Siemens EX877LX67E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Siemens EX877LX67E (64 pagina’s), behorend tot de categorie Inductiekookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Siemens EX877LX67E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Siemens |
| Categorie: | Inductiekookplaat |
| Model: | EX877LX67E |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 17 |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 28005 g |
| Breedte: | 812 mm |
| Diepte: | 520 mm |
| Hoogte: | 223 mm |
| Snoerlengte: | 1.1 m |
| Geluidsniveau: | 42 dB |
| Gewicht verpakking: | 32900 g |
| Breedte verpakking: | 956 mm |
| Diepte verpakking: | 666 mm |
| Hoogte verpakking: | 431 mm |
| Warmhoud functie: | Ja |
| Maximale afzuigcapaciteit: | 622 m³/uur |
| Afzuigmethode: | Recirculerend |
| Soort vetfilter: | Roestvrijstaal |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glaskeramiek |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 2200 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 2200 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 2200 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 2: | Medium |
| Type brander/kookzone 3: | Medium |
| Aantal gaspitten: | - zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | 7400 W |
| Installatie compartiment breedte: | 750 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 490 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 233 mm |
| Aangesloten lading (gas): | - W |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Uitlaat locatie: | Achter |
| Type timer: | Digitaal |
| Breedte kookplaat: | 81 cm |
| Boost functie: | Ja |
| Kleur bedieningspaneel: | Zwart |
| Waarschuwingssignaal: | Ja |
| Bescherming tegen overstromen: | Ja |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Schoonmaakslot: | Ja |
| Certificering: | CE, VDE |
| Type brander/kookzone 4: | Medium |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 2200 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Electrisch |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Electrisch |
| Kookzone 1 boost: | 3700 W |
| Kookzone 2 boost: | 3700 W |
| Kookzone 3 boost: | 3700 W |
| Kookzone 4 boost: | 3700 W |
| Positie brander/kookzone 1: | Links voor |
| Diameter brander/kookzone 1: | 240 mm |
| Positie brander/kookzone 2: | Links achter |
| Diameter brander/kookzone 2: | 240 mm |
| Positie brander/kookzone 3: | Rechts achter |
| Diameter brander/kookzone 3: | 240 mm |
| Positie brander/kookzone 4: | Rechts voor |
| Diameter brander/kookzone 4: | 240 mm |
| Energie-efficiëntieklasse (kap): | B |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 220-415 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50/60 Hz |
| Inbouw afzuigkap: | Ja |
| Geluidsniveau ventilatie (min): | 69 dB |
| Geluidsniveau ventilatie (max): | 74 dB |
Handleiding Siemens EX877LX67E – volledige tekst
nl3InhoudsopgavenlGebr ui ks aanwi j zi ng8Gebruik volgens de voorschriften. 5(Belangrijke veiligheidsvoorschriften. 6]Oorzaken van schade. 87Milieubescherming. 8Tips voor energiebesparing. 8Milieuvriendelijk afvoeren. 8fKoken met inductie. 9Voordelen bij koken met inductie. 9Pannen. 9*Het apparaat leren kennen. 11Uw nieuwe apparaat. 11Speciale accessoires. 11Het bedieningspaneel. 12De kookzones. 13Restwarmte-indicatie. 13ÇGebruiksmogelijkheden. 14Gebruik met afvoerlucht. 14Gebruik met circulatielucht. 14KVoor het eerste gebruik. 14Home Connect instellen. 14Functie instellen. 141Apparaat bedienen. 15Kookplaat in- en uitschakelen. 15Kookzone instellen. 15Kookadvies. 16Handmatige ventilatieregeling. 18Intensief-stand. 18Automatische start. 18Automatische modus met sensorregeling. 18Naloop-functie. 18|Flex zone. 19Tips voor het gebruik van pannen. 19Als een afzonderlijke kookzone.
Gebruik volgens de voorschriften nl58Gebruik volgens de voorschriftenGebr ui k vol gens de voor schr i f t enLees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Berg de gebruiksaanwijzing, het installatievoorschrift en de apparaatpas goed op voor later gebruik of om ze door te geven aan volgende eigenaren. Controleer het apparaat na het uitpakken. Indien het apparaat schade heeft opgelopen tijdens het transport, schakel het dan niet in, maar neem contact op met de technische dienst en leg de veroorzaakte schade schriftelijk vast. Doet u dat niet, dan gaat elk recht op een schadevergoeding verloren. Alleen een daartoe bevoegd vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting maakt u geen aanspraak op garantie. Dit apparaat moet worden geïnstalleerd volgens het meegeleverde installatievoorschrift.
Dit apparaat is alleen bestemd voor huishoudelijk gebruik en de huiselijke omgeving. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken. Het kookproces moet regelmatig worden gecontroleerd. Een kort kookproces moet continu in de gaten worden gehouden. Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes. Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2. 000 meter boven zeeniveau. Dek de kookplaat niet af. Dit kan leiden tot ongevallen, bijv. door oververhitting, ontbranding of ontploffend materiaal. Gebruik uitsluitend beveiligingsvoorzieningen of kindertralies die door ons zijn goedgekeurd. Ongeschikte beveiligingsvoorzieningen of kindertralies kunnen tot ongevallen leiden. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik met een externe tijdschakelklok of een afstandbediening. Er mag geen gevaarlijk of explosief materiaal of stoom worden weggezogen.
Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of personen die gebrek aan kennis of ervaring hebben, wanneer zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of geleerd hebben het op een veilige manier te gebruiken en zich bewust zijn van de risico's die het gebruik van het toestel met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud van het toestel mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij 15 aar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar uit de buurt blijven van het toestel of de aansluitkabel. Bij gebruik van de kookfuncties moet de ingestelde kookzone overeenstemmen met de kookzone waarop de pan met de temperatuursensor staat.
Draagt u een actief geïmplanteerd medisch apparaat (bijv. een pacemaker of defibrillator), ga dan na of uw arts voldoet aan de richtlijn 90/385/EWG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 evenals DIN EN 45502-2-1 en DIN EN 45502-2-2 en dat het apparaat conform VDE-AR-E 2750-10 gekozen, geïmplanteerd en geprogrammeerd is. Is aan deze voorwaarden voldaan en worden bovendien non-ferro pannen met non-ferro handgrepen gebruikt, dan kan deze inductiekookplaat - als het op de juiste manier gebeurt - zonder bezwaar worden gebruikt.
In combinatie met een ingeschakelde afzuigkap wordt aan de keuken en aan de ruimtes ernaast lucht onttrokken - zonder voldoende luchttoevoer ontstaat er een onderdruk. Giftige gassen uit de schoorsteen of het afvoerkanaal worden teruggezogen in de woonruimte. ■Zorg daarom altijd voor voldoende toegevoerde lucht. ■Een ventilatiekast in de muur alleen is niet voldoende om aan de minimale eisen te voldoen. U kunt het apparaat alleen dan zonder risico gebruiken wanneer de onderdruk in de ruimte waarin het kooktoestel zich bevindt niet groter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de verbranding benodigde lucht door niet afsluitbare openingen, bijv. in deuren, ramen, in combinatie met een ventilatiekast in de muur of door andere technische voorzieningen, kan worden toegevoerd.
De afvoerlucht mag niet worden weggeleid via een rook- of afvoergasschoorsteen die in gebruik is, noch via een schacht die dient voor de ontluchting van ruimtes met stookplaatsen. Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of afvoergasschoorsteen die niet in gebruik is, dan dient u een vakbekwame schoorsteenveger te raadplegen.
Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat in uw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesysteem van uw huis te beoordelen en kan een voorstel doen voor passende maatregelen op het gebied van de luchttoevoer. Indien de afzuiging alleen met recirculatie wordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mogelijk. :Waarschuwing – Risico van brand. ■Hete olie en heet vet vatten snel vlam. Hete olie en heet vet nooit gebruiken zonder toezicht. Vuur nooit blussen met water. Schakel de kookzone uit. Vlammen voorzichtig met een deksel, smoordeksel of iets dergelijks verstikken. Risico van brand. ■De kookzones worden erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op de kookplaat leggen. Geen voorwerpen op de kookplaat leggen. Risico van brand. ■Het apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussen bewaren in laden direct onder de kookplaat. Risico van brand.
■De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer worden bediend. Hij kan later per ongeluk worden ingeschakeld. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Risico van brand. ■De vetafzettingen in het vetfilter kunnen ontbranden. Vetfilter regelmatig reinigen. Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. Risico van brand. ■Als de ventilatie is ingeschakeld, kunnen de vetafzettingen in het vetfilter ontbranden. In de buurt van het apparaat nooit werken met een open vlam (bijv. flamberen). Het apparaat alleen in de buurt van een vuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. hout of kolen) installeren wanneer er een afgesloten, niet verwijderbare afscherming aanwezig is. Er mogen geen vonken wegspringen.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften nl7:Waarschuwing – Risico van verbranding. ■De kookzones en met name een eventueel aanwezige kookplaatomlijsting worden zeer heet. Raak de hete oppervlakken nooit aan. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Risico van verbranding. ■De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Risico van verbranding. ■Voorwerpen van metaal worden zeer snel heet op de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoals messen, vorken, lepels of deksels, op de kookplaat. Brandgevaar. ■Schakel de kookplaat na elk gebruik altijd uit met de hoofdschakelaar. Wacht niet tot de kookplaat automatisch uitschakelt doordat er geen pan op staat. Risico van verbranding. ■Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken.
Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Risico van verbranding. ■Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Als er hete vloeistoffen in het apparaat komen, het apparaat laten afkoelen alvorens het metalen vetfilter of het overloopreservoir of de afdekking te verwijderen. :Waarschuwing – Kans op een elektrische schok. ■Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok. ■Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. Geen hogedrukreiniger of stoomreiniger gebruiken. Kans op een elektrische schok. ■Een defect toestel kan een schok veroorzaken.
Een defect toestel nooit inschakelen. De netstekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. Kans op een elektrische schok.
■Scheuren of barsten in het glaskeramiek kunnen schokken veroorzaken. Zekering in de meterkast uitschakelen. Contact opnemen met de klantenservice. :Waarschuwing – Gevaar door magnetisme. De draadloze temperatuursensor is magnetisch. De magnetische componenten kunnen schade toebrengen aan elektronische implantaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Dragers van elektronische implantaten dienen daarom de temperatuursensor niet mee te nemen in hun kleding en m. b. t. hun pacemaker of een soortgelijk medisch apparaat een minimale afstand van 10 cm in acht te nemen. :Waarschuwing – Gevaar voor letsel. ■De draadloze kooksensor is met een batterij uitgerust die kan worden beschadigd als deze aan hoge temperaturen wordt blootgesteld. De sensor van het kookgerei nemen en uit de buurt van elke warmtebron bewaren. Risico van letsel.
■Wanneer de pan wordt verwijderd kan de temperatuursensor zeer heet zijn. Bij het afnemen keukenhandschoenen dragen of een vaatdoek gebruiken. Risico van letsel. ■Bij de bereiding au-bain-marie kunnen de kookplaat en kookvorm barsten door oververhitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in direct contact komen met de bodem van de pan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen. Risico van letsel. ■Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone kunnen kookpannen plotseling in de hoogte springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn.
nl Oorzaken van schade8]Oorzaken van schadeOor zaken van schadeAttentie. ■Ruwe bodems van pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken. ■Gevaar van beschadiging door harde en puntige voorwerpen. Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen. ■Gevaar van beschadiging door het leegkoken van pannen. Pannen nooit leeg laten koken. ■Plaats geen hete pannen op het bedieningspaneel, de indicatorzones of op de omlijsting van de kookplaat. Dit kan schade veroorzaken. ■Gevaar van beschadiging door aluminiumfolie of vormen van kunststof. Aluminiumfolie en vormen van kunststof nooit op een hete kookzone leggen. Geen beschermingsfolie voor het fornuis gebruiken. ■Beschadiging van het oppervlak, verkleuring en vlekken door ongeschikte reinigingsmiddelen. Gebruik alleen schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor dit soort kookplaten.
■Beschadiging van het oppervlak en verkleuring door slijtage van de pan. Til de pannen op, ze mogen niet worden verschoven. ■Beschadiging van het oppervlak en vlekken door ingebrand voedsel. Overgelopen etensresten direct met een schraper verwijderen. ■Beschadiging van het oppervlak door zout, suiker en zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om iets op te zetten of als werkvlak. ■Beschadiging van het oppervlak door ruwe panbodems. Het kookgerei voor gebruik controleren. ■Oppervlaktebeschadiging of vorming van blaasjes door suiker en sterk suikerhoudende gerechten. Overgelopen etenswaar onmiddellijk met een schraper verwijderen. 7MilieubeschermingMilieubeschermingIn dit hoofdstuk krijgt u informatie over de besparing van energie en de afvoer van het apparaat. Tips voor energiebesparing■Gebruik voor elke pan altijd het passende deksel.
Koken zonder deksel verbruikt aanzienlijk meer energie. Gebruik een glazen deksel. Zo kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te tillen. ■Gebruik pannen met een vlakke bodem. Door niet-egale bodems wordt het energieverbruik hoger.
■Let erop dat de diameter van de bodem van de pan overeenstemt met de grootte van de kookzone. Houd er rekening mee dat fabrikanten van kookgerei vaak de bovenste diameter van de pan aangeven. Deze is meestal groter dan de diameter van de panbodem. ■Gebruik voor kleine hoeveelheden kleine pannen. Een te grote, weinig gevulde pan heeft veel energie nodig. ■Kook gerechten met weinig water. Dat bespaart energie en bij groenten blijven de vitaminen en mineralen bewaard. ■Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Anders wordt er energie verspild. ■Zorg tijdens het koken voor voldoende toevoer van lucht, zodat de ventilatie efficiënt en stil werkt. ■Ventilatorstand aanpassen aan de intensiteit van de kookdampen. Gebruik de intensiefstand alleen indien nodig. Een lagere ventilatorstand verbruikt minder energie. ■Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ventilatiestand.
Reeds in de keuken opgestegen kookdampen vragen een langere werkingstijd van de ventilatie. ■Schakel het apparaat uit wanneer u het niet langer nodig heeft. ■Om de effectiviteit van de ventilatie te verhogen en brandgevaar te voorkomen de filters vaker reinigen resp. vervangen. Milieuvriendelijk afvoerenVoer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af. De draadloze temperatuursensor is voorzien van een batterij. Zorg ervoor dat gebruikte batterijen op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Koken met inductie nl9fKoken met inductieKo k e n met i nduc t i eVoordelen bij koken met inductieKoken met inductie is radicaal anders dan gebruikelijk, de warmte ontstaat direct in het kookgerei. Dit biedt vele voordelen: ■Tijdsbesparing bij het koken en bakken. ■Besparing van energie. ■Gemakkelijker te reinigen en te onderhouden. Overgelopen etenswaar brandt niet zo snel in. ■Warmteregeling en veiligheid: de kookplaat verhoogt of verlaagt de toevoer van warmte altijd direct na de bediening. Neemt u het kookgerei van de kookzone, dan wordt de warmtetoevoer direct onderbroken door de kookzone met inductie, zonder dat deze eerst is uitgeschakeld. PannenGebruik alleen ferromagnetische vormen voor inductiekoken, bijv. :■kookgerei van geëmailleerd staal■kookgerei van gietijzer■speciaal kookgerei van roestvrij staal dat geschikt is voor inductie.
In het hoofdstuk ~ "Kookgerei-test" kunt u lezen of het kookgerei geschikt is voor inductie. Voor een goed bereidingsresultaat dient het ferromagnetische gebied van de bodem van de pan overeen te komen met de grootte van de kookzone. Wordt het kookgerei niet herkend op een kookzone, probeer er dan een met een kleinere diameter. Wanneer de flexibele kookzone als een afzonderlijke kookzone wordt gebruikt, kunnen grotere vormen worden gebruikt die hier speciaal geschikt voor zijn. Informatie over de plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk ~ "Flex zone". Er zijn ook inductievormen waarvan de bodem niet volledig ferromagnetisch is:■Is de bodem van het kookgerei slechts gedeeltelijk ferromagnetisch, dan wordt alleen het ferromagnetische oppervlak heet. Hierdoor wordt de warmte mogelijk niet gelijkmatig verdeeld.
De temperatuur van het niet-ferromagnetische gebied kan dan te laag zijn om te koken. ■Bestaat het materiaal van de bodem van het kookgerei deels uit aluminium, dan is het ferromagnetische oppervlak ook kleiner. Mogelijk worden dit niet warm genoeg of zelfs helemaal niet herkend.
Niet geschikte pannenGebruik nooit straalplaten of pannen van:■dun normaal staal■glas■aardewerk■koper■aluminiumEigenschappen van de bodem van het kookgereiHet bereidingsresultaat kan worden beïnvloed door de kwaliteit van pannenbodem. Gebruik pannen waarvan het materiaal de warmte gelijkmatig in de pan verdeelt, bijv. pannen met "sandwich-bodems" van roestvrij staal. Daarmee wordt tijd en energie bespaard. Gebruik kookgerei met vlakke bodems. Ongelijke bodems hebben invloed op de warmtetoevoer. FP FPFP.
nl Koken met inductie10Geen pan of ongeschikte afmetingAls er geen pan op de geselecteerde kookzone wordt geplaatst of als deze niet van het geschikte materiaal is of geen geschikte afmeting heeft, knippert de kookstand op de indicator van de kookzone. Plaats een geschikte pan, zodat het knipperen stopt. Als er meer dan 90 seconden wordt gewacht gaat de kookzone automatisch uit.Lege pannen of pannen met een dunne bodemVerwarm geen lege pannen en gebruik geen pannen met dunne bodem. De kookplaat is uitgerust met een intern veiligheidssysteem, maar een lege pan kan zo snel heet worden dat de functie “automatisch uitschakelen" geen tijd heeft om te reageren, waardoor de temperatuur erg kan oplopen. De bodem van de pan kan smelten en het glas van de kookplaat beschadigen. Raak in dat geval de pan niet aan en schakel de kookzone uit.
Als het apparaat na het afkoelen niet werkt, neem dan contact op met de technische dienst.Herkenning van de panElke kookzone heeft een ondergrens voor de herkenning van de pan. Deze is afhankelijk van de ferromagnetische diameter en het materiaal van de bodem. Daarom dient u altijd de kookzone te gebruiken die het beste past bij de diameter van de pannenbodem.
Het apparaat leren kennen nl11*Het apparaat leren kennenHe t appar aat leren kennenInformatie over afmetingen en vermogens van de kookzones vindt u in~ Blz. 2Aanwijzing: . Afhankelijk van het apparaattype zijn kleur- en detailafwijkingen mogelijk.Uw nieuwe apparaatSpeciale accessoiresAl naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijn er verschillende accessoires, welke u in de vakhandel, bij de servicedienst of bij onze officiële website kunt kopen: ■Luchtafvoerset■Luchtcirculatieset■Actief koolstoffilter: voor luchtcirculatie■Akoestisch filter: voor luchtafvoerNr. Aanduiding1 Metalen vetfilter2 Actief koolstoffilter bij circulatiefunctie of akoestische filter bij afvoerluchtfunctie*3 Kookplaat4 Bedieningspaneel5 Overloopreservoir*al naar gelang de apparaatuitvoering#+
nl Het apparaat leren kennen12Het bedieningspaneelBedieningsvlakkenWanneer de kookplaat opwarmt, zijn de symbolen van de bedieningsvlakken verlicht die op dat moment beschikbaar zijn.Raakt u een symbool aan, dan wordt de betreffende functie geactiveerd.Aanwijzingen■De betreffende symbolen van de bedieningsvlakken lichten op wanneer ze beschikbaar zijn. De indicaties van de kookzones of van de gekozen functie lichten helderder op.■Zorg ervoor dat het bedieningspaneel altijd schoon en droog is. Vocht kan een nadelige invloed hebben op de werking.■Zorg ervoor dat er geen pannen in de buurt van indicaties en sensoren komen.
Het apparaat leren kennen nl13De kookzonesRestwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Hiermee wordt aangegeven dat een kookzone nog heet is. Raak de kookzone niet aan zolang de restwarmte-indicatie verlicht is.Afhankelijk van de hoogte van de restwarmte wordt het volgende weergegeven:■Indicatie •: hoge temperatuur■Indicatie œ: lage temperatuurWanneer u de pan tijdens het koken van de kookzone neemt, knipperen afwisselen de restwarmte-indicatie en de gekozen kookstand.Is de kookzone uitgschakeld, dan is restwarmte-indicatie verlicht.
nl Gebruiksmogelijkheden14ÇGebruiksmogelijkhedenGebr ui k smogel i j k hedenU kunt dit apparaat gebruiken voor luchtafvoer en circulatielucht. Gebruik met afvoerluchtAanwijzing: De afvoerlucht mag niet worden afgevoerd via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoer, noch via een schacht die dient voor de ontluchting van ruimtes met vuurbronnen. ■Komt de afvoerlucht terecht in een rook- of gasafvoer die niet in gebruik is, dan dient u een vakbekwame schoorsteenveger te raadplegen. ■Wordt de afvoerlucht door de buitenmuur geleid, dan raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken. Gebruik met circulatieluchtAanwijzing: Om geurtjes te voorkomen bij het gebruik van circulatielucht, dient u een actief koolfilter te monteren. De verschillende manieren om het apparaat met circulatielucht te gebruiken, vindt u in het prospectus of kunt u navragen bij uw speciaalzaak.
De daartoe benodigde toebehoren zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice of de Online-shop. KVoor het eerste gebruikVo o r het eer st e gebr ui kVolg voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt de volgende aanwijzing op:Het apparaat en de accessoires grondig schoonmaken. Voordat u uw nieuwe apparaat kunt gebruiken moet u enkele instellingen uitvoeren:De kookplaat met de hoofdschakelaar # in- en uitschakelen. Home Connect instellenWanneer het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld, wordt de instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op het display licht gedurende enkele seconden het symbool D zwak op. Om de aansluitinstelling te starten, de sensor D aanraken en de aanwijzingen in het hoofdstuk ~ "Home Connect" opvolgen. Om de eerste instelling te verlaten een willekeurige sensor aanraken.
Functie instellenHet apparaat wordt geleverd met vooringestelde circulatiefunctie. Wanneer de kookplaat met luchtafvoer naar buiten is geïnstalleerd, moet u de instelling ™‚ˆ op deze modus configureren. Zie hoofdstuk~ "Basisinstellingen".
Apparaat bedienen nl151Apparaat bedienenAp p a r a a t bedi enenIn dit hoofdstuk kunt u lezen hoe u een kookzone instelt. In de tabel vindt u kookstanden en bereidingstijden voor verschillende gerechten. Tip: Schakel de ventilatie in bij het begin van het koken en schakel deze pas enkele minuten na het einde van het koken weer uit. Zo wordt de keukendamp het effectiefst verwijderd. Aanwijzing: Gebruik het apparaat nooit zonder metalen vetfilter en overloopreservoir. Kookplaat in- en uitschakelenDe kookplaat met de hoofdschakelaar in- en uitschakelen. Inschakelen: Raak het symbool # aan. Er klinkt een signaal. De symbolen die bij de kookzones horen en de functies die op dit tijdstip ter beschikking staan lichten op. De kookplaat is klaar voor gebruik. Uitschakelen: raak het symbool # aan tot de indicaties verdwijnen.
De restwarmte-indicatie blijft verlicht tot de kookzones voldoende zijn afgekoeld. Aanwijzingen■Wanneer er geen verbinding met het thuisnetwerk is gemaakt of de verbinding is onderbroken, wordt tijdens het inschakelen van de kookplaat altijd de eerste instelling van de netwerkverbinding geactiveerd. ■De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de kookzones enkele seconden uitgeschakeld zijn. ■De gekozen instellingen blijven gedurende de eerste 4 seconden na uitschakeling van de kookplaat bewaard. Wordt de kookplaat in deze tijd opnieuw ingeschakeld, dan werkt hij met de eerdere instellingen. Kookzone instellenIn het instelgebied stelt u de gewenste kookstand in. Kookstand 1 = laagste stand. Kookstand 9 = hoogste stand. Elke kookstand heeft een tussenstand. Deze wordt gekenmerkt door †.
Aanwijzing: De linkerkookzones worden in het linkerinstelgebied en de rechterkookzones in het rechterinstelgebied ingesteld. Aanwijzingen■Om de gevoelige onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of elektrische overbelasting, kan het vermogen van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
■Om geluidshinder van het apparaat te voorkomen kan het vermogen van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht. Kookzone en kookstand kiezenDe kookplaat moet ingeschakeld zijn. 1. Het symbool " of Ä van de gewenste kookzone aanraken. Het symbool " of Ä licht helderder op. 2. Strijk met uw vinger over het betreffende instelgebied tot de gewenste kookstand oplicht. De kookstand is ingesteld. Aanwijzing: Als u een pan op een Flex-zone zet, herkent de kookplaat de pan en de kookplaat wordt automatisch geselecteerd. Meer informatie over de Flex-zone vindt u in hoofdstuk ~ "Flex zone". De vermogensstand wijzigenSelecteer de kookzone en regel de gewenste vermogensstand in de programmeerzone. De kookzone uitschakelenSelecteer de kookzone en stel af op ‹ in de programmeerzone. De kookzone wordt uitgeschakeld en de restwarmte-indicator verschijnt.
Aanwijzingen■Als er geen pan op de inductiekookzone wordt geplaatst, gaat de geselecteerde vermogensstand knipperen. Na een tijdje wordt de kookzone uitgeschakeld. ■Als er een pan op de kookzone staat voordat de plaat wordt ingeschakeld, zal deze worden gedetecteerd binnen 20 seconden na het indrukken van de hoofdschakelaar en zal de kookzone automatisch worden geselecteerd. Selecteer, zodra deze is gedetecteerd, de vermogensstand binnen 20 seconden, anders wordt de kookzone uitgeschakeld. .
nl Apparaat bedienen16KookadviesAdvies■Bij het warm maken van puree, crèmesoepen en dikvloeibare sauzen regelmatig roeren.■Voor het voorverwarmen kookstand 8 - 9 instellen.■Bij de bereiding met deksel de kookstand terugschakelen, zodra er tussen deksel en kookgerei stoom vrijkomt. Voor een goed bereidingsresultaat is geen stoom nodig.■Na de bereiding het kookgerei tot het opdienen gesloten houden.■Voor het koken met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.■De gerechten niet te lang laten koken of bakken, om de voedingswaarde te behouden. Met de kookwekker kan de optimale bereidingstijd worden ingesteld.■Voor een gezonder bereidingsresultaat dient rokende olie te worden voorkomen.■Voor een bruine kleur van de gerechten deze na elkaar klaarmaken in kleine porties. ■Kookgerei kan tijdens de bereiding hoge temperaturen bereiken.
Het gebruik van pannenlappen is aan te bevelen.■Adviezen voor energie-efficiënt koken vindt u in het hoofdstuk ~ "Milieubescherming"BereidingstabelIn de tabel wordt voor alle gerechten weergegeven welke kookstand geschikt is. De bereidingstijd kan afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten variëren.Kookstand Bereidingstijd (min.)SmeltenChocolade, couverture 1 - 1.5 -Boter, honing, gelatine 1 - 2 -Opwarmen en warmhoudenEenpansgerecht, bijv. linzenschotel 1.5 - 2 -Melk* 1.5 - 2.5 -Worstjes in water verwarmen* 3 - 4 -Ontdooien en opwarmenSpinazie, diepvries 3 - 4 15 - 25Goulash, diepvries 3 - 4 35 - 55Gaarstoven, zachtjes laten kokenAardappelballetjes* 4.5 - 5.5 20 - 30Vis* 4 - 5 10 - 15Witte sauzen, bijv. bechamelsaus 1 - 2 3 - 6Geklopte sauzen, bijv.
nl Apparaat bedienen18Handmatige ventilatieregelingU kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Aanwijzing: Bij hoge pannen kan geen optimaal afzuigvermogen worden gegarandeerd. Het afzuigvermogen kan worden verbeterd door een deksel schuin op de pan te leggen. Activeren1. Raak het symbool I aan. De ventilatie start bij de vooringestelde vermogensstand. 2. Kies in de volgende 10 seconden in het instelgebied de juiste kookstand. De ingestelde kookstand brandt. 3. Raak het symbool I aan om de gekozen instelling te bevestigen. De ventilatie is ingeschakeld. Wijzigen en uitschakelenRaak het symbool I aan en kies de gewenste kookstand of in het instelgebied op ‹ instellen. Intensief-standEr zijn twee intensiefstanden voor de ventilatie. Wanneer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.
ActiverenRaak het symbool I aan en stel de gewenste vermogensstand in. ■Intensiefstand I: raak het symbool & aan. De aanwijzing › brandt. De intensiefstand is geactiveerd. ■Intensiefstand II: raak het symbool & twee keer aan. De indicatie ›. brandt. De intensiefstand is geactiveerd. Aanwijzing: Na acht minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand Š. Wijzigen en uitschakelenRaak het symbool I aan en kies de gewenste kookstand of in het instelgebied op ‹ instellen. Automatische startWanneer u voor een kookzone een kookstand kiest, dan schakelt de automatische start in. De kookplaat wordt standaard met sensorgeregelde automatische start geleverd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk ~ "Basisinstellingen".
Automatische modus met sensorregelingDe kookplaat beschikt over een luchtkwaliteitssensor, welke de kookdamp automatisch registreert en de ventilatie inschakelt. Wanneer de automatische start is uitgeschakeld of op basis van kookstanden is ingesteld, dan kunt u de werking met sensorregeling te allen tijde handmatig inschakelen. ActiverenRaak het symbool o aan. De indicatie ‘ brandt en de optimale vermogensstand wordt met behulp van de sensor automatisch ingesteld. DeactiverenRaak het symbool o aan. De indicatie ‘ verdwijnt. De sensorregeling is uitgeschakeld. Aanwijzing: Hoe u de sensorgevoeligheid instelt kunt u lezen in hoofdstuk ~ "Basisinstellingen". Naloop-functieDe naloopfunctie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten doorlopen. Zo wordt de nog aanwezige kookdamp verwijderd. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
De kookplaat wordt standaard met de nalooptijd met een maximale uitschakeltijd geleverd. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk ~ "Basisinstellingen". ActiverenDe nalooptijd-functie is overeenkomstig de geconfigureerde basisinstellingen mogelijk:■Via de regeling van de luchtkwaliteitssensor. Het symbool I en de indicatie ‘ branden. ■Met een maximale uitschakeltijd. Het symbool I is verlicht. Aanwijzing: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld. DeactiverenHandmatigRaak het symbool I aan. De naloopfunctie wordt uitgeschakeld. AutomatiekIn de volgende gevallen wordt de naloopfunctie uitgeschakeld:■De nalooptijd is afgelopen. ■Het apparaat wordt weer ingeschakeld. ■De sensor stelt vast dat de luchtkwaliteit in orde is.
Flex zone nl19|Flex zoneFl ex zoneHij kan naar wens als één kookzone of als twee afzonderlijke kookzones worden gebruikt. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhankelijk van elkaar functioneren. Is de flexibele kookzone in gebruik, dan wordt alleen het gebied geactiveerd dat door het kookgerei wordt bedekt. Tips voor het gebruik van pannenOm te zorgen voor een goede detectie en verdeling van de warmte, wordt aanbevolen de pan correct te centreren:Als een afzonderlijke kookzoneDe flexibele kookzone wordt geactiveerd als één afzonderlijke kookzone. ActiverenDe kookzones worden afhankelijk van de opstelling van de pan automatisch verbonden of van elkaar gescheiden. Handmatig verbinden:1. De flexibele kookzone met het symbool Ä selecteren. 2. In het instelgebied de betreffende kookstand instellen. De Flex-zone is geactiveerd.
Kookstand wijzigenKies de kookzone en wijzig de kookstand in het betreffende instelgebied. Een nieuwe pan toevoegen1. De nieuwe pan afhankelijk van de grootte op de geschikte positie plaatsen. Als de pan correct is opgesteld, wordt dit door het apparaat herkend. Het apparaat scheidt de zones en selecteert deze automatisch. 2. In het instelbereik de gewenste kookstand selecteren. Aanwijzingen■Als u de pan van de actieve kookzone verplaatst of optilt, start de kookzone een automatische zoekfunctie en de voordien gekozen kookstand blijft bestaan. ■U kunt de automatische panherkenning uitschakelen. Meer informatie vindt u in hoofdstuk ~ "Basisinstellingen". DeactiverenDe kookzones worden afhankelijk van de opstelling van de pan automatisch verbonden of van elkaar gescheiden. Om de kookzones handmatig van elkaar te scheiden, het symbool ý aanraken. De Flex-zone is gedeactiveerd.
Kookzones van elkaar scheidenDe kookzones worden afhankelijk van de opstelling van de pan automatisch verbonden of van elkaar gescheiden. Om de kookzones handmatig van elkaar te scheiden:1. Symbool ý aanraken. 2. De gewenste kookzone met het symbool " selecteren. 3. In het instelgebied de betreffende kookstand instellen. De kookplaat is geactiveerdAanwijzingen■Wanneer de kookplaat uitschakelt en vervolgens opnieuw inschakelt, wordt de flexibele kookzone opnieuw als afzonderlijke kookzone gebruikt. ■In het hoofdstuk ~ "Basisinstellingen" staat beschreven hoe u de configuratie-instelling van de flexibele zone kunt wijzigen. Beide kookzones verbindenDe kookzones worden afhankelijk van de opstelling van de pan automatisch verbonden of van elkaar gescheiden. Om de kookzones handmatig te verbinden, het symbool ý aanraken. De Flex-zone is geactiveerd.
Als afzonderlijke kookzoneDiameter kleiner dan of gelijk aan 13 cm Plaats de vorm in een van de vier posities die op de afbeelding te zien zijn. Diameter groter dan 13 cm Plaats de vorm in een van de drie posities die op de afbeelding te zien zijn. Is er meer dan één kookzone nodig voor het kookgerei, plaats het dan met de rand op de bovenste of onderste rand van de flexi-bele kookzone. Als twee onafhankelijke kookplatenDe voorste en achterste kookzones, elk met twee inductoren, kunnen onafhankelijk van elkaar wor-den gebruikt. Stel voor elke afzonderlijke kook-zone de gewenste kookstand in. Gebruik op elke kookzone slechts één pan.
nl Move-functie20uMove-functieMove- f unct i eMet deze functie wordt de hele flexibele kookzone geactiveerd die ingedeeld is in drie kookgebieden en waarvan de kookstanden vooraf ingesteld zijn. Gebruik slechts één kookvorm. De grootte van het kookgebied hangt af van de gebruikte vorm en de juiste plaatsing. Nu kan er tijdens het koken kookgerei naar een ander kookgebied met een andere kookstand worden verplaatst:Vooraf ingestelde kookstanden:Voorste gebied = kookstand ŠMiddelste gebied = kookstand †Achterste gebied = kookstand ‚. †De vooraf ingestelde kookstanden kunnen onafhankelijk van elkaar worden veranderd. Hoe u ze kunt veranderen staat beschreven in het hoofdstuk ~ "Basisinstellingen". Aanwijzingen■Wordt er meer dan één kookvorm op de flexibele kookzone herkend, dan wordt de functie gedeactiveerd.
■Wordt de kookvorm binnen het bereik van de flexibele kookzone verplaatst of opgetild, dan start de kookplaat automatisch met zoeken en wordt de kookstand van het gebied van de herkende vorm ingesteld. ■Gedetailleerde informatie over de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in het hoofdstuk ~ "Flex zone"Activeren1. Kies een van beide kookzones van de flexibele kookzone. 2. Raak het symbool ÿ aan, het is sterker verlicht. De flexibele kookzone wordt geactiveerd als één afzonderlijke kookzone. De kookstand van het gebied waarop het kookgerei staat, is verlicht op het display van de kookzones. De functie is geactiveerd. Kookstand wijzigenDe kookstanden van de afzonderlijke kookgebieden kunnen tijdens het koken worden gewijzigd. Plaats het kookgerei op het kookgebied en wijzig de kookstand in het instelgebied.
Aanwijzingen■Er wordt slechts één kookstand veranderd van het gebied waarop het kookgerei staat. ■Wordt de functie gedeactiveerd, dan worden de kookstanden van de drie kookgebieden teruggezet naar de vooraf ingestelde waarden. DeactiverenSymbool ÿ aanraken. Het is zwakker verlicht. De functie is gedeactiveerd.
Tijdfuncties nl21OTijdfunctiesTijdfunctiesUw kookplaat beschikt over drie timerfuncties:■Programmering van de bereidingstijd■Kookwekker■Stopwatch-functieProgrammering van de bereidingstijdDe kookzone schakelt na afloop van de ingestelde tijd automatisch uit. Zo stelt u in:1. Raak twee keer het symbool 0 aan. In de timer-indicatie zijn het symbool ‹‹ en de indicatie xverlicht. 2. De kookzone kiezen. De indicatie x is verlicht. 3. Binnen de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste bereidingstijd instellen. 4. Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen. 5. De gewenste kookstand kiezen. De bereidingstijd begint af te lopen. Aanwijzingen■Voor alle kookzones kan automatisch dezelfde bereidingstijd worden ingesteld. De ingestelde tijd loopt voor elk van beide kookzones onafhankelijk af.
In de paragraaf ~ "Basisinstellingen" vindt u informatie over de manier waarop de bereidingstijd automatisch kan worden geprogrammeerd. ■Wordt de flexibele kookzone als enige kookzone gekozen, dan is de ingestelde tijd voor de hele kookzone hetzelfde. ■Wordt bij de gecombineerde kookzone de functie Move gekozen, dan is de ingestelde tijd voor de drie kookzones hetzelfde. BraadSensorWordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone en is de braadSensor geactiveerd, dan begint de bereidingstijd pas af te lopen wanneer de gekozen temperatuurstand bereikt is. KookfunctiesWordt er een bereidingstijd geprogrammeerd voor een kookzone terwijl een van de kookfuncties is geactiveerd, dan begint de tijd pas af te lopen wanneer de temperatuur voor het gekozen gebied bereikt is. Tijd veranderen of wissenRaak twee keer het symbool 0 aan en kies vervolgens de kookzone.
Aan het einde van de ingestelde tijdDe kookzone schakelt uit, de indicatie x knippert en de kookzone geeft ‹ aan. Er klinkt een signaal. In de timer-indicatie knipperen ‹‹ en de indicatie x. Bij aanraking van het symbool 0 verdwijnen de indicaties en het geluidssignaal. Aanwijzingen■Is er een bereidingstijd voor meerdere kookzones geprogrammeerd, dan verschijnt in de timer-indicatie altijd de kortste bereidingstijd. ■Voor het opvragen van de resterende bereidingstijd van een kookzone raakt u twee keer het symbool 0 aan en kiest u de kookzone. ■U kunt een bereidingstijd van maximaal ŠŠ minuten instellen. De kookwekkerMet de kookwekker kunt u een tijd tot 99 minuten instellen. Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit. Zo stelt u in1. Symbool 0 aanraken.
In de timer-indicatie zijn ‹‹ en de indicatie V verlicht. 2. Kies in het instelgebied de gewenste tijd en bevestig deze instelling door het symbool 0 aan te raken. Na enkele seconden begint de tijd af te lopen. Tijd veranderen of wissenSymbool 0 aanraken. Wijzig de bereidingstijd in het instelgebied of stel ‹‹ in om de geprogrammeerde bereidingstijd te wissen. Raak het symbool 0 aan om de gekozen instelling te bevestigen.
nl PowerBoost-functie22Aan het einde van de ingestelde tijdAan het einde van de ingestelde tijd klinkt een signaal. In de timer-indicatie knipperen ‹‹ en het symbool V.Na aanraking van het symbool 0 verdwijnen de indicaties.Stopwatch-functieDe stopwatch-functie geeft de tijd weer die sinds de activering verstreken is.Hij functioneert onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen.
Deze functie schakelt een kookzone niet automatisch uit.ActiverenSymbool þ aanraken.In de timer-indicatie zijn ‹‹ verlicht.De tijd begint af te lopen.DeactiverenSymbool þ aanraken.In de timer-indicatie worden ‹‹ weergegeven en verdwijnen vervolgens.De functie is gedeactiveerd.Aanwijzing: Om de stop-watch te deactiveren dient deze functie gekozen te zijn.vPowerBoost-functiePo we r Bo o s t - f u n c t i eMet de PowerBoost-functie kunnen grote hoeveelheden water sneller worden verwarmd dan met de betreffende kookstand Š.Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.).Aanwijzing: In het flex-gebied kan de powerboost-functie ook worden geactiveerd wanneer er slechts één kookzone wordt gebruikt.Activeren1. Een kookzone kiezen.2.
ShortBoost functie nl23xShortBoost functieSh o r t Bo o s t f unc t i eMet de ShortBoost-functie kan het kookgerei sneller worden verwarmd dan met de kookstand Š.Kies na de deactivering van de functie de juiste kookstand uit voor uw gerechten.Deze functie kan alleen worden geactiveerd voor een kookzone wanneer de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is (zie Afb.).Aanwijzing: Bij de flexibele kookzone kan de Shortboost-functie ook worden geactiveerd wanneer hij als één afzonderlijke kookzone wordt gebruikt.Advies voor het gebruik■Gebruik altijd kookgerei dat niet van tevoren verwarmd is.■Gebruik pannen met een egale bodem. Gebruik geen kookgerei met een dunne bodem.■Nooit leeg kookgerei, olie, boter of vet verwarmen zonder dat er toezicht bij is.■Geen deksel op het kookgerei leggen.■Plaats het kookgerei in het midden van de kookzone.
Zorg ervoor dat de diameter van de pannenbodem overeenkomt met de grootte van de kookzone.■Informatie over het soort, de grootte en de plaatsing van het kookgerei vindt u in paragraaf ~ "Koken met inductie"Activeren1. Een kookzone kiezen.2. Raak twee keer het symbool & aan.De indicatie ›Ø is verlicht.De functie is geactiveerd.Deactiveren1. Een kookzone kiezen.2. Symbool & aanraken.De indicatie ›Ø verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand Š.De functie is gedeactiveerd.Aanwijzing: Na 30 seconden schakelt deze functie automatisch uit.zWarmhoudfunctieWar mhoudf unc t i eDeze functie is geschikt voor het smelten van chocolade of boter en voor het warmhouden van gerechten.Activeren1. Symbool è aanraken.2. Kies in de volgende 10 seconden de gewenste kookzone.De indicatie – is verlicht.De functie is geactiveerd.Deactiveren1. Symbool è aanraken.2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Siemens EX877LX67E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Inductiekookplaat Siemens
Handleiding Inductiekookplaat
Nieuwste handleidingen voor Inductiekookplaat
