Siemens AEROGYR RWI65.02 Handleiding

Siemens Temperatuurregeling AEROGYR RWI65.02

Bekijk gratis de handleiding van Siemens AEROGYR RWI65.02 (73 pagina’s), behorend tot de categorie Temperatuurregeling. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Siemens AEROGYR RWI65.02 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/73
Siemens Building Technologies
HVAC Products
AEROGYR™
Grondslagenhandboek RWI65.02
Installatie, inbedrijfstelling en bediening
CM2Z3204H
April 2000
F6
pN2
T
p
p
T
Y1
F5
F4
F1
N1
B9 Y20 Q20 Q23
p

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Siemens
Categorie: Temperatuurregeling
Model: AEROGYR RWI65.02

Handleiding Siemens AEROGYR RWI65.02 – volledige tekst

• PI-regelfuncties instelbaar• Verwarmen, elektrisch of met water• Koelen, modulerend en/of eentrapsschakelend• WTE met roterende warmtewisselaar, platenwisselaar, twincoil unit met glycol ofmengluchtkleppensectie • Circulatiepompschakeling: belastingafhankelijk en op buitentemperatuur• Vrijgave van de elektrische verwarming; nadraaitijd voor de ventilatoren• Eén- of tweetrapsventilatoren• Koelmachine• Maximale economie-omschakeling (MEO) van de luchtkleppen of WTE• Instelbare startvertraging via 100% recirculatie voor de modulerende luchtkleppen• Besturing van de regelaar via externe schakelaars (Auto, 0, I, II)• Verzameld alarm met een contactuitgang (Prioriteit A of b)• Vaste standinstelling voor de luchtkleppen• Voorverwarmingsfunctie van de warmwaterluchtverwarmer• Buitentemperatuurafhankelijk blokkeren van de tweede ventilatortrap (Q44)• Buitentemperatuurafhankelijk blokkeren van het koelsignaal (Y20/Q24) • Bediening met drie bedienkaarten en een weergavedisplay van 10 regels• Brandmeldingang• Luchtstroming (drukverschil- of vaanschakelaar)• Vorstbeveiliging van de luchtverwarmer (lucht- of waterzijdig)• Maximaalbeveiliging elektrische luchtverwarmer• Circulatiepomp, overbelasting• Ventilatoren, overbelasting• Koelmachine, overbelasting• Vrije alarmingang (b.

4Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 CM2Z3204H 1. Belangrijke aanwijzingen Lees eerst dit hoofdstuk, voor u verder bladert. U krijgt belangrijke informatie voor uw veiligheid en voor de veiligheid van de installatie. 1. 1 Informatiebronnen voor de RWI65. 02 Dit grondslagenhandboek is een onderdeel van een serie informatiebronnen, dievoor de regelaar RWI65. 02 beschikbaar zijn. Het is een richtlijn voor de installatie, de inbedrijfstelling en de bediening. Aanvullend is echter, in het bijzonder voor alle werkzaamheden tot aan deinbedrijfstelling, verdere informatie nodig. Voor wie en welke informatie waar te vinden is, kunt u in de volgendeopsommingen vinden: - Montagehandleiding - Korte bedienhandleiding - Bedieningskaarten (Deze set van documenten is bij aflevering toegevoegd aan de regelaar. Bij verlies kandeze onder bestelnummer ARG65. 45 bij Siemens worden aangevraagd.

) -Apparatenblad RWI65. 02, bestelnummer 3204 -Apparatenblad bij communicatiekaart AZI65. 3, nummer 3208 - Productdocumentatie van de fabrikant voor veldapparaten en andere installatiedelen,die aan de RWI65. 02 worden aangesloten of erdoor worden bestuurd -Montage-, inbedrijfstellingsdocumentatie en bedradingsschema’s van de installatiewaar de regelaar ingebouwd is, voor zover die voor de veilige en correcte toepassing - Alle betreffende voorschriften voor veiligheid, het voorkomen van ongevallen, debouw, de montage enz. , die invloed hebben op de veilige en correcte toepassing vande RWI65. 02 Alleen de complete set hoeveelheid documenten garandeert de benodigde informatie,die nodig is voor de veilige en correcte werking van het product in een gebouwtechnischeinstallatie. 1. 2 Doelgericht gebruik AEROGYR RWI65.

02 mag alleen worden gebruikt voor het regelen, sturen en bewakenvan ventilatie-installaties. Het systeem mag onbeperkt op door Siemens voor het systeem geleverde of aanbevolen apparaten van derden worden aangesloten en gebruikt.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 5 De aansluiting van vreemde apparaten, die niet door Siemens zijn aanbevolen, iseveneens mogelijk, als deze overeenkomen met de in de productbeschrijvingbeschreven veiligheidstechnische en andere technische eisen. 1. 3 Aanwijzingen voor de veiligheid 1. 3. 1 Veiligheidssymbolen in dit handboek Met het nevenstaand symbool (waarschuwingsdriehoek) worden veiligheidsaanwijzingenen waarschuwingen gekenmerkt, waar in het bijzonder rekening mee gehouden moetworden. Indien geen rekening wordt gehouden met deze aanwijzingen kunnen persoonlijk letselen/of aanzienlijke, zakelijke schade het gevolg zijn. Bijzondere aanwijzing; Let op. Buiten de aanwijzingen in dit hoofdstuk bevinden zich speciale veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen op de betreffende plaatsen in het grondslagenhandboek.

De aanwijzingen en waarschuwingen worden niet alleen in gevallen gegeven, waarbij vanAEROGYR RWI65. 02 direct gevaar zou kunnen uitgaan. Het waarschuwingssymbool staat ook op plaatsen, waar door ondeskundig gebruik ofinstelling van het systeem zich eventueel gevaar kan voordoen. Houd rekening met verdere veiligheidssymbolen op de apparaten en installatiedelen. Debetreffende aanwijzingen zijn in de beschrijvingen van deze apparaten of op deapparaten zelf te vinden. 1. 3. 2 Eisen aan inbedrijfstellers en bedienend personeel Het aansluiten en de inbedrijfstelling van de RWI65. 02 mogen alleen door gekwalificeerdpersoneel worden uitgevoerd, dat dienovereenkomstig door Siemens is geschoold. De RWI65. 02 mag alleen door personen worden bediend, die door Siemens of diensvertegenwoordiger zijn onderwezen en op de mogelijke gevaren zijn gewezen. 1. 3.

3 Actieve en passieve veiligheid Actieve en passieve veiligheid zijn toestanden die betrekking hebben op het product. De veilige toestand wordt actief door het product zelf gegarandeerd (systeemveiligheid;b. v.

door ingebouwde veiligheid) of het product vertoont een passief veiligheidsgedrag enis aangewezen op de tijdens het bedrijf voortdurend te verzorgen veiligheid. De actieve veiligheid van de RWI65. 02 wordt bereikt door: -veilige software (zelfdiagnose, plausibiliteitstests, waarschuwing voor gevaren,uitschakeling bij zware storingen, gegevensbeveiliging bij spanningsuitval enz. ) -veilige constructie De passieve veiligheid van de RWI65. 02 wordt verhoogd door: -scheiding van inbedrijfstellings- en bedieningskaarten. (De met het systeem mindervertrouwde bedieningsman krijgt alleen bedieningskaarten.

6Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 CM2Z3204H -inwerken van bedienend personeel, hetgeen ook de voorlichting overveiligheidsvragen omvat 1. 3. 4 Algemene veiligheidsaanwijzingen De AEROGYR RWI65. 02 komt overeen met de laatste stand van de techniek en biedtde veiligheid die rekening houdend met alle omstandigheden, redelijkerwijs kan wordenverwacht. De juiste en veilige werking van de RWI65. 02 gaat uit van correct transport, vakkundigeopslag, vakkundige montage, installatie en inbedrijfstelling, evenals van zorgvuldigebediening. De volgende veiligheidsaanwijzingen hebben niet alleen betrekking op de regelaarRWI65. 02, maar ook op het gebied eromheen (b. v. regelpaneel) en op degebouwtechnische installatie.

Werk nietmet de installatie of installatiecomponenten als standaard veiligheidsvoorzieningen buitenwerking zijn of beïnvloed worden in hun werking. Laat handelingen achterwege, die de voorgeschreven scheiding van deveiligheidslaagspanning (AC 24 V) zou kunnen aantasten. Schakel vóór het openen van het regelpaneel de stroomvoorziening uit. Werk niet onderspanning.

Schakel ook bij het vervangen van een zekering de installatie naar spanningsvrijetoestand en gebruik hiervoor alleen de juiste vervangende typen. Vermijd elektromagnetische en andere storingsinvloeden op signaal- en aansluitleidingen,die fouten kunnen bewerkstellingen, die de veiligheid kunnen verstoren. Monteer en installeer systeem- en andere installatiecomponenten alleen volgens debijbehorende montage- en gebruiksvoorschriften. Beveilig elektronische componenten, of printplaten, vrije stekeraansluitingen en anderemet de interne schakeling verbonden apparatendelen tegen statische oplading. Vakkundige toepassing Aanwijzing.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 7 Houd rekening met de in dit verband benodigde veiligheidsmaatregelen zoals aarding,potentiaalcompensatie, geleidende ondergrond, het vermijden van sterk isolerendematerialen enz. 1. 4 Verpakking, opslag en transport De benodigde verpakking van het systeem voor opslag en transport is afhankelijk van - mogelijke mechanische invloeden en - mogelijke klimatologische invloeden. Gebruik de originele verpakking van Siemens c. q. de leverancier, als op de transportwegsprake is van gemiddelde (in de EG gebruikelijke) mechanische en klimatologischeinvloeden. Vermijd dat de verpakking van buiten mechanisch te zwaar wordt belast (b. v. doorpuntige of stompe voorwerpen). Stapel verpakte apparaten alleen op elkaar, als deverpakking de belasting vrijwaart van het apparaat. Bij transport onder verzwaarde omstandigheden (b. v.

op open voertuigen, bijbuitengewone, schuddende condities, bij transport over zee of in subtropische landen),moet een aanvullende of andere verpakking worden toegepast, die deze bijzondereinvloeden afweert. Sla het apparaat zodanig op, dat schadelijke invloeden uit de omgeving geen invloedkunnen hebben. Voorkom bij de opslag voortdurende en vooral abruptetemperatuurschommelingen. Dit is in het bijzonder dan schadelijk, als de vochtigheid kancondenseren. Voor opslag en transport gelden in ieder geval de in apparatenblad 3204 vermeldegrenswaarden. Neem in geval van twijfel contact op met uw leverancier of met Siemens. Schade, die door onvakkundige verpakking, opslag of transport ontstaat, komt voorrekening van de veroorzaker. 1. 5 Onderhoud Het onderhoud van de RWI65. 02 beperkt zich tot een regelmatige reiniging.

Binnen hetregelpaneel geplaatste systeemdelen worden het beste tijdens de normaleonderhoudsbeurten ontdaan van stof en eventueel vuil. De voorkant van het procesapparaat is bij frontmontage het enige van buitenaftoegankelijke systeemdeel.

Reinig de voorkant naar behoefte met een vochtige (nietnatte), zachte, pluisvrije doek. Als reinigingsmiddel kan men in hardnekkige gevallen eenin de handel gebruikelijk afwasmiddel of neutrale reinigingsvloeistof gebruiken. Gebruik in geen geval schurende of kunststof oplossende reinigingsmiddelen. Vermijd zure en alkalische oplossingen, sproeiwater, slag- en stootinwerkingen. Voor het geval dat storingen optreden aan het systeem en men niet bevoegd is diagnosete stellen en het verhelpen van storingen uit te voeren, moet men de servicedienst bellen. Diagnose, het verhelpen van storingen en het opnieuw in bedrijf stellen, mogen alleendoor bevoegde personen worden uitgevoerd. Dat geldt eveneens voor werkzaamhedenbinnen het regelpaneel (b. v. testwerkzaamheden, vervanging van zekeringen).

8Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 CM2Z3204H Bij onbevoegde ingrepen kan Siemens geen garantie meer op zich nemen. Eventueleschade, die ontstaat aan het systeem en gevolgschade zijn voor rekening van deveroorzaker. 1. 6 Milieubescherming, afvalverwerking Van de AEROGYR RWI65. 02 gaan tijdens bedrijf geen bekende milieuschadelijkeinvloeden uit. Voor de opruiming van defecte systeemcomponenten of van het systeem na deproductlevensduur, moet rekening worden gehouden met de volgende aanwijzingen: -Correct opruimen, d. w. z. gescheiden volgens materiaalgroepen van de op te ruimendelen. Doelstelling moet altijd een zo maximaal mogelijk hergebruik van debasismaterialen zijn, bij een zo klein mogelijke milieubelasting. -Werp in geen geval elektrisch of elektronisch afval bij de vuilnis, maar breng dit bij dedaarvoor aangewezen inzamelplaatsen.

5 + 6 Toetsen (regels 5 en 6) zijn op het eerste bedieningsniveau zonder functie 7Toets voor het instellen van de actuele weekdag (Ma = 1...Zo = 7) 8Toets voor het instellen van de actuele tijd 9 + 10 Toetsen (regels 9 en 10) zijn op het eerste bedieningsniveau zonder functie 11 Weergave van het actuele besturingssignaal Y30 (WTE) 0...100% 12 Weergave van het actuele besturingssignaal Y10 (verwarmen) 0...100% 13 Weergave van het actuele besturingssignaal Y20 (koelen) 0...100% 14 Weergave van de actuele ruimtetemperatuur B1 15 Weergave van de actuele inblaasluchttemperatuur B2 16 Weergave van de actuele buitentemperatuur B4 14...16 Weergave (----) betekent, er is geen opnemer aangesloten ofopnemeronderbreking 17 Weergave van de bedrijfswijze (¹ ,II , I, Â) 18 Weergave van de zomertijd; geen Weergave = wintertijd (toetsen van deregels 7 + 8 gelijktijdig gedurende 2 seconden indrukken: zomer-/wintertijdomschakeling) Onder instellingsparameter 65 kan het toetsenbord van bedieningsniveau 1 wordengeblokkeerd (na het sluiten van de frontdeur + 2 min vertragingstijd)!

filterbewaking) E6 0 = normaal 1 = startfase A/b = storing aan E6 5 pompen-/elektrischestoring (overbelasting) E3 0 = Q13/Q14 verwarmingsuitgang uitgeschakeld 1 = Q13/Q14 verwarminguitgang ingeschakeld A/b = pomp-/elektrische storing 6 ventilatorstoring (overbelasting) E5 0 = Q33/Q34/Q44 ventilatoren uitgeschakeld 1 = Q33/Q34 ventilatortrap 1 ingeschakeld 2 = Q33/Q44 ventilatortrap 2 ingeschakeld A/b = ventilatorstoring 7 brandmelding E1 0 = normaal A/b = brandalarm Storingsmeldingen worden afhankelijk van de codering door een knipperende A of b(prioriteit A of prioriteit b) op de display aangegeven en tegelijkertijd op de uitgangsklemF91 als verzamelstoringsmelding (contactuitgang) ter beschikking gesteld. De toestandvan de alarmuitgang F91 kan worden bekeken op het tweede bedieningsniveau onderinstellingsparameter 3.

14 Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 CM2Z3204H Soort alarm Alarm-prioriteit(geg.puntnr.) Aansluit- klem Opmerking Brand 40 E1 Alarm kwiteren; na het opheffen van de alarmoorzaak gaat de installatie weer inbedrijf Luchtstromings- storing 41 E2 Na het kwiteren van het alarm en het opheffen van de oorzaakervan, moet de kwiteertoets een tweede keer worden bediend,opdat de installatie weer in bedrijf gaat Pomp ofelektrische luchtverwarmer 42 E3 als E1 Koelmachinestoring 43 E4 Bij deze storingsmelding wordt zowel het signaal op Y20 als hetsignaal op Q13/Q24 onderbroken; Alarm kwiteren; na het verhelpen van de alarmoorzaak gaat deinstallatie weer in bedrijf Ventilatorstoring 44 E5 als E1 Vrij te kiezen 45 E6 AUX - b.v.

voor filterbewaking Daarvoor is echter niet de door de fabrikant gegeven prioriteit“A” nodig; aanbeveling: prioriteit “b”; alarmbehandeling als bij E1 Vorst 46 B9 als E1 zie ook sectie “Vorstbeveiligingsfunctie” De functieschema’s voor binnenkomende storingsmeldingen en voor gekwiteerde,bestaande storingsmeldingen zijn in het apparatenblad 3204 te vinden. 2.4 Bedieningsniveau 2: instelniveau Door het openen van de frontdeur met de sleutel komt men op bedieningsniveau 2. Dit omvat de gewenste comfortwaarden voor verwarmen/koelen, de gewensteeconomiewaarden voor verwarmen/koelen, instelwaarden voor minimale en maximalebegrenzing van de inblaasluchttemperatuur, de bedrijfswijze, evenals deinstellingsparameterlijst.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 15 1Bij het gelijktijdig indrukken van de beide toetsen gedurende 2 seconden verschijnt deWeergave van het 3e bedieningsniveau “klokprogramma” (Zie voor de beschrijvingsectie 2.5). De bijbehorende tekst bevindt zich op de achterkant van bedieningskaart2. 2Actuele (actieve) gewenste verwarmingswaarde wordt weergegeven (zwarte cursorzichtbaar), na indrukken van toets 5 wordt in de weergave de actuele gewenstekoelwaarde (zonder cursor) zichtbaar.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 17 2.5 Bedieningsniveau 3: klokprogrammaniveau De RWI65.02 heeft een klokprogramma met vier onafhankelijke schakeltijden per dag.Daarin kan de ventilatortrap (uit, trap I, trap II) evenals het bijbehorende paar gewenstewaarden (economie, comfort) worden ingesteld. Bij het gelijktijdig indrukken van de beide bovenste toetsen (regel 1 en 2) opbedieningsniveau 2, gedurende 2 seconden, verschijnt de weergave van het 3ebedieningsniveau, het klokprogramma. De bijbehorende tekst bevindt zich op de achterkant van de bedieningskaart 2. Het sluiten van de frontdeur brengt u weer terug op bedieningsniveau 1. Aanzicht van het bedieningsniveau 3: 108.00Co 212.00Co 114.00Co 218.00OFF212Dag 1 ... 7Schakeltijd 1Gew.waarde / Vent.trapSchakeltijd 2Gew.waarde / Vent.trapSchakeltijd 3Gew.waarde / Vent.trapSchakeltijd 4Gew.waarde / Vent.trapKopieren van dag Nr.

1...73204-07D 1Bij het wisselen van de ene dag naar de volgende dag worden op de displaytegelijkertijd de bijbehorende schakeltijden en gewenste waarden geactualiseerd. 2Bij het kwiteren van deze regel worden de waarden van de zichtbare dag naar de inregel 10 gekozen dag gekopieerd. Legende

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 19 2.6 Bedieningsniveau 4: inbedrijfstellingsniveau Dit niveau mag alleen door personen worden bediend, die door Siemens of diensvertegenwoordiger zijn onderwezen en op mogelijke gevaren, die door dehandinstelling kunnen ontstaan, zijn gewezen. Op het inbedrijfstellingsniveau kunnen schakel- en besturingsuitgangen afzonderlijkworden ingesteld. Voor het met de hand besturen van een servomotor wordt hetinstelsignaal in % ingesteld, waarna het uitgangssignaal de bijbehorende grootheidaanneemt. Schakeluitgangen kunnen “aan” of “uit” worden gezet. Op de regels 9 + 10 bevindt zich een instellingsparameterlijst voor inbedrijfstelling met 38instellingsparameters (zie hoofdstuk 6, sectie 6.2). Het inbedrijfstellingsniveau is bereikbaar door de gelijktijdige bediening (> 2 seconden)van de beide onderste toetsen (regel 9 + 10) op bedieningsniveau 2!

Op het inbedrijfstellingsniveau worden alle regel-, stuur- en bewakingsfunctiesbuiten bedrijf gesteld!! 1...3 Toetsen (regel 1...3) voor handmatige standinstelling (0...100%) voor de uitgangen: Y10 (verwarmingsafsluiter) Y20 (koelafsluiter/koelmachine) Y30 (kleppen/WTE) 4...7 Toetsen (regel 4...7) voor handmatig in-/uitschakelen van: luchtverwarmerpomp,contactuitgang Q13/Q14, relaisuitgang van de koeluitgang Q13/Q24 (b.v. voor 1-trapskoelmachine), verzamelstoringsuitgang F91, alarm LED-test De ingevoerde waarden/toestanden blijven bij geopende frontdeur bewaard en wordenniet beïnvloed door veranderingen (temperatuur/alarmen) in de installatie. Door sluiten van de frontdeur wordt alle handmatige instellingen gewist en gaat deregelaar (installatie) over in de normale bedrijfstoestand.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 21 3. 2 Opnemeraansluiting / opnemerherkenning De opnemers moeten bij de RWI, overeenkomstig de terminologie van Siemens aan deklemmen B. en M. worden aangesloten. Bijbehorende aansluitvoorbeelden bevindenzich in het apparatenblad 3204. Er kunnen in principe passieve opnemers (LG-Ni1000Ω) of actieve opnemers (DC 0. 10 V) op de ingangen B1, B2, B4, Z in willekeurige variaties worden aangesloten. De ingang B9 (ingang voor vorstbeveiligingsopnemer) wordt in hoofdstuk“Vorstbeveiligingsfunctie” behandeld. De RWI herkent automatisch welk opnemersignaal aangesloten is. Onder de instellingsparameters 22 tot 26 voor inbedrijfstelling kan van de automatischeopnemerherkenning worden overgeschakeld naar de herkenning van passieve of actieveopnemers. Dit kan bij zeer uitzonderlijke gevallen, d. w. z. bij “onzuiver” opnemersignaal(b. v.

opnemers van derden met een golvend gelijkspanningssignaal), wordengeprobeerd. Tot nu toe is een dergelijke situatie, waarbij dit nodig zou zijn, nog niet bekend. Bij actieve opnemers moet beslist worden gecontroleerd, of de voedingsspanning ervan(AC 24 V) correct gepolariseerd aangesloten is. Dit kan gemakkelijk d. m. v. een wisselspanningsmeting tussen M en B aan deopnemeruitgang of regelaaringang worden vastgesteld. Bij meting van AC 24 V is sprakevan een verkeerde bedrading. De aansluitingen G en G0 aan de opnemer moeten in ditgeval worden verwisseld. In geval van een verkeerde bedrading bestaat voor de RWI en de LS-opnemer geengevaar voor een defect. Actieve opnemers van L&S zijn in principe kortsluitvast, d. w. z. B. en M (G0) mogenoverbrugd worden. Dit geldt ook voor aangesloten passieve opnemers. De twee-aderige aansluiting van passieve opnemers is willekeurig uitvoerbaar.

De RWI heeft op aansluiting B2 altijd een opnemer nodig, anders wordt deinstallatie niet in bedrijf gesteld. De regelaar meldt in dit geval bij de actuelebedrijfstoestand de code 7 “Storing”.

De alarmLED brandt niet. Bij installaties met een warmwater-verwarmingsregister is beslist eenvorstbeveiligingsopnemer aan B9 nodig, anders ontstaat een vorstalarm en kan deinstallatie niet in bedrijf worden gesteld. Na een opnemeronderbreking vindt na ca. 1. 15 min opnieuw herkenning van het soortopnemer plaats.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 23 3.4 Aanwijzingen voor de inbedrijfstelling De voorbereiding voor de toepassing en de inbedrijfstelling van de RWI65.02 magalleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd, dat dienovereenkomstigis geschoold door Siemens. 3.4.1 Voorbereiding van de inbedrijfstelling 1. DIL-schakelaars controleren Overeenkomstig de opgave van het installatieschema moeten de DIL-schakelaars - voorzover nodig - in de stand “On” (links) worden geschoven (Standaard uitlevertoestand is‘Off’) (rechts). 2. Regelaar in gemonteerde voet plaatsen• Regelaar insteken• De schroeven linksboven en rechtsonder vastdraaien 3.4.2 Functiecontrole 1. Uitgangen controleren Door middel van handbesturing van de afzonderlijke uitgangen op hetinbedrijfstellingsniveau. Alle regel-, besturings- en bewakingsfuncties worden daarmee buiten bedrijfgesteld.

lInstallatie schakelt in de bedrijfswijze “Auto” niet in: inblaasluchtopnemer is nietaangesloten lAlarm kwiteren en in het meldblok (regel 9 en 10) identificeren• In geval van vorstalarm: vorstopnemer controleren• Bij alle andere meldingen: ingang en contactsoort controleren(instellingsparameterlijst voor inbedrijfstelling: instellingsparameters 16...21) 3.4.4 Afsluitende werkzaamheden• Voor testdoeleinden losgemaakte verbindingen moeten weer worden aangesloten• Afdekking van de DIL-schakelaars weer aanbrengen• Alle veranderingen van instellingen invoeren in de bedieningshandleiding• Het klokprogramma, de gewenste waarden en begrenzingen bij opengeklaptefrontdeur controleren en eventueel goed instellen• Frontdeur sluiten• Tijd en weekdag instellen Geen weergave enfuncties Temperatuurafleeswaar-den van de aangeslotenopnemersvoortdurend:”----” Rode alarmLED knippert

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 25 4. Beschrijving van de functionaliteit 4.1 Vorstbeveiligingsfunctie Voor ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties met warmwaterluchtverwarmers. Voor de vorstbeveiliging van warmwaterluchtverwarmers moet DIL-schakelaar nr. 8 naarrechts worden geplaatst (afleveringstoestand)! DIL-schakelaar nummer 8 naar links betekent: elektrische luchtverwarmer,vorstbeveiligingsfunctie is uitgeschakeld! Alle waarden voor de vorstbeveiliging zijn tevoren ingesteld en te wijzigen; dit zijn: vorstalarm temperaturen, gewenste waarden, P-banden en integratietijden. Het vorstbeveiligingsconcept functioneert voor beide soorten temperatuurmeting ( in hetwater of aan de luchtuittrede zijde van de luchtverwarmer).

De veiligheidsmaatregelen zijn: • Modulerend openen van de verwarmingsafsluiter, inschakelen van de circulatiepomp• Uitschakelen van de ventilator en sluiten van de luchtklep• vasthouden van de temperatuur bij uitgeschakelde luchtbehandeling (alleenwaterzijdig, gewenste waarde “Standby-regelaar” instellingsparameter 17)• Storingsmelding bij vorstgevaar De RWI is geconstrueerd voor een lucht- of waterzijdige vorstbeveiligingsregeling. Oflucht- dan wel waterzijdige vorstbeveiligingsregeling wordt uitgevoerd, is alleenafhankelijk van het aan de B9-ingang aangesloten opnemersignaal (DC 0...10 V of LG-Ni1000Ω). De actueel door de vorstopnemer gemeten temperatuur kan onder instellingsparameter1 worden afgelezen. Bij de verdere beoordeling van de functies moet onderscheid gemaakt worden tussen debedrijfswijzen “Installatie aan” en “Installatie uit”.

Als aanvullende beveiligingsfunctie wordt aanbevolen (bij waterzijdigevorstbeveiliging is dit dwingend voorgeschreven) de verwarmingscirculatiepompbij buitentemperaturen onder 5°C automatisch in te schakelen. Deze functie activeert men door aan de klem B4 een buitenopnemer aan te sluiten eninstellingsparameter 49 (HK-pompkickinterval) op “Auto” te zetten.

26 Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 CM2Z3204H 4.1.1 Luchtzijdige vorstbeveiliging Benodigd vorstopnemertype: Luchtzijdige vorstbeveiliging: QAF64.2 of QAF64.6 (DC 0...10 V komt overeen met0...15°C aan het capillair) Een goede vorstbeveiligingsbewaking is afhankelijk van de opnemerplaatsing. Installatie aan Installatie uit 100Y [%]0Tw wQ33/Q34Q33/Q44Q13/Q14Y10(P)2 KY [%]1000TY10(P)Q13/Q142 Kw w½X PX Pn t Pmin t Pmin X Pd Bij het bereiken c.q. onderschrijden van de temperatuur, gemeten door de QAF64.., van ww + 2K + XP begint de aansturing (Y10) van de verwarmingsafsluiter van dewarmwater-luchtverwarmer (P-regeling) en wordt de verwarmingscirculatiepompQ13/Q14 ingeschakeld. Bij ww + 2K is de afsluiter volledig open.

Als de vorsttemperatuur B9 onder de vorstalarmwaarde ww (instellingsparameter 16)daalt, wordt onmiddellijk de ventilator uitgeschakeld (Q33/34, Q33/Q44) en wordt eenvorstalarm gemeld. Als het vorstalarm op alarmprioriteit A (instellingsparameter 46) is gecodeerd, kan deinstallatie bij een gemeten temperatuur van ww + 2K + ½ Xpd of meer, na uitgevoerdekwitering (indrukken van de alarm-LED-toets op het front van de regelaar), weer in bedrijfworden gesteld. Bij alarmprioriteit “b” start de installatie na het bereiken van decapillairtemperatuur van ww + 2K + 1/2Xpd weer automatisch. De P-band (Xpd) is onder instellingsparameter 18, de P-band (Xpn) onderinstellingsparameter 19 te wijzigen. De functie gedraagt zich als hierboven genoemd, alleen zijn de ventilatoren bij het bereiken van de vorstalarmwaarde reeds uitgeschakeld.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 27 Als aanvullende beveiligingsfunctie moet de verwarmingscirculatiepomp bijbuitentemperaturen beneden 5°C automatisch inschakelen. Deze functie activeert men door aan klem B4 een buitenopnemer aan te sluiten eninstellingsparameter 49 (pompkickinterval) op “Auto” te zetten. Installatie aan Installatie uit Y [%]1000QY10(PI)Q13/Q14w wn100Y [%]0Tw wX PdQ33/Q34Q33/Q44Q13/Q14Y10(P)2 K½X Pt Pmint Pmin Identiek aan de vorstbeveiligingsfunctie “Installatie aan” bij luchtzijdige vorstbeveiliging. De watertemperatuur in het verwarmingsregister wordt op de, onder instellingsparameter 17 ingestelde, gewenste waarde constant geregeld. (PI-regelgedrag, beïnvloedbaar via instellingsparameter 19 (P-band) en instellingsparameter20 (intergratietijd). ) Als de watertemperatuur desondanks verder zakt, b. v.

omdat geen warm waterbeschikbaar is, wordt bij het onderschrijden van de vorstalarmwaarde(instellingsparameter 16) een vorstalarm gemeld. 4. 1. 3 Algemeen Besturingsfuncties van de pomp: De pomp (Q13/Q14) voor de luchtverwarmer wordt automatisch in alle bedrijfssituatiesvan de RWI aangestuurd, zodra het besturingssignaal Y10 voor de warmwater-luchtverwarmer > 0 V wordt (vast, zonder instelling). De pomp schakelt altijd uit als Y10 = 0 V. Een minimale pomplooptijd (tPmin) kan onder instellingsparameter 48 worden gekozen. 4. 2 Regelfuncties De RWI kan drie verschillende hoofdregeltaken vervullen, dit zijn: 1Ruimte- of afzuiglucht-/inblaaslucht-cascaderegeling met vast instelbare minimale enmaximale begrenzingen van de inblaastemperatuur.

28 Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 CM2Z3204H Als de regelfunctie 1 of 2 wordt gekozen, maar naast de verplichte inblaasluchtopnemerB2 geen ruimte- of afzuigluchtopnemer aan B1 is aangesloten, dan voert de regelaarautomatisch een inblaasluchtregeling uit. Er moet rekening mee worden gehouden, dat de opnemeringang B2 beslist moetworden aangesloten. Als er geen opnemer wordt aangesloten, is geen start van deinstallatie mogelijk. 4. 2. 1 Ruimte/inblaaslucht- of afzuiglucht/inblaaslucht-cascaderegeling 1)Y10Y20Y30inblaasluchtregelaarRuimteregelaarGewenste waardeverwarmen / koelenB1ruimte-/afvoerluchtopnemerB2inblaaslucht-opnemerminimale en maximale inblaaslucht-begrenzing Bij de ruimte/inblaaslucht-cascade wordt de ruimtetemperatuur constant gehouden. De inblaasluchttemperatuur is afhankelijk van de aanwezige belasting in de ruimte.

Deruimtetemperatuur is de regelgrootheid, waarvan de ingestelde gewenste waarde op het2e bedieningsniveau van de regelaar afleesbaar en instelbaar is. Het besturingssignaal wordt door de ruimtetemperatuurregeling in de vorm van eengewenste waarde1) aan de inblaasluchttemperatuurregeling overgedragen. Dit heeft totgevolg, dat de gewenste waarde van de inblaastemperatuur in afhankelijkheid van deafwijking van de ruimtetemperatuur door de gewenste waarde van de ruimtetemperatuurwordt verschoven. De grootheid van de verschuiving van de gewenste waarde wordt danvia de cascade-invloed berekend.

Voor de ruimteregelkring moet aanvullend rekening worden gehouden met de voorafingestelde instellingsparameters “Cascade-invloed KE-ruimte” en “intergratietijd Tn”(instellingsparameters 24 en 25) en deze zijn te wijzigen; daarbij geldt: KE = ∆ Z / ∆ R ∆Z = Temperatuurverschil inblaaslucht in K ∆R = Temperatuurverschil ruimtelucht in K verwarmingsbedrijf koelbedrijf WLHWZWLLY20Y10Y30∆ RXRWH∆ Z WLHY20Y10Y30WZWLLWC∆ RWCXR KE = ∆ Z / ∆ R KE = ∆ Z / ∆ R∆ Z X ZX RW ZW ZX ZX RWH wHgewenste waarde verwarmen wCgewenste waarde koelen wLH maximale begrenzing inblaaslucht wLL minimale begrenzing inblaaslucht Attentie Principeschema Legende.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 29 xRruimte- of afzuigluchttemperatuur xZinblaasluchttemperatuur wZgewenste waarde inblaaslucht Bij regelafwijking = 0,0 K in de ruimte (afzuiglucht) komt de gewenste waarde van deruimtetemperatuur overeen met de gewenste waarde van de inblaastemperatuur. De KE-waarde komt dus overeen met de gewenste verandering in Kelvin van deinblaasluchttemperatuur bij een afwijking van de ruimtetemperatuur van de gewensteruimtewaarde van 1 Kelvin. 4.2.2 Cascaderegeling met vaste inblaasluchtbegrenzingen (regelfunctie 1) Bij deze regelfunctie gaat het om een cascaderegeling met vasteinblaasluchtbegrenzingen. Als de inblaasluchttemperatuur daalt onder de op de regelaar ingesteldebegrenzingswaarde, neemt de ingebouwde minimale begrenzing de regeling over enverhindert, dat de inblaasluchttemperatuur verder daalt.

De ingesteldebegrenzingswaarde wordt constant gehouden. Hetzelfde geldt dienovereenkomstig ookvoor de maximale begrenzingswaarde. 4.2.3 Cascaderegeling met glijdende inblaasluchtbegrenzingen (regelfunctie 2) Bij deze regelfunctie gaat het om een cascaderegeling met glijdendeinblaasluchtbegrenzingen (primaire luchtbehandeling). Afhankelijk van de actuele ruimtetemperatuur worden de glijdende grenzen van deinblaastemperatuur berekend, waarbij de inblaasluchttemperatuur zich maximaal binnende grenzen van de vast ingestelde waarden van de minimale c.q. de maximalebegrenzing mag bewegen. Deze wijze van regelen wordt in installaties met primaireventilatie toegepast. T [°C]t2816Maximale begrenzing van deinblaasluchttemperatuurglijdende grenzendelta voor verwarmen(inst.waarde 22)delta voor koelen(inst.waarde 23)minimale begrenzing van de inblaasluchttemperatuurruimtetemperatuur

30 Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 CM2Z3204H 4.2.4 Inblaasluchttemperatuurregeling (regelfunctie 3) Bij de inblaasluchttemperatuurregeling wordt de inblaasluchttemperatuur constantgehouden. Y10Y20Y30Inblaasluchtregelaargewenste waardeverwarmen/koeleninblaaslucht-opnemer B2 Als een ruimte-opnemer (B1) en een buitentemperatuuropnemer (B4) aan de regelaarzijn aangesloten, is ook bij een inblaasluchtregeling de Maximum-Economie-Omschakeling van de kleppen of WTE mogelijk (voorzover door DIL-schakelaar 3vrijgegeven) 4.3 Regeluitgangen De RWI65.02 is een regelaar met drie modulerende en één schakelende uitgang (2 verwarmingsuitgangen modulerend, 1 koeluitgang met modulerende en/ofschakelende uitgang) Y [%]100 Y10 Y30 Y20SDTw hw cX P1T n1X P3T n3X P2T n2(inst. 33)(inst. 32)SAY30 min(inst.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 31 Y [%]100 Y10 Y30 Y20SDTw hw cX P1T n1X P3T n3X P2T n2(inst. 33)(inst. 32)SA Met de DIL-schakelaars 4 tot 7 kunnen de regeluitgangen, betreffende werkrichting enuitgangvolgorde worden geconfigureerd (zie hoofdstuk 3, sectie 3.1). 4.4 Besturingsingangen E7 en E8 In principe is via de besturingsingangen E7 en E8 het in-/uitschakelen van de installatieop twee manieren mogelijk: • door een externe schakelaar• door de functie “overwerk” 4.4.1 In-/uitschakelen van de installatie met externe schakelaar Deze besturingswijze wordt actief, als de instellingsparameter 53 “bedrijfstijdverlening”op 00.00 hh.mm wordt gezet. De regeling c.q. de ventilatortrap kan nu van buitenaf, via de signaalingangen E7 en E8worden ingeschakeld.

Daarvoor dient de volgende tabel: Als de klemmen E7 en E8 niet op GE aangesloten zijn, dan bevindt deze functie zich inde stand automatisch, d.w.z. de installatie wordt volgens het interne klokprogrammageschakeld. Toepassing met WTE-systemen00110101Toestand E7Toestand E8Ventilator-trapautomatischtrap 2trap 1uit

32 Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 CM2Z3204H In de praktijk kan de oplossing er als volgt uitzien: Auto0IIIAuto0IIIE7E8GE 4.4.2 In-/uitschakelen van de installatie door de functie “overwerk” Instellingsparameter 53 “Bedrijfstijdverlenging”: 00.00..12.00 hh.mm Bij een impuls op E7 of E8 (sluiten van het contact voor een periode van minstens 3seconden) geschiedt het inschakelen van de betreffende ventilatortrap voor de ingesteldetijd. Na afloop van een gekozen “bedrijfstijdverlenging” wordt weer omgeschakeld opautomatisch bedrijf.• Indien E7 en E8 op “0”, d.w.z. beide contacten gesloten zijn: onmiddellijk uitschakelen van de installatie 2 polige 4-standenkeuzeschakelaar Uitzonderingsgevallen Voorbeeld0101Impuls E7sluiten(min. 3 s)Impuls E8sluiten(min.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 33 Als de regelaar via de signaalingangen E7 en E8 wordt ingeschakeld, regelt dezevolgens het in instellingsparameter 8 ingevoerde gewenste waardepaar “Comfort” of“Economie”. Instelling van de gewenste Comfort-waarden “verwarmen/koelen” en gewensteEconomiewaarden “verwarmen/koelen” op bedieningsniveau 2. 4.5 Ruimtetemperatuurbewaking buiten bedrijfstijd Aan het einde van de bezettingstijd schakelt de installatie uit. Daarbij daalt of stijgt detemperatuur afhankelijk van de heersende buitentemperatuur en het klimaat in de ruimte.De functies “minimum ruimtetemperatuur bewaking” en “maximumruimtetemperatuurbewaking” staan ter beschikking.

Voor “minimum ruimtetemperatuur bewakingsbedrijf” en “maximum ruimtetemperatuurbewakingsbedrijf” geldt het volgende: Instellingsparameter 11 “minimale bedrijfstijd ruimtetemperatuur bewakingsbedrijf”beveiligt de installatie-elementen tegen te vaak in- c.q. uitschakelen. 4.5.1 Minimum ruimtetemperatuur bewakingsbedrijf Als de temperatuur in de ruimte onder de niet bezettingstemperatuur daalt, is “minimumruimtetemperatuur bewakingsbedrijf” het gevolg. In deze bedrijfstoestand wordt zó lang verwarmd, tot de ruimtetemperatuur 1 Kelvinboven de niet bezettingstemperatuur is. Daarna wordt de installatie weer uitgeschakeld.Zie het volgende schema: 222018161410822201816141081 KtT [°C]RtT [ °C ]RRShRShSminbezettingstijdt(inst. 11)bezettingstijd niet bezettingstijdnachtbewakinggew.waardebezettingstemp.niet bezettingstemp.gemeten waardegew.

Maximum ruimtetemperatuur bewakingsbedrijf Als de temperatuur boven de niet bezettingstemperatuur stijgt, is “maximumruimtetemperatuur bewakingsbedrijf” het gevolg. In deze bedrijfstoestand wordt zó lang gekoeld tot de ruimtetemperatuur 1 Kelvin onderde niet bezettingstemperatuur koelen is. Daarna wordt de installatie weer uitgeschakeld. 3026242220183026242220181 KtT [°C]RtT [°C]RRScRScSmingew.waardegemeten waardegew.waardet(inst. 11)gemeten waardeniet bezettingstemperatuurwordt niet bereikteinde bezettingstijd begin bezettingstijdT(inst. 10)T(inst. 10)bezettingstijd niet bezettingstijd bezettingstijdniet bezettingstemp.niet bezetttingstemp.bezettingstemp.bezettingstemp.nachtbewaking Randvoorwaarden Inschakelvoorwaarde Uitschakelvoorwaarde

6 Nachtventilatie Deze functie heeft de taak de ruimte in de zomer, tijdens de bezettingsvrije tijden, metkoele buitenlucht te koelen. lRuimtetemperatuuropnemer B1 en buitentemperatuuropnemer B4 aangesloten• Instellingsparameter 30 voor inbedrijfstelling: “vrijgave nachtventilatie” op “ON”• Klokprogramma = OFF• Geen storing met prioriteit AlRuimtetemperatuur > “Grenswaarde ruimtetemperatuur” (instellingsparameter 12)• Buitentemperatuur > “Grenswaarde buitentemperatuur” (instellingsparameter 13)• Ruimtetemperatuur - buitentemperatuur ≥ Delta (instellingsparameter 14) lRuimtetemperatuur < “Grenswaarde ruimtetemperatuur “• Buitentemperatuur < “Grenswaarde buitentemperatuur”• (Ruimtetemperatuur - buitentemperatuur) < Delta Bij deze voorwaarden wordt de minimale looptijd (instellingsparameter 15) van denachtventilatiefunctie aangehouden 2624222018161412T [°C]R/ATRTAtt NminDelta(inst. 14)(inst.

Voorwaarden voor de toepassing van MEO:• Beschikbare koelinstallatie• Mengluchtkleppen of WTE-systeem• Ruimte/inblaaslucht-cascaderegeling of inblaasluchtregeling• Ruimtetemperatuur- en buitentemperatuuropnemer Mengluchtkleppen WTE-systeem 100TB4 B1B4 > B1100100Y30 [V]minY30 minY300 0B4 TR (B1) grijpt deze regelaar in op de uitgang Y30 en stuurt deze bij WTE-toepassing op100% (DC 10 V) of bij toepassing van mengluchtkleppen op Y30min. Deze toestand blijftgehandhaafd, zolang de beschreven temperatuurvoorwaarde vervuld blijft. Voor deze functie zijn geen verdere instellingen nodig. Bij TA (B4) < TR (B1) wordt de mengluchtklep c.q. het WTE-systeem naar debelastingstoestand van de ruimte door de regelaar modulerend en economisch optimaalingesteld.

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65. 02 37 FSStartpunt van de zomercompensatie ESEindpunt van de zomercompensatie SSDelta (maximale beïnvloeding) in K aan het eindpunt ES FWStartpunt van de wintercompensatie EWEindpunt van de wintercompensatie SWDelta (maximale beïnvloeding) in K aan het eindpunt EW TABuitentemperatuur ∆wVerandering van de gewenste waarde De RWI kan, zoals de grafiek laat zien, zowel bij hoge als bij lage buitentemperaturen degewenste waarde van de regelaar (w) beïnvloeden. De zomer-/wintercompensatie treedt in werking, als de buitentemperatuuropnemer aande ingang B4 is aangesloten. Bij instelling van de instellingsparameters 39 (Sw) en 36 (Ss) op 0 K is de beïnvloedinguitgeschakeld. De buitentemperatuur wordt op bedieningsniveau 1 aangegeven. 4. 9 Universele ingang Z Voor de ingang Z kunnen drie verschillende functies worden gekozen.

38 Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 CM2Z3204H 1235111710001050− 5± 0+ 5∆∆w [K]Z [Ω]Z [V]El (Inst. 9)Eh (Inst. 10) Instellingsparameter voor inbedrijfstelling: 9 (El) = -5K, d.w.z. dat de gewenstebasiswaarden met 5K door beïnvloedingssignaal 0 V- (of 1000 Ω) wordt verlaagd. Instellingsparameter voor inbedrijfstelling: 10 (Eh) = 5K, d.w.z. dat de gewenstebasiswaarden met 5K door beïnvloedingssignaal DC 10 V (of 1235 Ω) worden verhoogd. Instellingsparameter 15 voor inbedrijfstelling (fabrieksinstelling 0,0 K) moet alleen wordenveranderd, als bijvoorbeeld een passieve potentiometer (FZA21.21) 2-aderigaangesloten is en de Ohmse invloed door de leidinglengte moet worden gecompenseerd. Bij actieve signalen moet er beslist op worden gelet en worden gecontroleerd, dat G0van de regelaar en van de actieve potentiometer identiek zijn!

Dit kan makkelijk worden vastgesteld door een meting van de wisselspanning tussen Men Z aan de ingang van de regelaar. Bij meting van AC 24 V is er sprake van eenverkeerde bedrading. De aansluitingen G en G0 (M) op de FZA61.11 moeten in dit gevalworden verwisseld. In geval van verkeerde bedrading is voor de RWI en de LG-opnemer geen sprake vangevaar voor defect! Met afstandspotentiometer voor de gewenste waarde QAA26 12351117100010505 20 35w [°C]Z [Ω]Z [V]El (Inst. 9)Eh (Inst. 10) Gewenste waarde van de regelaar “comfort verwarmen” ingesteld op 20°C. Instellingsparameter 9 voor inbedrijfstelling (El) = -15K, d.w.z. dat de gewenstebasiswaarden met 15K bij een beïnvloedingssignaalwaarde van 1000Ω worden verlaagd. Beïnvloedingsvoorbeeld 1 Instellingsparameters Beïnvloeding van degewenste waarde/gewenste waarde opafstand Beïnvloedingsvoorbeeld 2 Instelparameters

CM2Z3204H Grondslagenhandboek AEROGYR™ RWI65.02 39 Instellingsparameter 10 voor inbedrijfstelling (Eh) = +15K, d.w.z. dat de gewenstebasiswaarden met 15K bij een beïnvloedingssignaalwaarde van 1235Ω wordenverhoogd. Een signaal van 1117Ω aan de ingang Z betekent, dat geen beïnvloedingsinvloed actief isen dat volgens de gewenste basiswaarde wordt geregeld. De invoer van de gewenste waarde van de QAA26 is alleen actief binnen het bereikvan de minimale en maximale inblaasluchtbegrenzingswaarden! 4.9.2 Vorstbeveiliging WTE De functie “vorstbeveiliging WTE” geldt voor warmteterugwinningseenheden, zoalsroterende warmtewisselaars, platenwarmtewisselaars en twincoilsystemen. De DIL-schakelaar 4 moet op werkrichting “\” worden ingesteld. De aan de ingang Z aangesloten begrenzingsopnemer moet altijd in hetluchtkanaal worden geplaatst (geldt ook voor twincoilunit!).

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Siemens AEROGYR RWI65.02 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden