Siemens HR578GFS7F Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens HR578GFS7F (44 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Siemens HR578GFS7F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Oven |
| Model: | HR578GFS7F |
Handleiding Siemens HR578GFS7F – volledige tekst
nl InhoudsopgaveU kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan deQR-code op de titelpagina. InhoudsopgaveInhoudsopgaveGEBRUIKERSHANDLEIDING1 Veiligheid . 22 Materiële schade vermijden . 53 Milieubescherming en besparing . 64 Uw apparaat leren kennen . 75 Accessoires . 106 Voor het eerste gebruik . 117 De Bediening in essentie . 128 Snel voorverwarmen . 129 Tijdfuncties . 1310 Stoom . 1411 Braadthermometer . 1612 Programma's . 1713 Kinderslot . 2014 Warmhouden gedurende een langere perio-de . 2015 Basisinstellingen . 2016 HomeConnect . 2217 Reiniging en onderhoud . 2318 Zelfreiniging . 2519 Ontkalken . 2620 Apparaatdeur . 2721 Rekjes . 3122 Storingen verhelpen . 3123 Afvoeren . 3424 Servicedienst . 3425 Conformiteitsverklaring . 3526 Zo lukt het .
3527 MONTAGEHANDLEIDING . 4027. 1 Algemene montage-instructies . 40Veiligheid 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voor vol-gende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving.
¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡ met een externe schakelklok of een af-standsbediening. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,sensorische of geestelijke beperkingen of metgebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetveilige gebruik van het apparaat en de daaruitresulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nietworden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 2.
Veiligheid nl1. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. "Accessoires", Pagina10WAARSCHUWING‒Brandgevaar. In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-werpen kunnen vlam vatten. Bewaar nooit brandbare materialen in debinnenruimte. Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehoudenom eventueel optredende vlammen te do-ven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaater een luchtstroom. Het bakpapier kan dan deverwarmingselementen raken en vlam vatten. Plaats nooit bakpapier bij het voorverwar-men en tijdens het bereiden los op het ac-cessoire.
Bakpapier altijd op maat maken en verzwa-ren met een vorm. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den. Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet. Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Accessoires of vormen worden zeer heet. Neem hete accessoires en vormen altijd metbehulp van een pannenlap uit de binnen-ruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-springen. Er kunnen hete dampen en steek-vlammen naar buiten treden. Gebruik slechts geringe hoeveelheden drankmet een hoog alcoholpercentage. Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) verhit-ten. Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen.
Stoom is afhankelijk van detemperatuur niet altijd zichtbaar. Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten. Gebruik geen scherp of schurend reinigings-middel of scherpe metalen schraper voorhet reinigen van het glas van de ovendeuromdat dit het oppervlak kan beschadigen. Het apparaat en de delen ervan die aange-raakt kunnen worden kunnen scherpe randenhebben. Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen. Draag indien mogelijk veiligheidshandschoe-nen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
nl VeiligheidEr mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat. Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-aansluitkabel van dit apparaat beschadigdraakt, moet deze worden vervangen dooreen speciale netaansluitkabel of speciale ap-paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij defabrikant of de klantenservice. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-bruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de klantenservice. Pagina34Na de installatie van het apparaat mogen deopeningen in de achterwand van het apparaatniet toegankelijk zijn. Houd het speciale installatievoorschrift aan. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen.
De lampen in de binnenruimte worden heelheet. Ook enige tijd na het uitschakelen be-staat er nog een risico van verbranding. Glazen kapje niet aanraken. Tijdens het schoonmaken contact met dehuid vermijden. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Bij vervanging van de lamp staan de contactenvan de lampfitting onder spanning. Zorg er vóór het vervangen van de lampvoor dat het apparaat is uitgeschakeld, omeen mogelijke elektrische schok te voorko-men. Tevens de stekker uit het stopcontact halenof de zekering in de meterkast uitschakelen. 1. 6 StoomHoud deze instructie aan wanneer een eenstoomfunctie gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding. Wanneer het apparaat de volgende keer wordtgebruikt kan het water in de tank sterk wordenverhit. Na gebruik van de stoomfunctie moet detank altijd worden leeggemaakt. Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
Tijdens het gebruik van de stoomfunctiemag u niet met uw handen in de binnenruim-te komen. Tijdens het uitnemen van de accessoires kanhete vloeistof over de rand stromen. Hete accessoires voorzichtig verwijderen,met de ovenwant. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. Door hete oppervlakken in de binnenruimtekunnen dampen van brandbare vloeistoffenvlam vatten (explosieve verbranding). De appa-raatdeur kan openspringen. Er kunnen hetedampen en steekvlammen naar buiten treden. Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. al-coholhoudende dranken) in de watertank. Vul de watertank uitsluitend met water of dedoor ons aanbevolen ontkalkingsoplossing. 4.
Materiële schade vermijden nl1. 7 BraadthermometerWAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Bij gebruik van een verkeerde braadthermo-meter kan de isolatie beschadigd raken. Gebruik alleen de braadthermometer dievoor dit apparaat bestemd is. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. De kerntemperatuurmeter is puntig. Ga voorzichtig om met de kerntemperatuur-meter. 1. 8 ReinigingsfunctieWAARSCHUWING‒Brandgevaar. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnentijdens de reiniging vlam vatten. Verwijder altijd de grove verontreiniging uitde binnenruimte voordat de reiniging start. Toebehoren nooit meereinigen. De buitenkant van het apparaat wordt zeerheet tijdens het reinigen. Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. Voorkant van het apparaat vrijhouden. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grotehitte in het bereik van de deur. De dichting niet schuren en niet afnemen. Nooit het apparaat met beschadigde afdich-ting of zonder afdichting gebruiken. WAARSCHUWING‒Kans op ernstig totdodelijk letsel. Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reini-gen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vor-men wordt aangetast en er ontstaan giftigegassen. Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit pla-ten en vormen met een antiaanbaklaag mee-reinigen. Accessoires nooit meereinigen. WAARSCHUWING‒Kans op gevaar voorde gezondheid. De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte toteen heel hoge temperatuur op zodat restenvan braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties vande slijmvliezen kunnen leiden. Tijdens de reinigingsfunctie de keuken gron-dig ventileren. Niet gedurende langere tijd in de ruimte ver-blijven.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeerheet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden2. 1 AlgemeenLET OPAlcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-vlammen en tot een permanente beschadiging van hetapparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan deapparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. Dedeurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Doorde onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar bin-nen sterk vervormen. Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol. ) in on-verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgie-ten van gerechten) verhitten. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperatu-ren boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
Geen programma starten wanneer zich water op debodem van de binnenruimte bevindt. Voor gebruik het water van de bodem van de binnen-ruimte opnemen. Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat erwarmteophoping door voorwerpen op de bodem van debinnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meeren het email wordt beschadigd. Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soortdan ook op de bodem van de binnenruimte leggen. Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnen-ruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minderdan 50°C ingesteld is. 5.
nl Milieubescherming en besparingWanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat erwaterdamp. Door de temperatuurverandering kan erschade optreden. Giet nooit water in de hete binnenruimte. Zet nooit servies met water op de bodem van de bin-nenruimte. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. Laat na het gebruik de binnenruimte drogen. Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurendelangere tijd in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte. Klem niets tussen de apparaatdeur. Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekkenachter die niet meer kunnen worden verwijderd. De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet teovervloedig bedekken. Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede. Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimteleidt tot beschadiging van het email.
Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte. Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnen-ruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-ten steunen. Geen vormen of accessoires op de apparaatdeurplaatsen. Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoireskrassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeurwanneer deze gesloten wordt. Accessoires altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte leggen.
LET OPBakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecombi-neerd gebruik met stoom. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzakenin de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corro-sie in de binnenruimte veroorzaken. Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen. Heet water in de watertank kan het stoomsysteem be-schadigen. Vul de watertank uitsluitend met koud water. Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneelof andere gevoelige oppervlakken terechtkomt rakendeze beschadigd. Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigdveroorzaakt dit schade. De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine. Reinig de watertank met een zachte doek en een inde handel gebruikelijk schoonmaakmiddel. Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3.
1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het receptof de instellingsadviezen dat aangeven. "Zo lukt het", Pagina35Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan be-spaart u tot wel 20% energie. Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bak-vormen. Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op. Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinigmogelijk. De temperatuur in de binnenruimte blijft constant enhet apparaat hoeft niet na te verwarmen. Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bak-ken. De binnenruimte is na de eerste keer bakken opge-warmd.
Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat ver-volgens wordt gebakken korter. Bij langere bereidingstijden het apparaat 10minutenvoor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder tebereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruim-te. Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te wor-den. Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi-en. Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voed-sel te ontdooien. Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzakeecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakel-de toestand sprake van een andere toestand. Dezewordt hierna als spaarstand aangeduid. 6.
Uw apparaat leren kennen nlOok wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-paraat energie nodig voor:Detectie van de bediening van de sensortoetsenBewaking van de deuropeningBewerking van de tijd (zonder display)Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nogvan een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-ding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar-stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-bruikt. Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen4. 1 BedieningselementenVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-stand. Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnendetails op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en devorm. 2314Toetsen en displayDe toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Omeen functie te kiezen, slechts licht op het betreffen-de veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functiesen de tijdfuncties te zien. "Toetsen en display", Pagina7FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de verwarmings-methoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstandnaar rechts en links draaien. Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeu-zeknop verzonken. Voor het vergrendelingen ofontgrendelingen in de nulstand op de functiekeu-zeknop drukken. "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina8TemperatuurknopMet de temperatuurknop stelt u de temperatuurvoor de verwarmingsmethode in en kiest u instel-lingen voor andere functies. De temperatuurknop kunt u vanuit de nul-standnaar rechts en links draaien, hij heeft geennulstand. Afhankelijk van het apparaattype kan de tempera-tuurknop worden verzonken. Voor het verzinken ofomhoog komen op de temperatuurknop drukken. WatertankWatertank vullen en legen.
Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen op als u detijd verandert. Symbool Functie GebruikTijdfuncties Tijd , timer , tijdsduur en einde selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op detoets drukken. Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is tezien aan de pijlen boven en onder het desbetreffende symbool. "Tijdfuncties", Pagina13MinPlusInstelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. Ovenlamp Verlichting in de binnenruimte inschakelen en uitschakelen. Snel voorverwarmen Kookcompartiment zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina12Bereiding met stoom Bereiding met stoom starten of afbreken. "Stoom", Pagina147.
nl Uw apparaat leren kennenSymbool Functie GebruikKinderslot Kinderslot activeren of deactiveren. "Kinderslot", Pagina20Watertank legen Aanwijzing watertank legenWatertank vullen Aanwijzing watertank vullenOntkalken Aanwijzing apparaat ontkalken"Ontkalken", Pagina26Ontkalken Ontkalken onderbroken"Ontkalken", Pagina264. 3 Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de ver-schillen en toepassingen. Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt dewaarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied. Symbool Verwarmingsmetho-de en temperatuur-bereikGebruik en werkwijze3DHetelucht30-275°COp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de ach-terkant gelijkmatig in de binnenruimte. Hetelucht Eco125 - 275°CGekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de ach-terkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur vanhet apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kortopent, blijft het apparaat verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in decirculatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. Regenereren180 - 180°CVoor het voorzichtig opwarmen van gerechten of het opbakken van gebakkenetenswaar. Pizzastand30 - 275°CPizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben.
Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de ach-terwand zijn ingeschakeld. Circulatiegrillen30-275°CGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit.
De ventilatorwervelt de hete lucht rond het gerecht. Grill, grootGrillstanden:1 = laag2 = gemiddeld3 = hoogPlatte producten, zoals groenten, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. coolStart- functie30-275°CDiepvriesproducten snel bereiden, zonder voor te verwarmen. Houd bij de temperatuur en de bereidingstijd de informatie van de fabrikant opde verpakking aan. De hoogste vermelde temperatuur instellen, de bereidingstijdzoals aangegeven of korter instellen. Het gerecht op hoogte3 inschuiven. Boven- en onder-warmte30 - 275°CTraditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzon-der geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energiever-bruik in de conventionele modus.
Uw apparaat leren kennen nlSymbool Functie GebruikReinigingsfuncties Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen. "Zelfreiniging", Pagina25Ovenlamp De binnenruimte zonder verwarming verlichten. Programma's De programmafunctie instellen. "Programma's", Pagina17HomeConnect Apparaat via de Home Connect app starten en bedienen. Thuisnetwerk niet verbondenDiagnose op afstand geactiveerdThuisnetwerk en HomeConnect-server verbondenAantal lijnen toont signaalsterkte van het thuisnetwerkHomeConnect-server niet verbondenStart op afstand geactiveerdOpmerking: Wanneer u uw apparaat met de HomeCon-nect app bedient, kunt u nog meer functies gebruiken. Informatie daarover kunt u vinden in de app. Verwarmingsmethoden met stoomMet stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voor-zichtige manier.
Verwarmingsmethoden, waarbij u de stoomfunctie kuntgebruiken zijn:3DHetelucht Boven- en onderwarmte Circulatiegrillen Regenereren is een pure stoomverwarmingsmetho-de, waarbij het apparaat stoom automatisch gebruikt. Opmerking: Verwarmingsmethoden met stoom uitslui-tend met gevuld waterreservoir gebruiken. Houd de in-formatie over het gebruik met stoom aan. "Stoom", Pagina14Functies met HomeConnectWanneer u uw apparaat met de HomeConnect app be-dient, kunt u nog meer functies gebruiken. Informeer u over de actueel beschikbare functies in deapp. 4. 4 Temperatuur en instelstandenBij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschil-lende instellingen. De instellingen verschijnen op het display. Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graadworden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden. Opmerking: Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het ap-paraat na ca.
20 minuten op grillstand 1. OpwarmindicatieHet apparaat geeft aan wanneer het opwarmt. Wanneer het apparaat verwarmt, wordt op het displayhet symbool voor de temperatuurindicatie gevuld.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voorhet plaatsen van het gerecht bereikt zodra het symboolhelemaal gevuld is. Restwarmte-indicatieAls u het apparaat uitschakelt, geeft het symbool op hetdisplay de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe ver-der de temperatuur in de binnenruimte daalt, hoe min-der het symbool gevuld is. OpmerkingenDe opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij ver-warmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt in-gesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindica-tie onmiddellijk gevuld. Wanneer bij de start van de werking de temperatuurin de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkeleverwarmingsmethoden een op het display. Schakelhet apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de wer-king opnieuw starten. Door thermische traagheid kan de weergegeven tem-peratuur een beetje afwijken van de werkelijke tempe-ratuur in de binnenruimte. 4.
5 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken het ge-bruik van uw apparaat. RekjesU kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rek-jes in de binnenruimte schuiven. Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoog-tes worden van beneden naar boven geteld. De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijde-ren. "Rekjes", Pagina31KoelventilatorDe koelventilator schakelt tijdens gebruik automatischin. De lucht ontsnapt via de deur. Het apparaat herkend verhoogde vochtigheid in hetkookcompartiment. Om de vochtigheid te reguleren, kande intensiteit en het bedrijfsgeluid van de koelventilatorvariëren. 9.
nl AccessoiresLET OPDoor het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-paraat oververhit. Dek de ventilatiesleuven niet af. Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit hetkookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilatorna bedrijf nog een bepaalde tijd na. Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisin-stellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten be-reidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan steltu een langere nalooptijd in. "Basisinstellingen", Pagina20ApparaatdeurWanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent,houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u deapparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Accessoires5 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed opde werking.
De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld. De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat. Accessoires GebruikRooster BakvormenOvenschalenServiesVlees, bijv. braad- of grillstukkenDiepvriesgerechtenBraadslede Vochtig gebakGebakBroodGrote braadstukkenDiepvriesgerechtenAfdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bijhet grillen op het rooster. Bakplaat PlaatgebakKleine bakwarenBraadthermometer Nauwkeurig braden of garen. 5. 1 VergrendelingsfunctieDe vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoireskantelen wanneer ze worden uitgetrokken. U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken,tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert al-leen wanneer u het accessoire op de juiste manier in debinnenruimte schuift. 5. 2 Accessoire in de binnenruimte schuivenHet toebehoren altijd op de juiste manier in de binnen-ruimte schuiven.
Alleen zo kan het accessoire zonder tekantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken. 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan deachterkant bevindt en naar beneden wijst. 2.
Voor het eerste gebruik nl3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het deapparaatdeur niet raakt. Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebtbij het gebruik uit de binnenruimte. Accessoires combinerenOm afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het roos-ter in combinatie met de braadslede gebruiken. 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beideafstandshouders achter op de rand van de braad-slede liggen. 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen vaneen inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbijboven de bovenste geleidingsstang. Rooster opbraadslede5. 3 Meer accessoiresMeer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, inspeciaalzaken of op het internet. U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onzefolders of op internet:siemens-home. bsh-group. comVoor de verschillende apparaten zijn specifieke acces-soires beschikbaar.
Geef bij de aankoop altijd de pre-cieze aanduiding (E-nr. ) van uw apparaat op. Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat,kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klanten-service. Voor het eerste gebruik6 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 6. 1 Eerste gebruikU moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken. Tijd instellenNa de aansluiting van het apparaat of na een stroomon-derbreking knippert de tijd op het display. De tijd startbij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in. Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand testaan. 1. De tijd met de toets of instellen. 2. Op de toets drukken. Het display toont de ingestelde tijd.
Waterhardheid instellenLET OPWanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, danwordt de stoomfunctie beïnvloed en kan het apparaat uniet tijdig aan het ontkalken herinneren. Waterhardheid correct instellen. Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschiktevloeistoffen.
2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1. Verwijder de productinformatie en de accessoires uitde binnenruimte. Verwijder verpakkingsresten, zoalskorreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buiten-zijde van het apparaat. 2. Veeg gladde oppervlakken in de binnenruimte af meteen zachte, vochtige doek. 3. Vul de watertank. "Watertank vullen", Pagina141Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt. 2Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken. 11.
nl De Bediening in essentie4. Verwarmingsmethode met stoom en de temperatuurinstellen. "De Bediening in essentie", Pagina12"Stoom", Pagina14Verwarmingsmetho-de3D-heteluchtToevoer van stoom hoogste standTemperatuur 200 °CTijdsduur 30 minuten5. Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt. 6. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschake-len. 7. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte metzeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als hetapparaat is afgekoeld. 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaak-doekje of een zachte borstel reinigen. 9. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina15De Bediening in essentie7 De Bediening in essentie7. 1 Apparaat inschakelenDe functiekeuzeknop op een stand buiten de nul-stand draaien. Het apparaat is ingeschakeld. 7. 2 Verwarmingsmethode en temperatuurinstellen1.
De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop in-stellen. 2. De temperatuur of grillstand met de temperatuurknopinstellen. Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men. Al naar gelang het apparaattype schakelt bij enkeleverwarmingsmethoden en ingestelde temperaturenvanaf 200°C het snel voorverwarmen automatischin. 3. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen. TipsDe meest geschikte verwarmingsmethode voor uwgerechten vindt u in de beschrijving van de verwar-mingsmethoden. "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina8U kunt aan het apparaat de duur en het einde van dewerking instellen. "Tijdfuncties", Pagina13Verwarmingsmethode wijzigenU kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen. De gewenste verwarmingsmethode met de functie-keuzeknop instellen. Temperatuur wijzigenU kunt de temperatuur altijd wijzigen. De gewenste temperatuur met de temperatuurknopinstellen. 7.
Snel voorverwarmen8 Snel voorverwarmenOm tijd te besparen kunt u met de functie snel voorver-warmen de opwarmtijd verkorten. 8. 1 Geschikte verwarmingsmethoden bijcoolStartcoolStart kan bij ingestelde temperaturen boven 100°Cde opwarmduur verkorten. Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmenmogelijk:3DHeteluchtBoven- en onderwarmte 8. 2 Snel voorverwarmen instellenOm een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, degerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnen-ruimte plaatsen. Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snelvoorverwarmen beëindigd is. 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een tempera-tuur vanaf 100 °C instellen. Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordthet snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld. 2. Wanneer het snel voorverwarming niet automatischinschakelt, druk dan op de knop. Op het display verschijnt.
Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt eensignaal en op het display dooft het symbool. 3. Plaats het gerecht in de binnenruimte. 12.
Tijdfuncties nlTijdfuncties9 TijdfunctiesUw apparaat beschikt over verschillende tijdfunctieswaarmee u de werking kunt sturen. 9. 1 Overzicht van de tijdfunctiesMet de knop kiest u de verschillende tijdfuncties. Tijdfunctie GebruikWekker De wekker kunt u onafhankelijk van dewerking instellen. Hij beïnvloedt het ap-paraat niet. Tijdsduur Wanneer u voor de werking een tijds-duur instelt, houdt het apparaat na hetverstrijken van de tijdsduur automa-tisch op met verwarmen. Einde Voor de duur kunt u een tijd instellenwaarop de werking eindigt. Het appa-raat start automatisch zodat de wer-king op de gewenste tijd klaar is. Tijd U kunt de tijd instellen. 9. 2 Timer instellenDe timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt detimer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigensignaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur ein-digt.
1. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het dis-play is gemarkeerd. 2. Stel de timertijd in met de knop of. Knop Voorgestelde waarde5 minuten10 minutenTot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30 se-conden worden ingesteld. Daarna worden de tijdstap-pen groter, naarmate de waarde hoger is. Na enkele seconden start de timer en loopt de timer-tijd af. Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaalen op het display staat de timertijd op nul. 3. Wanneer de timertijd is verstreken:Druk op een willekeurige knop om de timer uit teschakelen. Wekker wijzigenU kunt de wekkertijd altijd wijzigen. Vereiste: Op het display is gemarkeerd. De wekkertijd met de toets of wijzigen. Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen. Wekker afbrekenU kunt de wekkertijd altijd afbreken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd. De wekkertijd met de toets weer op nul zetten.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen en gaat uit. 9. 3 Tijdsduur instellenDe tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 mi-nuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuurof stand zijn ingesteld. 1. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het dis-play is gemarkeerd. 2. Stel de tijdsduur in met de knop of. Knop Voorgestelde waarde10 minuten30 minutenDe tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stap-pen van een minuut, daarna in stappen van 5 minu-ten. Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men en de duur verstrijkt. Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal enop het display staat de tijdsduur op nul. 3. Wanneer de tijdsduur is verstreken:Druk op een willekeurige knop om het signaalvoortijdig te beëindigen. Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen. Tijdsduur wijzigenU kunt de duur altijd wijzigen. Vereiste: Op het display is gemarkeerd. De duur met de toets of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen. Tijdsduur afbrekenU kunt de duur altijd afbreken. Vereiste: Op het display is gemarkeerd. De duur met de toets weer op nul zetten. Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzigingover en wordt zonder duur verder opgewarmd. 9. 4 Einde instellenHet tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23uur en 59 minuten verschuiven. OpmerkingenOm een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigtu het einde niet meer als de werking eenmaal is ge-start. Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,dient u ze niet te lang in de binnenruimte te latenstaan. VereistenEen verwarmingsmethode en een temperatuur ofstand zijn ingesteld. Er is een tijdsduur ingesteld. 1. Op de toets drukken tot op het display is gemar-keerd. 2. Op de knop of drukken. Het display toont het berekende einde. 13.
nl Stoom3. Het einde met de knop of verschuiven. Na enkele seconden neemt het apparaat de instellingover en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het appa-raat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt. Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal enop het display staat de tijdsduur op nul. 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:Druk op een willekeurige knop om het signaalvoortijdig te beëindigen. Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen. Einde wijzigenOm een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het in-gestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start ende tijdsduur verstrijkt. Vereiste: Op het display is gemarkeerd. Het einde met de knop of verschuiven. Na enkele seconden wordt de wijziging door het ap-paraat overgenomen.
Einde afbrekenU kunt het ingestelde einde altijd wissen. Vereiste: Op het display is gemarkeerd. Het einde met de knop naar de actuele tijd plus in-gestelde tijdsduur terugzetten. Na enkele seconden neemt het apparaat de wijzigingover en begint het apparaat op te warmen. De tijds-duur loopt af. 9. 5 Tijd instellenNa de aansluiting van het apparaat of na een stroomon-derbreking knippert de tijd op het display. De tijd startbij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in. Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand testaan. 1. De tijd met de toets of instellen. 2. Op de toets drukken. Het display toont de ingestelde tijd. Stoom10 StoomMet stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voor-zichtige manier. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding. Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrij-komen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet al-tijd zichtbaar.
Apparaatdeur voorzichtig openen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertankheet worden.
Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan totde watertank is afgekoeld. Neem de watertank uit de tankschacht. 10. 1 Voor elk gebruik met stoomZorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het appa-raat voldoende water heeft. Watertank vullenWAARSCHUWING‒Brandgevaar. Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnendampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explo-sieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buitentreden. Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhou-dende dranken) in de watertank. Vul de watertank uitsluitend met water of de door onsaanbevolen ontkalkingsoplossing. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertankheet worden. Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan totde watertank is afgekoeld. Neem de watertank uit de tankschacht.
Stoom nl4. Op het deksel van de watertank drukken en dicht-draaien. 5. De watertank in de uitsparing plaatsen en aandruk-ken, tot deze vastklikt. 10. 2 Bereiding met stoomBij het bereiden met stoom brengt het apparaat met ver-schillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hier-door krijgt het gerecht een knapperige korst en eenglanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, malsen verliest slechts weinig volume. Stoomtoevoer instellenVereiste: De watertank is gevuld. "Voor elk gebruik met stoom", Pagina141. Een geschikte verwarmingsmethode met de functie-keuzeknop instellen. Geschikte verwarmingsmethoden zijn:– 3DHetelucht – Boven- en onderwarmte – Circulatiegrillen 2. Met de temperatuurknop een temperatuur tussen80°C en 240°C instellen. 3. De stoomintensiteit met de knop instellen.
Stand IntensiteitgeringsterkNa enkele seconden begint het apparaat op te war-men en wordt de stoom ook ingeschakeld. 4. Schakel het apparaat uit wanneer uw gerecht klaar is. 5. Droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina1510. 3 RegenererenMet de verwarmingsmethode Regenereren kunt ureeds bereide gerechten opeen gezonde manier weeropwarmen of bakproducten van de vorige dag opbak-ken. Het apparaat schakelt automatisch stoom erbij. Regenereren instellenVereistenDe binnenruimte is afgekoeld. De watertank is gevuld. "Voor elk gebruik met stoom", Pagina141. De verwarmingsmethode Regenereren met defunctiekeuzeknop instellen. 2. Stel de temperatuur in met de temperatuurknop. Na enkele seconden begint het apparaat op te war-men en wordt de stoom ook ingeschakeld. 3. Schakel het apparaat uit wanneer uw gerecht klaar is. 4. Droog de binnenruimte.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens HR578GFS7F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Siemens
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven
