
ŠKODA Citigo

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Skoda
Categorie: Auto
Model: Citigo (2017)

Handleiding Skoda Citigo (2017) – volledige tekst

VoorwoordU heeft gekozen voor een ŠKODA Hartelijk dank voor uw vertrouwen.De beschrijving van de wagenbediening, belangrijke aanwijzingen over vei-ligheid, wagenverzorging, onderhoud en zelfhulp, alsmede technische wa-gengegevens staan in dit instructieboekje.Dit instructieboekje daarom aandachtig doorlezen omdat dit een voorwaar-de vormt voor een juiste bediening van de wagen.Bij het gebruik van de wagen dienen altijd de algemeen geldende landspeci-fieke wettelijke bepalingen (bv. voor het vervoer van kinderen, het buitenwerking stellen van de airbag, het gebruik van banden, het verkeer etc.) inacht te worden genomen.Houd uw aandacht altijd bij het autorijden! Als bestuurder draagt u de volle-dige verantwoordelijkheid voor een veilig verkeersgedrag.Wij wensen u veel plezier met uw ŠKODA en te allen tijde een goede reis.ŠKODA AUTO

InhoudsopgaveProductaansprakelijkheid en ŠKODA garantie voor nieuwe wagens 5 Gedrukt instructieboekje 7 Online-instructieboekje 8 Omschrijvingen 9Opbouw van het instructieboekje en verdere informatie 10Gebruikte afkortingenVeiligheidPassieve veiligheid 12 Algemene aanwijzingen 12 Juiste en veilige zithouding 12 Veiligheidsgordels 15 Veiligheidsgordels gebruiken 15 Gordeloprolautomaten en gordelspanners 17 Airbagsysteem 18 Beschrijving van het airbagsysteem 18 Airbags buiten werking stellen 20 Veilig vervoer van kinderen 22 Kinderzitje 22 Bevestigingssystemen 25Bediening Bestuurdersruimte 29Overzicht 28Instrumenten en controlelampjes 30Instrumentenpaneel 30Controlelampjes 31 Informatiesysteem 37 Bestuurdersinformatiesysteem 37 Rijgegevens (multifunctie-indicatie) 39 MAXI DOT-display 41 Service-intervalindicatie 42 Ontgrendelen en openen 43 Ontgrendelen en vergrendelen 43 Achterklep 47 Ruitbediening 48 Panorama-schuif-kanteldak 49 Licht en zicht 51 Licht 51 Binnenverlichting 54 Zicht 54 Ruitenwissers en -sproeiers 55 Binnenspiegel 56 Stoelen en hoofdsteunen 58 Voorstoelen 58 Rugleuningen van zitplaatsen achterin 59 Hoofdsteunen 59 Voorstoelverwarming 60 Praktische uitrusting 61 Interieuruitrusting 61 Telefoonhouder 68 Vervoeren van lading 70 Bagageruimte en transport 70 Transport op de dakdragers 73 Verwarming en ventilatie 74Verwarming, handmatige airconditioning, Climatronic 74Infotainment Radio Swing/Blues 78 Belangrijke aanwijzingen 78 Apparaatoverzicht en -bediening 79 Apparaatinstellingen - Swing 81 Apparaatinstellingen - Blues 83 Radio 85 Media 87 Telefoon 92Bediening van de applicatie ŠKODA Move&Fun 97Rijden Wegrijden en rijden 99 Motor starten en afzetten 99 Start-stopsysteem 100 Remmen en parkeren 102 Handmatig schakelen en pedalen 103 Geautomatiseerde schakelbak 104 Motor inrijden en zuinig rijden 106 Schade aan de wagen voorkomen 106 Hulpsystemen 107 Algemene aanwijzingen 107 Rem- en stabiliteitssystemen 107 Parkeerhulp (ParkPilot) 109 Snelheidsregelsysteem 110 City Safe Drive 111 Bandenspanningscontrole 113Raadgevingen voor het gebruikVerzorging en onderhoud 114Servicewerkzaamheden, aanpassingen en technische wijzigingen 114 Service-intervallen 116 Reiniging en verzorging 118 Controleren en bijvullen 121 Brandstof 121 Motorruimte 125 Motorolie 127 Koelvloeistof 1283Inhoudsopgave.

Remvloeistof 129 Accu 130 Wielen 132 Velgen en banden 132 Gebruik bij winterse omstandigheden 135Tips om het zelf te doen Nooduitrusting en tips om het zelf te doen 137 Nooduitrusting 137 Wiel verwisselen 138 Bandenafdichtset 141 Starthulp 143 Wagen afslepen 144 Afstandsbediening 146 Noodontgrendeling/-vergrendeling 146 Ruitenwisserbladen vervangen 147 Zekeringen en gloeilampjes 148 Zekeringen 148 Gloeilampjes 152Technische gegevensTechnische gegevens 157 Fundamentele wagengegevens 157Wagenspecifieke gegevens afhankelijk van het motortype 161Trefwoordenlijst4Inhoudsopgave

Productaansprakelijkheid en ŠKODA garantie voornieuwe wagensProductaansprakelijkheidUw ŠKODA Partner is als verkopende partij conform de wettelijke voorschrif-ten en het koopcontract aansprakelijk voor gebreken aan uw nieuwe ŠKODA,aan ŠKODA originele onderdelen en aan ŠKODA originele accessoires. ŠKODA garantie voor nieuwe wagensNaast de aansprakelijkheid voor het product biedt de firma ŠKODA AUTO u deŠKODA garantie voor nieuwe wagens (hierna "ŠKODA garantie" genoemd). Hiervoor gelden de hierna beschreven voorwaarden. Binnen het kader van de ŠKODA garantie garandeert de firma ŠKODA AUTOhet volgende. ▶Kosteloze reparatie van defecten door een gebrek aan uw wagen die binnentwee jaar na begin van de ŠKODA garantie aan uw wagen optreden. ▶Kosteloze reparatie van defecten door een gebrek aan de lak van uw wagendie binnen drie jaar na begin van de ŠKODA garantie aan uw wagen optre-den.

▶Kosteloze reparatie van carrosserieschade door doorroesten die binnen 12jaar na begin van de garantie aan uw wagen optreedt. Onder doorroestenwordt binnen de ŠKODA garantie uitsluitend het doorroesten van carrosse-riedelen van binnenuit verstaan. Het begin van de garantie is de dag, waarop de eerste koper de nieuw gekoch-te wagen door de ŠKODA Partner krijgt overhandigd 1). Deze datum moet doorde ŠKODA Partner in het instructieboekje van de wagen bij » Documentatievan de aflevering van de wagen worden genoteerd. De reparatie van de wagen kan plaatsvinden door vervanging of reparatie vanhet defecte onderdeel. Vervangen onderdelen worden eigendom van deŠKODA Servicepartner. Verdere aanspraken kunnen niet aan de ŠKODA garantie worden ontleend.

Inhet bijzonder kan geen aanspraak worden gemaakt op de levering van eenvervangend product, op ontbinding van de koopovereenkomst, op een vervan-gende wagen gedurende de duur van de reparatie of op een schadevergoe-ding.

Indien uw ŠKODA bij een ŠKODA Partner in een land van de Europese Econo-mische Ruimte (dus de landen van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland enLiechtenstein) of Zwitserland is gekocht, kan in elk van deze landen bij eenŠKODA Servicepartner aanspraak worden gemaakt op de ŠKODA garantie. Indien uw ŠKODA bij een ŠKODA Partner in een land buiten de Europese Eco-nomische Ruimte en Zwitserland is gekocht, kan ook bij een ŠKODA Service-partner buiten de Europese Economische Ruimte en Zwitserland aanspraakworden gemaakt op de ŠKODA garantie. Het tijdig en vakkundig uitvoeren van alle voorgeschreven servicewerkzaam-heden volgens de voorschriften van de firma ŠKODA AUTO vormt een voor-waarde om aanspraak te kunnen maken op de ŠKODA garantie.

In geval vanaanspraken op de ŠKODA garantie dient te kunnen worden aangetoond dat al-le voorgeschreven servicewerkzaamheden tijdig en vakkundig volgens devoorschriften van de firma ŠKODA AUTO zijn uitgevoerd. In geval van niet ofniet conform de voorschriften van de firma ŠKODA AUTO uitgevoerde service-werkzaamheden blijven evenwel garantie-aanspraken bestaan indien u kuntaantonen dat het defect niet is ontstaan door het niet of niet conform de voor-schriften van de firma ŠKODA AUTO uitvoeren van de servicewerkzaamheden. Natuurlijke slijtage van uw wagen valt niet onder de ŠKODA garantie. Onder deŠKODA garantie vallen ook geen defecten aan naderhand gemonteerde onder-delen evenals defecten aan de wagen die hierdoor zijn veroorzaakt. Hetzelfdegeldt voor accessoires die niet af fabriek zijn ingebouwd en/of zijn geleverd.

Eveneens bestaan geen garantie-aanspraken indien het defect door een vande volgende oorzaken is ontstaan. ▶Ongeoorloofd gebruik, ondeskundige behandeling (bijvoorbeeld bij autospor-tevenementen of overbelading), ondeskundige verzorging en onderhoud ofongeoorloofde veranderingen aan de wagen. ▶Het niet opvolgen van de voorschriften in het instructieboekje resp.

▶Invloeden van buitenaf (bijvoorbeeld een ongeval, hagel, overstroming enz. ). ▶Aan of in de wagen zijn onderdelen gemonteerd waarvan het gebruik doorŠKODA AUTO niet is vrijgegeven of waardoor de wagen op een door ŠKODAAUTO niet toegestane wijze is veranderd (bv. tuning). ▶Een niet tijdig bij een specialist gemeld defect of een defect dat niet vakkun-dig is verholpen. De bewijsvoering van het ontbrekende oorzakelijk verband ligt bij de klant. Door de ŠKODA garantie worden de wettelijke rechten van de koper aangaan-de de aansprakelijkheid van de verkoper voor gebreken en mogelijke aanspra-ken uit de productaansprakelijkheidswetgeving niet beperkt. MobiliteitsgarantieDe mobiliteitsgarantie staat voor een gevoel van zekerheid. Indien u onderweg onverhoopt met pech blijft staan, kunt u door de mobili-teitsgarantie toch uw reis voortzetten.

Optionele ŠKODA garantieverlengingIndien u bij aanschaf van uw nieuwe wagen een ŠKODA garantieverlengingheeft aangeschaft, wordt hiermee de 2-jarige ŠKODA garantie aangaande dekosteloze uitvoering van alle garantiereparaties verlengd tot de door u geko-zen duur resp. tot het bereiken van het gekozen kilometrage, afhankelijk vanwat het eerst wordt bereikt.

Gedrukt instructieboekjeIn het gedrukte instructieboekje staat de belangrijkste informatie vermeldaangaande de bediening van de wagen. Het instructieboekje met aanvullendeinformatie is als beschikbaar op de ŠKODA-internetpagina'sonline-versie» afb. 1 .op pag. 8Dit instructieboekje geldt voor alle van de wagen en voorcarrosserievariantenalle bijbehorende alsmede voor alle .modelvarianten uitrustingsniveausIn dit instructieboekje worden altijd beschreven,alle uitrustingsvariantenzonder dat deze als meeruitvoering, modelvariant of landafhankelijke uitrus-ting worden aangegeven. Daarom zijn in uw wagen niet alle uitrustingscom-ponenten die in dit instructieboekje worden beschreven, aanwezig.De uitrustingsomvang van de wagen heeft betrekking op het koopcontractvan de wagen.

Met vragen over de uitrustingsomvang kunt u contact opnemenmet een ŠKODA Partner.De in dit instructieboekje dienen alleen ter illustratie. De afbeel-afbeeldingendingen kunnen op kleine details afwijken van uw wagen; zij zijn slechts als al-gemene informatie op te vatten.ŠKODA AUTO werkt continu aan de verdere verbetering van alle wagens. Te al-len tijde zijn er daarom wijzigingen in de leveringsomvang in vorm, uitrustingen techniek mogelijk. De in dit instructieboekje vermelde informatie komtovereen met de stand van de gegevens ten tijde van de redactiesluiting.Uit de technische gegevens, afbeeldingen en informatie in dit instructieboekjekunnen daarom geen aanspraken worden afgeleid.Wij adviseren, de , waarnaar in dit instructieboekje wordt ver-internetpagina'swezen, in de klassieke weergave weer te geven.

Online-instructieboekjeAfb. 1Online-instructieboekje op deŠKODA-internetpagina'sHet online-instructieboekje bevat aanvullende informatie die in de gedrukteversie van het instructieboekje niet staat vermeld.Voor de als volgt te werk gaan.weergave van het online-instructieboekje 1. De QR-code scannen met de bijbehorende applicatie op uw exter-» afb. 1ne apparaat (bv. telefoon, tablet) het volgende adres in de webbrowserofingeven. http://go.skoda.eu/owners-manuals De internetpagina met een modeloverzicht van het merk ŠKODA wordtgeopend. 2. Het gewenste model selecteren - er wordt een menu met de instructie-boekjes weergegeven. 3. De productieperiode en de taal kiezen. 4. Een van de volgende varianten van het instructieboekje selecteren. Bestand in -formaatpdf -versie van het instructieboekjeOnline Variant voor het mobiele apparaat - Applicatie My ŠKODA App8Online-instructieboekje

OmschrijvingenGebruikte begrippen- Werkplaats die eenvoudige servicewerkzaamheden aan wagensvan het merk ŠKODA uitvoert. Een specialist kan zowel een ŠKODA Part-ner, een ŠKODA Servicepartner als ook een onafhankelijke werkplaatszijn.- Werkplaats die contractueel door de firma ŠKODAAUTO of de importeur is geautoriseerd om servicewerkzaamheden aanwagens van het merk ŠKODA uit te voeren en ŠKODA originele onderde-len te verkopen.- Onderneming die door de firma ŠKODA AUTO of de impor-teur is geautoriseerd om nieuwe wagens van het merk ŠKODA te verko-pen en, indien van toepassing, servicewerkzaamheden hieraan uit tevoeren met gebruik van ŠKODA originele onderdelen en ŠKODA origineleonderdelen te verkopen.Tekstaanwijzingen- kort indrukken (bv. een toets), minder dan 1 s- lang indrukken (bv.

een toets), meer dan 1 sVerklaring van symbolenVerwijzing naar de inleidende module van een hoofdstuk met belangrijkeinformatie en veiligheidsaanwijzingenSituaties waarin de wagen zo snel mogelijk tot stilstand dient te wordengebracht. ® Geregistreerd handelsmerk →Verwijzing naar de volgende bedieningsstapATTENTIETeksten met dit symbool informeren over ernstig ongeval-, verwonding- oflevensgevaar.VOORZICHTIGTeksten met dit symbool informeren over het gevaar voor beschadiging van dewagen of een mogelijke functiestoring van systemen.Let opIn teksten met dit symbool staat extra informatie."Specialist""ŠKODA Servicepartner""ŠKODA Partner""Indrukken""Ingedrukt houden"9Omschrijvingen

Opbouw van het instructieboekje en verdere informatieOpbouw van instructieboekjeHet instructieboekje is hiërarchisch in de volgende delen onderverdeeld.■Segment (bv. Raadgevingen voor het gebruik) - de titel van het segmentstaat onderaan de linkerbladzijde vermeld■Hoofdstuk (bv. Controleren en bijvullen) - de titel van het hoofdstuk staataltijd onderaan de rechterbladzijde vermeld■Subhoofdstuk (bv. Motorolie)■ Inleiding van onderwerp - moduleoverzicht binnen het subhoofd-stuk, inleidende informatie over de inhoud van het subhoofdstuk, even-tueel voor het gehele subhoofdstuk geldende aanwijzingen.■Module (bv.

Controleren en bijvullen)InformatiezoekenBij het informatiezoeken in het instructieboekje adviseren we om de Tref-woordenlijst aan het einde van het instructieboekje te gebruiken.RichtingsinformatieAlle richtingsinformatie, zoals "links", "rechts", "voor", "achter", heeft betrek-king op het vooruit rijden van de wagen.EenhedenDe volume-, gewichts-, snelheids- en afmetingeninformatie wordt in metrischeeenheden vermeld, tenzij anders vermeld.NoodhulpIn geval van pech kunt u de benodigde contactgegevens van de reparatie-dienst vinden op de volgende plaatsen.▶Contactgegevens van de ŠKODA Partner (bv. raamsticker)▶Mobiele applicatie ŠKODA▶ŠKODA-websites10 Opbouw van het instructieboekje en verdere informatie

Gebruikte afkortingen Afkorting Betekenis 1/min Omwentelingen per minuut van de motorA2DP Een Bluetooth®-profiel voor de eenzijdige audiogegevens-verzending ABS Antiblokkeersysteem AF Alternatieve frequenties van actuele radiozender AGM Accutype AM Aanduiding van het frequentiebereik ASG Geautomatiseerde schakelbak ASR TractiecontroleAVRCP Een Bluetooth®-profiel voor de bediening van de met de ver-zending van audiogegevens verbonden multimediafunctiesBT Bluetooth® - Draadloze communicatie voor het ontvangenen versturen van spraakgegevens en data CNG Gecomprimeerd aardgasCO2Koolstofdioxide COC Conformiteitsverklaring DAB Digitale radio-ontvangstDRM Een systeem voor de bewaking resp.

beperking van het ge-bruik van inhoud van digitale media EDS Elektronisch sperdifferentieel ECE Europese Economische Commissie EPC Controle van de motorelektronica ESC Stabiliteitscontrole ET Inpersdiepte van de velg EU Europese Unie FM Aanduiding van het frequentiebereik G-TEC Aanduiding van wagens op aardgasGPT Een methode voor het indelen van gedeeltes op geheugen-apparaten (wordt voor grote geheugens gebruiken) HBA Remassistent Afkorting BetekenisHFP Een Bluetooth®-profiel voor de communicatie tussen eenmobiele telefoon en de radio Swing HHC BergwegrijhulpID3 tagEen aanvullende eigenschap van een muziekbestand waar-mee o. a.

artiest, titel en albumnaam kan worden weergege-ven kW Kilowatt, eenheid voor het vermogen LED Soort verlichting MG Schakelbak MFA Multifunctie-indicatie mp3 Gecomprimeerd audioformaat MPI Benzinemotor met Multi-Point-inspuitsysteem MSC Een communicatieprotocol voor een USB-apparaat MSR Motorsleepmomentregeling MTP Een communicatieprotocol voor een geheugenapparaatN1 Een uitsluitend of voornamelijk voor het transport van goe-deren ontworpen bestelwagen Nm Newtonmeter, eenheid voor het motorkoppel OPS Optisch parkeersysteemPI-code Een programma-identificatie voor radiozenders, die eengroepensortering van radiozenders mogelijk maakt PIN Persoonlijk identificatienummerRDS Een systeem voor de overdracht van extra informatie bij deradio-ontvangst in het FM-frequentiegebied TP Identificatie van een verkeersinformatiezender VIN Chassisnummer W Watt, eenheid voor het vermogen wma Gecomprimeerd audioformaat11Gebruikte afkortingen.

VeiligheidPassieve veiligheidAlgemene aanwijzingen Inleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Vóór elke rit 12 Rijveiligheid 12In dit hoofdstuk van het instructieboekje vindt u belangrijke informatie metbetrekking tot het thema passieve veiligheid. We hebben hier alles samenge-vat wat u bijvoorbeeld over veiligheidsgordels, airbags en het veilig vervoervan kinderen moet weten. Verdere belangrijke informatie met betrekking tot de veiligheid kunt u ook vin-den in de volgende hoofdstukken van dit instructieboekje. Het instructieboek-je moet daarom altijd in de wagen aanwezig zijn. Vóór elke ritVoor uw eigen veiligheid en voor de veiligheid van uw passagiers moet voorelke rit op de onderstaande punten worden gelet. ▶De werking van de verlichting en de knipperlichten controleren.

▶De werking van de ruitenwissers en de toestand van de ruitenwisserbladencontroleren. Het ruitensproeiervloeistofpeil controleren. ▶Ervoor zorgen dat alle ruiten een helder en goed zicht naar buiten bieden. ▶De spiegels zo instellen dat het zicht naar achteren is gewaarborgd. Ervoorzorgen dat de spiegels niet afgedekt zijn. ▶De bandenspanning controleren. ▶Motorolie-, remvloeistof- en koelvloeistofpeil controleren. ▶Aanwezige bagage goed bevestigen. ▶De toegestane asbelastingen en het maximaal toegestaan gewicht van dewagen niet overschrijden. ▶Alle portieren, de motorkap en de achterklep sluiten. ▶Controleren of er geen voorwerpen zijn die de bediening van de pedalen kun-nen beïnvloeden. ▶Kinderen beschermen in een geschikt kinderzitje , » pag. 22 Veilig vervoervan kinderen. ▶De juiste zithouding innemen. Uw passagiers erop wijzen de juiste zithou-ding in te nemen. ,. » pag.

▶Niet rijden als uw rijvaardigheid is verminderd (bv. door medicijnen, alcohol ofverdovende middelen). ▶De verkeersregels en de aangegeven snelheid aanhouden. ▶Uw rijsnelheid steeds aan de toestand van de weg en de verkeers- en weers-omstandigheden aanpassen. ▶Op lange ritten regelmatig pauzeren (ten minste eens in de twee uur). Juiste en veilige zithoudingInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Juiste zithouding van de bestuurder 13Stand van het stuurwiel instellen 14Juiste zithouding van de bijrijder 14Juiste zithouding van de passagiers op de zitplaatsen achterin 14Vóór elke rit de juiste zithouding innemen en deze houding ook tijdens de ritniet wijzigen. Ook de passagiers erop wijzen de juiste zithouding in te nemenen deze houding ook tijdens de rit niet te wijzigen.

Voor de gelden de volgende aanwijzingen die, indien ze niet wordenbijrijderopgevolgd, tot zwaar of dodelijk letsel kunnen leiden. ▶Niet tegen het dashboard leunen. ▶De voeten niet op het dashboard leggen. Voor alle gelden de volgende aanwijzingen die, indien ze niet wor-inzittendenden opgevolgd, tot zwaar of dodelijk letsel kunnen leiden. ▶Niet alleen op het voorste deel van de zitting gaan zitten. ▶Niet dwars op de stoel gaan zitten. ▶Niet uit de ruiten leunen. 12 Veiligheid.

▶De ledematen niet in de ruitopeningen steken. ▶De voeten niet op de zitting leggen. ATTENTIE■De voorstoelen en alle hoofdsteunen moeten altijd overeenkomstig de li-chaamslengte worden ingesteld en de veiligheidsgordels moeten altijdgoed omgegespt zijn, zodat de inzittenden zo optimaal mogelijk wordenbeschermd. ■Iedere inzittende in de wagen moet de bij die zitplaats horende veilig-heidsgordel juist omgespen en dragen. Kinderen moeten met een geschiktveiligheidssysteem worden vastgezet , » pag. 22 Veilig vervoer van kinde-ren. ■Tijdens het rijden mag de leuning niet te schuin naar achteren staan, om-dat anders de werking van de veiligheidsgordels en de airbags in negatievezin worden beïnvloed - gevaar voor verwondingen. ATTENTIEDoor een verkeerde zithouding stelt de inzittende zich bloot aan levensge-vaarlijk letsel. Juiste zithouding van de bestuurder Afb.

2 Juiste zithouding van de bestuurder / juist vasthouden van hetstuurwiel Lees en bekijk eerst op bladzijde 13. Met het oog op uw eigen veiligheid en om het gevaar voor verwondingen bijeen ongeval te verminderen, moeten de volgende aanwijzingen in acht wor-den genomen. De bestuurdersstoel zodanig instellen, dat de pedalen met licht gebogenbenen volledig kunnen worden ingetrapt en de afstand tussen het stuur-wiel en de borstkas ten minste 25 cm bedraagt - » afb. 2 A. De leuning zodanig verstellen, dat u het stuurwiel op het bovenste puntmet licht gebogen armen kunt vastpakken. De veiligheidsgordel juist omgespen. » pag. 16ATTENTIE■Een afstand tot het stuurwiel van ten minste 25 cm in acht nemen, an-ders kan het airbagsysteem u niet beschermen - levensgevaar. ■Het stuurwiel tijdens het rijden met beide handen vasthouden aan debuitenzijde van het stuur op "kwart" over "negen".

Anders kunt u bij de acti-vering van de airbag zware verwondingen aan uw armen, handen en hoofdoplopen. ■Ervoor zorgen dat zich geen voorwerpen in de bestuurdersvoetenruimtebevinden, omdat deze tijdens het rijden tussen de pedalen kunnen komen. U zou dan niet in staat zijn om het koppelingspedaal in te trappen, te rem-men of gas te geven. 13Passieve veiligheid.

Stand van het stuurwiel instellen Afb. 3 Stuurwielstand instellenLees en bekijk eerst op bladzijde 13. Het stuurwiel kan in hoogte worden ingesteld. ›De borghendel onder het stuurwiel in pijlrichting 1 zwenken. » afb. 3›Het stuurwiel in de gewenste stand zetten. Het stuurwiel kan in pijlrichting2 worden versteld. ›De borghendel tot de aanslag in pijlrichting 3 drukken. ATTENTIE■Het stuurwiel nooit tijdens het rijden verstellen, maar alleen als de wagenstilstaat. ■De borghendel na de instelling altijd vergrendelen, zodat de stand vanhet stuurwiel niet onbedoeld verandert - gevaar voor ongevallen. Juiste zithouding van de bijrijderLees en bekijk eerst op bladzijde 13. Met het oog op de veiligheid van de passagier en om het gevaar voor verwon-dingen bij een ongeval te verminderen, moeten de volgende aanwijzingen inacht worden genomen.

De bijrijdersstoel zo ver mogelijk naar achteren schuiven. De bijrijder moeteen minimale afstand van 25 cm ten opzichte van het dashboard aanhou-den, zodat de airbag bij een activering de grootst mogelijke veiligheidbiedt. De veiligheidsgordel juist omgespen. » pag. 16ATTENTIE■Een afstand tot het dashboard van ten minste 25 cm in acht nemen, an-ders kan het airbagsysteem u niet beschermen - levensgevaar. ■De voeten altijd tijdens het rijden in de voetenruimte houden - leg uwvoeten nooit op het dashboard, uit het raam of op de zittingen. Door eenverkeerde zithouding stelt u zich bij remmen of een aanrijding bloot aaneen verhoogd risico van lichamelijk letsel. Bij een activering van de airbagkunt u zich door een verkeerde zithouding dodelijk verwonden. Juiste zithouding van de passagiers op de zitplaatsen achterin Lees en bekijk eerst op bladzijde 13.

Met het oog op de veiligheid van de passagiers op de zitplaatsen achterin enom het gevaar voor verwondingen bij een ongeval te verminderen, moeten devolgende aanwijzingen in acht worden genomen.

VeiligheidsgordelsVeiligheidsgordels gebruikenInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Juiste gordelverloop 16 Veiligheidsgordels omgespen en losmaken 16Correct omgegespte veiligheidsgordels bieden een goede bescherming bij on-gelukken. Ze verkleinen het risico op lichamelijk letsel aanzienlijk en vergrotende kans een zwaar ongeval te overleven. De gordels reduceren de bewegingsenergie aanzienlijk. Verder voorkomen zeongecontroleerde bewegingen die zwaar letsel tot gevolg kunnen hebben. Bij het vervoeren van kinderen de volgende aanwijzingen in acht nemen » pag. 22,. Veilig vervoer van kinderenATTENTIE■Vóór elke rit de veiligheidsgordel correct omgespen. Dit geldt ook voor deoverige passagiers - gevaar voor verwondingen.

■De maximale beschermende werking van de veiligheidsgordels wordt al-leen bij een correcte zithouding bereikt , » pag. 12 Juiste en veilige zithou-ding. ■De leuningen mogen niet te ver naar achteren staan, omdat anders dewerking van de veiligheidsgordel teniet kan worden gedaan. ATTENTIEAanwijzingen voor het bedienen van de veiligheidsgordels■De gordel mag niet zijn vastgeklemd, zijn verdraaid of langs scherpe rand-en schuren. ■Let erop dat de veiligheidsgordel bij het sluiten van het portier niet wordtingeklemd. ATTENTIEAanwijzingen voor het juiste gebruik van de veiligheidsgordels■Met een veiligheidsgordel mogen nooit twee personen (ook geen kinde-ren) worden vastgegespt. ATTENTIE (vervolg)■De slotgesp mag alleen in het bij de betreffende zitting behorende slot-deel worden gestoken.

Het verkeerd omdoen van de veiligheidsgordel be-invloedt de beschermende werking hiervan en de kans op letsel neemt toe. ■Veel lagen kleding en ook losse kleding (bijvoorbeeld een mantel overeen colbert) belemmeren het correct aanliggen en de werking van de veilig-heidsgordels.

■Geen klemmen of andere voorwerpen voor het instellen van de veilig-heidsgordels (bijvoorbeeld voor het inkorten van de veiligheidsgordels bijkleinere personen) gebruiken. ■De veiligheidsgordels voor de zitplaatsen achterin kunnen alleen goedfunctioneren als de achterbankrugleuning correct is vergrendeld » pag. 59. ATTENTIEAanwijzingen voor het onderhoud van de veiligheidsgordels■De gordelband moet schoon worden gehouden. Een vervuilde veiligheids-gordel kan de werking van de veiligheidsgordel negatief beïnvloeden » pag. 120. ■De veiligheidsgordels mogen niet worden uitgebouwd en op geen enkelemanier worden gewijzigd. Nooit proberen om de veiligheidsgordels zelf terepareren. ■De staat van de veiligheidsgordels regelmatig controleren. Indien een be-schadiging aan een van de onderdelen van het veiligheidsgordelsysteem(bv.

de gordelband, de gordelverbindingen, de oprolautomaat, het gordel-slot) wordt vastgesteld, moet de betreffende veiligheidsgordel direct dooreen specialist worden vervangen. ■Veiligheidsgordels die tijdens een ongeval zijn belast door een specialistlaten vervangen. Tevens moeten de verankeringen van de veiligheidsgor-dels worden gecontroleerd. 15Veiligheidsgordels.

Juiste gordelverloop Afb. 4 Verloop van de gordelband van de schouder- en heupgordel / gor-delverloop bij zwangere vrouwenLees en bekijk eerst op bladzijde 15. Voor de optimale beschermende werking van de veiligheidsgordels is het gor-delverloop van groot belang. Het moet ongeveer over het midden van de schouderschoudergordelgedeelte(in geen geval langs de nek) lopen en goed tegen het bovenlichaam aanliggen» afb. 4 - . Het moet vóór het bekken worden gelegd, mag niet overheupgordelgedeeltede buik lopen en moet altijd strak tegen het lichaam aanliggen - » afb. 4 . Bij moet het heupgordelgedeelte zo laag mogelijk tegenzwangere vrouwenhet bekken aanliggen, zodat er geen druk op de onderbuik wordt uitgeoefend» afb. 4 - . ATTENTIE■Altijd op het juiste verloop van de veiligheidsgordel letten. Een verkeerdgedragen veiligheidsgordel kan zelfs bij een lichte aanrijding tot letsel lei-den.

■Een te los gedragen veiligheidsgordel kan tot letsel leiden, omdat uw li-chaam bij een ongeval door de bewegingsenergie verder naar voren komten dan abrupt door de veiligheidsgordel wordt afgeremd. ■De gordel nooit over vaste of breekbare voorwerpen leiden (bv. pennen,brillen, balpennen, sleutels). Deze voorwerpen kunnen tot verwondingenleiden. Veiligheidsgordels omgespen en losmaken Afb. 5 Veiligheidsgordel omgespen / losmakenLees en bekijk eerst op bladzijde 15. Vóór het omgespen›De hoofdsteun correct instellen (geldt niet voor stoelen met geïntegreerdehoofdsteun). ›De stoel instellen (geldt voor de voorstoelen). Omgespen›De gordel aan de slotgesp langzaam over borst en bekken trekken. ›De slotgesp in het bij de stoel behorende gordelslot - » afb. 5  steken totdeze hoorbaar vastklikt. ›Aan de veiligheidsgordel trekken om te controleren of de slotgesp goed inhet slot is vastgeklikt.

Gordeloprolautomaten en gordelspanners Inleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Gordeloprolautomaten 17 Gordelspanners 17GordeloprolautomatenElke veiligheidsgordel is uitgerust met een gordeloprolautomaat.Bij langzaam trekken aan de veiligheidsgordel is de volledige bewegingsvrij-heid van de gordel gegarandeerd. Als met een ruk aan de veiligheidsgordelwordt getrokken, wordt deze door de oprolautomaat geblokkeerd.

De veilig-heidsgordels blokkeren ook bij een noodremming, bij het accelereren, bij hetrijden in de bergen en in bochten.ATTENTIEIndien de veiligheidsgordel niet blokkeert als hier met een ruk aan wordtgetrokken, moet de oprolautomaat direct door een specialist worden ge-controleerd.GordelspannersDe veiligheid van bestuurder en bijrijder wordt door de gor-gordeldragendedelspanners op de oprolautomaten van de voorste veiligheidsgordels vergroot.De veiligheidsgordels worden bij een ongeval met een bepaalde hevigheiddoor de gordelspanner gespannen, zodat een ongewenste lichaamsbewegingwordt voorkomen.Bij botsingen, bij een koprol en bij ongevallen waarbij geen grote krach-lichteten werkzaam zijn, vindt er van de gordelspanners plaats.geen activeringATTENTIE■Alle werkzaamheden aan het gordelspannersysteem evenals het in- enuitbouwen van systeemonderdelen vanwege andere reparatiedoeleindenmogen alleen door een specialist worden uitgevoerd.■Als de gordelspanners werden geactiveerd, moet het systeem wordenvervangen.Let op■De gordelspanners kunnen ook bij niet gedragen veiligheidsgordels wordengeactiveerd.■Bij het activeren van de gordelspanners komt rook vrij.

AirbagsysteemBeschrijving van het airbagsysteemInleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Systeembeschrijving 18 Airbagactivering 18 Veiligheidsaanwijzingen 19Het airbagsysteem biedt als aanvulling op de veiligheidsgordels een extra in-zittendenbescherming bij ernstige aanrijdingen van voren en van opzij. De maximale beschermende werking van de airbag wordt alleen bereikt incombinatie met een correct omgegespte veiligheidsgordel, de airbag is geenvervanging voor de veiligheidsgordel. De status van het airbagsysteem wordt door het controlelampje  in het in-strumentenpaneel weergegeven. » pag. 35Systeembeschrijving Afb. 6 Inbouwplaatsen van de airbagsInbouwplaatsen van de airbags » afb.

6VoorairbagsZij-airbags voor Head-thoraxABVoorairbags - Bij het contact met de volledig opgeblazen airbag wordt devoorwaartse beweging van de bestuurder en de bijrijder gedempt en het ge-vaar voor letsel voor hoofd en bovenlichaam verminderd. De voorairbags zijn gemarkeerd met het opschrift  in het stuurwiel en inhet dashboard aan bijrijderszijde. Zij-airbags Head-thorax - Bij het contact met de volledig opgeblazen airbagwordt de voorwaartse beweging van de inzittenden gedempt en het gevaarvoor letsel voor het volledige bovenlichaam (borst, buik en bekken) aan de zij-de die naar het portier is gericht verminderd. De zij-airbags zijn gemarkeerd met een label met het opschrift  aan deleuning van de voorstoelen. Het airbagsysteem bestaat (afhankelijk van de wagenuitvoering) uit devolgende delen. ▶Individuele airbags. ▶Controlelampje  in het instrumentenpaneel. » pag.

35▶Sleutelschakelaar voor bijrijdersvoorairbag. » pag. 21▶Controlelampje voor bijrijdersvoorairbag in het middenstuk van het dash-board. » pag. 21Airbagactivering Afb. 7 Gasgevulde airbagsHet airbagsysteem is alleen bij ingeschakeld contact actief. Bij het activeren wordt de airbag gevuld met gas en ontvouwt deze zich.

Bij het opblazen van de airbag komt rook vrij. Dat is geen teken dat de wagenin brand staat. ActiveringsvoorwaardenDe voor elke situatie geldende activeringsvoorwaarden van het airbagsysteemkunnen niet exact worden gedefinieerd. Belangrijk hierbij is de hardheid vanhet voorwerp waar de wagen tegenaan botst, de botshoek, de rijsnelheid, enz. Voor de activering van de airbags is de optredende mate van vertraging door-slaggevend. Als de tijdens de botsing optredende en gemeten vertraging vande wagen onder de in het regelapparaat aangegeven referentiewaarden blijft,worden de airbags niet geactiveerd, hoewel de wagen als gevolg van de bot-sing vrij sterk vervormd kan zijn. Bij ernstige frontale aanrijdingen worden de volgende airbags geactiveerd. ▶Bestuurdersvoorairbag. ▶Bijrijdersvoorairbag. Bij ernstige aanrijdingen van opzij wordt de volgende airbag geactiveerd.

▶Zij-airbag Head-Thorax aan zijde van het ongeval. Bij een airbagactivering gebeurt het volgende. ▶De alarmlichten worden ingeschakeld. ▶Alle portieren worden ontgrendeld. ▶De brandstoftoevoer naar de motor wordt onderbroken. ▶De binnenverlichting gaat branden (als de automatische bediening van debinnenverlichting ingeschakeld is - stand ). Wanneer volgt er geen airbagactivering. Bij frontale aanrijdingen, lichte aanrijdingen van opzij en aanrijdingenlichtevan achteren, kantelen van de wagen of een koprol vindt er geen airbagactive-ring plaats. VeiligheidsaanwijzingenAfb. 8Veilige afstand tot het stuurwielen het dashboardATTENTIEAlgemene aanwijzingen■De maximale beschermende werking van de veiligheidsgordels en hetairbagsysteem kan alleen bij een correcte zithouding worden bereikt» pag. 12.

■Bij het activeren van de airbag treden grote krachten op, zodat bij eenverkeerde stoelinstelling of zitpositie ernstig of zelfs dodelijk letsel kan op-treden. Dit geldt met name voor kinderen die niet in een geschikt kinderzi-tje worden vervoerd. » pag.

24■Als zich een storing voordoet, het airbagsysteem direct door een specia-list laten controleren. Anders bestaat het gevaar dat de airbags bij een on-geval niet worden geactiveerd. ■Als de airbag is geactiveerd, moet het airbagsysteem worden vervangen. ■Het oppervlak van het stuurwiel en het dashboard bij de voorairbagsmoeten indien mogelijk alleen met een droge of met water bevochtigdedoek worden gereinigd. ATTENTIEAanwijzingen voor voorairbags■Het is belangrijk dat de bestuurder en bijrijder een afstand van minstens25 cm tot het stuurwiel resp. het dashboard aanhouden - » afb. 8 A. Alsdeze afstand niet wordt aangehouden, kan het airbagsysteem u niet be-schermen - levensgevaar. De voorstoelen moeten altijd overeenkomstig delichaamslengte zijn ingesteld.

■Bij gebruik van een naar achteren gericht kinderzitje op de bijrijdersstoel,moet de bijrijdersvoorairbag beslist buiten werking worden gesteld » pag. 20,. Als dat niet gebeurt, kan het kind doorAirbags buiten werking stellende geactiveerde bijrijdersvoorairbag zwaar gewond raken of zelfs wordengedood. ■In het gebied waarin de voorairbags naar buiten komen, mogen zich vóórde inzittenden op de voorstoelen geen andere personen, dieren of voor-werpen bevinden. ■Het stuurwiel en het oppervlak van het dashboard aan bijrijderszijde nietbeplakken, bekleden of op andere wijze bewerken. In de buurt van de in-bouwplaatsen van de airbags en het gebied waarin de airbags naar buitenkomen mogen geen voorwerpen worden gemonteerd, zoals bekerhouders,telefoonhouders enz. ■Nooit voorwerpen op het oppervlak van het dashboard aan bijrijderszijdeplaatsen. 19Airbagsysteem.

ATTENTIEAanwijzingen voor zij-airbags■In het gebied waarin de zij-airbags naar buiten komen, mogen zich geenvoorwerpen bevinden (bv. aan de opzij gewenkte zonnekleppen) en aan deportieren mogen geen accessoires zijn aangebracht (zoals bekerhouders) -gevaar voor verwondingen. ■Aan de kledinghaken in de wagen slechts lichte kleding hangen en in dezakken van de kledingstukken geen zware of scherpe voorwerpen latenzitten. Voor het ophangen van kleding geen kledingbeugel gebruiken. ■Het airbagsysteem werkt met druksensoren die in de voorportieren zijnaangebracht. Daarom mogen zowel aan de portieren als aan de portierbe-kledingen geen aanpassingen (bv. inbouwen van extra luidsprekers) wor-den uitgevoerd. Meer informatie. » pag. 115■Er mogen geen grote krachten, zoals stoten, trappen enz. , op de rugleu-ningen worden uitgeoefend - gevaar voor beschadiging van de zij-airbag.

De zij-airbags zouden in dit geval niet worden geactiveerd. ■U mag geen stoelhoezen op de bestuurders- of bijrijdersstoel aanbrengendie niet uitdrukkelijk door ŠKODA AUTO zijn goedgekeurd. Omdat de airbagaan de zijkant uit de stoel wordt ontvouwen, zou bij gebruik van niet-vrij-gegeven stoelhoezen de beschermende werking van de zij-airbags aan-zienlijk worden beperkt. ■Beschadigingen van de originele stoelbekleding of van de stiksels bij deinbouwplaats van de zij-airbags direct door een specialist laten repareren. ATTENTIEAanwijzingen voor het behandelen van het airbagsysteem■Alle werkzaamheden aan het airbagsysteem evenals het in- en uitbou-wen van onderdelen van het systeem vanwege andere reparatiewerkzaam-heden (bv. de stoel uitbouwen) mogen alleen door een specialist wordenuitgevoerd. Meer informatie. » pag.

115■Aan de delen van het airbagsysteem, aan de voorbumper of aan de car-rosserie mag geen enkele verandering worden aangebracht. ■Geen wijzigingen aanbrengen aan de afzonderlijke delen van het airbag-systeem, omdat dit tot activering van een airbag kan leiden.

Airbags buiten werking stellen Inleiding voor het onderwerpIn dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:Airbags buiten werking stellen 20 Bijrijdersvoorairbag buiten werking stellen 21Airbags buiten werking stellenDe bijrijdersvoorairbag kan met de sleutelschakelaar buiten werking wordengesteld - » afb. 9 op pag. 21 . Wij adviseren, andere airbags zo nodig door een ŠKODA Servicepartner buitenwerking te laten stellen. Het buiten werking stellen van de airbags wordt door het controlelampje aangegeven. » pag. 35Het buiten werking stellen van de airbags is bedoeld voor de volgendesituaties. ▶Indien een naar achteren gericht kinderzitje op de bijrijdersstoel moet wor-den gebruikt. » pag. 22▶Indien ondanks een correcte instelling van de bestuurdersstoel de afstandvan ten minste 25 cm tussen het midden van het stuurwiel en het borstbeenniet kan worden aangehouden.

▶Indien in verband met een handicap speciale accessoires in de buurt van hetstuurwiel nodig zijn. ▶Indien andere stoelen worden gemonteerd (bijvoorbeeld orthopedische stoe-len zonder zij-airbag). ATTENTIEAls bij de verkoop van de wagen een airbag buiten werking is gesteld, danmoet de koper daarvan op de hoogte worden gebracht. 20 Veiligheid.

Bijrijdersvoorairbag buiten werking stellen Afb. 9 Sleutelschakelaar voor bijrijdersvoorairbag / controlelampje voorbijrijdersvoorairbagStanden van de sleutelschakelaar - » afb. 9 De bijrijdersvoorairbag is paraat - na het inschakelen van het contactbrandt het controlelampje   - niet » afb. 9 De bijrijdersvoorairbag is buiten werking gesteld - na het inschakelen vanhet contact het controlelampje brandt  Buiten werking stellen›Het contact uitschakelen. ›Het bijrijdersportier openen. ›Bij een radiografische afstandsbediening de sleutelbaard uitklappenvolledig ». ›De sleutel voorzichtig tot de aanslag in de sleuf van de sleutelschakelaarschuiven. ›Met de sleutel de sleuf van de sleutelschakelaar voorzichtig in stand draaien. › De sleutel uit de sleuf in de sleutelschakelaar trekken. » ›Het bijrijdersportier sluiten.

›Controleren of na het inschakelen van het contact het controlelampje  brandt. In paraatheid brengen›Het contact uitschakelen. ›Het bijrijdersportier openen. ›Bij een radiografische afstandsbediening de sleutelbaard uitklappenvolledig ». ›De sleutel voorzichtig tot de aanslag in de sleuf van de sleutelschakelaarschuiven. ›Met de sleutel de sleuf van de sleutelschakelaar voorzichtig in stand draai-en. › De sleutel uit de sleuf in de sleutelschakelaar trekken. » ›Het bijrijdersportier sluiten. ›Controleren of na het inschakelen van het contact het controlelampje  niet brandt. ATTENTIE■De bestuurder is verantwoordelijk voor het buiten werking stellen of inparaat brengen van de airbag. ■De airbag alleen bij afgezet contact buiten werking stellen. Anders kunt ueen storing in het systeem voor het buiten werking stellen van de airbagveroorzaken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Skoda Citigo (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden