Siemens GS29NVW30 Handleiding

Siemens Vriezer GS29NVW30

Bekijk gratis de handleiding van Siemens GS29NVW30 (92 pagina’s), behorend tot de categorie Vriezer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 90 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Siemens GS29NVW30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
deGebrauchsanleitung
enInstruction for Use
frMode d’emploi
itIstruzioni per I´uso
nlGebruiksaanwijzing
GSN..

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Vriezer
Model: GS29NVW30
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 69000 g
Breedte: 600 mm
Diepte: 650 mm
Hoogte: 1610 mm
Netbelasting: 90 W
Snoerlengte: 2.3 m
Geluidsniveau: 42 dB
Jaarlijks energieverbruik: 311 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A++
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 195 l
Vriescapaciteit: 20 kg/24u
Bewaartijd bij stroomuitval: 19 uur
Aantal planken vriezer: 5
Aantal sterren: 4*
No Frost system: Ja
Deur open alarm: Ja
Klimaatklasse: SN-T
IJsblokjes-lade: Ja
Type product: Staand

Handleiding Siemens GS29NVW30 – volledige tekst

nl72nlIn houdnlGebrui ksaanwi jzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingen Voordat u het apparaat in gebruik neemt Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging ■Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden; ■Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten; ■Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken; ■Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

nl73 Bij het gebruik ■Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie! ■Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Kans op een elektrische schok! ■Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. Hierdoor kunt u de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden. ■Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Gevaar voor explosie! ■Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ■Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.

Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ■Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ■Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ■Personen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of psychische beperkingen of gebrekkige kennis mogen dit apparaat uitsluitend gebruiken indien ze onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of door deze persoon zijn ingelicht over de wijze waarop het apparaat dient te worden gebruikt. ■Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes kunnen springen! ■Diepvrieswaren nadat u ze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.

nl74Kinderen in het huishouden ■Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie! ■Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen! ■Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt ■voor het invriezen van levensmiddelen, ■voor het bereiden van ijs.Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).Aanwijzingen over de afvoer *Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade.

De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

nl75ã=WaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen: ■Vrijstaand apparaat ■Zakje met montagemateriaal ■Uitrusting (modelafhankelijk) ■Gebruiksaanwijzing ■Montagevoorschrift ■Klantenserviceboekje ■Garantiebijlage ■Informatie over energieverbruik en geluidenLet op de omgevings- temperatuur en de beluchtingOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden. De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. +. AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C. BeluchtingAfb.

3De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt.

nl76Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn. Het apparaat voldoet aan bescherm- klasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstop-contact met aardleiding.

Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. + ã=WaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.Kennismaking met het apparaatDe laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen.

nl77Afb. 1* Niet bij alle modellen.BedieningselementenAfb. 2Inschakelen van het apparaatAfb. 2 Het apparaat met de insteltoets 1 inschakelen.Er is een alarmsignaal te horen. De temperatuurindicatie 2 knippert. Druk op de temperatuurinsteltoets 4. Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. Zodra de vriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 2 branden.Aanwijzingen bij het gebruik ■Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen. ■Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is niet nodig. ■De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.

■Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen. 1-4 Bedieningselementen 5 No Frost-systeem 6 Klep van het vriesvak 7 Glasplaat 8 IJsbereider/ijsblokjesreservoir * 9 Diepvrieslade (klein) 10 Diepvrieslade (groot) 11 Schroefvoetjes 12 Koude-accu * 13 Diepvrieskalender 14 Deurontluchting 1 Toets Aan/UitOm het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 Temperatuurindicatie Geeft de ingestelde temperatuur van de diepvriesruimte aan. 3 Indicatie supervriezen Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld. 4 TemperatuurinsteltoetsMet deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.

nl78Instellen van de temperatuurAfb. 2Diepvriesruimte De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.Temperatuur-insteltoets 4 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld. De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op indicatie 2 aangegeven.Wij adviseren een instelling van -18 °C voor de diepvriesruimte.Alarm functionIn de volgende gevallen kan het alarm afgaan.DeuralarmHet deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.TemperatuuralarmHet temperatuuralarm (pieptoon) wordt ingeschakeld wanneer het in de vriesruimte te warm is en de diepvrieswaren gevaar lopen.Temperatuurindicatie, afb.

2/2, knippert.AanwijzingHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.ZondZondZondZondZondererererer gevaar gevaar gevaar gevaar gevaar voor de voor de voor de voor de voor de diepv diepv diepv diepv diepvriesriesriesriesrieswarewarewarewarewaren n n n n kan hekan hekan hekan hekan het alarm t alarm t alarm t alarm t alarm automatischautomatischautomatischautomatischautomatisch inschakelen: inschakelen: inschakelen: inschakelen: inschakelen: ■bij het in gebruik nemen van het apparaat, ■bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen, ■als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.Alarm uitschakelen Afb. 2 Temperatuurinsteltoets 4 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

nl79Netto-inhoudDe gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. +Vriesvermogen volledig benutten Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren onder te brengen, kunnen verschillende onderdelen eruit gehaald worden. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus worden gestapeld.Aanwijzing Om de op het typeplaatje vermelde waarden aan te houden, moet het bovenste uitrustingsonderdeel in het apparaat blijven.Onderdelen eruit halen ■Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 4 ■Klep van het vriesvak Afb. 51. Klep van het vriesvak half openen.2. Houder aan een zijde van het apparaat losmaken.3. Klep van het vriesvak naar voren trekken en van de houder nemen. 4. Houder aan de andere zijde van het apparaat losmaken. ■Bij apparaten met een ijsbereider kan deze worden verwijderd. Afb.

6De diepvriesruimteDe diepvriesruimte gebruiken ■voor het opslaan van diepvriesproducten, ■om ijsblokjes te maken, ■om levensmiddelen in te vriezen.AanwijzingLet erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien: energieverspilling door te hoog stroomverbruik!Maximale invriescapaciteitGegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. +

nl80Invriezen en opslaanInkopen van diepvriesproducten ■De verpakking mag niet beschadigd zijn. ■Neem de houdbaarheidsdatum in acht. ■De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn. ■De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.Attentie bij het inruimen ■Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het bovenste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren. ■De ventilatiesleuf aan de achterwand niet met diepvrieswaren afdekken. ■De levensmiddelen naast elkaar in de vakken resp, diepvriesladen leggen. AanwijzingDe vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Eventueel de door en door bevroren levensmiddelen in de diepvriesladen omstapelen.

■Om de luchtcirculatie in het apparaat te waarborgen, de diepvrieslade tot de aanslag inschuiven.Verse levensmiddelen invriezenGebruik uitsluitend verse levensmiddelen.Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.AanwijzingAl ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen. ■Geschikt om in te vriezen: Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

nl81Diepvrieswaren verpakkenDe levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.2. Lucht eruit drukken.3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.Voor verpakking geschikt:Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.Niet geschikt voor verpakking:pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.Als sluiting geschikt:elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie-lasapparaat worden dichtgelast.Houdbaarheid van de diepvrieswarenDe houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op een temperatuur van -18 °C: ■Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:tot 6 maanden.

■Kaas, gevogelte, vlees:tot 8 maanden. ■Groente, fruit:tot 12 maanden.SupervriezenDe levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.AanwijzingAls het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenAfb.

nl82Ontdooien van diepvrieswarenAfhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: ■bij omgevingstemperatuur ■in de koelkast ■in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator ■in de magnetronã=AttentieHalf of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.Uitvoering(niet bij alle modellen)Diepvrieslade (groot)Afb. 1/10Voor het bewaren van grote diepvrieswaren, bijv. kalkoenen, eenden en ganzen.Diepvrieskalender Afb. 7/AOm kwaliteitsvermindering van de diepvriesproducten te voorkomen, dient u de opslagduur niet te overschrijden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan.

Neem bij gewone diepvriesproducten de productie- of houdbaarheidsdatum in acht.Koude-accuAfb. 7/BDe koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste opslagtijd wordt bereikt wanneer u het koelelement in het bovenste vak op de levensmiddelen legt.Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

nl83IJsbereiderAfb. 8Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.1. Waterreservoir verwijderen en tot de markering vullen met drinkwater.AanwijzingEen te hoog drinkwaterpeil kan een nadelige invloed hebben op de werking van de ijsbereider. De ijsblokjes kunnen niet afzonderlijk worden losgemaakt uit het ijsbakje. Wanneer het drinkwaterpeil te hoog is, stroomt het water in het voorraadbakje en vriezen de ijsblokjes aan elkaar.2. Drinkwater toevoegen via de vulopening.3. Waterreservoir weer aanbrengen.4. Zodra de ijsblokjes bevroren zijn, de hendel omlaag duwen en loslaten. De ijsblokjes laten los en vallen in het voorraadbakje. 5. Voorraadbakje uittrekken en ijsblokjes verwijderen.IJsbakje Afb. 9 1. IJsbakje voor ¾ met drinkwater vullen en in de diepvriesruimte zetten.2. Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).3.

Om de ijsblokjes los te maken: het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen Uitschakelen van het apparaatAfb. 2Toets Aan/Uit 1 indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt: 1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.OntdooienDiepvriesruimte Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij. Ontdooien is overbodig.

nl84Schoonmaken van het apparaatã=WaarschuwingHet apparaat nooit met een stoomreiniger reinigen!ã=Attentie ■Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten. ■Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan. ■De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.Ze kunnen vervormen!Aanwijzing Ca. 4 uur voor het reinigen de supervriesfunctie inschakelen, zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en daardoor langere tijd op omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. De diepvrieswaren eruit halen en op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.4.

Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen. 7. Diepvrieswaren weer in het apparaat leggen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd (zie hoofdstuk Uitvoering).IJsbereider reinigenReinig de ijsbereider regelmatig. Zo voorkomt u dat oude ijsblokjes krimpen, slecht smaken of aan elkaar plakken.1. IJsbereider verwijderen. Afb. 62. Voorraadbakje verwijderen en leegmaken. 3. Afdekking van de ijsbereider verwijderen.4. Alle onderdelen van de ijsbereider reinigen met warm water.5. Onderdelen goed laten opdrogen.6. IJsbereider samenbouwen en aanbrengen.

nl85Energie besparen ■Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat. ■De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ■Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen. ■Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen. ■Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. ■Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is. ■Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, dient de achterkant van het apparaat af en toe gereinigd te worden. ■Indien aanwezig: Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding).

Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De energieopname kan dan wel iets veranderen. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

nl86Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept: Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen! Storing Eventuele oorzaak OplossingDe deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het No Frost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit. Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.Na ca.

20 minuten begint het dooi-water in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het appa-raat te lopen. Afb. *Om te voorkomen dat de dooiwater-opvangschaal overloopt: het dooi-water met een spons opnemen.Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdam-per ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld. Temperatuur-insteltoets afb. 2/4 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.

nl87 Storing Eventuele oorzaak OplossingHet alarmsignaal is te horen. De temperatuur-indicatie knippert. Afb. 2/2Storing – in de diepvriesruimte is het te warm! Druk op de temperatuurinsteltoets 4 om het alarmsignaal uit te schake-len. Gevaar voor de diepvrieswarenAanwijzingHalf en geheel ontdooide diepvries-waren kunnen opnieuw worden inge-vroren als vlees en vis niet langer dan een dag, andere diepvrieswaren niet langer dan drie dagen warmer dan +3 °C waren.Als smaak, geur en uiterlijk onveran-derd zijn, dan kunnen de levensmiddelen na koken of bra-den opnieuw worden ingevroren.De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten. De deur is geopend. Deur sluiten.De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen.Max.

invriescapacitiet niet overschrij-den.Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knippe-ren.De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het vol- doende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de tem-peratuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.

nl88Zelftest apparaatHet apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.Zelftest starten1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten. 2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de tempera-tuurinsteltoets, afb. 2/4, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot de temperatuurindicatie -26 °C gaat branden.Het zelftestprogramma start wanneer de temperatuurindicaties na elkaar gaan branden.Wanneer het apparaat na korte tijd de voor de zelftest ingestelde tempera-tuur aangeeft, is het in orde.Als de indicatie super gedurende 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.

Neem contact op met de klantenservice.Zelftest apparaat beëindigenNa afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. +Door deze nummers aan de Service-dienst door te geven voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en de hieraan verbonden kosten. En de hieraan verbonden kosten. Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen. NL 088 424 4010 B 070 222 141

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens GS29NVW30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden